De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Jaarboek KMSKA 2015-2016
Het jaarboek van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen is één van de langstlopende en belangrijkste kunsthistorische tijdschriften. In deze uitgave krijgen wetenschappelijke bijdragen van de onderzoekers van het museum en auteurs uit binnen- en buitenland hun plaats. Diverse thema’s en kunstenaars, zoals de Antwerpse kunstenaarsfamilie Coignet en Jan Van Beers, komen in deze rijk geïllustreerde uitgave aan bod.
Paul Vandenbroeck voerde de eindredactie. Hij is medewerker collectieonderzoek bij het KMSKA en doceert aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Jaarboek KMSKA 2015-2016
Het jaarboek van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen is één van de langstlopende en belangrijkste kunsthistorische tijdschriften. In deze uitgave krijgen wetenschappelijke bijdragen van de onderzoekers van het museum en auteurs uit binnen- en buitenland hun plaats. Diverse thema’s en kunstenaars, zoals de Antwerpse kunstenaarsfamilie Coignet en Jan Van Beers, komen in deze rijk geïllustreerde uitgave aan bod.
Paul Vandenbroeck voerde de eindredactie. Hij is medewerker collectieonderzoek bij het KMSKA en doceert aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven.
Leraren, wat boeit jullie? Theoretisch en empirisch onderzoek naar roeping binnen het professioneel zelfverstaan – Handelseditie
Het beroep van de leraar staat ter discussie. Hierbij spelen fundamentele vragen een rol.
- Kan het leraarschap beschreven en beoordeeld worden op grond van competentielijsten?
- Wordt het beroep van leraar in de nabije toekomst overbodig door educatieve computerprogramma’s?
- Hebben leraren zelf iets in te brengen in de vormgeving van hun beroep?
Zowel theoretisch als empirisch toont dit onderzoek aan dat een strikt zakelijkinstrumentele benadering onvoldoende recht doet aan de eigenheid van het leraarschap. De auteur pleit in dit kader voor een rehabilitatie van het woord roeping.
Zo blijkt uit een enquête dat veel leraren positieve associaties hebben bij roeping: zij
associëren dit begrip met een zich aangesproken weten door jonge mensen. In het verlengde
hiervan voelen leraren zich gedreven om bij te dragen aan de vorming van hun
leerlingen. Een andere opvallende uitkomst is dat veel leraren spirituele associaties
hebben bij hun leraarschap.
Ook uit de gehouden diepte-interviews blijkt dat er sprake is van roeping. Zo blijkt de
inspiratiebron voor de inzet voor leerlingen in de eigen persoonlijke en professionele
levensgeschiedenis te liggen. Deze beleving van het leraarschap draagt bij aan de
persoonlijk-professionele ontwikkeling en kan als roeping gekenschetst worden. De
analyses leiden tot een model van de professionaliteit, waarbinnen betekenisgeving en
menswaardigheid centraal staan.
Zowel theoretisch als qua onderzoek biedt deze studie interessante ingangen voor iedere professional die een menswaardige professionaliteit nastreeft binnen sectoren zoals de gezondheidszorg, hulpverlening, overheid, onderwijs en politie.
Bill Banning is theoloog en werkzaam als docent en identiteitsbegeleider. Daarnaast publiceert hij op gebied van onderwijs en levensbeschouwing. Het essay Onderwijsdier in hart en nieren. Een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen (2007) diende als persoonlijke voorstudie voor dit proefschrift.
Leraren, wat boeit jullie? Theoretisch en empirisch onderzoek naar roeping binnen het professioneel zelfverstaan – Handelseditie
Het beroep van de leraar staat ter discussie. Hierbij spelen fundamentele vragen een rol.
- Kan het leraarschap beschreven en beoordeeld worden op grond van competentielijsten?
- Wordt het beroep van leraar in de nabije toekomst overbodig door educatieve computerprogramma’s?
- Hebben leraren zelf iets in te brengen in de vormgeving van hun beroep?
Zowel theoretisch als empirisch toont dit onderzoek aan dat een strikt zakelijkinstrumentele benadering onvoldoende recht doet aan de eigenheid van het leraarschap. De auteur pleit in dit kader voor een rehabilitatie van het woord roeping.
Zo blijkt uit een enquête dat veel leraren positieve associaties hebben bij roeping: zij
associëren dit begrip met een zich aangesproken weten door jonge mensen. In het verlengde
hiervan voelen leraren zich gedreven om bij te dragen aan de vorming van hun
leerlingen. Een andere opvallende uitkomst is dat veel leraren spirituele associaties
hebben bij hun leraarschap.
Ook uit de gehouden diepte-interviews blijkt dat er sprake is van roeping. Zo blijkt de
inspiratiebron voor de inzet voor leerlingen in de eigen persoonlijke en professionele
levensgeschiedenis te liggen. Deze beleving van het leraarschap draagt bij aan de
persoonlijk-professionele ontwikkeling en kan als roeping gekenschetst worden. De
analyses leiden tot een model van de professionaliteit, waarbinnen betekenisgeving en
menswaardigheid centraal staan.
Zowel theoretisch als qua onderzoek biedt deze studie interessante ingangen voor iedere professional die een menswaardige professionaliteit nastreeft binnen sectoren zoals de gezondheidszorg, hulpverlening, overheid, onderwijs en politie.
Bill Banning is theoloog en werkzaam als docent en identiteitsbegeleider. Daarnaast publiceert hij op gebied van onderwijs en levensbeschouwing. Het essay Onderwijsdier in hart en nieren. Een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen (2007) diende als persoonlijke voorstudie voor dit proefschrift.