International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
International Journal of Child and Family Welfare (IJCFW) 2016 – Jrg 17 – Nr 1/2
Investigating interactions: The dynamics of relationships between clients and professionals in child welfare
The effectiveness of interventions has become an important object of scientific study in child welfare and often a prerequisite for funding of child welfare programmes.
Many studies on the effectiveness of interventions aimed at supporting families at risk and behavioural change of youth have suggested that features of the relationship between professional and client, and the characteristics of the professional, are decisive for the interventions effectiveness. There are, however, few studies of what is important in terms of relational skills, personal characteristics or communication strategies. In this special issue, we focus on the dynamics of relationships between child welfare workers and clients (i.e. young people and/or their parents) by using direct observation and close analysis of naturally occurring processes.
The contributions to this special issue have a bottom up and a top down approach in analysing relationships. The first part uses a bottom up approach and reports on conversations between youth and family treatment parents in treatment homes. Using a top down approach, the second part specifically focuses on Motivational Interviewing skills of care professionals in their interactions with youth. The third part covers the interactions between parents and professionals in the context of child protection using a bottom up approach.
The (guest) editors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall & Carolus H.C.J. van Nijnatten
The authors: Annemiek T. Harder, Christopher J. Hall, Carolus H.C.J. van Nijnatten, Ellen Schep, Tom Koole, Martine Noordegraaf, Charlotte E. Whittaker, Donald Forrester, Michael Killian, Rebecca K. Jones, Annika Eenshuistra, Neeltje L. van Zonneveld, Tessa Verhallen, Stef Slembrouck, Steve Kirkwood, Juliet Koprowska & Erik J. Knorth
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Maximaal Megataal
Maximaal Megataal: Een boek vol tips voor meer taal, meer denken en meer onderwijstijd in de tweede en derde kleuterklas. De lang verwachte opvolger van Minimaal Maxitaal: Een boek vol talige tips bij routines in de onthaalklas en de eerste kleuterklas.
Kleuters met een sterk ontwikkelde taal- en denkvaardigheid kennen meer schoolsucces dan minder vaardige klasgenootjes. Om alle kleuters van de tweede en derde kleuterklas (groepen 1 en 2) maximale ontplooiingskansen te schenken op het vlak van taal- en denkvaardigheid, voorziet Maximaal Megataal in een ‘handig’ kader: de taal-denkhand.
‘Dankzij het handje geef ik veel meer autonome denkkansen aan mijn vierjarigen. Dat past perfect bij hun leeftijd: ze willen graag zelfstandig worden en ze zijn zo nieuwsgierig naar de wereld om zich heen.’ Juf Liesbet
Naast de taal-denkhand biedt Maximaal Megataal ook inspiratie om negen routines en activiteiten die dagelijks of vaak terugkeren, zoals het onthaal, het keuzemoment en het fruitmoment krachtiger bij de ontwikkelingsbehoeften van de vier- en vijfjarigen te laten aansluiten. De keuze voor deze negen momenten is gebaseerd op recent onderzoek in Vlaanderen en Brussel.
‘Ik heb mijn onthaal helemaal omgegooid. Ik ben meer bezig met de essentie: het onthalen van de kleuters en hun ouders en ik pas natuurlijk de taal-denkhand toe. Ik sta nu nog dichter bij mijn kleuters en we kunnen veel sneller aan het werk.’ Juf Jamillah
Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht
Voor de auteur is recht – net als de religie – een vorm van kunst. Dit boek traceert en verkent de kunstzinnige en scheppende aard van het recht. Het ware recht wordt opgevat als een zoeken naar gerechtigheid die als Schoonheid moet worden aangemerkt. Deze esthetische benadering neemt afstand van het wijsgerig idealisme en het realisme, traditionele denkrichtingen die een oneigenlijke en burgerlijke rechtschapenheid entameren. Maar ook de vigerende rationalistische rechtsopvattingen, zoals het legalisme en het rechtspositivisme, worden bekritiseerd. Door de gerechtigheid met de wet en de procedure te associëren, veronachtzamen zij eveneens de fundamentele esthetische dimensie van het recht.
Vanuit de ‘religieuze wending’ in de postmoderne filosofie wordt beargumenteerd dat de esthetisch-religieuze dimensie ook buiten het geloof, in de seculiere sfeer van rechtsfilosofie en rechtsgeleerdheid, dieper inzicht verschaft. Onder verwijzing naar onder meer Nietzsche, Kierkegaard, Berdyaev en Shestov, beargumenteert Timo Slootweg dat niet in de zuivere rede, maar in de dichtkunst, de mythe en de religie de meest geschikte aanknopingspunten te vinden zijn voor een werkelijkheidsgetrouwe filosofie en wetenschap. De waarheidsopvatting van de religieuze joods-christelijke traditie blijkt van essentieel belang voor de esthetica van moraal en recht. Voor recht en rechtsvinding belooft de existentiële esthetica bovendien van praktische betekenis te zijn.
Timo Slootweg is historicus en filosoof. Hij doceert rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Uit de schaduw van de wet. Inleiding tot de esthetica van het recht
Voor de auteur is recht – net als de religie – een vorm van kunst. Dit boek traceert en verkent de kunstzinnige en scheppende aard van het recht. Het ware recht wordt opgevat als een zoeken naar gerechtigheid die als Schoonheid moet worden aangemerkt. Deze esthetische benadering neemt afstand van het wijsgerig idealisme en het realisme, traditionele denkrichtingen die een oneigenlijke en burgerlijke rechtschapenheid entameren. Maar ook de vigerende rationalistische rechtsopvattingen, zoals het legalisme en het rechtspositivisme, worden bekritiseerd. Door de gerechtigheid met de wet en de procedure te associëren, veronachtzamen zij eveneens de fundamentele esthetische dimensie van het recht.
Vanuit de ‘religieuze wending’ in de postmoderne filosofie wordt beargumenteerd dat de esthetisch-religieuze dimensie ook buiten het geloof, in de seculiere sfeer van rechtsfilosofie en rechtsgeleerdheid, dieper inzicht verschaft. Onder verwijzing naar onder meer Nietzsche, Kierkegaard, Berdyaev en Shestov, beargumenteert Timo Slootweg dat niet in de zuivere rede, maar in de dichtkunst, de mythe en de religie de meest geschikte aanknopingspunten te vinden zijn voor een werkelijkheidsgetrouwe filosofie en wetenschap. De waarheidsopvatting van de religieuze joods-christelijke traditie blijkt van essentieel belang voor de esthetica van moraal en recht. Voor recht en rechtsvinding belooft de existentiële esthetica bovendien van praktische betekenis te zijn.
Timo Slootweg is historicus en filosoof. Hij doceert rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.
Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen
De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.
Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.
Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.
De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.
Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.
Woonnood in Vlaanderen. Feiten / mythen / voorstellen
De Vlaamse Wooncode stipuleert dat het woonbeleid bijzondere aandacht moet schenken aan de meest behoeftige gezinnen en alleenstaanden. Dit boek toont aan dat het recht op wonen lang niet voor iedereen in Vlaanderen gerealiseerd is en zeker niet voor de meest kwetsbaren. De toestand is er de voorbije tien jaar ook niet op verbeterd. Integendeel. De situatie is ernstig. In België/Vlaanderen is de beleidsmix inzake wonen altijd al gedomineerd door marktwerking en eigendomspromotie. Dit heeft ertoe geleid dat almaar meer huishoudens eigenaar werden van een steeds grotere en betere woning en dit tot hun grote tevredenheid.
Dit boek laat een ander beeld zien. Na een lange periode van gestage vooruitgang is de trend gekeerd. Voor het eerst is het aandeel eigenaars gedaald. Om en bij één miljoen woningen behoeft een flinke opknapbeurt en meer mensen dan tien jaar geleden kunnen na het betalen van hun woonkosten geen fatsoenlijk leven meer leiden. De problemen uiten zich onder meer via lange wachtlijsten voor woonalternatieven. Ook is de zoektocht naar een woning voor een grote groep mensen geen sinecure. Mensen die de gevangenis, een psychiatrische inrichting of een instelling van de bijzondere jeugdzorg verlaten, wacht vaak een weinig vruchtbare helletocht.
Dat het realiseren van een stabiele woonsituatie geen evidentie is maar een langzaam proces waarbij verschillende persoonlijke en omgevingsfactoren van belang zijn, komt expliciet aan het licht bij dak- en thuisloosheid. Bovendien is discriminatie terug van nooit weggeweest. Om een verdere achteruitgang te vermijden én de woonnood te lenigen, moeten de fundamenten van het beleid veranderen. Daarom presenteert dit boek niet alleen analyses maar ook krijtlijnen voor een doortastend woonbeleid dat aangepast is aan de sociale, economische en ecologische uitdagingen van de 21e eeuw.
De samenstellers, Pascal De Decker, Bruno Meeus, Isabelle Pannecoucke, Elise Schillebeeckx, Jana Verstraete en Emma Volckaert, zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep HaUS – Housing and Urban Studies, van de Faculteit Architectuur, KU Leuven.
Hebben meegewerkt: Nele Aernouts, Ympkje Albeda, Erik Buyst, Filip Canfyn, Pieter Cools, Sven Damen, Pascal Debruyne, Anika Depraetere, Caroline Dewilde, Peter Dierinck, Koen Hermans, Kristof Heylen, Bernard Hubeau, Phillippe Janssens, Marie Le Roy, Maarten Loopmans, Eva Meys, Marjan Moris, Stijn Oosterlynck, Filip Rogiers, Michael Ryckewaert, Kaat Segers, Ann-Sofie Smetcoren, Freek Spinnewijn, Stijn Tormans, Katrien Tratsaert, Joke Vandenabeele, Nina Van Acker, Pol Van Damme, Katleen Van den Broeck, Barbara Van Dyck, Marieke Van Hyfte, Sabrine Vanslembrouck, Lieve Vanderstraeten, David Van Vooren, Frank Vastmans, Els Vervloesem en Elias Vlerick.
Dictionnaire contextuel du Francais économique. Tome D: L’ emploi
Le DICOFE peut s''utiliser comme un dictionnaire traditionnel grâce à l''index et aux renvois aux pages paires. Il se laisse lire également comme une brève introduction à l''économie par le biais des pages impaires. Le tout illustre en outre au maximum comment combiner let mots et varier les tournures de pharse pour atteindre une communication optimale.
Ce dictionnaire d''apprentissage accentue les relations entre les mots par un classement onomasiologique. Les définitions sont données par famille de mots. La terminologie est présentée de façon logique dans des contextes significatifs. Un index exhaustif (termes économiques et collocations) facilite la recherche.
Serge Verlinde en Jean Binon doceren aan de KU Leuven. Jacques Folon doceert aan het HEC Saint-Louis en Jan Van Dyck doceert aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA).
Dictionnaire contextuel du Francais économique. Tome D: L’ emploi
Le DICOFE peut s''utiliser comme un dictionnaire traditionnel grâce à l''index et aux renvois aux pages paires. Il se laisse lire également comme une brève introduction à l''économie par le biais des pages impaires. Le tout illustre en outre au maximum comment combiner let mots et varier les tournures de pharse pour atteindre une communication optimale.
Ce dictionnaire d''apprentissage accentue les relations entre les mots par un classement onomasiologique. Les définitions sont données par famille de mots. La terminologie est présentée de façon logique dans des contextes significatifs. Un index exhaustif (termes économiques et collocations) facilite la recherche.
Serge Verlinde en Jean Binon doceren aan de KU Leuven. Jacques Folon doceert aan het HEC Saint-Louis en Jan Van Dyck doceert aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA).
Dictionnaire contextuel du Francais économique. Tome C: Les finances. Gewijzigde druk
Deze achtste druk biedt een systematische beschrijving van zakelijk Frans i.v.m. financiën. De alfabetische index van de in het boek voorkomende termen (en combinaties) geeft telkens de Nederlandstalige vertaling. Bovendien is een alfabetische index van deze Nederlandse termen
Serge Verlinde en Jean Binon doceren aan de KU Leuven. Jacques Folon doceert aan het HEC Saint-Louis en Jan Van Dyck doceert aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA).
Dictionnaire contextuel du Francais économique. Tome C: Les finances. Gewijzigde druk
Deze achtste druk biedt een systematische beschrijving van zakelijk Frans i.v.m. financiën. De alfabetische index van de in het boek voorkomende termen (en combinaties) geeft telkens de Nederlandstalige vertaling. Bovendien is een alfabetische index van deze Nederlandse termen
Serge Verlinde en Jean Binon doceren aan de KU Leuven. Jacques Folon doceert aan het HEC Saint-Louis en Jan Van Dyck doceert aan de Universiteit Antwerpen (UFSIA).