Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Mensenrechten in de Verenigde Naties. Een verhaal over manipulatie, censuur en hypocrisie

 31,00
Dit verhaal onthult de manipulaties, de censuur en de hypocrisie binnen de Verenigde Naties, haar mensenrechtenraden, haar wereldconferenties. Het vertelt waarom en hoe de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in de jaren 1947-1948 is geschreven. Hoe toen al twee kampen tegenover elkaar stonden. Landen en individuen die lessen trokken uit de waanzin van de Tweede Wereldoorlog door universele rechten voor elke wereldburger af te kondigen tegenover de machthebbers van landen die nooit dulden dat de internationale gemeenschap zich inlaat met hun zaken, ook niet wanneer het over foltering, vrije meningsuiting of de strijd tegen armoede gaat: de soevereinisten. Plus zij die hun goddelijke wetten steeds boven menselijke afspraken stellen: moslimlanden verenigd in de Organisatie van de Islamitische Conferentie. En de Heilige Stoel. In dit verhaal intolerante gelovigen genoemd.

Het boek gaat over censuur in de vn wanneer ngo’s en hoge vn-functionarissen de mond wordt gesnoerd als zij schendingen van mensenrechten aanklagen. Over manipulatie wanneer belangrijke elementen uit de Universele Verklaring quasi stiekem uit de verdragen en teksten geschrapt worden, zoals het recht om van godsdienst te veranderen. Over hypocrisie wanneer landen die de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens al meer dan zestig jaar verwerpen én systematisch schenden, toch zetelen in de Mensenrechtenraad om er te oordelen over mensenrechten in andere landen.

De praktijken van censuur, manipulatie en hypocrisie worden hard gemaakt met teksten en citaten van soevereinisten en intolerante gelovigen zelf. Zo wordt de eerste Nederlandse vertaling van de Verklaring van de Rechten van de Mens in Islam – onderworpen aan de sharia – naast de Universele Verklaring gelegd: een onthullende vergelijking. Zo worden de landen die deel uitmaken van de Mensenrechtenraad, getoetst op hun democratisch gehalte. Ontwikkelingen binnen de vn beïnvloeden de wereldgebeurtenissen buiten de vn-vergaderzalen. Het verloop van de affaire-Rushdie en de zaak van de Deense cartoons illustreren dit.

Tegenover deze nefaste ontwikkelingen pleit het boek voor weerstand. Weerstand omdat vele mensen wereldwijd slachtoffer zijn van grove en systematische schendingen. Weerstand omdat onder meer de Arabische Lente en de groeiende oppositie in China aantonen dat de Universele Verklaring echt universeel is.

Willy Laes was leraar geschiedenis en adjunct-directeur van het Koninklijk Atheneum in Keerbergen. Hij was vrijwilliger, later bestuurslid en de eerste Vlaamse voorzitter van Amnesty International Vlaanderen. Hij behoort tot de generatie die heeft samengewerkt met de founding fathers van de internationale mensenrechtenbeweging. Daarnaast was hij onder meer medeoprichter van de ai–eu Association waarvan hij voorzitter was. Ook nam hij het initiatief voor het Belgisch ngo-forum voor de viering van de 50ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Momenteel is hij nog steeds actief binnen Amnesty International.

Quick View

Mensenrechten in de Verenigde Naties. Een verhaal over manipulatie, censuur en hypocrisie

 31,00
Dit verhaal onthult de manipulaties, de censuur en de hypocrisie binnen de Verenigde Naties, haar mensenrechtenraden, haar wereldconferenties. Het vertelt waarom en hoe de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in de jaren 1947-1948 is geschreven. Hoe toen al twee kampen tegenover elkaar stonden. Landen en individuen die lessen trokken uit de waanzin van de Tweede Wereldoorlog door universele rechten voor elke wereldburger af te kondigen tegenover de machthebbers van landen die nooit dulden dat de internationale gemeenschap zich inlaat met hun zaken, ook niet wanneer het over foltering, vrije meningsuiting of de strijd tegen armoede gaat: de soevereinisten. Plus zij die hun goddelijke wetten steeds boven menselijke afspraken stellen: moslimlanden verenigd in de Organisatie van de Islamitische Conferentie. En de Heilige Stoel. In dit verhaal intolerante gelovigen genoemd.

Het boek gaat over censuur in de vn wanneer ngo’s en hoge vn-functionarissen de mond wordt gesnoerd als zij schendingen van mensenrechten aanklagen. Over manipulatie wanneer belangrijke elementen uit de Universele Verklaring quasi stiekem uit de verdragen en teksten geschrapt worden, zoals het recht om van godsdienst te veranderen. Over hypocrisie wanneer landen die de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens al meer dan zestig jaar verwerpen én systematisch schenden, toch zetelen in de Mensenrechtenraad om er te oordelen over mensenrechten in andere landen.

De praktijken van censuur, manipulatie en hypocrisie worden hard gemaakt met teksten en citaten van soevereinisten en intolerante gelovigen zelf. Zo wordt de eerste Nederlandse vertaling van de Verklaring van de Rechten van de Mens in Islam – onderworpen aan de sharia – naast de Universele Verklaring gelegd: een onthullende vergelijking. Zo worden de landen die deel uitmaken van de Mensenrechtenraad, getoetst op hun democratisch gehalte. Ontwikkelingen binnen de vn beïnvloeden de wereldgebeurtenissen buiten de vn-vergaderzalen. Het verloop van de affaire-Rushdie en de zaak van de Deense cartoons illustreren dit.

Tegenover deze nefaste ontwikkelingen pleit het boek voor weerstand. Weerstand omdat vele mensen wereldwijd slachtoffer zijn van grove en systematische schendingen. Weerstand omdat onder meer de Arabische Lente en de groeiende oppositie in China aantonen dat de Universele Verklaring echt universeel is.

Willy Laes was leraar geschiedenis en adjunct-directeur van het Koninklijk Atheneum in Keerbergen. Hij was vrijwilliger, later bestuurslid en de eerste Vlaamse voorzitter van Amnesty International Vlaanderen. Hij behoort tot de generatie die heeft samengewerkt met de founding fathers van de internationale mensenrechtenbeweging. Daarnaast was hij onder meer medeoprichter van de ai–eu Association waarvan hij voorzitter was. Ook nam hij het initiatief voor het Belgisch ngo-forum voor de viering van de 50ste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Momenteel is hij nog steeds actief binnen Amnesty International.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Overgebleven werk. Kinderen tussen de middag op schoolOvergebleven werk. Kinderen tussen de middag op school
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Overgebleven werk. Kinderen tussen de middag op school

 17,50
n de kinderopvang raken gezinsverhoudingen, betaalde arbeid en de overheid elkaar. Een van de vormen van kinderopvang is het overblijven tussen de middag op school. Van de basisscholen in Nederland kent 95 % een overblijfmogelijkheid, maar scholen zijn er niet op gebouwd en hebben moeite het een plaats te geven. De variatie in uitvoering en kwaliteit is enorm. Het overblijven hoort niet echt bij school, het blijft een zaak van de ouders. De overheid bemoeit zich er nauwelijks mee, maar is er wel in geïnteresseerd in verband met een verbeterde afstemming van de werk- en zorgtaken van ouders. Vanuit dat gezichtspunt hebben drie ministeries er mee te maken, al valt het tegenwoordig onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs. Rineke van Daalen brengt orde in deze chaos. Ze laat zien waarmee de kinderen en hun betaalde verzorgers tussen de middag te maken hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Ze maakt duidelijk dat de problemen niet alleen zijn terug te voeren op lastig gedrag van de kinderen of onvermogen van de overblijfkrachten. In de Nederlandse verzorgingsstaat krijgen kinderen een schrale lunchvoorziening voorgeschoteld. Dat is kenmerkend voor de ondergeschoven plaats die kinderopvang tot in de eenentwintigste-eeuw in het verzorgingsstelsel is blijven innemen. Rineke van Daalen is socioloog en verbonden aan de afdeling Sociologie & Antropologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar specialisatie is gezinnen, professies en de Nederlandse verzorgingsstaat.

Overgebleven werk. Kinderen tussen de middag op schoolOvergebleven werk. Kinderen tussen de middag op school
Quick View

Overgebleven werk. Kinderen tussen de middag op school

 17,50
n de kinderopvang raken gezinsverhoudingen, betaalde arbeid en de overheid elkaar. Een van de vormen van kinderopvang is het overblijven tussen de middag op school. Van de basisscholen in Nederland kent 95 % een overblijfmogelijkheid, maar scholen zijn er niet op gebouwd en hebben moeite het een plaats te geven. De variatie in uitvoering en kwaliteit is enorm. Het overblijven hoort niet echt bij school, het blijft een zaak van de ouders. De overheid bemoeit zich er nauwelijks mee, maar is er wel in geïnteresseerd in verband met een verbeterde afstemming van de werk- en zorgtaken van ouders. Vanuit dat gezichtspunt hebben drie ministeries er mee te maken, al valt het tegenwoordig onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Onderwijs. Rineke van Daalen brengt orde in deze chaos. Ze laat zien waarmee de kinderen en hun betaalde verzorgers tussen de middag te maken hebben en hoe ze met elkaar omgaan. Ze maakt duidelijk dat de problemen niet alleen zijn terug te voeren op lastig gedrag van de kinderen of onvermogen van de overblijfkrachten. In de Nederlandse verzorgingsstaat krijgen kinderen een schrale lunchvoorziening voorgeschoteld. Dat is kenmerkend voor de ondergeschoven plaats die kinderopvang tot in de eenentwintigste-eeuw in het verzorgingsstelsel is blijven innemen. Rineke van Daalen is socioloog en verbonden aan de afdeling Sociologie & Antropologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar specialisatie is gezinnen, professies en de Nederlandse verzorgingsstaat.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Ritueel van huiselijk geluk. Een cultuurhistorische verkenning van de familiefilmRitueel van huiselijk geluk. Een cultuurhistorische verkenning van de familiefilm
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ritueel van huiselijk geluk. Een cultuurhistorische verkenning van de familiefilm

 30,00
Steeds meer mensen nemen het vastleggen van hun eigen geschiedenis via film, foto en video zelf ter hand. Die amateurmedia werden in de loop van de twintigste eeuw zo populair, dat het inmiddels niet meer is voor te stellen dat iemand niet ergens een foto, film of video van zijn familie heeft liggen. Dit boek gaat over dat zelf filmen van het gezinsleven: de familiefilm. De familiefilm biedt inzicht in hoe mensen kijken naar hun eigen wereld en hoe ze daaraan vorm geven. Het zijn eigenlijk dromen over het gezin, ideale constructies waaruit zorgvuldig de donkere zijden van het leven zijn geweerd, omgezet tot waardevolle herinneringen. Meer dan alleen aan te zetten tot nostalgie, kan familiefilm ook aanleiding geven tot een andere vorm van geschiedschrijving. Het is een kwestie van het erkennen van de waarde van dit materiaal dat een blik gunt op de ''zijstraten van de geschiedenis''. Familiefilm als vorm van cultuur – naïef, onschuldig, authentiek, geconstrueerd, fictief – is een rijke bron waarvan de betekenis niet enkel schuilt in de inhoud, maar in het hele proces van representatie: van inhoud, productie en vertoning. Van dat proces van representatie doet dit boek verslag. Suzanne Aasman is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Ritueel van huiselijk geluk. Een cultuurhistorische verkenning van de familiefilmRitueel van huiselijk geluk. Een cultuurhistorische verkenning van de familiefilm
Quick View

Ritueel van huiselijk geluk. Een cultuurhistorische verkenning van de familiefilm

 30,00
Steeds meer mensen nemen het vastleggen van hun eigen geschiedenis via film, foto en video zelf ter hand. Die amateurmedia werden in de loop van de twintigste eeuw zo populair, dat het inmiddels niet meer is voor te stellen dat iemand niet ergens een foto, film of video van zijn familie heeft liggen. Dit boek gaat over dat zelf filmen van het gezinsleven: de familiefilm. De familiefilm biedt inzicht in hoe mensen kijken naar hun eigen wereld en hoe ze daaraan vorm geven. Het zijn eigenlijk dromen over het gezin, ideale constructies waaruit zorgvuldig de donkere zijden van het leven zijn geweerd, omgezet tot waardevolle herinneringen. Meer dan alleen aan te zetten tot nostalgie, kan familiefilm ook aanleiding geven tot een andere vorm van geschiedschrijving. Het is een kwestie van het erkennen van de waarde van dit materiaal dat een blik gunt op de ''zijstraten van de geschiedenis''. Familiefilm als vorm van cultuur – naïef, onschuldig, authentiek, geconstrueerd, fictief – is een rijke bron waarvan de betekenis niet enkel schuilt in de inhoud, maar in het hele proces van representatie: van inhoud, productie en vertoning. Van dat proces van representatie doet dit boek verslag. Suzanne Aasman is historica en verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Seksualiteit in de jeugdfase vroeger en nu. Ouders en jongeren aan het woord

