Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Buitenschoolse hulp en zorg op school: succes verzekerd!?
De indruk bestaat dat het gebruik van buitenschoolse hulp de voorbije jaren is gestegen.
Dat de buitenschoolse hulp zo’n groot ‘succes’ kent, lijkt moeilijk te rijmen
met de inspanningen om het zorgaanbod op school te versterken. In opdracht van
de Vlaamse overheid werd een grootschalig onderzoek opgezet met als doel de bestaande
praktijken inzake buitenschoolse hulp in kaart te brengen. Niet alleen bestudeerden
de onderzoekers de omvang en aard van de buitenschoolse hulp, ook
de rol en motieven van centrale actoren – zoals ouders, zorgverantwoordelijken en
CLB-medewerkers – in het besluitvormingsproces werden onder de loep genomen,
evenals de communicatie en afstemming tussen de buitenschoolse hulp en de zorg
op school. Ten slotte zochten de onderzoekers naar factoren die de verschillen in
het gebruik van buitenschoolse hulp kunnen verklaren. Ze gingen het effect na van
kenmerken van zorg op school en andere schoolkenmerken en onderzochten ook
het effect van kind-, SES- en migratiegerelateerde kenmerken op het gebruik van
buitenschoolse hulp.
De reflecties aangaande de bevindingen uit deze studie kaderen de auteurs binnen
drie centrale invalshoeken: (1) het model van geïntegreerde zorg op school en het
idee van het zorg- of ondersteuningscontinuüm, (2) de beweging naar medicalisering
van de hulpverlening en (3) het maatschappelijk perspectief van het in standhouden
en vergroten van sociale ongelijkheid van onderwijskansen.
Karine Verschueren is als gewoon hoogleraar verbonden aan de onderzoekseenheid
Schoolpsychologie en Ontwikkelingspsychologie van Kind en Adolescent van de KU
Leuven.
Elke Struyf is als hoogleraar onderwijskunde verbonden aan de Antwerp School
of Education en het departement Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de
Universiteit Antwerpen.
Eleonora Vervoort behaalde in 2013 een doctoraat in de psychologie en werkte als
postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven en de Universiteit Antwerpen.
Kathleen Bodvin is werkzaam als wetenschappelijk medewerker aan de onderzoeksgroep
Edubron van de Universiteit Antwerpen.
Lucia De Haene is als docente verbonden aan de onderzoekseenheid Educatie,
Cultuur en Samenleving van de KU Leuven.
Trainingsmodule Omgaan met antipsychotische medicatie. Vaardigheidstraining voor een zelfstandig leven. Handleiding voor de trainer
Trainingsmodule Omgaan met antipsychotische medicatie. Vaardigheidstraining voor een zelfstandig leven. Handleiding voor de trainer
Spiegelschrift. Handleiding voor de mentor-coach van de beginnende leraar
Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.
Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt refl ectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach. De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding. In de handleiding voor de mentor-coach staan concrete tips rond het uitbouwen van een coachingtraject. Daarnaast bevat ze achtergrondinformatie die de aangereikte oefeningen in het werboek kaderen binnen het theoretische discours. Elke oefening bevat ook extra materiaal om ze verder uit te diepen. Dit biedt de mentor-coach de kans om een coachingtraject op maat uit te stippelen.Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege in Geel. An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.
Spiegelschrift. Handleiding voor de mentor-coach van de beginnende leraar
Elk jaar zetten duizenden leraren hun eerste stappen in onderwijs. Binnen de vijf jaar verlaten vele startende leraren definitief het onderwijs. Het betreft helaas vaak degelijke en gemotiveerde leraren die het om uiteenlopende redenen voor bekeken houden.
