Emosan – Emoties in verkoop en management
Luistert uw gesprekspartner soms niet? Waarom is echt luisteren zo moeilijk? Waarom verlopen commerciële relaties met sommige klanten heel vlot en met andere moeizaam en stroef? Waarom geven sommige medewerkers u het gevoel dat de communicatie soepel en harmonieus verloopt, terwijl met andere collega’s het gevoel leeft tegen een muur te praten of er niet door te geraken? In Emosan. Emoties in verkoop en management wordt vanuit praktijksituaties toegelicht hoe wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen tot een verhoging van de effectiviteit van onze professionele communicatie, zowel met externe klanten als met collega’s en medewerkers. Hierbij wordt concreet gemaakt hoe dit alles kan worden aangewend voor het optimaliseren van relaties, vooral als die gedomineerd worden door negatieve emoties zoals twijfel, onzekerheid, territoriumbescherming, afstandelijkheid of angst. Maar ook communicatiemomenten tussen manager en medewerkers, en tussen collega’s onderling, kunnen worden verbeterd.
Omdat medewerkers, verkopers en managers vaak zelf onder druk staan, is het effectief managen van de eigen emoties in vele gevallen een belangrijke troef. Vanuit onderzoek wordt toegelicht waarom bepaalde emotieregulatietechnieken niet werken en op lange termijn zelfs schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid. Op basis van recent neurologisch onderzoek wordt ingegaan op emotieregulatiestrategieën die hun effectiviteit bewezen hebben en ook kunnen gedelegeerd worden naar het onbewuste en een nieuw automatisme kunnen worden van zelfmanagement.
Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. De rode draad is respect voor recente researchbevindingen rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel in interpersoonlijke relaties en intermenselijke communicatie. De auteur is een managementconsultant die kan putten uit meer dan 35 jaar ervaring binnen diverse bedrijven en sectoren. Het boek is geschreven vanuit de filosofie ‘What’s in it for me?’. Wat kan ik als manager, als bedrijf concreet doen met recente researchbevindingen?
Christian Henrard is burgerlijk (civiel) ingenieur en MBA van de KU Leuven. Hij werkte bij Unilever en BP Nutrition en is al meer dan 25 jaar zelfstandig managementconsultant, gevestigd in Antwerpen. Hij is de auteur van Emosan. Emotie en neurocommunicatie.
Emosan – Emoties in verkoop en management
Luistert uw gesprekspartner soms niet? Waarom is echt luisteren zo moeilijk? Waarom verlopen commerciële relaties met sommige klanten heel vlot en met andere moeizaam en stroef? Waarom geven sommige medewerkers u het gevoel dat de communicatie soepel en harmonieus verloopt, terwijl met andere collega’s het gevoel leeft tegen een muur te praten of er niet door te geraken? In Emosan. Emoties in verkoop en management wordt vanuit praktijksituaties toegelicht hoe wetenschappelijk onderzoek kan bijdragen tot een verhoging van de effectiviteit van onze professionele communicatie, zowel met externe klanten als met collega’s en medewerkers. Hierbij wordt concreet gemaakt hoe dit alles kan worden aangewend voor het optimaliseren van relaties, vooral als die gedomineerd worden door negatieve emoties zoals twijfel, onzekerheid, territoriumbescherming, afstandelijkheid of angst. Maar ook communicatiemomenten tussen manager en medewerkers, en tussen collega’s onderling, kunnen worden verbeterd.
Omdat medewerkers, verkopers en managers vaak zelf onder druk staan, is het effectief managen van de eigen emoties in vele gevallen een belangrijke troef. Vanuit onderzoek wordt toegelicht waarom bepaalde emotieregulatietechnieken niet werken en op lange termijn zelfs schadelijk kunnen zijn voor onze gezondheid. Op basis van recent neurologisch onderzoek wordt ingegaan op emotieregulatiestrategieën die hun effectiviteit bewezen hebben en ook kunnen gedelegeerd worden naar het onbewuste en een nieuw automatisme kunnen worden van zelfmanagement.
Emosan bevat het woord ‘emotie’, terwijl ‘san’ in het Japans ‘respect’ betekent. De rode draad is respect voor recente researchbevindingen rond de werking van de hersenen en het belang van emoties en gevoel in interpersoonlijke relaties en intermenselijke communicatie. De auteur is een managementconsultant die kan putten uit meer dan 35 jaar ervaring binnen diverse bedrijven en sectoren. Het boek is geschreven vanuit de filosofie ‘What’s in it for me?’. Wat kan ik als manager, als bedrijf concreet doen met recente researchbevindingen?
Christian Henrard is burgerlijk (civiel) ingenieur en MBA van de KU Leuven. Hij werkte bij Unilever en BP Nutrition en is al meer dan 25 jaar zelfstandig managementconsultant, gevestigd in Antwerpen. Hij is de auteur van Emosan. Emotie en neurocommunicatie.
Klaar voor hoger onderwijs of arbeidsmarkt? Longitudinaal onderzoek bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs
De overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs is voor vele jongeren niet vanzelfsprekend. Slechts 40% van de studenten slaagt volledig voor het eerste jaar hoger onderwijs. En na 1 jaar heeft ongeveer 1/10 schoolverlaters nog geen job.
Deze studie beschrijft voor het eerst deze overgang en volgt een groep van meer dan 3000 leerlingen uit 32 secundaire scholen gedurende twee jaar. Het onderzoek beschrijft het proces van studie- of arbeidskeuze. Bij de groep die verder studeert, komen de veranderingen in leerstrategieën (hoe leren leerlingen gewoonlijk) en in motivatie aan bod. Tevens wordt nagegaan hoe de aansluiting tussen het secundair en het hoger onderwijs wordt ervaren. Uiteraard wordt ook het studiesucces bestudeerd. Bij de groep die overstapt naar de arbeidsmarkt, krijgt onder meer de match tussen de gevolgde opleiding en de job ruime aandacht, net als aspecten van werkplekleren en van jobmotivatie.
Tine Van Daal, Liesje Coertjens, Eva Delvaux, Vincent Donche & Peter Van Petegem zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep Edubron van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Klaar voor hoger onderwijs of arbeidsmarkt? Longitudinaal onderzoek bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs
De overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs is voor vele jongeren niet vanzelfsprekend. Slechts 40% van de studenten slaagt volledig voor het eerste jaar hoger onderwijs. En na 1 jaar heeft ongeveer 1/10 schoolverlaters nog geen job.
Deze studie beschrijft voor het eerst deze overgang en volgt een groep van meer dan 3000 leerlingen uit 32 secundaire scholen gedurende twee jaar. Het onderzoek beschrijft het proces van studie- of arbeidskeuze. Bij de groep die verder studeert, komen de veranderingen in leerstrategieën (hoe leren leerlingen gewoonlijk) en in motivatie aan bod. Tevens wordt nagegaan hoe de aansluiting tussen het secundair en het hoger onderwijs wordt ervaren. Uiteraard wordt ook het studiesucces bestudeerd. Bij de groep die overstapt naar de arbeidsmarkt, krijgt onder meer de match tussen de gevolgde opleiding en de job ruime aandacht, net als aspecten van werkplekleren en van jobmotivatie.
Tine Van Daal, Liesje Coertjens, Eva Delvaux, Vincent Donche & Peter Van Petegem zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep Edubron van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Scholen zonder oogst? Profileren in de basisschool
Dit boek illustreert wat er tijdens acht jaar veldwerk is gebeurd. Eerst wordt de visie van het herprofileren uiteengezet. Daarna komen alle elementen aan bod die een rol spelen bij de vernieuwing, van de inbreng van de leerkracht en de rol van de projectcoach tot het financiële aspect van de zaak. Tot slot wordt het verhaal verteld van enkele scholen die kozen voor herprofilering. Hierbij horen een stappenplan en een keuze van werkinstrumenten voor de praktijk. Het boek richt zich in het bijzonder tot directies, leerkrachten, begeleiders, zorgcoördinatoren, vormingswerkers, kortom tot iedereen die de school een eigen profiel wil geven.
Louisa Peeters is lector aan de Lerarenopleiding van de Karel de Grotehogeschool in Antwerpen.Voor dit proefproject werd ze uitgeleend naar de stad Antwerpen.
Scholen zonder oogst? Profileren in de basisschool
Dit boek illustreert wat er tijdens acht jaar veldwerk is gebeurd. Eerst wordt de visie van het herprofileren uiteengezet. Daarna komen alle elementen aan bod die een rol spelen bij de vernieuwing, van de inbreng van de leerkracht en de rol van de projectcoach tot het financiële aspect van de zaak. Tot slot wordt het verhaal verteld van enkele scholen die kozen voor herprofilering. Hierbij horen een stappenplan en een keuze van werkinstrumenten voor de praktijk. Het boek richt zich in het bijzonder tot directies, leerkrachten, begeleiders, zorgcoördinatoren, vormingswerkers, kortom tot iedereen die de school een eigen profiel wil geven.
Louisa Peeters is lector aan de Lerarenopleiding van de Karel de Grotehogeschool in Antwerpen.Voor dit proefproject werd ze uitgeleend naar de stad Antwerpen.
Afschaffing van de slavernij. Complexe voorgeschiedenis van een wereldwonder
In de eerste helft van de negentiende eeuw maakte Groot-Brittannië als eerste een einde aan de koloniale slavenhandel en de slavernij binnen zijn rijk. Daarna volgden andere koloniale mogendheden zoals Frankrijk, Denemarken en Nederland. In 1865 volgden de Verenigde Staten. Langzaam volgden ook andere landen dit voorbeeld. Ruim honderd jaar later sloot Mauritanië de rij.
Hoe ging de afschaffing in zijn werk? Welke sociale, politieke en culturele factoren speelden hierbij een rol? Welke individuen en bewegingen waren de gangmakers? Welke invloed hadden de ideeën van de verlichting, de Franse Revolutie en het protestantisme? Wat was de rol van de Katholieke Kerk? Hoe belangrijk was het verzet van de slaven? Welke invloed had hun bekering tot het christendom? Hoe slaagde de abolitiebeweging erin de blanken ervan te doordringen dat ook slaven mensen waren met een hart en een ziel? Welke propagandamiddelen werden in de strijd geworpen? En waarom verliep de afschaffing binnen de Europese koloniale rijken betrekkelijk vredig terwijl er in de Verenigde Staten een bloedige burgeroorlog werd uitgevochten?
Op deze boeiende vragen geeft dit boek een antwoord. Het maakt duidelijk dat het juist
de configuratie van samenvallende processen en ontwikkelingen was die de afschaffing
overal onafwendbaar maakte, ondanks de opmerkelijke culturele en structurele verschillen.
Mart-Jan de Jong is emeritus hoogleraar sociale wetenschappen. Hij was verbonden
aan de Roosevelt Academy te Middelburg en de Universiteit Utrecht. Hij heeft zich
gespecialiseerd in en gepubliceerd over onderwijssociologie, migratie en integratieprocessen,
de verzorgingsstaat en het werk van de grondleggers en grootmeesters van
de sociologie.
Yael Wodnitzky behaalde haar Bachelor of Arts aan de Roosevelt Academy in Middelburg, met extra aandacht voor sociologie, psychologie, religie en filosofie. Zij volgt nu een research master filosofie aan de Universiteit van Utrecht.
Afschaffing van de slavernij. Complexe voorgeschiedenis van een wereldwonder
In de eerste helft van de negentiende eeuw maakte Groot-Brittannië als eerste een einde aan de koloniale slavenhandel en de slavernij binnen zijn rijk. Daarna volgden andere koloniale mogendheden zoals Frankrijk, Denemarken en Nederland. In 1865 volgden de Verenigde Staten. Langzaam volgden ook andere landen dit voorbeeld. Ruim honderd jaar later sloot Mauritanië de rij.
Hoe ging de afschaffing in zijn werk? Welke sociale, politieke en culturele factoren speelden hierbij een rol? Welke individuen en bewegingen waren de gangmakers? Welke invloed hadden de ideeën van de verlichting, de Franse Revolutie en het protestantisme? Wat was de rol van de Katholieke Kerk? Hoe belangrijk was het verzet van de slaven? Welke invloed had hun bekering tot het christendom? Hoe slaagde de abolitiebeweging erin de blanken ervan te doordringen dat ook slaven mensen waren met een hart en een ziel? Welke propagandamiddelen werden in de strijd geworpen? En waarom verliep de afschaffing binnen de Europese koloniale rijken betrekkelijk vredig terwijl er in de Verenigde Staten een bloedige burgeroorlog werd uitgevochten?
Op deze boeiende vragen geeft dit boek een antwoord. Het maakt duidelijk dat het juist
de configuratie van samenvallende processen en ontwikkelingen was die de afschaffing
overal onafwendbaar maakte, ondanks de opmerkelijke culturele en structurele verschillen.
Mart-Jan de Jong is emeritus hoogleraar sociale wetenschappen. Hij was verbonden
aan de Roosevelt Academy te Middelburg en de Universiteit Utrecht. Hij heeft zich
gespecialiseerd in en gepubliceerd over onderwijssociologie, migratie en integratieprocessen,
de verzorgingsstaat en het werk van de grondleggers en grootmeesters van
de sociologie.
Yael Wodnitzky behaalde haar Bachelor of Arts aan de Roosevelt Academy in Middelburg, met extra aandacht voor sociologie, psychologie, religie en filosofie. Zij volgt nu een research master filosofie aan de Universiteit van Utrecht.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.

Gezinsproblemen oplossen. Opvoedings- en gedragsproblemen toegelicht
De besproken voorbeelden weerspiegelen de gezinsopvoeding van deze tijd: de meeste kinderen groeien op bij vader en moeder, anderen bij een alleenstaande ouder, bij holebi’s, bij adoptieouders of gedeeltelijk bij de grootouders.
Ook het medium waarin deze casussen zijn behandeld, is van deze tijd. Ouders signaleerden hun problemen via e-mail aan de therapeut en kregen per kerende e-mail advies en begeleiding.
Hoewel enigszins afstandelijk, laat deze communicatievorm een snelle maar overdachte dialoog toe. Dit boek geeft deze dialogen nagenoeg letterlijk weer en elke casus wordt gevolgd door deskundig commentaar waarin de essentie van de hulpverlening aan gezinnen wordt toegelicht. Daardoor is dit boek allesbehalve een droog theoretisch traktaat, maar een plaats waar concrete vragen over problemen gekoppeld worden aan advies uit de dagelijkse praktijk van de therapeut.
Juliaan van Acker is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Radbouduniversiteit Nijmegen. Hij houdt een pedagogische adviespraktijk in Antwerpen.
