Sociaal handhavingsrecht
Wat het formeel strafrecht betreft, volgt een omstandige bijdrage over de opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven. De uitoefening van de strafvordering en de weerslag daarvan op de burgerlijke vordering naar aanleiding van sociaalrechtelijke misdrijven komt vervolgens aan bod. De toegenomen aandacht voor de administratieve sancties in het sociaal recht weerspiegelt zich in de titel van het boek en in de opname van twee afzonderlijke bijdragen over dit thema.
Dit boek werd samengesteld onder redactie van Guido Van Limberghen met bijdragen van: W. Rauws, F. Deruyck, P. Waeterinckx, J. Rozie, W. van Eeckhoutte, H. Vanderlinden, K. Salomez, F. Louckx, J. Put en E. Ankaert.
Sociaal handhavingsrecht
Wat het formeel strafrecht betreft, volgt een omstandige bijdrage over de opsporing van sociaalrechtelijke misdrijven. De uitoefening van de strafvordering en de weerslag daarvan op de burgerlijke vordering naar aanleiding van sociaalrechtelijke misdrijven komt vervolgens aan bod. De toegenomen aandacht voor de administratieve sancties in het sociaal recht weerspiegelt zich in de titel van het boek en in de opname van twee afzonderlijke bijdragen over dit thema.
Dit boek werd samengesteld onder redactie van Guido Van Limberghen met bijdragen van: W. Rauws, F. Deruyck, P. Waeterinckx, J. Rozie, W. van Eeckhoutte, H. Vanderlinden, K. Salomez, F. Louckx, J. Put en E. Ankaert.
Verslaggeving in de vennootschap Reeks BBB nr. 35
In de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid – de nv, de Comm.VA, de bvba en de cvba – heeft de wetgever veel aandacht besteed aan de verslaggeving van het bestuursorgaan aan de algemene vergadering. Dit boek bespreekt de werking en organisatie van zowel het bestuursorgaan als de algemene vergadering in die vennootschappen. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de verslaggevingsplicht, zowel aan de jaarvergadering als aan de bijzondere of buitengewone algemene vergadering. Het boek bevat ook een hele reeks modellen en nuttige clausules voor het opmaken van de verslagen en notulen of de publicatie ervan, die zeer bruikbaar zijn in de praktijk van de cijferbeoefenaar. Tevens wordt ook ingegaan op een aantal fiscale aspecten van het (niet-)naleven van de verslaggevingsplicht.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fi scaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handelsen Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fi scale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Verslaggeving in de vennootschap Reeks BBB nr. 35
In de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid – de nv, de Comm.VA, de bvba en de cvba – heeft de wetgever veel aandacht besteed aan de verslaggeving van het bestuursorgaan aan de algemene vergadering. Dit boek bespreekt de werking en organisatie van zowel het bestuursorgaan als de algemene vergadering in die vennootschappen. Bijzondere nadruk ligt daarbij op de verslaggevingsplicht, zowel aan de jaarvergadering als aan de bijzondere of buitengewone algemene vergadering. Het boek bevat ook een hele reeks modellen en nuttige clausules voor het opmaken van de verslagen en notulen of de publicatie ervan, die zeer bruikbaar zijn in de praktijk van de cijferbeoefenaar. Tevens wordt ook ingegaan op een aantal fiscale aspecten van het (niet-)naleven van de verslaggevingsplicht.
Guy Poppe is advocaat met een bijzondere interesse voor zowel de fi scaliteit als het vennootschapsrecht. Hij heeft een brede achtergrond als Licentiaat in de Rechten, Licentiaat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en Licentiaat in de Handelsen Financiële Wetenschappen. Guy Poppe publiceert in diverse nieuwsbrieven (o.m. Accountancy & Fiscaliteit), werkt mee aan fi scale databanken en geeft geregeld opleidingen over fiscale en vennootschapsrechtelijke onderwerpen.
Duits privaatrecht. Een inleiding tot het hedendaagse recht tegen de achtergrond van rechtshistorische en rechtsculturele ontwikkelingen. Tweede volledig herziene uitgave
Deze inleiding tot het Duitse privaatrecht ontstond eveneens tegen een rechtsvergelijkende achtergrond. Hierbij gaat het in wezen niet zozeer om de vergelijking van bepaalde rechtsinstituten en ook niet om het vergelijken van rechtsculturen, als wel om de vraag: hoe wordt recht wat het is? Welke historisch, politieke, ideologische en sociale invloeden spelen bij de ontwikkeling van het recht een rol? Waarom werd het recht in Duitsland anders dan elders? Uiteraard kunnen hier slechts enkele ontwikkelingen in grote trekken worden samengevat.
Voor een eenieder die in het Duitse privaatrecht wegwijs wil geraken, is deze uitgave een must.
Mr. Dr. Irene Sagel-Grande is sinds 2001 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij onder meer vele jaren verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij onder andere bij de vakgroep Buitenlands en Internationaal privaatrecht onderwijs in het Duitse recht en in de rechtsvergelijking verzorgde.
Duits privaatrecht. Een inleiding tot het hedendaagse recht tegen de achtergrond van rechtshistorische en rechtsculturele ontwikkelingen. Tweede volledig herziene uitgave
Deze inleiding tot het Duitse privaatrecht ontstond eveneens tegen een rechtsvergelijkende achtergrond. Hierbij gaat het in wezen niet zozeer om de vergelijking van bepaalde rechtsinstituten en ook niet om het vergelijken van rechtsculturen, als wel om de vraag: hoe wordt recht wat het is? Welke historisch, politieke, ideologische en sociale invloeden spelen bij de ontwikkeling van het recht een rol? Waarom werd het recht in Duitsland anders dan elders? Uiteraard kunnen hier slechts enkele ontwikkelingen in grote trekken worden samengevat.
Voor een eenieder die in het Duitse privaatrecht wegwijs wil geraken, is deze uitgave een must.
Mr. Dr. Irene Sagel-Grande is sinds 2001 verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was zij onder meer vele jaren verbonden aan de Universiteit Leiden, waar zij onder andere bij de vakgroep Buitenlands en Internationaal privaatrecht onderwijs in het Duitse recht en in de rechtsvergelijking verzorgde.
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Justitie, binnenlandse zaken en veiligheid: Europese en internationale institutionele en beleidsontwikkeling
Instellingen en organisaties worden besproken naargelang hun geografische reikwijdte. Zo komen achtereenvolgens de volgende samenwerkingsniveaus aan bod:
- Benelux
- Schengen
- Europese Unie (EU)
- Raad van Europa
- Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (Navo)
- Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE)
- Groep van Acht (G8)
- Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) en
- Verenigde Naties (VN).
Prof. dr. Gert Vermeulen doceert onder meer strafrecht aan de opleidingen rechten en criminologie van de Universiteit Gent. Hij is directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.
Functiehuizen. De architectuur, inrichting en bewoning vanuit HRM-, organisatiekundig en juridisch perspectief
Een functiehuis, ook wel functiegebouw genoemd, is een verzameling functies die in onderling verband staan en gerangschikt zijn naar inhoud en zwaarte. De laatste jaren maken steeds meer organisaties gebruik van dit instrument. Dit boek maakt de architectuur, inrichting en bewoning van functiehuizen inzichtelijk. Het gaat in op de constructie van functiehuizen en functies, de relatie met HRM- en beloningsbeleid, de juridische aspecten bij de realisatie en implementatie en de rol en afstemming van medezeggenschap.
Deze publicatie is vooral bestemd voor HRM’ers, juristen
en leden van ondernemingsraden, maar ook managers
kunnen er bij de besluitvorming rond functiehuizen of
het werken binnen de context van een functiehuis hun
voordeel mee doen. Het boek werd praktisch gehouden,
zonder voorbij te gaan aan de kennis die nodig is om de
achterliggende concepten goed te kunnen begrijpen en
verbanden te kunnen leggen.
Drs. Wouter van der Loon MMC is werkzaam als zelfstandig organisatieadviseur en richt zich vooral op HRM-vraagstukken.
Drs. Paul van der Heijden is Coördinator Juridische Zaken bij de Nationale Politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant.
René Paulssen is werkzaam als Senior Organisatie- en Formatieadviseur bij de Nationale Politie.
Dr. mr. Steven Jellinghaus is advocaat gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken, bij Advocatenkantoor De Voort.
Drs. Bob Vermaak is als adviseur/trainer van ondernemingsraden werkzaam bij het CAOP.
Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)
Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.
In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.
(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.
(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.
(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Integriteit en deontologie (CPS 2012 – 3, nr. 24)
Integriteit en deontologie bij de politie zijn onontbeerlijk. De talrijke kleine en grotere schandalen getuigen echter dat dit in de praktijk niet eenvoudig is. Allereerst niet voor de mensen op het werkveld die geconfronteerd worden met ethische dilemma’s waar geen pasklare antwoorden voor bestaan. Maar ook voor beleidsmakers is het geen evidentie een efficiënt en effectief integriteitsbeleid uit te bouwen.
