Zonder sporen
Martha Galison is een succesvolle advocate gespecialiseerd in het vervolgen van rechters die strafbare feiten plegen. Ze krijgt op een dag een angstige vrouw aan de lijn, die om hulp vraagt in een nogal bijzondere casus.
Catherines vader werd twintig jaar geleden dood aangetroffen, en wat op een moord leek, werd nooit opgelost. Maar Catherine heeft een verdachte die ze al jaren in het oog houdt. En ze heeft ontdekt dat er nog slachtoffers gevallen zijn.
Maar Catherine durft niet naar de politie te stappen omdat ze vreest voor haar eigen leven.
De moordenaar is briljant, sluw en geduldig en laat geen sporen achter. En hij weet hoe het gerecht werkt. Hoe bewijs je het onbewijsbare?
Stefan Ruysschaert is een creatieve auteur. Na “De Sterrenchef”, “De blauwe kamer” en “Bloedrode wijn” is dit zijn vierde roman.
Zonder sporen
Martha Galison is een succesvolle advocate gespecialiseerd in het vervolgen van rechters die strafbare feiten plegen. Ze krijgt op een dag een angstige vrouw aan de lijn, die om hulp vraagt in een nogal bijzondere casus.
Catherines vader werd twintig jaar geleden dood aangetroffen, en wat op een moord leek, werd nooit opgelost. Maar Catherine heeft een verdachte die ze al jaren in het oog houdt. En ze heeft ontdekt dat er nog slachtoffers gevallen zijn.
Maar Catherine durft niet naar de politie te stappen omdat ze vreest voor haar eigen leven.
De moordenaar is briljant, sluw en geduldig en laat geen sporen achter. En hij weet hoe het gerecht werkt. Hoe bewijs je het onbewijsbare?
Stefan Ruysschaert is een creatieve auteur. Na “De Sterrenchef”, “De blauwe kamer” en “Bloedrode wijn” is dit zijn vierde roman.
Fricassee. Van ragout naar blanquette de veau
Fricassee komt uit de klassieke Franse keuken. Een overheerlijk, vrij eenvoudig gerecht.
Kalfsfricassee is ook een klassieker in de Vlaamse keuken, geliefd om haar malse kalfsvlees, romige saus en nostalgische karakter. In dit boekje delen we tips om kalfsfricassee naar een hoger niveau te tillen. Of je nu de traditionele versie wilt maken of een moderne twist zoekt, met deze tips haal je het beste uit je kalfsfricassee.
Koken hoeft immers niet noodzakelijk moeilijk te zijn. Stoofpotjes zijn erg makkelijk en ook erg lekker. Iedereen kan ze maken. Maar het verschil zit hem in details die belangrijk zijn.
In dit boekje worden recepten van de fricassee, ragout en blanquette besproken. De basisfricassee wordt van kalfsvlees gemaakt samen metchampignons, gehaktballetjes en zilveruitjes maar er zijn talrijke varianten met wit vlees. En kalfsblanquette vormt hierbij een bijzondere bereidingswijze die teruggrijpt naar de klassieke Franse culinaire traditie. Voor de vegetariërs kan vlees gerust vervangen worden door paddenstoelen of tofu.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Fricassee. Van ragout naar blanquette de veau
Fricassee komt uit de klassieke Franse keuken. Een overheerlijk, vrij eenvoudig gerecht.
Kalfsfricassee is ook een klassieker in de Vlaamse keuken, geliefd om haar malse kalfsvlees, romige saus en nostalgische karakter. In dit boekje delen we tips om kalfsfricassee naar een hoger niveau te tillen. Of je nu de traditionele versie wilt maken of een moderne twist zoekt, met deze tips haal je het beste uit je kalfsfricassee.
Koken hoeft immers niet noodzakelijk moeilijk te zijn. Stoofpotjes zijn erg makkelijk en ook erg lekker. Iedereen kan ze maken. Maar het verschil zit hem in details die belangrijk zijn.
In dit boekje worden recepten van de fricassee, ragout en blanquette besproken. De basisfricassee wordt van kalfsvlees gemaakt samen metchampignons, gehaktballetjes en zilveruitjes maar er zijn talrijke varianten met wit vlees. En kalfsblanquette vormt hierbij een bijzondere bereidingswijze die teruggrijpt naar de klassieke Franse culinaire traditie. Voor de vegetariërs kan vlees gerust vervangen worden door paddenstoelen of tofu.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Blijf bij je verstand. Praktische gids voor een scherp, creatief en gelukkig brein op elke leeftijd
Eric Sleeckx heeft ruim veertig jaar ervaring in de wereld van onderzoek en innovatie. Hij schreef dit boek vanuit zijn eigen bezorgdheid om na zijn pensioen zijn geheugen en leervermogen te zien afnemen. Zijn levenslange passie voor het brein en zijn ervaring als wetenschapscommunicator resulteerde in deze toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde zelfhulpgids.
Blijf bij je verstand. Praktische gids voor een scherp, creatief en gelukkig brein op elke leeftijd
Eric Sleeckx heeft ruim veertig jaar ervaring in de wereld van onderzoek en innovatie. Hij schreef dit boek vanuit zijn eigen bezorgdheid om na zijn pensioen zijn geheugen en leervermogen te zien afnemen. Zijn levenslange passie voor het brein en zijn ervaring als wetenschapscommunicator resulteerde in deze toegankelijke en wetenschappelijk onderbouwde zelfhulpgids.
Kleur verkennen. Bewust worden van je bewustzijn
Rombout van den Nieuwenhof werkt als coach en begeleider van complexe veranderingsprocessen. Hij is psycholoog (Radboud Universiteit) en promoveerde op de rol van dialoog in complexe veranderingen (UvA). Zijn interesses gaan uit naar leiderschapsontwikkeling en diepgaand leren en meer recent de rol daarbij van lichaamsbewustzijn. Over Kleur verkennen verzorgt hij in company een serie workshops.
