Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Praktische audiologie en audiometrie – 4de herziene uitgave
Van oudsher wordt de mens geboeid door het fenomeen ‘horen’ en in het bijzonder
het slecht of helemaal niet kunnen horen. De term audiologie refereert
dan ook aan die tak van de medische wetenschappen die zich bezig houdt met
de studie van het auditief stelsel in de breedst mogelijke zin. Een belangrijk aspect
van de audiologie is het evalueren en het kwantificeren van het gehoor: de audiometrie.
Omdat de moderne geneeskunde voorziet in een adequate behandeling voor
elk soort gehoorverlies, tot en met de totale doofheid, kan het belang van het correct
kwantificeren van dit gehoorverlies niet genoeg benadrukt worden.
Dit boek bespreekt systematisch en overzichtelijk de meest courante audiometrische
tests, van eenvoudige gehoordrempelbepalingen tot meer geavanceerde onderzoeken,
zoals: elektrocochleografie, geëvokeerde hersenstampotentialen (BERA),
oto-akoestische emissies en steady state auditief geëvokeerde responsen (A.S.S.R.).
Het schenkt ook aandacht aan screeningstechnieken, dit in het kader van de vroegtijdige
opsporing van gehoorstoornissen bij pasgeborenen en jonge kinderen. Er is
ook een hoofdstuk gewijd aan de evaluatie van oorsuizingen of tinnitus, een zeer
actuele topic.
Deze publicatie richt zich tot iedereen die begaan is met het gehoor en de evaluatie
ervan: artsen, logopedisten, audiologen, N.K.O.-verpleegkundigen en andere paramedische
beroepen.
Glen Forton volgde de opleiding geneeskunde en vervolgens de opleiding tot neus-,
keel- en oorarts aan de Universiteit Antwerpen, waar hij ook promoveerde. Hij is
revalidatie-arts. Momenteel is hij verbonden aan de dienst NKO van het fusieziekenhuis
AZ Delta in Roeselare, waar hij diensthoofd is en zich met de otologie en de
neuro-otologie bezig houdt. Daarnaast is hij consulent aan het Revalidatiecentrum
voor Taal- & Ontwikkelingsproblemen in Roeselare en het Centrum voor Ambulante
Revalidatie “Stappie” in Oostende. Hij is ook gastlector aan de Universiteit Antwerpen.
Bob Depuydt is logopedist en audioloog. Momenteel is hij zelfstandig gehoorprothesist
in Roeselare.
Peter Carton is hoofdaudioloog in de dienst NKO van het AZ Delta in Roeselare. Hij
is ook stagemeester voor de opleiding audiologie.
Paul Van de Heyning is diensthoofd NKO van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen
en gewoon hoogleraar NKO aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van talloze
publicaties in de internationale vakliteratuur en geniet internationale faam in zijn
domein.
Wiskunde met TI-84. Complete handleiding 2de graad
Het ideale zelfstudieboek om met de TI-84 te leren werken
In de huidige leerplannen wiskunde wordt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) opgelegd als basisvaardigheid voor de leerlingen. Het gaat om het verwerven van inzicht in het gebruik van computer en rekentoestel om wiskundige problemen te onderzoeken. Dit boek wil bijdragen tot een zinvolle implementatie van de grafische rekenmachine.
Dergelijk toestel beschikt over grafische en statistische functies die voldoen aan de vereisten voor de vakken wiskunde en wetenschappen in het secundair en het hoger onderwijs.
Om de invoering in de tweede graad van het secundair onderwijs didactisch verantwoord te laten verlopen, behandelt dit werk alle vereiste basistechnieken aan de hand van de leerstof wiskunde voor bovengenoemde leerlingengroep.
De gebruikte visuele leermethode met talloze voorbeelden, alle vergezeld van schermafdrukkken met oplossingen, stelt de leerling in staat om zelfstandig met dit boek aan de slag te gaan.
Wiskunde met TI-84. Complete handleiding 2de graad
Het ideale zelfstudieboek om met de TI-84 te leren werken
In de huidige leerplannen wiskunde wordt het gebruik van informatie- en communicatietechnologie (ICT) opgelegd als basisvaardigheid voor de leerlingen. Het gaat om het verwerven van inzicht in het gebruik van computer en rekentoestel om wiskundige problemen te onderzoeken. Dit boek wil bijdragen tot een zinvolle implementatie van de grafische rekenmachine.
