Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people
The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and
unacceptable sexual behaviour of children and young people.
“The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together
what behaviour to allow.”
“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend
to and to examine our own discourse as educators and as an organization.”
“As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable
and how to support our young people in their sexual development.”
Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with
children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different
settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un)
acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers,
management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation
with children and young people directly about which behaviour is okay and
which behaviour is not and why this is the case.
The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable.
Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour
is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously
unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags.
Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable)
sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.
Sensoa Flag System.Reacting to sexually (un)acceptable behaviour of children and young people
The Sensoa Flag System© is an evidence-based tool for identifying acceptable and
unacceptable sexual behaviour of children and young people.
“The Flag System helps to asses a situation when discussing it in team and to decide together
what behaviour to allow.”
“The Flag System helps us to create learning opportunities for the young people we attend
to and to examine our own discourse as educators and as an organization.”
“As a team the Flag System has made us pay more attention to which behaviour is acceptable
and how to support our young people in their sexual development.”
Sensoa Flag System is meant for child care workers and professionals working with
children and young people ages 0 – 18 years. It is used by professionals in different
settings (care, education, social work, sports and other fields) to discuss sexual (un)
acceptable behaviour amongst and toward children and young people with co-workers,
management, parents and other care-takers. It can also be used to have the conversation
with children and young people directly about which behaviour is okay and
which behaviour is not and why this is the case.
The Flag System uses six criteria for determining which sexual behaviour is (un)acceptable.
Based on these six criteria and using the Developmental Chart the behaviour
is assigned a flag. There are four flags ranging from behaviour that is okay to very seriously
unacceptable behaviour. An educational response is linked to each of the flags.
Drawings and case history help (professional) educators to assess and discuss (unacceptable)
sexual behaviour amongst and with respect to children and young people.
Autisme of taalontwikkelingsstoornis?
Er zit een kind… Het luistert niet, is niet geconcentreerd. Hoe komt het
dat het niet oplet? Autisme of taalontwikkelingsstoornis? Dit boek vertelt
63 verhalen van herkenning. Over thuis en vrije tijd, en over school
en werk. Over kinderen van 3 tot 23 jaar. Alle verhalen worden ondersteund
door een illustratie en gaan vergezeld van een duidelijke uitleg
met praktische tips. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, komt
met dit boek aan zijn trekken.
Dit boek is bestemd voor iedereen die op de een of andere manier te
maken heeft met autisme en/of een taalontwikkelingsstoornis. Bovendien
kan het boek als psycho-educatie gebruikt worden.
Bovendien is het uitstekend te gebruiken als leerboek bij handelingsgericht werken voor studie of werk. De 63 verhalen zijn dan te zien als zijnde 63 casussen met separaat tips en een verklaringsmodel.
Diënne Kamphuis, ambulant begeleider in het onderwijs, is specialist op het gebied van autisme en taalproblematieken. Ze is afgestudeerd aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie (beeldend kunstenaar), VLVU (leraar economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Autisme of taalontwikkelingsstoornis?
Er zit een kind… Het luistert niet, is niet geconcentreerd. Hoe komt het
dat het niet oplet? Autisme of taalontwikkelingsstoornis? Dit boek vertelt
63 verhalen van herkenning. Over thuis en vrije tijd, en over school
en werk. Over kinderen van 3 tot 23 jaar. Alle verhalen worden ondersteund
door een illustratie en gaan vergezeld van een duidelijke uitleg
met praktische tips. Wie meer wil weten over het hoe en waarom, komt
met dit boek aan zijn trekken.
Dit boek is bestemd voor iedereen die op de een of andere manier te
maken heeft met autisme en/of een taalontwikkelingsstoornis. Bovendien
kan het boek als psycho-educatie gebruikt worden.
Bovendien is het uitstekend te gebruiken als leerboek bij handelingsgericht werken voor studie of werk. De 63 verhalen zijn dan te zien als zijnde 63 casussen met separaat tips en een verklaringsmodel.
Diënne Kamphuis, ambulant begeleider in het onderwijs, is specialist op het gebied van autisme en taalproblematieken. Ze is afgestudeerd aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie (beeldend kunstenaar), VLVU (leraar economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Zelfreflectie in het hoger onderwijs
In de 21ste eeuw moeten beroepsbeoefenaars in staat zijn om hun hele leven lang
na te denken over zichzelf en kritisch en zelfsturend te zijn in hun eigen leerproces.
Door te reflecteren op het eigen leren tijdens de opleiding zouden studenten
tevens meer gemotiveerd worden voor hun eigen leerproces en persoonlijke
ontwikkeling. En door te reflecteren op de eigen persoonlijkheid en kwaliteiten
zouden studenten hun eigen motieven en ambities beter begrijpen en daardoor
betere studiekeuzes maken met minder studie-uitval als gevolg. In de praktijk
worden deze doelen echter (nog) niet behaald. Uit verschillende onderzoeken
blijkt dat studenten een hekel hebben aan reflecteren. Onderwijsactiviteiten
die geassocieerd worden met reflecteren, worden door de meeste studenten
(en docenten) niet serieus genomen, maar ervaren als een verplicht nummer.
Er lijkt sprake van ‘reflectiemoeheid’ en van tegenvallende opbrengsten. Veel
docenten worstelen met de vraag wanneer er sprake is van kwalitatief goede
reflectie en wat de kwaliteit van reflectie bepaalt. Wanneer kan men zeggen
dat een student beter heeft gereflecteerd dan een ander? Studenten, op hun
beurt, weten niet goed wat reflecteren precies inhoudt, terwijl hun docenten er
als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze al kunnen reflecteren of het wel zullen
leren door het gewoon (zelfstandig) te doen.
In dit boek behandelen de auteurs, allen docenten en/of onderzoekers,
de weerbarstige problematiek van (zelf)reflectie in het onderwijs. Er zijn
theoretische hoofdstukken rond de vraag ‘Wat is reflectie?’, hoofdstukken
waarin
verslag wordt gedaan van onderzoek naar reflectie en hoofdstukken
waarin creatieve alternatieven worden aangedragen voor de gangbare
reflectiepraktijken. Ten slotte zijn er hoofdstukken waarin wordt gereflecteerd
over reflectie. Kunnen docenten het? Is reflectie gevaarlijk? En zijn de nog
onvolgroeide hersenen van studenten in staat tot reflectie?
Frans Meijers was lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse
Hogeschool. Hij is directeur van Meijers Onderzoek & Advies, symposium coeditor
van de British Journal of Guidance and Counselling en voorzitter van de
Dialogical Self Academy. Hij is gespecialiseerd in onderzoek, ontwikkeling en
training op het gebied van loopbaanleren en identiteitsontwikkeling.
Kariene Mittendorff is associate lector Studieloopbaanbegeleiding bij
hogeschool Saxion. Ze is gepromoveerd op de kwaliteit van loopbaanbegeleiding
en in het bijzonder loopbaangesprekken. Ze is projectleider van verschillende
onderzoeken op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, studiesucces, de
studiekeuzecheck en de kwaliteit van reflectie.
Zelfreflectie in het hoger onderwijs
In de 21ste eeuw moeten beroepsbeoefenaars in staat zijn om hun hele leven lang
na te denken over zichzelf en kritisch en zelfsturend te zijn in hun eigen leerproces.
Door te reflecteren op het eigen leren tijdens de opleiding zouden studenten
tevens meer gemotiveerd worden voor hun eigen leerproces en persoonlijke
ontwikkeling. En door te reflecteren op de eigen persoonlijkheid en kwaliteiten
zouden studenten hun eigen motieven en ambities beter begrijpen en daardoor
betere studiekeuzes maken met minder studie-uitval als gevolg. In de praktijk
worden deze doelen echter (nog) niet behaald. Uit verschillende onderzoeken
blijkt dat studenten een hekel hebben aan reflecteren. Onderwijsactiviteiten
die geassocieerd worden met reflecteren, worden door de meeste studenten
(en docenten) niet serieus genomen, maar ervaren als een verplicht nummer.
Er lijkt sprake van ‘reflectiemoeheid’ en van tegenvallende opbrengsten. Veel
docenten worstelen met de vraag wanneer er sprake is van kwalitatief goede
reflectie en wat de kwaliteit van reflectie bepaalt. Wanneer kan men zeggen
dat een student beter heeft gereflecteerd dan een ander? Studenten, op hun
beurt, weten niet goed wat reflecteren precies inhoudt, terwijl hun docenten er
als vanzelfsprekend vanuit gaan dat ze al kunnen reflecteren of het wel zullen
leren door het gewoon (zelfstandig) te doen.
In dit boek behandelen de auteurs, allen docenten en/of onderzoekers,
de weerbarstige problematiek van (zelf)reflectie in het onderwijs. Er zijn
theoretische hoofdstukken rond de vraag ‘Wat is reflectie?’, hoofdstukken
waarin
verslag wordt gedaan van onderzoek naar reflectie en hoofdstukken
waarin creatieve alternatieven worden aangedragen voor de gangbare
reflectiepraktijken. Ten slotte zijn er hoofdstukken waarin wordt gereflecteerd
over reflectie. Kunnen docenten het? Is reflectie gevaarlijk? En zijn de nog
onvolgroeide hersenen van studenten in staat tot reflectie?
