Intercultural communication. A three-step method for dealing with differences
€ 24,00
De enorme diversiteit van de samenleving is een vaststaand feit. Bij contacten tussen mensen met verschillende culturele normen en waarden bestaat een verhoogde kans op misverstanden, miscommunicatie en mismanagement, wanneer men niet of onvoldoende op de hoogte is van elkaars normen, waarden, leefregels, gedragscodes. Bestaande communicatieen managementtheorieën die tot nu voldeden, blijken in de praktijk niet langer algemeen geldig te zijn. Ze zijn achterhaald. Zelfs de befaamde Maslowpiramide van menselijke behoeftes moet aan de huidige samenleving wordén aangepast. Verwachtingen en interpretaties kloppen niet meer met de bedoelingen. Vanzelfsprekendheden maken plaats voor verwarring. Daarom zijn nieuwe concepten nodig. De auteur ontwikkelt een nieuwe theorie over verschillen tussen mensen en culturen. Hij doet dat vanuit verschillen in structuren van omgangsregels en communicatiecodes die gelden tussen werelddelen, landen, bedrijven, afdelingen, maar ook tussen twee individuen, zelfs binnen het gezin. Daaruit ontstaat een methode die een nieuw perspectief biedt voor het omgaan met verschillen met behoud van ieders eigenheid. Theorie en methode worden geïllustreerd met vele praktische cases.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
Intercultural communication. A three-step method for dealing with differences
€ 24,00
De enorme diversiteit van de samenleving is een vaststaand feit. Bij contacten tussen mensen met verschillende culturele normen en waarden bestaat een verhoogde kans op misverstanden, miscommunicatie en mismanagement, wanneer men niet of onvoldoende op de hoogte is van elkaars normen, waarden, leefregels, gedragscodes. Bestaande communicatieen managementtheorieën die tot nu voldeden, blijken in de praktijk niet langer algemeen geldig te zijn. Ze zijn achterhaald. Zelfs de befaamde Maslowpiramide van menselijke behoeftes moet aan de huidige samenleving wordén aangepast. Verwachtingen en interpretaties kloppen niet meer met de bedoelingen. Vanzelfsprekendheden maken plaats voor verwarring. Daarom zijn nieuwe concepten nodig. De auteur ontwikkelt een nieuwe theorie over verschillen tussen mensen en culturen. Hij doet dat vanuit verschillen in structuren van omgangsregels en communicatiecodes die gelden tussen werelddelen, landen, bedrijven, afdelingen, maar ook tussen twee individuen, zelfs binnen het gezin. Daaruit ontstaat een methode die een nieuw perspectief biedt voor het omgaan met verschillen met behoud van ieders eigenheid. Theorie en methode worden geïllustreerd met vele praktische cases.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
David Pinto is Professor of Intercultural Communication in the Netherlands and Israel and Director of the Intercultural Institute (ICI), Amsterdam. He was born i a small Berber town in Morocco, where he entered the teaching profession. He emigrated first to Israel and then to the Netherlands. In Israel, he again worked as a teacher with and on behalf of new immigrants and young working people. Since then he has held a variety of positions in management and governance. Many years of study and international experience in the area of intercultural communication, combined with a systematic analysis of knowledge acquired from numerous training courses at the ICI, led Pinto to develop a practical method for dealing effectively with social, cultural, religious and individual differences, while taking into account the norms and values of each communicator.
Jockari. Verblijfskalender 2012
€ 20,00
Vele kinderen wonen of verblijven op diverse plaatsen. Vooral echtscheiding en kinderen is vaak geen gemakkelijke combinatie, niet voor de ouders, zeker ook niet voor de kinderen. Het organiseren van praktische afspraken kan vervelende situaties opleveren. Ook emotioneel kan er heel wat verwarring ontstaan. Misschien loopt het daarentegen allemaal best vlot. Maar ook dan moet de noodzakelijke communicatie goed geregeld worden.
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.Plaats voor activiteiten en verblijfsregeling van max. 4 kinderen op 1 kalender
300 stickertjes voor mama en 300 stickertjes voor papa
Overzicht van alle schoolvakanties en stickertjes om deze aan te duiden
Hoes voor briefjes, uitnodigingen, voorschriften,…
Ruimte achter elke maand voor pendelboodschappen
Plaats voor alle belangrijke telefoonnummers
De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.
Hij bevat:
De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.
Jockari. Verblijfskalender 2012
€ 20,00
Vele kinderen wonen of verblijven op diverse plaatsen. Vooral echtscheiding en kinderen is vaak geen gemakkelijke combinatie, niet voor de ouders, zeker ook niet voor de kinderen. Het organiseren van praktische afspraken kan vervelende situaties opleveren. Ook emotioneel kan er heel wat verwarring ontstaan. Misschien loopt het daarentegen allemaal best vlot. Maar ook dan moet de noodzakelijke communicatie goed geregeld worden.
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.Plaats voor activiteiten en verblijfsregeling van max. 4 kinderen op 1 kalender
300 stickertjes voor mama en 300 stickertjes voor papa
Overzicht van alle schoolvakanties en stickertjes om deze aan te duiden
Hoes voor briefjes, uitnodigingen, voorschriften,…
Ruimte achter elke maand voor pendelboodschappen
Plaats voor alle belangrijke telefoonnummers
De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.
De Verblijfskalender is een handig instrument voor kinderen, ouders (grootouders en andere betrokkenen) om dit alles in goede banen te leiden. Alles kan erop genoteerd worden: school-, vakantie- en weekendregelingen, sportclub, feestjes, doktersbezoeken,… Er is ook ruimte voor pendelboodschappen, zodat misverstanden uitgesloten zijn. Er kunnen ook foto’s in worden geplakt, tekstjes in worden geschreven, tekeningen gemaakt,… In een hoes kunnen bijzondere documenten worden meegegeven. Stickers vergemakkelijken het gebruik. De kalender is ook geschikt voor kinderen in een internaat, ziekenhuis, instelling, uithuisplaatsing,… om het contact met thuis maximaal te onderhouden.
Hij bevat:
De Verblijfskalender is ontworpen door Jennifer Schutters, bemiddelaar in familiezaken, op basis van de ervaringen uit haar praktijk.
PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek
€ 40,00
Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaar
te maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan het
andere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aan
een objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalen
wat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingen
van kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaar
een kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of fouten
het maakt.
Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.
Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.
Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
PSV- Percentage spraakverstaanbaarheid bij kinderen. Beoordeling en meting verstaanbaarheid van de spraak. Handleiding + Testboek
€ 40,00
Kinderen ondernemen vanaf heel vroege leeftijd pogingen om zich verstaanbaar
te maken. Het ene kind is daar al wat succesvoller in dan het
andere. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is er al enige tijd behoefte aan
een objectieve maat en een gestandaardiseerde methode om te bepalen
wat ouders en andere volwassenen verstaan van de gesproken uitingen
van kinderen. Dat betekent dat in de eerste plaats belangrijk is hoe verstaanbaar
een kind zich kan uiten en minder welke weglatingen of fouten
het maakt.
Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.
Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
Aan de hand van gewone spreeksituaties werd een methode opgesteld die maakt dat de verstaanbaarheid van kinderen kan worden vergeleken met leeftijdsgenoten. De resultaten geven ook aan hoe het spreken van een kind functioneert en hoe doeltreffend het is. Door de testen een half jaar later te herhalen kan ook objectief het effect van leeftijd, van logopedie of van een operatie op de verstaanbaarheid worden gemeten.
Deze set bevat de Handleiding en het Testboek.
Romain Buekers, die promoveerde in Maastricht, werkte als spraak-taalpatholoog op de Keel-, Neus- en Oorafdeling van het Academisch Ziekenhuis Maastricht en als hoofd van de Unit Taal van het Audiologisch Centrum Hoensbroek. Momenteel is hij spraak-taaldeskundige bij het REC – Regionaal Expertise Centrum Zuid- en Oost-Nederland en bij de Commissie permanente vorming van de Vlaamse Vereniging voor Logopedisten.
Hart van de verzorgingsstad. Club- en buurthuiswerk in Rotterdam, 1920-2010
€ 19,90
Het club- en buurthuiswerk heeft in de vorige eeuw een niet geringe rol
gespeeld bij de opvang, de begeleiding en bij de ontspanning van jeugd
en gezin in diverse wijken en buurten van de wereldhavenstad.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
Hart van de verzorgingsstad. Club- en buurthuiswerk in Rotterdam, 1920-2010
€ 19,90
Het club- en buurthuiswerk heeft in de vorige eeuw een niet geringe rol
gespeeld bij de opvang, de begeleiding en bij de ontspanning van jeugd
en gezin in diverse wijken en buurten van de wereldhavenstad.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
De Katholieke Stichting voor Jeugd en Gezin (KSGJ) was destijds in Rotterdam de grootste en een invloedrijke instelling voor gezins- en jeugdwerk waar sociaal-cultureel werkers, buurtopbouwwerkers, maatschappelijk werkers, crêche- en peuterzaalwerkers in en rond de clubhuizen met de bewoners in de weer waren. De KSGJ heeft in de loop van de jaren bijgedragen aan de uitvoering, ontwikkeling en professionalisering van het welzijnswerk.
Tot het midden van de jaren tachtig, toen alle Rotterdamse club- en buurthuizen onder dwang van de landelijke en vooral gemeentelijke welzijnspolitiek en bezuinigingen moesten fuseren en ten slotte opgingen in de deelgemeenten. Reorganisatie volgde op reorganisatie, met alle gevolgen voor het uitvoerend werk.
De lotgevallen van de KSGJ wijken niet in belangrijke mate af van wat andere gezins- en jeugdwerkinstellingen doormaakten. Dit boek zet tegen de maatschappelijke achtergrond (verzuiling, ontzuiling, ontkerkelijking en de verzorgingsstaat) en vooral de sociale ontwikkeling van Rotterdam (de expanderende moderne maar onbehaaglijk wordende haven- en leefstad) de betekenis van het club- en buurthuiswerk in Rotterdam historisch uiteen.
Veel problemen en ontwikkelingen waar professionals op het terrein van zorg en welzijn nu in Rotterdam tegen aanlopen hebben hun wortels in het verleden. Wie zinvol wil meedenken en meepraten over het hedendaagse welzijn en het welzijnsbeleid kan niet zonder kennis en inzicht in het (recente) verleden.
Toby Witte (historicus/politicoloog) is hoofddocent en hoofd van het Expertisecentrum Prakijkgericht Onderzoek gelieerd aan het kenniscentrum Opgroeien in de Stad/Urban Talent van het Instituut Sociale Opleidingen, Hogeschool Rotterdam en tevens lid van de Rekenkamer Spijkenisse.
Wise en smart. Interventies bij problemen met lezen en rekenen
€ 20,50
Voor het behandelen van kinderen met leerproblemen zijn specifieke vaardigheden
nodig. Deze vaardigheden vragen niet alleen veel kennis en inzet,
maar veronderstellen ook een concrete inbedding in de opleidingen, die
niet altijd beschikbaar is. Daarnaast is er ook veel ervaringskennis die
nergens beschreven staat. Zo krijgt de relatie tussen de behandelinhoud
en het kind dat in behandeling is nauwelijks aandacht in de literatuur.
Voor een goede, succesvolle behandeling is het echter noodzakelijk
om een goede relatie met het kind op te bouwen. Ook moet de
behandelaar het verband zien tussen zijn kennis van de behandelingsmethodiek
en de wetenschappelijke kennis die deze methodiek
zou moeten leiden.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Wise en smart. Interventies bij problemen met lezen en rekenen
€ 20,50
Voor het behandelen van kinderen met leerproblemen zijn specifieke vaardigheden
nodig. Deze vaardigheden vragen niet alleen veel kennis en inzet,
maar veronderstellen ook een concrete inbedding in de opleidingen, die
niet altijd beschikbaar is. Daarnaast is er ook veel ervaringskennis die
nergens beschreven staat. Zo krijgt de relatie tussen de behandelinhoud
en het kind dat in behandeling is nauwelijks aandacht in de literatuur.
Voor een goede, succesvolle behandeling is het echter noodzakelijk
om een goede relatie met het kind op te bouwen. Ook moet de
behandelaar het verband zien tussen zijn kennis van de behandelingsmethodiek
en de wetenschappelijke kennis die deze methodiek
zou moeten leiden.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Vanuit deze aandachtspunten toont dit boek aan hoe een gemeenschappelijk kader toch telkens tot een individueel aangepaste interventie kan leiden. In eerste instantie wordt een theoretische basis gelegd waarna enkele zeer recente meta-analyses van studies over effecten van didactische en pedagogische interventies worden besproken. Dan presenteert de auteur een behandelingsmodel dat als stramien voor het behandelen van problemen met leren kan worden gebruikt. Om de aard en werkwijze van dit model toe te lichten biedt het boek ten slotte drie casusbeschrijvingen van interventies bij kinderen. Deze casuïstiek is illustratief voor een behandeling: problemen met leren kunnen zich op verschillende manieren manifesteren terwijl de kern van de behandeling toch gelijk blijft.
Dr. Diny van der Aalsvoort is orthopedagoog, GZ-psycholoog en supervisor NVO-generalist. Ze heeft een jarenlange ervaring in de opleiding Orthopedagogiek (aan de universiteiten van Nijmegen, Leiden en Utrecht) en superviseert post-masterstudenten in het kader van hun opleiding GZ-psycholoog en NVO-generalist. Ze werkt nu als lector aan de Hogeschool Utrecht.
Bang om te gaan slapen. Therapieboek voor kinderen die niet naar bed durven
€ 19,90
Kinderen met angst om te gaan slapen vinden in het eerste deel van dit boek, het therapieboek, heel wat troost en steun voor hun probleem. Aan de hand van een verhaal krijgen ze voorlichting over hoe een therapie bij een psycholoog kan verlopen. Zij krijgen vooral tips mee van hoe ze, samen met hun ouders, aan hun angst kunnen werken. Veel van de technieken en tips uit dit boek gelden ook voor andere angsten. Wat dit therapieboek voor kinderen ook erg leuk maakt, is dat het om een spannend verhaal gaat. Ouders krijgen tal van adviezen over hoe zij zelf, zonder de hulp van een psycholoog, hun kinderen met angst voor slapen kunnen helpen.
Het tweede deel, het leerboek, is geschreven voor ouders, begeleiders en hulpverleners. In dit leerboek worden de principes en de technieken beschreven die in het therapieboek werden toegepast. Het gaat over de geleidelijke benadering van de angstsituatie, de beloning van durfgedrag, de blokkering van angstgedachten en het probleemoplossende denken.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij is campusverantwoordelijke van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Limburg in Overpelt, dat deel uitmaakt van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Toegepaste Psychologie.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij is campusverantwoordelijke van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Limburg in Overpelt, dat deel uitmaakt van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Toegepaste Psychologie.
Bang om te gaan slapen. Therapieboek voor kinderen die niet naar bed durven
€ 19,90
Kinderen met angst om te gaan slapen vinden in het eerste deel van dit boek, het therapieboek, heel wat troost en steun voor hun probleem. Aan de hand van een verhaal krijgen ze voorlichting over hoe een therapie bij een psycholoog kan verlopen. Zij krijgen vooral tips mee van hoe ze, samen met hun ouders, aan hun angst kunnen werken. Veel van de technieken en tips uit dit boek gelden ook voor andere angsten. Wat dit therapieboek voor kinderen ook erg leuk maakt, is dat het om een spannend verhaal gaat. Ouders krijgen tal van adviezen over hoe zij zelf, zonder de hulp van een psycholoog, hun kinderen met angst voor slapen kunnen helpen.
Het tweede deel, het leerboek, is geschreven voor ouders, begeleiders en hulpverleners. In dit leerboek worden de principes en de technieken beschreven die in het therapieboek werden toegepast. Het gaat over de geleidelijke benadering van de angstsituatie, de beloning van durfgedrag, de blokkering van angstgedachten en het probleemoplossende denken.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij is campusverantwoordelijke van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Limburg in Overpelt, dat deel uitmaakt van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Toegepaste Psychologie.
Ludo Driesen is klinisch kinder- en jeugdpsycholoog en gedragstherapeut. Hij is campusverantwoordelijke van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg Noord-Limburg in Overpelt, dat deel uitmaakt van het Centrum Geestelijke Gezondheidszorg / Limburgs Instituut voor Toegepaste Psychologie.