In dit Cahier worden de knelpunten blootgelegd en stappen naar een eventuele oplossing aangereikt.
(1) In een eerste onderdeel worden de begrippen integriteit, deontologie en corruptie terminologisch afgebakend.
(2) Het tweede onderdeel belicht een aantal voorbeelden van integriteitsschendingen. Bovendien wordt ook ingegaan op de strafrechtelijke en tuchtrechtelijke reacties die geformuleerd werden naar aanleiding van concrete dossiers.
(3) In het derde onderdeel wordt de beleidsmatige stap gezet. Enerzijds wordt er een overzicht gegeven van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van integriteitsbeleid, en anderzijds beschrijven practitioners de werking van specifieke beleidsinstrumenten.
Cahiers Politiestudies
De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Meer info over Cahiers Politiestudies
Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht
In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.
Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ouderlijke verantwoordelijkheid en kinderbescherming (Praktijkreeks IPR, deel 4) (Nederlands Recht
In de familierechtelijke rechtspraktijk zijn kwesties van ouderlijk gezag, omgangsrecht en van kinderbescherming veelvuldig aan de orde. Wanneer een gezin uit elkaar valt en een of meer gezinsleden naar een ander land vertrekken, krijgen deze kwesties een internationale dimensie. Op dit terrein zijn twee internationale regelingen van kracht die, naast sterke overeenkomsten, talrijke verschillen vertonen. Het betreft de Europese verordening “Brussel II bis” (Verordening (EG) nr. 2201/2003) en het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (Trb.1997, 299). Mede in het licht van de inmiddels ontstane jurisprudentie beoogt dit boek inzicht te geven in de wijze waarop deze en andere rechtsinstrumenten naast elkaar dienen te worden gehanteerd, samen met de desbetreffende uitvoeringsregels voor Nederland.
Behandeld worden het toepassingsgebied van de regelingen; de grensoverschrijdende samenwerking van overheidsinstanties en +van gerechten; de bevoegdheid van gerechten om in internationale situaties maatregelen te treffen; het op deze maatregelen en op het van rechtswege ontstaan van ouderlijke verantwoordelijkheid toe te passen recht; en ten slotte, de erkenning, de uitvoerbaarheid en de tenuitvoerlegging van in het buitenland getroffen maatregelen.
Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR
Ondernemingsraad en ontslag (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 2)
Het boek geeft een beschrijving van bovengeschetste thematiek aan de hand van wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, rechtspraak, literatuur en relevante discussies daarin. Naast de descriptieve benadering wordt daarbij waar mogelijk een beschouwing gegeven, waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het wetenschappelijke discours. Het boek is daarmee niet alleen toegankelijk voor advocaten, leden van de rechterlijke macht, (bedrijfs)juristen, maar ook voor wetenschappers en anderen die zich (verder) wensen te verdiepen in de dwarsverbanden tussen WOR en ontslagrecht.
De auteurs zijn reeds jaren werkzaam op de in dit boek beschreven terreinen. Mr Bruno van Els houdt zich als advocaat al meer dan 20 jaar bezig met arbeids- en medezeggenschapsrecht. Dr Mr Drs Jan Heinsius is universitair docent Sociaal Recht aan de Universiteit van Leiden.
Meer info over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht
Ondernemingsraad en ontslag (Bibliotheek Sociaal Recht, nr. 2)
Het boek geeft een beschrijving van bovengeschetste thematiek aan de hand van wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, rechtspraak, literatuur en relevante discussies daarin. Naast de descriptieve benadering wordt daarbij waar mogelijk een beschouwing gegeven, waarmee een bijdrage kan worden geleverd aan het wetenschappelijke discours. Het boek is daarmee niet alleen toegankelijk voor advocaten, leden van de rechterlijke macht, (bedrijfs)juristen, maar ook voor wetenschappers en anderen die zich (verder) wensen te verdiepen in de dwarsverbanden tussen WOR en ontslagrecht.
De auteurs zijn reeds jaren werkzaam op de in dit boek beschreven terreinen. Mr Bruno van Els houdt zich als advocaat al meer dan 20 jaar bezig met arbeids- en medezeggenschapsrecht. Dr Mr Drs Jan Heinsius is universitair docent Sociaal Recht aan de Universiteit van Leiden.
Meer info over Reeks Bibliotheek Sociaal Recht