Het beroep van leraar wordt dan ook hoe langer hoe complexer. Een uitgebreid coachingtraject voor alle beginnende leraren is beslist noodzakelijk. Het Spiegelschrift is een meerwaarde voor dit traject. Het biedt refl ectie-opdrachten aan als aanzet tot een echt gesprek tussen de mentor en de beginnende leraar. De oefeningen helpen stil te staan bij de taken en gevoelens van de leraar, het omgaan met collega’s en de schoolcultuur. Dit alles op maat van en met respect voor de behoeften van de beginnende leraar, de school en de mentor-coach. De oefeningen zijn niet enkel gericht op het groeiproces van de beginnende leraar, maar bieden de kans om alles in ‘spiegelschrift’ te bekijken. Dit zet de mentor-coach en de school aan tot verbreding. In de handleiding voor de mentor-coach staan concrete tips rond het uitbouwen van een coachingtraject. Daarnaast bevat ze achtergrondinformatie die de aangereikte oefeningen in het werboek kaderen binnen het theoretische discours. Elke oefening bevat ook extra materiaal om ze verder uit te diepen. Dit biedt de mentor-coach de kans om een coachingtraject op maat uit te stippelen.Lies Belmans is theologe en filosofe. Ze is godsdienstleraar aan het Sint-Dimpnacollege in Geel. An Luyten is psychologe. Ze geeft opvoedkunde in het technisch en beroepsonderwijs en ze is mentor-coach voor beginnende leraren bij Ursulinen Mechelen.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De andere Hadewijch
Het is opmerkelijk dat vele vrouwen zich in de dertiende eeuw mystiek ontplooiden, en dit deden in een periode waarin de door mannen gedomineerde kerk zich in toenemende mate autoritair opstelde tegenover afwijkende meningen, die zij bestempelde als ketterijen. In dit religieuze spanningsveld leefde en schreef Hadewijch.
Welke plaats heeft zij ingenomen in de historische context van haar tijd? Was de vita apostolica voor haar de weg van Christus en zijn apostelen of de voorgeschreven weg, de weg die door de kerk van Rome toegeschreven werd aan Christus en zijn apostelen? Het conventionele beeld van Hadewijch in de huidige literatuur wordt overwegend bepaald door de twaalfde-eeuwse opvattingen over de bruidsmystiek van Bernardus van Clairvaux. Er wordt een onbekende maar vrome begijn verondersteld die literair hoogstaande en smachtende werken schreef, maar wel binnen een kerkelijke orthodoxe omkadering.
Het andere beeld van de magistra Hadewijch, dat in deze studie op basis van een uitgebreid historisch onderzoek voor het voetlicht wordt gebracht, past naadloos binnen de intellectuele en religieuze ontwikkelingen van haar tijd, de dertiende eeuw. Het geeft een vernieuwend inzicht in deze geëmancipeerde en geletterde middeleeuwse vrouw en de eigenzinnige gezichtspunten in haar geloof en liefde tot God, haar onstuitbare minne. Haar spirituele leidraad was de zoektocht naar volmaaktheid en de weg naar het hemelse Jeruzalem, geopenbaard door Johannes en verder uitgelegd door de apocalyptische mysticus Joachim van Fiore, en door haar in haar geschriften verklaard.
Maar wie was Hadewijch eigenlijk? Hoe heeft zij haar kennis opgedaan? Waar heeft zij geleefd? In dit boek wordt een gedeelte van de sluier opgelicht.
Rudi Malfliet is professor emeritus Natuurkunde aan de Universiteit Groningen en historicus. Hij is auteur van een historische studie over Van den vos Reynaerde.
De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)
Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.
Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.
In de media:
Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
De ethica van Spinoza (Reeks Omtrent Filosofie nr 1)
Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie.
Herman Berger is emeritus-hoogleraar systematische wijsbegeerte aan de Theologische Faculteit Tilburg en aan de Faculteit Wijsbegeerte van de Universiteit van Tilburg.
In de media:
Recensie in Civis Mundi - Tijdschrift voor Politieke Filosofie en Cultuur
Reeks Omtrent Filosofie:
- De ethica van Spinoza
- Afrika en China in dialoog
- Kracht van wet. Het mystieke fundament van het gezag
- Een goddelijk humanisme. Sartres minachting voor de menselijke werkelijkheid
- Hegels godsdienstfilosofie en de monotheïstische religies. Een actuele confrontatie
- Filosofie van het verstaan. Een dialoog
Menselijke kennis. Pleidooi voor een bruikbare rationaliteit
Maar hij breekt niet alleen af. Integendeel, hij bouwt vooral een visie op waarin kennis, betekenis, aanvaarding en communicatie een duidelijke plaats krijgen. Daarbij verdedigt hij een relatieve rationaliteitsopvatting, die niet de onbereikbare eisen van het traditionele rationalisme stelt, maar toch een vorm van rationaliteit is: een die voor mensen past. Het gaat daarbij om de verbetering van onze opvattingen vanuit deze opvattingen zelf, een radicaal contextuele aanpak, en een kennissysteem dat gestructureerd maar niet monolitisch is.
De argumenten voor de verdedigde stellingen komen vooral uit de hedendaagse wetenschapsfilosofie en de recente ontwikkelingen in de filosofie van de wiskunde en in de logica.
Diderik Batens is gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie van de Universiteit Gent, momenteel een van de grootste en meest dynamische dergelijke centra in de wereld. Zijn recent onderzoek gaat hoofdzakelijk over adaptieve logica’s, dynamische bewijzen, en hun toepassingen, vooral op de wetenschapsfilosofie. Hij is internationaal erg actief als auteur en als uitgever en als organisator van wetenschappelijke bijeenkomsten. Bij Garant publiceerde hij eerder: ‘Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren’.
Menselijke kennis. Pleidooi voor een bruikbare rationaliteit
Maar hij breekt niet alleen af. Integendeel, hij bouwt vooral een visie op waarin kennis, betekenis, aanvaarding en communicatie een duidelijke plaats krijgen. Daarbij verdedigt hij een relatieve rationaliteitsopvatting, die niet de onbereikbare eisen van het traditionele rationalisme stelt, maar toch een vorm van rationaliteit is: een die voor mensen past. Het gaat daarbij om de verbetering van onze opvattingen vanuit deze opvattingen zelf, een radicaal contextuele aanpak, en een kennissysteem dat gestructureerd maar niet monolitisch is.
De argumenten voor de verdedigde stellingen komen vooral uit de hedendaagse wetenschapsfilosofie en de recente ontwikkelingen in de filosofie van de wiskunde en in de logica.
Diderik Batens is gewoon hoogleraar en directeur van het Centrum voor Logica en Wetenschapsfilosofie van de Universiteit Gent, momenteel een van de grootste en meest dynamische dergelijke centra in de wereld. Zijn recent onderzoek gaat hoofdzakelijk over adaptieve logica’s, dynamische bewijzen, en hun toepassingen, vooral op de wetenschapsfilosofie. Hij is internationaal erg actief als auteur en als uitgever en als organisator van wetenschappelijke bijeenkomsten. Bij Garant publiceerde hij eerder: ‘Logicaboek. Praktijk en theorie van het redeneren’.
Theory of mind en de triade van perspectieven bij autisme en syndroom van Asperger. Een blik vanaf de brug (Fontys-OSO-Reeks, nr. 28)
Maar zijn niet-autistische personen dan ‘mind-sighted’ wanneer ze omgaan met mensen die autistisch zijn? Kunnen zij de gedragingen van degenen die anders zijn wel begrijpen en voorspellen?
De verschillende en de vaak tegenstrijdige visies op classificaties, diagnoses, oorzaken, ontwikkeling, theorieën en behandelingen worden in dit boek met elkaar vergeleken en in overeenstemming gebracht. Hiermee wil de auteur een brug slaan tussen mensen met autisme, ouders en behandelaars om hen te helpen elkaars reacties en gedragingen te begrijpen en erop in te spelen. Dit verhelderende en vernieuwende boek verschaft een unieke manier om ‘in elkaars schoenen te gaan staan’. Het is daarnaast een waardevolle bron voor wie moet leven of werken met autisme.
Olga Bogdashina is opgegroeid in de Oekraïne. Ze was directeur van het eerste dagcentrum voor kinderen met autisme. In 1994 richtte ze het Autismecentrum op en werd er voorzitter. Ze heeft na haar studies veel ervaring opgedaan in het werkveld van autisme. Ze was onderwijzeres, universitair docent en onderzoeker. Als onderzoeker gaat haar bijzondere belangstelling uit naar de zintuiglijke verwerking en communicatieproblemen bij autisme. Eerder publiceerde ze hierover twee boeken in de Fontys OSO-reeks. Bogdashina is gastdocent aan de Universiteit van Birmingham. Ze is wereldwijd een veelgevraagd spreker.
Theory of mind en de triade van perspectieven bij autisme en syndroom van Asperger. Een blik vanaf de brug (Fontys-OSO-Reeks, nr. 28)
Maar zijn niet-autistische personen dan ‘mind-sighted’ wanneer ze omgaan met mensen die autistisch zijn? Kunnen zij de gedragingen van degenen die anders zijn wel begrijpen en voorspellen?
De verschillende en de vaak tegenstrijdige visies op classificaties, diagnoses, oorzaken, ontwikkeling, theorieën en behandelingen worden in dit boek met elkaar vergeleken en in overeenstemming gebracht. Hiermee wil de auteur een brug slaan tussen mensen met autisme, ouders en behandelaars om hen te helpen elkaars reacties en gedragingen te begrijpen en erop in te spelen. Dit verhelderende en vernieuwende boek verschaft een unieke manier om ‘in elkaars schoenen te gaan staan’. Het is daarnaast een waardevolle bron voor wie moet leven of werken met autisme.
Olga Bogdashina is opgegroeid in de Oekraïne. Ze was directeur van het eerste dagcentrum voor kinderen met autisme. In 1994 richtte ze het Autismecentrum op en werd er voorzitter. Ze heeft na haar studies veel ervaring opgedaan in het werkveld van autisme. Ze was onderwijzeres, universitair docent en onderzoeker. Als onderzoeker gaat haar bijzondere belangstelling uit naar de zintuiglijke verwerking en communicatieproblemen bij autisme. Eerder publiceerde ze hierover twee boeken in de Fontys OSO-reeks. Bogdashina is gastdocent aan de Universiteit van Birmingham. Ze is wereldwijd een veelgevraagd spreker.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
Wie herkanst? Profiel, leerroutes en beweegredenen van de deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap
Het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap bieden volwassenen die de middelbare school zonder diploma verlieten de mogelijkheid alsnog dat diploma te behalen. Het stijgende succes van beide instellingen illustreert niet alleen het toenemende belang van diploma’s, maar het wijst ook op een aantal blijvende gebreken van het traditionele, reguliere onderwijssysteem.
Wat is het profiel van deze herkansers? 1.183 deelnemers aan het Tweedekansonderwijs en 1.032 mensen die hun kans waagden via de Examencommissie werden ondervraagd: Wie zijn ze? Hoe verliep hun schoolloopbaan? Waarom stopten ze destijds met studeren? Waarom waagden ze een tweede kans? Waarom verkiezen ze het ene systeem boven het andere? Welke hinderpalen ondervonden ze bij hun studies? Wat verwachten ze na het behalen van hun diploma?
Het onderzoek leert dat het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie verschillende publieken bereiken. Een vergelijking met een groep jongvolwassenen die geen diploma haalden, maar nooit herkansten, wijst bovendien op een aantal specifieke kenmerken van de herkansers. Rijst de vraag of het Tweedekansonderwijs en de Examencommissie erin slagen de ongelijkheid van kansen in het onderwijs (gedeeltelijk) recht te trekken? Of zijn de kansen op het herkansen ook ongelijk verdeeld?
Er werden ook diepgaande gesprekken gevoerd met 25 herkansers en niet-herkansers. Deze beklijvende verhalen belichten aspecten van het onderwijssysteem die zelden aan bod komen.
Ignace Glorieux, Ryfka Heyman, Maaike Taelman en Yolis Van Dorsselaer zijn verbonden aan de Onderzoeksgroep TOR van de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel. Marc Jegers is verbonden aan de Vakgroep Micro-economie van de profit en de non-profit sector van de Vrije Universiteit Brussel.
