Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Art of Vesalius

 39,00

This book is dedicated to the 500th anniversary of the birth of Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius’ experts and adepts focus on his life and work, the new insights he gave on the anatomy of the human body and the influence he had on the medical profession throughout the centuries. Special attention is given to the iconography in Vesalius’ “Fabrica” and “Epitome”, which, as a new medium of expression, has incited doctors and artists alike to copy the magnificent renaissance drawings.
The renewed interest in Vesalius’ texts and drawings is illustrated in this publication.



Robrecht Van Hee studied medicine at Gent University. He became a surgeon in Breda and Nijmegen, where he obtained a PhD in medicine. He taught at Antwerp University and specialised in transplantation and endocrine surgery.
He also taught medical history, in this field he speciliased in the medical history of the Low Countries in the 16th century.
He is the author of over 400 publications and member of the editorial board of Journal of Medical Biography and Studium.

Quick View

Art of Vesalius

 39,00

This book is dedicated to the 500th anniversary of the birth of Andreas Vesalius (1514-1564).
Vesalius’ experts and adepts focus on his life and work, the new insights he gave on the anatomy of the human body and the influence he had on the medical profession throughout the centuries. Special attention is given to the iconography in Vesalius’ “Fabrica” and “Epitome”, which, as a new medium of expression, has incited doctors and artists alike to copy the magnificent renaissance drawings.
The renewed interest in Vesalius’ texts and drawings is illustrated in this publication.



Robrecht Van Hee studied medicine at Gent University. He became a surgeon in Breda and Nijmegen, where he obtained a PhD in medicine. He taught at Antwerp University and specialised in transplantation and endocrine surgery.
He also taught medical history, in this field he speciliased in the medical history of the Low Countries in the 16th century.
He is the author of over 400 publications and member of the editorial board of Journal of Medical Biography and Studium.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen

 14,60
Groepsleiding negeert te veel, straft te vaak en te snel en komt vaak met de cliënt in een negatieve gedragsspiraal terecht, wordt vaak gemeend.
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?

Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.

Quick View

Mediatietherapie in de residentiële zorg voor kinderen en jeugdigen – Protocollen

 14,60
Groepsleiding negeert te veel, straft te vaak en te snel en komt vaak met de cliënt in een negatieve gedragsspiraal terecht, wordt vaak gemeend.
Gedragstherapeutische begeleiding in residentiële zorg is een belangwekkend terrein in de jeugdhulpverlening. Kinderen en jongeren kunnen hun directe omgeving enorm ontregelen met hun emotionele problemen, maar dan vooral met hun hieruit voortvloeiend gedrag. Zeker wanneer de problemen bij de kinderen zo ernstig zijn geëscaleerd dat een thuissituatie geen optie meer is, blijkt een verblijf in een residentiële setting haast onvermijdelijk. Groepsleiding en verplegend personeel hebben daarom extra steun nodig bij hun dagelijkse begeleiding om een leefgroep met probleemkinderen adequaat te kunnen runnen. In geval van tehuiskinderen spreekt het dan ook vanzelf om de groepsleiding (of het verplegend personeel) in dit intensieve hulpverleningsaanbod actief bij de behandeling te betrekken. De dagelijkse begeleiding en behandeling worden extra bemoeilijkt omdat er meer cliënten wonen en er wisselende diensten zijn. De huidige praktijk biedt groepsleiding soms te weinig concrete handvatten om met deze ernstige gedragsproblemen om te gaan.
Deze praktische gids met protocollen voor iedereen die werkt in de residentiële zorg en dagelijks met probleemgedrag in aanraking komt, geeft een antwoord op vragen als: Welk gedrag belonen, wanneer is een straf adequaat, hoe werkt negeren precies en hoe ga ik om met de invloed van anderen, zowel groepsleiding als medecliënten?

Katrien Raemdonck, orthopedagoog, is behandelingscoördinator bij Stichting Ipse de Bruggen met vestigingen in Zuid-Holland. Ze geeft ook training aan leerkrachten in het REC4-onderwijs en individuele therapie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Counselling een nieuw perspectief. Ont-moeten, ont-dekken, ont-wikkelen (Kennisreeks Counseling, nr. 1)

 26,70
De praktijk van counselling is zowel in Nederland als Vlaanderen in volle opmars. Dit hoeft niet te verwonderen, gezien de ruime mogelijkheden die counselling biedt om in onze dynamische maatschappij mentaal vitaal en effectief te (blijven) functioneren. Het stimuleert mensen om in een creatief leerproces over de grenzen van bestaande kaders heen te kijken en hun waarnemingsvermogen te vergroten. De auteurs bieden een helder, opiniërend perspectief op de diversiteit van het counsellingsveld met zijn vele vormen, methodieken, stromingen, opleidingen, beoefenaars, verenigingen en stichtingen. Daarnaast worden nieuwe wegen voor de ontwikkeling van counselling geschetst.

Met scherpe analyses en prikkelende stellingen geeft dit boek het professionaliseringsproces van counselling een nieuwe impuls en verleent het haar maatschappelijke bekendheid en toegankelijkheid. Het richt zich tot cliënten en beoefenaars van het vak, maar ook tot collega’s in aanverwante vakgebieden en inkopers van psychologische diensten.

Johan Boogaars is directeur van InterExpert in Elst. Erik van Hardeveld is directeur van Wijzer in Dalfsen. Fenneke Woertman is directeur van Arcadi Counseling in Maarn.
De auteurs zijn allen geaccrediteerd counsellor en als kennispartner verbonden aan de NAC – Nederlandse Associatie voor Counselling.

Quick View

Counselling een nieuw perspectief. Ont-moeten, ont-dekken, ont-wikkelen (Kennisreeks Counseling, nr. 1)

 26,70
De praktijk van counselling is zowel in Nederland als Vlaanderen in volle opmars. Dit hoeft niet te verwonderen, gezien de ruime mogelijkheden die counselling biedt om in onze dynamische maatschappij mentaal vitaal en effectief te (blijven) functioneren. Het stimuleert mensen om in een creatief leerproces over de grenzen van bestaande kaders heen te kijken en hun waarnemingsvermogen te vergroten. De auteurs bieden een helder, opiniërend perspectief op de diversiteit van het counsellingsveld met zijn vele vormen, methodieken, stromingen, opleidingen, beoefenaars, verenigingen en stichtingen. Daarnaast worden nieuwe wegen voor de ontwikkeling van counselling geschetst.

Met scherpe analyses en prikkelende stellingen geeft dit boek het professionaliseringsproces van counselling een nieuwe impuls en verleent het haar maatschappelijke bekendheid en toegankelijkheid. Het richt zich tot cliënten en beoefenaars van het vak, maar ook tot collega’s in aanverwante vakgebieden en inkopers van psychologische diensten.

Johan Boogaars is directeur van InterExpert in Elst. Erik van Hardeveld is directeur van Wijzer in Dalfsen. Fenneke Woertman is directeur van Arcadi Counseling in Maarn.
De auteurs zijn allen geaccrediteerd counsellor en als kennispartner verbonden aan de NAC – Nederlandse Associatie voor Counselling.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leren met dyslexie – Deel 2: Reflectie

 13,90
Dit boek interpreteert en trekt conclusies uit de onderzoeksresultaten van de internet-enquête. Zo rijst de vraag of het op basis van die nieuwe kennis mogelijk is om een nieuwe manier van leren te ontwikkelen? Het aandachtsgebied moet verlegd worden van automatisering van de regels naar het bewust worden van de te hanteren strategieën, aldus de auteur.

Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.

Quick View

Leren met dyslexie – Deel 2: Reflectie

 13,90
Dit boek interpreteert en trekt conclusies uit de onderzoeksresultaten van de internet-enquête. Zo rijst de vraag of het op basis van die nieuwe kennis mogelijk is om een nieuwe manier van leren te ontwikkelen? Het aandachtsgebied moet verlegd worden van automatisering van de regels naar het bewust worden van de te hanteren strategieën, aldus de auteur.

Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leren met dyslexie – Deel 1: Onderzoek

 15,90
Hoe leren met mensen met dyslexie in het basis- en voortgezet onderwijs? Dit in beeld brengen was het doel van de internet-enquête die aan de basis ligt van dit onderzoek. De auteur vroeg aan mensen met dyslexie een antwoord op vragen als: Wat waren de best behaalde resultaten in het basis- en voortgezet onderwijs? Welk onderdeel binnen de taalvakken leidde tot de beste resultaten? Wat was de reden van de goede resultaten? Bijzonder aan dit onderzoek is dat het nagaat wat er wél goed gaat bij het leren met dyslexie, in plaats van te focussen op wat er steeds fout loopt. Er tekenen zich een aantal opvallende lijnen af. Mensen met dyslexie blijken een groot vermogen te hebben om verschillende leerstrategieën toe te passen. Verrassend is ook dat het merendeel van de deelnemers aan het onderzoek goed in staat blijken te zijn om te lezen en te schrijven, maar ze kunnen dit niet foutloos. Deze resultaten zijn de aanleiding om na te gaan of de strategieën die men toepast om te kunnen leren, ook specifiek toegepast kunnen worden bij het leren van de taalvakken, en dan met name bij het schrijven en lezen. De resultaten worden uitgebreid geanalyseerd en becommentarieerd in Leren met dyslexie Deel 2: Reflectie.

Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.

Quick View

Leren met dyslexie – Deel 1: Onderzoek

 15,90
Hoe leren met mensen met dyslexie in het basis- en voortgezet onderwijs? Dit in beeld brengen was het doel van de internet-enquête die aan de basis ligt van dit onderzoek. De auteur vroeg aan mensen met dyslexie een antwoord op vragen als: Wat waren de best behaalde resultaten in het basis- en voortgezet onderwijs? Welk onderdeel binnen de taalvakken leidde tot de beste resultaten? Wat was de reden van de goede resultaten? Bijzonder aan dit onderzoek is dat het nagaat wat er wél goed gaat bij het leren met dyslexie, in plaats van te focussen op wat er steeds fout loopt. Er tekenen zich een aantal opvallende lijnen af. Mensen met dyslexie blijken een groot vermogen te hebben om verschillende leerstrategieën toe te passen. Verrassend is ook dat het merendeel van de deelnemers aan het onderzoek goed in staat blijken te zijn om te lezen en te schrijven, maar ze kunnen dit niet foutloos. Deze resultaten zijn de aanleiding om na te gaan of de strategieën die men toepast om te kunnen leren, ook specifiek toegepast kunnen worden bij het leren van de taalvakken, en dan met name bij het schrijven en lezen. De resultaten worden uitgebreid geanalyseerd en becommentarieerd in Leren met dyslexie Deel 2: Reflectie.

Léon Biezeman, zelf dyslectisch, is zelfstandig ortho-agogisch werker in Deventer.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn. Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren, wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit. Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen. Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.

Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.

Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Quick View

De kunst van het zorgen. Over verbinding in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking

 21,90
Vele ontwikkelingen in de zorgsector worden de laatste jaren beheerst door het streven naar verbetering van kwaliteit. Het uitgangspunt van overheid en zorgverzekeraars is dat kwaliteit ‘meetbaar’ moet zijn. Door het vaststellen van uitkomstmaten, zogenaamde output-indicatoren, wil men het resultaat van verbetertrajecten op wetenschappelijke wijze kunnen vaststellen. Dit streven naar kwantificering heeft een effect op wat onder kwaliteit wordt verstaan. Wat niet of nauwelijks meetbaar is, valt alleen al daardoor buiten het begrip kwaliteit. Meetbare eenheden zijn bijvoorbeeld het aantal meldingen van incidenten en calamiteiten of van vrijheidsbeperkende maatregelen. Minder meetbaar zijn bijvoorbeeld die aspecten van goede zorg die betrekking hebben op de relatie tussen zorgverleners en cliënten.

Juist die aspecten worden in dit boek naar voren gehaald. Dat gebeurt door middel van een cultuurantropologische studie over het thema ‘verbinding’ in een dagelijkse zorgpraktijk. Het betreft een woonhuis voor mensen met een verstandelijke beperking. Het verlenen van goede zorg aan deze mensen is een kunst, de kunst van het zorgen, waarin het erom gaat mensen tot bloei te laten komen. Voor mensen met een beperking is het van belang om zich met de wereld om hen heen te kunnen verbinden. Dan komen mogelijkheden tot ontwikkeling die anders verborgen blijven. Dit lukt echter alleen wanneer zorgverleners erin slagen om eerst zelf een verbinding met deze mensen aan te gaan. Kwaliteit van zorg is kwaliteit van wat zich tussen mensen afspeelt, veel meer dan van veiligheidsprocedures en bedrijfsprocessen.

Karen Wuertz antropologe en extern onderzoekster bij de Bernard Lievegoed Leerstoel van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hans Reinders is hoogleraar ethiek en houder van de Bernard Lievegoed leerstoel voor ethische aspecten van zorg- en hulpverlening vanuit de antroposofie, beide aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)

 21,00
Sinds enkele jaren heeft het bachelor/master stelsel zijn intrede gedaan in het Nederlands hoger onderwijs. Voor de universiteiten zijn de gevolgen beperkt geweest. Veel doctoraal opleidingen lieten zich makkelijk ombouwen tot een masteropleiding.

Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.

De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.

Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)
Quick View

Praktijkonderzoek op een hogeschool. Ontwikkelingen in een opleiding speciale onderwijszorg/master SEN (Windesheim OSO-boeken, nr. 7)

 21,00
Sinds enkele jaren heeft het bachelor/master stelsel zijn intrede gedaan in het Nederlands hoger onderwijs. Voor de universiteiten zijn de gevolgen beperkt geweest. Veel doctoraal opleidingen lieten zich makkelijk ombouwen tot een masteropleiding.

Voor de hogescholen zijn de gevolgen verstrekkender, met name wat betreft het opzetten van masteropleidingen. De van oudsher door hen verzorgde postinitiele opleidingen sluiten zeker niet naadloos aan op de kwalificaties van een master. Met name de eis dat ook ''onderzoeken'' deel dient uit te maken van het curriculum van een masteropleiding, stelt de hogescholen voor problemen. Enerzijds is hun onderzoeksexpertise beperkt, zij hebben op dit punt geen traditie. Anderzijds is nog erg onduidelijk wat het onderzoek op een hogeschool zal gaan inhouden.

De hogescholen moeten derhalve op zoek naar een passende invulling van hun onderzoekscomponent. Een ding is zeker: het zal in ierder geval niet gaan om een kloon van het universitaire onderzoek. Termen als ''toegepast onderzoek'' en ''praktijkgericht onderzoek'' doen de ronde.

Frits Harinck studeerde psychologie in Leiden en promoveerde op een onderzoek naar processen in speltherapie. Hij werkte jarenlang aan de universiteit, waar hij onderzoek verrichtte op het gebied van onderwijs- en opvoedingsproblemen. Momenteel werkt hij op de Hogeschool Windesheim, waar hij betrokken is bij het opzetten van de masteropleiding SEN en het ontwikkelen van modules praktijkonderzoek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Denk aan je mensen. Weerbarstigheid te lijf in het onderwijs en elders

 18,50
Door de onderwijsgeschiedenis heen zijn er voortdurend initiatieven geweest tot vernieuwing, maar vrijwel altijd hebben enthousiasme en scepsis scherp tegenover elkaar gestaan. Hoe komt dit? Leraren bouwen aan een persoonlijk systeem van kennis, vaardigheden en houdingen. Bij voorstellen voor verandering ontstaan er confrontaties tussen dit persoonlijk systeem en de voorstellen, wat vaak leidt tot polarisatie en verdeeldheid. Dit is ernstig, want dit zorgt voor problemen. Dat is echter te vermijden door een bijzonder leiderschap te ontwikkelen. Uit de Inhoud.

Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas — Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
De mede-auteurs zijn verbonden aan OMO — Ons Middelbaar Onderwijs.

Quick View

Denk aan je mensen. Weerbarstigheid te lijf in het onderwijs en elders

 18,50
Door de onderwijsgeschiedenis heen zijn er voortdurend initiatieven geweest tot vernieuwing, maar vrijwel altijd hebben enthousiasme en scepsis scherp tegenover elkaar gestaan. Hoe komt dit? Leraren bouwen aan een persoonlijk systeem van kennis, vaardigheden en houdingen. Bij voorstellen voor verandering ontstaan er confrontaties tussen dit persoonlijk systeem en de voorstellen, wat vaak leidt tot polarisatie en verdeeldheid. Dit is ernstig, want dit zorgt voor problemen. Dat is echter te vermijden door een bijzonder leiderschap te ontwikkelen. Uit de Inhoud.

Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas — Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
De mede-auteurs zijn verbonden aan OMO — Ons Middelbaar Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×