Dergelijk toestel beschikt over grafische en statistische functies die voldoen aan de vereisten voor de vakken wiskunde en wetenschappen in het secundair en het hoger onderwijs.
Om de invoering in de tweede graad van het secundair onderwijs didactisch verantwoord te laten verlopen, behandelt dit werk alle vereiste basistechnieken aan de hand van de leerstof wiskunde voor bovengenoemde leerlingengroep.
De gebruikte visuele leermethode met talloze voorbeelden, alle vergezeld van schermafdrukkken met oplossingen, stelt de leerling in staat om zelfstandig met dit boek aan de slag te gaan.
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, onderwijspsycholoog, is verbonden aan Braams & Partners, een
begeleidingsdienst gespecialiseerd in leerstoornissen, met vestigingen in Deventer,
Apeldoorn en Zwolle.
Omgaan met dyslexie. Sociale en emotionele aspecten
Vaak gaan deze publicaties over diagnostiek en behandelingstechnieken. Maar voor de begeleiding van kinderen met dyslexie, hun ouders en leerkrachten is, naast technische inzichten en vaardigheden, ook kennis nodig om met de levende realiteit van dyslexie invoelend te kunnen omgaan. Over wat we ‘omgangskennis’ kunnen noemen, is nog maar weinig geschreven. Een belangrijk ingrediënt van die omgangskennis zou moeten zijn dat cognitie en emotie bij elkaar horen.
Dit boek handelt precies over dit onderwerp, op een toegankelijke manier: de nadruk ligt op de sociaal-emotionele kant van het probleem dyslexie. De auteurs bestrijken daarbij de hele levensloop van het kind tot volwassene en alle gebieden: school, beroep, vrije tijd en interactie met gezinsleden en anderen.
Deze gewijzigde herdruk besteedt aandacht aan de meest recente inzichten omtrent dyslexie en de sociaal-emotionele aspecten ervan.
"een aanrader"
Logopedie, jrg. 26, nr. 5, blz. 63-64
Jan Hindrik Loonstra is als Neerlandicus en Orthopedagoog-Generalist verbonden
aan OCRN; OCRN is een praktijk voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie/
Leerstoornissen met vestigingen in Assen, Groningen en Leeuwarden.
Tom Braams, onderwijspsycholoog, is verbonden aan Braams & Partners, een
begeleidingsdienst gespecialiseerd in leerstoornissen, met vestigingen in Deventer,
Apeldoorn en Zwolle.
Kana. Snel Japans lezen en schrijven. Hiragana en Katakana
Het Japanse schrift bestaat eigenlijk uit drie verschillende soorten schriften: hiragana, katakana, (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters).
Die allemaal te leren lijkt misschien een hele klus, maar dankzij de unieke methode uit dit boek kan je op minder dan drie uur tijd en op een aangename en systematische manier een lettergrepenschrift leren lezen en schrijven. De ene helft van het boek behandelt hiragana, de andere helft katakana. Japanse lettergrepen worden geassocieerd met een Nederlands sleutelwoord via een soms prettig gestoord verhaaltje. Hierbij maak je gebruik van je verbeeldingskracht, meer bepaald je verbeeldingsgeheugen.
Deze zelfstudiemethode is opgedeeld in zes lessen. Door de instructies onderaan elke bladzijde te volgen, wordt de lezer kriskras door het boek geloodst en leert hij de kana op de meest snelle en efficiënte manier lezen en schrijven. Ook voor lezers die het Japanse schrift reeds tot op zekere hoogte beheersen, is dit boek interessant als opfrissing. Van elke kana worden zes verschillende typogrammen aangeboden én het originele Chinese karakter waarvan de kana is afgeleid.
James W. Heisig doceert godsdienstfilosofie aan de Nanzan University for Religion and Culture in Nagoya, Japan.
Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Kana. Snel Japans lezen en schrijven. Hiragana en Katakana
Het Japanse schrift bestaat eigenlijk uit drie verschillende soorten schriften: hiragana, katakana, (lettergrepenschriften) en kanji (Chinese karakters).
