Evenementen organiseren
Elk evenement is uniek en eenmalig. Een organisator is als een dirigent van een orkest: alles moet onmiddellijk feilloos verlopen en alle onverwachte ‘storingen’ moeten correct worden opgevangen.
De auteur legt stap voor stap uit hoe u een evenement organiseert. Het boek is erg praktisch opgevat met talrijke tips en aandachtspunten per organisatiefase. Het vertrekt van de opdracht tot de ideeontwikkeling. Voorts behandelt het de uitwerking van dat idee aan de hand van een planning, het weidt uit over budgettering en budgetbeheersing om een evenement met een correct draaiboek te regisseren. Uiteraard vindt u ook aanwijzingen terug om het evenement in verschillende facetten te evalueren. Het boek belicht ten slotte specifieke evenementen zoals incentives, beurzen, congressen, seminaries en kick-offs.
Dit handboek zou niet volledig zijn zonder de nodige informatie over etiquette, vergaderen, auteursrechten en entertainment. Het hoofdstuk over sponsoring is een handige leidraad voor elke organisator die met sponsorwerving te maken krijgt. Kortom, dit boek is een must voor wie een evenement professioneel wil organiseren, afgestemd op de doelgroep en de doelstellingen en met een correcte budgetbeheersing.
Emmy Damiaens behaalde het diploma van licentiaat in de Communicatiewetenschappen aan de UGent. Ze is sinds 1970 verbonden aan de Arteveldehogeschool in Gent waar ze sinds 1992 het vak ‘Event- en Projectmanagement’ doceert. Als pionier in het vak heeft ze vandaag al meer dan 300 events op haar palmares staan.
Evenementen organiseren
Elk evenement is uniek en eenmalig. Een organisator is als een dirigent van een orkest: alles moet onmiddellijk feilloos verlopen en alle onverwachte ‘storingen’ moeten correct worden opgevangen.
De auteur legt stap voor stap uit hoe u een evenement organiseert. Het boek is erg praktisch opgevat met talrijke tips en aandachtspunten per organisatiefase. Het vertrekt van de opdracht tot de ideeontwikkeling. Voorts behandelt het de uitwerking van dat idee aan de hand van een planning, het weidt uit over budgettering en budgetbeheersing om een evenement met een correct draaiboek te regisseren. Uiteraard vindt u ook aanwijzingen terug om het evenement in verschillende facetten te evalueren. Het boek belicht ten slotte specifieke evenementen zoals incentives, beurzen, congressen, seminaries en kick-offs.
Dit handboek zou niet volledig zijn zonder de nodige informatie over etiquette, vergaderen, auteursrechten en entertainment. Het hoofdstuk over sponsoring is een handige leidraad voor elke organisator die met sponsorwerving te maken krijgt. Kortom, dit boek is een must voor wie een evenement professioneel wil organiseren, afgestemd op de doelgroep en de doelstellingen en met een correcte budgetbeheersing.
Emmy Damiaens behaalde het diploma van licentiaat in de Communicatiewetenschappen aan de UGent. Ze is sinds 1970 verbonden aan de Arteveldehogeschool in Gent waar ze sinds 1992 het vak ‘Event- en Projectmanagement’ doceert. Als pionier in het vak heeft ze vandaag al meer dan 300 events op haar palmares staan.
Sleutels voor de toekomst. Handleiding en tips voor ouders en school. (+ Set van 4 Sleutels (1 ex/ sleutel))
Ondanks de democratisering van het onderwijs blijven de onderwijskansen van leerlingen ongelijk verdeeld naargelang hun sociale achtergrond. Kansarme leerlingen belanden te vaak in het buitengewoon/speciaal onderwijs, lopen meer dan anderen vertraging op, komen via de waterval in het onderwijssysteem vaker in het (deeltijds) beroepsonderwijs terecht en verlaten het onderwijs vaker zonder diploma.
