Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voor seksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over het fenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoek dat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische en emotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk van seksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakers allerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegen vrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijke en wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en tot dusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Seksueel partnergeweld in Vlaanderen. Een belevingsstudie (Gandaius Meesterlijk, nr. 1)
Het taboe rond partnergeweld raakt maar langzaam doorbroken. Voor seksueel partnergeweld tegen vrouwen geldt dit nog in veel sterkere mate.
Dit boek verschaft niet alleen essentiële (criminologische) kennis over het fenomeen en de omvang ervan in Vlaanderen. Met het belevingsonderzoek dat ze bij slachtoffers voerde, brengt de auteur ook de fysieke, psychische en emotionele gevolgen, gedragsmatige reacties en gevolgen op het stuk van seksualiteitsbeleving in beeld.
Niet alleen voor de hulpverlening is dit bijzonder waardevol. Beleidsmakers allerhande, onderzoekers en alle anderen die geïnteresseerd zijn in of betrokken bij de problematiek van (seksueel) (partner)geweld tegen vrouwen zullen zich met dit boek hun voordeel doen.
"Stefanie Vandecapelle draagt met haar criminologisch werk in belangrijke en wezenlijke mate bij tot het doorbreken van een van de laatste en tot dusver onderbelichte taboes in Vlaanderen”
Prof. Dr. Gert Vermeulen

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society. From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’), to university and post-graduate master programs. The length and intensity varies tremendously: from two days courses, to two years programs. In this respect, mediation is comparable to sports or fine arts: you can practice this intuitively, and with basic training at grass roots level, and you can develop this into professional level , and become a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as a
respected part in the judicial process and the mediator as a respected
full partner in the process of conflict management and dispute
resolution. The mediator should be recognized as an expert, with
specific knowledge and skills to assist as a third party.
To achieve
this, high quality education in mediation is essential. Otherwise,
mediation will always be seen, particularly by other professions and
professionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
Martin Euwema is full professor Organisational Psychology at KU Leuven. He is the president of the International Association for Conflict Management and co-director of the Leuven Center for Collaborative Management.
Fred Schonewille runs a private mediation practice, is a teacher and researcher on the field of mediation and law and is a part time judge.

Mastering Mediation Education
Mediation education nowadays is implemented at all levels in society. From kindergarten and primary school education (‘peer mediation’), to university and post-graduate master programs. The length and intensity varies tremendously: from two days courses, to two years programs. In this respect, mediation is comparable to sports or fine arts: you can practice this intuitively, and with basic training at grass roots level, and you can develop this into professional level , and become a Master in Mediation.
This professionalization is an essential step for mediation as a
respected part in the judicial process and the mediator as a respected
full partner in the process of conflict management and dispute
resolution. The mediator should be recognized as an expert, with
specific knowledge and skills to assist as a third party.
To achieve
this, high quality education in mediation is essential. Otherwise,
mediation will always be seen, particularly by other professions and
professionals as a ‘soft skills’, and second order servicing.
- How should this professional education be developed?
- What roles do universities and should universities play in mediation education?
- What trends are there and what are the necessary steps to take, to further develop this young profession, into evidence based practices?
Martin Euwema is full professor Organisational Psychology at KU Leuven. He is the president of the International Association for Conflict Management and co-director of the Leuven Center for Collaborative Management.
Fred Schonewille runs a private mediation practice, is a teacher and researcher on the field of mediation and law and is a part time judge.
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.
Criminografische ontwikkelingen II (Reeks Panopticon Libri, nr. 5)
Deze uitgave heeft tot doel het hiaat in de Belgische criminografie te vullen en periodiek te rapporteren over de nog steeds zo moeilijk te vinden criminografische basisinformatie in ons land.
Veel criminografisch materiaal is weliswaar beschikbaar, zeker op niveau van de politiestatistiek, en recent ook op het niveau van de parketstatistieken, dankzij de inspanningen van de statistisch-analisten. Het blijft echter een feit dat de data zelf niet zo maar eenvoudig toegankelijk zijn voor iedereen.
Net als het vorige verzamelwerk is ook deze publicatie zo opgebouwd dat het bericht over criminografische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. Deze editie bundelt acht en is een initiatief van leden van de Panopticon-deelredactie ‘Criminografie en methodologie’.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van het internationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakende internationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen de Verenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallen van grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen. Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na de Tweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventig ontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatverandering wereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvoor een oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocol en het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
Prof. dr. Johan G. Lammers is gasthoogleraar Internationaal Omgevingsrecht op de G.J. Wiardaleerstoel in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.

Van de Harmon doctrine naar het klimaatakkoord van Kopenhagen (Reeks Oraties)
In zijn oratie licht Johan Lammers de enorme ontwikkeling en expansie van het internationaal milieurecht toe. Daarbij gaat hij nader in op de spraakmakende internationale arbitrale uitspraak uit 1938 in de ‘Trail Smelter affaire’ tussen de Verenigde Staten en Canada, alsook op enkele andere kenmerkende gevallen van grensoverschrijdende milieuhinder en gebruik van natuurlijke rijkdommen. Voorbeelden hiervan zijn de kwestie van de verzilting van het Rijnwater na de Tweede Wereldoorlog en het probleem van de ‘zure regen’ dat in de jaren zeventig ontstond.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de problematiek van de klimaatverandering wereldwijd, alsook aan de wijze waarop de internationale gemeenschap daarvoor een oplossing probeert te vinden via het VN Klimaatverdrag, het Kyoto Protocol en het recentelijk gesloten Klimaatakkoord van Kopenhagen.
Prof. dr. Johan G. Lammers is gasthoogleraar Internationaal Omgevingsrecht op de G.J. Wiardaleerstoel in de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, departement Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Utrecht.