Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people

 29,95

The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and unacceptable sexual behaviour of children and young people. “The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together what behaviour to allow.”

“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend to and to examine our own discourse as educators and as an organization.” “As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable and how to support our young people in their sexual development.”

Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un) acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers, management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation with children and young people directly about which behaviour is okay and which behaviour is not and why this is the case.

The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable. Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags. Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable) sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.



Quick View

Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people

 29,95

The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and unacceptable sexual behaviour of children and young people. “The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together what behaviour to allow.”

“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend to and to examine our own discourse as educators and as an organization.” “As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable and how to support our young people in their sexual development.”

Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un) acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers, management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation with children and young people directly about which behaviour is okay and which behaviour is not and why this is the case.

The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable. Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags. Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable) sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Autisme of taalontwikkelingsstoornis?

 23,70

Er zit een kind… Het luistert niet, is niet geconcentreerd. Hoe komt het dat het niet oplet? Autisme of taalontwikkelingsstoornis? Dit boek vertelt 63 verhalen van herkenning. Over thuis en vrije tijd, en over school en werk. Over kinderen van 3 tot 23 jaar. Alle verhalen worden ondersteund door een illustratie en gaan vergezeld van een duidelijke uitleg met praktische tips. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, komt met dit boek aan zijn trekken.
Dit boek is bestemd voor iedereen die op de een of andere manier te maken heeft met autisme en/of een taalontwikkelingsstoornis. Bovendien kan het boek als psycho-educatie gebruikt worden.
Bovendien is het uitstekend te gebruiken als leerboek bij handelingsgericht werken voor studie of werk. De 63 verhalen zijn dan te zien als zijnde 63 casussen met separaat tips en een verklaringsmodel.



Diënne Kamphuis, ambulant begeleider in het onderwijs, is specialist op het gebied van autisme en taalproblematieken. Ze is afgestudeerd aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie (beeldend kunstenaar), VLVU (leraar economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).

Quick View

Autisme of taalontwikkelingsstoornis?

 23,70

Er zit een kind… Het luistert niet, is niet geconcentreerd. Hoe komt het dat het niet oplet? Autisme of taalontwikkelingsstoornis? Dit boek vertelt 63 verhalen van herkenning. Over thuis en vrije tijd, en over school en werk. Over kinderen van 3 tot 23 jaar. Alle verhalen worden ondersteund door een illustratie en gaan vergezeld van een duidelijke uitleg met praktische tips. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, komt met dit boek aan zijn trekken.
Dit boek is bestemd voor iedereen die op de een of andere manier te maken heeft met autisme en/of een taalontwikkelingsstoornis. Bovendien kan het boek als psycho-educatie gebruikt worden.
Bovendien is het uitstekend te gebruiken als leerboek bij handelingsgericht werken voor studie of werk. De 63 verhalen zijn dan te zien als zijnde 63 casussen met separaat tips en een verklaringsmodel.



Diënne Kamphuis, ambulant begeleider in het onderwijs, is specialist op het gebied van autisme en taalproblematieken. Ze is afgestudeerd aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie (beeldend kunstenaar), VLVU (leraar economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zelfreflectie in het hoger onderwijs

 27,70

In de 21ste eeuw moeten beroepsbeoefenaars in staat zijn om hun hele leven lang na te denken over zichzelf en kritisch en zelfsturend te zijn in hun eigen leerproces. Door te reflecteren op het eigen leren tijdens de opleiding zouden studenten tevens meer gemotiveerd worden voor hun eigen leerproces en persoonlijke ontwikkeling. En door te reflecteren op de eigen persoonlijkheid en kwaliteiten zouden studenten hun eigen motieven en ambities beter begrijpen en daardoor betere studiekeuzes maken met minder studie-uitval als gevolg. In de praktijk worden deze doelen echter (nog) niet behaald. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat studenten een hekel hebben aan reflecteren. Onderwijsactiviteiten die geassocieerd worden met reflecteren, worden door de meeste studenten (en docenten) niet serieus genomen, maar ervaren als een verplicht nummer. Er lijkt sprake van ‘reflectiemoeheid’ en van tegenvallende opbrengsten. Veel docenten worstelen met de vraag wanneer er sprake is van kwalitatief goede reflectie en wat de kwaliteit van reflectie bepaalt. Wanneer kan men zeggen dat een student beter heeft gereflecteerd dan een ander? Studenten, op hun beurt, weten niet goed wat reflecteren precies inhoudt, terwijl hun docenten er als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze al kunnen reflecteren of het wel zullen leren door het gewoon (zelfstandig) te doen.
In dit boek behandelen de auteurs, allen docenten en/of onderzoekers, de weerbarstige problematiek van (zelf)reflectie in het onderwijs. Er zijn theoretische hoofdstukken rond de vraag ‘Wat is reflectie?’, hoofdstukken waarin verslag wordt gedaan van onderzoek naar reflectie en hoofdstukken waarin creatieve alternatieven worden aangedragen voor de gangbare reflectiepraktijken. Ten slotte zijn er hoofdstukken waarin wordt gereflecteerd over reflectie. Kunnen docenten het? Is reflectie gevaarlijk? En zijn de nog onvolgroeide hersenen van studenten in staat tot reflectie?



Frans Meijers was lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool. Hij is directeur van Meijers Onderzoek & Advies, symposium coeditor van de British Journal of Guidance and Counselling en voorzitter van de Dialogical Self Academy. Hij is gespecialiseerd in onderzoek, ontwikkeling en training op het gebied van loopbaanleren en identiteitsontwikkeling.
Kariene Mittendorff is associate lector Studieloopbaanbegeleiding bij hogeschool Saxion. Ze is gepromoveerd op de kwaliteit van loopbaanbegeleiding en in het bijzonder loopbaangesprekken. Ze is projectleider van verschillende onderzoeken op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, studiesucces, de studiekeuzecheck en de kwaliteit van reflectie.

Quick View

Zelfreflectie in het hoger onderwijs

 27,70

In de 21ste eeuw moeten beroepsbeoefenaars in staat zijn om hun hele leven lang na te denken over zichzelf en kritisch en zelfsturend te zijn in hun eigen leerproces. Door te reflecteren op het eigen leren tijdens de opleiding zouden studenten tevens meer gemotiveerd worden voor hun eigen leerproces en persoonlijke ontwikkeling. En door te reflecteren op de eigen persoonlijkheid en kwaliteiten zouden studenten hun eigen motieven en ambities beter begrijpen en daardoor betere studiekeuzes maken met minder studie-uitval als gevolg. In de praktijk worden deze doelen echter (nog) niet behaald. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat studenten een hekel hebben aan reflecteren. Onderwijsactiviteiten die geassocieerd worden met reflecteren, worden door de meeste studenten (en docenten) niet serieus genomen, maar ervaren als een verplicht nummer. Er lijkt sprake van ‘reflectiemoeheid’ en van tegenvallende opbrengsten. Veel docenten worstelen met de vraag wanneer er sprake is van kwalitatief goede reflectie en wat de kwaliteit van reflectie bepaalt. Wanneer kan men zeggen dat een student beter heeft gereflecteerd dan een ander? Studenten, op hun beurt, weten niet goed wat reflecteren precies inhoudt, terwijl hun docenten er als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze al kunnen reflecteren of het wel zullen leren door het gewoon (zelfstandig) te doen.
In dit boek behandelen de auteurs, allen docenten en/of onderzoekers, de weerbarstige problematiek van (zelf)reflectie in het onderwijs. Er zijn theoretische hoofdstukken rond de vraag ‘Wat is reflectie?’, hoofdstukken waarin verslag wordt gedaan van onderzoek naar reflectie en hoofdstukken waarin creatieve alternatieven worden aangedragen voor de gangbare reflectiepraktijken. Ten slotte zijn er hoofdstukken waarin wordt gereflecteerd over reflectie. Kunnen docenten het? Is reflectie gevaarlijk? En zijn de nog onvolgroeide hersenen van studenten in staat tot reflectie?



Frans Meijers was lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool. Hij is directeur van Meijers Onderzoek & Advies, symposium coeditor van de British Journal of Guidance and Counselling en voorzitter van de Dialogical Self Academy. Hij is gespecialiseerd in onderzoek, ontwikkeling en training op het gebied van loopbaanleren en identiteitsontwikkeling.
Kariene Mittendorff is associate lector Studieloopbaanbegeleiding bij hogeschool Saxion. Ze is gepromoveerd op de kwaliteit van loopbaanbegeleiding en in het bijzonder loopbaangesprekken. Ze is projectleider van verschillende onderzoeken op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, studiesucces, de studiekeuzecheck en de kwaliteit van reflectie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Klanksporen. Breinvriendelijk musiceren (De Veerman Bibliotheek, nr. 6)

 29,90
De hele geschiedenis door proberen kunstenaars, filosofen, pedagogen en wetenschappers te begrijpen hoe ons brein erin slaagt muziek te ‘denken’ en dit denken te synchroniseren met duizenden feilloos gecoördineerde spierbewegingen. Nogal wat onderzoekers zien een parallel met taal: net zoals spreken wordt musiceren ‘in realtime’ syntactisch gestuurd zonder al te veel bemoeienissen van ons bewustzijn en leren we het spelenderwijs, op het gehoor en uit het geheugen. Met een minimum aan klanken weerspiegelen we onszelf en de wereld. Worden we als componisten geboren? Tot ver in de 18de eeuw blijft expertise het product van creatieve werkvormen en getuigt de professionaliteit van de oude balans tussen improvisatie, compositie en ‘score performance’.
Pas vanaf het wijdverbreid beschikbaar worden van gedrukte muziek en het (gelijktijdig) ontstaan van de nationale conservatoria worden creatieve, reproductieve en theoretische vaardigheden geleidelijk aan structureel gescheiden. Uitvoerders, toehoorders, componisten en theoretici worden aparte categorieën. Het nagenoeg verdwijnen van muzikale creativiteit, een zwak ontwikkeld gehoor, een onbetrouwbaar geheugen, een verstoorde beleving en zelfs onwaarachtigheid vormen sindsdien de typische pathologie van generaties hooggeschoolde uitvoerende musici. Na jaren ‘teaching research’ met kinderen en volwassenen concluderen de auteurs dat de gangbare muziekagogiek niet compatibel is met de manier waarop het menselijk brein muziek verwerkt. In dit boek zetten zij ‘leren musiceren’ onvermijdelijk in een evolutionair perspectief. Muziek komt niet van de goden, maar zit net als taal van bij de geboorte in het brein gebakken. Het boek wil musici en pedagogen opnieuw op het spoor van de klank zetten. Het toont aan dat een creatief-auditieve omgang met de muzikale bouwstenen onmisbaar is in de groei naar muzikale expertise, artistieke integriteit en zelfredzaamheid.

Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan het Lemmensinstituut in Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst in Ekeren.
Hans Van Regenmortel is leraar viool en ensemblespel, en pedagogisch coördinator aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout.

Quick View

Klanksporen. Breinvriendelijk musiceren (De Veerman Bibliotheek, nr. 6)

 29,90
De hele geschiedenis door proberen kunstenaars, filosofen, pedagogen en wetenschappers te begrijpen hoe ons brein erin slaagt muziek te ‘denken’ en dit denken te synchroniseren met duizenden feilloos gecoördineerde spierbewegingen. Nogal wat onderzoekers zien een parallel met taal: net zoals spreken wordt musiceren ‘in realtime’ syntactisch gestuurd zonder al te veel bemoeienissen van ons bewustzijn en leren we het spelenderwijs, op het gehoor en uit het geheugen. Met een minimum aan klanken weerspiegelen we onszelf en de wereld. Worden we als componisten geboren? Tot ver in de 18de eeuw blijft expertise het product van creatieve werkvormen en getuigt de professionaliteit van de oude balans tussen improvisatie, compositie en ‘score performance’.
Pas vanaf het wijdverbreid beschikbaar worden van gedrukte muziek en het (gelijktijdig) ontstaan van de nationale conservatoria worden creatieve, reproductieve en theoretische vaardigheden geleidelijk aan structureel gescheiden. Uitvoerders, toehoorders, componisten en theoretici worden aparte categorieën. Het nagenoeg verdwijnen van muzikale creativiteit, een zwak ontwikkeld gehoor, een onbetrouwbaar geheugen, een verstoorde beleving en zelfs onwaarachtigheid vormen sindsdien de typische pathologie van generaties hooggeschoolde uitvoerende musici. Na jaren ‘teaching research’ met kinderen en volwassenen concluderen de auteurs dat de gangbare muziekagogiek niet compatibel is met de manier waarop het menselijk brein muziek verwerkt. In dit boek zetten zij ‘leren musiceren’ onvermijdelijk in een evolutionair perspectief. Muziek komt niet van de goden, maar zit net als taal van bij de geboorte in het brein gebakken. Het boek wil musici en pedagogen opnieuw op het spoor van de klank zetten. Het toont aan dat een creatief-auditieve omgang met de muzikale bouwstenen onmisbaar is in de groei naar muzikale expertise, artistieke integriteit en zelfredzaamheid.

Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan het Lemmensinstituut in Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst in Ekeren.
Hans Van Regenmortel is leraar viool en ensemblespel, en pedagogisch coördinator aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Agressie. Praktijkboek voor hulpverleners, begeleiders en leerkrachten

 27,00
Het gevoel van onveiligheid en angst neemt toe. De eis van de burger naar orde en controle klinkt almaar luider. Bepaalde delicten in incidenten krijgen in de media een hoge spektakelwaarde en spelen zo in op klachten rond agressie. Of agressie de laatste decennia wel degelijk is toegenomen, blijkt nog geen uitgemaakte zaak te zijn, ondanks een veralgemeende indruk dat dit toch het geval is. Agressie is geen eenduidig begrip. Of we bepaald gedrag als agressie ervaren, wordt medebepaald door de maatschappelijke beeldvorming rond agressie, de opvattingen die mensen daarover hebben en de inzichten van de wetenschap. Dit boek handelt hoofdzakelijk over negatieve agressie. Dit zijn alle vormen van gedrag waarmee een individu iemand anders of zichzelf benadeelt. Het boek reikt, mede aan de hand van vele casussen, inzichten en ‘oefeningen’ aan om de juiste omgang met agressief gedrag te verbeteren. De voorgestelde opdrachten kunnen individueel en in team worden gemaakt, de schema’s en samenvattingen zijn ideale middelen bij studie en vorming. Gezondheidszorg, (ortho)pedagogische zorg, onderwijs, welzijn, asielwezen, ouderenzorg en vele andere sectoren vinden in dit praktijkboek directe aanknopingspunten, relevante inzichten en informatie.

Erik Van Tilburg is stafmedewerker bij de directie van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amedeus in Mortsel en vormingsmedewerker bij de Vormingsdienst Guislain in Gent.

Quick View

Agressie. Praktijkboek voor hulpverleners, begeleiders en leerkrachten

 27,00
Het gevoel van onveiligheid en angst neemt toe. De eis van de burger naar orde en controle klinkt almaar luider. Bepaalde delicten in incidenten krijgen in de media een hoge spektakelwaarde en spelen zo in op klachten rond agressie. Of agressie de laatste decennia wel degelijk is toegenomen, blijkt nog geen uitgemaakte zaak te zijn, ondanks een veralgemeende indruk dat dit toch het geval is. Agressie is geen eenduidig begrip. Of we bepaald gedrag als agressie ervaren, wordt medebepaald door de maatschappelijke beeldvorming rond agressie, de opvattingen die mensen daarover hebben en de inzichten van de wetenschap. Dit boek handelt hoofdzakelijk over negatieve agressie. Dit zijn alle vormen van gedrag waarmee een individu iemand anders of zichzelf benadeelt. Het boek reikt, mede aan de hand van vele casussen, inzichten en ‘oefeningen’ aan om de juiste omgang met agressief gedrag te verbeteren. De voorgestelde opdrachten kunnen individueel en in team worden gemaakt, de schema’s en samenvattingen zijn ideale middelen bij studie en vorming. Gezondheidszorg, (ortho)pedagogische zorg, onderwijs, welzijn, asielwezen, ouderenzorg en vele andere sectoren vinden in dit praktijkboek directe aanknopingspunten, relevante inzichten en informatie.

Erik Van Tilburg is stafmedewerker bij de directie van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amedeus in Mortsel en vormingsmedewerker bij de Vormingsdienst Guislain in Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in BrusselHet gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel

 29,80

Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische reportages onderzoekt het boek hoe ouderen hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen en obstakels in de woning en de publieke ruimte van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken? Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.



Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker. Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven. In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw

Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in BrusselHet gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Quick View

Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel

 29,80

Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische reportages onderzoekt het boek hoe ouderen hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen en obstakels in de woning en de publieke ruimte van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken? Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.



Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker. Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven. In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)

 15,00
Voor de leraar in het beroepsonderwijs is naast branche- en beroepskennis, algemene kennis op hbo-niveau van groot belang.
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.

‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.

Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.

Quick View

Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)

 15,00
Voor de leraar in het beroepsonderwijs is naast branche- en beroepskennis, algemene kennis op hbo-niveau van groot belang.
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.

‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.

Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×