De sleutels dienen als hulpmiddel en richten zich in de eerste plaats naar de ouders; ze hebben doelen voor ogen op het niveau van de (attitudes van) ouders. Maar om die doelen te bereiken is het belangrijk dat de school zelf ook een aantal initiatieven neemt. De handleiding reikt de school hiertoe praktische tips aan.
De sleutels willen uiteraard ook de kinderen aanspreken. Kinderen kunnen ouders er mee van overtuigen dat deelnemen aan het leven/ leren op school belangrijk en nuttig is. Maar kinderen zijn niet de belangrijkste ‘boodschappers’. Ouders moeten zelf tot de vereiste inzichten komen, zodat kinderen maximaal aan het onderwijs kunnen participeren.
U krijgt bij de handleiding ook een set met de vier verschillende sleutels:
(1) Kleuter - (2) Eerste leerjaar/groep 3 - (3) Secundair Onderwijs - (4) Verder studeren of werken?.
U kunt de sleutels ook elk apart bestellen in een set van 10 sleutels:
Sleutel 1 - Sleutel 2 - Sleutel 3 - Sleutel 4.
Saïda El Miniti is tewerkgesteld als opvoedster aan de Stedelijke Handelsschool in Turnhout.
Sleutels voor de toekomst. Handleiding en tips voor ouders en school. (+ Set van 4 Sleutels (1 ex/ sleutel))
Ondanks de democratisering van het onderwijs blijven de onderwijskansen van leerlingen ongelijk verdeeld naargelang hun sociale achtergrond. Kansarme leerlingen belanden te vaak in het buitengewoon/speciaal onderwijs, lopen meer dan anderen vertraging op, komen via de waterval in het onderwijssysteem vaker in het (deeltijds) beroepsonderwijs terecht en verlaten het onderwijs vaker zonder diploma.
De sleutels dienen als hulpmiddel en richten zich in de eerste plaats naar de ouders; ze hebben doelen voor ogen op het niveau van de (attitudes van) ouders. Maar om die doelen te bereiken is het belangrijk dat de school zelf ook een aantal initiatieven neemt. De handleiding reikt de school hiertoe praktische tips aan.
De sleutels willen uiteraard ook de kinderen aanspreken. Kinderen kunnen ouders er mee van overtuigen dat deelnemen aan het leven/ leren op school belangrijk en nuttig is. Maar kinderen zijn niet de belangrijkste ‘boodschappers’. Ouders moeten zelf tot de vereiste inzichten komen, zodat kinderen maximaal aan het onderwijs kunnen participeren.
U krijgt bij de handleiding ook een set met de vier verschillende sleutels:
(1) Kleuter - (2) Eerste leerjaar/groep 3 - (3) Secundair Onderwijs - (4) Verder studeren of werken?.
U kunt de sleutels ook elk apart bestellen in een set van 10 sleutels:
Sleutel 1 - Sleutel 2 - Sleutel 3 - Sleutel 4.
Saïda El Miniti is tewerkgesteld als opvoedster aan de Stedelijke Handelsschool in Turnhout.
Geloven in de ontwikkelingskansen van elke leerling. Leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking leren leren (S.O.B.-Katernen, nr. 8)
We gaan in deze uitgave op zoek naar wegen om de ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking extra te stimuleren. U vindt in dit boek heel veel concrete tips en suggesties om het leren van deze kinderen en jongeren te bevorderen. De rol van de begeleider is hierbij van zeer groot belang. Het vertrekpunt van de begeleiding is het komen tot een beeld van de leerling en het zoeken naar positieve aangrijpingspunten om de ontwikkeling te stimuleren.
Vanuit een goede beeldvorming formuleren we doelen die we nastreven. Daarna denken we na over de aanpak. Na verloop van tijd dient zowel dit proces als het resultaat ervan geëvalueerd te worden om het cyclisch proces van handelingsplanning opnieuw op te starten. Zeker bij leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking is de samenwerking met ouders een pedagogische noodzaak, waar we extra aandacht aan besteden.
