Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vervloeiing interne en externe veiligheid (CPS 2017 – 3, nr. 44)

 37,10

De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Dit Cahier gaat dieper in op de wijze waarop internationale politiesamenwerking in toenemende mate vorm wordt gegeven. Deze internationale inzet is van oudsher een specialisme dat minder aandacht krijgt dan de lokale en nationale oriëntatie van de politie. De vraag is of dit door de huidige veiligheidsontwikkelingen nog gerechtvaardigd is.
In het bijzonder de vervloeiing van binnenlandse en buitenlandse veiligheid roept de vraag op of een organisatorisch onderscheid tussen binnen- en buitenland nog voldoet. Wat betekent dit voor (post-)conflict regio’s of voor de opbouw van nieuwe democratieën? Hebben private organisaties hier al dan niet een plaats in? Deze vervloeiing wordt in dit Cahier geduid en de consequenties daarvan voor de politie beschouwd.



Quick View

Vervloeiing interne en externe veiligheid (CPS 2017 – 3, nr. 44)

 37,10

De Cahiers Politiestudies verschijnen trimestrieel. Zij zijn onderworpen aan een internationale double blind peer review en worden samengesteld door de gasteditoren, de hoofdredacteur en de editorial board, i.s.m. de redactie.
Dit Cahier gaat dieper in op de wijze waarop internationale politiesamenwerking in toenemende mate vorm wordt gegeven. Deze internationale inzet is van oudsher een specialisme dat minder aandacht krijgt dan de lokale en nationale oriëntatie van de politie. De vraag is of dit door de huidige veiligheidsontwikkelingen nog gerechtvaardigd is.
In het bijzonder de vervloeiing van binnenlandse en buitenlandse veiligheid roept de vraag op of een organisatorisch onderscheid tussen binnen- en buitenland nog voldoet. Wat betekent dit voor (post-)conflict regio’s of voor de opbouw van nieuwe democratieën? Hebben private organisaties hier al dan niet een plaats in? Deze vervloeiing wordt in dit Cahier geduid en de consequenties daarvan voor de politie beschouwd.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geheime commissielonen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 5)

 42,00
Om bepaalde uitgaven als beroepskosten te kunnen aftrekken, moet men een fiscale fiche opmaken en deze tijdig bezorgen aan de belastingadministratie. Wie dat niet doet, riskeert de aanslag “geheime commissielonen” in de vennootschapsbelasting en de rechtspersonenbelasting.

De belastingadministratie zal de gevreesde 309% aanslag effectief opleggen indien ‘voordelen van alle aard’ niet zijn aangegeven. Tot 30 juni 2012 is er een overgangsfase toegestaan om fouten uit het verleden recht te zetten. Maar vanaf 1 juni 2012 riskeren alle vennootschappen deze strafsanctie.

Dit boek behandelt nauwgezet de huidige wetgeving, de verstrengde positie van de administratie alsook de rechtspraak van de laatste jaren. Het geeft nauwkeurig alle verplichtingen aan om de 309%-aanslag te vermijden.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen


Wim Van Kerchove is e.a. Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën en auteur van onder meer Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen en de Maklu-belastinggids.

Placeholder Image
Quick View

Geheime commissielonen (Reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen, nr. 5)

 42,00
Om bepaalde uitgaven als beroepskosten te kunnen aftrekken, moet men een fiscale fiche opmaken en deze tijdig bezorgen aan de belastingadministratie. Wie dat niet doet, riskeert de aanslag “geheime commissielonen” in de vennootschapsbelasting en de rechtspersonenbelasting.

De belastingadministratie zal de gevreesde 309% aanslag effectief opleggen indien ‘voordelen van alle aard’ niet zijn aangegeven. Tot 30 juni 2012 is er een overgangsfase toegestaan om fouten uit het verleden recht te zetten. Maar vanaf 1 juni 2012 riskeren alle vennootschappen deze strafsanctie.

Dit boek behandelt nauwgezet de huidige wetgeving, de verstrengde positie van de administratie alsook de rechtspraak van de laatste jaren. Het geeft nauwkeurig alle verplichtingen aan om de 309%-aanslag te vermijden.

Meer over Reeks BBB - Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen


Wim Van Kerchove is e.a. Inspecteur bij het opleidingscentrum van de FOD Financiën en auteur van onder meer Kostenaftrek voor zelfstandigen en vennootschappen en de Maklu-belastinggids.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)

 64,80
De vraag of aan de gevolgen van huwelijk en echtscheiding door echtgenoten zelf contractueel vorm kan worden gegeven, heeft de laatste decennia aan relevantie gewonnen.
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.

Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.

Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.

Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Quick View

Partijautonomie in het relatievermogensrecht (E.M. Meijers-reeks)

 64,80
De vraag of aan de gevolgen van huwelijk en echtscheiding door echtgenoten zelf contractueel vorm kan worden gegeven, heeft de laatste decennia aan relevantie gewonnen.
De reden hiervoor is met name dat het huwelijk in deze periode aan een voortdurende relativering onderhevig is geweest en het huwelijksvermogensrecht is geliberaliseerd. Deze relativering hangt samen met het hoge en nog steeds stijgende aantal echtscheidingen en met het toenemende aantal paren dat permanent kiest voor de‘nieuwe burgerlijke staat’ die het ongehuwd samenwonen is geworden. De sterke groei van het ongehuwd samenwonen heeft tot op heden echter niet geresulteerd in wetgeving. Wel wordt met regelmaat over de noodzaak daartoe gedebatteerd.

Contractvrijheid speelt een belangrijke rol in het relatievermogensrecht maar dit rechtsbeginsel heeft in de literatuur merkwaardig genoeg maar weinig aandacht gekregen. Nader beschouwd moet contractvrijheid worden gezien als een samenstellend onderdeel van partijautonomie waarbinnen het rechtsbeginsel solidariteit tegenwicht biedt. Dit onderzoek beschrijft hoe partijautonomie kan worden begrepen in het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht. Als rode draad wordt daarbij de vraag gesteld of het aanstaande echtgenoten geheel vrij staat om het door hen verkozen Ehetyp vorm te geven in hun huwelijkse voorwaarden. Hiertoe wordt tevens een moderne visie op huwelijkse voorwaarden geformuleerd.

Een andere belangrijke vraag is welke status contractvrijheid en solidariteit hebben bij de uitleg door de Hoge Raad van huwelijkse voorwaarden in echtscheidingszaken. In dit verband wordt de nieuwe ontwikkeling in de Duitse jurisprudentie over de wijze van beoordeling van huwelijkse voorwaarden beschreven en vervolgens vertaald naar de Nederlandse context, met het oogmerk de rechter een goed bruikbaar instrument aan te reiken dat recht doet aan eisen van rechtvaardigheid en rechtszekerheid. Om een volledig beeld te verwerven is ook een hoofdstuk gewijd aan de contractvrijheid van ouders met gezamenlijk gezag over een minderjarig kind, waarbij het ouderschapsplan centraal staat.

Na een korte analyse van enkele recente wetsvoorstellen op het terrein van het huwelijksvermogens- en echtscheidingsrecht vanuit het perspectief van partijautonomie, sluit de auteur af met een proeve van een concreet wetsvoorstel voor de invoering van het civiel partnerschap. Dit eigentijdse relatievermogensrecht zou het klassieke huwelijksvermogensrecht vervangen en staat ook open voor ongehuwde en niet-geregistreerde samenwonende partners.

Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)
Quick View

Huwelijk en burgerlijke stand (Praktijkreeks IPR, deel 2)

 34,50
Dit boek in de Praktijkreeks IPR behandelt het huwelijk in het internationaal privaatrecht. De belangrijkste IPR-vragen die ten aanzien van het huwelijk rijzen, zijn de vraag naar het toe te passen recht bij in Nederland te sluiten huwelijken (het conflictenrecht) en de vraag naar de erkenning in Nederland van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken.

Ambtenaren, overheidsorganen en rechters hebben deze conflictregels en erkenningsregels uit het IPR in acht te nemen. Ambtenaren hebben zich bij het opmaken van akten en het registreren van gegevens daarnaast nog te houden aan speciaal voor het uitoefenen van die taken tot stand gebrachte regels. Ook deze voor de burgerlijke stand en de GBA geschreven regels met de daarbij behorende belangrijkste rechtspraak worden in dit boek beschreven. Deel één van dit boek is hieraan gewijd. Het geeft een beschrijving van die informatie waarvan kennisname van belang is voor een beoordeling van uit het buitenland komende documenten of in het buitenland tot stand gekomen verhoudingen. Ook voor de rechterlijke macht is het van belang inzicht te hebben in de achtergrond van een registratie of van een geweigerde registratie van gegevens.

In het tweede deel van het boek worden de regels van IPR behandeld die relevant zijn bij de beoordeling van de huwelijksband: de geldige totstandkoming van een huwelijk in Nederland, de erkenning van buiten Nederland tot stand gekomen huwelijken, en de eventuele nietigverklaring van het huwelijk.