Die allemaal te leren lijkt misschien een hele klus, maar dankzij de unieke methode uit dit boek kan je op minder dan drie uur tijd en op een aangename en systematische manier een lettergrepenschrift leren lezen en schrijven. De ene helft van het boek behandelt hiragana, de andere helft katakana. Japanse lettergrepen worden geassocieerd met een Nederlands sleutelwoord via een soms prettig gestoord verhaaltje. Hierbij maak je gebruik van je verbeeldingskracht, meer bepaald je verbeeldingsgeheugen.
Deze zelfstudiemethode is opgedeeld in zes lessen. Door de instructies onderaan elke bladzijde te volgen, wordt de lezer kriskras door het boek geloodst en leert hij de kana op de meest snelle en efficiënte manier lezen en schrijven. Ook voor lezers die het Japanse schrift reeds tot op zekere hoogte beheersen, is dit boek interessant als opfrissing. Van elke kana worden zes verschillende typogrammen aangeboden én het originele Chinese karakter waarvan de kana is afgeleid.
James W. Heisig doceert godsdienstfilosofie aan de Nanzan University for Religion and Culture in Nagoya, Japan.
Sarah Van Camp is japanoloog en antropoloog. Ze heeft jaren gewerkt als docent Japans in verschillende taalinstituten en is momenteel werkzaam als vertaler en consultant Japanse zakencultuur in bedrijven.
Therapie bij dysorthografie en dyslexie. Introductie
Dit boek licht recente visies op de behandeling van dysorthografie en dyslexie toe. Het is een uitgesproken doeboek. Via in detail uitgeschreven therapeutische sessies komen de therapeut, het kind en ook de ouders in beeld. Deze mediatiesetting is uniek. Al te vaak wordt de aanwezgheid van ouders tijdens therapie als ''pottenkijken'' ervaren. Dit is een gemiste kans.
De auteur geeft aan hoe ouders als cotherapeut kunnen worden ingeschakeld, zowel tijdens de sessies als thuis, door bijvoorbeeld dagelijks een korte oefenperiode in te lassen met hun kind. Een andere troef is de grote domeinspecificiteit van de sessies. De oefeningen zijn stap voor stap uitgewerkt en gekaderd binnen specifieke doelstellingen. Ze zijn erop gericht zo veel mogelijk in te oefenen, vooral van de metafonologe kennis en het snel serieel (letter) benoemen. De therapeutische sessies kunnen worden toegepast bij kinderen vanaf het eerste leerjaar/groep 3 tot en met bij volwassenen, voor wie dan uiteraard het tempo van de oefeningen wordt opgedreven.
Dit boek richt zich tot de behandelaars van dyslexie en dysorthografie: leerkrachten, therapeuten, begeleiders en - niet te vergeten - ouders.
Ludo Cuyvers is voorzitter van het Centrum voor Leerstoornissen in Neerpelt. Hij is ook gastdocent aan de Lessius-Hogeschool in Antwerpen, waar hij o.a. aan de wieg stond van het MDCL-Multidisciplinair Diagnostisch Centrum voor Leerstoornissen.
Therapie bij dysorthografie en dyslexie. Introductie
Dit boek licht recente visies op de behandeling van dysorthografie en dyslexie toe. Het is een uitgesproken doeboek. Via in detail uitgeschreven therapeutische sessies komen de therapeut, het kind en ook de ouders in beeld. Deze mediatiesetting is uniek. Al te vaak wordt de aanwezgheid van ouders tijdens therapie als ''pottenkijken'' ervaren. Dit is een gemiste kans.
De auteur geeft aan hoe ouders als cotherapeut kunnen worden ingeschakeld, zowel tijdens de sessies als thuis, door bijvoorbeeld dagelijks een korte oefenperiode in te lassen met hun kind. Een andere troef is de grote domeinspecificiteit van de sessies. De oefeningen zijn stap voor stap uitgewerkt en gekaderd binnen specifieke doelstellingen. Ze zijn erop gericht zo veel mogelijk in te oefenen, vooral van de metafonologe kennis en het snel serieel (letter) benoemen. De therapeutische sessies kunnen worden toegepast bij kinderen vanaf het eerste leerjaar/groep 3 tot en met bij volwassenen, voor wie dan uiteraard het tempo van de oefeningen wordt opgedreven.
Dit boek richt zich tot de behandelaars van dyslexie en dysorthografie: leerkrachten, therapeuten, begeleiders en - niet te vergeten - ouders.
Ludo Cuyvers is voorzitter van het Centrum voor Leerstoornissen in Neerpelt. Hij is ook gastdocent aan de Lessius-Hogeschool in Antwerpen, waar hij o.a. aan de wieg stond van het MDCL-Multidisciplinair Diagnostisch Centrum voor Leerstoornissen.
Karakteristieken van scholen voor voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 2)
Van januari 2005 tot april 2007 heeft de werkgroep Montessori leren gewerkt aan het schrijven van een nieuw basisstuk voor scholen voor voortgezet montessori-onderwijs (vmo-scholen). Vijftien jaar eerder was zo’n stuk ook al gemaakt, maar binnen de vmo-scholen bestond de behoefte om opnieuw vast te leggen wat men nu eigenlijk karakteristiek vindt aan voortgezet montessori-onderwijs.
Die behoefte werd mede gevoed door de resultaten van de eigen visitatie en door het verschijnen van de nota ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’, waarin de montessorivereniging als geheel haar uitgangspunten opnieuw had vastgelegd. Het werk van de werkgroep heeft geresulteerd in zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs. In april 2007 hebben de vmo-scholen deze karakteristieken als richtingggevend voor hun onderwijs bepaald.
In deze publicatie worden de karakteristieken voorzien van praktijkvoorbeelden. Deze laten zien op welke wijze scholen de karakteristieken in de praktijk brengen. Tegelijk laten de voorbeelden zien dat de uitwerkingen nog niet af zijn en dat er nog genoeg te vragen en te wensen overblijft.
Hopelijk biedt deze bundeling inspiratie aan vmo-docenten, schoolleiders en andere geïnteresseerden om op de eigen school de karakteristieken verder uit te werken.
Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessorionderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur.
Karakteristieken van scholen voor voortgezet Montessori-onderwijs (Montessori Mededelingen boeken, nr. 2)
Van januari 2005 tot april 2007 heeft de werkgroep Montessori leren gewerkt aan het schrijven van een nieuw basisstuk voor scholen voor voortgezet montessori-onderwijs (vmo-scholen). Vijftien jaar eerder was zo’n stuk ook al gemaakt, maar binnen de vmo-scholen bestond de behoefte om opnieuw vast te leggen wat men nu eigenlijk karakteristiek vindt aan voortgezet montessori-onderwijs.
Die behoefte werd mede gevoed door de resultaten van de eigen visitatie en door het verschijnen van de nota ‘Het Montessorionderwijs in de 21e eeuw’, waarin de montessorivereniging als geheel haar uitgangspunten opnieuw had vastgelegd. Het werk van de werkgroep heeft geresulteerd in zes karakteristieken voor voortgezet montessori-onderwijs. In april 2007 hebben de vmo-scholen deze karakteristieken als richtingggevend voor hun onderwijs bepaald.
In deze publicatie worden de karakteristieken voorzien van praktijkvoorbeelden. Deze laten zien op welke wijze scholen de karakteristieken in de praktijk brengen. Tegelijk laten de voorbeelden zien dat de uitwerkingen nog niet af zijn en dat er nog genoeg te vragen en te wensen overblijft.
Hopelijk biedt deze bundeling inspiratie aan vmo-docenten, schoolleiders en andere geïnteresseerden om op de eigen school de karakteristieken verder uit te werken.
Michael Rubinstein was docent aan een school voor voortgezet montessorionderwijs en werkt nu als zelfstandig onderwijsadviseur.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Spionnen aan de achterdeur. De Duitse Abwehr in België 1936-1945 (Governance of Security Research Report Series (Gofs), vol. IV)
Bijzondere aandacht gaat ook naar Antwerpen, dat als draaischijf voor allerlei internationale contacten belangrijk was. De ‘Abwehrstelle Belgien’ en de Antwerpse sabotagegroep ‘Hercules’ worden evenzeer onder de loep genomen. Ook de rol van de Duitse diplomatie in het inlichtingenwerk, komt aan bod. Hiermee opent de auteur een nieuw perspectief dat ook vandaag bijzonder actueel is.
De lezer zal in dit indringende werk over de Abwehr, naast zijn historische, sociaalwetenschappelijk en organisatorisch belang, ook de actuele relevantie ervan ontdekken. De auteur beschrijft immers zeer omstandig de rekrutering, de motivatie en de werkwijze van de agenten op het terrein en de bijna onmogelijkheid van het toenmalige Belgische inlichtingen- en veiligheidsapparaat om deze te identificeren. Hieruit kunnen ook vandaag nog strategische, tactische en operationele lessen worden getrokken door de hedendaagse inlichtingengemeenschap.
