Heritage Counts
The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.
Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.
This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.
Heritage Counts
The idea of heritage as a “capital of irreplaceable cultural, social and economic value” was already present in the European Charter of the Architectural Heritage, adopted by the Council of Europe in 1975 (par.3). Today, this discourse is getting increasing attention on the research agenda. Some argue that, although heritage is always valued highly, the current interest in the impact of heritage is caused by the democratisation of heritage and the increased importance of heritage in today’s society. Others argue that a universal scarcity of funds for heritage management and conservation is the reason to give it its proper attention.
Therefore, the Raymond Lemaire International Centre for Conservation (University of Leuven) considered “Heritage Counts” a relevant and timely topic for its yearly international conference, the “thematic week”. This edition twins with the “Cultural Heritage Counts for Europe” project, funded by the EU Culture Programme. The opening day of the conference was co-organised by the lead partner of this project, EUROPA NOSTRA, and brought together European policymakers and international researchers involved in cultural heritage.
This volume specifically reports on the lectures and fruitful debates on heritage impact during the 2015 thematic week. It was observed that evolutions in discourse and policy hold a significant prospect, which also entail an increasing demand for shared insights and formation. In response, this publication reflects on heritage impact by providing research, case studies and reflections that can serve as baseline records, guidance - and hopefully inspiration. The findings are subdivided in three main chapters: “Framing the paradigm”, “Impact assessments: research, methods and practice” and “Linking management, conservation and sustainable development”.
Eten in mama’s buik. Antwoorden op voedingsvragen van aanstaande moeders.
Dit boek laat zien wat gezond eten werkelijk is en wat het betekent voor
moeder en kind. Aan de hand van vragen die zwangere vrouwen stellen
in haar voedingspraktijk, geeft de auteur aanwijzingen om problemen
te voorkomen en te behandelen. Met een boodschappenlijstje en
smakelijke recepten helpt dit boek aanstaande moeders een goede
basis te leggen voor de gezondheid van hun kind.
Anita Badart-Smook, diëtist en lactatiekundige, was twaalf
jaar onderzoeksdiëtist bij de
Universiteit Maastricht. Nu runt
ze al verscheidene jaren Rond en
Gezond, een voedingspraktijk
voor moeder en kind in Geulle
(www.rondengezond.nl).
Eten in mama’s buik. Antwoorden op voedingsvragen van aanstaande moeders.
Dit boek laat zien wat gezond eten werkelijk is en wat het betekent voor
moeder en kind. Aan de hand van vragen die zwangere vrouwen stellen
in haar voedingspraktijk, geeft de auteur aanwijzingen om problemen
te voorkomen en te behandelen. Met een boodschappenlijstje en
smakelijke recepten helpt dit boek aanstaande moeders een goede
basis te leggen voor de gezondheid van hun kind.
Anita Badart-Smook, diëtist en lactatiekundige, was twaalf
jaar onderzoeksdiëtist bij de
Universiteit Maastricht. Nu runt
ze al verscheidene jaren Rond en
Gezond, een voedingspraktijk
voor moeder en kind in Geulle
(www.rondengezond.nl).
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Digitale voortgangstoets. Van concept tot implementatie
De digitale voortgangstoets heeft als doel het functionele kennisaspect van een competentie te evalueren. Het beheersen van deze kennis wordt bevorderd door het herhaaldelijk afnemen van de toets, gecombineerd met een degelijke feedback. Een goed en uitgebreid kennisnetwerk is essentieel om andere metacognitieve assessments tot een goed einde te brengen en de vooropgestelde competenties te bereiken. Het digitale karakter van de toets sluit nauw aan bij de digitale leefwereld van de student en de snel evoluerende kennismaatschappij. Een digitale voortgangstoets is een grote stap in het ontwerpen van innovatieve assessmentinstrumenten. De implementatie vraagt een paradigmashift van het onderwijs, zowel op management- als op studenten- en docentenniveau.
Dit boek beschrijft hoe een digitale voortgangstoets vanuit een basisconcept uitgewerkt en geïmplementeerd kan worden in het onderwijs. Het biedt theoretische achtergronden aan die verduidelijkt worden met praktijkvoorbeelden en resultaten uit de opleiding bachelor in de verpleegkunde. Het boek is bestemd voor docenten, lectoren, beleidsmakers, onderwijskundigen, opleidingsverantwoordelijken en medewerkers uit het werkveld. Vanwege het brede perspectief van waaruit de digitale voortgangstoets bekeken wordt, is het boek ook geschikt voor alle opleidingen in het hoger onderwijs of andere sectoren uit het werkveld.
