Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Oedipus heerst!? (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 7)
Toen Freud zijn oedipuscomplex op Sophocles’ klassieke tragedie entte, was de portee dat in iedere jongen een Oedipus schuilt (‘je suis Oedipe’). Maar een alomtegenwoordige figuur hoeft niet enkel op bevestiging te rekenen; hij roept ook weerstand op en kan tot vehikel worden gemaakt voor herbezinning. Wat is de status van Oedipus anno nu? Heerst hij nog steeds – als een koning dan wel als een ‘maladie (d’amour)’? In deze bundel zijn de bijdragen bijeengebracht van de studiedag op 31 oktober 2015, aangevuld met enkele speciaal voor de gelegenheid geschreven artikelen. De figuur van Oedipus is het uitgangspunt in beschouwingen over onder meer de klassieke tragedie; de problematiek van de dwangneurose; de moeder in het werk van kinderloze mannelijke auteurs; het denken van Deleuze en Guattari; het toneelwerk van Mulisch en Claus; de debuutroman van Alain Robbe-Grillet; het oeuvre van Willem Frederik Hermans.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuurwetenschap
aan de Universiteit Leiden. Hij is bestuurslid van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en levert geregeld bijdragen aan de bundels van de
stichting. Tevens is hij betrokken bij de filmploeg van de NVPA. Zijn meest
recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction.
Sjef Houppermans is verbonden aan de opleiding Frans van de Universiteit
Leiden. Hij publiceert over Franse literatuur onder meer vanuit een
psychoanalytisch vertrekpunt. Hij is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse
en Cultuur en redacteur van het Tijdschrift voor Psychoanalyse.
Met bijdragen van Rick Dolphijn, Henk Hillenaar, Sjef Houppermans, Nelleke Noordervliet, Daan Rutten, Ben Schomakers, Philippe Van Haute, Paul Verhaeghe & Peter Verstraten.
Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers
Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel
wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een
werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een
arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord.
Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer
met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de
job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met
een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden
zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een
overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een
checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers
met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde
zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.
Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00
Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de
onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit
Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen
van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
van KU Leuven.
Werken met een arbeidshandicap. Gids voor werkgevers
Het tewerkstellen van een medewerker met een arbeidshandicap doet heel
wat vragen rijzen. Wat is de meerwaarde voor een organisatie? Wat kan een
werkgever doen? Wat valt er te verwachten van een werknemer met een
arbeidshandicap? Waar is ondersteuning te vinden?
Op deze en vele andere vragen geeft deze praktische gids een antwoord.
Hij maakt de werkgever wegwijs in het tewerkstellen van een werknemer
met een arbeidshandicap, van de vacature tot en met de uitvoering van de
job. Bovendien informeert het boek over subsidies voor werknemers met
een arbeidshandicap, speciale vervoersmogelijkheden enz. Ook worden
zes tewerkstellingsprincipes nauwkeurig uitgewerkt. Tot slot volgen een
overzicht van expertorganisaties die extra ondersteuning bieden en een
checklist voor het uitschrijven van een duidelijke vacature.
Het boek wil bijdragen tot een divers personeelsbestand, waarbij ook werknemers
met een arbeidshandicap kunnen aantonen dat ze een meerwaarde
zijn voor organisaties, instellingen, bedrijven.
Mensen met een (visuele) beperking kunnen rechtstreeks bij uitgeverij Garant een pdf van het boek bestellen mits aanvaarding van de gebruiksvoorwaarden en betaling van de reguliere verkoopprijs.
Contact: info@garant.be of +32 (0)3 231 29 00
Dorien Meulenijzer is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de
onderzoeksgroep Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit
Ingenieurswetenschappen van KU Leuven.
Ann Heylighen is als hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
Research[x]Design van het departement Architectuur, Faculteit Ingenieurswetenschappen
van KU Leuven.
Maddy Janssens is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoeksgroep
‘Personeel & Organisatie’, Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen
van KU Leuven.
Sociaal-economisch dharma. Geschiedenis van het economisch denken in India en China
De auteur wil het enorme belang van Zuid- en Oost-Aziatische culturen in het ontstaan van het moderne sociaal-economische denken onderstrepen. In een geglobaliseerde wereld waar India en China een steeds belangrijkere plaats gaan innemen, is het van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Een methode om dit te bereiken is het vergelijken van religieuze en filosofische bronnen van het sociaal-economische denken. De Vylder geeft aan dat het Oost- en Zuid-Aziatische denken kan bijdragen tot het kritisch interpreteren van de huidige sociaal-economische crisis, maar stelt tegelijk de uniekheid van zowel het Oosten en het Westen in vraag om op die basis universele sociaal-economische waarden te identificeren.
Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis en International Political Economy aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven (campus te Antwerpen). Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds. Reeds meer dan dertig jaar interageert hij met zowel de ontwikkelings-, de bedrijfs-, als de academische wereld in India en andere Aziatische landen. Momenteel geeft hij vooral gastcolleges en lezingen tijdens internationale symposia en aan verschillende academische instellingen verspreid over heel Azië.
Sociaal-economisch dharma. Geschiedenis van het economisch denken in India en China
De auteur wil het enorme belang van Zuid- en Oost-Aziatische culturen in het ontstaan van het moderne sociaal-economische denken onderstrepen. In een geglobaliseerde wereld waar India en China een steeds belangrijkere plaats gaan innemen, is het van essentieel belang om succesvol interculturele communicatie op gang te brengen en te zoeken naar internationaal erkende ethische regels. Een methode om dit te bereiken is het vergelijken van religieuze en filosofische bronnen van het sociaal-economische denken. De Vylder geeft aan dat het Oost- en Zuid-Aziatische denken kan bijdragen tot het kritisch interpreteren van de huidige sociaal-economische crisis, maar stelt tegelijk de uniekheid van zowel het Oosten en het Westen in vraag om op die basis universele sociaal-economische waarden te identificeren.
Dr. Gerrit De Vylder (1963) doceert Economische Geschiedenis en International Political Economy aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven (campus te Antwerpen). Zijn onderzoek spitst zich toe op de relatie tussen economie enerzijds, en ethiek, godsdienst, literatuur en oriëntalistiek anderzijds. Reeds meer dan dertig jaar interageert hij met zowel de ontwikkelings-, de bedrijfs-, als de academische wereld in India en andere Aziatische landen. Momenteel geeft hij vooral gastcolleges en lezingen tijdens internationale symposia en aan verschillende academische instellingen verspreid over heel Azië.
Supervisie. Van psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 18)
Elke opleiding in de psychoanalytische therapie of de psychoanalyse kent drie pijlers: de theoretisch-technische vorming, het persoonlijke leerproces in psychoanalyse en de supervisie. Al van in de beginjaren van de psychoanalyse is het vanzelfsprekend dat de eerste behandelingen die een psychoanalyticus uitvoert onder de supervisie of controle van een meer ervaren collega gebeuren. De psychotherapeut of psychoanalyticus bespreekt het klinisch materiaal en het verloop van het analytisch proces met een collega die door de beroepsgroep voor het uitoefenen van deze functie erkend is. Naast de supervisie als inherent onderdeel van de opleiding, is het ook gebruikelijk dat ervaren psychoanalytici en psychotherapeuten met een gerespecteerde collega een complexe casus bespreken en dit met een vaste regelmaat, dus buiten het kader van de opleiding. Analytici en psychotherapeuten verenigen zich daarnaast in kleine intervisiegroepen die regelmatig samenkomen om na te denken over of commentaar te leveren op elkaars werk. In dit boek worden verschillende aspecten van psychoanalytische supervisie besproken. Het gaat om supervisie zoals ze werd onderzocht èn ondervonden zowel door opleiders als door supervisanten.
Met bijdragen van Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Ton Stufkens, Hilde Van Pelt, Ilse
Vansant, Paul Verhaeghe, Ann Verhaert, Rudi Vermote, Nicole Vliegen, Hans Wiersema
en Anders Zachrisson.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Nicole Vliegen (psychodynamisch kindertherapeut en psychoanalytica) zijn beiden past-presidents van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Supervisie. Van psychoanalyse en psychoanalytische therapie (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 18)
Elke opleiding in de psychoanalytische therapie of de psychoanalyse kent drie pijlers: de theoretisch-technische vorming, het persoonlijke leerproces in psychoanalyse en de supervisie. Al van in de beginjaren van de psychoanalyse is het vanzelfsprekend dat de eerste behandelingen die een psychoanalyticus uitvoert onder de supervisie of controle van een meer ervaren collega gebeuren. De psychotherapeut of psychoanalyticus bespreekt het klinisch materiaal en het verloop van het analytisch proces met een collega die door de beroepsgroep voor het uitoefenen van deze functie erkend is. Naast de supervisie als inherent onderdeel van de opleiding, is het ook gebruikelijk dat ervaren psychoanalytici en psychotherapeuten met een gerespecteerde collega een complexe casus bespreken en dit met een vaste regelmaat, dus buiten het kader van de opleiding. Analytici en psychotherapeuten verenigen zich daarnaast in kleine intervisiegroepen die regelmatig samenkomen om na te denken over of commentaar te leveren op elkaars werk. In dit boek worden verschillende aspecten van psychoanalytische supervisie besproken. Het gaat om supervisie zoals ze werd onderzocht èn ondervonden zowel door opleiders als door supervisanten.
Met bijdragen van Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Ton Stufkens, Hilde Van Pelt, Ilse
Vansant, Paul Verhaeghe, Ann Verhaert, Rudi Vermote, Nicole Vliegen, Hans Wiersema
en Anders Zachrisson.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Nicole Vliegen (psychodynamisch kindertherapeut en psychoanalytica) zijn beiden past-presidents van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Ethisch leiderschap. In organisaties, bedrijven en onderwijs…
In een sterk evoluerende samenleving is er nood aan leiders met aandacht voor waardevorming, zingeving en verantwoordelijkheid. Als belangrijkste kwaliteiten daarbij gelden: communicatief overleg, (machtsvrije) dialoog, kunnen ontwikkelen van sociaal kapitaal, empowering, kunnen omgaan met complexiteit, goede balans tussen macht en zorg, creëren van zin (sensemaking), kritische vrijmoedigheid, innovatief denken en handelen.
Hoe is zulk ethisch leiderschap te realiseren in de permanente spanning tussen de systeemeisen van een organisatie en een procesgerichte uitoefening van leiderschap?
Willy Deckers doceerde onderwijsmethodologie aan de Theologische Hogeschool Amsterdam, sociale ethiek en agogische wetenschappen aan het departement Sociaal Werk van de KHK te Geel, werkt als freelancer in nascholing voor leidinggevenden, publiceerde onder meer: De opstanding van het lichaam, Niet sterven in de middag, Spelen om te overleven, Democratie: autoritaire staat en basisweging.
Depressie. Actuele psychoanalytische benaderingen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 15)
Depressie is een vaak voorkomende aandoening. Epidemiologische studies suggereren zelfs dat één op vijf vrouwen en één op tien mannen er in de loop van hun leven mee te maken krijgen. Hoewel deze cijfers het voorkomen van depressie misschien overschatten, is en blijft depressie een belangrijk probleem. Depressie hangt immers samen met een hoge persoonlijke, maatschappelijke en economische kost.
Bestaande farmaceutische en psychotherapeutische behandelingen hebben slechts een beperkt effect bij een aanzienlijke subgroep van depressieve patiënten. Recente richtlijnen voor de behandeling van depressie beklemtonen dan ook de nood aan een langetermijnvisie waarin de nadruk wordt gelegd op terugvalpreventie, wat heeft geleid tot een hernieuwde interesse in psychodynamische theorieën en behandelvormen van depressie. Vanuit psychoanalytische hoek bestaat er dan ook een rijke traditie inzake depressie en de behandeling ervan. Dat hoeft niet te verbazen: veruit het merendeel van patiënten die hulp zoeken van psychoanalytisch geschoolde therapeuten kampt immers met ernstige depressieve klachten, vaak in combinatie met andere problemen.
In dit boek bieden een aantal gerenommeerde binnen- en buitenlandse psychoanalytisch georiënteerde auteurs een overzicht van recente theorievorming en onderzoek over depressie bij zowel kinderen en adolescenten als volwassenen. Samen met de groeiende evidentie uit systematisch onderzoek voor de effectiviteit van psychoanalytische therapie, tonen deze bijdragen aan dat psychoanalytische behandelingen voor depressie hun plaats hebben binnen onze gezondheidszorg.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Patrick Luyten is verbonden aan de Onderzoekseenheid Psychologie van de K.U.Leuven en aan het Research Department of Clinical, Educational, and Health Psychology, University College London. Hij is ook privé werkzaam.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en participant aan de Belgische School voor Psychoanalyse. Hij werkt in een privé-praktijk in Haacht en is als consulent verbonden aan Thuisbegeleidingsdienst Oikonde in Mechelen en Lier. Hij is tevens verbonden als supervisor aan het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de K.U.Leuven.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is werkzaam in de Psychiatrische Centra Sint-Truiden en verbonden aan de psychoanalytische dienst van het UC K.U.Leuven - Campus Kortenberg. Hij is opleidingsanalyticus van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en huidig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
In de media:
LAPP-Leuvense Afgestudeerde Psychologen en Pedagogen: Boekentip
Depressie (...) is een lezenswaardig boek geworden met een breed en gevarieerd aanbod en een prettige afwisseling tussen theorie en praktijk.
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 18, nr. 2, blz. 143-145
Depressie. Actuele psychoanalytische benaderingen (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 15)
Depressie is een vaak voorkomende aandoening. Epidemiologische studies suggereren zelfs dat één op vijf vrouwen en één op tien mannen er in de loop van hun leven mee te maken krijgen. Hoewel deze cijfers het voorkomen van depressie misschien overschatten, is en blijft depressie een belangrijk probleem. Depressie hangt immers samen met een hoge persoonlijke, maatschappelijke en economische kost.
