Mijn kind mishandelt me. Oudermishandeling
Kinderen die hun ouders mishandelen is een fenomeen dat meer voorkomt dan men zou denken. Veel literatuur en onderzoek bestaat er nog niet over. Dit hoeft niet te verwonderen. Het is een onderwerp dat we niet graag onder ogen zien, gewoon omdat het niet hoort dat kinderen hun ouders op een of andere manier terroriseren en zeker niet dat ze slaan.
De auteur beschrijft deze situaties op een zeer bevattelijke en concrete wijze. Alle aspecten komen aan bod. De rode draad in het boek is Christof, een vader van 45 jaar, die door zijn zoon Dieter, 17 jaar, zowel fysiek, psychologisch, verbaal als financieel wordt mishandeld. Het boek is bestemd voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek of er meer over wil weten.
Met voorwoorden van prof. dr. Wim Van den Broeck en prof. em. dr. Ingrid Ponjaert-Kristoffersen, beiden Universiteit Brussel, en prof. dr. Annemie Desoete, Universiteit Gent.
KARL BAERT is master in de pedagogische wetenschappen en in het onderwijsmanagement. Hij is (mede)auteur van diverse uitgaven over leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jongeren.
Mijn kind mishandelt me. Oudermishandeling
Kinderen die hun ouders mishandelen is een fenomeen dat meer voorkomt dan men zou denken. Veel literatuur en onderzoek bestaat er nog niet over. Dit hoeft niet te verwonderen. Het is een onderwerp dat we niet graag onder ogen zien, gewoon omdat het niet hoort dat kinderen hun ouders op een of andere manier terroriseren en zeker niet dat ze slaan.
De auteur beschrijft deze situaties op een zeer bevattelijke en concrete wijze. Alle aspecten komen aan bod. De rode draad in het boek is Christof, een vader van 45 jaar, die door zijn zoon Dieter, 17 jaar, zowel fysiek, psychologisch, verbaal als financieel wordt mishandeld. Het boek is bestemd voor iedereen die te maken heeft met deze problematiek of er meer over wil weten.
Met voorwoorden van prof. dr. Wim Van den Broeck en prof. em. dr. Ingrid Ponjaert-Kristoffersen, beiden Universiteit Brussel, en prof. dr. Annemie Desoete, Universiteit Gent.
KARL BAERT is master in de pedagogische wetenschappen en in het onderwijsmanagement. Hij is (mede)auteur van diverse uitgaven over leer-, ontwikkelings- en gedragsstoornissen bij kinderen en jongeren.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.
De dove persoon… zijn verenigingsleven. Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap… tot de jaren 1980 (deel 3)
Dit is het derde boek in de reeks Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap… tot de jaren 1980.
Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, Indigo vzw, Nazorgdienst voor doven vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. Hij is eveneens medestichter van het Dovenmuseum Broeder Leothard en bezieler van de bezinningsgroep Emmaüs: Kom en Zie.
De dovenwereld was en is zijn leefwereld.
De dove persoon… zijn verenigingsleven. Geschiedenis van de Vlaams-Belgische dovengemeenschap… tot de jaren 1980 (deel 3)
Dit is het derde boek in de reeks Geschiedenis van de Vlaams-Belgische Dovengemeenschap… tot de jaren 1980.
Maurice Buyens fc groeide op als zoon van dove ouders, in de dovenwereld. Hij was van jongs af aan betrokken bij het verenigingsleven van doven, onderwees doven later ook en werd directeur van het Sint-Gregoriusinstituut. Sinds 1968 was en is hij wekelijks aanwezig op samenkomsten van de Oost-Vlaamse dovenverenigingen. Hij was de laatste algemene secretaris van Navekados en medestichter van Fevlado (Federatie van Vlaamse Dovenverenigingen). Hij was oprichter van de doventolkschool in Gent, het CAB (Communicatie Assistentie-bureau), Cultuur voor Doven vzw, Indigo vzw, Nazorgdienst voor doven vzw en het Dovencentrum Emmaüs in Ledeberg. Hij is eveneens medestichter van het Dovenmuseum Broeder Leothard en bezieler van de bezinningsgroep Emmaüs: Kom en Zie.
De dovenwereld was en is zijn leefwereld.
Ruimte, logistiek en multimodaliteit
Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.
Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.
Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.
Ruimte, logistiek en multimodaliteit
Het staat buiten kijf dat de ruimtelijke planning een grote rol speelt in de duurzame ontwikkeling van de TDL-sector. Dat is in het bijzonder het geval voor de locatie van TDL-activiteiten in relatie tot multimodale netwerken, agglomeraties en markten, waarbij de lokale negatieve milieueffecten zo veel mogelijk uit woonomgevingen geweerd moeten worden.
Optimalisering van infrastructuur, efficiëntie van het ruimtegebruik en inzetten op ‘slimme’ logistiek zijn thema’s die in de nabije toekomst enkel aan belang winnen, net zoals de functie van dalvervoer en stadsdistributie om de bereikbaarheid van bepaalde gebieden te optimaliseren.
Kobe Boussauw is gastprofessor-onderzoeker aan de Vakgroep Geografie van de Universiteit Gent, ambtenaar bij de Vlaamse overheid en adviseur bij UN-Habitat in Kosovo. Jonas De Vos bereidt aan dezelfde vakgroep een proefschrift voor over verplaatsingsgedrag. Frank Witlox is hoogleraar economische geografie aan deze vakgroep, directeur van de Doctoral School Natural Sciences aan de Universiteit Gent, en gastprofessor hinterlandvervoer aan de Universiteit Antwerpen-ITMMA.

Sociaal werk. In- en uitzichten
-Waar liggen de wortels van het sociaal werk in Vlaanderen en België?,
-Hoe zijn die mede door buitenlandse inspiratie bepaald?,
-Wat is sociaal werk vandaag?
-Is het een beroepsgebied met een dermate heterogeen takkenbos van specialisaties, waar buitenstaanders nog moeilijk wijs uit raken?,
-Of is het juist een krachtig en specifiek afgrensbaar professioneel veld op de terreinen van welzijn, educatie en zorg?.
In het eerste deel behandelt de auteur voor de hand liggende vragen. Hoe definieer je sociaal werk? Waar komt het vandaan? Wat is het specifieke deskundigheidskarakter ervan? Wat is de basiskennis en hoe wordt daar in Vlaanderen mee omgegaan?
Het tweede deel geeft ruimte aan reflecties over het beroep, het beroepsveld en de opleidingspatronen. De auteur staat stil bij de professionele ontwikkeling in de hedendaagse internationale context en het huidige onderwijslandschap van Bachelors en Masters Sociaal Werk. Hij werpt ook een licht op de directe sociale en maatschappelijke omgeving van de toekomstige beroepspraktijk: een individualiserende, verouderende en cultureel meerduidige context waarin de klassieke hulp- en ondersteuningspatronen van familie en vereniging sterk aan belang hebben ingeboet.
Wim Verzelen doceert als maatschappelijk assistent en socioloog Sociaal Werk en Sociologie in het Departement Sociaal-Agogisch Werk aan de Karel de Grote-Hogeschool, Antwerpen. Aan de Universiteit Antwerpen is hij betrokken bij evaluatie- en onderzoekswerk en is hij er verbonden aan de Masteropleiding Sociaal Werk. Eerder was hij intensief betrokken bij (projecten van) opbouwwerk, armoedebestrijding en sociale vernieuwing

Sociaal werk. In- en uitzichten
-Waar liggen de wortels van het sociaal werk in Vlaanderen en België?,
-Hoe zijn die mede door buitenlandse inspiratie bepaald?,
-Wat is sociaal werk vandaag?
-Is het een beroepsgebied met een dermate heterogeen takkenbos van specialisaties, waar buitenstaanders nog moeilijk wijs uit raken?,
-Of is het juist een krachtig en specifiek afgrensbaar professioneel veld op de terreinen van welzijn, educatie en zorg?.
In het eerste deel behandelt de auteur voor de hand liggende vragen. Hoe definieer je sociaal werk? Waar komt het vandaan? Wat is het specifieke deskundigheidskarakter ervan? Wat is de basiskennis en hoe wordt daar in Vlaanderen mee omgegaan?
Het tweede deel geeft ruimte aan reflecties over het beroep, het beroepsveld en de opleidingspatronen. De auteur staat stil bij de professionele ontwikkeling in de hedendaagse internationale context en het huidige onderwijslandschap van Bachelors en Masters Sociaal Werk. Hij werpt ook een licht op de directe sociale en maatschappelijke omgeving van de toekomstige beroepspraktijk: een individualiserende, verouderende en cultureel meerduidige context waarin de klassieke hulp- en ondersteuningspatronen van familie en vereniging sterk aan belang hebben ingeboet.
Wim Verzelen doceert als maatschappelijk assistent en socioloog Sociaal Werk en Sociologie in het Departement Sociaal-Agogisch Werk aan de Karel de Grote-Hogeschool, Antwerpen. Aan de Universiteit Antwerpen is hij betrokken bij evaluatie- en onderzoekswerk en is hij er verbonden aan de Masteropleiding Sociaal Werk. Eerder was hij intensief betrokken bij (projecten van) opbouwwerk, armoedebestrijding en sociale vernieuwing