Narcisse Vandebosch (°1966) is van opleiding verpleegkundige en vroedvrouw en is verbonden aan de KHLim (Katholieke Hogeschool Limburg, Associatie KULeuven) binnen de opleidingen verpleegkunde en vroedkunde. Daarnaast heeft zij een bijzondere expertise in onderwijskundige domeinen zoals curriculumontwikkeling en innovatieve assessments.
Student scoort beter dankzij voortgangstoets
De Morgen, 2 juli 2013
Gedragsproblemen bij jongeren met psychiatrische stoornissen. Best practice handelingsplannen voor de praktijk van alledag
In dit boek wordt de uit onderzoek gebleken effectieve behandeling vertaald naar de alledaagse praktijk op groepen, in scholen en in samenwerking met de ouders. Per hoofdstuk worden ‘best practice’ handelingsplannen en beroepscompetenties gepresenteerd. Er wordt gebruik gemaakt van de PES-structuur om de problematiek, de oorzakelijke factoren en de symptomatologie inzichtelijk te maken. De Rumba/Smart-eisen worden per behandelaanpak beschreven om de te bereiken zorgresultaten op professionele wijze te vertalen naar de praktijk van alledag. Ook wordt er gebruik gemaakt van het dialoogmodel om samen met de jongere (afhankelijk van leeftijd en problematiek), ouders, leraren en hulpverleners een eenduidige krachten- en probleemanalyse op te stellen als verklaring van de gedragsproblemen. Zo komt men tot een eenduidige empowerment-aanpak, zowel op de groep, op school als thuis. Een absolute voorwaarde in de behandeling/begeleiding van deze doelgroep.
Giel Vaessen werkte als verpleegkundige/groepswerker in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep te Heerlen. Hij werkt er nu als behandelcoördinator, gezinstherapeut en teamleider. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Gedragsproblemen bij jongeren met psychiatrische stoornissen. Best practice handelingsplannen voor de praktijk van alledag
In dit boek wordt de uit onderzoek gebleken effectieve behandeling vertaald naar de alledaagse praktijk op groepen, in scholen en in samenwerking met de ouders. Per hoofdstuk worden ‘best practice’ handelingsplannen en beroepscompetenties gepresenteerd. Er wordt gebruik gemaakt van de PES-structuur om de problematiek, de oorzakelijke factoren en de symptomatologie inzichtelijk te maken. De Rumba/Smart-eisen worden per behandelaanpak beschreven om de te bereiken zorgresultaten op professionele wijze te vertalen naar de praktijk van alledag. Ook wordt er gebruik gemaakt van het dialoogmodel om samen met de jongere (afhankelijk van leeftijd en problematiek), ouders, leraren en hulpverleners een eenduidige krachten- en probleemanalyse op te stellen als verklaring van de gedragsproblemen. Zo komt men tot een eenduidige empowerment-aanpak, zowel op de groep, op school als thuis. Een absolute voorwaarde in de behandeling/begeleiding van deze doelgroep.
Giel Vaessen werkte als verpleegkundige/groepswerker in de kinder- en jeugdpsychiatrie van de Mondriaan Zorggroep te Heerlen. Hij werkt er nu als behandelcoördinator, gezinstherapeut en teamleider. Daarnaast geeft hij cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg.
Kleuters in beweging
Kleuters zijn nieuwsgierig naar de wereld om zich heen. Ze leren door te doen, te bewegen, te praten, te ontdekken en te spelen.
Dit boek nodigt kinderen tot zelf organiseren, zelf verzinnen, fantasie en samenspel uit. Het verzamelt spelsuggesties rond dertig thema’s, bijvoorbeeld ‘In bad’, ‘Bouwen’ en ‘In de tuin’. Telkens wordt waarnemen, bewegen en taal als een eenheid aangeboden. Alle spelvormen worden gekoppeld aan zowel de betekenis als de vorm van taal. De liedjes en versjes dienen om het bewegen ritmisch te ondersteunen.
De liedjes kunnen met de persoonlijke code geraadpleegd worden op dl.garant-uitgevers.eu.
Elly Rozinga-van der Hoek, orthopedagoog
en psychomotorisch kindertherapeut, heeft
de Stichting Le Bon Départ opgericht. Zij
heeft de van oorsprong Franse methode verder
ontwikkeld. Als coördinator en docent
begeleidde Elly Rozinga jarenlang de post-
HBO-opleiding voor Psychomotorische Kindertherapie
in Nederland, die ook door haar
geïnitieerd werd. Momenteel is zij verbonden
aan het behandelingscentrum Le Bon Départ
in Breda.
Kleuters in beweging
Kleuters zijn nieuwsgierig naar de wereld om zich heen. Ze leren door te doen, te bewegen, te praten, te ontdekken en te spelen.
Dit boek nodigt kinderen tot zelf organiseren, zelf verzinnen, fantasie en samenspel uit. Het verzamelt spelsuggesties rond dertig thema’s, bijvoorbeeld ‘In bad’, ‘Bouwen’ en ‘In de tuin’. Telkens wordt waarnemen, bewegen en taal als een eenheid aangeboden. Alle spelvormen worden gekoppeld aan zowel de betekenis als de vorm van taal. De liedjes en versjes dienen om het bewegen ritmisch te ondersteunen.
De liedjes kunnen met de persoonlijke code geraadpleegd worden op dl.garant-uitgevers.eu.
Elly Rozinga-van der Hoek, orthopedagoog
en psychomotorisch kindertherapeut, heeft
de Stichting Le Bon Départ opgericht. Zij
heeft de van oorsprong Franse methode verder
ontwikkeld. Als coördinator en docent
begeleidde Elly Rozinga jarenlang de post-
HBO-opleiding voor Psychomotorische Kindertherapie
in Nederland, die ook door haar
geïnitieerd werd. Momenteel is zij verbonden
aan het behandelingscentrum Le Bon Départ
in Breda.
Gehoorzaamheid en perversie. Over de wet van de taal als een verbod
De mens kan maar mens worden door toe te treden tot de taal en tot het verbod dat in de taal aanwezig is. Net als Adam en Eva moeten wij gehoorzamen aan een verbod. Doen wij het niet, dan zal het goede perverteren in het kwade.
We weten niet vanwaar dit verbod komt, maar we weten wel wat er gebeurt wanneer we dit verbod overtreden. Psychopathologie, blind idealisme en pure misdadigheid zijn dan het resultaat. Dit verklaart mee waarom grote idealen kunnen omkeren in hun tegendeel.
De wet van de taal kan daarom omschreven worden als de ''totem en taboe'' van ons bestaan. De totem roept ons op om de waarheid te spreken, maar het taboe verbiedt ons om op de plaats van de waarheid te staan. Aangetrokken door een destructief genot wordt dit taboe - het verbod dat in de wet van de taal aanwezig is - steeds overtreden.
Luc Taccoen is licentiaat in de wijsbegeerte en licentiaat in de klinische psychologie (KU Leuven). Hij werkte als klinisch psycholoog in het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders Alexianen in Tienen.
Hij schreef ook het boek Op de plaats van de waarheid kan niet meer gesproken worden..
Gehoorzaamheid en perversie. Over de wet van de taal als een verbod
De mens kan maar mens worden door toe te treden tot de taal en tot het verbod dat in de taal aanwezig is. Net als Adam en Eva moeten wij gehoorzamen aan een verbod. Doen wij het niet, dan zal het goede perverteren in het kwade.
We weten niet vanwaar dit verbod komt, maar we weten wel wat er gebeurt wanneer we dit verbod overtreden. Psychopathologie, blind idealisme en pure misdadigheid zijn dan het resultaat. Dit verklaart mee waarom grote idealen kunnen omkeren in hun tegendeel.
De wet van de taal kan daarom omschreven worden als de ''totem en taboe'' van ons bestaan. De totem roept ons op om de waarheid te spreken, maar het taboe verbiedt ons om op de plaats van de waarheid te staan. Aangetrokken door een destructief genot wordt dit taboe - het verbod dat in de wet van de taal aanwezig is - steeds overtreden.
Luc Taccoen is licentiaat in de wijsbegeerte en licentiaat in de klinische psychologie (KU Leuven). Hij werkte als klinisch psycholoog in het psychiatrisch ziekenhuis van de Broeders Alexianen in Tienen.
Hij schreef ook het boek Op de plaats van de waarheid kan niet meer gesproken worden..