Frans Meijers was lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse
Hogeschool. Hij is directeur van Meijers Onderzoek & Advies, symposium coeditor
van de British Journal of Guidance and Counselling en voorzitter van de
Dialogical Self Academy. Hij is gespecialiseerd in onderzoek, ontwikkeling en
training op het gebied van loopbaanleren en identiteitsontwikkeling.
Kariene Mittendorff is associate lector Studieloopbaanbegeleiding bij
hogeschool Saxion. Ze is gepromoveerd op de kwaliteit van loopbaanbegeleiding
en in het bijzonder loopbaangesprekken. Ze is projectleider van verschillende
onderzoeken op het gebied van studieloopbaanbegeleiding, studiesucces, de
studiekeuzecheck en de kwaliteit van reflectie.
Klanksporen. Breinvriendelijk musiceren (De Veerman Bibliotheek, nr. 6)
Pas vanaf het wijdverbreid beschikbaar worden van gedrukte muziek en het (gelijktijdig) ontstaan van de nationale conservatoria worden creatieve, reproductieve en theoretische vaardigheden geleidelijk aan structureel gescheiden. Uitvoerders, toehoorders, componisten en theoretici worden aparte categorieën. Het nagenoeg verdwijnen van muzikale creativiteit, een zwak ontwikkeld gehoor, een onbetrouwbaar geheugen, een verstoorde beleving en zelfs onwaarachtigheid vormen sindsdien de typische pathologie van generaties hooggeschoolde uitvoerende musici. Na jaren ‘teaching research’ met kinderen en volwassenen concluderen de auteurs dat de gangbare muziekagogiek niet compatibel is met de manier waarop het menselijk brein muziek verwerkt. In dit boek zetten zij ‘leren musiceren’ onvermijdelijk in een evolutionair perspectief. Muziek komt niet van de goden, maar zit net als taal van bij de geboorte in het brein gebakken. Het boek wil musici en pedagogen opnieuw op het spoor van de klank zetten. Het toont aan dat een creatief-auditieve omgang met de muzikale bouwstenen onmisbaar is in de groei naar muzikale expertise, artistieke integriteit en zelfredzaamheid.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan het Lemmensinstituut in Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst in Ekeren.
Hans Van Regenmortel is leraar viool en ensemblespel, en pedagogisch coördinator aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout.
Klanksporen. Breinvriendelijk musiceren (De Veerman Bibliotheek, nr. 6)
Pas vanaf het wijdverbreid beschikbaar worden van gedrukte muziek en het (gelijktijdig) ontstaan van de nationale conservatoria worden creatieve, reproductieve en theoretische vaardigheden geleidelijk aan structureel gescheiden. Uitvoerders, toehoorders, componisten en theoretici worden aparte categorieën. Het nagenoeg verdwijnen van muzikale creativiteit, een zwak ontwikkeld gehoor, een onbetrouwbaar geheugen, een verstoorde beleving en zelfs onwaarachtigheid vormen sindsdien de typische pathologie van generaties hooggeschoolde uitvoerende musici. Na jaren ‘teaching research’ met kinderen en volwassenen concluderen de auteurs dat de gangbare muziekagogiek niet compatibel is met de manier waarop het menselijk brein muziek verwerkt. In dit boek zetten zij ‘leren musiceren’ onvermijdelijk in een evolutionair perspectief. Muziek komt niet van de goden, maar zit net als taal van bij de geboorte in het brein gebakken. Het boek wil musici en pedagogen opnieuw op het spoor van de klank zetten. Het toont aan dat een creatief-auditieve omgang met de muzikale bouwstenen onmisbaar is in de groei naar muzikale expertise, artistieke integriteit en zelfredzaamheid.
Lieven Strobbe is leraar orgel en creatief klavier aan het Lemmensinstituut in Leuven en de Stedelijke Academie voor Muziek en Woordkunst in Ekeren.
Hans Van Regenmortel is leraar viool en ensemblespel, en pedagogisch coördinator aan de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans in Turnhout.
Agressie. Praktijkboek voor hulpverleners, begeleiders en leerkrachten
Erik Van Tilburg is stafmedewerker bij de directie van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amedeus in Mortsel en vormingsmedewerker bij de Vormingsdienst Guislain in Gent.
Agressie. Praktijkboek voor hulpverleners, begeleiders en leerkrachten
Erik Van Tilburg is stafmedewerker bij de directie van het Psychiatrisch Centrum Sint-Amedeus in Mortsel en vormingsmedewerker bij de Vormingsdienst Guislain in Gent.
Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische
studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende
ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische
reportages onderzoekt het boek hoe ouderen
hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en
daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen
en obstakels in de woning en de publieke ruimte
van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen
om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken?
Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun
woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete
praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving
inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen
doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke
obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en
hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van
instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek
heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke
leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse
woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door
met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.
Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker.
Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven.
In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van
visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en
begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden
aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt
zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen
etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie
van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw
Het gemankeerde (t)huis. Een visuele antropologie over de woonpraktijken van ouderen in Brussel
Het gemankeerde (t)huis is een visueel antropologische
studie van de woonpraktijken van zelfstandig wonende
ouderen in Brussel. Aan de hand van interviews en fotografische
reportages onderzoekt het boek hoe ouderen
hun alledaagse leefwereld structureren en vormgeven, en
daarmee inspelen op lichamelijke en geestelijke beperkingen
en obstakels in de woning en de publieke ruimte
van de stad. Welke coping-strategieën hanteren ouderen
om hun woonomgeving leefbaar en werkzaam te maken?
Welke betekenissen kennen oudere mensen toe aan hun
woning en woonomgeving?
Het boek gaat over concrete
praktijken van toe-eigening waarmee ouderen hun woonomgeving
inrichten en tot thuis maken. Hoe zij hun boodschappen
doen, waar en hoe zij eten, hoe zij met fysieke
obstakels omgaan, hoe zij sociale netwerken vormen en
hoe hun alledaagse leefwereld zich verhoudt tot die van
instituties en professionele hulpverleners.
Dit beeldboek
heeft als intentie een fijnmaziger inzicht in de zintuiglijke
leefwereld van ouderen te verwerven door de alledaagse
woonomgeving vanuit hun perspectief te bekijken, door
met hen om de tafel te zitten en op pad te gaan.
Isabelle Makay is visueel antropoloog en documentairemaker.
Ze geeft les aan de design Academy Eindhoven.
In haar werk onderzoekt ze hoe we door het gebruik van
visuele methodes, zintuiglijke kennis kunnen creëren en
begrijpen.
Leeke Reinders is als cultureel antropoloog verbonden
aan de Faculteit Bouwkunde van de TU in Delft. Hij richt
zich op het leggen van creatieve verbindingen tussen
etnografisch stadsonderzoek en de praktijk en theorie
van (interieur) architectuur, stedelijk ontwerp en stedenbouw
Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.
‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.
Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.
Leren in het beroepsonderwijs (Reeks Fontys Educatief, nr. 11)
De grote uitdaging voor het (voorbereidend) beroepsonderwijs is echter om de leerling de kans te geven te ontdekken wat het best bij hem of haar past. Dat vormt de drijfveer voor de motivatie voor welk beroep men zich kan en wil voorbereiden. De ‘nieuwe leerling’ vraagt om een praktijkgerichte en competentiegerichte opleiding. Een aansprekende opleiding waarin samenhangende en toepasbare kennis betekenis krijgt in de praktijk.
Leraren zullen meer moeten samenwerken met collega’s op de school en met de mensen uit de bedrijven om het onderwijs die gewenste samenhang in kennis en vaardigheden te geven.
Dit boek benadrukt naast alle aandacht die er is voor het ‘wat’ dat geleerd moet worden, vooral het ‘hoe’ van het leren in het beroepsonderwijs. De auteurs tonen een open oor en oog voor het leerproces en de motivatie hiervoor in het kader van de beroepsvoorbereiding.
Samenwerkend leren, zelfstandig leren, loopbaanleren en professioneel leren vormen de voorwaarden voor succesvol leren in het beroepsonderwijs. Ook ICT als hulpmiddel hoort bij dit onderwijsaanbod. Voortijdig School Verlaten (VSV) moet hiermee worden teruggedrongen. Dat onderwerp wordt in het laatste hoofdstuk nog even ‘recht in de ogen gekeken’.
‘Leren in het Beroepsonderwijs’ is de vijfde uitgave over het voorbereidend, middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Een boek dat wordt samengesteld ter gelegenheid van de jaarlijkse Ontbijtconferentie van het Fontys Centrum Beroepsonderwijs.
Het Fontys Centrum Beroepsonderwijs bundelt binnen Fontys Hogescholen alle aanwezige expertise en ervaring rond (voorbereidend) beroepsonderwijs en hoger beroepsonderwijs samen. Zodoende kan het zowel als loket voor scholen, instellingen en bedrijfsleven fungeren om hun vragen te beantwoorden, maar ook als platform voor samenwerking tussen Fontys instellingen en het beroepsonderwijs, waarbij een integrale aanpak van Onderzoek, Ontwikkeling, Opleiding en Ondersteuning centraal staat.