Deze uitgave kwam tot stad door én voor mensen die in de rpaktijk werken met leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
Geloven in de ontwikkelingskansen van elke leerling. Leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking leren leren (S.O.B.-Katernen, nr. 8)
We gaan in deze uitgave op zoek naar wegen om de ontwikkeling van leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking extra te stimuleren. U vindt in dit boek heel veel concrete tips en suggesties om het leren van deze kinderen en jongeren te bevorderen. De rol van de begeleider is hierbij van zeer groot belang. Het vertrekpunt van de begeleiding is het komen tot een beeld van de leerling en het zoeken naar positieve aangrijpingspunten om de ontwikkeling te stimuleren.
Vanuit een goede beeldvorming formuleren we doelen die we nastreven. Daarna denken we na over de aanpak. Na verloop van tijd dient zowel dit proces als het resultaat ervan geëvalueerd te worden om het cyclisch proces van handelingsplanning opnieuw op te starten. Zeker bij leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking is de samenwerking met ouders een pedagogische noodzaak, waar we extra aandacht aan besteden.
Deze uitgave kwam tot stad door én voor mensen die in de rpaktijk werken met leerlingen met een matige of ernstige verstandelijke beperking.
Marc Van Gils heeft 35 jaar ervaring in het buitengewoon onderwijs als leerkracht, directeur en pedagogisch begeleider.
De honden blaften en de karavaan trok verder. Leven met het fragiele X syndroom
`Alsjeblieft doe mij dit niet aan.''
`Ja maar het moet er uit anders spat ik uit elkaar.''
''Ik ben je beste vriendin, waar heb ik dit aan verdiend? Dan moet ik het lezen, al is het maar uit fatsoen. Eén kwartier bij jou op de bank zitten dat is al bijna niet te doen, laat staan een boek van jouw hand, waarin staat waar jij de hele dag tussen zit, in één ruk uitlezen! Dat houdt een paard nog niet vol!''
`En toch doe ik het, onze vriendschap kan wel iets hebben, toch? Ik beloof je te zullen boeien en te ontroeren. Ik zal je een glim-lach ontlokken, misschien zelfs een schaterbui. Ik ga schrijven, het moet. Ook mijn kinderen verdienen het om begrepen te worden evenals al die anderen die geboren zijn met het Fragiele X Syndroom.''
Marianne de Groot
Aan de hand van gebeurtenissen van alle dag schrijft Marianne de Groot over haar leven met drie kinderen, waarvan er twee lijden aan het Fragiele X Syndroom. Een syndroom dat zorgt voor een verstandelijke handicap. Ze heeft zich aan haar belofte weten te houden; de verhalen zijn ontroerend en boeiend, de schrijfstijl is levendig en vertellend zonder valse emotie. Een boek vol herkenning voor hen die op welke manier dan ook, te maken hebben met mensen met een verstandelijke beperking. Voor mensen die dat niet hebben een `eye opener''.
De honden blaften en de karavaan trok verder. Leven met het fragiele X syndroom
`Alsjeblieft doe mij dit niet aan.''
`Ja maar het moet er uit anders spat ik uit elkaar.''
''Ik ben je beste vriendin, waar heb ik dit aan verdiend? Dan moet ik het lezen, al is het maar uit fatsoen. Eén kwartier bij jou op de bank zitten dat is al bijna niet te doen, laat staan een boek van jouw hand, waarin staat waar jij de hele dag tussen zit, in één ruk uitlezen! Dat houdt een paard nog niet vol!''
`En toch doe ik het, onze vriendschap kan wel iets hebben, toch? Ik beloof je te zullen boeien en te ontroeren. Ik zal je een glim-lach ontlokken, misschien zelfs een schaterbui. Ik ga schrijven, het moet. Ook mijn kinderen verdienen het om begrepen te worden evenals al die anderen die geboren zijn met het Fragiele X Syndroom.''
Marianne de Groot
Aan de hand van gebeurtenissen van alle dag schrijft Marianne de Groot over haar leven met drie kinderen, waarvan er twee lijden aan het Fragiele X Syndroom. Een syndroom dat zorgt voor een verstandelijke handicap. Ze heeft zich aan haar belofte weten te houden; de verhalen zijn ontroerend en boeiend, de schrijfstijl is levendig en vertellend zonder valse emotie. Een boek vol herkenning voor hen die op welke manier dan ook, te maken hebben met mensen met een verstandelijke beperking. Voor mensen die dat niet hebben een `eye opener''.
Verslaving en motivationele gesprekstechniek. Handboek Motivationeel gesprek
Het eerste deel van dit Handboek beschrijft de achtergronden van het motivationeel gesprek en de verankering ervan in de hulpverlening. Ook de opbouw van het motiveringsmodel en zijn gesprekstechnische aspecten worden toegelicht.
Het tweede praktische deel schetst eerst de toepassingsmogelijkheden in vijf eerstelijnssectoren: huisartssetting, maatschappelijk werk, op school, in de bijzondere jeugdzorg, op het werk. Via een zesde sector, de residentiële hulpverlening, wordt de continuïteit aan zorg geïllustreerd. Het boek sluit af met oefeningen die leren omgaan met het model.
Naast dit Handboek zijn er Video’s, die de vele mogelijkheden in diverse situaties laten zien: werken met volwassenen of jongeren, individuele of groepsbenadering, legale en illegale producten, niet- of overgemotiveerde cliënten, …
Jean-Pierre Broothaerts en Marc Tack, beiden psycholoog, werken in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, respectievelijk in de drughulpverlening PSC Primavera te Brussel en in het preventiewerk CAT Preventiehuis te Gent. Ook de co-auteurs werken in de sector van de drugpreventie en drughulpverlening.
Verslaving en motivationele gesprekstechniek. Handboek Motivationeel gesprek
Het eerste deel van dit Handboek beschrijft de achtergronden van het motivationeel gesprek en de verankering ervan in de hulpverlening. Ook de opbouw van het motiveringsmodel en zijn gesprekstechnische aspecten worden toegelicht.
Het tweede praktische deel schetst eerst de toepassingsmogelijkheden in vijf eerstelijnssectoren: huisartssetting, maatschappelijk werk, op school, in de bijzondere jeugdzorg, op het werk. Via een zesde sector, de residentiële hulpverlening, wordt de continuïteit aan zorg geïllustreerd. Het boek sluit af met oefeningen die leren omgaan met het model.
Naast dit Handboek zijn er Video’s, die de vele mogelijkheden in diverse situaties laten zien: werken met volwassenen of jongeren, individuele of groepsbenadering, legale en illegale producten, niet- of overgemotiveerde cliënten, …
Jean-Pierre Broothaerts en Marc Tack, beiden psycholoog, werken in een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg, respectievelijk in de drughulpverlening PSC Primavera te Brussel en in het preventiewerk CAT Preventiehuis te Gent. Ook de co-auteurs werken in de sector van de drugpreventie en drughulpverlening.
Overbruggen en verheffen. Werken aan sociaal kapitaal in de stad
Uiteenlopende thema’s, zoals de rol van bewoners bij herstructurering van wijken, schuldhulpverlening, combinaties van activering en zorg voor mensen in een uitkeringssituatie, talentontwikkeling van risicojongeren, lerende wijkcentra, burgerschapsvorming op de basisschool, taalontwikkeling van jonge kinderen, duurzaamheid en sociaal-maatschappelijk ondernemerschap, komen aan bod. Wat deze thema’s van de grote stad verbindt, is werken aan ‘sociaal kapitaal’. Sociaal kapitaal gaat over netwerken van mensen en normen die ze delen, om relaties van mensen die elkaar vertrouwen en helpen, om relaties met mensen uit andere sociaal-culturele groepen, waarin verschillen overbrugd worden.
Vooral dat overbruggen is van belang voor de sociale cohesie in een buurt en stad. De kwaliteiten die daarvoor nodig zijn, moet iedereen zich eigen maken. Kinderen en jongeren leren dat thuis en op school; volwassenen werken bijvoorbeeld verder aan hun sociaal kapitaal op hun werk en in hun vrije tijd. Een eeuw geleden werd daarover gesproken in termen van een beschavingsoffensief en verheffi ng. Inmiddels worden er aan burgers steeds meer eisen gesteld en spreken we van burgerschapsvorming.
Deze bundel is bedoeld voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor studenten op hogescholen en universiteiten, en voor burgers geïnteresseerd in de stad.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen, heeft een eigen onderzoek- en adviesbureau (vooral op het gebied van onderwijs en grote stedenproblematiek) en is lector Dynamiek van de stad aan de Hogeschool INHolland.
Richard de Brabander studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschappen. Hij is lid van de kenniskring Dynamiek van de stad, docent aan de School of Social Work van Hogeschool INHolland en docent filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dorothee Peters studeerde bestuurskunde, werkt als zelfstandig (beleids)onderzoeker en is lid van de kenniskring Dynamiek van de stad.
Overbruggen en verheffen. Werken aan sociaal kapitaal in de stad
Uiteenlopende thema’s, zoals de rol van bewoners bij herstructurering van wijken, schuldhulpverlening, combinaties van activering en zorg voor mensen in een uitkeringssituatie, talentontwikkeling van risicojongeren, lerende wijkcentra, burgerschapsvorming op de basisschool, taalontwikkeling van jonge kinderen, duurzaamheid en sociaal-maatschappelijk ondernemerschap, komen aan bod. Wat deze thema’s van de grote stad verbindt, is werken aan ‘sociaal kapitaal’. Sociaal kapitaal gaat over netwerken van mensen en normen die ze delen, om relaties van mensen die elkaar vertrouwen en helpen, om relaties met mensen uit andere sociaal-culturele groepen, waarin verschillen overbrugd worden.
Vooral dat overbruggen is van belang voor de sociale cohesie in een buurt en stad. De kwaliteiten die daarvoor nodig zijn, moet iedereen zich eigen maken. Kinderen en jongeren leren dat thuis en op school; volwassenen werken bijvoorbeeld verder aan hun sociaal kapitaal op hun werk en in hun vrije tijd. Een eeuw geleden werd daarover gesproken in termen van een beschavingsoffensief en verheffi ng. Inmiddels worden er aan burgers steeds meer eisen gesteld en spreken we van burgerschapsvorming.
Deze bundel is bedoeld voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor studenten op hogescholen en universiteiten, en voor burgers geïnteresseerd in de stad.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen, heeft een eigen onderzoek- en adviesbureau (vooral op het gebied van onderwijs en grote stedenproblematiek) en is lector Dynamiek van de stad aan de Hogeschool INHolland.
Richard de Brabander studeerde filosofie en algemene literatuurwetenschappen. Hij is lid van de kenniskring Dynamiek van de stad, docent aan de School of Social Work van Hogeschool INHolland en docent filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dorothee Peters studeerde bestuurskunde, werkt als zelfstandig (beleids)onderzoeker en is lid van de kenniskring Dynamiek van de stad.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Ontmoeting met het vreemde. Begeleiding van niet-begeleide buitenlandse minderjarigen
De opzet van dit boek is drieledig. Het eerste deel biedt een theoretisch kader dat een basis vormt om in de praktijk om te gaan met ‘de ander’, en dit in de breedste zin van het woord. Het tweede deel legt de link tussen de theoretische concepten en de praktijk van het werken met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen. Hoe zetten we, met andere woorden, de theorie om in praktisch bruikbare werkinstrumenten? In het derde luik komen portretten en getuigenissen van mensen aan bod, met de bedoeling dat ze overtuigen om de ander daadwerkelijk te ontmoeten.
Door de drieledige opbouw reikt het boek hulpmiddelen aan voor iedereen die met niet-begeleide buitenlandse minderjarigen in contact komt. De praktijkwerker vindt er concrete handvatten in. Wie op zoek is naar een meer theoretische grondslag voor het werken met deze jongeren, komt evenzeer aan zijn trekken. Het geschetste theoretische kader is bovendien breder toepasbaar. Daarom is het boek ook interessant voor andere doelgroepen en andere werksettings binnen de sociale sector.
Tinne De Smet is orthopedagoge in De Lier, een opvangcentrum voor niet-begeleide minderjarige asielzoekers in Ieper. Daarnaast doceert ze aan de IPSOC-bijscholing van de KATHO – Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen in Kortrijk.
Wat wil jij? Studeren met psychische problemen
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?
‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.
Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.
Wat wil jij? Studeren met psychische problemen
Wij ontdekten dat het niet zo vanzelfsprekend is om studenten deze vraag te stellen. Het beleid van hogescholen en universiteiten gaat ervan uit, dat studentendecanen en studieloopbaancoaches vraaggericht hulp bieden, maar in de praktijk is niet duidelijk hoe dat in zijn werk kan gaan. Studenten, ook studenten met psychische problemen, willen graag zelf de regie houden over hun studie.
We besteden in het boek aandacht aan de volgende onderwerpen: • Wat willen studenten met psychische problemen en op welke wijze kunnen zij hun krachtbronnen en talenten zo goed mogelijk benutten? • Welke visies zijn er op begeleiding bij psychische problemen? • Wat zijn actuele opvattingen over herstel en ervaringsdeskundigheid? • Welke psychische symptomen kunnen een rol spelen? • Welke coachingsvragen kunnen studieloopbaancoaches en docenten stellen? • Hoe moet de onderwijsorganisatie ingericht zijn om studenten met psychische problemen voor het hoger onderwijs te behouden?
‘Wat wil jij?’ is bedoeld als deskundigheidsontwikkeling voor docenten, studieloopbaancoaches en studentendecanen in het hoger onderwijs. Studenten uit de doelgroep studeren aan hogescholen en universiteiten. Door gebrek aan kennis bij diegenen die hen begeleiden vallen ze vaak onnodig vroegtijdig uit of lopen studieachterstanden op.
Met de recent ontwikkelde inzichten en kennis op dit gebied hopen we deze onderwijsprofessionals de ondersteuning te bieden die nodig is om deze groep studenten effectief en succesvol begeleiding te bieden.
Voor rehabilitatiecoaches uit de GGz is het boek een handreiking om in een begeleidingstraject scholingsvragen mee te nemen. Als u op de hoogte wilt zijn van leren en studeren met psychische problemen is het boek een must.
Marjo Boer werkt bij ROC Zadkine als begeleidingsdeskundige, opleider en supervisor. Zij geeft les aan begeleiders in de psychiatrie met ervaringsdeskundigheid en is betrokken bij professionalisering van docenten bij het lectoraat beroepsonderwijs. Zij is opleider begeleidingskunde bij de VO Supervisie en professionele begeleiding in Amsterdam.
Astrid van Bruggen werkt sinds 2000 voor het Basisberaad Rijnmond, een regionale cliëntenorganisatie. Zij is psycholoog en ervaringsdeskundige. Zij is deskundig op het gebied van cliëntenbelangen, heeft cursussen voor ervaringsdeskundigen ontwikkeld en uitgevoerd en geeft trainingen aan hulpverleners en les aan studenten in het hoger onderwijs.
Maud Amiabel werkt als beleidsmedewerker op de Hogeschool Rotterdam. Zij is lid van de werkgroep ‘Studeren met een functiebeperking’. Zij werkt sinds 1976 in het hoger onderwijs en heeft kennis en ervaring als muziekconsulent in het speciaal onderwijs.

