Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones
Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering,
maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit
het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor
geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet
altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen
en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring
van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en
uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen
fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden
uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden
opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs
en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in
de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de
ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het
dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte
‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair
onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die
reeds in het bedrijfsleven actief zijn.
Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.
Erreurs (super) courantes.commises en français par (tous) les néerlandophones
Erreurs (super) courantes is geen lijst van fouten met hun verbetering,
maar een alternatief voor vergissingen die je dreigt te maken vanuit
het Nederlands.
• Omgangsvormen die je nooit in het Frans hebt geleerd. En waarvoor
geen letterlijke vertaling bestaat. Een Franssprekende zal het niet
altijd zeggen zoals je het – misschien correct! – zou vertalen.
• Actuele uitdrukkingen die je nu nodig hebt.
• Uitspraak, wendingen, woorden die je ooit verkeerd hebt begrepen
en in je geheugen geprent.
De opbouw vertrekt niet van de Franse norm, maar van de taalervaring
van het Nederlands. Het boek bestaat dan ook uit woorden en
uitdrukkingen, waartegen de meerderheid van de Nederlandstaligen
fouten maken. Daartegenover wordt een correct alternatief geboden
uit de gewone Franse taal. Alleen die Nederlandse wendingen worden
opgenomen die, blijkens de lange onderwijservaring van de auteurs
en zeer vele collega’s, vergissingen in het Frans induceren. Zowel in
de keuze van de items als van de gesuggereerde leermethode zijn de
ervaring en het realisme nooit ver weg: het is een handboek voor het
dagelijks onderhoud van je Franse taaltuin.
Dankzij de opsplitsing in twee niveaus is onze totaal herwerkte
‘compagnon de route’ zowel bedoeld voor leerlingen uit het secundair
onderwijs als voor hogeschool- of universiteitsstudenten en zij die
reeds in het bedrijfsleven actief zijn.
Philippe CORNU, Hélène GROTHEN, Johan LAMOTE en Patrick CORNU hebben als docenten Frans een ruime didactische ervaring, zowel in het hoger onderwijs als met taalcursussen op maat voor grote en kleine bedrijven.
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Set: Handleiding en scoreformulieren + Taalkaarten (in opbergkoffer)(2e druk)
In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).
Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijken deze leemtes te kunnen opvullen.
Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist,
wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for
Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen,
Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent
Orthopedagogiek,
Faculteit Sociale Wetenschappen,
Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur
voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische
Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement
Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie,
Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en
Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen
(Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur
Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ
Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).
Werkboek voor afasie
Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.
Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.
Werkboek voor afasie
Het boek biedt een ruime waaier aan oefeningen met verschillende moeilijkheidsgraad en voor uiteenlopende problemen. De logopedist kan deze taaltaken aanbieden in de individuele therapie, als groepsopdracht of als huistaak.
Het opstellen van dergelijk uitgebreid en uitgebalanceerd materiaal vergt veel tijd en ervaring. Deze derde, geactualiseerde Nederlandse editie van het ‘Workbook for Aphasia’ (met weblink) steunt tegelijk op de competentie van afasiespecialiste Susan Howell-Brubaker en op het werk van een groep ervaren logopedisten die de Engelse editie vertaalden en volledig aanpasten aan het taalgebruik in Vlaanderen en Nederland, aan specifieke talige situaties en leefgewoonten.
Bij dit boek hoort een downloadbaar bestand. Met de code die u in het boek vindt kunt u dit bestand op www.dl.garant-uitgevers.eu downloaden.
Susan Howell-Brubaker is Assistent Directeur aan het Speech and Language Pathology Department van het William Beaumont Hospital, Royal Oak, Michigan. Gedurende meer dan dertig jaar specialiseerde ze zich in het werken met volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. De vertalers specialiseerden zich eveneens in het diagnosticeren en behandelen van volwassenen met communicatiestoornissen als gevolg van neurologische dysfuncties of hersentraumata. Het zijn lic. Luce Plasschaert, prof. dr. Eric Manders lic. Renée Reynders, prof. dr. John Van Borsel en drs. Mia Verschaeve.