Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique

 39,00

Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.

Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.

Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.

Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.

Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.

Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.



Quick View

Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique

 39,00

Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.

Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.

Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.

Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.

Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.

Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie

 44,00

In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.

In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.

Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.

Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.

Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.

Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.

Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.



Quick View

Btw-carrousels. Uitdagingen van het btw-stelsel binnen de internationale economie

 44,00

In dit boek wordt de werking van het btw-stelsel geanalyseerd en uitgelegd met bijzondere aandacht voor de structurele kwetsbaarheden die deze belasting kent. De btw is een indirecte bestedingsbelasting die in de praktijk fraudegevoelig blijkt te zijn. Het is niet het verbruik dat belast wordt maar de financiële besteding die later verbruik mogelijk maakt.

In een goed functionerende markt worden prijzen bepaald door vraag en aanbod, en vormt btw noch een kost, noch een bron van inkomsten voor de marktdeelnemers die geen eindconsument zijn. Hierdoor kunnen bedrijven hun concurrentiepositie enkel versterken via legitieme strategieën zoals efficiëntere productie of andere kostenreductie. In het geval van een btw-carrousel zien fraudeurs echter de aangerekende btw als een directe inkomstenbron. Hierdoor zijn zij in staat goederen en diensten onder de marktprijs aan te bieden, wat voor eerlijke bedrijven concurrentieverstoring betekent. Deze vorm van oneerlijke concurrentie verstoort de prijsvorming en leidt tot een inefficiënte allocatie van middelen.

Dit ondermijnt niet alleen innovatie en duurzame groei, maar tast ook het vertrouwen van investeerders en consumenten in de integriteit van de marktwerking aan.

Btw-fraude en carrouselfraude in het bijzonder leidt dus tot ernstige marktverstoringen. In markten met perfecte concurrentie ondermijnt het de prijsvorming en verdringt het bonafide bedrijven. In markten met monopolistische concurrentie smoort de fraude de productdifferentiatie en innovatie in de kiem en in oligopolies versterkt het de kartelvorming. Op macro-economisch niveau tast dit het vertrouwen in de marktwerking en instellingen aan en leidt het tot een inefficiënte allocatie van middelen. Fraude leidt niet alleen tot minder inkomsten maar de bestrijding ervan kost ook enorm veel geld dat beter kan worden besteed.

Goed functionerende instellingen, efficiënte grensoverschrijdende samenwerking en een doordacht fraudebeleid zijn dan cruciaal om de integriteit van het Europese economische systeem te vrijwaren. Dit boek tracht dan ook een praktisch instrument te zijn voor efficiente beleidsvoering.

Henri De Clercq behaalde een master Burgerlijk Ingenieur Computerwetenschappen en een master in de Bedrijfseconomie, beide aan de Universiteit Gent. Dankzij deze multidisciplinaire achtergrond en zijn passie voor misdaadbestrijding biedt hij een frisse blik en heldere analyse van de behandelde problematiek. Dit werk markeert zijn debuut als auteur.

Stefan Ruysschaert is econoom en actuaris en doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Daarnaast is ook o.a. redactielid van Taxwin BTW. Hij is voorzitter van de examencommissie van ITAA en lid van de deliberatiecommissie. Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)

 45,00

In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.

De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.

Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.

Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).

Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.

L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.

L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.

Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).



Geen voorraad
Quick View

Waardering van economische schade – Évaluation des dommages économiques (Reeks ICCI 2024-2)

 45,00

In de complexe wereld van het bedrijfsleven waarin risico’s zich voordoen en geschillen soms niet te vermijden zijn, staat het belang voor de praktijk van een goed onderbouwde begroting van economische schade buiten kijf.

De schadebegroting gebeurt in functie van een juridisch kader, dat trouwens recent werd gewijzigd door de invoering van Boeken 5 en 6 van het Burgerlijk Wetboek. De rechtsregels gaan niet in op het eigenlijke proces van de schadevaststelling. Dit is ook begrijpelijk gezien de hoeveelheid aan situaties waarin er sprake is van economische schade: de onrechtmatige beëindiging van handelsbesprekingen, foutieve professionele adviezen, oneerlijke concurrentie, calamiteiten van diverse aard, enz.

Van de deskundige wordt verwacht dat hij de rechtsregels toepast op een concrete situatie. Hiervoor zijn bedrijfsrevisoren goed geplaatst: als onafhankelijke en objectieve deskundige zetten zij hun gespecialiseerde kennis en analytische vaardigheden in om schadeclaims te kwantificeren en te onderbouwen. De expertise en methodologische aanpak van de bedrijfsrevisoren zijn hierbij van toegevoegde waarde. Of het nu gaat om inkomstenverlies, waardevermindering van activa of de gevolgen van contractbreuk, de bedrijfsrevisor wordt geconfronteerd met een breed scala aan fi nanciële en economische vraagstukken die nauwkeurige en transparante analyses vereisen.

Onderhavige publicatie beoogt de verschillende facetten van de compensatie van economische schade te verkennen op basis van het nieuwe juridische kader. Na een algemene inleiding (hoofdstuk 1) en een uitgebreide presentatie van de nieuwe wettelijke bepalingen (hoofdstuk 2), worden de verschillende methodieken van de begroting van economische schade geanalyseerd en worden verschillende voorbeelden uit de praktijk uiteengezet (hoofdstuk 3). Hoofdstuk 4 bespreekt het kader van de bedrijfsrevisor als deskundige voor de waardering van economische schade, om vervolgens de publicatie te eindigen met de ervaring van Nederland wat betreft de waardering van economische schade (hoofdstuk 5).

Dans le monde complexe des affaires, où les risques surviennent et les litiges sont parfois inévitables, l’importance pour la pratique d’une évaluation bien fondée des dommages économiques est incontestable.

L’évaluation des dommages repose sur un cadre juridique, qui a d’ailleurs été récemment modifié par l’introduction des Livres 5 et 6 du Code civil. Les règles juridiques n’abordent pas le processus de constatation des dommages. Cela se comprend au vu de la multitude de situations dans lesquelles il est question de dommages économiques : rupture abusive de négociations commerciales, conseils professionnels erronés, concurrence déloyale, calamités diverses, etc.

L’expert est censé appliquer les règles de droit à une situation concrète. Les réviseurs d’entreprises sont bien placés pour cela : en tant qu’experts indépendants et objectifs, ils utilisent leurs connaissances spécialisées et leurs compétences analytiques pour quantifier et étayer les dommages. L’expertise et l’approche méthodologique des réviseurs d’entreprises constituent une véritable valeur ajoutée. Qu’il s’agisse de pertes de revenus, de dépréciation d’actifs ou des conséquences d’une rupture de contrat, le réviseur d’entreprises est confronté à un large éventail de questions financières et économiques qui nécessitent des analyses précises et transparentes.

Le présent ouvrage vise à explorer les différentes facettes de la compensation des dommages économiques purs en s’appuyant sur le nouveau cadre juridique. Après une introduction générale (chapitre 1er), ainsi qu’une présentation détaillée des nouvelles dispositions légales (chapitre 2), les différentes méthodologies d’évaluation des dommages économiques sont analysées et plusieurs exemples concrets issus de la pratique sont présentés (chapitre 3). Le chapitre 4 examine le cadre du réviseur d’entreprises en tant qu’expert en matière d’évaluation des dommages économiques et l’ouvrage se conclut par l’expérience des Pays-Bas concernant l’évaluation des dommages économiques (chapitre 5).



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×