Het wordende denken (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 3)
De wereld verandert. In elk geval wordt de wereld kleiner en hebben wereldburgers (in)direct meer met elkaar te maken. Media leveren 24 uur per dag informatie aan die de wereldburger voortdurend confronteert met wat zijn naaste meemaakt, van honger tot verlies, van genot tot megawinst. De wereldburger is, meestal ondanks zichzelf, partij geworden in de levens van naasten zonder dat hij ze ‘kent’. Noch het establishment, noch de familie, noch de politieke elite, noch het economisch gewin kunnen de wereldburger ervan ontslaan zijn eigen antwoord te formuleren op kwesties waarin hij rechtstreeks betrokken is als ingezetene van een land in oorlog, honger, welvaart, crisis of als lid van een familie in conflict … Dit gegeven legt een onmiskenbare druk op de kwaliteit van communicatie. Hoe communiceren wij? Wat zeggen wij aan wie veraf is, aan wie dichtbij staat? Hoe zien wij de ander? Welke eisen leggen we onszelf op en hoe staat dit in verhouding tot een relatie met de ander? Als het andere voortdurend op onze huid zit, hoe denken we het andere?
De relevantie van de artikelen in deze publicatie – voortgekomen uit een praktijk van gespreksvoering – ligt vooral in de kwestie van verantwoordelijkheid die steeds opnieuw besproken en belicht wordt. Wat betekent ‘antwoorden’, hoe verloopt dit in de communicatie en welke feitelijke, morele en emotionele omstandigheden hebben invloed op of ‘het antwoordende oordeel’ wel of niet gebeurt?
Leo Beyers (1933-2012) was acteur, regisseur en filosoof. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werkte hij op jonge leeftijd als slagersjongen. Vanaf zijn 24ste maakte hij de overstap naar het theater. Na het conservatorium in Antwerpen en Studio Herman Teirlinck volgde een carrière als toneel-, televisie- en filmacteur, (opera)regisseur en docent. Begin jaren zeventig gaf hij gedurende een korte periode leiding aan De Nieuwe Komedie in Den Haag. In 1981 moest hij vanwege zijn gezondheid een punt zetten achter zijn theatercarrière. Dit was tevens het moment waarop hij zijn dramaturgische blik op de filosofie integreerde in zijn werk. Leo Beyers was de inspirator van Campus Gelbergen, voorheen Academie Leo Beyers voor Kunsten en Leefwetenschappen (1995-2010). Zijn communicatieanalyse-onderzoek vormde de inhoudelijke basis voor de Campus. Beyers’ expertise is terug te vinden in de filosofie, drama en analyse van hoe? en waarom zo? wij communiceren.
Het wordende denken (Cahiers Campus Gelbergen Nr. 3)
De wereld verandert. In elk geval wordt de wereld kleiner en hebben wereldburgers (in)direct meer met elkaar te maken. Media leveren 24 uur per dag informatie aan die de wereldburger voortdurend confronteert met wat zijn naaste meemaakt, van honger tot verlies, van genot tot megawinst. De wereldburger is, meestal ondanks zichzelf, partij geworden in de levens van naasten zonder dat hij ze ‘kent’. Noch het establishment, noch de familie, noch de politieke elite, noch het economisch gewin kunnen de wereldburger ervan ontslaan zijn eigen antwoord te formuleren op kwesties waarin hij rechtstreeks betrokken is als ingezetene van een land in oorlog, honger, welvaart, crisis of als lid van een familie in conflict … Dit gegeven legt een onmiskenbare druk op de kwaliteit van communicatie. Hoe communiceren wij? Wat zeggen wij aan wie veraf is, aan wie dichtbij staat? Hoe zien wij de ander? Welke eisen leggen we onszelf op en hoe staat dit in verhouding tot een relatie met de ander? Als het andere voortdurend op onze huid zit, hoe denken we het andere?
De relevantie van de artikelen in deze publicatie – voortgekomen uit een praktijk van gespreksvoering – ligt vooral in de kwestie van verantwoordelijkheid die steeds opnieuw besproken en belicht wordt. Wat betekent ‘antwoorden’, hoe verloopt dit in de communicatie en welke feitelijke, morele en emotionele omstandigheden hebben invloed op of ‘het antwoordende oordeel’ wel of niet gebeurt?
Leo Beyers (1933-2012) was acteur, regisseur en filosoof. Vlak na de Tweede Wereldoorlog werkte hij op jonge leeftijd als slagersjongen. Vanaf zijn 24ste maakte hij de overstap naar het theater. Na het conservatorium in Antwerpen en Studio Herman Teirlinck volgde een carrière als toneel-, televisie- en filmacteur, (opera)regisseur en docent. Begin jaren zeventig gaf hij gedurende een korte periode leiding aan De Nieuwe Komedie in Den Haag. In 1981 moest hij vanwege zijn gezondheid een punt zetten achter zijn theatercarrière. Dit was tevens het moment waarop hij zijn dramaturgische blik op de filosofie integreerde in zijn werk. Leo Beyers was de inspirator van Campus Gelbergen, voorheen Academie Leo Beyers voor Kunsten en Leefwetenschappen (1995-2010). Zijn communicatieanalyse-onderzoek vormde de inhoudelijke basis voor de Campus. Beyers’ expertise is terug te vinden in de filosofie, drama en analyse van hoe? en waarom zo? wij communiceren.
De Verlichting belicht
Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.
Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.
De Verlichting belicht
Minister van Staat Karel Poma (°1920) is een vrijdenker in hart en nieren. Hij brengt met zijn boek De Verlichting belicht een nieuwe versie uit van zijn in 2009 gepubliceerde De Verlichting, pijler van onze beschaving. Voor dit tweede boek schreef hij een aantal bijkomende hoofdstukken en vulde de bestaande hoofdstukken aan met nieuwe gegevens en gedachten. Met De Verlichting belicht wil Karel Poma vooral aantonen dat de Verlichting grote invloed heeft gehad op onze Europese en westerse beschaving, en aan de basis ligt van de parlementaire democratie en onze grondwettelijke vrijheden.
Karel Poma studeerde scheikunde. Hij was de eerste milieuminister in België en de eerste vrijzinnige Vlaamse minister van cultuur.
De geest van suburbia
Het model van een alleenstaande eigendomswoning met een tuin, een oprit en een garage, heeft de voorbije decennia in België, maar ook in tal van andere westerse landen, het woonpad van miljoenen mensen beïnvloed. Het model bleek bijzonder succesvol. Het was haalbaar voor een groeiende groep en de alternatieven waren veel minder aantrekkelijk. De neerslag van al die individuele woonprojecten bracht een ruimte tot stand die aangeduid kan worden als ‘suburbia’.
Suburbia is echter meer dan een door suburbanisatie tot stand gekomen tussenruimte die stad en platteland met elkaar verbindt. Suburbia is een verbeelde en gecontesteerde werkelijkheid met politieke implicaties. Ook in Vlaanderen zijn de meningen over suburbia verdeeld. Het is het ideale wonen voor een eerste groep, een symbool van maatschappelijke vooruitgang voor een tweede, typisch Vlaams voor een derde, een woonhel en een teken van hersendodend conformisme voor een volgende.
Suburbia is dus geen neutrale ruimte. Het zit volgepropt met betekenissen, verwachtingen en teleurstellingen. Individuele gezinnen op zoek naar een woning laten zich leiden door een bepaalde steekproef daaruit. Planners en beleidsmakers door een andere. Maar terwijl het suburbane woonmodel de voorbije decennia steeds is blijven bestaan, tekent het zich momenteel af tegen een volledig andere maatschappelijke en ruimtelijke context dan op het moment waarop het voor de eerste maal brede lagen van de bevolking ‘betoverde’. De welvaartsstaat herstructureert. De stad is ondertussen opnieuw aantrekkelijker geworden.
Maar hoe komt het dat het ideaal van suburbaan wonen zo krachtig was? En hoe sterk zal dat ideaal nog doorwerken in de toekomst?
De individuele woonpaden die dit boek bekijkt, laten zien hoe woonpaden in de afgelopen
vijftig jaar tot stand kwamen. Welke afwegingen werden er gemaakt? Welke idealen waren
doorslaggevend? Ze geven inzicht in de mate waarin bepaalde woonidealen, praktijken en
vaste overtuigingen doorwerken in de tijd. Hoe worden die aangepast, gekneed en doorgegeven
van generatie op generatie? Een analyse van woonpaden vertelt tegelijk ook iets over de
toekomst. En over de maakbaarheid ervan.
Bruno Meeus (dr. geografie) is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Architectuur,
KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. politieke en sociale wetenschappen) is als docent verbonden aan de Faculteit Architectuur, KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel en aan de Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen.
Bart Claessens (geograaf, ruimtelijk planner) was tijdens het onderzoek verbonden aan Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen. Hij is nu zaakvoerder van PMC - consultancy, management & investments.
De geest van suburbia
Het model van een alleenstaande eigendomswoning met een tuin, een oprit en een garage, heeft de voorbije decennia in België, maar ook in tal van andere westerse landen, het woonpad van miljoenen mensen beïnvloed. Het model bleek bijzonder succesvol. Het was haalbaar voor een groeiende groep en de alternatieven waren veel minder aantrekkelijk. De neerslag van al die individuele woonprojecten bracht een ruimte tot stand die aangeduid kan worden als ‘suburbia’.
Suburbia is echter meer dan een door suburbanisatie tot stand gekomen tussenruimte die stad en platteland met elkaar verbindt. Suburbia is een verbeelde en gecontesteerde werkelijkheid met politieke implicaties. Ook in Vlaanderen zijn de meningen over suburbia verdeeld. Het is het ideale wonen voor een eerste groep, een symbool van maatschappelijke vooruitgang voor een tweede, typisch Vlaams voor een derde, een woonhel en een teken van hersendodend conformisme voor een volgende.
Suburbia is dus geen neutrale ruimte. Het zit volgepropt met betekenissen, verwachtingen en teleurstellingen. Individuele gezinnen op zoek naar een woning laten zich leiden door een bepaalde steekproef daaruit. Planners en beleidsmakers door een andere. Maar terwijl het suburbane woonmodel de voorbije decennia steeds is blijven bestaan, tekent het zich momenteel af tegen een volledig andere maatschappelijke en ruimtelijke context dan op het moment waarop het voor de eerste maal brede lagen van de bevolking ‘betoverde’. De welvaartsstaat herstructureert. De stad is ondertussen opnieuw aantrekkelijker geworden.
Maar hoe komt het dat het ideaal van suburbaan wonen zo krachtig was? En hoe sterk zal dat ideaal nog doorwerken in de toekomst?
De individuele woonpaden die dit boek bekijkt, laten zien hoe woonpaden in de afgelopen
vijftig jaar tot stand kwamen. Welke afwegingen werden er gemaakt? Welke idealen waren
doorslaggevend? Ze geven inzicht in de mate waarin bepaalde woonidealen, praktijken en
vaste overtuigingen doorwerken in de tijd. Hoe worden die aangepast, gekneed en doorgegeven
van generatie op generatie? Een analyse van woonpaden vertelt tegelijk ook iets over de
toekomst. En over de maakbaarheid ervan.
Bruno Meeus (dr. geografie) is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Architectuur,
KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel.
Pascal De Decker (socioloog, ruimtelijk planner, dr. politieke en sociale wetenschappen) is als docent verbonden aan de Faculteit Architectuur, KU Leuven, campus LUCA Gent/Brussel en aan de Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen.
Bart Claessens (geograaf, ruimtelijk planner) was tijdens het onderzoek verbonden aan Hogeschool Gent, Departement Ingenieurswetenschappen. Hij is nu zaakvoerder van PMC - consultancy, management & investments.
Tussen ruis en storingen… De golflengte vinden in psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 6)
Met bijdragen van Paul Verhaeghe, Rudi Vermote, Lut De Rijdt, Margaret Rustin, Michael Rustin, Wim Vanmechelen en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is hoofdgeneesheer van het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is onder meer opleider aan het Postgraduaat Psychoanalytische Therapie van de KU Leuven.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Tussen ruis en storingen… De golflengte vinden in psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 6)
Met bijdragen van Paul Verhaeghe, Rudi Vermote, Lut De Rijdt, Margaret Rustin, Michael Rustin, Wim Vanmechelen en Mark Kinet.
Mark Kinet, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is hoofdgeneesheer van het Centrum voor Psychiatrie en Psychotherapie van de Kliniek Sint-Jozef in Pittem.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch therapeut, is onder meer opleider aan het Postgraduaat Psychoanalytische Therapie van de KU Leuven.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Hysterie en psychoanalyse. Springlevend ondanks onrustwekkende verdwijning (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 5)
In de open, anti-dogmatische geest die Jung zo voorstond, formuleren de auteurs een antwoord op deze vragen. Het resultaat is een boeiende caleidoscoop van theorieën en standpunten.
Jef Dehing is psychiater en psychoanalyticus. Hij is opleider bij de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en bij het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven. Hij heeft ook een privé-praktijk in Brussel.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Hysterie en psychoanalyse. Springlevend ondanks onrustwekkende verdwijning (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 5)
In de open, anti-dogmatische geest die Jung zo voorstond, formuleren de auteurs een antwoord op deze vragen. Het resultaat is een boeiende caleidoscoop van theorieën en standpunten.
Jef Dehing is psychiater en psychoanalyticus. Hij is opleider bij de Belgische School voor Jungiaanse Psychoanalyse en bij het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de KU Leuven. Hij heeft ook een privé-praktijk in Brussel.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)
Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.
Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.
Oost tegen west, noord tegen zuid. De wereldgeschiedenis vanaf 1950 (Vijfde geactualiseerde en vermeerderde druk) (Reeks Historama, nr. 4)
Bijna een halve eeuw werden de internationale relaties beheerst door de Koude Oorlog tussen twee concurrerende machtsblokken onder leiding van Washington en Moskou. Parallel met de rivaliteit tussen Oost en West groeide de kloof tussen Noord en Zuid, tussen de noordelijke industrielanden en hun grondstoffenleveranciers in het zuiden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie voorafgegaan door de implosie van het Oostblok — gesymboliseerd door de val van de Berlijnse Muur — veroorzaakten een kortstondige euforie in het Westen. Maar nadien kwam de wereldpolitiek in de ban van etnische, culturele en religieuze conflicten, wat tot chaos en onzekerheid leidde. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, probeerden met wisselende kansen de orde te herstellen. Aanvankelijk domineerden de Verenigde Staten politiek en militair de internationale scène. Na het verdwijnen van de ideologische verschillen leek de weg vrij voor een globalisering van de wereldeconomie. Maar het opkomen van landen als China, India en Brazilië, deed opnieuw rivaliteit ontstaan over de steeds schaarsere grondstoffen en energiebronnen. Het machtsmonopolie van Washington en het Westen werd daardoor aangetast.
Mark Van den Wijngaert is hoogleraar Hedendaagse Geschiedenis aan de KU Brussel. Herman De Prins is journalist, gespecialiseerd in buitenlandse politiek.
Buitengewoon gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (S.O.B.-Katernen, nr. 7)
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Buitengewoon gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (S.O.B.-Katernen, nr. 7)
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
Ziekenhuishygiëne. Beknopte praktijkgids
Dit boek biedt een antwoord op vele problemen. Het is ontstaan uit zijn jarenlange praktijkervaring in ziekenhuisinfectiebeheersing en de talrijke vragen van gezondheidsinspectie, patiënten en hun familie, gezondheidswerkers, ziekenhuizen,… Een tiental specialisten hebben de tekst becommentarieerd.
Het eerste deel is toelichting bij belangrijke begrippen, van Ao-waarde tot zwangere vrouwen. Daarna volgt een overzicht van voorzorgsmaatregelen bij infecties. Een derde deel somt de klinische syndromen of symptomen op waarbij best voorzorgsmaatregelen worden genomen tot de diagnose is gesteld.
Het boek is bedoeld voor medici en paramedici die te maken hebben met de zorg voor hygiëne in ziekenhuizen, woon- en zorgcentra, bij de thuiszorg, in de eerstelijnsgezondheid,…
Guido Demaiter studeerde Ziekenhuisverpleegkunde aan de KATHO in Kortrijk en Medisch-sociale wetenschappen en ziekenhuisbeleid, optie beleid en opleiding van de verpleegkunde, aan de KU Leuven. Daarnaast volgde hij de academische initiële lerarenopleiding. Hij is ziekenhuishygiënist in het Kortrijkse fusieziekenhuis AZ Groeninge.
