Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities

 46,20

This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).

The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.

In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.



Quick View

Neurocognitive Profiling of Children with Specific or Comorbid Reading Disabilities

 46,20

This study concerns the question whether different reading-related neurocognitive profiles can be observed for reading proficiency based groups of children, who attend the upper levels of Dutch primary education. Besides distinguishing between normal-to-good reading children and children with Reading Disabilities (RD), subgroups are discerned for two frequently reported comorbidities of RD, i.e., Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) and Specific Language Impairment (SLI).

The research of this PhD thesis is organized into two empirical sections on different branches of reading-related neurocognitive research, which are elaborated in five studies. The first section focuses on the cognitive processes of phonemic awareness and rapid automatized naming, and the first study specifically addresses the question as to how the severity of RD affects the relative importance of these processes. Additionally, it is investigated how this works out for above-average and excellent readers. Involving the same processes, the second and third study focus on the issue of comorbidity with SLI and ADHD. The second section contains the fourth and fifth study which investigate the relatively novel link between word reading and two aspects of visual attention, i.e., selective attention and orienting of attention.

In the general discussion the employed working model of reading is supplied with empirically based estimates of the neurocognitive effect sizes. A main conclusion of the present study is that the addition of visual attention measurements to a phonological reading model provides an enhanced understanding of the cognitive basis of word reading, and offers interesting new perspectives on differential-diagnostic procedures and treatment planning.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Basisprincipes praktijkonderzoek. 16de, ongewijzigde druk: 2016 (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 6)

 25,60

Sinds de invoering van het bachelor/masterstelsel dienen ook hogescholen onderzoek te verrichten en hun studenten onderzoeksvaardigheden bij te brengen. Het gaat om een ander soort onderzoek dan op de universiteiten gebruikelijk is. Men spreekt men over toegepast onderzoek, actieonderzoek en vooral: praktijk(gericht) onderzoek.

Dit boek reikt een visie aan voor het onderzoek op de hogescholen: praktijkonderzoek.

Het is primair bestemd voor studenten en hun begeleiders, ofwel een studieboek. De keuze voor onderzoeken op de hogeschool betekent dat het boek kiest voor eenvoudige vormen van onderzoek, gericht op vragen die in de alledaagse beroepspraktijk leven. Het gaat om onderzoek door professionals in de praktijk, bedoeld om de eigen praktijksituatie beter te begrijpen en te verbeteren.

De auteur heeft een zeer ruime ervaring met het begeleiden van praktijkonderzoek op de universiteit en hogeschool, met name bij de opleidingen ‘Orthopedagogiek’ en ‘Speciale Onderwijszorg’. Het werkveld ‘(speciaal) onderwijs’ vormt dan ook de eerste insteek van dit boek. Maar ook opleidingen voor andere werkvelden, zoals de jeugdzorg, de gehandicaptenzorg, de welzijnssector, kunnen er profijt van hebben. Dat blijkt uit het feit dat het boek ook in dat soort opleidingen gebruikt wordt.

Frits Harinck studeerde psychologie aan de Universiteit Leiden en promoveerde er op een onderzoek naar kindertherapie. Hij werkte jarenlang bij de afdeling Orthopedagogiek van deze universiteit. De voorbije tien jaar was hij verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle, bij de masteropleiding Special Educational Needs. Momenteel heeft hij een eigen adviesbureau voor het opzetten en verbeteren van praktijkonderzoek op hogescholen (www.harinckadviesbureaupraktijkonderzoek.nl).

Geen voorraad
Quick View

Basisprincipes praktijkonderzoek. 16de, ongewijzigde druk: 2016 (Windesheim-OSO-Boeken, nr. 6)

 25,60

Sinds de invoering van het bachelor/masterstelsel dienen ook hogescholen onderzoek te verrichten en hun studenten onderzoeksvaardigheden bij te brengen. Het gaat om een ander soort onderzoek dan op de universiteiten gebruikelijk is. Men spreekt men over toegepast onderzoek, actieonderzoek en vooral: praktijk(gericht) onderzoek.

Dit boek reikt een visie aan voor het onderzoek op de hogescholen: praktijkonderzoek.

Het is primair bestemd voor studenten en hun begeleiders, ofwel een studieboek. De keuze voor onderzoeken op de hogeschool betekent dat het boek kiest voor eenvoudige vormen van onderzoek, gericht op vragen die in de alledaagse beroepspraktijk leven. Het gaat om onderzoek door professionals in de praktijk, bedoeld om de eigen praktijksituatie beter te begrijpen en te verbeteren.

De auteur heeft een zeer ruime ervaring met het begeleiden van praktijkonderzoek op de universiteit en hogeschool, met name bij de opleidingen ‘Orthopedagogiek’ en ‘Speciale Onderwijszorg’. Het werkveld ‘(speciaal) onderwijs’ vormt dan ook de eerste insteek van dit boek. Maar ook opleidingen voor andere werkvelden, zoals de jeugdzorg, de gehandicaptenzorg, de welzijnssector, kunnen er profijt van hebben. Dat blijkt uit het feit dat het boek ook in dat soort opleidingen gebruikt wordt.

Frits Harinck studeerde psychologie aan de Universiteit Leiden en promoveerde er op een onderzoek naar kindertherapie. Hij werkte jarenlang bij de afdeling Orthopedagogiek van deze universiteit. De voorbije tien jaar was hij verbonden aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle, bij de masteropleiding Special Educational Needs. Momenteel heeft hij een eigen adviesbureau voor het opzetten en verbeteren van praktijkonderzoek op hogescholen (www.harinckadviesbureaupraktijkonderzoek.nl).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Meerkeuzetoetsen. Praktische handleiding voor leerkrachten en docenten;

 14,00
Wat zijn cruciale vuistregels bij het formuleren van eenduidige en efficiënte meerkeuzevragen? Hoe kan je meerkeuzevragen opstellen die peilen naar zowel kennis, inzicht als toepassingen? Hoe kan je voorkomen dat meerkeuzevragen hints bevatten naar het juiste antwoord? Is giscorrectie altijd de beste methode om gokken bij studenten te ontmoedigen?

Meer en meer lesgevers, zowel in het hoger onderwijs als in de derde graad van het secundair onderwijs, maken gebruik van meerkeuze-examens. Deze handleiding biedt mogelijkheden aan om de kwaliteit van meerkeuzevragen te controleren. Ook worden verschillende methodes om het gokken van studenten tegen te gaan, besproken. Daarnaast staat dit boek boordevol praktische tips m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuzevragen, met een handige checklist als toemaatje.

De synergie tussen onderzoek, onderwijsbeleid en praktijk maakt van deze handleiding een interessant hulpmiddel voor alle lesgevers die aan de slag willen gaan met meerkeuzevragen in hun onderwijspraktijk, voor verantwoordelijken toetsbeleid of voor iedereen die docenten ondersteunt in hun onderwijs- of evaluatiepraktijk.

Elien Sabbe is onderwijspedagoge en werkt als beleidsmedewerker aan de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de Universiteit Gent. Tot haar verantwoordelijkheden behoren het ontwikkelen van kwaliteitszorginstrumenten en het verzorgen van het professionaliseringsaanbod voor lesgevers aan de universiteit. Ze verzorgt binnen en buiten de universiteit trainingen over en adviseert docenten bij het opmaken van hun meerkeuzetoetsen.

Ellen Lesage is eveneens onderwijspedagoge en is momenteel verantwoordelijk voor een universiteitsbreed onderzoeksproject over giscorrectie en alternatieve scoringsmethodes bij meerkeuzetoetsen. Dit project kwam tot stand in samenwerking met de vakgroep Onderwijskunde en de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van Universiteit Gent.

