Ons socialisme Uw toekomst! Henk Woudenberg en het Nederlands Arbeidsfront (1942-1945)
€ 40,70
Op 1 Mei 1942, de Dag van de Arbeid, werd op bevel van Rijkscommissaris Seyss-Inquart het Nederlands Arbeidsfront opgericht. Met als doel het hele Nederlandse bedrijfsleven te nazificeren en in te schakelen in de strijd tegen de geallieerden.
Volgens het fascistische leidersprincipe werd de NSB-er Henk Woudenberg met de absolute leiding van het NAF belast. In 1940 was het socialistische NVV al onder zijn leiding geplaatst. Het democratisch gekozen bestuur was afgezet en de joodse leden waren van het lidmaatschap uitgesloten. In de loop van 1941 waren ook de beide confessionele vakcentrales RKWV en CNV bij het gelijkgeschakelde NVV gevoegd.
Klassenverzoening tussen ondernemers en arbeiders was het motto, geen klassenstrijd. Om de leden van het NVV vast te blijven houden beweerden Woudenberg en zijn medewerkers , dat zij de oprechte voortzetters waren van de vooroorlogse socialistische arbeidersbeweging. Het doel, waarnaar zij streefden, bleef het socialisme, dat het Amerikaanse kapitalisme en het Russische communisme zou verslaan.
Gjalt Zondergeld (1937) is ruim twintig jaar docent Nieuwste Geschiedenis aan de VU geweest. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het nationalisme, het fascisme en het nationaalsocialisme. Hij publiceerde over de collaboratie van Friese nationalisten, over de NSB en het Nationaal Front, over de Belgische vakbeweging tijdens de oorlog en over de geschiedenis van de VU onder de Duitse bezetting.
Gjalt Zondergeld (1937) is ruim twintig jaar docent Nieuwste Geschiedenis aan de VU geweest. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het nationalisme, het fascisme en het nationaalsocialisme. Hij publiceerde over de collaboratie van Friese nationalisten, over de NSB en het Nationaal Front, over de Belgische vakbeweging tijdens de oorlog en over de geschiedenis van de VU onder de Duitse bezetting.
Ons socialisme Uw toekomst! Henk Woudenberg en het Nederlands Arbeidsfront (1942-1945)
€ 40,70
Op 1 Mei 1942, de Dag van de Arbeid, werd op bevel van Rijkscommissaris Seyss-Inquart het Nederlands Arbeidsfront opgericht. Met als doel het hele Nederlandse bedrijfsleven te nazificeren en in te schakelen in de strijd tegen de geallieerden.
Volgens het fascistische leidersprincipe werd de NSB-er Henk Woudenberg met de absolute leiding van het NAF belast. In 1940 was het socialistische NVV al onder zijn leiding geplaatst. Het democratisch gekozen bestuur was afgezet en de joodse leden waren van het lidmaatschap uitgesloten. In de loop van 1941 waren ook de beide confessionele vakcentrales RKWV en CNV bij het gelijkgeschakelde NVV gevoegd.
Klassenverzoening tussen ondernemers en arbeiders was het motto, geen klassenstrijd. Om de leden van het NVV vast te blijven houden beweerden Woudenberg en zijn medewerkers , dat zij de oprechte voortzetters waren van de vooroorlogse socialistische arbeidersbeweging. Het doel, waarnaar zij streefden, bleef het socialisme, dat het Amerikaanse kapitalisme en het Russische communisme zou verslaan.
Gjalt Zondergeld (1937) is ruim twintig jaar docent Nieuwste Geschiedenis aan de VU geweest. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het nationalisme, het fascisme en het nationaalsocialisme. Hij publiceerde over de collaboratie van Friese nationalisten, over de NSB en het Nationaal Front, over de Belgische vakbeweging tijdens de oorlog en over de geschiedenis van de VU onder de Duitse bezetting.
Gjalt Zondergeld (1937) is ruim twintig jaar docent Nieuwste Geschiedenis aan de VU geweest. Hij is gespecialiseerd in de geschiedenis van het nationalisme, het fascisme en het nationaalsocialisme. Hij publiceerde over de collaboratie van Friese nationalisten, over de NSB en het Nationaal Front, over de Belgische vakbeweging tijdens de oorlog en over de geschiedenis van de VU onder de Duitse bezetting.
Het Obama experiment. Hoop in tegenslag
€ 15,00
Dit boekje over centrale aspecten van Barack Obama’s eerste jaar als Amerikaanse president is afkomstig uit de academische wereld, maar bedoeld voor een breed publiek. Het beschrijft en bediscussieert de belangrijkste ontwikkelingen van het jaar 2009 zoals de hervorming van de gezondheidszorg en de oorlog in Afghanistan en plaatst ze in de context van de Amerikaanse politiek en samenleving.
Obama’s presidentschap is een experiment in meerdere opzichten: een zwarte president, een president met betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring en vooral een president die programmatisch linkser en idealistischer is dan de meerderheid van de Amerikanen en, zo lijkt het, zelfs de meerderheid van de Democratische leden van het Congres. Is dat vol te houden? Is er in het eerste jaar al een kloof tussen Obama’s verkiezingsprogramma en daadwerkelijk beleid ontstaan? Hoeveel verandering – Change we can believe in – is er al geweest? Kan de regering Obama het verzet van conservatief Amerika binnen en buiten het Congres wel aan?
‘Hoop’ is er nog steeds zoals de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Obama in oktober 2009 illustreert, maar de obstakels die op zijn weg liggen zijn evenzeer duidelijk geworden. Na de hervorming van de gezondheidszorg, als ze lukt misschien toch een aardig staaltje van de kunst van het mogelijke, zal o.a. de oorlog in Afghanistan Amerika en bondgenoten voor een groot dilemma blijven stellen. Vanwege Afghanistan in Afghanistan blijven belooft weinig succes, kost slachtoffers en is duur, maar vertrekken vergroot het gevaar dat de situatie in Pakistan, een land dat over een atoombom beschikt, uit de hand loopt met alle mogelijke gevolgen van dien.
Ondanks dat dit boek gedragen wordt door sympathie voor de doelstelling van Obama om een aantal zaken fundamenteel aan te pakken, wordt het tegelijk gekenmerkt door het streven een kritische evaluatie te presenteren en verwachtingen in een realistisch perspectief te plaatsen.
Uwe Becker is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Recente boeken van hem zijn: Employment Miracles (red., met Herman Schwartz), Amsterdam University Press 2005; Politicologie. Basisthema’s & Nederlandse Politiek (red., met Philip van Praag), Het Spinhuis 2006; Open Varieties of Capitalism, Palgrave Macmillan 2009.
Esmé Cartens, Jasper Rischen en Eline van Schaik studeren Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en hebben allen deelgenomen aan Barrack Obama’s verkiezingscampagne.
Obama’s presidentschap is een experiment in meerdere opzichten: een zwarte president, een president met betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring en vooral een president die programmatisch linkser en idealistischer is dan de meerderheid van de Amerikanen en, zo lijkt het, zelfs de meerderheid van de Democratische leden van het Congres. Is dat vol te houden? Is er in het eerste jaar al een kloof tussen Obama’s verkiezingsprogramma en daadwerkelijk beleid ontstaan? Hoeveel verandering – Change we can believe in – is er al geweest? Kan de regering Obama het verzet van conservatief Amerika binnen en buiten het Congres wel aan?
‘Hoop’ is er nog steeds zoals de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Obama in oktober 2009 illustreert, maar de obstakels die op zijn weg liggen zijn evenzeer duidelijk geworden. Na de hervorming van de gezondheidszorg, als ze lukt misschien toch een aardig staaltje van de kunst van het mogelijke, zal o.a. de oorlog in Afghanistan Amerika en bondgenoten voor een groot dilemma blijven stellen. Vanwege Afghanistan in Afghanistan blijven belooft weinig succes, kost slachtoffers en is duur, maar vertrekken vergroot het gevaar dat de situatie in Pakistan, een land dat over een atoombom beschikt, uit de hand loopt met alle mogelijke gevolgen van dien.
Ondanks dat dit boek gedragen wordt door sympathie voor de doelstelling van Obama om een aantal zaken fundamenteel aan te pakken, wordt het tegelijk gekenmerkt door het streven een kritische evaluatie te presenteren en verwachtingen in een realistisch perspectief te plaatsen.
Uwe Becker is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Recente boeken van hem zijn: Employment Miracles (red., met Herman Schwartz), Amsterdam University Press 2005; Politicologie. Basisthema’s & Nederlandse Politiek (red., met Philip van Praag), Het Spinhuis 2006; Open Varieties of Capitalism, Palgrave Macmillan 2009.
Esmé Cartens, Jasper Rischen en Eline van Schaik studeren Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en hebben allen deelgenomen aan Barrack Obama’s verkiezingscampagne.
Het Obama experiment. Hoop in tegenslag
€ 15,00
Dit boekje over centrale aspecten van Barack Obama’s eerste jaar als Amerikaanse president is afkomstig uit de academische wereld, maar bedoeld voor een breed publiek. Het beschrijft en bediscussieert de belangrijkste ontwikkelingen van het jaar 2009 zoals de hervorming van de gezondheidszorg en de oorlog in Afghanistan en plaatst ze in de context van de Amerikaanse politiek en samenleving.
Obama’s presidentschap is een experiment in meerdere opzichten: een zwarte president, een president met betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring en vooral een president die programmatisch linkser en idealistischer is dan de meerderheid van de Amerikanen en, zo lijkt het, zelfs de meerderheid van de Democratische leden van het Congres. Is dat vol te houden? Is er in het eerste jaar al een kloof tussen Obama’s verkiezingsprogramma en daadwerkelijk beleid ontstaan? Hoeveel verandering – Change we can believe in – is er al geweest? Kan de regering Obama het verzet van conservatief Amerika binnen en buiten het Congres wel aan?
‘Hoop’ is er nog steeds zoals de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Obama in oktober 2009 illustreert, maar de obstakels die op zijn weg liggen zijn evenzeer duidelijk geworden. Na de hervorming van de gezondheidszorg, als ze lukt misschien toch een aardig staaltje van de kunst van het mogelijke, zal o.a. de oorlog in Afghanistan Amerika en bondgenoten voor een groot dilemma blijven stellen. Vanwege Afghanistan in Afghanistan blijven belooft weinig succes, kost slachtoffers en is duur, maar vertrekken vergroot het gevaar dat de situatie in Pakistan, een land dat over een atoombom beschikt, uit de hand loopt met alle mogelijke gevolgen van dien.
Ondanks dat dit boek gedragen wordt door sympathie voor de doelstelling van Obama om een aantal zaken fundamenteel aan te pakken, wordt het tegelijk gekenmerkt door het streven een kritische evaluatie te presenteren en verwachtingen in een realistisch perspectief te plaatsen.
Uwe Becker is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Recente boeken van hem zijn: Employment Miracles (red., met Herman Schwartz), Amsterdam University Press 2005; Politicologie. Basisthema’s & Nederlandse Politiek (red., met Philip van Praag), Het Spinhuis 2006; Open Varieties of Capitalism, Palgrave Macmillan 2009.
Esmé Cartens, Jasper Rischen en Eline van Schaik studeren Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en hebben allen deelgenomen aan Barrack Obama’s verkiezingscampagne.
Obama’s presidentschap is een experiment in meerdere opzichten: een zwarte president, een president met betrekkelijk weinig bestuurlijke ervaring en vooral een president die programmatisch linkser en idealistischer is dan de meerderheid van de Amerikanen en, zo lijkt het, zelfs de meerderheid van de Democratische leden van het Congres. Is dat vol te houden? Is er in het eerste jaar al een kloof tussen Obama’s verkiezingsprogramma en daadwerkelijk beleid ontstaan? Hoeveel verandering – Change we can believe in – is er al geweest? Kan de regering Obama het verzet van conservatief Amerika binnen en buiten het Congres wel aan?
‘Hoop’ is er nog steeds zoals de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede aan Obama in oktober 2009 illustreert, maar de obstakels die op zijn weg liggen zijn evenzeer duidelijk geworden. Na de hervorming van de gezondheidszorg, als ze lukt misschien toch een aardig staaltje van de kunst van het mogelijke, zal o.a. de oorlog in Afghanistan Amerika en bondgenoten voor een groot dilemma blijven stellen. Vanwege Afghanistan in Afghanistan blijven belooft weinig succes, kost slachtoffers en is duur, maar vertrekken vergroot het gevaar dat de situatie in Pakistan, een land dat over een atoombom beschikt, uit de hand loopt met alle mogelijke gevolgen van dien.
Ondanks dat dit boek gedragen wordt door sympathie voor de doelstelling van Obama om een aantal zaken fundamenteel aan te pakken, wordt het tegelijk gekenmerkt door het streven een kritische evaluatie te presenteren en verwachtingen in een realistisch perspectief te plaatsen.
Uwe Becker is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Recente boeken van hem zijn: Employment Miracles (red., met Herman Schwartz), Amsterdam University Press 2005; Politicologie. Basisthema’s & Nederlandse Politiek (red., met Philip van Praag), Het Spinhuis 2006; Open Varieties of Capitalism, Palgrave Macmillan 2009.
Esmé Cartens, Jasper Rischen en Eline van Schaik studeren Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en hebben allen deelgenomen aan Barrack Obama’s verkiezingscampagne.
De Statencooperatie. Wereldwijde patronen van dominantie en wederkerigheid
€ 19,50
"Voor wie de wereld overziet, is dit boek geschreven. Het is als een reisgids bij wat zich als het wereldnieuws aandient." Zo omschrijft Paul Kapteyn dit boek dat tot thema heeft de statencoöperatie, of wel de samenwerking tussen staten zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. Volgens Kapteyn is deze statencoöperatie het hoogste niveau van menselijke sociale integratie, nadat zich eerder uit stammen steden en uit steden staten hadden gevormd. Dit hoogste niveau is een voortzetting van die eerdere integratiebewegingen, maar onderscheidt zich tegelijkertijd daarvan, omdat op dit niveau er maar één samenleving is, "de wereld", die alle mensen omvat.
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."
Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."
Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).
De Statencooperatie. Wereldwijde patronen van dominantie en wederkerigheid
€ 19,50
"Voor wie de wereld overziet, is dit boek geschreven. Het is als een reisgids bij wat zich als het wereldnieuws aandient." Zo omschrijft Paul Kapteyn dit boek dat tot thema heeft de statencoöperatie, of wel de samenwerking tussen staten zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. Volgens Kapteyn is deze statencoöperatie het hoogste niveau van menselijke sociale integratie, nadat zich eerder uit stammen steden en uit steden staten hadden gevormd. Dit hoogste niveau is een voortzetting van die eerdere integratiebewegingen, maar onderscheidt zich tegelijkertijd daarvan, omdat op dit niveau er maar één samenleving is, "de wereld", die alle mensen omvat.
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."
Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."
Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).
Coastal cultures. An anthropology of fishing and whaling traditions
€ 29,50
Fisher folk have frequently been romanticized in a rather heroic
fashion as a kind of ''noble savages'' at home. However, in the
harsh reality of everyday life, they were usually poor and often
stigmatized for being quaint, backward and uncivilized.
But, despite the occupation''s social status and imagery, fisher folk
still take pride in it and thoroughly enjoy what they do. Fishing is
not merely a job, it is also a way of life, as has been noted time
and again by anthropologists.
This study combines ethnography and anthropological analysis. It throws light on cultural dimensions of fishing and whaling in Europe and the United States. The chapters deal with such classic anthropological themes as: tradition, ritual, taboo, ideology, identity, animal symbolism and how these topics intermingle with cultural and environmental politics in either positive or negative ways.
Rob van Ginkel is an anthropologist and associate professor at the Dept. of Sociology and Anthropology, University of Amsterdam. He has published widely on fisheries-related topics. With Jojada Verrips, he was a founding editor of Maritime Anthropological Studies (MAST).
This study combines ethnography and anthropological analysis. It throws light on cultural dimensions of fishing and whaling in Europe and the United States. The chapters deal with such classic anthropological themes as: tradition, ritual, taboo, ideology, identity, animal symbolism and how these topics intermingle with cultural and environmental politics in either positive or negative ways.
Rob van Ginkel is an anthropologist and associate professor at the Dept. of Sociology and Anthropology, University of Amsterdam. He has published widely on fisheries-related topics. With Jojada Verrips, he was a founding editor of Maritime Anthropological Studies (MAST).
Coastal cultures. An anthropology of fishing and whaling traditions
€ 29,50
Fisher folk have frequently been romanticized in a rather heroic
fashion as a kind of ''noble savages'' at home. However, in the
harsh reality of everyday life, they were usually poor and often
stigmatized for being quaint, backward and uncivilized.
But, despite the occupation''s social status and imagery, fisher folk
still take pride in it and thoroughly enjoy what they do. Fishing is
not merely a job, it is also a way of life, as has been noted time
and again by anthropologists.
This study combines ethnography and anthropological analysis. It throws light on cultural dimensions of fishing and whaling in Europe and the United States. The chapters deal with such classic anthropological themes as: tradition, ritual, taboo, ideology, identity, animal symbolism and how these topics intermingle with cultural and environmental politics in either positive or negative ways.
Rob van Ginkel is an anthropologist and associate professor at the Dept. of Sociology and Anthropology, University of Amsterdam. He has published widely on fisheries-related topics. With Jojada Verrips, he was a founding editor of Maritime Anthropological Studies (MAST).
This study combines ethnography and anthropological analysis. It throws light on cultural dimensions of fishing and whaling in Europe and the United States. The chapters deal with such classic anthropological themes as: tradition, ritual, taboo, ideology, identity, animal symbolism and how these topics intermingle with cultural and environmental politics in either positive or negative ways.
Rob van Ginkel is an anthropologist and associate professor at the Dept. of Sociology and Anthropology, University of Amsterdam. He has published widely on fisheries-related topics. With Jojada Verrips, he was a founding editor of Maritime Anthropological Studies (MAST).
Wildness & sensation. Anthropology of sinister and sensuous realms
€ 39,95
''What''s the system in the madness?'' or ''What''s the madness in the system?'' Of course, it is a query that is - or ought to be - basic to any type of thorough ethnography and grounded theory. It is to these dimensions that the present volume is devoted.
The social sciences - including anthropology - predominantly deal with order, not disorder or chaos. Social scientists tend to overlook the wild, uncivilized, transgressive and abhorrent elements of human existence, while they ought to devote systematic attention to this dimension, since it is intrinsic to the human condition, the flipside of ''civilization''.
It is in various forms of radical inclusion and exclusion that sensorial sensations and experiences, language, fantasies and art play a vital role in bringing about order and disorder. Hence anthropologists should systematically devote their attention to the importance of all senses in such meaning-making acts: the total sensorial experience of the world and people’s sensitive knowledge of it.
Part I, ‘Double-edged Swords: Wildness and Civilization’ deals with the wild, and often horrible, sides of civilized societies and their body politic. Part II, ‘Making Sense’ is concerned with material culture, embodied and sensorial experiences and particularly aisthesis and anaesthesia.
The modes and manners of imagination, classification, sensitization and representation are the book’s common denominator and are addressed in an ethnographic, conceptual and a theoretical sense. Around this pivotal issue inspired by the seminal work of Jojada Verrips the editors have succeeded in bringing together an intriguing and thought-provoking set of articles
Rob van Ginkel and Alex Strating are both anthropologists and affiliated with the Department of Sociology and Anthropology of the University of Amsterdam.
The social sciences - including anthropology - predominantly deal with order, not disorder or chaos. Social scientists tend to overlook the wild, uncivilized, transgressive and abhorrent elements of human existence, while they ought to devote systematic attention to this dimension, since it is intrinsic to the human condition, the flipside of ''civilization''.
It is in various forms of radical inclusion and exclusion that sensorial sensations and experiences, language, fantasies and art play a vital role in bringing about order and disorder. Hence anthropologists should systematically devote their attention to the importance of all senses in such meaning-making acts: the total sensorial experience of the world and people’s sensitive knowledge of it.
Part I, ‘Double-edged Swords: Wildness and Civilization’ deals with the wild, and often horrible, sides of civilized societies and their body politic. Part II, ‘Making Sense’ is concerned with material culture, embodied and sensorial experiences and particularly aisthesis and anaesthesia.
The modes and manners of imagination, classification, sensitization and representation are the book’s common denominator and are addressed in an ethnographic, conceptual and a theoretical sense. Around this pivotal issue inspired by the seminal work of Jojada Verrips the editors have succeeded in bringing together an intriguing and thought-provoking set of articles
Rob van Ginkel and Alex Strating are both anthropologists and affiliated with the Department of Sociology and Anthropology of the University of Amsterdam.
Wildness & sensation. Anthropology of sinister and sensuous realms
€ 39,95
''What''s the system in the madness?'' or ''What''s the madness in the system?'' Of course, it is a query that is - or ought to be - basic to any type of thorough ethnography and grounded theory. It is to these dimensions that the present volume is devoted.
The social sciences - including anthropology - predominantly deal with order, not disorder or chaos. Social scientists tend to overlook the wild, uncivilized, transgressive and abhorrent elements of human existence, while they ought to devote systematic attention to this dimension, since it is intrinsic to the human condition, the flipside of ''civilization''.
It is in various forms of radical inclusion and exclusion that sensorial sensations and experiences, language, fantasies and art play a vital role in bringing about order and disorder. Hence anthropologists should systematically devote their attention to the importance of all senses in such meaning-making acts: the total sensorial experience of the world and people’s sensitive knowledge of it.
Part I, ‘Double-edged Swords: Wildness and Civilization’ deals with the wild, and often horrible, sides of civilized societies and their body politic. Part II, ‘Making Sense’ is concerned with material culture, embodied and sensorial experiences and particularly aisthesis and anaesthesia.
The modes and manners of imagination, classification, sensitization and representation are the book’s common denominator and are addressed in an ethnographic, conceptual and a theoretical sense. Around this pivotal issue inspired by the seminal work of Jojada Verrips the editors have succeeded in bringing together an intriguing and thought-provoking set of articles
Rob van Ginkel and Alex Strating are both anthropologists and affiliated with the Department of Sociology and Anthropology of the University of Amsterdam.
The social sciences - including anthropology - predominantly deal with order, not disorder or chaos. Social scientists tend to overlook the wild, uncivilized, transgressive and abhorrent elements of human existence, while they ought to devote systematic attention to this dimension, since it is intrinsic to the human condition, the flipside of ''civilization''.
It is in various forms of radical inclusion and exclusion that sensorial sensations and experiences, language, fantasies and art play a vital role in bringing about order and disorder. Hence anthropologists should systematically devote their attention to the importance of all senses in such meaning-making acts: the total sensorial experience of the world and people’s sensitive knowledge of it.
Part I, ‘Double-edged Swords: Wildness and Civilization’ deals with the wild, and often horrible, sides of civilized societies and their body politic. Part II, ‘Making Sense’ is concerned with material culture, embodied and sensorial experiences and particularly aisthesis and anaesthesia.
The modes and manners of imagination, classification, sensitization and representation are the book’s common denominator and are addressed in an ethnographic, conceptual and a theoretical sense. Around this pivotal issue inspired by the seminal work of Jojada Verrips the editors have succeeded in bringing together an intriguing and thought-provoking set of articles
Rob van Ginkel and Alex Strating are both anthropologists and affiliated with the Department of Sociology and Anthropology of the University of Amsterdam.
De krant doorgeklikt. Innovatie en transformatie in de dagbladpers (Reeks Rapporten Stimuleringsfonds voor de Pers, R9)
€ 20,00
Dit is een onderzoek naar wat er gaande is bij de dagbladpers, tot welke situaties dit kan leiden en welk advies gegeven kan worden over hoe in dit licht de kwaliteitsjournalistiek behouden kan worden.
Het rapport is een verslag van bevindingen die, naar de mening van het Stimuleringsfonds, een belangrijke rol kunnen spelen in de voortgaande discussie over het belang van een pluriforme informatievoorziening in onze informatiesamenleving. Het doel van dit rapport is de mensen in het veld een handreiking te doen met informatie over wegen die begaan (kunnen) worden zonder daarbij een bepaalde richting voor te schrijven of zelf een keuze te doen.
Het rapport besluit met aanbevelingen die betrekking hebben op de rol van de overheid. Om uiteindelijk een situatie van "Wat niet weet kan deren" te voorkomen.
Het rapport is een verslag van bevindingen die, naar de mening van het Stimuleringsfonds, een belangrijke rol kunnen spelen in de voortgaande discussie over het belang van een pluriforme informatievoorziening in onze informatiesamenleving. Het doel van dit rapport is de mensen in het veld een handreiking te doen met informatie over wegen die begaan (kunnen) worden zonder daarbij een bepaalde richting voor te schrijven of zelf een keuze te doen.
Het rapport besluit met aanbevelingen die betrekking hebben op de rol van de overheid. Om uiteindelijk een situatie van "Wat niet weet kan deren" te voorkomen.
De krant doorgeklikt. Innovatie en transformatie in de dagbladpers (Reeks Rapporten Stimuleringsfonds voor de Pers, R9)
€ 20,00
Dit is een onderzoek naar wat er gaande is bij de dagbladpers, tot welke situaties dit kan leiden en welk advies gegeven kan worden over hoe in dit licht de kwaliteitsjournalistiek behouden kan worden.
Het rapport is een verslag van bevindingen die, naar de mening van het Stimuleringsfonds, een belangrijke rol kunnen spelen in de voortgaande discussie over het belang van een pluriforme informatievoorziening in onze informatiesamenleving. Het doel van dit rapport is de mensen in het veld een handreiking te doen met informatie over wegen die begaan (kunnen) worden zonder daarbij een bepaalde richting voor te schrijven of zelf een keuze te doen.
Het rapport besluit met aanbevelingen die betrekking hebben op de rol van de overheid. Om uiteindelijk een situatie van "Wat niet weet kan deren" te voorkomen.
Het rapport is een verslag van bevindingen die, naar de mening van het Stimuleringsfonds, een belangrijke rol kunnen spelen in de voortgaande discussie over het belang van een pluriforme informatievoorziening in onze informatiesamenleving. Het doel van dit rapport is de mensen in het veld een handreiking te doen met informatie over wegen die begaan (kunnen) worden zonder daarbij een bepaalde richting voor te schrijven of zelf een keuze te doen.
Het rapport besluit met aanbevelingen die betrekking hebben op de rol van de overheid. Om uiteindelijk een situatie van "Wat niet weet kan deren" te voorkomen.
Reizende sekswerkers. Latijns-Amerikaanse vrouwen in de Europese prostitutie
€ 25,00
Dit boek gaat over Latijns-Amerikaanse vrouwen, die in de Europese seksindustrie
werkzaam zijn. Op basis van dertig persoonlijke geschiedenissen
geeft deze studie een beschrijving van hun leven en ervaringen in de prostitutie.
Ondanks het feit dat deze zeer mobiele groep sekswerkers gedurende
de laatste drie decennia een belangrijk deel uitmaakt van alle immigranten
in de Europese seksindustrie, is er weinig bekend over hun dagelijks
leven in Europa. Veel sekswerkers leiden een geïsoleerd en anoniem
bestaan. In veel gevallen blijft hun verblijf voornamelijk beperkt tot hun
werkplaats. Ze komen de prostitutiewijk nauwelijks uit en slapen en wonen
in dezelfde kamer of in het bordeel waar ze ook dagelijks hun klanten ontvangen.
Gemiddeld werken ze zes à zeven dagen per week en hebben ze,
afgezien van hun dagelijks contact met collega’s, klanten en bordeeleigenaren,
een zeer beperkte omgang met de lokale bevolking. Alleen wanneer de
vrouwen in aanraking komen met de autoriteiten, bijvoorbeeld vanwege
illegaal verblijf of als slachtoffer van een delict, levert dit een juridisch document
op, waarmee slechts een klein deel van hun leven zichtbaar wordt.
Wie zijn deze Latijns-Amerikaanse sekswerkers? Waarom komen ze naar Europa? Waarom gaan ze juist in de prostitutie werken en hoe vergaat het ze hier?
Daarover schreef Marie-Louise Janssen deze boeiende studie.
Marie-Louise Janssen is cultureel-antropoloog en verbonden aan de ‘Amsterdam School for Social Sciences Research’ (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam.
Wie zijn deze Latijns-Amerikaanse sekswerkers? Waarom komen ze naar Europa? Waarom gaan ze juist in de prostitutie werken en hoe vergaat het ze hier?
Daarover schreef Marie-Louise Janssen deze boeiende studie.
Marie-Louise Janssen is cultureel-antropoloog en verbonden aan de ‘Amsterdam School for Social Sciences Research’ (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam.
Reizende sekswerkers. Latijns-Amerikaanse vrouwen in de Europese prostitutie
€ 25,00
Dit boek gaat over Latijns-Amerikaanse vrouwen, die in de Europese seksindustrie
werkzaam zijn. Op basis van dertig persoonlijke geschiedenissen
geeft deze studie een beschrijving van hun leven en ervaringen in de prostitutie.
Ondanks het feit dat deze zeer mobiele groep sekswerkers gedurende
de laatste drie decennia een belangrijk deel uitmaakt van alle immigranten
in de Europese seksindustrie, is er weinig bekend over hun dagelijks
leven in Europa. Veel sekswerkers leiden een geïsoleerd en anoniem
bestaan. In veel gevallen blijft hun verblijf voornamelijk beperkt tot hun
werkplaats. Ze komen de prostitutiewijk nauwelijks uit en slapen en wonen
in dezelfde kamer of in het bordeel waar ze ook dagelijks hun klanten ontvangen.
Gemiddeld werken ze zes à zeven dagen per week en hebben ze,
afgezien van hun dagelijks contact met collega’s, klanten en bordeeleigenaren,
een zeer beperkte omgang met de lokale bevolking. Alleen wanneer de
vrouwen in aanraking komen met de autoriteiten, bijvoorbeeld vanwege
illegaal verblijf of als slachtoffer van een delict, levert dit een juridisch document
op, waarmee slechts een klein deel van hun leven zichtbaar wordt.
Wie zijn deze Latijns-Amerikaanse sekswerkers? Waarom komen ze naar Europa? Waarom gaan ze juist in de prostitutie werken en hoe vergaat het ze hier?
Daarover schreef Marie-Louise Janssen deze boeiende studie.
Marie-Louise Janssen is cultureel-antropoloog en verbonden aan de ‘Amsterdam School for Social Sciences Research’ (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam.
Wie zijn deze Latijns-Amerikaanse sekswerkers? Waarom komen ze naar Europa? Waarom gaan ze juist in de prostitutie werken en hoe vergaat het ze hier?
Daarover schreef Marie-Louise Janssen deze boeiende studie.
Marie-Louise Janssen is cultureel-antropoloog en verbonden aan de ‘Amsterdam School for Social Sciences Research’ (ASSR) van de Universiteit van Amsterdam.
Vrouwelijkheid & mannelijkheid. Over sekseverschillen en gendergevolgen
€ 22,50
Over mannelijkheid en vrouwelijkheid en de gevolgen van dit sekseverschil zijn vele boekenkasten vol geschreven en daar komt nog dagelijks wat bij. De belangrijkste vraag is steeds of het verschil aangeboren of aangeleerd is, samengevat in de term `nature or nurture?''
Annette Evertzen brengt orde in die chaos. Zij begint klein, vanuit de natuurwetenschappen, het biologische verschil, de verschillende hersenfuncties, en brengt langzaam vanuit de sociaal-wetenschappelijke hoek de gevolgen in kaart, waarbij ze vergelijkingen met de biologisch soort die de mensen het meest na staat - de primaten - niet schuwt.Voorbeelden haalt ze ook uit de hteratuur en uit haar eigen ervaring met gemeenschappen in Midden- en Latijns-Amerika en in Afrika.
Na afloop heeft de lezer(es) veel meer inzicht in de oorsprong van de verschillen in taken, verantwoordelijkheden, mogelijkheden en macht tussen vrouwen en mannen en is hij/zij in staat in aile verhalen die hierover de ronde doen het kaf van het koren te scheiden.
Annette Evertzen werkte tien jaar als maatschappehjk werkster en na een studio culturale antropologie vijftien jaar als ontwikkelingswerkster in o.a Bolivia, Benin, Guinee-Bissau en Angola.
Annette Evertzen brengt orde in die chaos. Zij begint klein, vanuit de natuurwetenschappen, het biologische verschil, de verschillende hersenfuncties, en brengt langzaam vanuit de sociaal-wetenschappelijke hoek de gevolgen in kaart, waarbij ze vergelijkingen met de biologisch soort die de mensen het meest na staat - de primaten - niet schuwt.Voorbeelden haalt ze ook uit de hteratuur en uit haar eigen ervaring met gemeenschappen in Midden- en Latijns-Amerika en in Afrika.
Na afloop heeft de lezer(es) veel meer inzicht in de oorsprong van de verschillen in taken, verantwoordelijkheden, mogelijkheden en macht tussen vrouwen en mannen en is hij/zij in staat in aile verhalen die hierover de ronde doen het kaf van het koren te scheiden.
Annette Evertzen werkte tien jaar als maatschappehjk werkster en na een studio culturale antropologie vijftien jaar als ontwikkelingswerkster in o.a Bolivia, Benin, Guinee-Bissau en Angola.
Vrouwelijkheid & mannelijkheid. Over sekseverschillen en gendergevolgen
€ 22,50
Over mannelijkheid en vrouwelijkheid en de gevolgen van dit sekseverschil zijn vele boekenkasten vol geschreven en daar komt nog dagelijks wat bij. De belangrijkste vraag is steeds of het verschil aangeboren of aangeleerd is, samengevat in de term `nature or nurture?''
Annette Evertzen brengt orde in die chaos. Zij begint klein, vanuit de natuurwetenschappen, het biologische verschil, de verschillende hersenfuncties, en brengt langzaam vanuit de sociaal-wetenschappelijke hoek de gevolgen in kaart, waarbij ze vergelijkingen met de biologisch soort die de mensen het meest na staat - de primaten - niet schuwt.Voorbeelden haalt ze ook uit de hteratuur en uit haar eigen ervaring met gemeenschappen in Midden- en Latijns-Amerika en in Afrika.
Na afloop heeft de lezer(es) veel meer inzicht in de oorsprong van de verschillen in taken, verantwoordelijkheden, mogelijkheden en macht tussen vrouwen en mannen en is hij/zij in staat in aile verhalen die hierover de ronde doen het kaf van het koren te scheiden.
Annette Evertzen werkte tien jaar als maatschappehjk werkster en na een studio culturale antropologie vijftien jaar als ontwikkelingswerkster in o.a Bolivia, Benin, Guinee-Bissau en Angola.
Annette Evertzen brengt orde in die chaos. Zij begint klein, vanuit de natuurwetenschappen, het biologische verschil, de verschillende hersenfuncties, en brengt langzaam vanuit de sociaal-wetenschappelijke hoek de gevolgen in kaart, waarbij ze vergelijkingen met de biologisch soort die de mensen het meest na staat - de primaten - niet schuwt.Voorbeelden haalt ze ook uit de hteratuur en uit haar eigen ervaring met gemeenschappen in Midden- en Latijns-Amerika en in Afrika.
Na afloop heeft de lezer(es) veel meer inzicht in de oorsprong van de verschillen in taken, verantwoordelijkheden, mogelijkheden en macht tussen vrouwen en mannen en is hij/zij in staat in aile verhalen die hierover de ronde doen het kaf van het koren te scheiden.
Annette Evertzen werkte tien jaar als maatschappehjk werkster en na een studio culturale antropologie vijftien jaar als ontwikkelingswerkster in o.a Bolivia, Benin, Guinee-Bissau en Angola.
Straatkwaad en jeugdcriminaliteit. Naar een algemene of een etnisch-specifieke aanpak?
€ 17,50
Sommige jongeren jagen buurtbewoners de stuipen
op het lijf en vallen meisjes of vrouwen lastig. Vooral Marokkaanse en Antilliaanse jongens scoren hoog in de criminaliteitsstatistieken. Het aantal allochtone jongeren in de eindstations van de jeugdzorg is ontzettend hoog, terwijl er maar weinig allochtone professionals in de kinderbescherming en de justitiele jeugdinrichtingen werken. Veel hulpverleners, maatschappelijk werkers, gezinsvoogden, justitiewerkers en beroepsopvoeders komen van een andere etnische en culturele achtergrond dan hun cliënten.
Sommige beroepsopvoeders weten niet op welke wijze ze moeten omgaan met etnische of culturele diversiteit van opvattingen over opvoeding, hulp, zorg en straf. Moeten we allochtone jongeren nu extra streng en hard aanpakken of niet? Anderen hebben voor problemen van multiculturaliteit etnischspecifieke oplossingen gevonden, maar hun deskundigheid is niet of nauwelijks in kaart gebracht. Hierdoor weten we nog te weinig wat wel en niet werkt. Volgens verschillende deskundigen werkt een etnisch-specifieke aanpak van problemen het beste. Is dat inderdaad het geval? En waarmee moeten we dan rekening houden?
Straatkwaad geeft antwoord op deze vragen. De bundel bevat bijdragen van specialisten ais: Frank Bovenkerk, Simone Crok, W.J. Deetman, J.P.H. Donner, Jaap van Donselaar, Mostapha El Madkouri, Sadik Harchaoui, Mieke Komen, Dirk J. Korf, Ruud Peters, Omar Ramadan, Erik van Schooten, Krista Schram, Jeroen Slot, Nourdin Tchiche, Heleen Terwijn, Maarten Thissen en Willem Wagenaar.
Mieke Komen werkt als criminologe bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van Universiteit Utrecht en daarnaast als lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool.
Mieke Komen werkt als criminologe bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van Universiteit Utrecht en daarnaast als lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool.
Straatkwaad en jeugdcriminaliteit. Naar een algemene of een etnisch-specifieke aanpak?
€ 17,50
Sommige jongeren jagen buurtbewoners de stuipen
op het lijf en vallen meisjes of vrouwen lastig. Vooral Marokkaanse en Antilliaanse jongens scoren hoog in de criminaliteitsstatistieken. Het aantal allochtone jongeren in de eindstations van de jeugdzorg is ontzettend hoog, terwijl er maar weinig allochtone professionals in de kinderbescherming en de justitiele jeugdinrichtingen werken. Veel hulpverleners, maatschappelijk werkers, gezinsvoogden, justitiewerkers en beroepsopvoeders komen van een andere etnische en culturele achtergrond dan hun cliënten.
Sommige beroepsopvoeders weten niet op welke wijze ze moeten omgaan met etnische of culturele diversiteit van opvattingen over opvoeding, hulp, zorg en straf. Moeten we allochtone jongeren nu extra streng en hard aanpakken of niet? Anderen hebben voor problemen van multiculturaliteit etnischspecifieke oplossingen gevonden, maar hun deskundigheid is niet of nauwelijks in kaart gebracht. Hierdoor weten we nog te weinig wat wel en niet werkt. Volgens verschillende deskundigen werkt een etnisch-specifieke aanpak van problemen het beste. Is dat inderdaad het geval? En waarmee moeten we dan rekening houden?
Straatkwaad geeft antwoord op deze vragen. De bundel bevat bijdragen van specialisten ais: Frank Bovenkerk, Simone Crok, W.J. Deetman, J.P.H. Donner, Jaap van Donselaar, Mostapha El Madkouri, Sadik Harchaoui, Mieke Komen, Dirk J. Korf, Ruud Peters, Omar Ramadan, Erik van Schooten, Krista Schram, Jeroen Slot, Nourdin Tchiche, Heleen Terwijn, Maarten Thissen en Willem Wagenaar.
Mieke Komen werkt als criminologe bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van Universiteit Utrecht en daarnaast als lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool.
Mieke Komen werkt als criminologe bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van Universiteit Utrecht en daarnaast als lector Jeugd en Opvoeding aan de Haagse Hogeschool.