Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
€ 14,90
Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtone
jongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen.
Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaan
starten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben in
hun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend,
kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken over
minder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Een
minder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en de
sociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeert
ook de kansen van hun kinderen.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Wit krijt schrijft beter
Gekleurd door het leven
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Zwart op wit. De intrede van allochtonen op de arbeidsmarkt
€ 14,90
Allochtone jongeren vinden minder vaak én minder snel werk dan autochtone
jongeren en dreigen daardoor meer in de langdurige werkloosheid terecht te komen.
Ook de functies waarin allochtone schoolverlaters hun beroepsloopbaan
starten zijn kwalitatief minder gunstig dan deze van autochtonen. Ze hebben in
hun eerste baan minder vaak een vast contract, hun werk is minder uitdagend,
kent minder variatie en mogelijkheden om zich uit te leven, ze beschikken over
minder autonomie en ze werken vaker in slechte arbeidsomstandigheden. Een
minder gunstige arbeidsmarktpositie beperkt niet alleen de levenskansen en de
sociale integratie van de huidige generaties allochtone jongeren, het hypothekeert
ook de kansen van hun kinderen.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
Wit krijt schrijft beter
Gekleurd door het leven
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Hoe komt het dat werkgevers de openstaande vacatures niet kunnen of willen opvullen met allochtone jongeren? Waarom vinden allochtonen minder vlot de weg naar een stabiele baan?
Dit boek brengt de arbeidsmarktintrede van allochtone jongeren in kaart en gaat na in welke mate de beroepspositie beïnvloed wordt door toegeschreven (etnische en sociale achtergrond en geslacht) en verworven kenmerken (onderwijsniveau en onderwijsresultaat). Dit gebeurt door allochtone en autochtone jongeren systematisch met elkaar te vergelijken op basis van een grootschalige peiling bij 9.000 Vlaamse jongeren die uitgevoerd werd door de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR – Studiegroep van ONderwijs naar ARbeidsmarkt.
Dit onderzoek sluit aan bij het eerder verschenen onderzoek Wit krijt schrijft beter: Schoolloopbanen van allochtone jongeren in beeld. Daarin bleek de problematische achterstand van allochtonen in het Vlaamse onderwijs. In dit boek wordt nagegaan in welke mate die onderwijsachterstand de directe oorzaak is voor de achterstand van allochtonen op de arbeidsmarkt. Of zijn er andere factoren die de kansen van allochtonen beïnvloeden?
Zie ook de andere delen in dit onderzoek naar de onderwijs- en arbeidsloopbanen van allochtonen in Vlaanderen:
De auteurs van dit boek zijn verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel en lid van de interuniversitaire onderzoeksgroep SONAR die de overgang van school naar werk bestudeert. Ignace Glorieux is gewoon hoogleraar sociologie. Zijn voornaamste onderzoeksdomeinen zijn tijdsbesteding en tijdsordening, de transitie van school naar werk en cultuurparticipatie. Ilse Laurijssen bereidt een proefschrift voor over de verschillen in de vroege arbeidsloopbanen van mannen en vrouwen. Yolis Van Dorsselaer doet onderzoek naar de overgang van school naar werk.
Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen. Siblingseks: spelletjes, nieuwsgierigheid, misbruik en incest (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 3)
€ 17,00
Wat zoeken broers en zussen bij elkaar op het vlak van seksuele ontwikkeling en identiteitsvorming?
Waarin verschilt die siblingseks van seksualiteit met kinderen van buiten het gezin?
De auteurs beschrijven met welke seksuele vragen broers en zussen elkaar tegemoet kunnen treden
en welke seksuele spelletjes en nieuwsgierigheden op jonge leeftijd voorkomen. Ze gaan ook
in op de grens tussen deze ontwikkelingspsychologisch te situeren spelletjes en nieuwsgierigheid
enerzijds en seksueel misbruik en siblingincest anderzijds. Misbruik en incest tussen kinderen en
jongeren in ‘horizontale relaties’ binnen eenzelfde gezin komen duidelijk minder aan de oppervlakte
dan misbruik en incest in ‘verticale relaties’ tussen ouders en kinderen. Incest in siblingrelaties
wordt geringschat; toch zijn de gevolgen ervan niet minder dan na ouder-kindincest. Deze
ervaringen hebben een verschillende invloed op het seksuele zelfbeeld van volwassen mannen en
vrouwen. Bij broers en zussen in de therapiekamer blijkt er een positieve kracht uit te gaan van het
betrekken van siblings bij de therapie. De auteurs beschrijven ook hoe pijnlijke herinneringen aan
seksueel machtsmisbruik en grensoverschrijdingen tussen broers en zussen aan bod kunnen komen
in therapie.
Dit boek richt zich tot iedereen die meer over dit bijzondere thema wil weten: professionele hulpverleners, ouders en betrokkenen.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KULeuven. Sofie Dieltjens volgde een opleiding tot maatschappelijk assistente en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen aan de KULeuven.
Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child
Dit boek richt zich tot iedereen die meer over dit bijzondere thema wil weten: professionele hulpverleners, ouders en betrokkenen.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KULeuven. Sofie Dieltjens volgde een opleiding tot maatschappelijk assistente en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen aan de KULeuven.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen. Siblingseks: spelletjes, nieuwsgierigheid, misbruik en incest (Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie, nr. 3)
€ 17,00
Wat zoeken broers en zussen bij elkaar op het vlak van seksuele ontwikkeling en identiteitsvorming?
Waarin verschilt die siblingseks van seksualiteit met kinderen van buiten het gezin?
De auteurs beschrijven met welke seksuele vragen broers en zussen elkaar tegemoet kunnen treden
en welke seksuele spelletjes en nieuwsgierigheden op jonge leeftijd voorkomen. Ze gaan ook
in op de grens tussen deze ontwikkelingspsychologisch te situeren spelletjes en nieuwsgierigheid
enerzijds en seksueel misbruik en siblingincest anderzijds. Misbruik en incest tussen kinderen en
jongeren in ‘horizontale relaties’ binnen eenzelfde gezin komen duidelijk minder aan de oppervlakte
dan misbruik en incest in ‘verticale relaties’ tussen ouders en kinderen. Incest in siblingrelaties
wordt geringschat; toch zijn de gevolgen ervan niet minder dan na ouder-kindincest. Deze
ervaringen hebben een verschillende invloed op het seksuele zelfbeeld van volwassen mannen en
vrouwen. Bij broers en zussen in de therapiekamer blijkt er een positieve kracht uit te gaan van het
betrekken van siblings bij de therapie. De auteurs beschrijven ook hoe pijnlijke herinneringen aan
seksueel machtsmisbruik en grensoverschrijdingen tussen broers en zussen aan bod kunnen komen
in therapie.
Dit boek richt zich tot iedereen die meer over dit bijzondere thema wil weten: professionele hulpverleners, ouders en betrokkenen.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KULeuven. Sofie Dieltjens volgde een opleiding tot maatschappelijk assistente en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen aan de KULeuven.
Nr. 1. Verborgen onder mijn buik. Zorg- en hulpverlening aan zwangere vrouwen na vroeger seksueel geweld
Nr. 2. De oorverdovende stilte. Omtrent pedofilie: het gepolariseerde debat voorbij
Nr. 3. Seksuele ontwikkeling en de rol van broers en zussen
Nr. 4. Sexy haar en hoofddoek. Seksuele en niet-seksuele betekenissen
Nr. 5. Hulpverlening bij kindermishandeling. Over individuele weerbaarheid en maatschappelijke kwetsbaarheid
Nr. 6. Seksueel verlangen en knooppunten. Begeleiden van seksuele processen in de context van partnerrelatie
Nr. 7. Waarheid, durven... trauma. Seksueel grensoverschrijdend gedrag tussen kinderen en jongeren
Nr. 8. Ouders en de relationele en seksuele vorming op school. It takes a village to raise a child
Dit boek richt zich tot iedereen die meer over dit bijzondere thema wil weten: professionele hulpverleners, ouders en betrokkenen.
Patrick Meurs doceert aan het Departement Psychologie en aan het Instituut voor Familiale en Seksuologische Wetenschappen van de KULeuven. Sofie Dieltjens volgde een opleiding tot maatschappelijk assistente en studeerde familiale en seksuologische wetenschappen en pedagogische wetenschappen aan de KULeuven.
Cahiers Seksuele Psychologie & Seksuologie
