Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding

 38,00

‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.

Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.



Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.

Quick View

Religie als sociale constructie. Een menswetenschappelijke rondleiding

 38,00

‘De religie’ geeft aanleiding tot vele, vaak heftige debatten in academische en minder academische kringen. Bij nader toezien gaan die debatten meestal over de sociale constructie die de religieuze beleving bevordert of verzwakt en niet over de kern van de religie, de religieuze beleving. Ze gaan over de omstandigheden die de participatie aan de religieuze gemeenschap en cultuur ondersteunen of hinderen, die haar geloofwaardigheid ondermijnen of bevestigen. Dit werk wil een aantal van die debatten verhelderen met behulp van een sociologische zienswijze en de beschikbare empirische gegevens.

Daarmee is alvast één thema aangestipt dat herhaaldelijk zal weerkeren: het onderscheid tussen de theologische (en de filosofische) zienswijze en de sociologische (en de menswetenschappelijke). De stelling van de auteur luidt dat in debatten over religie de theologisch/filosofische zienswijze, zij het vaak in haar gevulgariseerde vorm, te veel aan bod komt en de sociologische te weinig. Dit geldt, paradoxaal genoeg, zowel voor de vrienden als voor de vijanden van de religie. Dat is begrijpelijk omdat levensbeschouwelijke debatten nu eenmaal ‘heet’ zijn en meer aantrekkingskracht hebben dan menswetenschappelijke debatten die veeleer ‘koel’ zijn.



Guido Dierickx is emeritus-hoogleraar sociologie. Hij studeerde filosofie en theologie en doctoreerde daarna in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Hij specialiseerde zich in de politicologie aan de universiteiten van North Carolina en Michigan. Aan de Universiteit Antwerpen doceerde hij politicologie en sociologie, en ook het vak godsdienstsociologie, waarop hij zich de laatste jaren in het bijzonder toelegde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taalInternet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal

 21,60

Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.

Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.


Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke

Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.

Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taalInternet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal
Quick View

Internet als methodiek in de jeugdzorg. Een extra taal

 21,60

Wie met jongeren werkt, heeft uiteraard hun digitale revolutie opgemerkt. Dagelijks online zijn is een must geworden in de huidige jongerencultuur. Ook in de hulpverlening voeren de jongeren de druk op om meer online te zijn, vragen ze om meer en betere computers en vertonen ze allerhande gedrag op de verschillende social networksites. De hulpverlening weet soms niet goed hoe hiermee om te gaan, laat staan dat er bij hulpverleners nog meer vragen bestaan over het inzetten van het internet als instrument binnen de hulpverlening.

Deze uitgave reikt handvatten aan om social media ook te gebruiken om jongeren te begeleiden. Stap voor stap wordt uitgelegd hoe hulpverleners binnen de eigen organisatie op een veilige manier op het digitale spoor kunnen geraken en hoe ze effectief de social media kunnen gebruiken om met jongeren te werken. Een aantal kant-en-klare methoden worden uitgelegd en geïllustreerd om aan de slag te gaan met jongeren in de hulpverlening. Deze methoden zijn ontwikkeld en uitgeprobeerd in verschillende organisaties binnen de jeugdzorg.


Hoofdstuk 1-3: Jo Van Hecke & Davy Nijs
Hoofdstuk 4: Jo Van Hecke & Jan Dekelver
Hoofdstuk 5: Jo Van Hecke

Jo Van Hecke, gezinsbegeleider, is verbonden aan Tonuso, een organisatie die focust op communicatie en veerkracht bij jongeren, gevestigd in Brussel.
Davy Nijs, orthopedagoog, is docent-onderzoeker aan de KHLim – Katholieke Hogeschool Limburg in Hasselt.
Jo Van Hecke en Davy Nijs zijn ook de initiatiefnemers van e-hulp Vlaanderen.
Jan Dekelver is onderzoekscoördinator Mens en Maatschappij aan de KHK – Katholieke Hogeschool Kempen in Geel en onderzoeker aan de KU Leuven, Departement Elektrotechniek – ESAT.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inequalities in Health Care for Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 2)

 38,00
Migrants and ethnic minorities form a growing part of the population of Europe. They often have higher than average exposure to health risks, while facing barriers to accessing appropriate health care. International bodies have called for policy measures to tackle these inequities.

COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.

This second volume is concerned with the changes that are needed to improve the matching of health services to the needs of these groups. Its chapters analyse work on ‘cultural competence’ in the USA and Europe, as well as the use of interpreters and cultural mediators to overcome linguistic and cultural barriers. Other topics covered include user involvement, services for unaccompanied minors and Roma communities, the relation between NGO’s and mainstream services and the incorporation of non-Western approaches in Western health care. The final section of the book examines the health aspects of irregular migration in the Mediterranean region, viewed in the context of the complex political, legal and human rights issues that this phenomenon raises.

Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 1

about the authors and editors

Quick View

Inequalities in Health Care for Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 2)

 38,00
Migrants and ethnic minorities form a growing part of the population of Europe. They often have higher than average exposure to health risks, while facing barriers to accessing appropriate health care. International bodies have called for policy measures to tackle these inequities.

COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.

This second volume is concerned with the changes that are needed to improve the matching of health services to the needs of these groups. Its chapters analyse work on ‘cultural competence’ in the USA and Europe, as well as the use of interpreters and cultural mediators to overcome linguistic and cultural barriers. Other topics covered include user involvement, services for unaccompanied minors and Roma communities, the relation between NGO’s and mainstream services and the incorporation of non-Western approaches in Western health care. The final section of the book examines the health aspects of irregular migration in the Mediterranean region, viewed in the context of the complex political, legal and human rights issues that this phenomenon raises.

Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 1

about the authors and editors

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Universal Psychosocial Indicator for Five-Year-Old Boys and Girls (UPSI-5) Handbook and User Manual

 13,00
Indicators used in the international development debate on children''s wellbeing typically use ''rough-and-ready'' measurements such as Infant Mortality Rate (IMR) and Under-Five Mortality rate (U5MR) for their physical health, and notions such as ''Height-for-Age'' and ''Weight-for-Height'' for their nutritional status. Indicators that give an impression of the psychosocial wellbeing of young boys and girls are usually lacking. Sometimes, data about school attendance or drop out are presented to this end. But they tell more about the quality of the educational system in a particular location than about the children. The result is that policies and programmes give only piecemeal attention to the psychosocial comfort and security of children, if at all.

The UPSI-5 provides an urgently needed counterpart to the strictly physical indicators and mortality indicators commonly used to measure young children''s wellbeing and survival. It is an easy to use global screening device that can assess the psychosocial wellbeing of large populations of 5-year-children. ICDI designed it to serve three main purposes:
  • To get a more holistic insight into the well-being of young girls and boys in any given population;
  • To track changes over time, and to make comparisons between child populations;
  • To give more prominence to the psychosocial needs and requirements of young children in policy making and programming.


  • UPSI-5 is primarily meant for governmental, non-governmental and UN agencies concerned about the well-being and development of young children, who work with large numbers of them and would benefit from obtaining overall impressions about their psychosocial status. The UPSI-5 is not an instrument to be used for individual diagnostic purposes. It should, therefore, only be interpreted as a first indication that further professional attention may need to be sought.

    This book consists of two parts. Part One makes a plea to take more seriously children''s mental and emotional status, and the ways in which they relate to other children, their families, caregivers, communities and their broader environment. It also presents the rationale for introducing the UPSI-5 in programmes and policies benefiting children. Part Two explains in detail how to make best use of the UPSI-5.

    Quick View

    Universal Psychosocial Indicator for Five-Year-Old Boys and Girls (UPSI-5) Handbook and User Manual

     13,00
    Indicators used in the international development debate on children''s wellbeing typically use ''rough-and-ready'' measurements such as Infant Mortality Rate (IMR) and Under-Five Mortality rate (U5MR) for their physical health, and notions such as ''Height-for-Age'' and ''Weight-for-Height'' for their nutritional status. Indicators that give an impression of the psychosocial wellbeing of young boys and girls are usually lacking. Sometimes, data about school attendance or drop out are presented to this end. But they tell more about the quality of the educational system in a particular location than about the children. The result is that policies and programmes give only piecemeal attention to the psychosocial comfort and security of children, if at all.

    The UPSI-5 provides an urgently needed counterpart to the strictly physical indicators and mortality indicators commonly used to measure young children''s wellbeing and survival. It is an easy to use global screening device that can assess the psychosocial wellbeing of large populations of 5-year-children. ICDI designed it to serve three main purposes:
  • To get a more holistic insight into the well-being of young girls and boys in any given population;
  • To track changes over time, and to make comparisons between child populations;
  • To give more prominence to the psychosocial needs and requirements of young children in policy making and programming.


  • UPSI-5 is primarily meant for governmental, non-governmental and UN agencies concerned about the well-being and development of young children, who work with large numbers of them and would benefit from obtaining overall impressions about their psychosocial status. The UPSI-5 is not an instrument to be used for individual diagnostic purposes. It should, therefore, only be interpreted as a first indication that further professional attention may need to be sought.

    This book consists of two parts. Part One makes a plea to take more seriously children''s mental and emotional status, and the ways in which they relate to other children, their families, caregivers, communities and their broader environment. It also presents the rationale for introducing the UPSI-5 in programmes and policies benefiting children. Part Two explains in detail how to make best use of the UPSI-5.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    International perspectives on countering school segregation

     32,00
    School segregation is perceived as an unyielding problem worldwide, which is manifest along both ethnic and socio-economic lines. With this edited volume we aim to share information about school segregation and policies focused on countering school segregation from an international perspective. Many countries develop policies to prevent and counter school segregation in order to provide equal opportunities for all children and to contribute to citizenship in multicultural societies. The aim of the book is to present the state of the art regarding research on socio-ethnic school segregation across the us and a number of European countries, and to share ´good practices´.

    This book is the initiative of the Dutch National Knowledge Centre for Mixed Schools which aims at promoting the dissemination of knowledge and good practices regarding desegregation and integration in education. Together with researchers from Radboud University Nijmegen, The Netherlands, the Centre invited international experts to present research information about the effects of national programmes or policies and local initiatives that have been implemented in various countries. The authors analyze interventions in their national contexts and identify factors facilitating success. The book offers an overview of almost 20 countries and regions and an excellent state of the art in this emerging field of research.

    This book is an initiative of the Dutch National Knowledge Centre for Mixed Schools. The editors and contributors are experts in the field of educational research and policies related to school segregation, educational inequality, and social integration.

    Quick View

    International perspectives on countering school segregation

     32,00
    School segregation is perceived as an unyielding problem worldwide, which is manifest along both ethnic and socio-economic lines. With this edited volume we aim to share information about school segregation and policies focused on countering school segregation from an international perspective. Many countries develop policies to prevent and counter school segregation in order to provide equal opportunities for all children and to contribute to citizenship in multicultural societies. The aim of the book is to present the state of the art regarding research on socio-ethnic school segregation across the us and a number of European countries, and to share ´good practices´.

    This book is the initiative of the Dutch National Knowledge Centre for Mixed Schools which aims at promoting the dissemination of knowledge and good practices regarding desegregation and integration in education. Together with researchers from Radboud University Nijmegen, The Netherlands, the Centre invited international experts to present research information about the effects of national programmes or policies and local initiatives that have been implemented in various countries. The authors analyze interventions in their national contexts and identify factors facilitating success. The book offers an overview of almost 20 countries and regions and an excellent state of the art in this emerging field of research.

    This book is an initiative of the Dutch National Knowledge Centre for Mixed Schools. The editors and contributors are experts in the field of educational research and policies related to school segregation, educational inequality, and social integration.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De stille kracht van leiderschap. Een Indisch perspectief

     35,00

    Tweedegeneratie-Indo’s en een Peranakan-Chinese vrouw doen verslag van hun onderzoek naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. De auteurs zijn werkzaam in de sociaal-agogische sector en zij hebben dit onderzoek uitgevoerd op basis van eigen ervaringen, literatuuronderzoek en interviews met bekende Indische leiders in Nederland.

    In hun zoektocht naar de Indische aspecten in leiderschap viel het op dat de “Indische” manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Dus meer “stilletjes”, niet direct zichtbaar, maar wel met een merkbaar effect. Vandaar dat de groep uitkwam op de Stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief waarbij ze leiderschap breed opvat als “de regie kunnen en durven nemen in situaties, zowel privé als in het werk”.

    Ook andere tweede- en derdegeneratie-migrantengroepen kunnen zich hierin herkennen. Zij kunnen zich aangesproken voelen door de stille kracht in leiderschap.

    Het boek is onder meer geschreven voor de managers van vandaag, die iedere dag voor de uitdaging staan om hun organisaties optimaal af te stemmen op de diversiteit van medewerkers en klanten en die behoefte hebben aan vernieuwende, inspirerende concepten en methoden voor leiderschap. Stille kracht in leiderschap kan mogelijk model staan voor een nieuwe, algemene vorm van leiderschap die beter aansluit bij deze tijd van globalisering, internationalisering en multiculturalisering en waarin het de kunst wordt om effectief de overeenkomsten en verschillen tussen mensen te managen. De auteurs hebben samen het boek geschreven op basis van een innerlijke zoektocht gedurende vier jaar waarin zij gemeenschappelijke vragen, thema’s en ervaringen bespraken en nieuwe inzichten formuleerden over leiderschap.

    Hun Indisch perspectief en wellicht specifieke kracht stonden daarbij centraal, evenals hun wens om via dit boek een bijdrage te leveren aan de debatten over integratie en nieuwe vormen van leiderschap.

    Met voorwoord van Frits Spangenberg, oprichter van Motivaction.



    Monica Aartsma is docent en coach bij de opleidingen Social Work en Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden. Edwin Hoffman is onderzoeker, trainer en adviseur interculturele communicatie en diversiteit bij Fontys Hogeschool. Wouter Reynaert is lector Career Development bij de Fontys Hogeschool. Wouter van Eekhout werkt als supervisor en docent Social Work bij Hogeschool Inholland. Margie Kessler is docent en supervisor bij de opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening bij de Hogeschool Amsterdam. Floor Oliveiro is supervisor, reclasseringswerker, mentor en trainer bij de Reclassering Nederland. Twie Tjoa heeft als organisatiesocioloog gewerkt bij de overheid in Suriname en is nu als adviseur en supervisor betrokken bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteitsvraagstukken. Patricia Simon is gezondheidszorgpsycholoog en supervisor.

    Quick View

    De stille kracht van leiderschap. Een Indisch perspectief

     35,00

    Tweedegeneratie-Indo’s en een Peranakan-Chinese vrouw doen verslag van hun onderzoek naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. De auteurs zijn werkzaam in de sociaal-agogische sector en zij hebben dit onderzoek uitgevoerd op basis van eigen ervaringen, literatuuronderzoek en interviews met bekende Indische leiders in Nederland.

    In hun zoektocht naar de Indische aspecten in leiderschap viel het op dat de “Indische” manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Dus meer “stilletjes”, niet direct zichtbaar, maar wel met een merkbaar effect. Vandaar dat de groep uitkwam op de Stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief waarbij ze leiderschap breed opvat als “de regie kunnen en durven nemen in situaties, zowel privé als in het werk”.

    Ook andere tweede- en derdegeneratie-migrantengroepen kunnen zich hierin herkennen. Zij kunnen zich aangesproken voelen door de stille kracht in leiderschap.

    Het boek is onder meer geschreven voor de managers van vandaag, die iedere dag voor de uitdaging staan om hun organisaties optimaal af te stemmen op de diversiteit van medewerkers en klanten en die behoefte hebben aan vernieuwende, inspirerende concepten en methoden voor leiderschap. Stille kracht in leiderschap kan mogelijk model staan voor een nieuwe, algemene vorm van leiderschap die beter aansluit bij deze tijd van globalisering, internationalisering en multiculturalisering en waarin het de kunst wordt om effectief de overeenkomsten en verschillen tussen mensen te managen. De auteurs hebben samen het boek geschreven op basis van een innerlijke zoektocht gedurende vier jaar waarin zij gemeenschappelijke vragen, thema’s en ervaringen bespraken en nieuwe inzichten formuleerden over leiderschap.

    Hun Indisch perspectief en wellicht specifieke kracht stonden daarbij centraal, evenals hun wens om via dit boek een bijdrage te leveren aan de debatten over integratie en nieuwe vormen van leiderschap.

    Met voorwoord van Frits Spangenberg, oprichter van Motivaction.



    Monica Aartsma is docent en coach bij de opleidingen Social Work en Toegepaste Psychologie van de Hogeschool Leiden. Edwin Hoffman is onderzoeker, trainer en adviseur interculturele communicatie en diversiteit bij Fontys Hogeschool. Wouter Reynaert is lector Career Development bij de Fontys Hogeschool. Wouter van Eekhout werkt als supervisor en docent Social Work bij Hogeschool Inholland. Margie Kessler is docent en supervisor bij de opleiding Sociaal-Juridische Dienstverlening bij de Hogeschool Amsterdam. Floor Oliveiro is supervisor, reclasseringswerker, mentor en trainer bij de Reclassering Nederland. Twie Tjoa heeft als organisatiesocioloog gewerkt bij de overheid in Suriname en is nu als adviseur en supervisor betrokken bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteitsvraagstukken. Patricia Simon is gezondheidszorgpsycholoog en supervisor.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×