Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Adam en Eva. Het begin van de psychologie

 21,90
Deze publicatie gaat in op de wetenschappelijke psychologie, met haar theorieën over en experimenten bij zowel mensen als dieren. Meer bepaald biedt ze een kennismaking met de moderne gedragsanalyse of gedragspsychologie. Het verhaal van Adam en Eva wordt hierbij gehanteerd als kader. Uitspraken en gebeurtenissen in dat verhaal worden aangegrepen om de betreffende thema’s te belichten vanuit de gedragsanalyse. Op deze manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën.

Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.

Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.

"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3

"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403

Quick View

Adam en Eva. Het begin van de psychologie

 21,90
Deze publicatie gaat in op de wetenschappelijke psychologie, met haar theorieën over en experimenten bij zowel mensen als dieren. Meer bepaald biedt ze een kennismaking met de moderne gedragsanalyse of gedragspsychologie. Het verhaal van Adam en Eva wordt hierbij gehanteerd als kader. Uitspraken en gebeurtenissen in dat verhaal worden aangegrepen om de betreffende thema’s te belichten vanuit de gedragsanalyse. Op deze manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën.

Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is. Dit terrein gaat van arbeid en inspanning, creativiteit en impulsiviteit over schaamte, frustratie, abstract denken, moreel handelen en nieuwsgierigheid naar zelfbewustzijn, racisme en mystiek.

Francis De Groot, psycholoog en gedragstherapeut, is adjunct-directeur Patiëntenzorg in het Psychiatrisch Centrum Broeders Alexianen in Boechout.

"Op die manier maakt de lezer kennis met boeiende psychologische experimenten en theorieën. Het boek biedt een rijk palet aan onderwerpen en toont de breedte van het terrein waarop de gedragsanalyse actief is."
Psychiatrie & Verpleging | jrg. 88, nr. 3

"Het is een meerwaarde dat er ook Nederlandstalige auteurs zijn - meestal zijn dit Britten of Noord-Amerikanen- die deze materie bestuderen, vatten en het kunnen verwoorden in mensentaal. Een aanrader."
Gedragstherapie | jrg. 45, dec 2012, 401-403

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930 (Academisch Literair, nr. 4)

 33,90
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie, energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing terechtkomen.

De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.

Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Quick View

Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930 (Academisch Literair, nr. 4)

 33,90
Frederik van Eeden las Darwin bij zijn ontbijt. Daarna schreef hij verder aan zijn dichtwerk Het lied van schijn en wezen waarin de evolutieleer in verschillende gedaanten opduikt. Literaire teksten refereren regelmatig aan wetenschappelijk gedachtegoed. Leonieke Vermeer laat in Geestelijke lenigheid zien wat er gebeurt met begrippen als evolutie, energie, entropie en de vierde dimensie wanneer deze hun wetenschappelijke context verlaten en in een roman, gedicht of filosofische beschouwing terechtkomen.

De focus ligt hierbij op het werk van twee auteurs die ook op wetenschappelijk gebied actief waren: Frederik van Eeden (1860-1932) en Felix Ortt (1866-1959). De auteurs gaven een draai aan wetenschappelijke kennis, waarbij ze deze poogden te verbinden met hun utopische denkbeelden. Hun zoektocht naar een nieuwe, betere wereld is kenmerkend voor de cultuurkritische, maar ook optimistische toon van het Nederlandse fin de siècle. De rol die Van Eeden en Ortt hierbij vervulden, was die van een nieuw maatschappelijk type: de moderne intellectueel die tegelijkertijd onafhankelijk én geëngageerd was.

Geestelijke lenigheid beantwoordt aan de toenemende belangstelling voor de kennisuitwisseling tussen literatuur, wetenschap en cultuur. Aan de hand van het werk van Ortt en Van Eeden zien we het nomadische karakter van kennis en de mentale acrobatiek die vereist is om kennis in nieuwe kaders in te passen.

GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content



Leonieke Vermeer is cultuurhistoricus. Ze promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen op een proefschrift over de relatie tussen literatuur en wetenschap rond 1900. Daarna werkte ze als conservator voor het Nationaal Historisch Museum. Ze publiceerde verschillende artikelen over de literatuur en cultuur van het fin de siècle.

Reeks Academisch Literair

  1. Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
    K. Rymenants
  2. Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
    M. Kemperink
  3. De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
    L. Bernaerts
  4. Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
    L. Vermeer
  5. Het discours van de kritiek
    P. Verstraeten
  6. Celan auseinandergeschrieben
    C. De Strycker
  7. Lezer, er zijn ook Belgen
    F. Van Renssen
  8. Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
    E. Ibsch

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Orthopedagogische probleemvelden en voorzieningen in Nederland (KOP-serie, nr. 31)

 37,10
Dit boek geeft een inkijk in de problemen waarmee bepaalde kinderen en jongeren te maken krijgen en laat tevens zien wat de samenleving aan orthopedagogische hulp daar tegenover stelt. Daarbij is gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten en actuele ontwikkelingen in de praktijk. Anders dan de gebruikelijke inleidingen in de orthopedagogiek gaat dit boek uit van de praktijkvelden en de concrete problemen waarmee orthopedagogen en psychologen worden geconfronteerd.