Een zeer uitgebreid personenregister, overzicht van adressen en talrijke voorheen ongepubliceerde foto’s en documenten, maken van dit boek een bron van onschatbare waarde voor een ruimer publiek van geïnteresseerden.
Etienne Verhoeyen is historicus en verwierf ondermeer bekendheid als coauteur van het - recent heruitgegeven - werk over De moord op Julien Lahaut, in de academische wereld van de inlichtingenstudies en ver daarbuiten.
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..
Rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten na de Wet van 23 december 2009. Commentaar – Rechtspraak – Teksten
Het boek is opgedeeld in twee delen. In een eerste deel wordt een overzicht gegeven van de precontractuele rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten naar Europees en Belgisch recht en vinden — na een beknopte rechtshistorische introductie — de wet van 23 december 2009 en het nieuwe Boek IIbis van de Overheidsopdrachtenwet hun behandeling.
Het tweede deel geeft een overzicht van de rechtspraak van het Hof van Justitie in de periode 1994-2010 gewezen op het gebied van de rechtsbescherming inzake overheidsopdrachten en door welke arresten het toepassingsgebied van de rechtsbeschermingsrichtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG wordt verduidelijkt en een gezaghebbende interpretatie wordt gegeven van de onderscheiden artikelen van deze richtlijnen. Een analyse van deze rechtspraak, waarbij de onderscheiden opgenomen arresten worden geclassificeerd volgens de in deze arresten behandelde rechtspunten, heeft eveneens zijn plaats in dit tweede boekdeel.
De behoeften van de rechtspraktizijn staan bij deze uitgave voorop. Mede daarom is het boek voorzien van diverse bijlagen die bij de interpretatie van de onderscheiden artikelen en artikelonderdelen van het Boek IIbis hun belang kunnen hebben. Zo hebben o.a. in dit boek hun plaats gevonden: de Wet van 23 december 2009 (in de Nederlandstalige en Franstalige versie), de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State (Afdeling Wetgeving), het Verslag van de Commissie voor de Financiën en de Begroting van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de consideransen van de wijzigende Richtlijn 2007/66/EG.
Een exhaustieve bibliografie en een uitgebreid trefwoordenregister sluiten het boek af.
Constant De Koninck wordt als auditeur b? het Rekenhof beroepsmatig dagel?ks geconfronteerd met het overheidsopdrachtenrecht in z?n meest diverse facetten. Hij is raadgevend lid van de Geschillencommissie Overheidsopdrachten Mobiliteit. Constant De Koninck is auteur van diverse boeken en artikelen over de theorie en de prakt?k van het overheidsopdrachtenrecht. Z?n kennis en ervaring maken hem een gewaardeerd spreker in binnen- en buitenland. H? is kernredacteur van het Vademecum Overheidsopdrachten en het Vade-mecum des marchés publics, hoofdeditor van het Jaarboek Overheidsopdrachten/Chronique des Marchés Publics en redactielid van het t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken.
Peter Flamey is advocaat en staat aan het hoofd van een gespecialiseerd nichekantoor administratief recht te Antwerpen. H? heeft talloze publicaties op z?n naam op het vlak van administratief recht in het algemeen en standaardwerken aanbestedingsrecht, overheidsopdrachten en PPS in het b?zonder. H? is medestichter en kernredacteur van het gespecialiseerde t?dschrift Chroniques de Droit Public/Publiekrechtel?ke Kronieken, en redacteur van het T?dschrift voor Aannemingsrecht. Peter Flamey is tevens lid van de Vlaamse Vereniging voor Aanbestedingsrecht.
Joost Bosquet is als advocaat verbonden aan de balie te Antwerpen. H? studeerde in 2001 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als licentiaat in de rechten. In 2003 behaalde h? ook de graad van Gediplomeerde in de gespecialiseerde studies van het vennootschapsrecht aan de K.U.Brussel. H? vervoegde het kantoor Flamey Advocaten in 2003, komende van de balie te Leuven, en behandelt er hoofdzakel?k dossiers inzake overheidsopdrachten en PPS, ruimtel?ke ordening en stedenbouw, stedenbouwstrafrecht, onteigeningen en ruilverkavelingen..