Bestaande farmaceutische en psychotherapeutische behandelingen hebben slechts een beperkt effect bij een aanzienlijke subgroep van depressieve patiënten. Recente richtlijnen voor de behandeling van depressie beklemtonen dan ook de nood aan een langetermijnvisie waarin de nadruk wordt gelegd op terugvalpreventie, wat heeft geleid tot een hernieuwde interesse in psychodynamische theorieën en behandelvormen van depressie. Vanuit psychoanalytische hoek bestaat er dan ook een rijke traditie inzake depressie en de behandeling ervan. Dat hoeft niet te verbazen: veruit het merendeel van patiënten die hulp zoeken van psychoanalytisch geschoolde therapeuten kampt immers met ernstige depressieve klachten, vaak in combinatie met andere problemen.
In dit boek bieden een aantal gerenommeerde binnen- en buitenlandse psychoanalytisch georiënteerde auteurs een overzicht van recente theorievorming en onderzoek over depressie bij zowel kinderen en adolescenten als volwassenen. Samen met de groeiende evidentie uit systematisch onderzoek voor de effectiviteit van psychoanalytische therapie, tonen deze bijdragen aan dat psychoanalytische behandelingen voor depressie hun plaats hebben binnen onze gezondheidszorg.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Patrick Luyten is verbonden aan de Onderzoekseenheid Psychologie van de K.U.Leuven en aan het Research Department of Clinical, Educational, and Health Psychology, University College London. Hij is ook privé werkzaam.
Wim Vanmechelen, psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut, is lid van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie en participant aan de Belgische School voor Psychoanalyse. Hij werkt in een privé-praktijk in Haacht en is als consulent verbonden aan Thuisbegeleidingsdienst Oikonde in Mechelen en Lier. Hij is tevens verbonden als supervisor aan het Postgraduaat Psychoanalytische Psychotherapie van de K.U.Leuven.
Marc Hebbrecht is psychiater, psychotherapeut en psychoanalyticus. Hij is werkzaam in de Psychiatrische Centra Sint-Truiden en verbonden aan de psychoanalytische dienst van het UC K.U.Leuven - Campus Kortenberg. Hij is opleidingsanalyticus van de Belgische Vereniging voor Psychoanalyse en huidig voorzitter van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Therapie.
In de media:
LAPP-Leuvense Afgestudeerde Psychologen en Pedagogen: Boekentip
Depressie (...) is een lezenswaardig boek geworden met een breed en gevarieerd aanbod en een prettige afwisseling tussen theorie en praktijk.
Tijdschrift voor Psychoanalyse, jrg. 18, nr. 2, blz. 143-145
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
Jeugd- en gezinsbeleid – Deel 3 – Verwerkingsopdrachten
Deel 3: Verwerkingsopdrachten is een boek met werk- en studieopdrachten met bijbehorende literatuursuggesties. Deze themaopdrachten zijn geschikt voor individuele verwerking en uitdieping, maar ook voor verwerking in beleidswerkgroepen of -workshops.
Enkele thema’s zijn: vrije tijd en probleemgedrag, werkzame en schadelijke jeugdinterventies, indicatiestelling speciaal onderwijs en het uithuisplaatsen van kinderen.
Dit boek kadert in een drieluik. In Deel 1: Theorie en achtergronden worden een viertal beleidsbenaderingen behandeld vanuit een pedagogisch perspectief. In Deel 2: Uitgewerkte beleidsthema’s worden concrete beleidsthema’s op het snijvlak van jeugd-, gezins- en onderwijsbeleid verder uitgediept met behulp van onderzoeksresultaten, beleidsnota’s en praktijksituaties in de jeugdzorg.
Deze publicaties maken jeugd- en gezinsbeleidsvraagstukken toegankelijk voor een breed publiek, en bieden handvatten voor professionals werkzaam bij gemeentelijke, provinciale en landelijke beleidsorganen. Ze zijn ook een onmisbaar handboek voor de professional in opleiding op universiteit en hogeschool.
Dr. Agnes Tellings is universitair docent en onderzoeker aan de afdeling Orthopedagogiek: Leren & Ontwikkeling van de Radboud Universiteit Nijmegen, en aan het aldaar gevestigde onderzoeksinstituut Behavioural Science Institute (BSI).
Jan R.M. Gerris is hoogleraar Gezinspedagogiek aan de afdeling Orthopedagogiek: Gezin en gedrag van de Radboud Universiteit in Nijmegen en was mede-oprichter en eerste president van de European Society on Family Relations (ESFR).
Jan Willem Veerman is bijzonder hoogleraar Speciale Kinder- en Jeugdzorg aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en directeur van Praktikon, een organisatie voor onderzoek en ontwikkeling in de jeugdzorg.
