De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 5)
De ‘renaissance’ is een grote culturele beweging die ontstond in Italië in de veertiende en vijftiende eeuw. Zeker de aankomende zestiende eeuw gold als de ultieme eeuw van de ‘wedergeboorte’. Terwijl de term veelal met betrekking tot het artistieke milieu wordt gehanteerd, spreekt men in de evolutie van het denken en de geesteswetenschappen ook vaak van het parallelle ‘humanisme’. Het collectieve denken verschoof meer naar de kracht van het individu, het paradigma van het ‘godsbeeld’ zou plaatsmaken voor het ‘mensbeeld’, dat een universeel karakter moest uitstralen. De hierbij geformuleerde denkbeelden worden in dit cahier enigszins bijgesteld om de lezer zo tot nieuwe inzichten te bewegen.
De medische renaissance anders bekeken (1400-1600) kenmerkt zich door een steeds wederkerend spanningsveld tussen continuïteit en een soort van discontinuïteitsdenken. Als het ware een tweeopdeling. Enerzijds prescriptieve kennis, die vaak letterlijk werd overgeleverd en niet-zelden klakkeloos werd overgenomen. Anderzijds de propositionele kennis, die voortborduurde op nieuwe ideeën en kennis, niet-zelden ontleend uit empirie en een eerste aanzet tot wetenschappelijk experiment. Beide tendensen konden naast elkaar bestaan, maar raakten vaak in elkaar vervlochten. Deze these lijkt aannemelijker te zijn dan een strikte dichotomie op het spanningsveld te blijven verdedigen.
Aan de hand van de hier geformuleerde, onderbouwde hypothesen kan de lezer zijn eigen conclusies trekken. Afhankelijk van zijn achtergrond en intentie kunnen ze nogal uiteenlopend zijn. Dit lijkt ons echter veeleer een troef dan een ‘handicap’, temeer omdat op die manier het debat in de cultuur- en medische geschiedenis levendig blijft.
>> Intekenen op de reeks (20% korting op dit en alle toekomstige delen)
Dit boek bevat bijdragen van:
Dr. Maurits Biesbrouck,
Prof. em. dr. Ivo De Leeuw,
Prof. dr. Inge Fourneau,
Guy Gilias,
Dr. Theodoor Goddeeris,
Dr. Hans L. Houtzager,
Prof. em. dr. Omer Steeno,
Prof. em. dr. Raphael M.E. Suy,
Dr. Cornelis van Tilburg,
Aagje Van Cauwelaert en
Dr. Vincent Van Roy
De redactie was in handen van:
Prof. dr. Ivo De Leeuw, emeritus aan de universiteit Antwerpen, bekleedde verscheidene
wetenschappelijke functies op het gebied van de geneeskunde in onder
andere België, de VS en Groot-Brittannië. Hij is topgespecialiseerd in de medische
geschiedenis van grote Italiaanse families uit de renaissance. Hij publiceerde verschillende
artikelen en boeken.
Dr. Cornelis van Tilburg, classicus, is verbonden
aan de Universiteit Leiden. Hij publiceerde onder meer over verkeer en stadshygiëne
in het Romeinse Rijk en is eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van
de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Dr. Vincent Van Roy, historicus, specialiseert
zich in allerlei medisch-historische onderwerpen, geschiedenis van lichaam
en geest en hospitaalgeschiedenis. In die hoedanigheid fungeert hij ook als secretaris
van de vereniging Hospitium en is hij redactiecoördinator van de cahierreeks
Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Leren met beelden
Beelden. In onze huidige maatschappij kun je er niet naast kijken. “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”, zegt men weleens en deze stelling is vandaag meer dan ooit waar. Nog nooit werden kinderen geconfronteerd met zoveel verschillende schermen en media. Nog nooit hadden ze zelf zo vlot toegang tot fotocamera’s, via hun smartphones, tablets of compact camera’s. En kinderen en jongeren hebben dit zeer goed begrepen: ze maken en delen foto’s dat het een lieve lust is. Ze communiceren met emoticons en selfies. Beeldgebaseerde platforms als Instagram of YouTube, zijn nog nooit zo populair geweest. Kinderen zijn niet langer enkel consument maar ook producent van beelden. Beelden zijn een communicatiemiddel op zich geworden. Ze zijn een echte taal en het is de rol van onder andere het onderwijs om kinderen ook die taal (beter) te leren spreken.
Dit boek is een hulpmiddel om kinderen zelf goede beelden te leren maken. Beelden die precies datgene vertellen wat we willen dat ze vertellen. Om kinderen te leren kijken naar beelden en hoe ze juist te interpreteren. Om beelden niet gewoon te consumeren en voor ‘waar’ aan te nemen. Maar vooral om kinderen te leren hoe met beelden te communiceren. Als leerkracht hoef je geen amateurfotograaf te zijn om dit boek te gebruiken. De uitgewerkte methodieken zorgen ervoor dat kinderen stap voor stap een leerproces doorlopen om de nodige kennis en vaardigheden op te bouwen. Bovendien krijg je heel wat achtergrondinformatie én inspiratie om de methodieken in diverse vakken in te zetten om de lessen te verrijken. Want beeldtaal is een taal, net zoals woorden dat zijn. Een taal die per definitie vakoverschrijdend werkt. Door beelden te integreren in een vakoverschrijdende aanpak, zul je merken dat de leerwinst bij de leerlingen stijgt.
Evy Raes is fotograaf en gedreven door de nieuwe mogelijkheden van beelden in onze (technologische)
maatschappij. Ze maakte naam met de fotoreeks Kom Binnen! en ze toont leraren hoe kinderen
kunnen leren met beelden.
Nel Broothaerts is pedagoge en gespecialiseerd in het uitwerken van educatie-, informatie- en communicatiemateriaal
voor kinderen, jongeren, ouders en professionelen die met hen aan de slag gaan.
Leren met beelden
Beelden. In onze huidige maatschappij kun je er niet naast kijken. “Een beeld zegt meer dan duizend woorden”, zegt men weleens en deze stelling is vandaag meer dan ooit waar. Nog nooit werden kinderen geconfronteerd met zoveel verschillende schermen en media. Nog nooit hadden ze zelf zo vlot toegang tot fotocamera’s, via hun smartphones, tablets of compact camera’s. En kinderen en jongeren hebben dit zeer goed begrepen: ze maken en delen foto’s dat het een lieve lust is. Ze communiceren met emoticons en selfies. Beeldgebaseerde platforms als Instagram of YouTube, zijn nog nooit zo populair geweest. Kinderen zijn niet langer enkel consument maar ook producent van beelden. Beelden zijn een communicatiemiddel op zich geworden. Ze zijn een echte taal en het is de rol van onder andere het onderwijs om kinderen ook die taal (beter) te leren spreken.
Dit boek is een hulpmiddel om kinderen zelf goede beelden te leren maken. Beelden die precies datgene vertellen wat we willen dat ze vertellen. Om kinderen te leren kijken naar beelden en hoe ze juist te interpreteren. Om beelden niet gewoon te consumeren en voor ‘waar’ aan te nemen. Maar vooral om kinderen te leren hoe met beelden te communiceren. Als leerkracht hoef je geen amateurfotograaf te zijn om dit boek te gebruiken. De uitgewerkte methodieken zorgen ervoor dat kinderen stap voor stap een leerproces doorlopen om de nodige kennis en vaardigheden op te bouwen. Bovendien krijg je heel wat achtergrondinformatie én inspiratie om de methodieken in diverse vakken in te zetten om de lessen te verrijken. Want beeldtaal is een taal, net zoals woorden dat zijn. Een taal die per definitie vakoverschrijdend werkt. Door beelden te integreren in een vakoverschrijdende aanpak, zul je merken dat de leerwinst bij de leerlingen stijgt.
Evy Raes is fotograaf en gedreven door de nieuwe mogelijkheden van beelden in onze (technologische)
maatschappij. Ze maakte naam met de fotoreeks Kom Binnen! en ze toont leraren hoe kinderen
kunnen leren met beelden.
Nel Broothaerts is pedagoge en gespecialiseerd in het uitwerken van educatie-, informatie- en communicatiemateriaal
voor kinderen, jongeren, ouders en professionelen die met hen aan de slag gaan.
ToM-basistraining. Werkboek
Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!
Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?
Tijdens de training ga je leren:
- om met elkaar samen te werken,
- om naar elkaar te luisteren,
- wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
- beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.
Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.
Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.
Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.
ToM-basistraining. Werkboek
Wat leuk dat je meedoet met de ToM-basistraining!
Tijdens de training ga je natuurlijk eerst kennismaken met je trainers en je groepsgenoten. Misschien ken je ze al wel. Maar ken je ze ook goed? Weet je wat ze denken of voelen?
Tijdens de training ga je leren:
- om met elkaar samen te werken,
- om naar elkaar te luisteren,
- wat emoties zijn en hoe je die kunt herkennen bij jezelf, maar vooral ook bij anderen.
- beter te begrijpen dat andere mensen ook denken, voelen of iets willen en dat dit lang niet altijd hetzelfde is als wat jij denkt, voelt of wilt.
Het is belangrijk dat je met plezier naar de training gaat. Daarom zul je veel leren door middel van spelletjes en leuke oefeningen. Soms krijg je ook werk mee naar huis. Geen moeilijk huiswerk, maar het zal je helpen om de dingen die je bij de training hoort en leert beter te onthouden.
Vraag maar aan je familie, groepsleiding, juf of meester of ze je een beetje kunnen helpen. Dan weten zij ook meteen wat jij bij de training allemaal leert.
Mirjam van Campen-Hoekstra is al jaren werkzaam in het ZMLK-onderwijs. Zij heeft veel ervaring in het werken met leerlingen met een verstandelijke beperking, vaak in combinatie met een stoornis in het autistisch spectrum. Zij heeft op grond van haar jarenlange praktijkervaringen de methode van dr. P. Steerneman bewerkt tot een handzaam instrument.
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
De bedrieger bedrogen (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 3)
Dromen doen we altijd, overal en allemaal. We dromen overdag, we dromen ’s nachts en in zekere zin ligt de droom zelfs als een verzonken continent achter en onder ons wakend leven. Gewoonlijk weten we wel dat we dromen maar dikwijls weten we niet wat we dromen. Of we willen het niet geweten hebben.
Volgens sommigen is een ietwat provocatieve definitie van normaliteit iemand die denkt dat dromen helemaal geen betekenis hebben. Alleszins doet de droom veel vervagen van wat in de werkelijkheid (?) onderscheiden wordt. Zo bijvoorbeeld het verschil tussen ziek en gezond. We dromen immers allemaal neurotische, psychotische en/of perverse dromen. Dromen zetten zodoende het verschil tussen normaal en abnormaal op losse schroeven.
En hoeveel misdaden hebben we in onze dromen al niet gepleegd? Is het wel terecht dat we op vrije voet zijn? Horen we niet veeleer thuis in de gevangenis? En zijn onze dromen niet stuk voor stuk kunstwerken waaruit blijkt dat er een ongekende goddelijke Schepper huist in het diepst van onze gedachten? Kunnen vele culturele creaties omgekeerd dan ook niet als een droom gelezen en geïnterpreteerd worden?
In dit boek worden dromen in psychoanalyse en cultuur onder de loep gehouden door een brede schare van Vlaamse en Nederlandse contribuanten uit de klinische, culturele en/of filosofische wereld. Resultaat is een waaier van perspectieven waarvan gehoopt wordt dat ze de dromen van lezers helpen te meubileren en het bekijken en beluisteren van artefacten helpen verbreden en verdiepen.
Met bijdragen van Marc De Kesel, Marc Hebbrecht, Sjef Houppermans, Mileen Janssens, Joannes Késenne, Mark Kinet, Corine Kisling, Tinka Prast, Leo Ruelens, Walter Schönau, Rico Sneller, Trees Traversier, Ludi Van Bouwel, Paul Verhuyck, Marc Verminck en Peter Verstraten.
Sjef Houppermans is universitair hoofddocent Moderne letterkunde aan de Universiteit Leiden, redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse en voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur.
Marc De Kesel doceert aan de Arteveldhogeschool in Gent en is senioronderzoeker aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen. Hij is bestuurslid van de Stichting.
Mark Kinet is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is verbonden aan de Sint-Jozefkliniek in Pittem en voert een zelfstandige psychoanalytische praktijk in Gent.
"Alle bijdragen zijn zeer de moeite waard gelezen te worden en zet de lezer aan het denken"MGv (jrg. 68, nr. 4, blz. 190)
Reeks: Psychoanalyse en Cultuur
Nr. 1: Spreken, zwijgen, ... schrijven. Psychoanalyse en taal
P. Verstraten, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 2: Het nieuwe onbehagen in de cultuur
M. Kinet, M. De Kesel & S. Houppermans (Red.)
Nr. 3: De bedrieger bedrogen
S. Houppermans, M. Kinet & M. De Kesel(Red.)
Nr. 4: For your pleasure? Psychoanalyse over esthetisch genot.
Mark Kinet, Marc De Kesel & Sjef Houppermans (Red.)
Voor de publicaties sinds 1990 zie www.stichtingpsychoanalyseencultuur.eu
Navigeren in de sociale wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 20)
Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.
Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.
Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.
Navigeren in de sociale wereld (Fontys-OSO-Reeks, nr. 20)
Een normale tot randnormale begaafdheid biedt aanknopingspunten om beter te leren functioneren in het alledaagse leven. In dit boek expliciteert de auteur op een cognitieve manier wat voor neurotypische mensen vanzelfsprekend is: gezichtsuitdrukkingen bij emoties, beurtwisselingen in gesprekken, hulp vragen en hulp aanbieden, met wie je wel privé-gevoelens deelt en met wie niet. Vanuit deze kennis leren kinderen en volwassenen stapje voor stapje, door reflectie en experimenteren, om zich meer op hun gemak te voelen in die vreemde wereld van de ‘gewone mensen’.
Het boek biedt een zorgvuldig opgebouwd leerplan met concrete oefeningen en aanwijzingen, zowel voor kinderen en volwassenen met autismespectrumstoornissen als voor hun ouders en begeleiders.
Jeanette L. McAfee was pediater in onder meer het Children’s Hospital in Oakland. Ze wijdt zich nu geheel aan de begeleiding van een dochter met Aspergersyndroom en specialiseert zich in autismespectrumstoornissen.
Dat is toch zo. Unieke ervaring: beleving van autisme door film en tekst.
‘Mag ik bij u langskomen, want eindelijk heb ik een filmpje gemaakt, waardoor ik kan laten zien hoe ik met mijn autisme naar de wereld en de mensen kijk’.
Deborah, een jonge vrouw met autisme, heeft haar beleving van autisme gefilmd. Drie korte films met veel indrukken, details, andere overgangen, beelden en geluiden waar ogen en oren tekort schieten. Zoveel beeld en geluid in zo weinig seconden. De beelden roepen vragen op: beleef je de wereld echt zo snel, waarom ben je gericht op glinsterende dingen, wat doe je als je te veel prikkels ervaart, wat doe je bij zoveel angst?
Deze vragen zijn aan Deborah gesteld en geven inzicht in de wereld van haar autisme. Bij de filmpjes zijn aanvullende teksten geschreven en door Deborah cartoons getekend om de beelden en tekst te verduidelijken en soms te linken aan de theorie. Waar de tekst en beelden daartoe aanleiding geven, zijn discussievragen toegevoegd. Het boek is het resultaat van een boeiende en betrokken samenwerking tussen ervaringsdeskundige en professional.
De filmpjes en de tekst zijn op verschillende manieren te gebruiken: eerst en vooral voor elke kijker-lezer om te genieten, te ervaren en te beleven; voor ouders, begeleiders en hulpverleners om te ervaren, te herkennen en te begrijpen: voor mensen met een autismespectrumstoornis om eigen ervaringen te vergelijken met die van Deborah; voor professionals om met elkaar de beelden te analyseren, te bespreken en handvatten voor de praktijk te ontwikkelen.
"intense onderdompeling in de wereld van iemand met autisme"
Signaal, nr. 86, blz. 79
Deborah van Arragon is een jonge vrouw van 22 jaar met autisme.
Ze heeft een vakopleiding restauratie en decoratie genoten en volgt
momenteel kunstacademie.
Gerda Bastiaan, MaNP, werkt als autismesteunpuntfunctionaris en
ambulant begeleider in het speciaal onderwijs en als verpleegkundig
specialist GGZ binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Beide auteurs
kennen elkaar van de basisschool.
Dat is toch zo. Unieke ervaring: beleving van autisme door film en tekst.
‘Mag ik bij u langskomen, want eindelijk heb ik een filmpje gemaakt, waardoor ik kan laten zien hoe ik met mijn autisme naar de wereld en de mensen kijk’.
Deborah, een jonge vrouw met autisme, heeft haar beleving van autisme gefilmd. Drie korte films met veel indrukken, details, andere overgangen, beelden en geluiden waar ogen en oren tekort schieten. Zoveel beeld en geluid in zo weinig seconden. De beelden roepen vragen op: beleef je de wereld echt zo snel, waarom ben je gericht op glinsterende dingen, wat doe je als je te veel prikkels ervaart, wat doe je bij zoveel angst?
Deze vragen zijn aan Deborah gesteld en geven inzicht in de wereld van haar autisme. Bij de filmpjes zijn aanvullende teksten geschreven en door Deborah cartoons getekend om de beelden en tekst te verduidelijken en soms te linken aan de theorie. Waar de tekst en beelden daartoe aanleiding geven, zijn discussievragen toegevoegd. Het boek is het resultaat van een boeiende en betrokken samenwerking tussen ervaringsdeskundige en professional.
De filmpjes en de tekst zijn op verschillende manieren te gebruiken: eerst en vooral voor elke kijker-lezer om te genieten, te ervaren en te beleven; voor ouders, begeleiders en hulpverleners om te ervaren, te herkennen en te begrijpen: voor mensen met een autismespectrumstoornis om eigen ervaringen te vergelijken met die van Deborah; voor professionals om met elkaar de beelden te analyseren, te bespreken en handvatten voor de praktijk te ontwikkelen.
"intense onderdompeling in de wereld van iemand met autisme"
Signaal, nr. 86, blz. 79
Deborah van Arragon is een jonge vrouw van 22 jaar met autisme.
Ze heeft een vakopleiding restauratie en decoratie genoten en volgt
momenteel kunstacademie.
Gerda Bastiaan, MaNP, werkt als autismesteunpuntfunctionaris en
ambulant begeleider in het speciaal onderwijs en als verpleegkundig
specialist GGZ binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie. Beide auteurs
kennen elkaar van de basisschool.
Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie
Rizsas is een schoolvervangend dagcentrum in Wezemaal. Rizsas voert een pedagogische praktijk die ‘werkt’, zelfs voor jongeren die op geen enkele school nog welkom zijn.
Leer(r)echt heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betreft het een engagement om ook voor de meest kwetsbare jongeren het recht op leren blijvend te garanderen. Er bestaan immers geen ‘onschoolbare’ jongeren, enkel eindige schoolsystemen. Anderzijds gaat het om een andere visie op leren. Het gaat over de groei en de ontwikkeling van de jongere in relatie met een gepassioneerde andere, door een ervaring of activiteit die voor de jongere zelf de moeite waard is.
Het louter psychologiseren van wat er met de jongere aan de hand is, wordt bij Rizsas vermeden. Deze actueel overheersende benadering focust immers op het tekort, leidt vaak tot reducerende diagnoses, vergroot het risico op een standaardbehandeling en legitimeert de schijnbare eindigheid van een schoolsysteem. In de werking van Rizsas is de institutionele pedagogie een inspiratiebron en bezielende kracht. Ze staat voor het samen maken en dragen van een geheel waarin ieder met zijn bijzonderheden een eigen plaats kan vinden. De nadruk ligt op de instituten, die tussen alle deelnemers staan en het samenzijn vormgeven, niet op de jongere en zijn problematiek. Het werken met de jongeren gebeurt onrechtstreeks. Het is een visie die werkt bij de organisatie van leefgroepen in residentiële centra en wellicht toepasbaar is in vele andere pedagogische contexten die het samenleven centraal stellen.
Dit boek brengt verhalen, getuigenissen en reflecties van de mensen die dagelijks
Rizsas (mee)maken. Ze worden aangevuld met diverse theoretische bijdragen van
professoren, beleidsmakers en een kunstenaar. Zo wordt duidelijk wat er zich afspeelt
op Rizsas en waartoe deze bevrijdende pedagogie kan leiden.
Koen Elsen (°1955) is maatschappelijk
werker die na een gevarieerde
loopbaan o.a. als ondernemer, ongeveer
10 jaar geleden startte als
vrijwillige opvoeder in De Wissel
een open voorziening voor Bijzondere
Jeugdbijstand voor meisjes te Leuven. Hij is
momenteel voltijds begeleider en coördinator op
Rizsas/Centrum Molenmoes en werkt vanuit deze
positie mee aan de uitbouw en de werking van het
Netwerk Leerrecht Vlaams-Brabant’.
Laurent Thys (°1948) is pedagoog.
Na een loopbaan als wetenschappelijk
onderzoeker, PMS-begeleider
en CLB-directeur engageerde hij
zich in verschillende pedagogische
projecten ten behoeve van de meest
kwetsbare kinderen en jongeren.
Laurent stond mee aan de wieg van
het Netwerk Leerrecht Vlaams Brabant
en coördineerde het Ris-K project van het LOP
SO Leuven (Ris-K = Risicosituatie op school (uitval)
positief doen kantelen). Sedert vorig jaar is hij actief
als vrijwilligers op Rizsas.
Luc Deneffe (°1962) was als economist
verschillende jaren werkzaam
in het bankwezen tot hij besliste
zijn actieterrein te verleggen naar
de Bijzondere Jeugdzorg. Hij werd
directeur van de vzw De Wissel en
lag van daar uit mee aan de basis
van innoverende projecten in de
Jeugdzorg, waaronder dus ook Rizsas.
Luc is momenteel voorzitter van het netwerk
van CANO-voorzieningen in Vlaanderen en van het
Platform Bijzonder Jeugdbijstand Vlaams-Brabant.
Leer(r)echt in Rizsas. Institutionele pedagogie (IP). Praktijk en reflectie
Rizsas is een schoolvervangend dagcentrum in Wezemaal. Rizsas voert een pedagogische praktijk die ‘werkt’, zelfs voor jongeren die op geen enkele school nog welkom zijn.
Leer(r)echt heeft een dubbele betekenis. Enerzijds betreft het een engagement om ook voor de meest kwetsbare jongeren het recht op leren blijvend te garanderen. Er bestaan immers geen ‘onschoolbare’ jongeren, enkel eindige schoolsystemen. Anderzijds gaat het om een andere visie op leren. Het gaat over de groei en de ontwikkeling van de jongere in relatie met een gepassioneerde andere, door een ervaring of activiteit die voor de jongere zelf de moeite waard is.
Het louter psychologiseren van wat er met de jongere aan de hand is, wordt bij Rizsas vermeden. Deze actueel overheersende benadering focust immers op het tekort, leidt vaak tot reducerende diagnoses, vergroot het risico op een standaardbehandeling en legitimeert de schijnbare eindigheid van een schoolsysteem. In de werking van Rizsas is de institutionele pedagogie een inspiratiebron en bezielende kracht. Ze staat voor het samen maken en dragen van een geheel waarin ieder met zijn bijzonderheden een eigen plaats kan vinden. De nadruk ligt op de instituten, die tussen alle deelnemers staan en het samenzijn vormgeven, niet op de jongere en zijn problematiek. Het werken met de jongeren gebeurt onrechtstreeks. Het is een visie die werkt bij de organisatie van leefgroepen in residentiële centra en wellicht toepasbaar is in vele andere pedagogische contexten die het samenleven centraal stellen.
Dit boek brengt verhalen, getuigenissen en reflecties van de mensen die dagelijks
Rizsas (mee)maken. Ze worden aangevuld met diverse theoretische bijdragen van
professoren, beleidsmakers en een kunstenaar. Zo wordt duidelijk wat er zich afspeelt
op Rizsas en waartoe deze bevrijdende pedagogie kan leiden.
Koen Elsen (°1955) is maatschappelijk
werker die na een gevarieerde
loopbaan o.a. als ondernemer, ongeveer
10 jaar geleden startte als
vrijwillige opvoeder in De Wissel
een open voorziening voor Bijzondere
Jeugdbijstand voor meisjes te Leuven. Hij is
momenteel voltijds begeleider en coördinator op
Rizsas/Centrum Molenmoes en werkt vanuit deze
positie mee aan de uitbouw en de werking van het
Netwerk Leerrecht Vlaams-Brabant’.
Laurent Thys (°1948) is pedagoog.
Na een loopbaan als wetenschappelijk
onderzoeker, PMS-begeleider
en CLB-directeur engageerde hij
zich in verschillende pedagogische
projecten ten behoeve van de meest
kwetsbare kinderen en jongeren.
Laurent stond mee aan de wieg van
het Netwerk Leerrecht Vlaams Brabant
en coördineerde het Ris-K project van het LOP
SO Leuven (Ris-K = Risicosituatie op school (uitval)
positief doen kantelen). Sedert vorig jaar is hij actief
als vrijwilligers op Rizsas.
Luc Deneffe (°1962) was als economist
verschillende jaren werkzaam
in het bankwezen tot hij besliste
zijn actieterrein te verleggen naar
de Bijzondere Jeugdzorg. Hij werd
directeur van de vzw De Wissel en
lag van daar uit mee aan de basis
van innoverende projecten in de
Jeugdzorg, waaronder dus ook Rizsas.
Luc is momenteel voorzitter van het netwerk
van CANO-voorzieningen in Vlaanderen en van het
Platform Bijzonder Jeugdbijstand Vlaams-Brabant.
Hoe vrij is de markt zonder (spirituele) grenzen ?
Ethische en ecologische reflecties zijn aan een verdere verdieping toe met vragen als: hoe willen we leven, nu en straks? Hoe moet het bedrijfsleven er dan uit zien? Wie heeft wel en wie geen toegang tot kennis, industrie en welvaart? En in welke verhouding staat dat alles tot het algemeen welzijn, tot menselijk geluk?
Suzan Langenberg en Wim Vandekerckhove zijn bestuurslid van het Vlaams Netwerk voor Zakenethiek en zijn beide actief in zowel het praktische als academische pleidooi voor een kritisch-ethische benadering van het onder-nemen `tout court'.
Hoe vrij is de markt zonder (spirituele) grenzen ?
Ethische en ecologische reflecties zijn aan een verdere verdieping toe met vragen als: hoe willen we leven, nu en straks? Hoe moet het bedrijfsleven er dan uit zien? Wie heeft wel en wie geen toegang tot kennis, industrie en welvaart? En in welke verhouding staat dat alles tot het algemeen welzijn, tot menselijk geluk?
Suzan Langenberg en Wim Vandekerckhove zijn bestuurslid van het Vlaams Netwerk voor Zakenethiek en zijn beide actief in zowel het praktische als academische pleidooi voor een kritisch-ethische benadering van het onder-nemen `tout court'.
Moeilijke adolescenten. Herziene versie
Jos PEETERS, psycholoog en gedragstherapeut, heeft al meer dan tien jaar ervaring met adolescenten. Hij is gespecialiseerd in de probleemverkenning en –behandeling van ‘moeilijke’ adolescenten die dwingend, regelovertredend en antisociaal gedrag vertonen. Hij is vooral thuis in de sociaal interactieve gezinsbehandeling van Gerald Patterson en zijn medewerkers.
Moeilijke adolescenten. Herziene versie
Jos PEETERS, psycholoog en gedragstherapeut, heeft al meer dan tien jaar ervaring met adolescenten. Hij is gespecialiseerd in de probleemverkenning en –behandeling van ‘moeilijke’ adolescenten die dwingend, regelovertredend en antisociaal gedrag vertonen. Hij is vooral thuis in de sociaal interactieve gezinsbehandeling van Gerald Patterson en zijn medewerkers.

