Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
Zoals het klokje thuis tikt. Samenhuizen van volwassen kinderen met hun ouders. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 1)
Samenhuizen met volwassen kinderen: voor veel gezinnen is dit – al dan niet tijdelijk – een realiteit. Sommige kinderen blijven in Hotel Mama wonen, anderen komen als boemerangkinderen tijdelijk inwonen na een scheiding. Mensen van middelbare leeftijd kiezen er soms voor om te gaan samenwonen met hun bejaarde ouders of hun volwassen kinderen die een beperking hebben, om voor hen te zorgen.
Onderzoekers van het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee) maakten samen met partners een analyse van verschillende vormen van ‘samenhuizen’ van ouders met volwassen kinderen. De auteurs gaan in op de uitdagingen en doen concrete aanbevelingen om dit te ondersteunen en te optimaliseren. Sommige vormen van samenhuizen met volwassen kinderen en ouders zijn vandaag al wijdverspreid. Andere kunnen in de toekomst misschien een antwoord bieden op vragen die een vergrijzende en zorgzame samenleving ons stelt. Dit boek is een inspiratiebron
voor iedereen die professioneel, beleidsmatig of persoonlijk te maken heeft met samenhuizen van volwassen kinderen en hun ouders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw en
ruimtelijke planning, is lector gezinsbeleid aan de opleiding gezinswetenschappen
(Odisee) en onderzoeker bij het kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen
(Odisee). Hij is zelfstandig beleidsadviseur woonbeleid (Studio Beleid).
Kathleen Emmery is master in de criminologie en coördinator van het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee). Ze doceert recht aan de opleiding
gezinswetenschappen (Odisee) en doet onderzoek naar gezinsbeleid in Vlaanderen.
Eline Mechels is master in de sociologie en stafmedewerker aan het kenniscentrum
Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (Odisee).
De verbeelde samenleving. Camera, kennisverwerving en communicatie
L. PAUWELS doceert aan de Universiteit Antwerpen en de Rijksuniversiteit Limburg.
De verbeelde samenleving. Camera, kennisverwerving en communicatie
L. PAUWELS doceert aan de Universiteit Antwerpen en de Rijksuniversiteit Limburg.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders
van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit
uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen
kijken.
Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen.
Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven
en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet
in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in
Brugge.
Op schouders van ouders. Het opvoedingsgebeuren tussen wens en realiteit.
Kinderen grootbrengen is een hele onderneming. In onzekere tijden hebben ouders houvast nodig. De vele opvoedingstips – hoe goed bedoeld ook – maken ouders vaak nog onzekerder. Dit boek laat een andere klank horen. De auteur steekt ouders een hart onder de riem door te laten zien dat opvoeden niet zozeer een kunde, maar veeleer een kunst is, een levenskunst meer bepaald.
De opvoedingsadviezen in dit boek zijn gekaderd in een reflectie op het ouderschap. De lezer kan zich bij de verkenning van fundamentele opvoedingsvragen laten inspireren door de vele verwijzingen naar films, poëzie en romanfragmenten.
Het ‘goede leven’ is wat elke opvoeder in het vizier moet houden. Is het belangrijkste voor elke vader of moeder niet dat: ‘kinderen gelukkig zijn, ze goed terecht komen, ze iets van hun leven maken’? Deze en andere ‘trage vragen’ komen hier aan bod.
Pedagogisch bewuste ouders kunnen het verschil maken. Op schouders
van ouders leren kinderen uitkijken naar de hen omringende wereld. Dit
uitkijken geldt in twee betekenissen: verlangend uitzien en uit je doppen
kijken.
Danny Van De Velde, pedagoog, is vader van drie opgroeiende kinderen.
Hij was achtereenvolgens werkzaam in de lerarenopleiding in Leuven
en Torhout en in de volwassenvorming bij de Stichting Lodewijk de Raet
in Brussel. Nu is hij directeur in een school voor secundair onderwijs in
Brugge.
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
Van de maakbare naar de lerende stad. De praktijkgerichte bijdrage van lectoraten.
“Dit boek is een aanrader voor iedereen die betrokken is bij ontwikkelingen in steden. Het geeft antwoord op tientallen beleidsvragen waar elke betrokken ambtenaar, wethouder of minister van wakker ligt. Dat maakt dit lectorenboek zo krachtig: praktische inzichten op complexe problemen. Menig stadsbestuurder betrekt graag het HBO bij complexe beleidsproblemen. Er is in korte tijd in het HBO een uitstekende onderzoekstraditie ontstaan waarbij naast de kwaliteit van onderzoek, de verbinding en relevantie voor de praktijk een rode draad in het werk vormt. Deze publicatie is daarvan het harde bewijs.”
Gerard Schouw, voormalig directeur Nicis en lid Tweede Kamer
Juist in een tijd van globalisering en onzekerheid hebben professionals, burgers en ondernemers complexe vragen. Zij zijn op zoek naar onderbouwde antwoorden en reflectie op beleid en praktijk. Er is dus behoefte aan praktijkgericht en praktijkrelevant onderzoek en dit is exact waar lectoraten voor staan.
Deze bundel is van belang voor verschillende groepen lezers.
Guido Walraven is lector Dynamiek van de Stad aan hogeschool Inholland
Cees-Jan Pen is programmaleider Onderzoek Economie & Innovatie bij Nicis Institute.
Over bloemkolen en gele limonade. Thuisbegeleiding vanuit systheemtheoretische invalshoek
Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.
Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?
De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.
Over bloemkolen en gele limonade. Thuisbegeleiding vanuit systheemtheoretische invalshoek
Door de jaren heen ontwikkelde Kadodder een duidelijke visie op vraaggestuurde ondersteuning van gezinnen. Een groot respect en vertrouwen in de competenties van de ouders en het gezinslid met de beperking is daarbij het vertrekpunt.
Welke hulpvragen stellen deze gezinnen? Hoe moet de thuisbegeleidingsdienst daarmee omgaan? Hoe worden, samen met de betrokkenen, antwoorden geformuleerd op deze vragen?
De auteurs-thuisbegeleiders beschrijven in dit boek hun visie, doelstellingen en methoden vanuit hun dagelijkse praktijk.
Het hulpverleningsaanbod is voortdurend in evolutie: desinstitutionalisering, inclusie, emancipatorisch denken, zorg op maat, volwaardig burgerschap enz. zijn principes die meer en meer ingang vinden in de gehele zorg voor personen met een verstandelijke beperking.
Kadodder toont aan dat ambulante ondersteuning aan gezinnen met een persoon met een verstandelijke beperking tegemoet kan komen aan complexe hulpvragen en -behoeften.
Kadodder is gevestigd in Zoersel en is vooral actief in de provincie Antwerpen.
Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.
De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.
Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.
Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.
Kenmerken van zorgleerlingen in het vmbo. Bezinning op het leerwegondersteunend onderwijs (Fontys-OSO-Reeks, nr. 6a)
Op 1 januari 2002 is na drie overgangsjaren de definitieve Regeling ten behoeve van het LW00 ingevoerd. Die regeling gaat er van uit, dat de opgestelde toelaatbaarheidscriteria en procedures er toe leiden, dat de oorspronkelijke zorgleerlingen van het i-VBO, SVO-LOM en SVO-MLK daadwerkelijk een indicatie voor LWOO en Praktijkonderwijs krijgen.
Maar, zijn LW0O-leerlingen wel als een homogene groep te beschouwen? Kunnen LW0O-leerlingen zonder meer binnen de basisberoepsgerichte leerweg geplaatst en opgevangen worden of wat is de moeilijkheidsgraad van de leerwegen in relatie met de cognitieve en didactische leerlingkenmerken van de LWO0-leerlingen?
Dit zijn vragen die de auteur zich stelt tijdens zijn verkenning van kenmerken van leerlingen die aangemeld zijn voor Praktijkonderwijs en Leerwegondersteunend onderwijs.
De studie die ten grondslag ligt aan het boek, leidt ook tot inzichten die het mogelijk maken de gesignaleerde problemen aan te pakken. Hiertoe worden oplossingsrichtingen aangegeven, bijvoorbeeld met betrekking tot de wijze waarop omgegaan kan worden met de verplichting om voor leerlingen die aangewezen zijn op leerwegondersteunend onderwijs, individuele handelingsplannen op te stellen en daadwerkelijk uit te voeren.
Ook wordt een andere kijk op LWOO geboden, door basale onderwijsleerarrangementen als uitgangspunt te nemen.
Het boek biedt docenten, zorgcodrdinatoren, teamleiders, orthopedagogen, remedial teachers, leerlingbegeleiders, functionarissen in samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs en anderen die werken met en ten behoeve van ''zorgleerlingen'' in het voortgezet onderwijs inzicht in de problematiek van het nieuwe VMBO. Tevens legt het voor deze ''zorgleerlingen'' een basis voor verbetering van de integrale leerlingenzorg door de afstemmingsopgave van kenmerken van de onderwijsleersituaties op leerlingkenmerken als uitgangspunt te nemen waardoor ook deze leerlingen met de juiste vorm van LeerWegOndersteunend Onderwijs het VMBO succesvol moeten kunnen afronden.
Bij dit boek hoort een Bijlagenbundel. Deze is eveneens uitgebracht bij Garant.
Drs. Gerard N. Melis is verbonden aan DOBA, Onderwijsadviseurs in Eindhoven. DOBA is onderdeel van Fontys Hogescholen.