In de media:
"Het is de verdienste van dit kleine boekje om met vele praktijkvoorbeelden een aantal goede praktijken, maar ook valkuilen en te mijden strikvragen door te lichten. (..) Meerkeuzetoetsen hebben zeker een grote meerwaarde, maar dan wel op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid en geëvalueerd worden."
Volledige recensie op BOCO Brussel

Quick View

Meerkeuzetoetsen. Praktische handleiding voor leerkrachten en docenten;

 14,00
Wat zijn cruciale vuistregels bij het formuleren van eenduidige en efficiënte meerkeuzevragen? Hoe kan je meerkeuzevragen opstellen die peilen naar zowel kennis, inzicht als toepassingen? Hoe kan je voorkomen dat meerkeuzevragen hints bevatten naar het juiste antwoord? Is giscorrectie altijd de beste methode om gokken bij studenten te ontmoedigen?

Meer en meer lesgevers, zowel in het hoger onderwijs als in de derde graad van het secundair onderwijs, maken gebruik van meerkeuze-examens. Deze handleiding biedt mogelijkheden aan om de kwaliteit van meerkeuzevragen te controleren. Ook worden verschillende methodes om het gokken van studenten tegen te gaan, besproken. Daarnaast staat dit boek boordevol praktische tips m.b.t. inhoudelijke en vormelijke aspecten van meerkeuzevragen, met een handige checklist als toemaatje.

De synergie tussen onderzoek, onderwijsbeleid en praktijk maakt van deze handleiding een interessant hulpmiddel voor alle lesgevers die aan de slag willen gaan met meerkeuzevragen in hun onderwijspraktijk, voor verantwoordelijken toetsbeleid of voor iedereen die docenten ondersteunt in hun onderwijs- of evaluatiepraktijk.

Elien Sabbe is onderwijspedagoge en werkt als beleidsmedewerker aan de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van de Universiteit Gent. Tot haar verantwoordelijkheden behoren het ontwikkelen van kwaliteitszorginstrumenten en het verzorgen van het professionaliseringsaanbod voor lesgevers aan de universiteit. Ze verzorgt binnen en buiten de universiteit trainingen over en adviseert docenten bij het opmaken van hun meerkeuzetoetsen.

Ellen Lesage is eveneens onderwijspedagoge en is momenteel verantwoordelijk voor een universiteitsbreed onderzoeksproject over giscorrectie en alternatieve scoringsmethodes bij meerkeuzetoetsen. Dit project kwam tot stand in samenwerking met de vakgroep Onderwijskunde en de afdeling Onderwijskwaliteitszorg van Universiteit Gent.

In de media:
"Het is de verdienste van dit kleine boekje om met vele praktijkvoorbeelden een aantal goede praktijken, maar ook valkuilen en te mijden strikvragen door te lichten. (..) Meerkeuzetoetsen hebben zeker een grote meerwaarde, maar dan wel op voorwaarde dat ze degelijk voorbereid en geëvalueerd worden."
Volledige recensie op BOCO Brussel

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Context en kunst. Operatie 003: Een andere kijk op kinderen met gedrags- en emotionele problemen

 19,50
Operatie 003 is een kunstproject dat met heel veel bezieling in het leven werd geroepen met als belangrijkste doel de beeldvorming over kinderen met gedragsproblemen te verruimen en te verduidelijken. Het gaat om ‘over’ of ‘door’ het moeilijke gedrag heen te kijken naar wat hun verhaal is: wat maakt hen tot wat ze zijn en wat willen ze vertellen? Kunst wordt op die manier het toonbaar en tastbaar maken van de binnenkant van de kinderen.

Contextuele hulpverlening en therapie bekijkt de mens als relationeel wezen en intergenerationeel bepaald. We plaatsen het kind met moeilijk gedrag binnen de relatie met gezin, school en maatschappij en analyseren op verschillende dimensies wat oorzaak en aanpak kan zijn.

Operatie 003 is een brede beweging geworden. Context en kunst is een onderdeel van de vele activiteiten van Operatie 003 en wil een nieuwe impuls geven tot denken en dialogeren op alle niveaus van de maatschappij. Het boek is bestemd voor iedereen die bezorgd is om deze kinderen: ouders, begeleiders en beleidsmakers en zeker voor allen die zich verkijken op het soms blinde geweld en zich te weinig zorgen maken.

Claire De Lombaert is jeugdschrijfster en vangt tijdens weekends en vakanties één van de kinderen van het Instituut op. Michiel Hendrickx is fotojournalist. Jan Decuypere is pedagoog en contextueel therapeut bij het MPIGO – Medisch- Pedagogisch Instituut van het Gemeenschapsonderwijs ‘De Oase’ in Gent.

Quick View

Context en kunst. Operatie 003: Een andere kijk op kinderen met gedrags- en emotionele problemen

 19,50
Operatie 003 is een kunstproject dat met heel veel bezieling in het leven werd geroepen met als belangrijkste doel de beeldvorming over kinderen met gedragsproblemen te verruimen en te verduidelijken. Het gaat om ‘over’ of ‘door’ het moeilijke gedrag heen te kijken naar wat hun verhaal is: wat maakt hen tot wat ze zijn en wat willen ze vertellen? Kunst wordt op die manier het toonbaar en tastbaar maken van de binnenkant van de kinderen.

Contextuele hulpverlening en therapie bekijkt de mens als relationeel wezen en intergenerationeel bepaald. We plaatsen het kind met moeilijk gedrag binnen de relatie met gezin, school en maatschappij en analyseren op verschillende dimensies wat oorzaak en aanpak kan zijn.

Operatie 003 is een brede beweging geworden. Context en kunst is een onderdeel van de vele activiteiten van Operatie 003 en wil een nieuwe impuls geven tot denken en dialogeren op alle niveaus van de maatschappij. Het boek is bestemd voor iedereen die bezorgd is om deze kinderen: ouders, begeleiders en beleidsmakers en zeker voor allen die zich verkijken op het soms blinde geweld en zich te weinig zorgen maken.

Claire De Lombaert is jeugdschrijfster en vangt tijdens weekends en vakanties één van de kinderen van het Instituut op. Michiel Hendrickx is fotojournalist. Jan Decuypere is pedagoog en contextueel therapeut bij het MPIGO – Medisch- Pedagogisch Instituut van het Gemeenschapsonderwijs ‘De Oase’ in Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Gids voor gelijke kansen. HR-instrumenten voor gelijke kansen aan de universiteiten

door
 39,00
Aan Vlaamse en aan Europese universiteiten in het algemeen bereiken vrouwen zelden de top. Daarom bundelden vijf van de zes Vlaamse universiteiten – Vrije Universiteit Brussel (VUB), Universiteit Gent (UGent), Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven), Universiteit Hasselt (UHasselt) en Universiteit Antwerpen (UA) – de krachten om een Gids voor Gelijke Kansen: HR-Instrumenten voor Gelijke Kansen aan Universiteiten te ontwikkelen. Elke universiteit koos daarbij een eigen onderwerp. De VUB werkte een module uit over personeelsontwikkeling en organisatiecultuur (1); de UGent over de integrale loopbaan (instroom- promotie-doorstroom) (2); de K.U.Leuven over loopbaanbeleid (focus op promotie) (3); de UA over wetenschapscommunicatie (4); en de UHasselt over mentorschap (5). Iedere module beslaat één hoofdstuk in deze Gids voor Gelijke Kansen, die zo een praktische gids wil zijn met tips, praktische knowhow en informatie in verband met Gelijke Kansen en Human Resource Management. Elk hoofdstuk van de Gids bevat een verslag van de casestudies die aan de verschillende universiteiten werden uitgevoerd. De voornaamste doelgroep van deze Gids bestaat uit gezagsdragers en beleidsmakers van universiteiten in Europa en daarbuiten.

Dit project werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, als onderdeel van het EQUAL-programma, en gecoördineerd door de Werkgroep Gelijke Kansen van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).

Placeholder Image
Quick View

Gids voor gelijke kansen. HR-instrumenten voor gelijke kansen aan de universiteiten

door
 39,00
Aan Vlaamse en aan Europese universiteiten in het algemeen bereiken vrouwen zelden de top. Daarom bundelden vijf van de zes Vlaamse universiteiten – Vrije Universiteit Brussel (VUB), Universiteit Gent (UGent), Katholieke Universiteit Leuven (K.U.Leuven), Universiteit Hasselt (UHasselt) en Universiteit Antwerpen (UA) – de krachten om een Gids voor Gelijke Kansen: HR-Instrumenten voor Gelijke Kansen aan Universiteiten te ontwikkelen. Elke universiteit koos daarbij een eigen onderwerp. De VUB werkte een module uit over personeelsontwikkeling en organisatiecultuur (1); de UGent over de integrale loopbaan (instroom- promotie-doorstroom) (2); de K.U.Leuven over loopbaanbeleid (focus op promotie) (3); de UA over wetenschapscommunicatie (4); en de UHasselt over mentorschap (5). Iedere module beslaat één hoofdstuk in deze Gids voor Gelijke Kansen, die zo een praktische gids wil zijn met tips, praktische knowhow en informatie in verband met Gelijke Kansen en Human Resource Management. Elk hoofdstuk van de Gids bevat een verslag van de casestudies die aan de verschillende universiteiten werden uitgevoerd. De voornaamste doelgroep van deze Gids bestaat uit gezagsdragers en beleidsmakers van universiteiten in Europa en daarbuiten.

Dit project werd gefinancierd door het Europees Sociaal Fonds, als onderdeel van het EQUAL-programma, en gecoördineerd door de Werkgroep Gelijke Kansen van de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population

 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook van begripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten, begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel een mening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritisch tegen het licht te houden.

De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groep kinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzicht van de symptomen, diagnostiek en de behandeling van ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aan bod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderen voor en wanneer? Hoe valide is het diagnostisch algoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor op deze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerd en wat is de rol van comorbide stoornissen? Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHD worden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspunten voor de toekomst.

ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden. En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg.

Sabine Tremmery is kinder- en jeugdpsychiater in het Psychiatrisch Centrum in Sleidinge. Deze uitgave is de handelsversie van haar proefschrift aan de Universiteit van Maastricht.

Placeholder Image
Quick View

The clinical symptomatology and comorbidity of attention-deficit/hyperactive disorder in a healthy school population

 21,00
ADHD is een grote bron van bezorgdheid maar ook van begripsverwarring en discussie bij zowel ouders, leerkrachten, begeleiders als artsen. Iedereen lijkt er wel een mening over te hebben. Reden te meer om ADHD kritisch tegen het licht te houden.

De auteur voerde een onderzoek uit bij een grote groep kinderen in het basisonderwijs. Eerst geeft ze een overzicht van de symptomen, diagnostiek en de behandeling van ADHD volgens de recente literatuur. In de volgende hoofdstukken komen enkele grote onderzoeksvragen aan bod: Welke symptomen van ADHD komen bij welke kinderen voor en wanneer? Hoe valide is het diagnostisch algoritme van de DSM-IV? Hoe vaak komt ADHD voor op deze jonge leeftijd? Kan ADHD afzonderlijk worden gediagnosticeerd en wat is de rol van comorbide stoornissen? Tot slot onderzoekt de auteur hoe kinderen met ADHD worden behandeld en formuleert zij enkele aandachtspunten voor de toekomst.

ADHD blijkt immers vaak ondergediagosticeerd te worden. En er wordt te weinig doorverwezen naar gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg.

Sabine Tremmery is kinder- en jeugdpsychiater in het Psychiatrisch Centrum in Sleidinge. Deze uitgave is de handelsversie van haar proefschrift aan de Universiteit van Maastricht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen