Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Btw-eetjes deel 9
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen klassiek
btw-handboek. Dit negende deel bevat opnieuw een aantal in de
praktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord niet
onmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant
of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerd
wordt.
Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maar
waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en
aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd
zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 9
Dit boek maakt deel uit van de reeks Btw-eetjes. Het is geen klassiek
btw-handboek. Dit negende deel bevat opnieuw een aantal in de
praktijk voorkomende btw-problemen waarop u het antwoord niet
onmiddellijk in een klassiek btw-handboek vindt.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant
of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat mee geconfronteerd
wordt.
Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen, maar
waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en
aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd
zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is (plaatsvervangend) lid van de stagecommissie van het BIBF. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting
De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is dit volgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekking heeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtige komt voor aftrek in aanmerking.
De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloop van het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceert dat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit de complexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel 19, §1 WBTW in elkaar?
Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeelden zodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
Aftrekcorrecties bij controles. De gevolgen van een wijziging van bestemming van een bedrijfsmiddel op het recht op aftrek van de voorbelasting
De btw wordt graag integraal in aftrek genomen. Spijtig genoeg is dit volgens de fiscale wetgeving niet mogelijk. Enkel de btw die betrekking heeft op de economische activiteit van de btw-belastingplichtige komt voor aftrek in aanmerking.
De verhouding beroeps/privé kan echter ook gedurende de levensloop van het bedrijfsmiddel wijzigen. Deze bestemmingswijziging impliceert dat er bepaalde aftrekcorrecties moeten verricht worden. Maar hoe zit de complexe relatie tussen aftrekverwerping, onttrekking, herziening en artikel 19, §1 WBTW in elkaar?
Dit boek geeft de theorie systematisch weer en geeft telkens voorbeelden zodat de theorie ook praktisch kan worden toegepast.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij doceert het vak btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Zijn talrijke publicaties kenmerken zich door een vaardigheid om de complexe fiscale wetgeving begrijpelijk en praktisch voor te stellen.
Economisch recht. Leidraad voor studenten
Deze uitgave is bedoeld als leidraad bij de cursus economisch recht voor rechtsstudenten. Zij vinden hierin een beknopte analyse van de aanknopingspunten van het ruime economische recht. Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in voetnoot bieden een houvast bij verdere ontginning van de materie.
Als geselecteerde domeinen komen aan bod:
- Aanknopingspunten economisch recht
- Ondernemingsbegrip in mededingingsrecht
- Statuut handelaar en gevolgen
- Marktpraktijken
- Intellectuele eigendom
- Kartelrecht
- Vrij verkeer
- Faillissement en gerechtelijke reorganisatie
- Tussenpersonen in de handel
Prof. dr. G. Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse. De onderdelen over de Faillissementswet en de Wet continuïteit ondernemingen werden mee uitgewerkt door mevrouw Laura Van Lysebetten, maandaatassistent aan de rechtsfaculteit UA. Zij stond ook in voor het onderdeel Internationale organisatie van het intellectueel eigendomsrecht.
Prof. dr. Dave Mertens verleende zijn medewerking aan (vorige versies van) de onderdelen kartelrecht en handelstussenpersonen.
Mevrouw Sofie Verherstraeten werkte mee aan (vorige versies van) het onderdeel benamingen van oorsprong.
Economisch recht. Leidraad voor studenten
Deze uitgave is bedoeld als leidraad bij de cursus economisch recht voor rechtsstudenten. Zij vinden hierin een beknopte analyse van de aanknopingspunten van het ruime economische recht. Verwijzingen naar rechtsleer en rechtspraak in voetnoot bieden een houvast bij verdere ontginning van de materie.
Als geselecteerde domeinen komen aan bod:
- Aanknopingspunten economisch recht
- Ondernemingsbegrip in mededingingsrecht
- Statuut handelaar en gevolgen
- Marktpraktijken
- Intellectuele eigendom
- Kartelrecht
- Vrij verkeer
- Faillissement en gerechtelijke reorganisatie
- Tussenpersonen in de handel
Prof. dr. G. Straetmans is gewoon hoogleraar Economisch en Europees economisch recht aan de Universiteit Antwerpen. Er staan talrijke publicaties over deze rechtsdomeinen op zijn naam en hij was/is gasthoogleraar aan meerdere buitenlandse universiteiten, waaronder deze van Bonn en Toulouse. De onderdelen over de Faillissementswet en de Wet continuïteit ondernemingen werden mee uitgewerkt door mevrouw Laura Van Lysebetten, maandaatassistent aan de rechtsfaculteit UA. Zij stond ook in voor het onderdeel Internationale organisatie van het intellectueel eigendomsrecht.
Prof. dr. Dave Mertens verleende zijn medewerking aan (vorige versies van) de onderdelen kartelrecht en handelstussenpersonen.
Mevrouw Sofie Verherstraeten werkte mee aan (vorige versies van) het onderdeel benamingen van oorsprong.

De grondwet en het inzetten van strijdkrachten
In het boek wordt de problematiek van het inzetten van de strijdkrachten geschetst in een constitutioneel en actueel-beleidsmatig kader. Het boek vult op die manier een wetenschappelijke leemte aan met betrekking tot een onderwerp dat in de praktijk een sterk evoluerend karakter vertoont. Zo oefent de Koning de erin beschreven bevoegdheid al lang niet meer in persoonlijke naam uit en werden sommige belangrijke bevoegdheden inzake defensie overgedragen aan organen van de NAVO en de WEU. Ook de aard van de militaire missies heeft mettertijd een andere dimensie gekregen, in welk verband kan worden gerefereerd aan de bij een ruimer publiek gekende figuur van de "VN-blauwhelm".
Aan al deze evoluties wordt in het boek aandacht besteed, met dien verstande dat daarbij niet uitsluitend het Belgische grondwettelijke systeem in het onderzoek wordt betrokken, maar dat de problematiek daarenboven wordt gesitueerd in een ruimer Europees en internationaalrechtelijk kader. De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".
De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".

De grondwet en het inzetten van strijdkrachten
In het boek wordt de problematiek van het inzetten van de strijdkrachten geschetst in een constitutioneel en actueel-beleidsmatig kader. Het boek vult op die manier een wetenschappelijke leemte aan met betrekking tot een onderwerp dat in de praktijk een sterk evoluerend karakter vertoont. Zo oefent de Koning de erin beschreven bevoegdheid al lang niet meer in persoonlijke naam uit en werden sommige belangrijke bevoegdheden inzake defensie overgedragen aan organen van de NAVO en de WEU. Ook de aard van de militaire missies heeft mettertijd een andere dimensie gekregen, in welk verband kan worden gerefereerd aan de bij een ruimer publiek gekende figuur van de "VN-blauwhelm".
Aan al deze evoluties wordt in het boek aandacht besteed, met dien verstande dat daarbij niet uitsluitend het Belgische grondwettelijke systeem in het onderzoek wordt betrokken, maar dat de problematiek daarenboven wordt gesitueerd in een ruimer Europees en internationaalrechtelijk kader. De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".
De editors hebben voor dat alles een beroep kunnen doen op een aantal gezaghebbende auteurs die, elk vanuit hun eigen wetenschappelijke of beleidsmatige invalshoek, een lezenswaardige bijdrage hebben geleverd aan de studie van deze klassieke, maar meer dan ooit actuele problematiek".
Duivensport, een veelarmenkruispunt
Duivensport, een veelarmenkruispunt

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.

Vernieuwing in de opsporing (CPS 2013 – 3, nr. 28)
De afgelopen vijftien jaar werden gekenmerkt door nieuwe ontwikkelingen in het politiële opsporingsbeleid. Deze zijn deels te wijten aan nieuwe criminaliteitsvormen en deels aan organisatorische wijzigingen in het politiebestel. De vraag naar de aard en de inhoud van overtuigend bewijs werd alsmaar scherper.
Dit Cahier gaat over problemen en aandachtspunten in de beschikbare opsporingsbevoegdheden, in de professionele capaciteit door de intrede van nieuwe beroepsgroepen (recherchekundigen, criminaliteitsanalisten, forensisch specialisten), in de kwaliteitszorg en in de sturing en verantwoording van de opsporing. De opsporingsfunctie is voorwerp van veel discussie en kritiek.
In dit Cahier wordt op al deze ontwikkelingen ingegaan en worden de
onderliggende overwegingen daarbij bestudeerd. Tevens wordt de vraag gesteld wat
er van die vernieuwingen in de praktijk terechtkwam en welke effecten (bedoelde en
onbedoelde) zij met zich meebrachten.

