Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence

 55,00
The present survey aims to analyze the issue of the indictment function in the process before the International Criminal Court which integrates a peculiar justice system, result of the complex interaction between the juridical tradition of civil law and the juridical tradition of common law. The prosecution function is entrusted to a Prosecutor who is conceived as a hybrid figure. It is an organ that not only performs its functions in the context of a system in which the principle of opportune penal action applies, but which also operates on a level that can be defined to some extent as political, since he has to move in an international chessboard and being called to also have diplomatic relations with states and international institutions. The discussion (Chapter 3 and 4) proposes a non-new theme, such as that of the structure of the crime in the tripartite system, and yet almost transfigured by the impact with international criminal law, which opens up unexpected and unpredictable scenarios, forcing the international criminal law to renounce and change: on the first , the abandonment of any systematic ambition is found, on the basis of the finding that the need for justice, the matrix of international criminal law, can not be enough to establish a system of crime, because the axiological assumptions are not easily convertible into incriminating norms. From the sequential treatment of typicality, anti-juridicality and guilt, in the complexity of the international dimension, only one certainty emerges. The contextual element, differently depending on the type of international crime in which it is inserted, is the discrimen regarding the common crime, and is impregnated with the marked depreciation of the Makrokriminalität. Chapter 5 is concentrated on some thoughts and perspectives of universalism and particularism coexist in the same historical moment and within the same juridical system, so as to underline a sort of internal dialectic in which universalism and particularism are in a necessarily mobile if not unstable equilibrium. And it is easy to understand how the positive right is naturally brought to privilege this second perspective without obviously neglecting the key offered by history to become aware of the deeper meaning of these two categories especially according, rectius under international criminal justice.

Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .

Quick View

The function of accusation in International Criminal Court. Structure of crimes and the role of Prosecutor according to the international criminal jurisprudence

 55,00
The present survey aims to analyze the issue of the indictment function in the process before the International Criminal Court which integrates a peculiar justice system, result of the complex interaction between the juridical tradition of civil law and the juridical tradition of common law. The prosecution function is entrusted to a Prosecutor who is conceived as a hybrid figure. It is an organ that not only performs its functions in the context of a system in which the principle of opportune penal action applies, but which also operates on a level that can be defined to some extent as political, since he has to move in an international chessboard and being called to also have diplomatic relations with states and international institutions. The discussion (Chapter 3 and 4) proposes a non-new theme, such as that of the structure of the crime in the tripartite system, and yet almost transfigured by the impact with international criminal law, which opens up unexpected and unpredictable scenarios, forcing the international criminal law to renounce and change: on the first , the abandonment of any systematic ambition is found, on the basis of the finding that the need for justice, the matrix of international criminal law, can not be enough to establish a system of crime, because the axiological assumptions are not easily convertible into incriminating norms. From the sequential treatment of typicality, anti-juridicality and guilt, in the complexity of the international dimension, only one certainty emerges. The contextual element, differently depending on the type of international crime in which it is inserted, is the discrimen regarding the common crime, and is impregnated with the marked depreciation of the Makrokriminalität. Chapter 5 is concentrated on some thoughts and perspectives of universalism and particularism coexist in the same historical moment and within the same juridical system, so as to underline a sort of internal dialectic in which universalism and particularism are in a necessarily mobile if not unstable equilibrium. And it is easy to understand how the positive right is naturally brought to privilege this second perspective without obviously neglecting the key offered by history to become aware of the deeper meaning of these two categories especially according, rectius under international criminal justice.

Dimitris Liakopoulos is Full Professor of European Union Law at the Fletcher School-Tufts University (MA in international law and MA of Arts in Law and diplomacy) and Full Professor of International and European Criminal and Procedural Law at De Haagse Hogeschool-The Hague. Attorney at Law at New York and Brussels. ORCID ID: 0000-0002-1048-6468 .

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Politie en gezondheidszorg (CPS 2016 – 3, nr. 40)

 37,10

In de uitvoering komen politie en gezondheidszorg elkaar vanuit hun eigen functie regelmatig tegen. De contacten kunnen betrekking hebben op (drugs-)overlast of gerelateerde problemen, zedenzaken, psychiatrische stoornissen bij (veel-)plegers, geweld, calamiteiten en crisissituaties. Het gemeenschappelijke element bij al deze zaken is dat zij direct de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners raken. Politie en gezondheidszorg hebben niettemin een andere functie en finaliteit, wat tot grensproblemen kan leiden. En toch is het ondertussen overduidelijk dat de aanpak van veel urgente maatschappelijke problemen om een gecombineerde aanpak vraagt van beide sectoren. Ondanks deze groeiende nood aan een betere afstemming en gemeenschappelijke aanpak bestaat er relatief weinig literatuur over de raakvlakken en vormen van samenwerking tussen politie en gezondheidszorg. Dit Cahier voorziet in deze leemte.

De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.



Quick View

Politie en gezondheidszorg (CPS 2016 – 3, nr. 40)

 37,10

In de uitvoering komen politie en gezondheidszorg elkaar vanuit hun eigen functie regelmatig tegen. De contacten kunnen betrekking hebben op (drugs-)overlast of gerelateerde problemen, zedenzaken, psychiatrische stoornissen bij (veel-)plegers, geweld, calamiteiten en crisissituaties. Het gemeenschappelijke element bij al deze zaken is dat zij direct de leefbaarheid en veiligheid van buurtbewoners raken. Politie en gezondheidszorg hebben niettemin een andere functie en finaliteit, wat tot grensproblemen kan leiden. En toch is het ondertussen overduidelijk dat de aanpak van veel urgente maatschappelijke problemen om een gecombineerde aanpak vraagt van beide sectoren. Ondanks deze groeiende nood aan een betere afstemming en gemeenschappelijke aanpak bestaat er relatief weinig literatuur over de raakvlakken en vormen van samenwerking tussen politie en gezondheidszorg. Dit Cahier voorziet in deze leemte.

De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Herziening van de BTW-aftrek met bijzondere aandacht voor de vastgoedsector in België

 32,00
De auteur geeft in dit boek een praktisch overzicht van de herzieningen inzake BTW. De herzieningen van de aftrek vormen traditioneel het minst goed gekende deel van de BTW-wetgeving. Oorzaak hiervan is de vrij technische aard en complexiteit van deze materie.

Het boek geeft op zeer gestructureerde wijze een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de BTW die zich kunnen voordoen. Er wordt hierbij een bijzondere aandacht besteed aan de herzieningen in de vastgoedsector. Na elk noodzakelijk deel theorie volgen een aantal casussen waarin de herziening van BTW praktisch berekend wordt.

Eerst en vooral komen de herzieningen bij gewone BTW-belastingplichtigen (met volledig recht op aftrek) aan bod. Daarna volgt een deel betreffende de herzieningen bij gemengde BTW-belastingplichtigen (met gedeeltelijk recht op aftrek). Tenslotte komen de onttrekkingen en herzieningen bij stopzetting van de economische activiteit aan bod.

Ook de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling en de implicaties hiervan op het (handels)gebouw inzake herzieningen komen aan bod.

Het boek richt zich dan ook vooral naar de accountants, boekhouders, bedrijfsrevisoren, notarissen, belastingconsulenten en banken die de vermogensituatie van hun cliënten willen optimaliseren.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.

Placeholder Image
Quick View

Herziening van de BTW-aftrek met bijzondere aandacht voor de vastgoedsector in België

 32,00
De auteur geeft in dit boek een praktisch overzicht van de herzieningen inzake BTW. De herzieningen van de aftrek vormen traditioneel het minst goed gekende deel van de BTW-wetgeving. Oorzaak hiervan is de vrij technische aard en complexiteit van deze materie.

Het boek geeft op zeer gestructureerde wijze een overzicht van alle mogelijke herzieningen van de BTW die zich kunnen voordoen. Er wordt hierbij een bijzondere aandacht besteed aan de herzieningen in de vastgoedsector. Na elk noodzakelijk deel theorie volgen een aantal casussen waarin de herziening van BTW praktisch berekend wordt.

Eerst en vooral komen de herzieningen bij gewone BTW-belastingplichtigen (met volledig recht op aftrek) aan bod. Daarna volgt een deel betreffende de herzieningen bij gemengde BTW-belastingplichtigen (met gedeeltelijk recht op aftrek). Tenslotte komen de onttrekkingen en herzieningen bij stopzetting van de economische activiteit aan bod.

Ook de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling en de implicaties hiervan op het (handels)gebouw inzake herzieningen komen aan bod.

Het boek richt zich dan ook vooral naar de accountants, boekhouders, bedrijfsrevisoren, notarissen, belastingconsulenten en banken die de vermogensituatie van hun cliënten willen optimaliseren.

Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de Federale Overheidsdienst Financiën als eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur. Hij is docent BTW en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)

 37,10
Dit Cahier behandelt die sectoren waar de politie niet de centrale regierol neemt, maar wel als partner functioneert in een breder veld. Het gaat hierbij om actoren uit de niet-commerciële private sector of andere publieke rechtshandhavers, zoals drugshulpverlening, actoren uit de preventiesector, stedelijke (lokale) en gewestelijke beleidssectoren zoals sociale huisvesting (huisjesmelkerij, mensenhandel), tewerkstelling (zwartwerk, illegale migratie) en anderen. Kortom, dit Cahier behandelt integrale veiligheid in de breedste betekenis van het woord.

Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)
Quick View

Politie en haar maatschappelijke partners (CPS 2014 – 1, nr. 30)

 37,10
Dit Cahier behandelt die sectoren waar de politie niet de centrale regierol neemt, maar wel als partner functioneert in een breder veld. Het gaat hierbij om actoren uit de niet-commerciële private sector of andere publieke rechtshandhavers, zoals drugshulpverlening, actoren uit de preventiesector, stedelijke (lokale) en gewestelijke beleidssectoren zoals sociale huisvesting (huisjesmelkerij, mensenhandel), tewerkstelling (zwartwerk, illegale migratie) en anderen. Kortom, dit Cahier behandelt integrale veiligheid in de breedste betekenis van het woord.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)

 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.

De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.

Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.

Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.

Taal: Engels

Quick View

Technology-led policing (CPS 2011 – 3, nr. 20)

 36,00
Technologie heeft altijd een belangrijke rol gespeeld bij de taakuitvoering van de politie. Die rol is de laatste jaren niet alleen uitgebreid maar ook vernieuwd.

De technologie speelt enerzijds een rol bij de ondersteuning van politiewerk (CCTV, scanapparatuur, technische opsporingsmiddelen, etc.). Anderzijds biedt technologie ook nieuwe mogelijkheden om criminaliteit te plegen, met name in de sfeer van informatietechnologie, hetgeen van de politie voortdurend aanpassingen vergt in haar opsporingsmethoden.

Het gebruik van technologie roept tal van interessante vragen op. Zo is het privacyvraagstuk belangrijk en de gevolgen van investeren in technologie voor de manier waarop de politie haar taken verricht.

Ook kan de vraag gesteld worden of de politiële opsporing wel in voldoende mate gelijke tred houdt met de technologische ontwikkelingen. Bij dit laatste moet niet alleen worden gedacht aan informatisering, maar ook aan de sterke ontwikkelingen in de sfeer van de natuurwetenschappen.

Taal: Engels

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen (Reeks Beroepsvereniging van boekhoudkundige Beroepen, nr. 7)

 74,00
De fusie, splitsing en partiële splitsing, de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak nemen bij de accountant en de bedrijfsrevisor in de praktijk een belangrijke plaats in. Deze materie wordt in het wetboek Vennootschapsrecht in het boek XI, Titel I en volgende behandeld. Het doel van het voorliggende praktijkboek is om de lezer zoveel mogelijk te documenteren inzake de vennootschapsrechtelijke, de boekhoudkundige en de fiscale problematiek terzake.

Tevens omvat het werk een aantal uiterst praktische modellen en voorbeelden die de beroepsbeoefenaar kunnen helpen bij het opstellen van de diverse verslagen.

Jos Van Wemmel is extern accountant, bedrijfsrevisor en Voorzitter van de Stagecommissie van het IAB.

Ann Lievyns is extern accountant en belastingconsulent.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Fusies, splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen (Reeks Beroepsvereniging van boekhoudkundige Beroepen, nr. 7)

 74,00
De fusie, splitsing en partiële splitsing, de inbreng van een algemeenheid of van een bedrijfstak nemen bij de accountant en de bedrijfsrevisor in de praktijk een belangrijke plaats in. Deze materie wordt in het wetboek Vennootschapsrecht in het boek XI, Titel I en volgende behandeld. Het doel van het voorliggende praktijkboek is om de lezer zoveel mogelijk te documenteren inzake de vennootschapsrechtelijke, de boekhoudkundige en de fiscale problematiek terzake.

Tevens omvat het werk een aantal uiterst praktische modellen en voorbeelden die de beroepsbeoefenaar kunnen helpen bij het opstellen van de diverse verslagen.

Jos Van Wemmel is extern accountant, bedrijfsrevisor en Voorzitter van de Stagecommissie van het IAB.

Ann Lievyns is extern accountant en belastingconsulent.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tendensen in het economisch recht (Reeks Vakgroep Economisch Recht VUB, nr. 11) (Hardcover)

 95,00
Tijdens het academiejaar 2004-2005 organiseerde de Vakgroep Economisch Recht een cyclus van drie studienamiddagen, waarin achtereenvolgens aandacht werd besteed aan het gebruik van data door een onderneming, een aantal aspecten van consumentenbescherming en de stichting.

Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnen de onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromen in de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven worden en tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hun bedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijp om dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te laten komen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagen gewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere andere kenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaan op de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken, grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweede thema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventuele toe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie door concurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al dan niet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorende informatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door, of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.

Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recente wijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrecht onderging immers onlangs een grondige "facelift", of kende nieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens deze studiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkende en/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepen en, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet, onderzocht.

Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei 2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan een grondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die het onder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogen rechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen, inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot een gewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandse voorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden van de stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondige analyse te onderwerpen.

Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in de reeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundelt de verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheel vormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridische evoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.

Prof. Dr. Koen Byttebier is hoofddocent vervonden aan de Vakgroep voor Economisch Recht van de VUB, waarvan hij tevens het voorzitterschap waarneemt. Hij is auteur van tal van publicaties in het ondernemings-, financieel en zekerheidsrecht. Tevens is hij advocaat aan de balie te Gent en te Brussel.

Evy De Batselier is voltijds assistente verbonden aan de Vakgroep Economisch Recht van de VUB. Zij publiceert in het financieel en economisch recht.

Dr. Régine Feltkamp is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Vakgroep Economisch Recht van de VUB en tevens advocate aan de balie te Brussel. Zij is auteur van verschillende publicaties in het ondernemings- en financieel recht.

Placeholder Image
Quick View

Tendensen in het economisch recht (Reeks Vakgroep Economisch Recht VUB, nr. 11) (Hardcover)

 95,00
Tijdens het academiejaar 2004-2005 organiseerde de Vakgroep Economisch Recht een cyclus van drie studienamiddagen, waarin achtereenvolgens aandacht werd besteed aan het gebruik van data door een onderneming, een aantal aspecten van consumentenbescherming en de stichting.

Op de eerste studienamiddag werden de evoluties van datagebruik binnen de onderneming belicht. Gelet op de vaststelling dat informatie en informatiestromen in de bedrijfswereld een steeds belangrijker gegeven worden en tal van ondernemingen informatie voor, of in het kader van, hun bedrijfsactiviteiten genereren en/of er gebruik van maken, was de tijd rijp om dit thema door een aantal specialisten uit het vakgebied aan bod te laten komen. Om die reden werd de eerste van de voormelde studienamiddagen gewijd aan de juridische regels inzake het statuut en zekere andere kenmerken van dergelijke informatie. Hierbij is in eerste instantie ingegaan op de juridische aspecten van adresbestanden, verkoopscijfers, statistieken, grafieken, e.d.m., beschouwd als "assets" van een onderneming. Als tweede thema werd onderzocht welke bescherming het recht biedt tegen een eventuele toe-eigening van dergelijke gevoelige of waardevolle informatie door concurrenten. Ten slotte is ingegaan op de vraag of een onderneming al dan niet onbeperkt gebruik mag kan maken van dergelijke haar toebehorende informatie, inzonderheid in de hypothese dat deze informatie speciaal door, of in opdracht van, de onderneming werd gecreëerd.

Op de tweede studienamiddag is dieper ingegaan op een aantal recente wijzigingen in het consumentenrecht. Een aantal aspecten van het consumentenrecht onderging immers onlangs een grondige "facelift", of kende nieuwe belangrijke ontwikkelingen. Achtereenvolgens werden tijdens deze studiedag de bepalingen inzake productaansprakelijkheid, vergelijkende en/of misleidende reclame en onrechtmatige bedingen inzake vrije beroepen en, tot slot, een aantal recente wijzigingen van de wet op het consumentenkrediet, onderzocht.

Tijdens de derde studiedag werden de bepalingen van de Wet van 2 mei 2002 die een wettelijk kader voor de stichting hebben uitgewerkt, aan een grondige analyse onderworpen. De rechtsfiguur van de stichting die het onder bepaalde voorwaarden mogelijk maakt om aan een vermogen rechtspersoonlijkheid toe te kennen, heeft immers tal van vragen doen rijzen, inzonderheid de vraag of haar introductie inderdaad zal leiden tot een gewijzigde mentaliteit binnen het Belgische rechtsverkeer. Buitenlandse voorbeelden hebben in elk geval uit dat de toepassingsmogelijkheden van de stichting legio zijn. Reden te over om deze rechtsfiguur aan een grondige analyse te onderwerpen.

Het voorliggende referatenboek, dat als deel 11 wordt opgenomen in de reeks publicaties van de Vakgroep Economisch Recht van de V.U.B., bundelt de verslagen van de drie voormelde studienamiddagen. Het geheel vormt een boeiende bloemlezing van een aantal belangwekkende juridische evoluties in onderscheiden domeinen van het economisch recht.

Prof. Dr. Koen Byttebier is hoofddocent vervonden aan de Vakgroep voor Economisch Recht van de VUB, waarvan hij tevens het voorzitterschap waarneemt. Hij is auteur van tal van publicaties in het ondernemings-, financieel en zekerheidsrecht. Tevens is hij advocaat aan de balie te Gent en te Brussel.

Evy De Batselier is voltijds assistente verbonden aan de Vakgroep Economisch Recht van de VUB. Zij publiceert in het financieel en economisch recht.

Dr. Régine Feltkamp is wetenschappelijk medewerkster verbonden aan de Vakgroep Economisch Recht van de VUB en tevens advocate aan de balie te Brussel. Zij is auteur van verschillende publicaties in het ondernemings- en financieel recht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen