Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)

 28,80

In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.

Quick View

Kosovo onder internationaal toezicht. Een eindig verhaal? (IRCP-reeks, nr. 48)

 28,80

In februari 2008 lanceerde de Raad van de Europese Unie de European Union Rule of Law Mission in Kosovo (EULEX) met als doel de Kosovaarse autoriteiten bij te staan bij de verdere ontwikkeling van een Kosovaarse rechtstaat. Op basis van veldonderzoek in Kosovo en interviews met onder andere leden van EULEX en de Kosovaarse politie wordt in dit boek onderzocht hoe Europa in samenwerking met de lokale overheden met vallen en opstaan een verantwoordelijk, onafhankelijk en goed functionerend politie- en justitieapparaat heeft getracht te creëren. Daarbij wordt dieper ingegaan op de weinig belichte programmatische aanpak van EULEX en op het moeilijke evenwicht tussen het verlenen van meer bevoegdheden aan de Kosovaarse autoriteiten en de uitoefening van het internationaal toezicht.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Jelle Janssens (1981) is criminoloog (2005), behaalde een Master in het Management voor Overheidsorganisaties (2006) en is doctor in de Criminologische Wetenschappen (2013). Hij is een onderzoeker aan de Vakgroep Criminologie, Strafrecht en Sociaal Recht van de Faculteit Rechtsgeleerdheid (Universiteit Gent) en lid van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP). Zijn onderzoeksinteresses gaan uit naar formele en informele sociale controle in postconflictgebieden, (internationaal) strafrechtelijk en politiebeleid, gemeenschapsgerichte politiezorg en plural policing.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)

 77,20
Over de nood aan een globale hervorming en modernisering van de strafprocedure bestaat al geruime tijd eensgezindheid. Na de finale stopzetting van de werkzaamheden van de Commissie Franchimont werd het debat nieuw leven ingeblazen met het federale regeerakkoord van 2011, dat de intentie om een vernieuwd Wetboek van Strafvordering op te stellen, hernam. In antwoord op de algemene beleidsnota van de minister van Justitie, werd door de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid eind 2012 een bestek opgesteld voor een “Praktijkgericht onderzoek naar de knelpunten in de huidige Belgische strafprocedure met het oog op het schrijven van een nieuwe strafprocedure”. Dit onderzoek werd in de zomer van 2013 gegund aan een onderzoeksteam van de Universiteit Gent, en in het najaar van 2014 afgerond. Dit boek bundelt de resultaten ervan. Het momentum voor een hervorming van de strafprocedure – het federale regeerakkoord van 9 oktober 2014 onderstreepte nog maar eens het belang ervan – is intussen groter dan ooit.

Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.

Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Quick View

Scenario’s voor een nieuwe Belgische strafprocedure. Een praktijkgericht knelpuntenonderzoek (IRCP-reeks, nr. 49)

 77,20
Over de nood aan een globale hervorming en modernisering van de strafprocedure bestaat al geruime tijd eensgezindheid. Na de finale stopzetting van de werkzaamheden van de Commissie Franchimont werd het debat nieuw leven ingeblazen met het federale regeerakkoord van 2011, dat de intentie om een vernieuwd Wetboek van Strafvordering op te stellen, hernam. In antwoord op de algemene beleidsnota van de minister van Justitie, werd door de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid eind 2012 een bestek opgesteld voor een “Praktijkgericht onderzoek naar de knelpunten in de huidige Belgische strafprocedure met het oog op het schrijven van een nieuwe strafprocedure”. Dit onderzoek werd in de zomer van 2013 gegund aan een onderzoeksteam van de Universiteit Gent, en in het najaar van 2014 afgerond. Dit boek bundelt de resultaten ervan. Het momentum voor een hervorming van de strafprocedure – het federale regeerakkoord van 9 oktober 2014 onderstreepte nog maar eens het belang ervan – is intussen groter dan ooit.

Dit boek brengt niet alleen de talrijke knelpunten binnen de huidige strafprocedure in kaart zoals ze worden ervaren door actoren als magistraten, advocaten en politie. De analyse van de onderzoekers maakt duidelijk dat een globale hervorming van de strafprocedure in essentie een basisbeleidskeuze vergt i.v.m. de leiding van het vooronderzoek respectievelijk de mate van participatie vanwege partijen daarin. Eens die politieke keuze gemaakt, dringen verdere keuzes zich om op de diverse andere knelpunten aan te pakken. De onderzoekers hebben daarom in het boek vier verschillende scenario’s uitgewerkt die elk – afhankelijk van de te maken basiskeuzes – een coherent totaalvoorstel inhouden voor een efficiëntere strafprocedure.

Het boek levert een objectieve en neutrale bijdrage aan het komende hervormingsdebat en vormt aanbevolen lectuur voor eenieder die professioneel of anderszins geïnteresseerd is in de toekomst van de Belgische strafprocedure.

GPRC – guaranteed peer reviewed content

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)

 36,00
Het elektronisch toezicht bestaat vijftien jaar in België. Na een wat aarzelende start is het elektronisch toezicht de afgelopen jaren uitgegroeid tot één van de belangrijkste modaliteiten van strafuitvoering in ons land. Het aantal enkelbanden en ondertoezichtgestelden stijgt jaar na jaar. De toepassingsmogelijkheden dijen almaar verder uit, van de strafuitvoering naar de voorlopige hechtenis, en mogelijk binnenkort ook naar de fase van de straftoemeting. Intussen wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe technologieën, zoals spraakherkenning en GPS.

Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?

Quick View

De machines van Justitie: vijftien jaar elektronisch toezicht in België (IRCP-reeks, nr. 47)

 36,00
Het elektronisch toezicht bestaat vijftien jaar in België. Na een wat aarzelende start is het elektronisch toezicht de afgelopen jaren uitgegroeid tot één van de belangrijkste modaliteiten van strafuitvoering in ons land. Het aantal enkelbanden en ondertoezichtgestelden stijgt jaar na jaar. De toepassingsmogelijkheden dijen almaar verder uit, van de strafuitvoering naar de voorlopige hechtenis, en mogelijk binnenkort ook naar de fase van de straftoemeting. Intussen wordt volop geëxperimenteerd met nieuwe technologieën, zoals spraakherkenning en GPS.

Maar tot op welke hoogte lost het elektronisch toezicht de hoge verwachtingen in? Het Rekenhof en het Europese antifoltercomité stelden vast dat de druk op de Belgische gevangenissen niet verdween met het elektronisch toezicht. Integendeel: terwijl het aantal enkelbanden steeg, nam ook de gevangenispopulatie in versneld tempo toe. Bovendien lijken kwaliteitsvolle selectie en begeleiding het steeds meer te moeten afleggen tegen de macht van het getal: wordt de samenleving daar werkelijk beter van? Bovenal roept de snelheid waarmee tezelfdertijd op zoveel verschillende fronten - regelgeving, uitvoeringspraktijk en technologie - aan het elektronisch toezicht wordt gesleuteld vragen op bij direct betrokkenen en de buitenwereld. Zijn de dagen van het ooit zo geroemde ‘Belgische model’, gestoeld op een evenwichtige mix van technologie en professionele begeleiding, definitief geteld?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)

 25,00
Het hedendaagse landschap aan toezichtmechanismen is uitermate complex en volop in beweging. Meer gevestigde toezichtorganen, zoals het Europese antifoltercomité (CPT), kregen recent het gezelschap van nieuwere spelers op het terrein, zoals het VN-antifoltercomité (SPT) en de zogenaamde nationale preventiemechanismen (NPM). Binnen de Belgische landsgrenzen is een waaier aan gespecialiseerde toezichtorganen actief die zich met wisselend succes toespitsen op gevangenissen, politiecellen, vreemdelingencentra, e.d.m.

Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?

Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.

Quick View

Toezicht op detentie: tekst en context (IRCP-series, vol. 46)

 25,00
Het hedendaagse landschap aan toezichtmechanismen is uitermate complex en volop in beweging. Meer gevestigde toezichtorganen, zoals het Europese antifoltercomité (CPT), kregen recent het gezelschap van nieuwere spelers op het terrein, zoals het VN-antifoltercomité (SPT) en de zogenaamde nationale preventiemechanismen (NPM). Binnen de Belgische landsgrenzen is een waaier aan gespecialiseerde toezichtorganen actief die zich met wisselend succes toespitsen op gevangenissen, politiecellen, vreemdelingencentra, e.d.m.

Hoe functioneren die organen in de praktijk en op welke wijze verhouden ze zich tot elkaar?
Is het huidige toezicht in Europa toereikend of moet de controle nog opgevoerd worden?
Welke rol speelt de EU in dit ganse verhaal?