Overheidsopdrachten. De wetten van 15 en 16 juni 2006 tot omzetting van de Europese Overheidsopdrachtenrichtlijnen (Hardcover)
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be

Overheidsopdrachten. De wetten van 15 en 16 juni 2006 tot omzetting van de Europese Overheidsopdrachtenrichtlijnen (Hardcover)
Deze beide wetten komen in de plaats van de Wet van 24 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
In dit boek verstrekken de auteurs een duiding van de nieuwe basiswetgeving inzake overheidsopdrachten, waarbij zij de voornaamste nieuwigheden in kaart hebben gebracht, waar mogelijk met talrijke verwijzingen naar rechtspraak en rechtsleer ter verdere oriëntatie. Alle thema’s uit het aanbestedingsrecht die wijzigingen en/of aanpassingen hebben ondergaan worden behandeld, alsmede vanzelfsprekend de echte nieuwigheden. Zo zal de lezer vaststellen dat veel aandacht wordt geschonken aan de raamovereenkomsten, aan de weging van de gunningscriteria en aan de rechtsbescherming in kort geding tegen onregelmatige aanbestedingsbeslissingen.
Opbouw van het boek.
Het werk vat aan met een korte inleiding ter situering van de nieuwe wetten. De commentaar zelf valt uiteen in twee delen: een eerste deel handelend over de Wet van 15 juni 2006 – de eigenlijke nieuwe overheidsopdrachtenwet –, en een tweede deel dat de Wet van 16 juni 2006 – welke wet meer specifiek de standstill-procedure regelt – aan een onderzoek onderwerpt. .
Als bijlage is de integrale tekst van de Wetten van 15 en 16 juni 2006 opgenomen, zoals deze wetten werden gewijzigd door de Wetten van 12 januari 2007. Er werd geopteerd voor een simultane Nederlands-Franse editie om aldus reeds een eerste exegetische interpretatie mogelijk te maken. .
Ten gerieve van de lezers bevat dit boek ook een overzicht van de relevante documenten voor de tekstgeschiedenis van beide wetten. Daarenboven werden een aantal geselecteerde documenten die belangrijk zijn voor de tekstanalyse – zoals de Memorie van Toelichting, de commissieverslagen van Kamer en Senaat en de diverse adviezen van de Raad van State – in extenso opgenomen. .
Eveneens opgenomen is een concordantietabel die het verband legt tussen de onderscheiden artikelen van de Wet van 15 juni 2006, de Wet van 24 december 1993, de Richtlijn Klassieke Sectoren en de Richtlijn Nutssectoren. .
Het boek sluit af met een elementaire bibliografie en een beknopt trefwoordenregister.
Constant DE KONINCK wordt als auditeur bij het Rekenhof beroepsmatig dagelijks geconfronteerd met de praktijk van het overheidsopdrachtenrecht. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Van zijn hand zijn o.a. de boeken Overheidsopdrachtenrecht Klassieke Sectoren (2 delen) en Schade en schadeloosstelling bij de gunning en de uitvoering van overheidsopdrachten (samen met P. FLAMEY en K. RONSE). Constant DE KONINCK wordt regelmatig als spreker gevraagd. Hij is redacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken.
Peter FLAMEY is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. Hij heeft talloze publicaties op zijn naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en aanbestedingsrecht en overheidsopdrachten in het bijzonder. Hij is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde tijdschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtelijke Kronieken, en redacteur van het Tijdschrift voor Aannemingsrecht. Peter FLAMEY is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht. www.flamey-advocaten.be