Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wat toeval leek te zijn, maar dat niet was. De organisatie van de jodenvervolging in Nederland

 19,25
De geschiedschrijving van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt sinds een jaar of tien gedomineerd door de vraag waarom uit ons land vergeleken met de andere bezette West-Europese landen zo veel joden zijn weggevoerd. Over deze ''Nederlandse paradox'' buigen zich in deze bundel sociologen en politicologen. Zij hebben de reeds bekende gegevens met nieuwe ogen bekeken en komen daardoor tot verrassende uitkomsten: alle bijdragen bevatten pogingen tot het komen tot antwoorden op waarom-vragen. Door de betrokkenen in te delen in daders, slachtoffers en omstanders openen zij de mogelijkheid de uitkomst van de vervolging niet uitsluitend te wijten aan de wil en bedoeling van de bezetter. Aan de orde komen een vergelijking met de situatie in Frankrijk (met als belangrijkste conclusie dat landenvergelijkend onderzoek zijn beperkingen heeft); het aandeel van de Nederlandse ambtelijke instanties in de uitvoering van de anti-joodse maatregelen; de rol van de NSB; de hulp en de omvang van het georganiseerde verzet en de sociale situatie en het handelen van de joden zelf. Veel van de vergelijkende studies in deze bundel hebben de gemeente als eenheid van analyse. Daarmee verschuift het perspectief van het generaliserende landelijk niveau naar het lokale niveau. Het verloop en de achtergronden van jodenvervolging blijken dan rijker geschakeerd dan vaak gedacht. Deze verschuiving in perspectief maakt ook duidelijk dat veel van wat in de Nederlandse historiografie van de jodenvervolging doorgaat voor landelijke studies bij nader inzien vrijwel uitsluitend over Amsterdam blijkt te gaan. De bundel is een voorbeeld van samenwerking tussen historici en sociologen en politicologen, een voorbeeld dat in staat stelt te bepalen hoe substantieel de vaak verkondigde theoretische, methodische en technische verschillen zijn tussen de sociale en de historische wetenschappen. De in deze bundel gepresenteerde opmerkelijke resultaten van een nieuwe kijk op bekend materiaal openen nieuwe perspectieven voor onderzoek naar vergelijkbare situaties elders.

Quick View

Wat toeval leek te zijn, maar dat niet was. De organisatie van de jodenvervolging in Nederland

 19,25
De geschiedschrijving van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt sinds een jaar of tien gedomineerd door de vraag waarom uit ons land vergeleken met de andere bezette West-Europese landen zo veel joden zijn weggevoerd. Over deze ''Nederlandse paradox'' buigen zich in deze bundel sociologen en politicologen. Zij hebben de reeds bekende gegevens met nieuwe ogen bekeken en komen daardoor tot verrassende uitkomsten: alle bijdragen bevatten pogingen tot het komen tot antwoorden op waarom-vragen. Door de betrokkenen in te delen in daders, slachtoffers en omstanders openen zij de mogelijkheid de uitkomst van de vervolging niet uitsluitend te wijten aan de wil en bedoeling van de bezetter. Aan de orde komen een vergelijking met de situatie in Frankrijk (met als belangrijkste conclusie dat landenvergelijkend onderzoek zijn beperkingen heeft); het aandeel van de Nederlandse ambtelijke instanties in de uitvoering van de anti-joodse maatregelen; de rol van de NSB; de hulp en de omvang van het georganiseerde verzet en de sociale situatie en het handelen van de joden zelf. Veel van de vergelijkende studies in deze bundel hebben de gemeente als eenheid van analyse. Daarmee verschuift het perspectief van het generaliserende landelijk niveau naar het lokale niveau. Het verloop en de achtergronden van jodenvervolging blijken dan rijker geschakeerd dan vaak gedacht. Deze verschuiving in perspectief maakt ook duidelijk dat veel van wat in de Nederlandse historiografie van de jodenvervolging doorgaat voor landelijke studies bij nader inzien vrijwel uitsluitend over Amsterdam blijkt te gaan. De bundel is een voorbeeld van samenwerking tussen historici en sociologen en politicologen, een voorbeeld dat in staat stelt te bepalen hoe substantieel de vaak verkondigde theoretische, methodische en technische verschillen zijn tussen de sociale en de historische wetenschappen. De in deze bundel gepresenteerde opmerkelijke resultaten van een nieuwe kijk op bekend materiaal openen nieuwe perspectieven voor onderzoek naar vergelijkbare situaties elders.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hoe hoorde ’t? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur 1780-1890

 20,40
In deze studie laat Van Tilburg zien hoe de in de zogenaamde adviesboeken vastgelegde regels voor seksueel gedrag en partnerkeuze in de late achttiende en de negentiende eeuw te interpreteren zijn. Deze boeken zijn bijna zo oud als de boekdrukkunst zelf, maar aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een echte hausse. Aan het einde van de 19e eeuw verandert het specifieke karakter, verdwijnt de huwelijksgids van het toneel om op termijn vervangen te worden door het seksuele voorlichtingsboek. Van Tilburg constateert dat de adviesliteratuur is beïnvloed door de nieuwe visie op de jongvolwassene en dat de boeken ook gender-specifieke kenmerken bevatten, maar toch anders dan menig auteur doet verwachten. Daarmee geeft van Tilburg de aanzet voor nieuw onderzoek naar het begrip ''vrouwelijkheid'' in de 19e eeuw. Marja van Tilburg is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Placeholder Image
Quick View

Hoe hoorde ’t? Seksualiteit en partnerkeuze in de Nederlandse adviesliteratuur 1780-1890

 20,40
In deze studie laat Van Tilburg zien hoe de in de zogenaamde adviesboeken vastgelegde regels voor seksueel gedrag en partnerkeuze in de late achttiende en de negentiende eeuw te interpreteren zijn. Deze boeken zijn bijna zo oud als de boekdrukkunst zelf, maar aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een echte hausse. Aan het einde van de 19e eeuw verandert het specifieke karakter, verdwijnt de huwelijksgids van het toneel om op termijn vervangen te worden door het seksuele voorlichtingsboek. Van Tilburg constateert dat de adviesliteratuur is beïnvloed door de nieuwe visie op de jongvolwassene en dat de boeken ook gender-specifieke kenmerken bevatten, maar toch anders dan menig auteur doet verwachten. Daarmee geeft van Tilburg de aanzet voor nieuw onderzoek naar het begrip ''vrouwelijkheid'' in de 19e eeuw. Marja van Tilburg is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The Powerful Garden. Emerging views on the garden complex

 39,00

Although domestic gardens cover a significant area, they are one of the least known land use categories.
Hidden behind the façade of urban and residential development, they are currently a footnote in housing policy and not explicit included in spatial planning, socio-economic and environmental policies. Households consider domestic gardens mainly as little paradises, safe family havens and places of direct contact with nature. However, hundreds of thousands of gardens make a big thing. The collectivity of domestic gardens – the ‘garden complex’ – can play a strategic role in various challenges of our society like public health, environment, biodiversity, food security and climate change.

This book presents a collection of emerging views on the garden complex in order to put the garden on the different agendas of research and policy. It collects the current state of knowledge on gardens from different experts in various disciplines, mainly in a Flemish context.

The authors write about:
  • the background of the present-day Flemish garden
  • their spatial distribution and connection
  • the impact of gardens on the environment
  • biodiversity in gardens
  • the role of gardens in the livability of neighborhoods
Together with other green themes like greenways, community gardens and urban agriculture, domestic gardens are part of an important rural-urban interface. It is time for more systematic research on gardens, and planners and managers should give more attention to the green faces of development in their strategies towards enhanced sustainability.



Valerie Dewaelheyns and Kirsten Bomans are researcher at the Katholieke Universiteit Leuven in the department of Earth and Environmental Sciences.
Hubert Gulinck is professor at the Katholieke Universiteit Leuven and teaches courses in Landscape Analysis, Rural Land Use, and Land Use and Land Cover Monitoring.

Quick View

The Powerful Garden. Emerging views on the garden complex

 39,00

Although domestic gardens cover a significant area, they are one of the least known land use categories.
Hidden behind the façade of urban and residential development, they are currently a footnote in housing policy and not explicit included in spatial planning, socio-economic and environmental policies. Households consider domestic gardens mainly as little paradises, safe family havens and places of direct contact with nature. However, hundreds of thousands of gardens make a big thing. The collectivity of domestic gardens – the ‘garden complex’ – can play a strategic role in various challenges of our society like public health, environment, biodiversity, food security and climate change.

This book presents a collection of emerging views on the garden complex in order to put the garden on the different agendas of research and policy. It collects the current state of knowledge on gardens from different experts in various disciplines, mainly in a Flemish context.

The authors write about:
  • the background of the present-day Flemish garden
  • their spatial distribution and connection
  • the impact of gardens on the environment
  • biodiversity in gardens
  • the role of gardens in the livability of neighborhoods
Together with other green themes like greenways, community gardens and urban agriculture, domestic gardens are part of an important rural-urban interface. It is time for more systematic research on gardens, and planners and managers should give more attention to the green faces of development in their strategies towards enhanced sustainability.



Valerie Dewaelheyns and Kirsten Bomans are researcher at the Katholieke Universiteit Leuven in the department of Earth and Environmental Sciences.
Hubert Gulinck is professor at the Katholieke Universiteit Leuven and teaches courses in Landscape Analysis, Rural Land Use, and Land Use and Land Cover Monitoring.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen