Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)
De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.
Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.
Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.
Tien van NegenTien. Vlaamse poëzie uit de negentiende eeuw. (Reeks Literatuur in veelvoud, nr 24)
De Vlaamse poëzie van de negentiende eeuw is vrijwel onbekend en dus onbemind. Er bestaan niet eens een half dozijn overzichten in de loop van bijna 200 jaar. Deze bloemlezing biedt een staalkaart van diverse stromingen. Wie de experimentele dichters zag als langharig tuig, ziet geredelijk de negentiende-eeuwers als vreemdsoortige langbaardigen. Aan dit romantisch beeld moeten nog de onvermijdelijke drinkgelagen, optochten, stoeten en zelfs triomfbogen toegevoegd worden. De werkelijkheid vertoont echter nog andere facetten en sommige teksten geven dat duidelijk aan.
Theodoor van Rijswijck schreef talrijke liedjes, gedichten als schotschriften of pamfletten. Hij stierf jong, krankzinnig en berooid als een arme liereman. Het tegendeel is de adellijke Jan K.H. Nolet de Brauwere van Steeland. Geboren Rotterdammer, kwam hij in Vlaanderen terecht. Hij werd een tegenstander van Gezelle. Even ironisch, maar barokker, exuberanter en vrolijker is het werk van Frans de Cort. De relatie van Gentil Antheunis met Maria, Consciences enige dochter, leed schipbreuk. Dit en andere tegenslagen verhinderden hem niet om verder te dichten. Johan de Laet is bekend gebleven door zijn ijveren voor de eerste taalwetten. Zijn dichtwerk behoort tot de betere uitingen van de Vlaamse romantiek. Karel Lodewijk Ledeganck liet gevoelige en sfeervolle verzen na. De hopeloos verliefde Victor dela Montagne is lyrisch het zuiverste talent van de bent. De beminnelijke Geeraard Jan Dodd schrijft ironische verzen. Hij is een dubbeltalent en heeft lang geaarzeld tussen schilderen of dichten. Baldadiger zijn Julius De Geyter en Julius Vuylsteke. De eerste is scherp antiklerikaal. Hij is de dichter van onder meer het Geuzenlied. Vuylsteke is een unicum met de tijdens zijn studententijd geschreven gedichten in heinsiaanse zin. Hij verwoordt op ironisch romantische toon zijn ongelukkige liefde(s). Met De Geyter blijft hij de scherpste criticus van de toenmalige Zeitgeist.
Dirk Christiaens studeerde wijsbegeerte & letteren – geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij doceerde Nederlandse en Europese Letterkunde aan het Koninklijk Conservatorium in Brussel en hij was hoofdproducer bij de Dienst Kunstzaken van de VRT – Vlaamse Radio en Televisie.
Schets voor een zelfanalyse
Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.
Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.
Schets voor een zelfanalyse
Postuum verscheen in 2004 ‘Esquisse pour une auto-analyse’ van de Franse filosoof en socioloog Pierre Bourdieu. In dit boek past hij zijn theoretisch gezichtspunt van de reflexieve objectivering consequent toe op zijn eigen persoon en op de invloeden van zijn sociale omgeving, die hem hebben gemaakt tot wat hij is: een breed georiënteerde, veelzijdige socioloog. Hij vertelt over zijn onvrede met de traditionele Franse academische filosofie, zijn kritiek op dominante figuren als Sartre, en zijn overstap naar de destijds nauwelijks erkende sociologie. Heel ongebruikelijk voor zijn manier van schrijven is de inkijk die hij geeft op zijn persoonlijk leven, zijn herkomst uit een eenvoudig milieu in de Béarn, het leven op een streng jongensinternaat in Pau, zijn indrukwekkende ervaringen als militair en onderzoeker in de Algerijnse bevrijdingsoorlog en de als weldadig ervaren ontplooiing van een briljante student in het intellectuele milieu van Parijs in de jaren vijftig.
Pierre Bourdieu (1930-2002) was oorspronkelijk filosoof en is bekend geworden als een van de meest invloedrijke Franse sociologen van de afgelopen eeuw. Hij was hoogleraar aan het Collège de France in Parijs, directeur van een onderzoeksinstituut en hoofdredacteur van het door hem opgerichte tijdschrift Actes de la recherche en sciences sociales. Zijn werkterrein is ongekend breed, van etnologische studies tot thema’s als onderwijs, economie, literatuur, kunst en media. De laatste jaren trad hij ook buiten de wetenschap op en mengde zich publiekelijk in belangrijke problemen van beleid en politiek.