Gezondheid anders bekeken. Wisselwerking tussen materie, chemie en energie
Alles is opgebouwd uit energie’, ‘Gezondheid ontstaat wanneer de energie in het lichaam in balans is’: Deze stellingen vinden steeds meer hun intrede in het westerse denkpatroon. Maar hoe wordt een menselijke energiebalans dan opgebouwd en wanneer spreken we van evenwicht? Dit boek licht helder en wetenschappelijk onderbouwd toe.
Tal van intrigerende vragen komen aan bod, van algemeen tot specifiek: Wat bepaalt of materie leeft of niet? Bestaat er zoiets als levensenergie? Hoe en in welke mate beïnvloeden energievelden scheikundige reacties en hoe kunnen ze structurele veranderingen in een organisme veroorzaken? Wat is het effect van voeding op de verschillende energievelden? Welke invloed hebben toevoegingen van voedseladditieven, synthetische supplementen en medicatie op de verschillende energieniveaus? Wat is er aan de hand wanneer de ‘batterij’ van het lichaam leeg is? Wat wordt er verstoord bij emotionele en mentale overlast en wat is een burn-out? Wat is omgevingsstraling en op welk niveau kan dit stoornissen veroorzaken in de energiebalans van de mens? Wat gebeurt er met het menselijke energieveld tijdens meditatie, narcose, comateuze toestanden en het stervensproces? Dit boek richt zich tot iedereen die wil weten hoe gezondheid ontstaat en kan worden behouden.
Dokter Annik Mollen studeerde in 1992 af als dokter in de geneeskunde aan de Universitaire Instelling Antwerpen. Zij werkte aanvankelijk als spoedarts en assistent in de heelkunde in een ziekenhuis en verdiepte zich nadien in de biofysische wetenschappen en de bio-informatie therapie. Momenteel doet ze onderzoek naar de invloed van (elektro)magnetische eigenschappen van natuurlijke en synthetische stoffen en hun invloed op de celstofwisseling.
Gezondheid anders bekeken. Wisselwerking tussen materie, chemie en energie
Alles is opgebouwd uit energie’, ‘Gezondheid ontstaat wanneer de energie in het lichaam in balans is’: Deze stellingen vinden steeds meer hun intrede in het westerse denkpatroon. Maar hoe wordt een menselijke energiebalans dan opgebouwd en wanneer spreken we van evenwicht? Dit boek licht helder en wetenschappelijk onderbouwd toe.
Tal van intrigerende vragen komen aan bod, van algemeen tot specifiek: Wat bepaalt of materie leeft of niet? Bestaat er zoiets als levensenergie? Hoe en in welke mate beïnvloeden energievelden scheikundige reacties en hoe kunnen ze structurele veranderingen in een organisme veroorzaken? Wat is het effect van voeding op de verschillende energievelden? Welke invloed hebben toevoegingen van voedseladditieven, synthetische supplementen en medicatie op de verschillende energieniveaus? Wat is er aan de hand wanneer de ‘batterij’ van het lichaam leeg is? Wat wordt er verstoord bij emotionele en mentale overlast en wat is een burn-out? Wat is omgevingsstraling en op welk niveau kan dit stoornissen veroorzaken in de energiebalans van de mens? Wat gebeurt er met het menselijke energieveld tijdens meditatie, narcose, comateuze toestanden en het stervensproces? Dit boek richt zich tot iedereen die wil weten hoe gezondheid ontstaat en kan worden behouden.
Dokter Annik Mollen studeerde in 1992 af als dokter in de geneeskunde aan de Universitaire Instelling Antwerpen. Zij werkte aanvankelijk als spoedarts en assistent in de heelkunde in een ziekenhuis en verdiepte zich nadien in de biofysische wetenschappen en de bio-informatie therapie. Momenteel doet ze onderzoek naar de invloed van (elektro)magnetische eigenschappen van natuurlijke en synthetische stoffen en hun invloed op de celstofwisseling.
Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)
Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.
Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.
Psychoanalyse als seksuologie? Libido van gesel tot gezel (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 20)
Een van de moeilijkheden van de psychoanalyse is en blijft haar focus op de kinderlijke, polymorf perverse seksualiteit. Samen met de levensgeschiedenis en haar min of meer traumatische ervaringen drukt deze seksualiteit op ons bestaan haar stempel. Drift, libido, lust, genieten of jouissance spelen echter niet alleen in ons liefdesleven een sleutelrol. We zijn ook maar niet alleen dieren met alle gelijkenissen en verschillen. Voor de mens heeft het seksuele onvermijdelijk iets traumatisch. Het bestookt en ontwricht ons van binnen uit. We worden er bovendien op vaak enigmatische wijze mee geconfronteerd. Zeker is de psychoanalyse niet in het minst een seksuologie. Het verwijt van panseksualisme aan Freuds adres is terecht. Seks is dan welteverstaan niet alles, maar seks is wel in alles. De zogenaamde seksuele revolutie heeft ons bij nader toezien amper uit onze seksuele ketenen bevrijd. Onze libido is nu eens een zegen, dan weer een gesel. Het belang van seksualiteit dreigt tegenwoordig ook binnen de psychoanalyse te worden verdrongen. Het is dus de hoogste tijd voor hedendaagse stemmen, een prima thema dus voor reeds het 20ste boek in de reeks Psychoanalytisch Actueel.
Met bijdragen van Mark Kinet, Koen Baeten, Paul Moyaert, Ariane Bazan, Susann Heenen-Wolff, Patrick Meurs, Lut De Rijdt, Stephanie Koziej, Jens De Vleminck, Bart Duron, Jantien Seeuws, Manora Van Craen en Piet Nijs.
Mark Kinet is psychiater in CPP Kliniek St.-Jozef Pittem, hoofdredacteur van de reeks Psychoanalytisch Actueel, bestuurslid Stichting Psychoanalyse en Cultuur. Hij voert psychoanalytische praktijk te Sint-Martens-Latem, www.markkinet.be
Koen Baeten is doctor in de wijsbegeerte & moraalwetenschappen, master familiale & seksuologische wetenschappen, master godsdienstwetenschappen en psychoanalyticus (BSP). Hij is verbonden aan het Kenniscentrum HIG te Schaarbeek en werkt in praktijk Anthe te Kontich.
De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)
In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analyse van waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beelden van waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpt een kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Dat model bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheid en de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit de Nederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een en ander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie een zorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik niet krankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Lars Bernaerts doceert literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel en is als onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent . Hij publiceert over verteltheorie, over waanzin in literatuur en over modern proza uit Nederland en Vlaanderen.
In de media:
"De retoriek van waanzin is een boek dat - zoals het een boek over taalhandelingen past - ondanks grote complexiteit en techniciteit van het thema zijn lezer niet uit het oog verliest. Door de precieze formuleringen en opbouw, de zorgvuldige omgang met bronnen (parafrases en vertalingen), de geslaagde verbinding van theoretische beschouwingen en concrete illustraties van het potentieel van deze beschouwingen heeft het zijn ambitieuze opzet waargemaakt: een combinatie van narratologie en taalhandelingsanalyse die nieuwe mogelijkheden biedt voor verder onderzoek."
Internationale Neerlandistiek, jrg. 50, nr. 2
"Het aangeboden inzicht getuigt van een literatuurwetenschappelijke grondigheid en expertise die de representatie van waanzin, in haar narratieve functie, tot in de kleinste hoekjes verkent en volledig tot haar recht laten komen."
Arnout De Cleene, FWO Vlaanderen, KU Leuven, Spiegel der Letteren 54(3), 386-388
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)
In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analyse van waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beelden van waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpt een kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Dat model bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheid en de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit de Nederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een en ander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie een zorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik niet krankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Lars Bernaerts doceert literatuurwetenschap aan de Vrije Universiteit Brussel en is als onderzoeker verbonden aan de Vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent . Hij publiceert over verteltheorie, over waanzin in literatuur en over modern proza uit Nederland en Vlaanderen.
In de media:
"De retoriek van waanzin is een boek dat - zoals het een boek over taalhandelingen past - ondanks grote complexiteit en techniciteit van het thema zijn lezer niet uit het oog verliest. Door de precieze formuleringen en opbouw, de zorgvuldige omgang met bronnen (parafrases en vertalingen), de geslaagde verbinding van theoretische beschouwingen en concrete illustraties van het potentieel van deze beschouwingen heeft het zijn ambitieuze opzet waargemaakt: een combinatie van narratologie en taalhandelingsanalyse die nieuwe mogelijkheden biedt voor verder onderzoek."
Internationale Neerlandistiek, jrg. 50, nr. 2
"Het aangeboden inzicht getuigt van een literatuurwetenschappelijke grondigheid en expertise die de representatie van waanzin, in haar narratieve functie, tot in de kleinste hoekjes verkent en volledig tot haar recht laten komen."
Arnout De Cleene, FWO Vlaanderen, KU Leuven, Spiegel der Letteren 54(3), 386-388
Reeks Academisch Literair
- Een hoopje vuil in de feestzaal. Facetten van het proza van Willem Elsschot
K. Rymenants - Gedeelde kennis. Literatuur en wetenschap in Nederland van Darwin tot Einstein (1860-1920)
M. Kemperink - De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller
L. Bernaerts - Geestelijke lenigheid. De relatie tussen literatuur en natuurwetenschap in het werk van Frederik van Eeden en Felix Ortt, 1880-1930
L. Vermeer - Het discours van de kritiek
P. Verstraeten - Celan auseinandergeschrieben
C. De Strycker - Lezer, er zijn ook Belgen
F. Van Renssen - Overleven in verhalen: van ooggetuigen naar 'jonge wilden'. Joodse schrijvers over de Shoah
E. Ibsch
Groepswerk met ouderen … een vak apart ?!
Groepswerk is een prima instrument binnen de oudereneducatie en -animatie. Het boek bevat talrijke voorbeelden uit de praktijk.€€
Arlette Van Assel, sociaal pedagoog, is hoofd van de Afdeling Preventie, consultatie en deskundigheidsbevordering van de GGZ Regio Breda. Zij is ook betrokken bij de seniorenconsulentenvorming van het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel. Els Messelis, sociaal gerontoloog, is stafmedewerker en coördinator van de Opleiding Seniorenconsulentenvorming van het HIG. Daarnaast heeft zij een eigen expertisebureau, Lachesis, gespecialiseerd in latere leeftijd en gender.
Groepswerk met ouderen … een vak apart ?!
Groepswerk is een prima instrument binnen de oudereneducatie en -animatie. Het boek bevat talrijke voorbeelden uit de praktijk.€€
Arlette Van Assel, sociaal pedagoog, is hoofd van de Afdeling Preventie, consultatie en deskundigheidsbevordering van de GGZ Regio Breda. Zij is ook betrokken bij de seniorenconsulentenvorming van het HIG – Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel. Els Messelis, sociaal gerontoloog, is stafmedewerker en coördinator van de Opleiding Seniorenconsulentenvorming van het HIG. Daarnaast heeft zij een eigen expertisebureau, Lachesis, gespecialiseerd in latere leeftijd en gender.
Vlaamse normering van de AVI-toets. Onderzoeksinstrument voor het technisch lezen op tekstniveau, niveaubepaling en kwalitatieve analyse
Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.
Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.
De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.
WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.
Vlaamse normering van de AVI-toets. Onderzoeksinstrument voor het technisch lezen op tekstniveau, niveaubepaling en kwalitatieve analyse
Deze normering voor het voortgezet technisch lezen op tekstniveau helpt om kinderen met leesstoornissen te identificeren. Dankzij de niveaubepaling is de basisinformatie aanwezig voor een diepgaandere procesanalyse.
Aan de hand van ervaringen uit de praktijk wordt in deze nieuwe uitgave het gebruik van een classificatietabel voorgesteld als hulpmiddel bij de kwalitatieve analyse voor diagnose en therapie.
De Vlaamse normering van de AVI-toets is bedoeld voor logopedisten, (taak)leerkrachten, remedial teachers, (ortho)pedagogen, psychologen en allen die met leesproblematiek zijn begaan. Let op! Het betreft de Vlaamse normering van de AVI-toets. U dient zelf over de AVI-toets te beschikken. Deze is niet bij Garant verkrijgbaar.
WINI BOONEN was tot 2004 lector en praktijklector aan het Departement Logopedie en Audiologie van de Lessius-Hogeschool in Antwerpen.
Leesprikkels. Leesmateriaal voor begrijpend lezen in het eerste leerjaar – Handboek (Leesslang, nr. 1)
Via, dit eerste deel uit de reeks, Leesprikkels, krijgen leerlingen interactieve en taakgerichte leeskansen, gepresenteerd op een prikkelende wijze. De leerlingen lossen raadsels op, voeren instructies van doe-opdrachten uit, stellen stripverhalen samen, gaan op- schattenjacht,... Ze zetten zo al doende de stap naar begrijpend lezen.
Leesprikkels bundelt 30 lessen voor begrijpend lezen in het eerste, leerjaar. Al deze activiteiten, zijn stuk voor stuk bedacht, herwerkt en uitgeprobeerd door leerkrachten uit dd praktijk. Het materiaal is ook, geschikt voor groepen van een vergelijkbaar niveau in het buitengewoon onderwijs. Leesprikkels bevat ook praktiscke tips voor leerkrachten die zelf soortgelijke activiteiten willen ontwikkelen.
Leesprikkels is naast elke leesmethode te gebruiken. Leerkrachten kunnen vrij kiezen wanneer ze een bepaalde activiteit aanbieden. Dit kan onder andere tijdens hoeken- en contractwerk.
Reeks Lees(s)lang:
Leesprikkels. Leesmateriaal voor begrijpend lezen in het eerste leerjaar – Handboek (Leesslang, nr. 1)
Via, dit eerste deel uit de reeks, Leesprikkels, krijgen leerlingen interactieve en taakgerichte leeskansen, gepresenteerd op een prikkelende wijze. De leerlingen lossen raadsels op, voeren instructies van doe-opdrachten uit, stellen stripverhalen samen, gaan op- schattenjacht,... Ze zetten zo al doende de stap naar begrijpend lezen.
Leesprikkels bundelt 30 lessen voor begrijpend lezen in het eerste, leerjaar. Al deze activiteiten, zijn stuk voor stuk bedacht, herwerkt en uitgeprobeerd door leerkrachten uit dd praktijk. Het materiaal is ook, geschikt voor groepen van een vergelijkbaar niveau in het buitengewoon onderwijs. Leesprikkels bevat ook praktiscke tips voor leerkrachten die zelf soortgelijke activiteiten willen ontwikkelen.
Leesprikkels is naast elke leesmethode te gebruiken. Leerkrachten kunnen vrij kiezen wanneer ze een bepaalde activiteit aanbieden. Dit kan onder andere tijdens hoeken- en contractwerk.
Reeks Lees(s)lang:
Hightech en hartelijkheid (Catharina-reeks, nr. 3)
Dit boek schetst de geschiedenis van het Hartcentrum en geeft een overzicht van de recente ontwikkelingen in cardiologie en cardiothoracale chirurgie. Centraal daarbij staat de patiënt: hoe kunnen vernieuwende techniek en veilige hoogwaardige zorg bijdragen aan de bevordering van levenskwaliteit? Naast de behandeling is ook begeleiding een belangrijk zorgaspect: zorg voor het hart betekent zorg voor heel het lichaam én zorg voor de geest. Bijdragen vanuit verpleegkunde, psychologie en geestelijke verzorging geven een mooi beeld van interdisciplinaire en complementaire zorg voor de hartpatiënt.
Patiënten komen aan het woord met hun ervaringen over behandeling en begeleiding. Verpleegkundigen, artsen, managers en ethici reflecteren over deze ervaringen en benoemen leer- en verbeterpunten voor het optimaliseren van de zorgverlening. De spiegel die patiënten dokters, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals voorhouden, vormen een belangrijke leerschool voor de verbetercultuur van het ziekenhuis.
Het hart is meer dan een orgaan, het is ook een symbool dat een wereld aan betekenissen oproept: levenskracht, gevoelens en diepste overtuigingen. Beschouwingen vanuit (christelijke en islamitische) theologie maken dit duidelijk. Vanuit filosofie en ethiek wordt nagedacht over de medische benadering van het lichaam, zowel een kwestie van techniek als van levenskwaliteit. Vanuit ethisch en economisch perspectief wordt gekeken naar de soms moeilijke verhouding tussen zorgkosten en medische beslissingen: wat is leven ons waard?
Koen Jordens (geestelijk verzorger), Joost ter Woorst (cardiothoracaal chirurg), Lisette van Heffen (verpleegkundig consulente cardiothoracale chirurgie) en Eric van de Laar (ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze bundel.
"Opnieuw een voortreffelijke verzameling artikelen vanuit historisch, medisch, filosofisch en theologisch perspectief."
(Zin in Zorg - Tijdschrift over zorg, ethiek en levensbeschouwing, april 2012, p. 16)
Dit boek is het derde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Hightech en hartelijkheid (Catharina-reeks, nr. 3)
Dit boek schetst de geschiedenis van het Hartcentrum en geeft een overzicht van de recente ontwikkelingen in cardiologie en cardiothoracale chirurgie. Centraal daarbij staat de patiënt: hoe kunnen vernieuwende techniek en veilige hoogwaardige zorg bijdragen aan de bevordering van levenskwaliteit? Naast de behandeling is ook begeleiding een belangrijk zorgaspect: zorg voor het hart betekent zorg voor heel het lichaam én zorg voor de geest. Bijdragen vanuit verpleegkunde, psychologie en geestelijke verzorging geven een mooi beeld van interdisciplinaire en complementaire zorg voor de hartpatiënt.
Patiënten komen aan het woord met hun ervaringen over behandeling en begeleiding. Verpleegkundigen, artsen, managers en ethici reflecteren over deze ervaringen en benoemen leer- en verbeterpunten voor het optimaliseren van de zorgverlening. De spiegel die patiënten dokters, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals voorhouden, vormen een belangrijke leerschool voor de verbetercultuur van het ziekenhuis.
Het hart is meer dan een orgaan, het is ook een symbool dat een wereld aan betekenissen oproept: levenskracht, gevoelens en diepste overtuigingen. Beschouwingen vanuit (christelijke en islamitische) theologie maken dit duidelijk. Vanuit filosofie en ethiek wordt nagedacht over de medische benadering van het lichaam, zowel een kwestie van techniek als van levenskwaliteit. Vanuit ethisch en economisch perspectief wordt gekeken naar de soms moeilijke verhouding tussen zorgkosten en medische beslissingen: wat is leven ons waard?
Koen Jordens (geestelijk verzorger), Joost ter Woorst (cardiothoracaal chirurg), Lisette van Heffen (verpleegkundig consulente cardiothoracale chirurgie) en Eric van de Laar (ethicus) werken in het Catharina Ziekenhuis Eindhoven en vormen de redactie van deze bundel.
"Opnieuw een voortreffelijke verzameling artikelen vanuit historisch, medisch, filosofisch en theologisch perspectief."
(Zin in Zorg - Tijdschrift over zorg, ethiek en levensbeschouwing, april 2012, p. 16)
Dit boek is het derde deel in de Catharina-reeks (Levensbeschouwing en ethiek in de gezondheidszorg):
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.
Het ongewone genot van de blinde analyticus. Lacan leest Claudel
In het eerste deel geeft de auteur de hoofdlijnen weer van Lacans visie op het verlangen. Het tweede deel behandelt de omslag van de tragische leegloop van betekenissen naar het leven als komedie. In het derde deel wordt naar voren geschoven wat voor Lacan het hoofdthema van Claudels oeuvre is: de vernedering van het vaderlijke gezag en de teloorgang van een bepaald type autoriteit. De vraag die dan volgt, is hoe de positie van de analyticus samenhangt met de vernedering van gezag. Moet de analyticus tegemoetkomen aan de roep naar meer vaderlijk gezag of moet hij zijn volstrekte neutraliteit behouden? Het vierde deel gaat ten slotte ook in op de vraag of het bijzondere genot van de analyticus heilzaam kan zijn voor de analysant en op welke manier het dan zou kunnen worden aangewend in de therapie.
Paul Moyaert is gewoon hoogleraar filosofie aan de K.U.Leuven.