In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.

In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.

Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.

Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.

Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.

Quick View

Orthopedagogische probleemvelden en voorzieningen in Nederland (KOP-serie, nr. 31)

 37,10
Dit boek geeft een inkijk in de problemen waarmee bepaalde kinderen en jongeren te maken krijgen en laat tevens zien wat de samenleving aan orthopedagogische hulp daar tegenover stelt. Daarbij is gebruik gemaakt van recente wetenschappelijke inzichten en actuele ontwikkelingen in de praktijk. Anders dan de gebruikelijke inleidingen in de orthopedagogiek gaat dit boek uit van de praktijkvelden en de concrete problemen waarmee orthopedagogen en psychologen worden geconfronteerd.

In het eerste deel ligt de nadruk op de problematiek die zich onder kinderen en jongeren kan voordoen. De probleemvelden die in dit deel nader worden bekeken, hebben betrekking op jeugdigen met zodanige problemen en beperkingen dat zij in hun functioneren op school, thuis en in hun vrije tijd dreigen te mislukken.

In het tweede deel ligt het accent op de voorzieningen die in het leven zijn geroepen om jeugdigen met uiteenlopende problemen zo goed mogelijk op te vangen en te behandelen. Dat gebeurt zowel in het onderwijs als in de jeugdzorg. De verschillende hoofdstukken maken echter ook duidelijk dat niet voor elk afzonderlijk probleem een pasklaar antwoord klaarligt. Niet alle interventies en maatregelen zijn even effectief. Praktijk, beleid, onderzoek en wetenschap hebben hier nog een lang weg af te leggen.

Het derde deel gaat in op enkele actuele thema’s. Er wordt bekeken hoe wetenschap en praktijk zich tot elkaar verhouden, hoe sterk pedagogische problemen verbonden zijn aan psychiatrische problemen, en wat de zin en onzin is van ‘evidence-based interventies’.

Jan van der Ploeg is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Leiden.

Evert Scholte is bijzonder hoogleraar Orthopedagogiek op het gebied van speciaal onderwijs en jeugdzorg aan de Universiteit Leiden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een afslag voor Hamed. Intervisie-methodiek voor de brede professional in de bemiddeling van werklozen met meervoudige problematiek (Reeks Fontys Actief, nr. 2)

 19,90
Vele sociale interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt mislukken. Dit leidt tot een permanente uitval van mensen uit de vangnetten van onze verzorgingsstaat.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.

Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.

Quick View

Een afslag voor Hamed. Intervisie-methodiek voor de brede professional in de bemiddeling van werklozen met meervoudige problematiek (Reeks Fontys Actief, nr. 2)

 19,90
Vele sociale interventies aan de onderkant van de arbeidsmarkt mislukken. Dit leidt tot een permanente uitval van mensen uit de vangnetten van onze verzorgingsstaat.
Hoe kan aan bemiddelaars van langdurig werklozen de mogelijkheid geboden worden om zich te ontwikkelen tot brede professionals? Professionals die de ‘Hameds van onze maatschappij’ perspectief bieden?
Met deze publicatie wil Fontys Actief inzicht geven in deze weerbarstige materie. De invalshoek hierbij is een beschrijving van de wijze waarop Fontys Actief in intervisiebijeenkomsten professionals leert intuïtief toegepaste patronen van werken om te zetten in bewuste patroonherkenning.

Fontys Actief werkt aan kennisontwikkeling en beroepsinnovatie vanuit de praktijk van arbeidsbemiddeling en maatschappelijke reïntegratie. Hierbij richt Fontys Actief zich speciaal op mensen die extra begeleiding en bemiddeling nodig hebben, mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de praktijk en vanuit de praktijk worden nieuwe kennis en competenties ontwikkeld. Deze worden vervolgens samen met de opdrachtgevers ingezet om een effectieve uitvoeringspraktijk te realiseren.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Cultuurcentra op zoek naar een divers publiek

 14,90
Het publiek in culturele instellingen vormt geen representatieve afbeelding van de bevolking. De achtergrond van de bezoekers van culturele evenementen verschilt vaak sterk van diegenen die we daar zelden of nooit aantreffen. Cultuurcentra stellen vast dat ze vaak volle zalen trekken, maar telkens met hetzelfde publiek. Dat is een belangrijke, maar geen nieuwe vaststelling.

Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.

De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.



Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.

Quick View

Cultuurcentra op zoek naar een divers publiek

 14,90
Het publiek in culturele instellingen vormt geen representatieve afbeelding van de bevolking. De achtergrond van de bezoekers van culturele evenementen verschilt vaak sterk van diegenen die we daar zelden of nooit aantreffen. Cultuurcentra stellen vast dat ze vaak volle zalen trekken, maar telkens met hetzelfde publiek. Dat is een belangrijke, maar geen nieuwe vaststelling.

Dit boek behandelt de kwestie hoe cultuurcentra een gezonde mix in het publiek kunnen bereiken en legt bij de zoektocht naar het antwoord de klemtoon niet langer op de vraag naar cultuur, maar op het aanbod eraan. De analyses in dit boek geven aan dat wanneer cultuurcentra in doelgroepen durven denken en hun aanbod op de specifieke wensen van deze groepen afstemmen, ze nuttige sleutels in handen hebben om een breed spectrum aan cultuurconsumenten te bereiken. In plaats van het publiek te trainen om alle participatiedrempels vlot te kunnen overwinnen, kan men ook overwegen de bestaande drempels te verlagen zodat het publiek deze eveneens kan nemen.

De bevindingen in dit boek geven niet alleen stof tot nadenken en discussie, maar wijzen ook denkpistes aan om een meer evenwichtige samenstelling van het publiek te bereiken. Daarom is dit boek geschikt voor cultuurwerkers, maar ook voor iedereen die begaan is met de cultuursector en het maatschappelijk debat rond cultuurparticipatie.



Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie en voorzitter van de vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en van TOR (Tempus Omnia Revelat), de onderzoeksgroep voor de studie van tijd, cultuur en samenleving. Julie Badisco en Theun Pieter van Tienoven werken bij TOR, respectievelijk aan een onderzoek naar cultuurparticipatie en amateurkunsten in Vlaanderen en aan een project over cultuurparticipatie en regelmaat in de tijdsbesteding van de Vlaamse bevolking.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Grensoverschrijdend gedrag van pubers (O&A-Reeks, nr. 4)

 25,50
De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi- culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren, maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale autonomie.

Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.

Quick View

Grensoverschrijdend gedrag van pubers (O&A-Reeks, nr. 4)

 25,50
De puberteit is een moeilijke en heftige leeftijd die men kan beschrijven als een periode van grote innerlijke onrust en een fase van ingrijpende veranderingen in lichaamsfuncties en gedrag. Dit boek behandelt aspecten van de ontwikkeling en mogelijke problemen in de levensfase van de puber. Na een algemene inleiding gaan diverse auteurs in op onderwerpen als: jongeren en seks, seksualiteit tegen de multi- culturele achtergrond, verslaving, comorbiditeit, overgewicht, de rol van internet,... De woorden puberteit en adolescentie hebben beide betrekking op opgroeiende jongeren, maar situeren zich op verschillende domeinen. De eerste puberteit speelt zich al af in de kleuterperiode en valt buiten de inhoud van dit boek. Grensoverschrijdend gedrag van pubers focust op jongeren die op zoek zijn naar psychologische maturiteit en sociale autonomie.

Mariet Clerkx werkt als psychiater bij Altrecht GGZ, afdeling Wier. Tevens is zij verbonden als consulent psychiater aan Bartimeushage, aan Amerpoort/Sherpa, en doet zij geregeld consulten voor CCE Utrecht.
Roel de Groot werkte als docent aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voortgezet onderwijs adviseert hij over leerproblemen (vmbo). Recent schreef hij o.a. Spelenderwijs wijzer worden (Garant, 2010).
Frits Prins studeerde orthopedagogiek in Utrecht en Groningen. Hij was werkzaam in een kinderrevalidatiecentrum en in het speciaal onderwijs. Momenteel is hij bestuursvoorzitter van het Orthopedagogisch Centrum: de Ambelt.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gekleurd door het leven. Getuigenissen van jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen over hun schooljaren en eerste ervaringen op de arbeidsmarkt

 16,50

Dit is derde en (voorlopig) laatste deel in een reeks waarin verslag gedaan wordt van onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
  • 1: Wit krijt schrijft beter

  • 2: Zwart op Wit

  • 3: Gekleurd door het leven


  • In de eerste twee boeken worden veralgemeenbare uitspraken gedaan op basis van statistische analyses. Deze analyses leidden tot erg relevante inzichten over de leerprestaties van allochtonen in het onderwijs en hun intrede op de arbeidsmarkt.

    Desalniettemin bleek ook dat niet alle bijzonderheden in de school- en arbeidsloopbanen van de allochtone jongeren via kwantitatieve analyses kunnen worden geduid. Meer bepaald viel op hoe één groep allochtonen in het bijzonder moeilijkheden ondervond om aansluiting te vinden op school en op de arbeidsmarkt: de meisjes van Turkse en Marokkaanse herkomst. In dit boek staat deze groep centraal. We laten hen zelf aan het woord.

    Dit boek gaat dieper in op de achterliggende processen die de erg opvallende trajecten van Turkse en Marokkaanse vrouwen mee vorm geven.
    Wat zijn de belangrijkste belemmeringen voor een volwaardige participatie van deze vrouwen aan het onderwijs en op de arbeidsmarkt?
    En zijn er ook specifieke kansen?
    Welke rol spelen genderrelaties hierin?

    Om meer inzicht te verwerven in de achterliggende processen van sociale achterstelling, uitsluiting en discriminatie in de onderwijs- en arbeidsloopbanen van deze vrouwen werden een aantal Turkse en Marokkaanse vrouwen uit het eerdere onderzoek opnieuw bezocht voor een diepgaand vervolginterview over hun school- en beroepsloopbaan. Dit boek brengt hun verhalen, toetst ze af aan eerdere bevindingen en duidt ze met inzichten uit de literatuur.

    De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert.

    Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie.

    Suzana Koelet was lange tijd verbonden aan de onderzoeksgroep TOR, deed aan de Universiteit Antwerpen onderzoek naar echtscheiding bij personen van Turkse en Marokkaanse herkomst en is recent aangesteld aan de Interface Demography van de Vrije Universiteit Brussel.

    Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen.

    Placeholder Image
    Quick View

    Gekleurd door het leven. Getuigenissen van jonge Turkse en Marokkaanse vrouwen over hun schooljaren en eerste ervaringen op de arbeidsmarkt

     16,50

    Dit is derde en (voorlopig) laatste deel in een reeks waarin verslag gedaan wordt van onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
  • 1: Wit krijt schrijft beter

  • 2: Zwart op Wit

  • 3: Gekleurd door het leven


  • In de eerste twee boeken worden veralgemeenbare uitspraken gedaan op basis van statistische analyses. Deze analyses leidden tot erg relevante inzichten over de leerprestaties van allochtonen in het onderwijs en hun intrede op de arbeidsmarkt.

    Desalniettemin bleek ook dat niet alle bijzonderheden in de school- en arbeidsloopbanen van de allochtone jongeren via kwantitatieve analyses kunnen worden geduid. Meer bepaald viel op hoe één groep allochtonen in het bijzonder moeilijkheden ondervond om aansluiting te vinden op school en op de arbeidsmarkt: de meisjes van Turkse en Marokkaanse herkomst. In dit boek staat deze groep centraal. We laten hen zelf aan het woord.

    Dit boek gaat dieper in op de achterliggende processen die de erg opvallende trajecten van Turkse en Marokkaanse vrouwen mee vorm geven.
    Wat zijn de belangrijkste belemmeringen voor een volwaardige participatie van deze vrouwen aan het onderwijs en op de arbeidsmarkt?
    En zijn er ook specifieke kansen?
    Welke rol spelen genderrelaties hierin?

    Om meer inzicht te verwerven in de achterliggende processen van sociale achterstelling, uitsluiting en discriminatie in de onderwijs- en arbeidsloopbanen van deze vrouwen werden een aantal Turkse en Marokkaanse vrouwen uit het eerdere onderzoek opnieuw bezocht voor een diepgaand vervolginterview over hun school- en beroepsloopbaan. Dit boek brengt hun verhalen, toetst ze af aan eerdere bevindingen en duidt ze met inzichten uit de literatuur.

    De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert.

    Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie.

    Suzana Koelet was lange tijd verbonden aan de onderzoeksgroep TOR, deed aan de Universiteit Antwerpen onderzoek naar echtscheiding bij personen van Turkse en Marokkaanse herkomst en is recent aangesteld aan de Interface Demography van de Vrije Universiteit Brussel.

    Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De investeringsbeslissing. Een beleidsgerichte analyse (+ cd-rom)

     37,90
    Investeringsbeslissingen behoren tot de belangrijkste keuzes die een onderneming of organisatie kan maken. De ondernemingsstrategie krijgt concreet gestalte door de uitvoering van investeringsprojecten.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ter ondersteuning van die beslissingsprocessen zoveel technieken en methoden werden ontwikkeld. Dit werk wil de voornaamste hulpmiddelen in kaart brengen en op een praktijkgerichte wijze integreren. Dit gaat van eenvoudige modellen die uitgaan van een goed voorspelbare, deterministische omgeving tot complexe strategische situaties met veel risico en onzekerheid, waarin beroep wordt gedaan op Monte-Carlo simulatie of optiewaarderingsmodellen zoals het Black-Scholesmodel of het binomiaalmodel. Hierbij wordt ruim aandacht besteed aan de (soms verrassende) invloed van de vennootschapsbelastingen op het resultaat van de analyse.

    Wetenschappelijk stevig gefundeerde analysemethoden worden op een toepassingsgerichte wijze aangebracht. Hierbij wordt uitgebreid gebruik gemaakt van Microsoft Excel werkbladen die meegeleverd worden op de cd-rom. Hoewel het boek ook goed zonder de elektronische werkbladen kan worden gebruikt, leveren die werkbladen een duidelijke meerwaarde op. De Excel werkbladen hebben namelijk een dubbel doel. Enerzijds zijn ze zo opgebouwd dat zij een levendige illustratie zijn van de technieken. De lezer kan daarmee zelf moeiteloos nagaan wat de impact is van allerlei variaties in de beslissingsparameters. Die numerieke en grafi sche verkenningen helpen om het inzicht in de technieken te verdiepen. Anderzijds wordt de opbouw van deze werkbladen ook duidelijk, stapsgewijze in de tekst besproken. Het gebruik van Excel-mogelijkheden die door sommige lezers misschien minder vaak gebruikt worden (zoals b.v. doelzoeken of macro’s) wordt omstandig toegelicht. Het handboek kan daardoor ook gebruikt worden om de kennis van een aantal Excel-mogelijkheden te verdiepen. De bedoeling is de theorie te vertalen in toepassing en de lezer te helpen bij het opbouwen van eigen werkbladen voor de eigen praktijksituatie.

    De combinatie van wetenschappelijke basis en interactieve praktijkgerichtheid maakt van dit werk een innovatieve bijdrage tot het domein. Dit handboek is zowel bestemd voor studenten in het universitair en het hoger onderwijs als voor ondernemers, managers en analisten op alle niveaus in de organisatie die betrokken zijn bij investeringsprojecten.

    Roger Mercken is Master of Business Administration en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven). Hij is gewoon hoogleraar Accountancy en Bedrijfskunde aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. Hij doceert de vakken Investeringen, Vennootschapsboekhouden, Externe controle, Computer Auditing en Strategie & Informatiemanagement. Hij is actief in diverse management-onderzoeksgebieden en participeerde in een aantal onderzoeksprojecten. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en is ook medeauteur van twee handboeken ‘Boekhouding en fi nanciële rapportering’.

    Quick View

    De investeringsbeslissing. Een beleidsgerichte analyse (+ cd-rom)

     37,90
    Investeringsbeslissingen behoren tot de belangrijkste keuzes die een onderneming of organisatie kan maken. De ondernemingsstrategie krijgt concreet gestalte door de uitvoering van investeringsprojecten.

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat er ter ondersteuning van die beslissingsprocessen zoveel technieken en methoden werden ontwikkeld. Dit werk wil de voornaamste hulpmiddelen in kaart brengen en op een praktijkgerichte wijze integreren. Dit gaat van eenvoudige modellen die uitgaan van een goed voorspelbare, deterministische omgeving tot complexe strategische situaties met veel risico en onzekerheid, waarin beroep wordt gedaan op Monte-Carlo simulatie of optiewaarderingsmodellen zoals het Black-Scholesmodel of het binomiaalmodel. Hierbij wordt ruim aandacht besteed aan de (soms verrassende) invloed van de vennootschapsbelastingen op het resultaat van de analyse.

    Wetenschappelijk stevig gefundeerde analysemethoden worden op een toepassingsgerichte wijze aangebracht. Hierbij wordt uitgebreid gebruik gemaakt van Microsoft Excel werkbladen die meegeleverd worden op de cd-rom. Hoewel het boek ook goed zonder de elektronische werkbladen kan worden gebruikt, leveren die werkbladen een duidelijke meerwaarde op. De Excel werkbladen hebben namelijk een dubbel doel. Enerzijds zijn ze zo opgebouwd dat zij een levendige illustratie zijn van de technieken. De lezer kan daarmee zelf moeiteloos nagaan wat de impact is van allerlei variaties in de beslissingsparameters. Die numerieke en grafi sche verkenningen helpen om het inzicht in de technieken te verdiepen. Anderzijds wordt de opbouw van deze werkbladen ook duidelijk, stapsgewijze in de tekst besproken. Het gebruik van Excel-mogelijkheden die door sommige lezers misschien minder vaak gebruikt worden (zoals b.v. doelzoeken of macro’s) wordt omstandig toegelicht. Het handboek kan daardoor ook gebruikt worden om de kennis van een aantal Excel-mogelijkheden te verdiepen. De bedoeling is de theorie te vertalen in toepassing en de lezer te helpen bij het opbouwen van eigen werkbladen voor de eigen praktijksituatie.

    De combinatie van wetenschappelijke basis en interactieve praktijkgerichtheid maakt van dit werk een innovatieve bijdrage tot het domein. Dit handboek is zowel bestemd voor studenten in het universitair en het hoger onderwijs als voor ondernemers, managers en analisten op alle niveaus in de organisatie die betrokken zijn bij investeringsprojecten.

    Roger Mercken is Master of Business Administration en doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen (Katholieke Universiteit Leuven). Hij is gewoon hoogleraar Accountancy en Bedrijfskunde aan de Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen van het Limburgs Universitair Centrum in Diepenbeek. Hij doceert de vakken Investeringen, Vennootschapsboekhouden, Externe controle, Computer Auditing en Strategie & Informatiemanagement. Hij is actief in diverse management-onderzoeksgebieden en participeerde in een aantal onderzoeksprojecten. Hij publiceerde in diverse nationale en internationale wetenschappelijke tijdschriften en is ook medeauteur van twee handboeken ‘Boekhouding en fi nanciële rapportering’.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?

     24,90
    Dat wonen in Vlaanderen onbetaalbaar is geworden, lijkt stilaan algemeen aanvaard. De woningprijzen zijn de afgelopen decennia dan ook enorm gestegen en menigeen tast diep in de buidel om de eigen woningdroom te realiseren of een geschikte woning te huren. In antwoord hierop heeft de Vlaamse regering de afgelopen jaren een hoge beleidsprioriteit gegeven aan de ontwikkeling van een ‘grond- en pandenbeleid’.

    Maar is wonen in Vlaanderen werkelijk onbetaalbaar geworden? Op vraag van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Ruimte en Wonen in het recente verleden meerdere studies aan deze vraag gewijd. De onderzoekers bundelden dit werk nu in een boek dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier objectieve gegevens aanbrengt en evoluties schetst en duidt.

    Het boek maakt duidelijk dat de discussie in Vlaanderen over de betaalbaarheid van het wonen te zeer in termen van alleen maar prijzen wordt gevoerd. Internationaal aanvaarde definities van betaalbaarheid leggen steeds de relatie tussen prijzen en inkomens. Volgt men deze, dan komt men tot andere dan de gebruikelijke conclusies. Vooral valt dan op dat sommige groepen in de samenleving het op de woningmarkt bijzonder hard te verduren hebben. Het recht op betaalbaar wonen is lang niet voor iedereen verzekerd. Het boek betekent dan ook een sterk appel naar het beleid om daartoe de nodige maatregelen te nemen.

    Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen. Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven. Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen.
    Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven.
    Marietta Haffner is econoom en senioronderzoeker bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland.
    Frank Vastmans is handelsingenieur en wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de KULeuven.
    Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, onderzoeksleider aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen en docent aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
    Erik Buyst is professor economie aan het Departement Economie van de KULeuven.
    Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen, Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek 2007-2011.
    www.steunpuntruimteenwonen.be

    Quick View

    Is wonen in Vlaanderen betaalbaar?

     24,90
    Dat wonen in Vlaanderen onbetaalbaar is geworden, lijkt stilaan algemeen aanvaard. De woningprijzen zijn de afgelopen decennia dan ook enorm gestegen en menigeen tast diep in de buidel om de eigen woningdroom te realiseren of een geschikte woning te huren. In antwoord hierop heeft de Vlaamse regering de afgelopen jaren een hoge beleidsprioriteit gegeven aan de ontwikkeling van een ‘grond- en pandenbeleid’.

    Maar is wonen in Vlaanderen werkelijk onbetaalbaar geworden? Op vraag van de Vlaamse overheid heeft het Steunpunt Ruimte en Wonen in het recente verleden meerdere studies aan deze vraag gewijd. De onderzoekers bundelden dit werk nu in een boek dat op een wetenschappelijk verantwoorde manier objectieve gegevens aanbrengt en evoluties schetst en duidt.

    Het boek maakt duidelijk dat de discussie in Vlaanderen over de betaalbaarheid van het wonen te zeer in termen van alleen maar prijzen wordt gevoerd. Internationaal aanvaarde definities van betaalbaarheid leggen steeds de relatie tussen prijzen en inkomens. Volgt men deze, dan komt men tot andere dan de gebruikelijke conclusies. Vooral valt dan op dat sommige groepen in de samenleving het op de woningmarkt bijzonder hard te verduren hebben. Het recht op betaalbaar wonen is lang niet voor iedereen verzekerd. Het boek betekent dan ook een sterk appel naar het beleid om daartoe de nodige maatregelen te nemen.

    Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen. Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven. Sien Winters is sociaal pedagoog en economist, onderzoeksleider bij het HIVA-KULeuven en coördinator van het team wonen van het Steunpunt Ruimte en Wonen.
    Kristof Heylen is socioloog en senior onderzoeker bij het HIVA-KULeuven.
    Marietta Haffner is econoom en senioronderzoeker bij het Onderzoeksinstituut OTB van de TUDelft in Nederland.
    Frank Vastmans is handelsingenieur en wetenschappelijk medewerker bij het Departement Economie van de KULeuven.
    Pascal De Decker is socioloog en ruimtelijk planner, onderzoeksleider aan de Hogeschool Gent, Departement Toegepaste Ingenieurswetenschappen en docent aan de Hogeschool WenK, Departement Sint-Lucas Gent/Brussel.
    Erik Buyst is professor economie aan het Departement Economie van de KULeuven.
    Alle auteurs zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte en Wonen, Steunpunt voor Beleidsrelevant Onderzoek 2007-2011.
    www.steunpuntruimteenwonen.be

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Education through art. Kunst- en cultuureducatie als motor van leren

     21,60
    De verwachtingen die pedagogen stellen in de didactische waarde van creativiteit zijn de voorbije decennia sterk toegenomen. Kunst en kunstonderwijs worden steeds meer gezien als een middel tot integratie, beschaving, verfijning en morele opvoeding. De kunst zou op die manier leiden naar een ethisch leven en de deur openen naar wat ''waar, schoon en goed'' is.
    Education through art onderzoekt de waarde van kunstonderwijs als pedagogisch model. Kunnen kunst- en cultuureducatie een motor zijn van breed leren? Bieden kunst en cultuur aan kinderen en jongeren garanties voor een brede humane vorming die excessen uitsluit? Kan, met andere woorden, esthetica tot ethica leiden?
    Deze vragen worden in dit boek vanuit heel uiteenlopende invalshoeken beantwoord. Dat zorgt er niet alleen voor dat alle facetten van het kunstonderwijs worden behandeld, maar ook dat dit boek een volledig en actueel overzicht biedt van de status en de problemen van deze onderwijstak.

    Brigitte Dekeyzer is doctor in de kunstwetenschappen en als onderzoekster gespecialiseerd in kunstpedagogie.
    Ze is docente kunstwetenschappen aan de K.U.Leuven en leidt aan die universiteit de studiebegeleidingsdienst van de Faculteit Letteren.

    Quick View

    Education through art. Kunst- en cultuureducatie als motor van leren

     21,60
    De verwachtingen die pedagogen stellen in de didactische waarde van creativiteit zijn de voorbije decennia sterk toegenomen. Kunst en kunstonderwijs worden steeds meer gezien als een middel tot integratie, beschaving, verfijning en morele opvoeding. De kunst zou op die manier leiden naar een ethisch leven en de deur openen naar wat ''waar, schoon en goed'' is.
    Education through art onderzoekt de waarde van kunstonderwijs als pedagogisch model. Kunnen kunst- en cultuureducatie een motor zijn van breed leren? Bieden kunst en cultuur aan kinderen en jongeren garanties voor een brede humane vorming die excessen uitsluit? Kan, met andere woorden, esthetica tot ethica leiden?
    Deze vragen worden in dit boek vanuit heel uiteenlopende invalshoeken beantwoord. Dat zorgt er niet alleen voor dat alle facetten van het kunstonderwijs worden behandeld, maar ook dat dit boek een volledig en actueel overzicht biedt van de status en de problemen van deze onderwijstak.

    Brigitte Dekeyzer is doctor in de kunstwetenschappen en als onderzoekster gespecialiseerd in kunstpedagogie.
    Ze is docente kunstwetenschappen aan de K.U.Leuven en leidt aan die universiteit de studiebegeleidingsdienst van de Faculteit Letteren.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Experts du vécu en matière de pauvreté et d’exclusion sociale

     18,10
    Le projet Experts du vecu en matiere de pauvrete sociale a ete decide par le conseil des ministres du gouvernement federal Belge en 2004 et lance en 2005 par le SPP - Integration Sociale, avec le soutien du Fonds Social Europeen. Le Secretaire d'Etat a l'integration sociale et a la lutte contre la pauvrete, monsieur Philippe Courard, assure son soutien a ce projet et fait de cette initiative, une bonne pratique pour la Belgique federale et une bonne prastique pour l'Europe.

    Cette nouvelle methodologie developpe, au sein des services publics federaux belges, une nouvelle fonction chargee de reduire les fosses separant l'administration des personnes en situation de pauvrete, en suscitant des pratique plus adaptees a ces usagers et en renforcant l'acces de ceux-ci a leurs droits.

    Quick View

    Experts du vécu en matière de pauvreté et d’exclusion sociale

     18,10
    Le projet Experts du vecu en matiere de pauvrete sociale a ete decide par le conseil des ministres du gouvernement federal Belge en 2004 et lance en 2005 par le SPP - Integration Sociale, avec le soutien du Fonds Social Europeen. Le Secretaire d'Etat a l'integration sociale et a la lutte contre la pauvrete, monsieur Philippe Courard, assure son soutien a ce projet et fait de cette initiative, une bonne pratique pour la Belgique federale et une bonne prastique pour l'Europe.

    Cette nouvelle methodologie developpe, au sein des services publics federaux belges, une nouvelle fonction chargee de reduire les fosses separant l'administration des personnes en situation de pauvrete, en suscitant des pratique plus adaptees a ces usagers et en renforcant l'acces de ceux-ci a leurs droits.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting. Pioniers van innovatie in de Belgische Federale Openbare Diensten

     18,00
    Het project Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting, goedgekeurd door de Ministerraad van de Belgische federale regering, op voorstel van Marie Arena en in 2005, met de steun van het Europees Sociaal Fonds, gelanceerd door haar administratie, de pod Maatschappelijke Integratie, heeft als doel om binnen de Belgische federale overheidsdiensten een nieuwe functie te ontwikkelen die de kloof moet dichten tussen de administratie en de personen die in armoede leven, praktijken te ontwikkelen die beter aangepast zijn aan deze gebruikers en de toegang van deze personen tot hun rechten te verbeteren.

    Aangezien zij in hun leven zelf armoede hebben ervaren, wordt deze nieuwe soort experts opgeleid en geïntegreerd in verschillende diensten om wijzigingen ‘van binnen’ aan te moedigen. Hun taken zijn zeer verscheiden, zijn bedoeld om de realiteiten op het terrein, die elke dienst ervaart, zo dicht mogelijk op elkaar af te stemmen en spitsen zich toe op vijf sleutelassen: het onthaal van het doelpubliek verbeteren, het te begeleiden in zijn stappen binnen en buiten de dienst, aanpassingen voorstellen en bijdragen tot de invoering van de voorgestelde wijzigingen, aanzetten tot interdepartementale medewerking rond het transversale thema van de armoedebestrijding en, tenslotte, de verwachtingen en noden van het doelpubliek doorsturen naar het politieke niveau.

    Deze publicatie, die gezamenlijk werd opgesteld door panel - Centre d’étude des dynamiques sociales – van de Ulg en oases – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad – van de Universiteit Antwerpen, nodigt jullie uit om, via de voorstelling van tien gevallen door ervaringsdeskundigen in negen verschillende diensten, dit project concreet te ontdekken door aan te tonen hoe het effectief erin slaagt talrijke structurele innovaties te ontwikkelen en bij te dragen aan het cruciale thema van de armoedebestrijding in een zeer gevarieerde professionele context.

    Quick View

    Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting. Pioniers van innovatie in de Belgische Federale Openbare Diensten

     18,00
    Het project Ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting, goedgekeurd door de Ministerraad van de Belgische federale regering, op voorstel van Marie Arena en in 2005, met de steun van het Europees Sociaal Fonds, gelanceerd door haar administratie, de pod Maatschappelijke Integratie, heeft als doel om binnen de Belgische federale overheidsdiensten een nieuwe functie te ontwikkelen die de kloof moet dichten tussen de administratie en de personen die in armoede leven, praktijken te ontwikkelen die beter aangepast zijn aan deze gebruikers en de toegang van deze personen tot hun rechten te verbeteren.

    Aangezien zij in hun leven zelf armoede hebben ervaren, wordt deze nieuwe soort experts opgeleid en geïntegreerd in verschillende diensten om wijzigingen ‘van binnen’ aan te moedigen. Hun taken zijn zeer verscheiden, zijn bedoeld om de realiteiten op het terrein, die elke dienst ervaart, zo dicht mogelijk op elkaar af te stemmen en spitsen zich toe op vijf sleutelassen: het onthaal van het doelpubliek verbeteren, het te begeleiden in zijn stappen binnen en buiten de dienst, aanpassingen voorstellen en bijdragen tot de invoering van de voorgestelde wijzigingen, aanzetten tot interdepartementale medewerking rond het transversale thema van de armoedebestrijding en, tenslotte, de verwachtingen en noden van het doelpubliek doorsturen naar het politieke niveau.

    Deze publicatie, die gezamenlijk werd opgesteld door panel - Centre d’étude des dynamiques sociales – van de Ulg en oases – Onderzoeksgroep Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad – van de Universiteit Antwerpen, nodigt jullie uit om, via de voorstelling van tien gevallen door ervaringsdeskundigen in negen verschillende diensten, dit project concreet te ontdekken door aan te tonen hoe het effectief erin slaagt talrijke structurele innovaties te ontwikkelen en bij te dragen aan het cruciale thema van de armoedebestrijding in een zeer gevarieerde professionele context.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×