Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)

 25,20

Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.

Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron

voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.



Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).

Quick View

Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)

 25,20

Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.

Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron

voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.



Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De verbeelde samenleving. Camera, kennisverwerving en communicatie

 6,90
Wat dragen beelden concreet bij tot de kennis van de samenleving ? In hoeverre is samenleven zichtbaar en hoe kan dit door de camera op wetenschappelijk verantwoorde wijze worden vastgelegd en verwerkt ? Slechts schoorvoetend ontdekken antropologen en sociologen het beeld als hulpmiddel bij dataverwerving én als middel tot wetenschappelijke communicatie. Maar tot nu toe is nauwelijks aandacht besteed aan de specifieke aard en uitdrukkingsmogelijkheid van het camerabeeld en het daarmee verbonden sociaal-wetenschappelijk onderzoeksvermogen. Dit boek gaat systematisch de concrete mogelijkheden en beperkingen van de wetenschappelijke beeldproduktie, -analyse en -communicatie na. Het biedt zo een aanzet tot een theoretische en methodologische fundering. Tegelijk is deze monografie een verkenning van de -tot nog toe nauwelijks in kaart gebrachte -visuele sociologie en antropologie, die precies rond deze problematiek tot ontwikkeling kwamen. Het boek is ook een oproep tot de beoefenaars van de visuele sociologie en antropologie voor een meer open en constructieve discussie van een aantal wezenlijke knelpunten, om een verdere ontwikkeling van het vakgebied mogelijk te maken. Naast voor sociologen en antropologen is deze publikatie bestemd voor al wie aan zijn visuele geletterdheid een sociaal-culturele dimensie wil toevoegen.

L. PAUWELS doceert aan de Universiteit Antwerpen en de Rijksuniversiteit Limburg.

Quick View

De verbeelde samenleving. Camera, kennisverwerving en communicatie

 6,90
Wat dragen beelden concreet bij tot de kennis van de samenleving ? In hoeverre is samenleven zichtbaar en hoe kan dit door de camera op wetenschappelijk verantwoorde wijze worden vastgelegd en verwerkt ? Slechts schoorvoetend ontdekken antropologen en sociologen het beeld als hulpmiddel bij dataverwerving én als middel tot wetenschappelijke communicatie. Maar tot nu toe is nauwelijks aandacht besteed aan de specifieke aard en uitdrukkingsmogelijkheid van het camerabeeld en het daarmee verbonden sociaal-wetenschappelijk onderzoeksvermogen. Dit boek gaat systematisch de concrete mogelijkheden en beperkingen van de wetenschappelijke beeldproduktie, -analyse en -communicatie na. Het biedt zo een aanzet tot een theoretische en methodologische fundering. Tegelijk is deze monografie een verkenning van de -tot nog toe nauwelijks in kaart gebrachte -visuele sociologie en antropologie, die precies rond deze problematiek tot ontwikkeling kwamen. Het boek is ook een oproep tot de beoefenaars van de visuele sociologie en antropologie voor een meer open en constructieve discussie van een aantal wezenlijke knelpunten, om een verdere ontwikkeling van het vakgebied mogelijk te maken. Naast voor sociologen en antropologen is deze publikatie bestemd voor al wie aan zijn visuele geletterdheid een sociaal-culturele dimensie wil toevoegen.

L. PAUWELS doceert aan de Universiteit Antwerpen en de Rijksuniversiteit Limburg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.

 24,10

Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.

De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.

Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.

Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen kijken.

Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen. Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in Brugge.

Quick View

Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.

 24,10

Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.

De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.

Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.

Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen kijken.

Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen. Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in Brugge.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.

 31,90
Aan hogescholen zijn lectoren concreet en praktijkgericht bezig met het analyseren en helpen oplossen van stedelijke vraagstukken. Dit boek geeft een actueel overzicht van hoe stedelijk onderzoek van zesentwintig lectoraten eruit ziet en tot welke praktisch bruikbare resultaten dit leidt. Uit het boek blijkt duidelijk dat burgers en ondernemers op lokaal niveau in samenwerking met de overheid en andere partners zelf bezig zijn wijken en buurten beter te maken en vooral van elkaar te leren. Leren van elkaar en van praktijkrelevant onderzoek draagt bij aan het vormen van een lerende stad.

“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer

Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.

Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
  • Professionals in beleid en praktijk (overheid, economie, civil society)
  • Beleidsmakers en politici bij gemeenten (en ook bij rijk en provincies)
  • Burgers en ondernemers in onze urbane samenleving
  • Studenten & docenten aan hogescholen en universiteiten
  • Professionals bij kenniscentra, adviesorganen en dergelijke.


  • Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
    Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.

    Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
    Quick View

    Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.

     31,90
    Aan hogescholen zijn lectoren concreet en praktijkgericht bezig met het analyseren en helpen oplossen van stedelijke vraagstukken. Dit boek geeft een actueel overzicht van hoe stedelijk onderzoek van zesentwintig lectoraten eruit ziet en tot welke praktisch bruikbare resultaten dit leidt. Uit het boek blijkt duidelijk dat burgers en ondernemers op lokaal niveau in samenwerking met de overheid en andere partners zelf bezig zijn wijken en buurten beter te maken en vooral van elkaar te leren. Leren van elkaar en van praktijkrelevant onderzoek draagt bij aan het vormen van een lerende stad.

    “Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
    Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer

    Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.

    Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
  • Professionals in beleid en praktijk (overheid, economie, civil society)
  • Beleidsmakers en politici bij gemeenten (en ook bij rijk en provincies)
  • Burgers en ondernemers in onze urbane samenleving
  • Studenten & docenten aan hogescholen en universiteiten
  • Professionals bij kenniscentra, adviesorganen en dergelijke.


  • Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
    Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Over bloemkolen en gele limonade. Thuisbegeleiding vanuit systheemtheoretische invalshoek

     13,90
    Kadodder kan bogen op een ervaring van vijfentwintig jaar opvoedingsondersteuning bij gezinnen met een thuiswonend lid met een verstandelijke beperking.
    Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.

    Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?

    De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
    Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
    Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
    Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.

    Quick View

    Over bloemkolen en gele limonade. Thuisbegeleiding vanuit systheemtheoretische invalshoek

     13,90
    Kadodder kan bogen op een ervaring van vijfentwintig jaar opvoedingsondersteuning bij gezinnen met een thuiswonend lid met een verstandelijke beperking.
    Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.

    Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?

    De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
    Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
    Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
    Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)

     29,00
    In het nieuwe VMBO wordt op onafhankelijke wijze - en niet zoals daarvoor door de schoten zelfbepaald welke leerlingen door middel van LeerWegOndersteunend Onderwijs tot de zorgstructuur worden toegelaten.
    Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
    Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
    Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.

    De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
    Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.

    Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.

    Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.


    Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

    Quick View

    Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)

     29,00
    In het nieuwe VMBO wordt op onafhankelijke wijze - en niet zoals daarvoor door de schoten zelfbepaald welke leerlingen door middel van LeerWegOndersteunend Onderwijs tot de zorgstructuur worden toegelaten.
    Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
    Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
    Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.

    De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
    Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.

    Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.

    Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.


    Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×