 17,00
Algemeen wordt aangenomen dat ouders hun kinderen tegenwoordig vrijer opvoeden dan zijzelf zijn opgevoed. Maar hoe de seksuele opvoedingswaarden en -praktijken er nu uit zien en hoe jongeren en ouders de opvoeding op dit gebied waarderen, is onbekend. Evenmin is duidelijk hoe de jeugd de seksuele vrijheid zelf beleeft. Janita Ravesloot heeft die vragen over de verandering van de betekenis van seksualiteit voor en na de ''culturele seksuele revolutie'' beantwoord door meer dan honderd jongeren en hun ouders aan het woord te laten. Daardoor kreeg ze inzicht in de wijze waarop in gezinnen om wordt gegaan met seksualiteit, kon ze horen hoe ouders met hun kinderen over seksualiteit spreken en spraken en kon ze de verschillende perspectieven binnen gezinnen vergelijken. Een van haar conclusies is o.a. dat in het `moderne gezin'' in principe alles ter discussie staat, maar dat de seksuele opvoeding over het algemeen gekenmerkt wordt door non-interventie. Verder moet ze constateren dat er nog steeds een sekse-specifieke verdeling in de opvoeding bestaat op dit terrein. Met deze studie heeft Janita Ravesloot de kennislacune gevuld over de subjectieve kanten van het proces van seksuele volwassenwording van de hedendaagse jeugd en hun ouders. Janita Ravesloot is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.

Placeholder Image
Quick View

Seksualiteit in de jeugdfase vroeger en nu. Ouders en jongeren aan het woord

 17,00
Algemeen wordt aangenomen dat ouders hun kinderen tegenwoordig vrijer opvoeden dan zijzelf zijn opgevoed. Maar hoe de seksuele opvoedingswaarden en -praktijken er nu uit zien en hoe jongeren en ouders de opvoeding op dit gebied waarderen, is onbekend. Evenmin is duidelijk hoe de jeugd de seksuele vrijheid zelf beleeft. Janita Ravesloot heeft die vragen over de verandering van de betekenis van seksualiteit voor en na de ''culturele seksuele revolutie'' beantwoord door meer dan honderd jongeren en hun ouders aan het woord te laten. Daardoor kreeg ze inzicht in de wijze waarop in gezinnen om wordt gegaan met seksualiteit, kon ze horen hoe ouders met hun kinderen over seksualiteit spreken en spraken en kon ze de verschillende perspectieven binnen gezinnen vergelijken. Een van haar conclusies is o.a. dat in het `moderne gezin'' in principe alles ter discussie staat, maar dat de seksuele opvoeding over het algemeen gekenmerkt wordt door non-interventie. Verder moet ze constateren dat er nog steeds een sekse-specifieke verdeling in de opvoeding bestaat op dit terrein. Met deze studie heeft Janita Ravesloot de kennislacune gevuld over de subjectieve kanten van het proces van seksuele volwassenwording van de hedendaagse jeugd en hun ouders. Janita Ravesloot is verbonden aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Leiden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vleermuisouders

 34,00
Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

Quick View

Vleermuisouders

 34,00
Opvoeding krijgt vandaag een gevarieerde en almaar groeiende belangstelling, maar hoe zou een hedendaagse pedagogiek eruit kunnen zien? Als een urban education, die in haar onderzoek en opleidingen oog heeft voor stadse vraagstukken van onderwijs en opvoeding, jeugdzorg, het prikkelen van jong talent en de ruimtelijke ordening van straten en wijken? Wat moeten (aanstaande) professionals dan kennen en kunnen? Hoe kan hun vak eruitzien?

Dit boek heeft minstens evenveel aandacht voor de determinanten van het opgroeien als voor de binnenkant van het opvoeden. Het vak wordt opnieuw geordend, met oog voor de harde actualiteit van grootstedelijke vraagstukken. Is de verzorgingsstaat bijvoorbeeld gepasseerd door het neoliberalisme? Is er een bruikbare ordening te maken van de ondersteuning van het opgroeien in de stad, en wat moeten de pedagogiek- en andere hogere sociaalagogische opleidingen met de toeloop van studenten die zich vooral interesseren voor het doe-karakter van het vak en de schier talloze prikkels en uitdagingen ervan?

Dit boek is gegroeid uit bijna veertig jaar ervaring in en om het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. Het toont enige scepsis over die overbezorgde ouders, maar ook over grenzeloze wetenschappelijke en stadspolitieke ambities.

Ton Notten studeerde theologie en andragologie en promoveerde in 1988 aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Rationaliteit en het schone streven. Naast zijn professoraat in de Sociale en culturele agogiek aan de Vrije Universiteit Brussel (1998-2011) is hij sinds 2002 lector Opgroeien in de Stad aan de Hogeschool Rotterdam waar hij ook na zijn pensionering, in 2011, onderwijs geeft, onderzoek verricht en promovendi begeleidt. Hij publiceerde ongeveer 300 wetenschappelijke en praktijkgerichte artikelen, columns en (hoofdstukken van) boeken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen