Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht

 95,00
In ons recht draagt in beginsel ieder zijn eigen schade. Voor het ‘verplaatsen’ van schade, bijvoorbeeld naar de veroorzaker ervan (onder het motto ‘de veroorzaker betaalt’), dient een bijzondere reden te zijn. Deze kan zijn gelegen in de idee dat de persoon die verwijtbaar schade veroorzaakt, die schade dient te vergoeden. Dit houdt dus een reactie van de rechtsorde in op rechtens verwijtbaar gedrag.

De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs is deze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-recht voor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in 2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat worden verplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.

Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht te schenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publieke entiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft de wetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.

In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar de andere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of het EVRM.

Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig recht op de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit het positieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.

Christien de Kruif (1975) is als universitair docent staats- en bestuursrecht en als opleidingsdirecteur van de Honours Academy verbonden aan de Universiteit Leiden.

Dit is een boek in de Meijers-reeks.

De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Multilevel Jurisdiction.

Quick View

Onderlinge overheidsaansprakelijkheid voor schendingen van Europees recht

 95,00
In ons recht draagt in beginsel ieder zijn eigen schade. Voor het ‘verplaatsen’ van schade, bijvoorbeeld naar de veroorzaker ervan (onder het motto ‘de veroorzaker betaalt’), dient een bijzondere reden te zijn. Deze kan zijn gelegen in de idee dat de persoon die verwijtbaar schade veroorzaakt, die schade dient te vergoeden. Dit houdt dus een reactie van de rechtsorde in op rechtens verwijtbaar gedrag.

De keuze om schade te verplaatsen, is altijd een (rechts)politieke. Onlangs is deze keuze gemaakt voor het verplaatsen van schade die op grond van EU-recht voor rekening komt van de Nederlandse Staat. Met de inwerkingtreding van de Wet Naleving Europese regelgeving publieke entiteiten (Wet NErpe) in 2012 kan deze schade door middel van een verhaalsrecht van de Staat worden verplaatst naar de veroorzakers ervan, zogenoemde publieke entiteiten. Dit zijn bijvoorbeeld medeoverheden, aanbestedingsplichtige entiteiten en concessiehouders.

Ook de omgekeerde situatie doet zich voor. Door EU-recht te schenden kan de Staat schade veroorzaken die voor rekening komt van publieke entiteiten zoals medeoverheden. Voor het verplaatsen van die schade heeft de wetgever niet voorzien in een bijzonder verhaalsrecht.

In dit onderzoek staat centraal het verplaatsen van de ene overheid naar de andere van schade die is terug te voeren op een schending van EU-recht of het EVRM.

Onderzocht is of, en zo ja hoe de ene overheid zich naar huidig recht op de andere zou (moeten) kunnen verhalen en welke voorwaarden vanuit het positieve recht aan een dergelijk verhaalsrecht zouden moeten worden gesteld.

Christien de Kruif (1975) is als universitair docent staats- en bestuursrecht en als opleidingsdirecteur van de Honours Academy verbonden aan de Universiteit Leiden.

Dit is een boek in de Meijers-reeks.

De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Multilevel Jurisdiction.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)

 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrij beroeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting, en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?

Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomende kostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan. Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met de nodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen, instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak over concrete toepassingsgevallen aangehaald.

Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragen aan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kan je de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? De meest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen: afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve van klanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.

Wim Van Kerchove is Eerstaanwezend Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën. Stefan Ruysschaert is eveneens Eerstaanwezend Inspecteur en tevens docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw onderwijst. Beiden geven regelmatig fiscale opleidingen en zijn auteur van gespecialiseerde fiscale literatuur.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Placeholder Image
Quick View

Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 12)

 42,00
Welke beroepskosten kan een vennootschap, zelfstandig ondernemer of vrij beroeper aftrekken? Hoe is dit geregeld in de personen- of vennootschapsbelasting, en wanneer kan je ook btw op de kosten terugvorderen?

Dit boek geeft een praktisch en uitgebreid overzicht van de meest voorkomende kostenposten en de mogelijkheden tot inbreng en terugvordering ervan. Het uitgangspunt daarbij zijn de wettelijke bepalingen, aangevuld met de nodige verfijningen en verduidelijkingen uit circulaires, parlementaire vragen, instructies en aanschrijvingen. Ook wordt heel wat recente rechtspraak over concrete toepassingsgevallen aangehaald.

Wat de terugvordering van btw betreft, komen onder meer volgende vragen aan bod: wie kan btw terugvorderen? In welke mate? Tot wanneer? Hoe kan je de btw-aftrek uitoefenen? Welke kosten geven geen recht op aftrek? De meest courante beroepskosten worden vervolgens behandeld in grote groepen: afschrijvingen, wagens, onroerend goed, kosten gemaakt ten behoeve van klanten, kosten gemaakt ten behoeve van personeel, leningen en fiches.

Wim Van Kerchove is Eerstaanwezend Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën. Stefan Ruysschaert is eveneens Eerstaanwezend Inspecteur en tevens docent aan de Hogeschool Gent waar hij de grondige studie btw onderwijst. Beiden geven regelmatig fiscale opleidingen en zijn auteur van gespecialiseerde fiscale literatuur.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen