Zwerfjongeren begeleiden. Versterken van hun sociale netwerken
€ 15,40
Zwerfjongeren hebben twee kenmerken met elkaar gemeen: ze hebben geen
vaste plek om te wonen en een stabiel sociaal netwerk ontbreekt. Het contact
met familie is meestal beschadigd of verbroken, relaties met vrienden zijn verwaterd
en ontmoetingen met lotgenoten op tijdelijke logeeradressen en op
straat zijn vaak vluchtig. Wanneer ze zich melden bij de crisisopvang of een
ambulant team, proberen begeleiders eerst de praktische zaken te regelen zoals
onderdak en inkomen. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of verslaving,
verwijzen ze de betrokkene ook door naar psychiatrische of professionele
begeleiding.
Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.
Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.
Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.
Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.
Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.
Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.
Zwerfjongeren begeleiden. Versterken van hun sociale netwerken
€ 15,40
Zwerfjongeren hebben twee kenmerken met elkaar gemeen: ze hebben geen
vaste plek om te wonen en een stabiel sociaal netwerk ontbreekt. Het contact
met familie is meestal beschadigd of verbroken, relaties met vrienden zijn verwaterd
en ontmoetingen met lotgenoten op tijdelijke logeeradressen en op
straat zijn vaak vluchtig. Wanneer ze zich melden bij de crisisopvang of een
ambulant team, proberen begeleiders eerst de praktische zaken te regelen zoals
onderdak en inkomen. Wanneer er sprake is van gedragsproblemen of verslaving,
verwijzen ze de betrokkene ook door naar psychiatrische of professionele
begeleiding.
Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.
Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.
Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.
Aandacht voor het sociale netwerk schiet er in de drukte van het regelen en begeleiden nogal eens bij in en wordt vaak voor het nazorgtraject bewaard. Ambulante begeleiders vinden het lastig om jongeren die hun sociale relaties verbruikt hebben of het huis zijn uitgezet, te motiveren tot herstel van oude en het aangaan van nieuwe contacten. Toch is een stabiel netwerk dat een vangnet biedt na een begeleidingstraject, onmisbaar om een zwervend bestaan definitief de rug toe te keren.
Hoe doe je dat, zwerfjongeren helpen een netwerk op te bouwen? Deze vraag staat centraal in dit boek, dat is voortgekomen uit gesprekken in het werkveld en is uitgewerkt met twee instellingen die begeleiding bieden aan zwerfjongeren. Het boek concentreert zich op het uitproberen en evalueren van instrumenten die kunnen helpen om het netwerk samen met jongeren in kaart te brengen, oude contacten te herstellen en nieuwe relaties aan te gaan. Relaties die in de toekomst sociale, emotionele en praktische steun kunnen geven.
Pauline Naber, Ido Sap en Marjolein Bijvoets zijn verbonden aan het Lectoraat Leefwerelden van Jeugd & School of Social Work van de Hogeschool inholland.
Health Inequalities and Risk Factors among Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 1)
€ 37,90
Migrants and ethnic minorities form a growing part of the population
of Europe. They often have higher than average exposure to health risks,
while facing barriers to accessing appropriate health care. International
bodies have called for policy measures to tackle these inequities.
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This first volume starts by asking how much we know about migrant and ethnic minority health and where the barriers to scientific progress lie. For example, what is the relation between migration, ethnicity and the socioeconomic determinants of health? Particular groups discussed include refugees and asylum seekers, domestic workers, new migrants, ‘mixed marriages’ and disadvantaged ethnic minorities. Specific health issues examined range from maternal and child health to problems of ageing, mental health and infectious diseases. The final section of the book discusses prevention programmes targeting obesity, diabetes, coronary vascular diseases and cancer. These topics form only a small selection of the full range of issues in this rapidly growing field, but they illustrate well the fascinating challenges which it presents.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 2
About the authors and editors
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This first volume starts by asking how much we know about migrant and ethnic minority health and where the barriers to scientific progress lie. For example, what is the relation between migration, ethnicity and the socioeconomic determinants of health? Particular groups discussed include refugees and asylum seekers, domestic workers, new migrants, ‘mixed marriages’ and disadvantaged ethnic minorities. Specific health issues examined range from maternal and child health to problems of ageing, mental health and infectious diseases. The final section of the book discusses prevention programmes targeting obesity, diabetes, coronary vascular diseases and cancer. These topics form only a small selection of the full range of issues in this rapidly growing field, but they illustrate well the fascinating challenges which it presents.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 2
About the authors and editors
Health Inequalities and Risk Factors among Migrants and Ethnic Minorities (COST Series on Health and Diversity – Vol 1)
€ 37,90
Migrants and ethnic minorities form a growing part of the population
of Europe. They often have higher than average exposure to health risks,
while facing barriers to accessing appropriate health care. International
bodies have called for policy measures to tackle these inequities.
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This first volume starts by asking how much we know about migrant and ethnic minority health and where the barriers to scientific progress lie. For example, what is the relation between migration, ethnicity and the socioeconomic determinants of health? Particular groups discussed include refugees and asylum seekers, domestic workers, new migrants, ‘mixed marriages’ and disadvantaged ethnic minorities. Specific health issues examined range from maternal and child health to problems of ageing, mental health and infectious diseases. The final section of the book discusses prevention programmes targeting obesity, diabetes, coronary vascular diseases and cancer. These topics form only a small selection of the full range of issues in this rapidly growing field, but they illustrate well the fascinating challenges which it presents.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 2
About the authors and editors
COST Action IS0603 (Health and Social Care for Migrants and Minorities in Europe) was a European network of researchers from more than 30 countries, which met between 2007 and 2011 to discuss how to strengthen the knowledge base on migrant and ethnic minority health. The COST Series on Diversity and Health comprises two volumes written by leading authorities in the field, illustrating the issues that were discussed.
This first volume starts by asking how much we know about migrant and ethnic minority health and where the barriers to scientific progress lie. For example, what is the relation between migration, ethnicity and the socioeconomic determinants of health? Particular groups discussed include refugees and asylum seekers, domestic workers, new migrants, ‘mixed marriages’ and disadvantaged ethnic minorities. Specific health issues examined range from maternal and child health to problems of ageing, mental health and infectious diseases. The final section of the book discusses prevention programmes targeting obesity, diabetes, coronary vascular diseases and cancer. These topics form only a small selection of the full range of issues in this rapidly growing field, but they illustrate well the fascinating challenges which it presents.
Also available:
COST Series on Health and Diversity - Vol 2
About the authors and editors
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
€ 27,70
Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads
onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd
en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad
die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde
lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen
die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar
interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
€ 27,70
Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads
onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd
en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad
die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde
lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen
die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar
interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.
De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.
Medici met dyslexie
€ 11,00
Kun je wel een goede arts worden als je dyslexie hebt? Nogal wat docenten geneeskunde twijfelen daaraan. Hierdoor raken op dit moment studenten met dyslexie ernstig in de problemen, terwijl het maar de vraag is of dat terecht is. Uit de literatuur zijn wereldwijd gewaardeerde medici bekend die dyslexie hebben. Hun studie herinneren ze zich vaak niet als de meest inspirerende tijd. De auteurs vroegen 28 Nederlandse artsen met dyslexie naar hun ervaringen in hun studie en hun werk. Hun antwoorden leverden een schat aan informatie op. De resultaten geven praktische handvatten voor zowel docenten, studieadviseurs en examencommissies geneeskunde om hun studies zodanig in te richten, dat zij hun studenten met dyslexie opleiden tot deskundige artsen. Dyslectische studenten geneeskunde zullen in deze publicatie de nodige herkenning en informatie vinden.
Louke Flieringa is studente geneeskunde.
Nel Hofmeester werkt bij Helpdesk Dyslexie van de Hogeschoot Rotterdam en maakt deel uit van de werkgroep 'Studeren met een functiebeperking'.
Louke Flieringa is studente geneeskunde.
Nel Hofmeester werkt bij Helpdesk Dyslexie van de Hogeschoot Rotterdam en maakt deel uit van de werkgroep 'Studeren met een functiebeperking'.
Medici met dyslexie
€ 11,00
Kun je wel een goede arts worden als je dyslexie hebt? Nogal wat docenten geneeskunde twijfelen daaraan. Hierdoor raken op dit moment studenten met dyslexie ernstig in de problemen, terwijl het maar de vraag is of dat terecht is. Uit de literatuur zijn wereldwijd gewaardeerde medici bekend die dyslexie hebben. Hun studie herinneren ze zich vaak niet als de meest inspirerende tijd. De auteurs vroegen 28 Nederlandse artsen met dyslexie naar hun ervaringen in hun studie en hun werk. Hun antwoorden leverden een schat aan informatie op. De resultaten geven praktische handvatten voor zowel docenten, studieadviseurs en examencommissies geneeskunde om hun studies zodanig in te richten, dat zij hun studenten met dyslexie opleiden tot deskundige artsen. Dyslectische studenten geneeskunde zullen in deze publicatie de nodige herkenning en informatie vinden.
Louke Flieringa is studente geneeskunde.
Nel Hofmeester werkt bij Helpdesk Dyslexie van de Hogeschoot Rotterdam en maakt deel uit van de werkgroep 'Studeren met een functiebeperking'.
Louke Flieringa is studente geneeskunde.
Nel Hofmeester werkt bij Helpdesk Dyslexie van de Hogeschoot Rotterdam en maakt deel uit van de werkgroep 'Studeren met een functiebeperking'.
Kinderen… de baas !? Praktijkboek voor deskundigen. Een training in opvoedingsvaardigheden voor ouders van jonge kinderen met gedragsproblemen
€ 24,90
Jonge kinderen met gedragsproblemen lopen een groter risico probleemgedrag te vertonen als adolescent en als volwassene. De financiële en emotionele kost voor de maatschappij is zeer hoog. Vroegtijdig ingrijpen is de boodschap. Voor het trainingspakket baseerden de auteurs zich op effectief gebleken internationaal praktijkonderzoek. Het is bestemd voor een preventieve aanpak van gedragsproblemen bij kinderen, tussen 4 en 8 jaar. Uit een hieraan gekoppelde effectiviteitstudie bleek dat de training zowel op korte termijn, als één jaar later efficiënt is in het terugdringen van probleemgedrag bij jonge kinderen. Het boek is bestemd voor wie in het werkveld te maken krijgt met ouders van jonge kinderen die gedragsproblemen vertonen. Na een multidisciplinaire screening van het kind en zijn omgeving, kan het boek door deskundigen aangewend worden om een training in opvoedingsvaardigheden te organiseren.
Els Merlevede, Thierry Meerschaert en Guy Bosmans zijn wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie van de Universiteit Gent. Wim De Mey is praktijkassistent en Caroline Braet is gedragstherapeute en docent aan dezelfde vakgroep.
Els Merlevede, Thierry Meerschaert en Guy Bosmans zijn wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie van de Universiteit Gent. Wim De Mey is praktijkassistent en Caroline Braet is gedragstherapeute en docent aan dezelfde vakgroep.
Kinderen… de baas !? Praktijkboek voor deskundigen. Een training in opvoedingsvaardigheden voor ouders van jonge kinderen met gedragsproblemen
€ 24,90
Jonge kinderen met gedragsproblemen lopen een groter risico probleemgedrag te vertonen als adolescent en als volwassene. De financiële en emotionele kost voor de maatschappij is zeer hoog. Vroegtijdig ingrijpen is de boodschap. Voor het trainingspakket baseerden de auteurs zich op effectief gebleken internationaal praktijkonderzoek. Het is bestemd voor een preventieve aanpak van gedragsproblemen bij kinderen, tussen 4 en 8 jaar. Uit een hieraan gekoppelde effectiviteitstudie bleek dat de training zowel op korte termijn, als één jaar later efficiënt is in het terugdringen van probleemgedrag bij jonge kinderen. Het boek is bestemd voor wie in het werkveld te maken krijgt met ouders van jonge kinderen die gedragsproblemen vertonen. Na een multidisciplinaire screening van het kind en zijn omgeving, kan het boek door deskundigen aangewend worden om een training in opvoedingsvaardigheden te organiseren.
Els Merlevede, Thierry Meerschaert en Guy Bosmans zijn wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie van de Universiteit Gent. Wim De Mey is praktijkassistent en Caroline Braet is gedragstherapeute en docent aan dezelfde vakgroep.
Els Merlevede, Thierry Meerschaert en Guy Bosmans zijn wetenschappelijk medewerker aan de vakgroep ontwikkelings-, persoonlijkheids- en sociale psychologie van de Universiteit Gent. Wim De Mey is praktijkassistent en Caroline Braet is gedragstherapeute en docent aan dezelfde vakgroep.