Toezicht op detentie biedt de lezer een up-to-date overzicht van het hedendaagse toezichtlandschap en bediscussieert een aantal van de hete hangijzers waarmee actoren op dit terrein heden ten dage worden geconfronteerd.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)

 68,00
In the past decades the EU has made little progress with respect to disqualifications as a sanction mechanism. The complex nature of this specific sanction mechanism has caused policy initiatives to be postponed time after time.

In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.

Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.

To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.

This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

Geen voorraad
Quick View

The disqualification triad (IRCP-series, vol. 45)

 68,00
In the past decades the EU has made little progress with respect to disqualifications as a sanction mechanism. The complex nature of this specific sanction mechanism has caused policy initiatives to be postponed time after time.

In answer to a call from the European Commission, the authors have conducted a comparative legal analysis in the EU 27 and looked into the practical experiences with disqualifications from a domestic and a cross-border perspective. To that end, academics, policy makers and practitioners in the member states have been consulted.

Analysis reveals a wide variety in the typology of disqualifications as a sanction measure, persons to whom the disqualifications can be imposed and authorities involved. Furthermore, there are considerable differences with respect to the inclusion of disqualifications in the national criminal records databases. Linked thereto, information on foreign disqualifications is scarce and rarely used in practice.

To ensure a comprehensive and consistent policy approach, the authors have come up with a so-called disqualification triad, comprising (1) unified EU-wide disqualifications, (2) mutual recognition of disqualifications and (3) EU-wide equivalent effect of disqualifications. The functioning of the disqualification triad was further elaborated in three case studies, being public procurement disqualifications, disqualifications from working with children and driving disqualifications.

This book is essential reading for both EU and national policy makers as well as for researchers and practitioners involved.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)

 128,50
International cooperation in criminal matters in the European Union has grown exponentially over the past few decades. Importantly, there is a wide variety of authorities involved therein, rendering the traditional distinction between police and judicial cooperation outdated. Furthermore, its rapid growth exposed this policy field to inconsistencies and incoherence. Additionally despite the wave of new legislation, important lacunae can be identified, setting important challenges for the future. The combination of these issues clarifies the title of this book: there is a pressing need to rethink international cooperation in criminal matters.

In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.

This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
  • (1) a helicopter view on cooperation with criminal justice finality,
  • (2) a clear demarcation of the role of the judicial authorities,
  • (3) a comprehensive review of refusal grounds, including proportionality and capacity concerns,
  • (4) an assessment of gaps in the current body of instruments regulating international cooperation in criminal matters and possible remedies thereto,
  • (5) a well-considered further development of Eurojust and
  • (6) ensuring EU wide effect of mere domestic actions.

    Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

  • Geen voorraad
    Quick View

    Rethinking international cooperation in criminal matters in the EU (IRCP-series, vol. 42)

     128,50
    International cooperation in criminal matters in the European Union has grown exponentially over the past few decades. Importantly, there is a wide variety of authorities involved therein, rendering the traditional distinction between police and judicial cooperation outdated. Furthermore, its rapid growth exposed this policy field to inconsistencies and incoherence. Additionally despite the wave of new legislation, important lacunae can be identified, setting important challenges for the future. The combination of these issues clarifies the title of this book: there is a pressing need to rethink international cooperation in criminal matters.

    In answer to a call from the European Commission, the authors have designed a comprehensive methodological framework to review the entirety of international cooperation in criminal matters, combining desktop reviews, expert consultations, member state questionnaires and focus group meetings in each of the member states to obtain a comprehensive overview of the currently experienced obstacles and future policy options that are both needed and feasible. Over 150 individuals contributed to the study, with different background, including academics, lawyers, policy makers, police, customs, intelligence services, prosecution, judiciary, correctional authorities, Ministries of Justice and Home Affairs.

    This book provides an overview of the research findings and the recommendations formulated. They include but are not limited to
  • (1) a helicopter view on cooperation with criminal justice finality,
  • (2) a clear demarcation of the role of the judicial authorities,
  • (3) a comprehensive review of refusal grounds, including proportionality and capacity concerns,
  • (4) an assessment of gaps in the current body of instruments regulating international cooperation in criminal matters and possible remedies thereto,
  • (5) a well-considered further development of Eurojust and
  • (6) ensuring EU wide effect of mere domestic actions.

    Essential reading for both EU policy makers and for all practitioners involved, this book represents the first overall analysis of the entirety of international cooperation in criminal matters in the EU. An analysis aiming at moving beyond actors, bringing logic back, footed in reality.

  • Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×