Deze uitgave maakt deel uit van de Praktijkreeks IPR

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)

 37,50

Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.

This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.

Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.

The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.

Overzicht IPR Thema Reeks


Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)
Quick View

The Dutch Collective Settlements Act and Private International Law. Aspecten van Internationaal Privaatrecht in de WCAM (IPR Thema Reeks, nr. 2)

 37,50

Deze uitgave behandelt grondig de IPR-aspecten van de Nederlandse Wet collectieve afhandeling massaschade. Zij kwam tot stand in opdracht van het WODC van het Ministerie van Justitie, en werd voor deze editie aangevuld met recente baanbrekende Nederlandse jurisprudentie.

This book analyses aspects of private international law when a collective settlement is concluded for the benefit of foreign interested parties under the 2005 Dutch Collective Settlements Act (WCAM). In essence, the Act provides for collective redress by way of a court approved collective settlement concluded for the benefit of persons to whom damage was allegedly caused. The WCAM is based on an opt-out mechanism; if the collective settlement is declared binding, it binds all persons covered by its terms, except for those who have indicated that they do not wish to be bound by the agreement.

Since the well-known Shell and Converium settlements, among other cases, the WCAM definitively entered the international arena. These settlements were reached in order to obtain relief for interested persons in Europe and beyond who were excluded from US class actions. This need to provide for relief is a major incentive to settle under the WCAM as the Netherlands is, at present, the only EU Member State with the possibility of providing relief by way of a collective settlement which would be complimentary to US settlements or other collective redress proceedings. However, the international application of the WCAM does raise questions from a private international law perspective. This book deals with those questions and analyses various aspects of private international law including international jurisdiction, cross-border notification, recognition, applicable law, and representation of foreign interested parties.

The principal purpose of this publication is to assess the suitability of existing private international law instruments at the national, European and international levels for the application of WCAM in transnational mass damage cases. The Brussels I Regulation 44/2001, the Service Regulation 2007, the Hague Service Convention, and the Rome I and II Regulations are, among other instruments, extensively discussed and explained in the light of the international application of the WCAM. The book also includes several comparative observations in relation to jurisdictions such as the USA and Canada that are familiar with collective actions with opt-out mechanisms.

Overzicht IPR Thema Reeks


Dr. Hélène van Lith is a legal consultant based in Paris. She was previously a Senior Lecturer and Assistant Professor of Private International Law & Comparative Law at Erasmus University Rotterdam, the Netherlands. Dr. van Lith carried out the present WCAM and Private International Law research at the request of the Research and Documentation Centre of the Dutch Ministry of Justice and supervised by the Erasmus School of Law.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)

 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.

Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.

La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.

Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.

Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

Quick View

Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden – Délinquence juvénile: A la recherche de réponses adaptées (Reeks Congresboeken Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 2)

 55,00
Jeugddelinquentie is een thema dat de publieke opinie bezighoudt en ook de politieke wereld niet onberoerd laat. In 2006 werd het jeugdrecht grondig hervormd. Een groot aantal nieuwe maatregelen werd ingevoerd en de idee van herstelrecht vond ingang. Bijna drie jaar na deze hervorming, vormde het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden” een unieke gelegenheid om knelpunten, uitdagingen en oplossingen in de aanpak van het fenomeen aan te kaarten.

Het congres, georganiseerd door de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, bracht (praktijk)actoren uit de justitiële, politionele en academische wereld en uit de hulpverleningssector samen en daagde hen uit om op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden op de ervaren problemen. Dit boek bevat de belangrijkste teksten van het congres “Jeugddelinquentie: op zoek naar passende antwoorden”.

La délinquance juvénile est un thème dont l’opinion publique se soucie et qui ne laisse pas le monde politique indifférent. Le droit de la jeunesse a été réformé en profondeur en 2006. De nombreuses nouvelles mesures ont été introduites et la notion de justice réparatrice a fait son entrée. Presque trois ans après cette réforme, le congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées » a été une occasion unique d’identifier les problèmes, les défis et les solutions concernant l’approche du phénomène.

Le congrès, organisé par le Service de la Politique criminelle, a rassemblé les acteurs (de terrain) du monde judiciaire, policier et académique ainsi que du secteur des services d’aide et les a incités à rechercher d’éventuelles solutions aux problèmes rencontrés.

Le présent ouvrage reprend les textes les plus importants du congrès « Délinquance juvénile : À la recherche de réponses adaptées ».

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)

 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.

Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.

Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Placeholder Image
Quick View

Internationale incasso van geldvorderingen – 2de herziene uitgave (IPR Thema Reeks, nr. 1)

 33,50
Dit boek handelt over internationale incasso van geldvorderingen in Nederland en bespreekt de internationaal-procesrechtelijke regelingen die voor deze incassopraktijk van belang zijn. Wanneer de crediteur ervoor kiest bij de Nederlandse rechter een procedure tegen zijn in het buitenland woonachtige gedaagde aan te spannen, rijzen verschillende kwesties van IPR-procesrecht. De vraag op welke wijze het stuk dat het geding inleidt moet worden betekend, wordt besproken aan de hand van de daarvoor geldende verordeningen en verdragen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de EG-Betekeningsverordening.

Vervolgens komt uitgebreid de rechtsmacht (internationale bevoegdheid) van de Nederlandse rechter aan de orde door bespreking van de bevoegdheidsregeling van de EEX-Verordening. Tevens wordt aandacht besteed aan de regels inzake erkenning en tenuitvoerlegging onder de EEX-Verordening en aan de regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter in het commune Nederlandse internationaal bevoegdheidsrecht.

Ten slotte worden drie verordeningen besproken die voor de internationale incassopraktijk van betekenis zijn: de Verordening inzake de Europese Executoriale Titel, de Verordening inzake het Europees Betalingsbevel en de Verordening inzake een Europese procedure voor geringe vorderingen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)

 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder komt te staan.

In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.

Quick View

Criminografische ontwikkelingen: van (victim)-survey tot penitentiaire statistiek (Reeks Panopticon Libri, nr. 3)

 32,00
Dit eerste criminografische verzamelwerk in de reeks Panoptiocn Libri, is er op gericht de interesse voor criminografie en methodologie onder criminologen te vergroten. Het rapporteert over criminografische en methodologische onderwerpen die zich afspelen op diverse echelons van de strafrechtsbedeling. De volgorde van de bijdragen is ook op die manier geschikt: statistische informatie kan gerangschikt worden volgens het niveau van de strafrechtsbedeling waarop de informatie slaat. Surveys vangen hiaten uit officiële registraties op en komen dus helemaal onderaan de ladder te staan, terwijl statistische penitentiaire info de top van de strafrechtsketen voorstelt en dus bovenaan de ladder komt te staan.

In deze uitgave wordt criminografisch materiaal gedegen voorgesteld, met een afweging van de sterke en zwakke kanten, zijn mogelijkheden en beperkingen. Bovendien biedt dit verzamelwerk een structurele vindplaats voor het “onvindbare” criminografische materiaal.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Private Security Companies and Private Military Companies. A comparative and Economical Analysis (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. I)

 65,00
What is the purpose of a State if not to at least protect its citizens? It is a legitimate question, but does it necessarily have to manifest itself as an unwillingness of the State to accept non-public actors in the provision of security? This book constructs theoretical models of how States can cope with the increased interest in private security, provides a functional breakdown of “police services” as we understand the term now, and examines the entry barriers several Western jurisdictions have imposed on the companies that are willing to provide these different police functions on a private basis. Lastly, a new input is given to a fairly unexplored market segment: a combination of a security contract with an insurance contract.

In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.

Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.

Placeholder Image
Quick View

Private Security Companies and Private Military Companies. A comparative and Economical Analysis (Reeks Governance of Security Report Series, Vol. I)

 65,00
What is the purpose of a State if not to at least protect its citizens? It is a legitimate question, but does it necessarily have to manifest itself as an unwillingness of the State to accept non-public actors in the provision of security? This book constructs theoretical models of how States can cope with the increased interest in private security, provides a functional breakdown of “police services” as we understand the term now, and examines the entry barriers several Western jurisdictions have imposed on the companies that are willing to provide these different police functions on a private basis. Lastly, a new input is given to a fairly unexplored market segment: a combination of a security contract with an insurance contract.

In a separate chapter, the book touches upon the concept of private military companies. One specific subset of these can be closely linked to the private security industry. When contracted by State agencies, challenges are encountered that also exist with other public-private contracts, but in a more exasperated way. The author proposes some methods, using existing instruments, to minimise costs, maximise benefits, and increase accountability to the benefit of both the State and the company.

Dr. Joery Matthys has conducted his doctoral research at the University of Turin, Italy, Cornell University, USA and Ghent University, Belgium. He received a double doctoral degree from the Universities of Turin and Ghent. He is currently conducting research on the liberalisation of public services at the Catholic University of Leuven, Belgium.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×