Ma komt zondag bij ons sterven. Euthanasie en geweldloosheid.
Na veertig jaar levenswerk rond geweldloosheid, wordt Pat Patfoort geconfronteerd met een prangende vraag van haar 91-jarige moeder. Ma is niet terminaal ziek, is mentaal en intellectueel nog even alert als altijd, maar ze is fysiek volledig zorgafhankelijk geworden. Ze kiest er bewust voor om te mogen heengaan via euthanasie. Hoe kan je zo’n beslissing en alle gebeurtenissen die er uit volgen, kaderen in een basishouding van geweldloosheid?
Pat Patfoort brengt in dit boek de getuigenis van de laatste maanden voor de euthanasie: het aangrijpende verhaal van de moeilijkheden waarmee zij en haar familie te kampen hadden, van de emoties die hiermee gepaard gingen en hoe ze ermee omging, hoe ze constant ernaar streefde zowel zorg te dragen voor haar moeder en toch ook haar eigen grenzen te bewaken. Het hele boek door (onder)zoekt ze hoe ze geweldloosheid kan plaatsen in die bijzondere omstandigheden.
Het boek groeit geleidelijk aan uit tot de apotheose: de laatste dagen van Ma monden uit in een huiselijke en familiale driedaagse, een viering van liefde, hartelijkheid, verbondenheid, warmte, harmonie, en waardigheid. Het verhaal toont aan hoe euthanasie van een geliefd persoon kan uitgroeien tot een prachtige, diepe en waardevolle belevenis voor alle betrokkenen.
Dr. Pat Patfoort is antropologe en werkt als zelfstandige trainster, voordrachtgeefster en auteur over preventie, geweldloze hantering en transformatie van conflicten. Dat doet ze op het vlak van opvoeding (met kinderen en jongeren, ouders, leerkrachten, …), in relaties tussen volwassenen (in de familie, met personeel van ziekenhuizen en bejaardentehuizen, religieuzen, veiligheidsdiensten van voetbalstadia, gedetineerden, …), tot op het interetnische vlak (in Centraal en West-Afrika, in Kosovo, in de Kaukasus). Ze is voorzitster en medeoprichtster van vzw De Vuurbloem, centrum voor waardering van het verschillendzijn en voor geweldloze hantering van conflicten. Ze is gehuwd, moeder van twee zonen en grootmoeder van twee kleindochters.
"Als Pat Patfoort schrijft dat ze hoopt dat anderen - die in eenzelfde situatie verkeren - er iets aan zouden hebben, dan is dat een understatement. Zelfs wie niet in eenzelfde situatie verkeert, vindt hier heel wat leidraden en handvatten op het vlak van euthanasie en geweldloosheid."
Tijdschrift voor Palliatieve Zorg (jrg. 8, sept 2012, blz. 24-25)
Ma komt zondag bij ons sterven. Euthanasie en geweldloosheid.
Na veertig jaar levenswerk rond geweldloosheid, wordt Pat Patfoort geconfronteerd met een prangende vraag van haar 91-jarige moeder. Ma is niet terminaal ziek, is mentaal en intellectueel nog even alert als altijd, maar ze is fysiek volledig zorgafhankelijk geworden. Ze kiest er bewust voor om te mogen heengaan via euthanasie. Hoe kan je zo’n beslissing en alle gebeurtenissen die er uit volgen, kaderen in een basishouding van geweldloosheid?
Pat Patfoort brengt in dit boek de getuigenis van de laatste maanden voor de euthanasie: het aangrijpende verhaal van de moeilijkheden waarmee zij en haar familie te kampen hadden, van de emoties die hiermee gepaard gingen en hoe ze ermee omging, hoe ze constant ernaar streefde zowel zorg te dragen voor haar moeder en toch ook haar eigen grenzen te bewaken. Het hele boek door (onder)zoekt ze hoe ze geweldloosheid kan plaatsen in die bijzondere omstandigheden.
Het boek groeit geleidelijk aan uit tot de apotheose: de laatste dagen van Ma monden uit in een huiselijke en familiale driedaagse, een viering van liefde, hartelijkheid, verbondenheid, warmte, harmonie, en waardigheid. Het verhaal toont aan hoe euthanasie van een geliefd persoon kan uitgroeien tot een prachtige, diepe en waardevolle belevenis voor alle betrokkenen.
Dr. Pat Patfoort is antropologe en werkt als zelfstandige trainster, voordrachtgeefster en auteur over preventie, geweldloze hantering en transformatie van conflicten. Dat doet ze op het vlak van opvoeding (met kinderen en jongeren, ouders, leerkrachten, …), in relaties tussen volwassenen (in de familie, met personeel van ziekenhuizen en bejaardentehuizen, religieuzen, veiligheidsdiensten van voetbalstadia, gedetineerden, …), tot op het interetnische vlak (in Centraal en West-Afrika, in Kosovo, in de Kaukasus). Ze is voorzitster en medeoprichtster van vzw De Vuurbloem, centrum voor waardering van het verschillendzijn en voor geweldloze hantering van conflicten. Ze is gehuwd, moeder van twee zonen en grootmoeder van twee kleindochters.
"Als Pat Patfoort schrijft dat ze hoopt dat anderen - die in eenzelfde situatie verkeren - er iets aan zouden hebben, dan is dat een understatement. Zelfs wie niet in eenzelfde situatie verkeert, vindt hier heel wat leidraden en handvatten op het vlak van euthanasie en geweldloosheid."
Tijdschrift voor Palliatieve Zorg (jrg. 8, sept 2012, blz. 24-25)
Mama tovert melk
Dit vertelboek wil borstvoeding weer die plaats geven van iets dat er vanzelfsprekend bij hoort wanneer er een baby komt. Meer dan dat zijn borstvoedingsmomenten ook een bron van troost, veiligheid en geborgenheid voor kinderen. En waar kun je beter beginnen met het creëren van een hernieuwd bewustzijn rond borstvoeding dan bij jonge kinderen zelf, de moeders en vaders van morgen?
In dit boek worden kinderen van 5 tot 8 jaar op een speelse manier vertrouwd gemaakt met borstvoeding. Het is bijzonder geschikt voor kinderen die een broertje of zusje krijgen.
Via een speels verhaal en vele illustraties maak je kennis met Emilie, die net een broertje heeft gekregen, en haar gezin. Emilie is nieuwsgierig naar hoe mama zomaar melk kan toveren. Van mama en oma krijgt ze wonderlijke antwoorden op al haar vragen.
"Ik vind dit boek super! Mijn oudste zoon vraagt geregeld dat ik hem nog eens voorlees uit Mama tovert melk."
Ann Suetens, mama van drie kindjes en medewerker bij Borstvoedingorganisatie La Leche League en bij De Bakermat, praktijk voor verloskunde.
Mia Verbeelen is professioneel verhalenverteller en oprichter van het verhalenbedrijf Verbeelden door verhalen. Ilheim Abdel-jelil is grafisch ontwerpster en illustratrice. Deze uitgave is een initiatief van De Bakermat, een expertisecentrum voor kraamzorg en praktijk voor vroedkunde in Leuven.
Mama tovert melk
Dit vertelboek wil borstvoeding weer die plaats geven van iets dat er vanzelfsprekend bij hoort wanneer er een baby komt. Meer dan dat zijn borstvoedingsmomenten ook een bron van troost, veiligheid en geborgenheid voor kinderen. En waar kun je beter beginnen met het creëren van een hernieuwd bewustzijn rond borstvoeding dan bij jonge kinderen zelf, de moeders en vaders van morgen?
In dit boek worden kinderen van 5 tot 8 jaar op een speelse manier vertrouwd gemaakt met borstvoeding. Het is bijzonder geschikt voor kinderen die een broertje of zusje krijgen.
Via een speels verhaal en vele illustraties maak je kennis met Emilie, die net een broertje heeft gekregen, en haar gezin. Emilie is nieuwsgierig naar hoe mama zomaar melk kan toveren. Van mama en oma krijgt ze wonderlijke antwoorden op al haar vragen.
"Ik vind dit boek super! Mijn oudste zoon vraagt geregeld dat ik hem nog eens voorlees uit Mama tovert melk."
Ann Suetens, mama van drie kindjes en medewerker bij Borstvoedingorganisatie La Leche League en bij De Bakermat, praktijk voor verloskunde.
Mia Verbeelen is professioneel verhalenverteller en oprichter van het verhalenbedrijf Verbeelden door verhalen. Ilheim Abdel-jelil is grafisch ontwerpster en illustratrice. Deze uitgave is een initiatief van De Bakermat, een expertisecentrum voor kraamzorg en praktijk voor vroedkunde in Leuven.
Evidence-based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht
zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële
vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is
zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen
antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens
bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence
based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met
onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties
van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen
die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Evidence-based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht
zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële
vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument.
De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is
zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen
antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens
bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence
based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met
onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties
van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen
die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon.
Marxistische economie herbekeken
In 2018 zal het tweehonderd jaar geleden zijn dat Karl Marx werd geboren.
Zijn economische inzichten en theorieën werken nog steeds door, maar de
wetenschappelijke wereld heeft sinds het verschijnen van Das Kapital niet
stil gestaan. Tijd dus om Marx als econoom aan een hedendaagse evaluatie
te onderwerpen.
Het marxistische economische model is een coherent geheel van stellingen,
die op hun beurt geworteld zijn in een strikt aangehouden methodologie.
In dit boek wordt dat model vanuit zijn eigen logica, axioma’s,
veronderstellingen en implicaties onder de loep gehouden. Geregeld worden
daarbij aanzetten en inzichten vanuit het hedendaagse economische
denken geleverd, vooral dan de post-keynesiaanse opvattingen.
Het boek richt zich tot een ruim publiek dat geïnteresseerd is in het doorgronden
van de economische theorieën van Marx op basis van een ‘no
non-sense’-aanpak en ook inzicht wil in hoe de economische erfenis van
Marx aansluit bij het huidige economische denken.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Zuid-Afrika en gastprofessor aan diverse buitenlandse universiteiten. Hij publiceerde verschillende boeken over internationale economie en de sociale gevolgen van de globalisering, evenals vele wetenschappelijke artikels in internationaal gerenommeerde economische tijdschriften.
Marxistische economie herbekeken
In 2018 zal het tweehonderd jaar geleden zijn dat Karl Marx werd geboren.
Zijn economische inzichten en theorieën werken nog steeds door, maar de
wetenschappelijke wereld heeft sinds het verschijnen van Das Kapital niet
stil gestaan. Tijd dus om Marx als econoom aan een hedendaagse evaluatie
te onderwerpen.
Het marxistische economische model is een coherent geheel van stellingen,
die op hun beurt geworteld zijn in een strikt aangehouden methodologie.
In dit boek wordt dat model vanuit zijn eigen logica, axioma’s,
veronderstellingen en implicaties onder de loep gehouden. Geregeld worden
daarbij aanzetten en inzichten vanuit het hedendaagse economische
denken geleverd, vooral dan de post-keynesiaanse opvattingen.
Het boek richt zich tot een ruim publiek dat geïnteresseerd is in het doorgronden
van de economische theorieën van Marx op basis van een ‘no
non-sense’-aanpak en ook inzicht wil in hoe de economische erfenis van
Marx aansluit bij het huidige economische denken.
Ludo Cuyvers is emeritus hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, buitengewoon hoogleraar aan de North-West University in Zuid-Afrika en gastprofessor aan diverse buitenlandse universiteiten. Hij publiceerde verschillende boeken over internationale economie en de sociale gevolgen van de globalisering, evenals vele wetenschappelijke artikels in internationaal gerenommeerde economische tijdschriften.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Poumons d’acier, coeurs d’or. Musées et collections médicales et sociales en Belgique, aux Pays-Bas et au Luxembourg
Le cinquantième anniversaire de la loi belge sur les Hôpitaux (1963) s’est avéré une belle occasion de recenser le patrimoine médical et social au sein du Benelux dans une publication particulière.
L’histoire de ces diverses collections remonte bien au-delà des cinquante dernières années. Dans ce livre, quarante institutions se présentent à vous par le texte et par l’image. Toutes possèdent un musée – ou une collection ouverte au public – concernant le patrimoine médical, pharmaceutique et social. Ces institutions couvrent pratiquement toutes les périodes historiques et concernent les trois pays du Benelux. Grâce à des récits passionnants et accessibles, illustrés par une iconographie choisie et de qualité, ce livre vise à éveiller l’intérêt d’un large public pour l’histoire spécifi que des collections présentées. De plus, ce livre se veut une invitation à visiter ces musées et collections, pour prolonger la lecture par une activité. Cette publication, pionnière pour nos régions, n’atteindra donc pleinement son objectif que si elle parvient à inciter le lecteur à sortir pour partir à la découverte du riche patrimoine médical, pharmaceutique et social conservé dans nos régions.
Rédacteurs en chef: Patrick Allegaert et Vincent Van Roy; pour Hospitium asbl; avec le soutien du Service public fédéral belge Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement.
Landschapsontwerp in Vlaanderen. Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk
Vlaanderen kent een grote diversiteit aan landschappen met een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit. Deze regio vormt daarom bij uitstek een boeiend laboratorium voor onderzoek, opleiding en praktijk in landschapsontwerp. Toch is landschapsontwerp hier opvallend minder geprofessionaliseerd of verankerd dan in vele andere Europese landen. De invloed ervan op het ruimtelijk beleid is klein en ook in een internationale context lijkt het Vlaamse landschapsontwerp zich maar moeizaam te kunnen positioneren.
Dit boek schetst eerst in hoofdlijnen hoe de professionalisering en institutionalisering van het landschapsontwerp zich in Vlaanderen historisch heeft verdergezet. Daarna toont het aan dat verschillende interpretaties van landschap het hedendaagse ruimtelijk ontwerp van publieke ruimten bevruchten en hoe landschap hier als een narratief medium gebruik van maakt. Het verduidelijkt dat landschap - in overeenstemming met de holistische benadering in de Europese Landschapsconventie - een kneedbaar, multidimensionaal en integrerend concept is dat door ontwerpers wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen perceptie en in functie van specifieke instrumenten of acties. Deze bevindingen leiden tot reflecties over de identiteit en de rol van landschapsontwerp in Vlaanderen en in internationale context.
Het manuscript biedt binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen belangrijke
en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het
landschapsarchitecten, architecten, ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen aanspreken,
maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici of biologen. Door
zijn focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het insteken
voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers.
Bovendien is het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van
diverse ontwerpopleidingen, zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw
en ruimtelijke planning.
Sylvie Van Damme is licentiate in de Geografie (1993), licentiate in de Stedenbouw
en Ruimtelijke Ordening (1995), geaggregeerde in de Geografie (1995) en doctor in
de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning (2013). Ze is verbonden aan de Vakgroep
Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van Hogeschool Gent. Ze geeft er les
en is actief in onderzoek en dienstverlening. Ze is ook voorzitter van de Gemeentelijke
Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Sint-Lievens-Houtem, lid van de redactieraad
van Ruimte, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en van
diverse netwerken.
Landschapsontwerp in Vlaanderen. Landschap als narratief en integrerend medium in de ruimtelijke ontwerppraktijk
Vlaanderen kent een grote diversiteit aan landschappen met een extreme overlapping tussen platteland en stad en de ermee gepaard gaande multifunctionaliteit. Deze regio vormt daarom bij uitstek een boeiend laboratorium voor onderzoek, opleiding en praktijk in landschapsontwerp. Toch is landschapsontwerp hier opvallend minder geprofessionaliseerd of verankerd dan in vele andere Europese landen. De invloed ervan op het ruimtelijk beleid is klein en ook in een internationale context lijkt het Vlaamse landschapsontwerp zich maar moeizaam te kunnen positioneren.
Dit boek schetst eerst in hoofdlijnen hoe de professionalisering en institutionalisering van het landschapsontwerp zich in Vlaanderen historisch heeft verdergezet. Daarna toont het aan dat verschillende interpretaties van landschap het hedendaagse ruimtelijk ontwerp van publieke ruimten bevruchten en hoe landschap hier als een narratief medium gebruik van maakt. Het verduidelijkt dat landschap - in overeenstemming met de holistische benadering in de Europese Landschapsconventie - een kneedbaar, multidimensionaal en integrerend concept is dat door ontwerpers wordt geïnterpreteerd vanuit de eigen perceptie en in functie van specifieke instrumenten of acties. Deze bevindingen leiden tot reflecties over de identiteit en de rol van landschapsontwerp in Vlaanderen en in internationale context.
Het manuscript biedt binnen de literatuur rond ruimtelijk ontwerp in Vlaanderen belangrijke
en vernieuwende inzichten. Door de multidisciplinaire benadering zal het
landschapsarchitecten, architecten, ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen aanspreken,
maar ook aanverwante disciplines, zoals geografen, historici of biologen. Door
zijn focus op het werkveld, de ontwerppraktijk en beleidsrepercussies bevat het insteken
voor zowel praktiserende ontwerpers, onderzoekers, lesgevers als beleidsmedewerkers.
Bovendien is het basislectuur rond landschapsontwerp voor studenten van
diverse ontwerpopleidingen, zoals landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw
en ruimtelijke planning.
Sylvie Van Damme is licentiate in de Geografie (1993), licentiate in de Stedenbouw
en Ruimtelijke Ordening (1995), geaggregeerde in de Geografie (1995) en doctor in
de Stedenbouw en de Ruimtelijke Planning (2013). Ze is verbonden aan de Vakgroep
Architectonisch Ontwerp van de School of Arts van Hogeschool Gent. Ze geeft er les
en is actief in onderzoek en dienstverlening. Ze is ook voorzitter van de Gemeentelijke
Commissie voor Ruimtelijke Ordening van Sint-Lievens-Houtem, lid van de redactieraad
van Ruimte, het tijdschrift van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning en van
diverse netwerken.
Lezen leren, leuk! Samen aan de slag met lezen.
‘Lezen leren, leuk!’ is een werkmap voor ouders van kinderen van groep 1 tot en met groep 8, die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. De map is bedoeld als een ‘lees-groeiboekje’ waarmee de ouders zelf de leesontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren en volgen.
‘Lezen leren, leuk!’ biedt ouders praktische informatie, tips en handvatten om hun kind te helpen bij het leren lezen. Een uitgangspunt is dat ouders, kind en school samenwerken bij het (leren) lezen en dat daarbij het leesplezier voorop staat.
Zoals consultatiebureaus werken met een groeiboekje, zo kunnen ouders, scholen en kinderen samen aan de slag met dit “groeiboekje voor het lezen”. Het is een boekje in de vorm van een map, waarin ouders en leerkrachten de leesontwikkeling van hun kind kunnen bijhouden gedurende de hele basisschoolloopbaan.
Ook bevat het informatie en adviezen over wat ouders thuis kunnen doen om het lezen te stimuleren. Zo kan het een vaste plek krijgen in de (10-minuten)-gesprekken tussen school en ouders. Bij de map hoort een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen.
Annemieke Bos is pedagoog en trainer bij OUDERS & COO, de landelijke organisatie van en voor ouders, ouderraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) in het protestants-christelijk en oecumenisch onderwijs.
Hanneke Brinkhuis is pedagoog en senior adviseur bij Expertis, Onderwijsadviseurs.
Victorine Meuwissen is orthopedagoog en beleidsadviseur bij de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO), de landelijke vereniging voor ouders met kinderen in het katholiek basis- en voortgezet onderwijs.
Lezen leren, leuk! Samen aan de slag met lezen.
‘Lezen leren, leuk!’ is een werkmap voor ouders van kinderen van groep 1 tot en met groep 8, die hun kind willen helpen bij het (leren) lezen. De map is bedoeld als een ‘lees-groeiboekje’ waarmee de ouders zelf de leesontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren en volgen.
‘Lezen leren, leuk!’ biedt ouders praktische informatie, tips en handvatten om hun kind te helpen bij het leren lezen. Een uitgangspunt is dat ouders, kind en school samenwerken bij het (leren) lezen en dat daarbij het leesplezier voorop staat.
Zoals consultatiebureaus werken met een groeiboekje, zo kunnen ouders, scholen en kinderen samen aan de slag met dit “groeiboekje voor het lezen”. Het is een boekje in de vorm van een map, waarin ouders en leerkrachten de leesontwikkeling van hun kind kunnen bijhouden gedurende de hele basisschoolloopbaan.
Ook bevat het informatie en adviezen over wat ouders thuis kunnen doen om het lezen te stimuleren. Zo kan het een vaste plek krijgen in de (10-minuten)-gesprekken tussen school en ouders. Bij de map hoort een ouderavond en een train-de-trainer voor leerkrachten om ouders en scholen te ondersteunen.
Annemieke Bos is pedagoog en trainer bij OUDERS & COO, de landelijke organisatie van en voor ouders, ouderraden (OR) en medezeggenschapsraden (MR) in het protestants-christelijk en oecumenisch onderwijs.
Hanneke Brinkhuis is pedagoog en senior adviseur bij Expertis, Onderwijsadviseurs.
Victorine Meuwissen is orthopedagoog en beleidsadviseur bij de Nederlandse oudervereniging Katholiek Onderwijs (NKO), de landelijke vereniging voor ouders met kinderen in het katholiek basis- en voortgezet onderwijs.
Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.
Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.
"een aanrader voor elke muziektherapeut"
Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49
Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van
muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen
in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in
Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op
haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden
in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een
onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel
toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de
Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.
Muziektherapie in de revalidatie. Handboek voor de klinische praktijk.
Met behulp van deze kennis zullen muziektherapeuten steeds beter in staat zijn de resultaten van hun muziektherapeutische interventies bij kinderen en volwassenen met wetenschappelijke onderzoeksresultaten te onderbouwen. De ontwikkeling van speciaal ontworpen elektronische muziekinstrumenten en het gebruik van de computer met randapparatuur en software heeft de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Ook zijn de mogelijkheden van aanpassingen aan muziekinstrumenten nog verder uitgebreid.
"een aanrader voor elke muziektherapeut"
Tijdschrift voor vaktherapie, jrg. 9,nr. 4, blz. 49
Madeleen de Bruijn (red.) ontwikkelde de toepassing van
muziektherapie in de revalidatie van kinderen en volwassenen
in Nederland vanuit haar praktijk bij Revalidatie Friesland in
Beetsterzwaag. Ze heeft over dit onderwerp veel publicaties op
haar naam staan en heeft regelmatig voordrachten gehouden
in binnen- en buitenland. Momenteel is ze betrokken bij een
onderzoek naar de effecten van de door haar mee ontwikkelde en inmiddels al veel
toegepaste methode Speech-Music Therapy for Aphasia, in samenwerking met de
Rijksuniversiteit Groningen en het Leids Universitair Medische Centrum.
De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst
Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.
Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.
Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.
Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!
Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.
Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.
Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.
"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)
De verbindende kwaliteit van beeldende therapie. Effecten van beeldende therapie in de behandeling van persoonlijkheidsstoornissen. Introductie van een beeldende therapievragenlijst
Beeldende therapie wordt regelmatig gegeven aan cliënten met persoonlijkheidsproblematiek met als doel om door middel van beeldend werk(en) veranderings-, ontwikkelings-, regulatie- en/of acceptatieprocessen op gang te brengen. De kracht van het beeldende medium is gelegen in het feit dat het gaat om de ervaring, de handeling en/of om het scheppende karakter. Het beeldend werken kan zo diverse functies vervullen.
Dit boek beschrijft de bevindingen van een gericht, kwalitatief en kwantitatief onderzoek naar de effecten van beeldende therapie. Beschreven wordt dat gevonden en vastgesteld is dat beeldende therapie zich kenmerkt door een verbindende kwaliteit. Beeldende therapie verbindt de meer cognitieve processen, van gedachten en van woorden, aan de diepere, non-verbale gevoels- of ervaringslagen, waar met praten soms te snel aan wordt voorbij voorbijgegaan.
Cliënten komen op een uitgebreide en invoelbare wijze aan het woord over hun ervaringen met beeldende therapie door treffende citaten en samenvattende teksten. Door de foto’s van hun beeldend werk geven de cliënten de lezers van dit boek letterlijk en figuurlijk een beeld van wat hen bezighield.
Deze beelden maken inzichtelijk wat de kracht is van het beeldend werken en hoe dit je kan raken, als cliënt of als lezer van dit boek. Ook in die zin is het beeldend werk emotieverbindend!
Onderzoek is belangrijk omdat het onderbouwde inzichten oplevert, niet alleen over de werking en de kracht van beeldende therapie maar ook ten behoeve van de verdere ontwikkeling van het vak. De nu gepresenteerde onderzoeksresultaten sluiten dan ook aan bij de huidige ontwikkelingen in het werkveld om werk te maken van het `evidence based’ en `practice based’ onderbouwen van therapeutische interventies en therapeutisch aanbod.
Dit boek bevat naast het bovenstaande ook een specifiek beeldend therapeutische vragenlijst, de BTV-PS b/c, die in dit onderzoek werd ontwikkeld om de effecten van de therapie te onderzoeken. Deze vragenlijst is te gebruiken om de resultaten van en de waardering voor de beeldende therapie te monitoren.
Suzanne Haeyen, MATh, is beeldend therapeut en voorzitter van de leerkring Vaktherapie bij GGNet, bij `Scelta, expertisecentrum voor persoonlijkheidsproblematiek’ in Apeldoorn en Nijmegen. Ze is ook coördinator Inhoud en hoofddocent bij de Deeltijdopleiding Creatieve Therapie van Hogeschool Arnhem Nijmegen. Zij heeft diverse publicaties op haar naam staan over beeldende therapie bij persoonlijkheidsstoornissen.
"Voor het vakgebied is dit boek van essentieel belang, vanwege de unieke vragenlijst die ervaringen en reflecties van cliënten voor, gedurende en na de behandeling in kaart brengt."
Tijdschrift voor vaktherapie (jrg. 9, nr. 1, blz. 40)
Anders denken. Filosoferen vanaf de basisschool
Catherine C. McCall is verbonden aan de universiteit van Strathclyde in Schotland en is voorzitter van Stichting SOPHIA, de Europese stichting ter bevordering van het filosoferen met kinderen, en een lid van het Raadgevend Comité voor ICPIC - International Council for Philosophical Inquiry with Children.
Anders denken. Filosoferen vanaf de basisschool
Catherine C. McCall is verbonden aan de universiteit van Strathclyde in Schotland en is voorzitter van Stichting SOPHIA, de Europese stichting ter bevordering van het filosoferen met kinderen, en een lid van het Raadgevend Comité voor ICPIC - International Council for Philosophical Inquiry with Children.
Praktische harmonie en akkoordenleer van de jazz en aanverwante muziekvormen voor piano (De Veerman-Bibliotheek, nr. 5)
Het doel van dit boek is een complexe, maar uiterst interessante materie op een zeer praktische wijze te benaderen en toegankelijk te maken, gericht op de toepassing ervan aan de piano. Gekozen is voor een methodische, opbouwende, sterk op de speelpraktijk gerichte aanpak. De vele voorbeelden bieden de speler een bron van informatie. De oefeningen waarborgen een gedegen en brede ontwikkeling, maar nodigen de speler ook uit tot een fascinerende zoektocht en vormen een uitdaging voor zijn creativiteit. Voor een beter inzicht wordt waar dat nodig is enige theoretische onderbouwing gegeven.
Het boek is bedoeld voor wie zich, uit hoofde van studie of beroep of uit interesse, wil bekwamen in de praktische toepassing van de harmonie en akkoordenleer van de jazz en de daaraan gerelateerde muziekvormen. Het reikt ideeën aan, inspireert tot nieuwe ontdekkingen en zet aan tot verdere ontplooiing.
Rob van der Linden is componist, pianist en arrangeur. Hij verrichtte baanbrekend pionierswerk voor de introductie van jazz en aanverwante muziekstijlen als erkende studierichting aan de Nederlandse muziekscholen en conservatoria. Hij was ruim 20 jaar hoofdvakdocent aan het Rotterdams Conservatorium.
Praktische harmonie en akkoordenleer van de jazz en aanverwante muziekvormen voor piano (De Veerman-Bibliotheek, nr. 5)
Het doel van dit boek is een complexe, maar uiterst interessante materie op een zeer praktische wijze te benaderen en toegankelijk te maken, gericht op de toepassing ervan aan de piano. Gekozen is voor een methodische, opbouwende, sterk op de speelpraktijk gerichte aanpak. De vele voorbeelden bieden de speler een bron van informatie. De oefeningen waarborgen een gedegen en brede ontwikkeling, maar nodigen de speler ook uit tot een fascinerende zoektocht en vormen een uitdaging voor zijn creativiteit. Voor een beter inzicht wordt waar dat nodig is enige theoretische onderbouwing gegeven.
Het boek is bedoeld voor wie zich, uit hoofde van studie of beroep of uit interesse, wil bekwamen in de praktische toepassing van de harmonie en akkoordenleer van de jazz en de daaraan gerelateerde muziekvormen. Het reikt ideeën aan, inspireert tot nieuwe ontdekkingen en zet aan tot verdere ontplooiing.
Rob van der Linden is componist, pianist en arrangeur. Hij verrichtte baanbrekend pionierswerk voor de introductie van jazz en aanverwante muziekstijlen als erkende studierichting aan de Nederlandse muziekscholen en conservatoria. Hij was ruim 20 jaar hoofdvakdocent aan het Rotterdams Conservatorium.
Selfmade. Theater maken – Handleiding voor doe-het-zelvers (Opendoek-Reeks, nr. 1)
Deze methodiek haalt het beste naar boven in iedereen die zelf theater wil maken.
Karel Moons is kinderpsycholoog. Hij studeerde ook theater aan de Kleine Academie in Brussel. Hij is stafmedewerker bij De Veerman in Leuven.
Selfmade. Theater maken – Handleiding voor doe-het-zelvers (Opendoek-Reeks, nr. 1)
Deze methodiek haalt het beste naar boven in iedereen die zelf theater wil maken.
Karel Moons is kinderpsycholoog. Hij studeerde ook theater aan de Kleine Academie in Brussel. Hij is stafmedewerker bij De Veerman in Leuven.