Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)
Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.
Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).
Van woordblindheid tot dyslexie. De geschiedenis van leesproblemen in het Nederlandse onderwijs (O&A-Reeks, nr. 9)
Dyslexie of woordblindheid is al vanaf het einde van de negentiende eeuw bekend. Toch duurde het meer dan tachtig jaar voor het onderwijs er iets mee ging doen. Dit boek onderzoekt waarom het zo lang heeft moeten duren. Dyslectische kinderen die voor 1990 de lagere school bezochten, kwamen vaak niet ver. Hogere opleidingen waren voor hen meestal onbereikbaar en wie wel zo ver kwam, moest beschikken over een forse dosis doorzettingsvermogen en een behoorlijke intelligentie.
Dat er zoveel onbekendheid was over dyslexie of woordblindheid betekende niet dat het onderwijs niets deed. Lezen vormde er sinds 1945 een speerpunt. De LOM-school ontstond waar vele kinderen met ernstige leesproblemen zich thuis en geholpen voelden. Remedial teachers kwamen de scholen binnen. Nadat de wetenschap het onderzoek naar dyslexie ter hand nam en wetenschappers, belangenverenigingen en overheid gingen samenwerken, ontstond vanaf 2000 beleid om dyslectische kinderen op te sporen en te behandelen.
Marjoke Rietveld-van Wingerden is als docent en onderzoeker verbonden aan de Faculteit voor Gedragswetenschappen van de Vrije Universiteit. Haar onderzoek betreft in grote lijnen de geschiedenis van het speciale onderwijs en de speciale zorg. Zo schreef ze in samenwerking met andere onderzoekers over het onderwijs aan kinderen met een auditieve beperking (2010) en over het Paedologisch Instituut van Waterink te Amsterdam (2006).
Prikkels in de groep (Fontys-OSO-Reeks, nr. 30)
Deze bijzonderheden vragen om een op het individuele kind afgestemde begeleidingsstijl, activiteiten en aangepaste omgeving binnen de groep. Een lastige opgave en een dagelijkse uitdaging, maar noodzakelijk om te voorkomen dat bijzonderheden in de sensorische informatieverwerking de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking belemmeren.
‘Prikkels in de groep!’ biedt praktische handvatten. De lezer kan met de uitleg, voorbeelden en de praktische oplossingen goed aansluiten bij de prikkelbehoefte van de kinderen en passende begeleiding bieden aan de groep.
Beschreven wordt welke manieren van prikkelverwerking er zijn en hoe de zintuigen informatie verwerken. Aandacht wordt besteed aan de invloed van omgevingsfactoren en diverse aspecten die nodig zijn om kinderen in een groep te begeleiden. Door een beter begrip van gedrag met sensorische oorzaken ontstaat voor ieder kind een sensorisch waardevolle omgeving.
Kijk voor meer informatie en voor aanvullende voorbeelden op www.prikkelsindegroep.nl.
Robert de Hoog is werkzaam als SI-therapeut/fysiotherapeut, Sandra Stultiens-Houben is autismespecialist / leerkracht en Ingrid van der Heijden is orthopedagoog / gezondheidzorgpsycholoog. Ze werken allen binnen de zorg en onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.
Tientallen concrete tips en adviezen passeren de revue. Waarlijk de sterkte van dit boek.
Kortom, vlot toegankelijk, vol praktische, makkelijk uit te voeren ideeën die (haast letterlijk) een wereld van verschil kunnen maken.
Autisme Centraal (jrg. 32, nr. 1, blz.12)
Prikkels in de groep (Fontys-OSO-Reeks, nr. 30)
Deze bijzonderheden vragen om een op het individuele kind afgestemde begeleidingsstijl, activiteiten en aangepaste omgeving binnen de groep. Een lastige opgave en een dagelijkse uitdaging, maar noodzakelijk om te voorkomen dat bijzonderheden in de sensorische informatieverwerking de ontwikkeling van kinderen met een verstandelijke beperking belemmeren.
‘Prikkels in de groep!’ biedt praktische handvatten. De lezer kan met de uitleg, voorbeelden en de praktische oplossingen goed aansluiten bij de prikkelbehoefte van de kinderen en passende begeleiding bieden aan de groep.
Beschreven wordt welke manieren van prikkelverwerking er zijn en hoe de zintuigen informatie verwerken. Aandacht wordt besteed aan de invloed van omgevingsfactoren en diverse aspecten die nodig zijn om kinderen in een groep te begeleiden. Door een beter begrip van gedrag met sensorische oorzaken ontstaat voor ieder kind een sensorisch waardevolle omgeving.
Kijk voor meer informatie en voor aanvullende voorbeelden op www.prikkelsindegroep.nl.
Robert de Hoog is werkzaam als SI-therapeut/fysiotherapeut, Sandra Stultiens-Houben is autismespecialist / leerkracht en Ingrid van der Heijden is orthopedagoog / gezondheidzorgpsycholoog. Ze werken allen binnen de zorg en onderwijs aan kinderen met een verstandelijke beperking.
Tientallen concrete tips en adviezen passeren de revue. Waarlijk de sterkte van dit boek.
Kortom, vlot toegankelijk, vol praktische, makkelijk uit te voeren ideeën die (haast letterlijk) een wereld van verschil kunnen maken.
Autisme Centraal (jrg. 32, nr. 1, blz.12)
Beginassessments: meten van startcompetenties
Dit boek is het resultaat van een unieke samenwerking tussen lectoren, onderzoekers, beleidsmakers én studenten van het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool en de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Geert Speltincx is Coördinator Onderwijs op maat voor Karel de Grote-Hogeschool. Hij studeerde Sociale Pedagogiek aan de K.U.Leuven. Van 2007 tot 2009 was hij verbonden aan de Katholieke Hogeschool Kempen. Na een korte periode als docent in de Lerarenopleiding werkte hij als Coördinator Onderwijsontwikkeling aan deze hogeschool. Tussen 2009 en 2011 werkte hij binnen de Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool als projectleider Onderwijs op maat. Dit project gaat op zoek naar structurele en goed onderbouwde maatregelen om de kwaliteit van de instroom, de doorstroom en uitstroom van kansengroepen te verbeteren.
David Gijbels doceert binnen de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) en de Specifieke Lerarenopleiding (SLO) aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen (IOIW) van de Universiteit Antwerpen. Voorheen was hij verbonden aan het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO) van de Universiteit Antwerpen en aan de vakgroep onderwijsinnovatie en IT van de Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek binnen de onderzoeksgroep research in education and professional development (REPRO) naar de relatie tussen leren en evalueren binnen het (hoger) onderwijs en op de werkplek. Hij is momenteel coördinator van de special interest group rond learning and professional development van de European Association for Research on Learning and Instruction (EARLI).
Beginassessments: meten van startcompetenties
Dit boek is het resultaat van een unieke samenwerking tussen lectoren, onderzoekers, beleidsmakers én studenten van het Departement Lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool en de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Geert Speltincx is Coördinator Onderwijs op maat voor Karel de Grote-Hogeschool. Hij studeerde Sociale Pedagogiek aan de K.U.Leuven. Van 2007 tot 2009 was hij verbonden aan de Katholieke Hogeschool Kempen. Na een korte periode als docent in de Lerarenopleiding werkte hij als Coördinator Onderwijsontwikkeling aan deze hogeschool. Tussen 2009 en 2011 werkte hij binnen de Lerarenopleiding van de Karel de Grote-Hogeschool als projectleider Onderwijs op maat. Dit project gaat op zoek naar structurele en goed onderbouwde maatregelen om de kwaliteit van de instroom, de doorstroom en uitstroom van kansengroepen te verbeteren.
David Gijbels doceert binnen de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen (OOW) en de Specifieke Lerarenopleiding (SLO) aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen (IOIW) van de Universiteit Antwerpen. Voorheen was hij verbonden aan het Expertisecentrum Hoger Onderwijs (ECHO) van de Universiteit Antwerpen en aan de vakgroep onderwijsinnovatie en IT van de Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek binnen de onderzoeksgroep research in education and professional development (REPRO) naar de relatie tussen leren en evalueren binnen het (hoger) onderwijs en op de werkplek. Hij is momenteel coördinator van de special interest group rond learning and professional development van de European Association for Research on Learning and Instruction (EARLI).
Evolutie, cultuur en betekenis
Dit boek geeft aan hoe evolutionair denken een basis kan vormen voor diepgaande filosofische en theologische reflectie over de menselijke soort. Verschillende auteurs, gaande van Daniel Dennett over Paul Ricoeur tot Philip Hefner, worden daartoe voorgesteld. Door de kritische bespreking van hun werk wordt getoond hoe we vanuit evolutionair perspectief dieper inzicht krijgen in de meest bijzondere eigenschap van de menselijke soort: het vermogen tot het scheppen van cultuur.
Wat kan de evolutietheorie ons leren over het belang van cultuur voor de mens, over de verhouding tussen mens en cultuur en over wat er op het spel staat bij het doorgeven van cultuur aan volgende generaties?
Hoe kunnen hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie ons helpen om vragen over zingeving, over de rol van religies en over de verhouding tussen wetenschap en religie te belichten?
Wat hebben evolutie, cultuur en betekenis met elkaar te maken?
De lezer krijgt met dit boek een inleiding in een verrijkende manier van kijken naar de mens: een kijk vanuit evolutionair perspectief.
Tom Uytterhoeven doceert RZL en Rooms-katholieke Godsdienst in de bacheloropleiding Leraar Lager Onderwijs van Lessius Mechelen, Campus De Vest. Hij werkte voordien meer dan tien jaar als leraar in het lager onderwijs en is sinds 2011 Master in de Gespecialiseerde Studies in de Godgeleerdheid en de Godsdienstwetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de dialoog tussen religie en wetenschap en de invloed die evolutietheorische inzichten hebben op de manier waarop we naar cultuur kijken.
Evolutie, cultuur en betekenis
Dit boek geeft aan hoe evolutionair denken een basis kan vormen voor diepgaande filosofische en theologische reflectie over de menselijke soort. Verschillende auteurs, gaande van Daniel Dennett over Paul Ricoeur tot Philip Hefner, worden daartoe voorgesteld. Door de kritische bespreking van hun werk wordt getoond hoe we vanuit evolutionair perspectief dieper inzicht krijgen in de meest bijzondere eigenschap van de menselijke soort: het vermogen tot het scheppen van cultuur.
Wat kan de evolutietheorie ons leren over het belang van cultuur voor de mens, over de verhouding tussen mens en cultuur en over wat er op het spel staat bij het doorgeven van cultuur aan volgende generaties?
Hoe kunnen hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie ons helpen om vragen over zingeving, over de rol van religies en over de verhouding tussen wetenschap en religie te belichten?
Wat hebben evolutie, cultuur en betekenis met elkaar te maken?
De lezer krijgt met dit boek een inleiding in een verrijkende manier van kijken naar de mens: een kijk vanuit evolutionair perspectief.
Tom Uytterhoeven doceert RZL en Rooms-katholieke Godsdienst in de bacheloropleiding Leraar Lager Onderwijs van Lessius Mechelen, Campus De Vest. Hij werkte voordien meer dan tien jaar als leraar in het lager onderwijs en is sinds 2011 Master in de Gespecialiseerde Studies in de Godgeleerdheid en de Godsdienstwetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de dialoog tussen religie en wetenschap en de invloed die evolutietheorische inzichten hebben op de manier waarop we naar cultuur kijken.
Hoera, ik ben een autist! Opstellen over ethiek in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
Hoe kijken we naar mensen met een verstandelijke beperking en welke betekenissen worden aan hun bestaan toegekend? Dat is de vraag die de opstellen in dit boek met elkaar verbindt. De auteur neemt zijn uitgangspunt in het perspectief van Disability Studies, dat in het Nederlandse taalgebied nog vrij onbekend is. Hij onderzoekt cultureel bepaalde denkbeelden over ‘handicap’ om te kijken waarop ze berusten:
• Autisme geldt voor vrijwel iedereen als een handicap, maar waarom eigenlijk? Kun je daar ook anders over denken?
• Kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking is een hot thema, maar waarom vinden wij het gewoon om de vraag te stellen of mensen met een verstandelijke beperking kinderen mogen krijgen?
• Waarom is het zo vanzelfsprekend dat de conditie van Down syndroom wordt bestempeld als een defect en als genetisch bepaalde ziekte, terwijl veel mensen met dit syndroom een betrekkelijk gelukkig leven leiden?
• Vraagsturing en marktwerking maken ook van mensen met een beperking kiezende zorgconsumenten, maar hoe strookt dat met de dagelijkse werkelijkheid waarin ze verkeren?
Zulke vragen dagen de lezer uit een stapje terug te doen en onze manieren van denken en kijken onder de loep nemen. De uitkomst blijkt telkens van groot praktisch belang te zijn. Het ethische oordeel, zo laat de auteur zien, ligt reeds besloten in de waarneming.
Hans Reinders is sinds 1995 hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar hij sinds 2005 tevens de Bernard Lievegoed leerstoel bezet. Dit boek bevat een selectie uit ongepubliceerde voordrachten over zorg en ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking van de afgelopen jaren.
Hoera, ik ben een autist! Opstellen over ethiek in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking
Hoe kijken we naar mensen met een verstandelijke beperking en welke betekenissen worden aan hun bestaan toegekend? Dat is de vraag die de opstellen in dit boek met elkaar verbindt. De auteur neemt zijn uitgangspunt in het perspectief van Disability Studies, dat in het Nederlandse taalgebied nog vrij onbekend is. Hij onderzoekt cultureel bepaalde denkbeelden over ‘handicap’ om te kijken waarop ze berusten:
• Autisme geldt voor vrijwel iedereen als een handicap, maar waarom eigenlijk? Kun je daar ook anders over denken?
• Kinderwens en ouderschap van mensen met een verstandelijke beperking is een hot thema, maar waarom vinden wij het gewoon om de vraag te stellen of mensen met een verstandelijke beperking kinderen mogen krijgen?
• Waarom is het zo vanzelfsprekend dat de conditie van Down syndroom wordt bestempeld als een defect en als genetisch bepaalde ziekte, terwijl veel mensen met dit syndroom een betrekkelijk gelukkig leven leiden?
• Vraagsturing en marktwerking maken ook van mensen met een beperking kiezende zorgconsumenten, maar hoe strookt dat met de dagelijkse werkelijkheid waarin ze verkeren?
Zulke vragen dagen de lezer uit een stapje terug te doen en onze manieren van denken en kijken onder de loep nemen. De uitkomst blijkt telkens van groot praktisch belang te zijn. Het ethische oordeel, zo laat de auteur zien, ligt reeds besloten in de waarneming.
Hans Reinders is sinds 1995 hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, waar hij sinds 2005 tevens de Bernard Lievegoed leerstoel bezet. Dit boek bevat een selectie uit ongepubliceerde voordrachten over zorg en ondersteuning van mensen met een verstandelijke beperking van de afgelopen jaren.
Arabesques. Selections of Biography and Poetry from Classical Arabic Literature (Reeks WATA-Publications, nr. 2)
In his book Dr Mumayiz has chosen four classical Arabic poets, giving the reader, first in Part I, a biographical account of each poet, and in Part Il, extracts of their poetry classified into various themes such as Love, War, Praise, and Reflections.
In his translation of classical Arabic poetry, Dr Mumayiz uses iambic pentametre, either in the form of couplets or quatrains, in a way intended to enhance the musical effect of the graphic, sun-lit potency of classical Arabic poetry.
Arabesques. Selections of Biography and Poetry from Classical Arabic Literature (Reeks WATA-Publications, nr. 2)
In his book Dr Mumayiz has chosen four classical Arabic poets, giving the reader, first in Part I, a biographical account of each poet, and in Part Il, extracts of their poetry classified into various themes such as Love, War, Praise, and Reflections.
In his translation of classical Arabic poetry, Dr Mumayiz uses iambic pentametre, either in the form of couplets or quatrains, in a way intended to enhance the musical effect of the graphic, sun-lit potency of classical Arabic poetry.