Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Jan Velaers is Gewoon Hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen en assessor in de Raad van State, afdeling Wetgeving.
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Jan Velaers is Gewoon Hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen en assessor in de Raad van State, afdeling Wetgeving.
Ontwikkelingsdysfasie
Verder is OD zo complex wegens de ingewikkelde wisselwerking tussen aangeboren taalvermogen en taalaanbod. Een correcte diagnose stellen, is niet eenvoudig en vraagt tijd. Bij de behandeling van OD speelt de hele omgeving een rol. Dit boek richt zich zowel tot logopedisten en andere therapeuten, als tot ouders, artsen, leerkrachten, schooldirecties en leerlingbegeleiders. Om stapsgewijs een gefundeerde diagnose te leren stellen, gebruiken logopedisten en studenten logopedie dit boek best in combinatie met het gratis te verkrijgen Protocol Diagnostiek Ontwikkelings- dysfasie (PDOD).
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Inge Zink is gewoon hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsdomeinen zijn taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen. Ze staat ook in voor de diagnostiek van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen in het MUCLA – Multidisciplinair Universitair Centrum voor Logopedie en Audiologie van het UZ Leuven.
Mieke Breuls studeerde Onderwijskunde en Logopedische en Audiologische Wetenschappen aan de KU Leuven. Ze is eveneens werkzaam in het MUCLA. Haar taak omvat zowel de diagnostiek als de therapie van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen.
Ontwikkelingsdysfasie
Verder is OD zo complex wegens de ingewikkelde wisselwerking tussen aangeboren taalvermogen en taalaanbod. Een correcte diagnose stellen, is niet eenvoudig en vraagt tijd. Bij de behandeling van OD speelt de hele omgeving een rol. Dit boek richt zich zowel tot logopedisten en andere therapeuten, als tot ouders, artsen, leerkrachten, schooldirecties en leerlingbegeleiders. Om stapsgewijs een gefundeerde diagnose te leren stellen, gebruiken logopedisten en studenten logopedie dit boek best in combinatie met het gratis te verkrijgen Protocol Diagnostiek Ontwikkelings- dysfasie (PDOD).
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
Inge Zink is gewoon hoogleraar aan de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsdomeinen zijn taalontwikkeling en taalontwikkelingsstoornissen. Ze staat ook in voor de diagnostiek van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen in het MUCLA – Multidisciplinair Universitair Centrum voor Logopedie en Audiologie van het UZ Leuven.
Mieke Breuls studeerde Onderwijskunde en Logopedische en Audiologische Wetenschappen aan de KU Leuven. Ze is eveneens werkzaam in het MUCLA. Haar taak omvat zowel de diagnostiek als de therapie van kinderen met spraak- en taalontwikkelingsstoornissen.
Medicinale cannabis. Meer dan een medische kwestie
Het boek beschouwt het medicinaal cannabisgebruik eveneens uit medischethisch perspectief en kijkt naar welke plaats medicinale cannabis in de volksgezondheid kan innemen. Een elftal patiënten getuigen hoe medicinale cannabis, nadat de reguliere medicijnen tekortschoten, hun gezondheidstoestand verbeterde.
Het boek wordt ingeleid door voorwoorden van arts en professor in de huisartsgeneeskunde (RUG) Dirk Avonts, tevens hoofdredacteur van Domus Medica en van arts, ethicus en professor (ULB en UBergen) Dominique Lossignol. Hij werkt als gespecialiseerd pijnarts en hoofd van het ethisch comité aan het Brussels Bordet kankerinstituut.
Patrick Dewals is bachelor in de psychiatrische verpleegkunde, master in de politieke wetenschappen en master in de politieke filosofie. Hij verdiepte zich de afgelopen jaren in de verschillende luiken van de kwestie medicinale cannabis en schrijft er al enkele jaren bij DeWereldMorgen artikels over.
Medicinale cannabis. Meer dan een medische kwestie
Het boek beschouwt het medicinaal cannabisgebruik eveneens uit medischethisch perspectief en kijkt naar welke plaats medicinale cannabis in de volksgezondheid kan innemen. Een elftal patiënten getuigen hoe medicinale cannabis, nadat de reguliere medicijnen tekortschoten, hun gezondheidstoestand verbeterde.
Het boek wordt ingeleid door voorwoorden van arts en professor in de huisartsgeneeskunde (RUG) Dirk Avonts, tevens hoofdredacteur van Domus Medica en van arts, ethicus en professor (ULB en UBergen) Dominique Lossignol. Hij werkt als gespecialiseerd pijnarts en hoofd van het ethisch comité aan het Brussels Bordet kankerinstituut.
Patrick Dewals is bachelor in de psychiatrische verpleegkunde, master in de politieke wetenschappen en master in de politieke filosofie. Hij verdiepte zich de afgelopen jaren in de verschillende luiken van de kwestie medicinale cannabis en schrijft er al enkele jaren bij DeWereldMorgen artikels over.
Betekenisvolle kennis voor en over Basisonderwijs
Er wordt veel beweerd over basisonderwijs en veel verwacht van scholen en leerkrachten. Hiermee omgaan vraagt om kennis. Die kennis is volop beschikbaar, maar heel verspreid en divers, en wordt in deze publicatie samengebracht, kritisch besproken en geordend. Dit boek biedt daarmee een stevig overzicht van relevante ontwikkelingen en betekenisvolle kennis.
Het eerste deel behandelt wat leerlingen in het basisonderwijs moeten leren, hoe zij dit kunnen leren, hoe leerkrachten dit leren kunnen bevorderen, en hoe leerkrachten zelf kunnen worden opgeleid. Deel twee zoekt naar richtlijnen en ijkpunten voor wat leerkrachten moeten onderwijzen, op welke manier en met welk resultaat. Dit betreft de drie kernbestanddelen van basisonderwijs: de basisvaardigheden, de kennis over de wereld waarop leerlingen zich moeten leren oriënteren, en hun persoonlijke ontwikkeling. Deel drie beschrijft hoe onderzoek op scholen kan bijdragen aan meer kennis, wat bekend is over gericht werken aan leerresultaten en over onderwijsverbetering, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling, en gaat nader in op de waarde van onderwijsconcepten. Dit boek is primair geschreven voor docenten en studenten van de lerarenopleidingen voor basisonderwijs (zowel universitaire of academische als overige). Het heeft echter ook veel te bieden aan andere betrokkenen bij basisonderwijs: schoolbestuurders en schoolleiders, beleidsmedewerkers en woordvoerders onderwijs, inspecteurs en adviseurs, onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en publicisten over onderwijs. En zeker ook aan de leerkrachten, die op de scholen voor de leerlingen de centrale rol vervullen.
Karel Stokking studeerde Pedagogiek en specialiseerde zich in onderzoek in en voor het onderwijs. Hij werkte als onderwijzer, onderzoeker, docent, promotor en lerarenopleider, en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Betekenisvolle kennis voor en over Basisonderwijs
Er wordt veel beweerd over basisonderwijs en veel verwacht van scholen en leerkrachten. Hiermee omgaan vraagt om kennis. Die kennis is volop beschikbaar, maar heel verspreid en divers, en wordt in deze publicatie samengebracht, kritisch besproken en geordend. Dit boek biedt daarmee een stevig overzicht van relevante ontwikkelingen en betekenisvolle kennis.
Het eerste deel behandelt wat leerlingen in het basisonderwijs moeten leren, hoe zij dit kunnen leren, hoe leerkrachten dit leren kunnen bevorderen, en hoe leerkrachten zelf kunnen worden opgeleid. Deel twee zoekt naar richtlijnen en ijkpunten voor wat leerkrachten moeten onderwijzen, op welke manier en met welk resultaat. Dit betreft de drie kernbestanddelen van basisonderwijs: de basisvaardigheden, de kennis over de wereld waarop leerlingen zich moeten leren oriënteren, en hun persoonlijke ontwikkeling. Deel drie beschrijft hoe onderzoek op scholen kan bijdragen aan meer kennis, wat bekend is over gericht werken aan leerresultaten en over onderwijsverbetering, professionele ontwikkeling en schoolontwikkeling, en gaat nader in op de waarde van onderwijsconcepten. Dit boek is primair geschreven voor docenten en studenten van de lerarenopleidingen voor basisonderwijs (zowel universitaire of academische als overige). Het heeft echter ook veel te bieden aan andere betrokkenen bij basisonderwijs: schoolbestuurders en schoolleiders, beleidsmedewerkers en woordvoerders onderwijs, inspecteurs en adviseurs, onderwijsbegeleiders, onderwijskundigen en publicisten over onderwijs. En zeker ook aan de leerkrachten, die op de scholen voor de leerlingen de centrale rol vervullen.
Karel Stokking studeerde Pedagogiek en specialiseerde zich in onderzoek in en voor het onderwijs. Hij werkte als onderwijzer, onderzoeker, docent, promotor en lerarenopleider, en is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Utrecht.
Handboek Neurologische communicatiestoornissen
Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene communicatiestoornissen in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek ook in op communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene neurologische dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en rechterhemisfeerletsels).
De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF- model – International Classification of Functioning, Disability and Health, dat ontwikkeld werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde lichaamsstructuren en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van activiteiten en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding tot een sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is aangetast. Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden onderschat, zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.
Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan bod. Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen bij bijvoorbeeld afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade, zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een adequate differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te hebben van de fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.
Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.
Handboek Neurologische communicatiestoornissen
Dit handboek is bedoeld voor iedereen die interesse heeft voor neurogene communicatiestoornissen in de ruime zin van het woord. Naast de primaire neurologische spraak- en taalstoornissen (afasie, dysartrie en apraxie), gaat het boek ook in op communicatiestoornissen die samengaan met andere, meer algemene neurologische dysfuncties en condities (dementie, craniocerebrale traumata en rechterhemisfeerletsels).
De beschreven aandoeningen worden zoveel mogelijk gekaderd in het ICF- model – International Classification of Functioning, Disability and Health, dat ontwikkeld werd door de Wereldgezondheidsorganisatie. Neurologische spraak-, taal- en communicatiestoornissen leiden immers niet enkel tot gestoorde lichaamsstructuren en -functies, maar ook tot beperkingen op het vlak van het uitvoeren van activiteiten en tot restricties bij het participeren aan het sociaal en maatschappelijk leven. Elke ernstige neurologische aandoening geeft bovendien aanleiding tot een sterk verminderde levenskwaliteit, zeker wanneer de communicatie is aangetast. Ten slotte mag ook de invloed van contextuele factoren niet worden onderschat, zoals de belangrijke rol die personen uit de omgeving spelen.
Ook taalveranderingen die samengaan met de normale oude dag, komen aan bod. Hierbij gaat het weliswaar niet om taalstoornissen, zoals die voorkomen bij bijvoorbeeld afasie, of om taalproblemen die secundair zijn aan diffuse hersenschade, zoals bij dementering of een niet-aangeboren hersenletsel. Maar om een adequate differentiële diagnose te stellen, is het belangrijk om enige notie te hebben van de fenomenen die zich bij het normale verouderingsproces voordoen.
Eric Manders doceerde tot voor kort aan de Afdeling Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven, waar hij het opleidingsonderdeel Neurologische Spraak- en Taalstoornissen verzorgde. Hij doceerde ook lange tijd aan het Departement Logopedie en Audiologie van Thomas More in Antwerpen en was werkzaam in het UZ Leuven, waar hij onder meer betrokken was bij de diagnostiek en de behandeling van mensen met neurogene communicatiestoornissen en de groepstherapie voor mensen met afasie begeleidde.