Kleur verkennen. Bewust worden van je bewustzijn
Rombout van den Nieuwenhof werkt als coach en begeleider van complexe veranderingsprocessen. Hij is psycholoog (Radboud Universiteit) en promoveerde op de rol van dialoog in complexe veranderingen (UvA). Zijn interesses gaan uit naar leiderschapsontwikkeling en diepgaand leren en meer recent de rol daarbij van lichaamsbewustzijn. Over Kleur verkennen verzorgt hij in company een serie workshops.
Environment and contemporary challenges to criminal law. RIDP Libri 14
This special issue brings together thirteen original papers that examine contemporary and thoughtprovoking dimensions of criminal law concerning environmental offences. It explores the evolving directions of criminal policy aimed at addressing and criminalising serious environmental harm, including ecocide. The volume offers reflections on the possibilities of prevention, reparation, and restoration in complex environmental cases, drawing on restorative justice approaches and the potential of artificial intelligence.
In a world facing climate crisis and widespread environmental destruction, understanding, preventing, and remedying environmental harm has never been more urgent — and this volume offers crucial insights for scholars and practitioners
Isabelle Gibson is a criminal lawyer and guest lecturer of Criminal Law at the Pontifical Catholic University of Rio de Janeiro. Member of the Special Section of the Ethics and Disciplinary Tribunal of the Brazilian Bar Association – Rio de Janeiro (OAB/RJ). She is also President of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Dawid Marko is a criminal defence lawyer and Research and Teaching Assistant at the Department of Criminal Procedure and Criminalistics, Faculty of Law and Administration, University of Gdańsk (Poland). He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Gonzalo Guerrero is a lawyer and lecturer at the University of Buenos Aires. He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Environment and contemporary challenges to criminal law. RIDP Libri 14
This special issue brings together thirteen original papers that examine contemporary and thoughtprovoking dimensions of criminal law concerning environmental offences. It explores the evolving directions of criminal policy aimed at addressing and criminalising serious environmental harm, including ecocide. The volume offers reflections on the possibilities of prevention, reparation, and restoration in complex environmental cases, drawing on restorative justice approaches and the potential of artificial intelligence.
In a world facing climate crisis and widespread environmental destruction, understanding, preventing, and remedying environmental harm has never been more urgent — and this volume offers crucial insights for scholars and practitioners
Isabelle Gibson is a criminal lawyer and guest lecturer of Criminal Law at the Pontifical Catholic University of Rio de Janeiro. Member of the Special Section of the Ethics and Disciplinary Tribunal of the Brazilian Bar Association – Rio de Janeiro (OAB/RJ). She is also President of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Dawid Marko is a criminal defence lawyer and Research and Teaching Assistant at the Department of Criminal Procedure and Criminalistics, Faculty of Law and Administration, University of Gdańsk (Poland). He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
Gonzalo Guerrero is a lawyer and lecturer at the University of Buenos Aires. He is also a Member of the Young Penalists Committee of the AIDP.
De opgroeicirkel
De opgroeicirkel is het vervolg op De opgroeidriehoek en ook deze keer wordt het belang van vriendschap en mildheid benadrukt. Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, blijken duidelijk uit de uitspraken van de kinderen.
Aan de hand van theorie over ontwikkeling, loyaliteit, hechting en het brein, wordt een fundament gelegd van waaruit op een veilige en voor het kind leuke manier een opgroeicirkel kan worden gemaakt.
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het geeft voorbeelden van verkeerde aannames en vooringenomenheden binnen de rechtspraak en jeugdzorg en toont hoe daar de opgroeicirkel kan worden gebruikt om kinderen de kans te geven de wereld vanuit hun ogen te laten zien. Door niet automatisch uit te gaan van het traditionele gezin, krijgt een kind de kans om te laten zien wie allemaal voor hen belangrijk is.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige, daarna is zij afgestudeerd in sociaal-culturele wetenschappen. Sinds 2004 is zij werkzaam als MfN-registermediator en sinds 2015 als bijzondere curator. Sinds haar boek De opgroeidriehoek (2022), is Anneke van Teijlingen steeds meer versterkt in haar visie dat jeugdzorg en rechtspraak de wereld van kinderen soms meer bedreigen dan beschermen. Als bijzondere curator staat zij naast het kind en probeert zij de stem van het kind te vertegenwoordigen, binnen en buiten de rechtbank. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De opgroeicirkel
De opgroeicirkel is het vervolg op De opgroeidriehoek en ook deze keer wordt het belang van vriendschap en mildheid benadrukt. Voor kinderen en grote mensen is het in het huidige systeem van jeugdzorg en rechtspraak moeilijk om vast te houden aan mildheid en vriendelijkheid, terwijl dat toch juist is wat we aan onze kinderen willen laten zien en leren. De onmacht en het verdriet binnen gezinnen die onder toezicht staan, of waarvan de ouders verwikkeld zijn in procedures, blijken duidelijk uit de uitspraken van de kinderen.
Aan de hand van theorie over ontwikkeling, loyaliteit, hechting en het brein, wordt een fundament gelegd van waaruit op een veilige en voor het kind leuke manier een opgroeicirkel kan worden gemaakt.
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het geeft voorbeelden van verkeerde aannames en vooringenomenheden binnen de rechtspraak en jeugdzorg en toont hoe daar de opgroeicirkel kan worden gebruikt om kinderen de kans te geven de wereld vanuit hun ogen te laten zien. Door niet automatisch uit te gaan van het traditionele gezin, krijgt een kind de kans om te laten zien wie allemaal voor hen belangrijk is.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige, daarna is zij afgestudeerd in sociaal-culturele wetenschappen. Sinds 2004 is zij werkzaam als MfN-registermediator en sinds 2015 als bijzondere curator. Sinds haar boek De opgroeidriehoek (2022), is Anneke van Teijlingen steeds meer versterkt in haar visie dat jeugdzorg en rechtspraak de wereld van kinderen soms meer bedreigen dan beschermen. Als bijzondere curator staat zij naast het kind en probeert zij de stem van het kind te vertegenwoordigen, binnen en buiten de rechtbank. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De overheid op de schop. Waarom en hoe de overheid, met in haar kielzog de semioverheid, beter kan functioneren
De overheid op de schop. Waarom en hoe de overheid, met in haar kielzog de semioverheid, beter kan functioneren
Van overleven naar vrijheid. Herstel na narcistisch misbruik
Aan de hand van e-mailuitwisselingen en neergeschreven coachinggesprekken brengt dit boek stap voor stap het verhaal en het groeiproces van Niels, die zich met de hulp van narcismecoach Mieke wist los te maken uit de greep van een narcistische vriendschap. Niels ontdekte welke patronen uit zijn kindertijd hem voor toxisch gedrag kwetsbaar maakten, leerde grenzen stellen, en vond de weg naar zichzelf terug.
Met persoonlijke inzichten en concrete handvatten biedt het boek een unieke inkijk in herstel na narcistisch misbruik en toont hoe heling, zelfliefde en emotionele vrijheid weer mogelijk worden. Van overleven naar vrijheid dient daarom zowel als een baken van herkenning, maar ook als een praktische gids voor iedereen die de gevolgen van narcisme wil overwinnen en zijn eigen kracht wil terugvinden.
Mieke Baudelet, voormalig leerkracht, begeleidt als narcismecoach mensen in hun herstel na narcistisch misbruik. Vanuit eigen ervaring weet ze hoe belangrijk bewustwording en zelfliefde zijn. Met dit boek wil ze kracht, inzicht en hoop aanreiken aan wie opnieuw wil helen en groeien.
Niels Noppe (pseudoniem) werkte mee aan dit boek als inhoudelijk meelezer en denker. Zijn inzichten en correspondentie vormden een waardevolle aanvulling.
Van overleven naar vrijheid. Herstel na narcistisch misbruik
Aan de hand van e-mailuitwisselingen en neergeschreven coachinggesprekken brengt dit boek stap voor stap het verhaal en het groeiproces van Niels, die zich met de hulp van narcismecoach Mieke wist los te maken uit de greep van een narcistische vriendschap. Niels ontdekte welke patronen uit zijn kindertijd hem voor toxisch gedrag kwetsbaar maakten, leerde grenzen stellen, en vond de weg naar zichzelf terug.
Met persoonlijke inzichten en concrete handvatten biedt het boek een unieke inkijk in herstel na narcistisch misbruik en toont hoe heling, zelfliefde en emotionele vrijheid weer mogelijk worden. Van overleven naar vrijheid dient daarom zowel als een baken van herkenning, maar ook als een praktische gids voor iedereen die de gevolgen van narcisme wil overwinnen en zijn eigen kracht wil terugvinden.
Mieke Baudelet, voormalig leerkracht, begeleidt als narcismecoach mensen in hun herstel na narcistisch misbruik. Vanuit eigen ervaring weet ze hoe belangrijk bewustwording en zelfliefde zijn. Met dit boek wil ze kracht, inzicht en hoop aanreiken aan wie opnieuw wil helen en groeien.
Niels Noppe (pseudoniem) werkte mee aan dit boek als inhoudelijk meelezer en denker. Zijn inzichten en correspondentie vormden een waardevolle aanvulling.
Zumis. Korte krachtige intentieliedjes.
ZUMIS zijn korte krachtige liedjes voor kinderen die elk een specifieke intentie of emotie aanraken. ZUMIS zing je regelmatig als tussendoortje naar gelang de intentie die je wenst neer te zetten. Door amper twee minuutjes te 'ZUMIËN' breng je de groep - of het nu je klas is of je gezin - tot rust of tot actie, tot verbinding of tot verdraagzaamheid, tot stilte of tot discipline, tot focus of tot dankbaarheid... wat er op dat moment nodig is.
ZUMIS doen wonderen!
Barbara Cool is muzikante, muziekdocente en oprichter van Coolcompany. Ze geeft lessen en workshops voor kinderen en volwassenen. In haar werk met kinderen merkte ze bij hen een grote openheid voor bepaalde liedjes die hen letterlijk én energetisch in beweging brachten en die kinderen steeds opnieuw willen zingen. Van daaruit ontstond het idee voor ZUMIS. De ZUMIS zijn al in heel wat scholen, groepen en in familieverband in de praktijk toegepast en worden telkens heel enthousiast onthaald, zowel door de kinderen als hun begeleiders.
Zumis. Korte krachtige intentieliedjes.
ZUMIS zijn korte krachtige liedjes voor kinderen die elk een specifieke intentie of emotie aanraken. ZUMIS zing je regelmatig als tussendoortje naar gelang de intentie die je wenst neer te zetten. Door amper twee minuutjes te 'ZUMIËN' breng je de groep - of het nu je klas is of je gezin - tot rust of tot actie, tot verbinding of tot verdraagzaamheid, tot stilte of tot discipline, tot focus of tot dankbaarheid... wat er op dat moment nodig is.
ZUMIS doen wonderen!
Barbara Cool is muzikante, muziekdocente en oprichter van Coolcompany. Ze geeft lessen en workshops voor kinderen en volwassenen. In haar werk met kinderen merkte ze bij hen een grote openheid voor bepaalde liedjes die hen letterlijk én energetisch in beweging brachten en die kinderen steeds opnieuw willen zingen. Van daaruit ontstond het idee voor ZUMIS. De ZUMIS zijn al in heel wat scholen, groepen en in familieverband in de praktijk toegepast en worden telkens heel enthousiast onthaald, zowel door de kinderen als hun begeleiders.
Ik herinner me… Over beroemdheden, Knokke, het Casino, La Réserve
Staf Knop (Brussel, 1921) begon als privé-telefonist van Koning Leopold III op het Paleis in Laken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Duitsers opgepakt en naar een arbeiderskamp in Berlijn gevoerd.
Van 1949 tot 1972 was hij journalist bij Het Laatste Nieuws. Samen met Jan Walravens en Bert Parloor stichtte hij “Het Kamertoneel”. Hij creëerde het eerste toneelstuk van Hugo Claus onder de regie van de auteur en onder supervisie van Herman Teirlinck.
Hij schreef nagenoeg dertig toneelstukken en talrijke TV-scripten, waarvoor hij veelvuldig is bekroond, onder meer met de Grote Literaire Prijs van de stad Brussel, de Prijs van de Nationale Persbond, de Prijs van de Kijker. Sommige van zijn toneelstukken werden opgevoerd in Brussel, Antwerpen, Amsterdam, Parijs, Rome, Napels, Palermo, Sydney. Ook presenteerde hij televisie- en radioprogramma’s over toneel, filmmuziek en de geschiedenis van de musical en was hij jurylid van internationale variété- en TV-wedstrijden.
Van 1972 tot 1986 was hij artistiek directeur van het Casino Knokke, waar hij de lat voor zijn programmatie zeer hoog legde.
Nog altijd schrijft hij over de geschiedenis van Hollywood in het tijdschrift Cinemagie.
Hij woont, uiteraard, in Knokke.
Ik herinner me… Over beroemdheden, Knokke, het Casino, La Réserve
Staf Knop (Brussel, 1921) begon als privé-telefonist van Koning Leopold III op het Paleis in Laken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij door de Duitsers opgepakt en naar een arbeiderskamp in Berlijn gevoerd.
Van 1949 tot 1972 was hij journalist bij Het Laatste Nieuws. Samen met Jan Walravens en Bert Parloor stichtte hij “Het Kamertoneel”. Hij creëerde het eerste toneelstuk van Hugo Claus onder de regie van de auteur en onder supervisie van Herman Teirlinck.
Hij schreef nagenoeg dertig toneelstukken en talrijke TV-scripten, waarvoor hij veelvuldig is bekroond, onder meer met de Grote Literaire Prijs van de stad Brussel, de Prijs van de Nationale Persbond, de Prijs van de Kijker. Sommige van zijn toneelstukken werden opgevoerd in Brussel, Antwerpen, Amsterdam, Parijs, Rome, Napels, Palermo, Sydney. Ook presenteerde hij televisie- en radioprogramma’s over toneel, filmmuziek en de geschiedenis van de musical en was hij jurylid van internationale variété- en TV-wedstrijden.
Van 1972 tot 1986 was hij artistiek directeur van het Casino Knokke, waar hij de lat voor zijn programmatie zeer hoog legde.
Nog altijd schrijft hij over de geschiedenis van Hollywood in het tijdschrift Cinemagie.
Hij woont, uiteraard, in Knokke.
Vademecum beëdigde vertalingen Japans-Nederlands – Acht voorbeelden uit de praktijk
In dit vademecum vind je informatie over opleidingen die je moet volgen om als beëdigd vertaler te worden erkend en over instanties die je kunnen helpen bij je werk.
Verder bevat dit vademecum acht vertalingen van documenten die Japanners die naar België migreren, nodig kunnen hebben wanneer ze zich hier gaan vestigen, onder andere een “Bewijs van nationaliteit”, een “Bewijs van alle persoonsgegevens” en een “Huwelijksaangifte”. Om de privacy van personen te garanderen, werd gekozen voor geanonimiseerde blanco Japanse documenten die op het internet beschikbaar zijn, met bronverwijzing.
Na de acht vertalingen volgen twee alfabetisch gerangschikte woordenlijsten (Japans-Nederlands en Nederlands-Japans) van de belangrijkste lemmata uit de acht documenten.
Het opzet van dit vademecum is praktisch van aard: sjablonen voor vertalingen en woordenlijsten aanbieden aan toekomstige vertalers, collega-vertalers in tijdnood, mensen die werken in de administratie van lokale overheden, of mensen die voor hun werk of privé geconfronteerd worden met Japanse documenten.
Er bestaat ook een e-book versie van die geüpdatet kan worden.
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft, naast haar werk als taaldocent, sinds 1995 gewerkt als beëdigd vertaler en tolk in Antwerpen. Van haar verschenen eerder bij uitgeverij Garant: Kana (2009) en Kanji (2010): vertalingen van de snelleermethode van James W. Heisig om de drie Japanse schriften te leren en een assimil Japans in twee delen: Nihongo 1 en 2, in samenwerking met professor Akiko Tashiro van Hokkaido University
Vademecum beëdigde vertalingen Japans-Nederlands – Acht voorbeelden uit de praktijk
In dit vademecum vind je informatie over opleidingen die je moet volgen om als beëdigd vertaler te worden erkend en over instanties die je kunnen helpen bij je werk.
Verder bevat dit vademecum acht vertalingen van documenten die Japanners die naar België migreren, nodig kunnen hebben wanneer ze zich hier gaan vestigen, onder andere een “Bewijs van nationaliteit”, een “Bewijs van alle persoonsgegevens” en een “Huwelijksaangifte”. Om de privacy van personen te garanderen, werd gekozen voor geanonimiseerde blanco Japanse documenten die op het internet beschikbaar zijn, met bronverwijzing.
Na de acht vertalingen volgen twee alfabetisch gerangschikte woordenlijsten (Japans-Nederlands en Nederlands-Japans) van de belangrijkste lemmata uit de acht documenten.
Het opzet van dit vademecum is praktisch van aard: sjablonen voor vertalingen en woordenlijsten aanbieden aan toekomstige vertalers, collega-vertalers in tijdnood, mensen die werken in de administratie van lokale overheden, of mensen die voor hun werk of privé geconfronteerd worden met Japanse documenten.
Er bestaat ook een e-book versie van die geüpdatet kan worden.
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft, naast haar werk als taaldocent, sinds 1995 gewerkt als beëdigd vertaler en tolk in Antwerpen. Van haar verschenen eerder bij uitgeverij Garant: Kana (2009) en Kanji (2010): vertalingen van de snelleermethode van James W. Heisig om de drie Japanse schriften te leren en een assimil Japans in twee delen: Nihongo 1 en 2, in samenwerking met professor Akiko Tashiro van Hokkaido University
Lineair programmeren in de bedrijfskunde – Uitgebreid. 3e uitgave
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit zes hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In de twee laatste hoofdstukken wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, USA, State approved, 1994), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS) en gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen Sint-Gabriëlinstituut).
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Lineair programmeren in de bedrijfskunde – Uitgebreid. 3e uitgave
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit zes hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In de twee laatste hoofdstukken wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, USA, State approved, 1994), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS) en gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen Sint-Gabriëlinstituut).
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Europese basisteksten – 11e geheel herziene uitgave
Tony Joris is emeritus Jean Monnet-professor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Europese basisteksten – 11e geheel herziene uitgave
Tony Joris is emeritus Jean Monnet-professor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Met de controleur aan tafel | 8e, herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Met de controleur aan tafel | 8e, herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Btw-eetjes deel 22
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes worden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 22
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes worden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
A Century of Criminal Justice, Human Rights and Humanity across Borders. (Centenary Ceremony of the International Association of Penal Law (AIDP/IAPL)) RIDP Libri 07
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium. José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP/IAPL and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country, San Sebastian, Spain. John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/AIPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law at the College of Europe, Bruges, Belgium.
A Century of Criminal Justice, Human Rights and Humanity across Borders. (Centenary Ceremony of the International Association of Penal Law (AIDP/IAPL)) RIDP Libri 07
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium. José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP/IAPL and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country, San Sebastian, Spain. John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/AIPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law at the College of Europe, Bruges, Belgium.


Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht
Geconfronteerd worden met jongdementie brengt ingrijpende en blijvende veranderingen met zich mee. Het gaat niet alleen om het verlies van herinneringen, maar ook om dromen, toekomstbeelden en rollen die opeens verschuiven of verdwijnen. Manu Keirse, emeritus hoogleraar rouw en verlies, introduceerde het begrip levend verlies: het rouwen om verwachtingen die door ziekte en beperkingen zijn veranderd, en het omgaan met een rouwproces dat nooit ophoudt.
In dit boek gaat Ellis Middelhuis in gesprek met mensen die jongdementie van dichtbij meemaken. Partners, kinderen en familieleden vertellen openhartig over hoe hun levens drastisch veranderden door de ziekte van hun geliefde. Ook professionals delen hun ervaringen en inzichten. Hun verhalen laten zien hoe verdriet, boosheid en machteloosheid vaak hand in hand gaan met schuldgevoelens, maar ook hoe veerkracht, liefde en verbondenheid blijven bestaan. Jongdementie geeft woorden aan de rauwe en vaak onzichtbare kanten van levend verlies bij jongdementie. Het is een boek dat ruimte biedt voor herkenning, troost en begrip, en dat tegelijk een boodschap van hoop brengt: ondanks alles blijven verhalen, verbinding en betekenis bestaan. Ellis Middelhuis (1965) is coach in rouw en verlies en schrijver. Vanuit haar eigen ervaringen met verlies en haar jarenlange werk in de zorg en mantelzorgondersteuning richt zij zich op het thema levend verlies – het voortdurende rouwproces dat ontstaat door ziekte en beperkingen.
Met haar bedrijf Buro Ellis & Co () begeleidt zij mensen en organisaties rondom verlies,veerkracht en zingeving. Daarnaast is zij in Amsterdam werkzaam als coördinator van een expertisenetwerk dementie.
Na Mensen met lef. Verhalen over levend verlies en veerkracht (2024), geeft zij in Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht opnieuw een stem aan mensen die leven met verlies.
Haar werk is een ode aan liefde, moed en verbondenheid te midden van verlies.
Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht
Geconfronteerd worden met jongdementie brengt ingrijpende en blijvende veranderingen met zich mee. Het gaat niet alleen om het verlies van herinneringen, maar ook om dromen, toekomstbeelden en rollen die opeens verschuiven of verdwijnen. Manu Keirse, emeritus hoogleraar rouw en verlies, introduceerde het begrip levend verlies: het rouwen om verwachtingen die door ziekte en beperkingen zijn veranderd, en het omgaan met een rouwproces dat nooit ophoudt.
In dit boek gaat Ellis Middelhuis in gesprek met mensen die jongdementie van dichtbij meemaken. Partners, kinderen en familieleden vertellen openhartig over hoe hun levens drastisch veranderden door de ziekte van hun geliefde. Ook professionals delen hun ervaringen en inzichten. Hun verhalen laten zien hoe verdriet, boosheid en machteloosheid vaak hand in hand gaan met schuldgevoelens, maar ook hoe veerkracht, liefde en verbondenheid blijven bestaan. Jongdementie geeft woorden aan de rauwe en vaak onzichtbare kanten van levend verlies bij jongdementie. Het is een boek dat ruimte biedt voor herkenning, troost en begrip, en dat tegelijk een boodschap van hoop brengt: ondanks alles blijven verhalen, verbinding en betekenis bestaan. Ellis Middelhuis (1965) is coach in rouw en verlies en schrijver. Vanuit haar eigen ervaringen met verlies en haar jarenlange werk in de zorg en mantelzorgondersteuning richt zij zich op het thema levend verlies – het voortdurende rouwproces dat ontstaat door ziekte en beperkingen.
Met haar bedrijf Buro Ellis & Co () begeleidt zij mensen en organisaties rondom verlies,veerkracht en zingeving. Daarnaast is zij in Amsterdam werkzaam als coördinator van een expertisenetwerk dementie.
Na Mensen met lef. Verhalen over levend verlies en veerkracht (2024), geeft zij in Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht opnieuw een stem aan mensen die leven met verlies.
Haar werk is een ode aan liefde, moed en verbondenheid te midden van verlies.
Oma Blob – Handleiding
Deze handleiding biedt de theoretische en praktische achtergrond bij het prentenboek Oma blob. Vanuit actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek wordt duidelijk gemaakt hoe het verhaal van oma blob gelezen en ingezet kan worden in de begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen.
De handleiding vertaalt complexe wetenschappelijke kennis naar een toegankelijke en bruikbare vorm, met reflectieve vragen, gespreksuggesties en beeldmateriaal. Ze helpt begeleiders, leerkrachten, therapeuten en ouders om de thema’s trauma, hechting, dissociatieve reacties en herstel bespreekbaar te maken en kinderen een taal te geven voor hun innerlijke beleving.
Het boek doorbreekt het taboe rond trauma in hechtingsrelaties en laat zien hoe dissociatieve reacties vaak onzichtbaar blijven, juist omdat ze niet herkend of begrepen worden, terwijl ze betekenisvolle en beschermende antwoorden zijn op overweldigende ervaringen.
Tegelijkertijd wijst het op de hoopvolle kracht van Transcendentie: de aangeboren vermogens van verbinding, liefde, wil, leven en essentie, die heling en integratie mogelijk maken.
Oma blob - handleiding is een praktisch en inspirerend naslagwerk voor gebruik in therapie, op school, in klinieken en thuis. Het nodigt uit om woorden en beelden te vinden voor wat vaak onuitgesproken blijft, en zo de weg te openen naar verbinding en herstel.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Trauma-centrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Oma Blob – Handleiding
Deze handleiding biedt de theoretische en praktische achtergrond bij het prentenboek Oma blob. Vanuit actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek wordt duidelijk gemaakt hoe het verhaal van oma blob gelezen en ingezet kan worden in de begeleiding van kinderen, jongeren en volwassenen.
De handleiding vertaalt complexe wetenschappelijke kennis naar een toegankelijke en bruikbare vorm, met reflectieve vragen, gespreksuggesties en beeldmateriaal. Ze helpt begeleiders, leerkrachten, therapeuten en ouders om de thema’s trauma, hechting, dissociatieve reacties en herstel bespreekbaar te maken en kinderen een taal te geven voor hun innerlijke beleving.
Het boek doorbreekt het taboe rond trauma in hechtingsrelaties en laat zien hoe dissociatieve reacties vaak onzichtbaar blijven, juist omdat ze niet herkend of begrepen worden, terwijl ze betekenisvolle en beschermende antwoorden zijn op overweldigende ervaringen.
Tegelijkertijd wijst het op de hoopvolle kracht van Transcendentie: de aangeboren vermogens van verbinding, liefde, wil, leven en essentie, die heling en integratie mogelijk maken.
Oma blob - handleiding is een praktisch en inspirerend naslagwerk voor gebruik in therapie, op school, in klinieken en thuis. Het nodigt uit om woorden en beelden te vinden voor wat vaak onuitgesproken blijft, en zo de weg te openen naar verbinding en herstel.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Trauma-centrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Oma Blob – prentenboek
Blobvisje Snoepje gaat op bezoek bij zijn oma om een tekening van haar te maken voor school. Maar Snoepje vraagt zich af waarom zijn oma er toch zo anders uitziet dan hij? Oma blob neemt Snoepje mee op een reis door haar verleden en vertelt een verhaal dat soms spannend en pijnlijk is, maar vooral hoopvol. Ze laat zien hoe moeilijke ervaringen je kunnen tekenen, maar ook hoe je kracht kunt vinden in wie je werkelijk bent.
Oma blob is een psycho-educatief verhaal voor kinderen én volwassenen. Het vertaalt actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek op een warme en toegankelijke manier naar de leefwereld van lezers, en slaat zo een brug tussen emotionele beleving en educatief begrijpen. Het verhaal laat zien hoe dissociatieve reacties betekenisvolle en beschermende antwoorden kunnen zijn op overweldigende ervaringen, zoals vroegtijdige verlating of chronische onveiligheid.
De bijhorende handleiding, met theoretische achtergrond en de link met dit verhaal, is als apart boek uitgegeven bij Garant.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de filmstudies. Ze werkt als scenariste in de televisiewereld en heeft als auteur al verschillende boeken op haar naam staan.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Bij dit prentenboek hoort een handleiding: Doris D’Hooghe (2025), Oma blob. Handleiding, ISBN 978-90-441-4004-0, Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Oma Blob – prentenboek
Blobvisje Snoepje gaat op bezoek bij zijn oma om een tekening van haar te maken voor school. Maar Snoepje vraagt zich af waarom zijn oma er toch zo anders uitziet dan hij? Oma blob neemt Snoepje mee op een reis door haar verleden en vertelt een verhaal dat soms spannend en pijnlijk is, maar vooral hoopvol. Ze laat zien hoe moeilijke ervaringen je kunnen tekenen, maar ook hoe je kracht kunt vinden in wie je werkelijk bent.
Oma blob is een psycho-educatief verhaal voor kinderen én volwassenen. Het vertaalt actuele inzichten uit traumawetenschap, hechtingstheorie en dissociatieonderzoek op een warme en toegankelijke manier naar de leefwereld van lezers, en slaat zo een brug tussen emotionele beleving en educatief begrijpen. Het verhaal laat zien hoe dissociatieve reacties betekenisvolle en beschermende antwoorden kunnen zijn op overweldigende ervaringen, zoals vroegtijdige verlating of chronische onveiligheid.
De bijhorende handleiding, met theoretische achtergrond en de link met dit verhaal, is als apart boek uitgegeven bij Garant.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de filmstudies. Ze werkt als scenariste in de televisiewereld en heeft als auteur al verschillende boeken op haar naam staan.
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 45 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België () en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Bij dit prentenboek hoort een handleiding: Doris D’Hooghe (2025), Oma blob. Handleiding, ISBN 978-90-441-4004-0, Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Kleine filosofie van de ruimte
In de filosofie, cultuur- en mediawetenschap bestaat er een hernieuwde belangstelling voor het concept ‘ruimte’, die spatial turn
wordt genoemd. Met name in de cultuurwetenschappen wint deze wending aan actualiteit. In twee radiovoordrachten (Le Corps utopique, Les Hétérotopies) en een lezing voor een genootschap van architecten (Des espaces autres) voorspelde Foucault deze wending al toen hij opmerkte dat de focus op tijd ingeruild zal worden door die op de ruimte. Met het verdwijnen van de ‘grote verhalen’, die naar de toekomst en vooruitgang verwezen, is ook de obsessie met de tijd op de achtergrond geraakt.
In dit boek worden verschillende dimensies van de geleefde ruimte besproken zoals die door de fenomenologie zijn gethematiseerd.
Deze dimensies staan niet los van elkaar, want er is maar één ruimte die vanuit verschillende perspectieven aangevlogen kan worden. Ook wordt er aandacht besteed aan Chinese en Japanse opvattingen over ruimte die beïnvloed zijn door religieuze en levensbeschouwelijke bewegingen zoals taoïsme, zenboeddhisme en shintoïsme.
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken. De draad van Ariadne. Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand. Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), De reis van Gilgamesj. Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) en Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling (2025) zijn zijn meest recente publicaties.
Kleine filosofie van de ruimte
In de filosofie, cultuur- en mediawetenschap bestaat er een hernieuwde belangstelling voor het concept ‘ruimte’, die spatial turn
wordt genoemd. Met name in de cultuurwetenschappen wint deze wending aan actualiteit. In twee radiovoordrachten (Le Corps utopique, Les Hétérotopies) en een lezing voor een genootschap van architecten (Des espaces autres) voorspelde Foucault deze wending al toen hij opmerkte dat de focus op tijd ingeruild zal worden door die op de ruimte. Met het verdwijnen van de ‘grote verhalen’, die naar de toekomst en vooruitgang verwezen, is ook de obsessie met de tijd op de achtergrond geraakt.
In dit boek worden verschillende dimensies van de geleefde ruimte besproken zoals die door de fenomenologie zijn gethematiseerd.
Deze dimensies staan niet los van elkaar, want er is maar één ruimte die vanuit verschillende perspectieven aangevlogen kan worden. Ook wordt er aandacht besteed aan Chinese en Japanse opvattingen over ruimte die beïnvloed zijn door religieuze en levensbeschouwelijke bewegingen zoals taoïsme, zenboeddhisme en shintoïsme.
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken. De draad van Ariadne. Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand. Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), De reis van Gilgamesj. Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) en Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling (2025) zijn zijn meest recente publicaties.
Eene zoete ontroering van medelyden. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 16)
Marlou de Bont is conservator moderne drukken in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Ze promoveerde in 2022 aan de Universität Wien en de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans. Voor dit proefschrift ontving ze in 2023 de vierjaarlijkse prijs van de KANTL voor Literatuurstudie.
Eene zoete ontroering van medelyden. Sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 16)
Marlou de Bont is conservator moderne drukken in de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience. Ze promoveerde in 2022 aan de Universität Wien en de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over sentimentalisme in Hendrik Consciences zedenromans. Voor dit proefschrift ontving ze in 2023 de vierjaarlijkse prijs van de KANTL voor Literatuurstudie.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Ondersteunend opvoeden. Kompas in een complexe wereld
In een wereld die perfectie en verdeeldheid propageert, waar het algoritme prachtige technologie infecteert en de noodkreet naar vrede, menswaardigheid en zorg voor de planeet door zieke politieke leiders wordt genegeerd, raken ouders en kinderen gedesoriënteerd.
Welke ankerpunten heb je nog als bezorgde ouder? Hoe kan je jouw kind wegwijs maken in deze complexe wereld? Wat zijn de bouwstenen van je kind? En hoe kan je je kind helpen om daar constructief mee om te gaan? Maar ook, hoe kan je als ouder jezelf helpen om een goede ouder te zijn?
Dit boek wil op een bevattelijke manier teruggaan naar de essentie en de eenvoud: opvoeden benaderen als een reis met je kind waarbij je probeert te zorgen voor en te genieten van elkaar.
De auteur is hoopvol en gelooft rotsvast in de competenties van ouders en kinderen. Zelfvertrouwen is zowel voor kinderen als voor ouders een belangrijke hefboom. Het ‘opvoedkompas’ wijst de drie richtingen aan die er voor kinderen en ouders toe doen om met een gerust hart te kunnen zeggen: ‘We zijn goed bezig!’
Dit kompas wordt aangevuld met een inspiratielijst met tips die helpen om de gewenste richtingen aan te houden.
Tot slot neemt het boek je mee in de wondere wereld van hoe kinderen ‘ont-wikkelen’. Elke ontwikkelingsfase gaat gepaard met specifieke uitdagingen en kansen, zowel voor ouder als kind.
JOOST DEVOLDER werkte ruim 40 jaar als pleegzorgmedewerker binnen de Jeugdhulp. Het thema ‘opvoeding’ groeide uit tot een passie. In 2004 ontving hij voor zijn vernieuwend werk een award uit de handen van de toenmalige Prinses Mathilde. In 2005 verscheen zijn eerste boek Positief opvoeden (Garant) dat door verschillende organisaties werd gebruikt om ouders te inspireren. In 2011 volgde Opvoeding in evolutie (Garant).
Ondersteunend opvoeden. Kompas in een complexe wereld
In een wereld die perfectie en verdeeldheid propageert, waar het algoritme prachtige technologie infecteert en de noodkreet naar vrede, menswaardigheid en zorg voor de planeet door zieke politieke leiders wordt genegeerd, raken ouders en kinderen gedesoriënteerd.
Welke ankerpunten heb je nog als bezorgde ouder? Hoe kan je jouw kind wegwijs maken in deze complexe wereld? Wat zijn de bouwstenen van je kind? En hoe kan je je kind helpen om daar constructief mee om te gaan? Maar ook, hoe kan je als ouder jezelf helpen om een goede ouder te zijn?
Dit boek wil op een bevattelijke manier teruggaan naar de essentie en de eenvoud: opvoeden benaderen als een reis met je kind waarbij je probeert te zorgen voor en te genieten van elkaar.
De auteur is hoopvol en gelooft rotsvast in de competenties van ouders en kinderen. Zelfvertrouwen is zowel voor kinderen als voor ouders een belangrijke hefboom. Het ‘opvoedkompas’ wijst de drie richtingen aan die er voor kinderen en ouders toe doen om met een gerust hart te kunnen zeggen: ‘We zijn goed bezig!’
Dit kompas wordt aangevuld met een inspiratielijst met tips die helpen om de gewenste richtingen aan te houden.
Tot slot neemt het boek je mee in de wondere wereld van hoe kinderen ‘ont-wikkelen’. Elke ontwikkelingsfase gaat gepaard met specifieke uitdagingen en kansen, zowel voor ouder als kind.
JOOST DEVOLDER werkte ruim 40 jaar als pleegzorgmedewerker binnen de Jeugdhulp. Het thema ‘opvoeding’ groeide uit tot een passie. In 2004 ontving hij voor zijn vernieuwend werk een award uit de handen van de toenmalige Prinses Mathilde. In 2005 verscheen zijn eerste boek Positief opvoeden (Garant) dat door verschillende organisaties werd gebruikt om ouders te inspireren. In 2011 volgde Opvoeding in evolutie (Garant).
Btw-eetjes deel 29
Btw-eetjes deel 29
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen is primair geschreven voor studenten in het bedrijfskundig hoger onderwijs, maar is ook waardevol voor iedereen die een basiskennis van kansrekening nodig heeft om professionele vraagstukken op te lossen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste kansregels. Hoofdstuk 2 gaat in op het begrip ‘variabele’ en de verschillende soorten variabelen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 komen de diverse kansverdelingen aan bod – zowel theoretische als experimentele. Elk hoofdstuk sluit af met uitgewerkte oefeningen en praktijkgerichte toepassingen binnen de bedrijfskunde. Voor dit boek is geen wiskundige voorkennis vereist.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde aan universiteiten en hogescholen. Hij gaf onder meer de vakken statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Hij publiceerde 58 werken op het gebied van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen
Elementaire kansrekening voor bedrijfskundigen is primair geschreven voor studenten in het bedrijfskundig hoger onderwijs, maar is ook waardevol voor iedereen die een basiskennis van kansrekening nodig heeft om professionele vraagstukken op te lossen.
Het eerste hoofdstuk bespreekt de belangrijkste kansregels. Hoofdstuk 2 gaat in op het begrip ‘variabele’ en de verschillende soorten variabelen. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 komen de diverse kansverdelingen aan bod – zowel theoretische als experimentele. Elk hoofdstuk sluit af met uitgewerkte oefeningen en praktijkgerichte toepassingen binnen de bedrijfskunde. Voor dit boek is geen wiskundige voorkennis vereist.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde aan universiteiten en hogescholen. Hij gaf onder meer de vakken statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Hij publiceerde 58 werken op het gebied van toegepaste wiskunde, financieel management, bedrijfseconomie en accountancy.
Ouderen, een lust of een last. Een vernieuwende kijk op ouder worden
De wereld is veranderd. De meeste ouderen (65+) zijn niet meer ‘rustend’, maar spelen een actieve rol in het verbeteren of ondersteunen van de maatschappij. Ouderen blijven steeds langer werken en zijn nog tot op hoge leeftijd erg actief als mantelzorger, als vrijwilliger (in sociaal, cultureel of sportief verband, of in de zorg), of ze treden op als donateurs, investeerders, leermeesters, … rollen die ze met verve opnemen en waaraan ze mede hun zijn ontlenen.
Wie zijn onze ouderen? Wat drijft hen? Wat zijn hun ambities? Waarom doen ze wat ze doen? En vooral: wat remt of bevordert hun inbreng in de samenleving? De antwoorden op deze vragen komen in Ouderen, een lust of een last bondig, zonder overdadige statistieken, maar heel nuchter en precies aan bod.
Vele ouderen zullen zichzelf bevestigd zien in dit boek, anderen kunnen erdoor aangespoord worden om zelf (weer) een actievere rol te gaan opnemen. Ouderen, een lust of een last poogt ten slotte ook niet-ouderen en beleidsmakers te overtuigen om hun visie op ouderen bij te stellen.
Lieve Vanderleyden studeerde Sociale Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze behaalde er een kwalificatie in de Gerontologie en later ook haar doctoraat. Zij startte haar carrière als onderzoeker binnen een Vlaamse wetenschappelijke instelling waar ze toevallig kennismaakte met het thema ‘ouderen’, een onderwerp dat ze nadien nooit meer heeft losgelaten. Dat wordt met dit boek nog maar eens bewezen.
Ouderen, een lust of een last. Een vernieuwende kijk op ouder worden
De wereld is veranderd. De meeste ouderen (65+) zijn niet meer ‘rustend’, maar spelen een actieve rol in het verbeteren of ondersteunen van de maatschappij. Ouderen blijven steeds langer werken en zijn nog tot op hoge leeftijd erg actief als mantelzorger, als vrijwilliger (in sociaal, cultureel of sportief verband, of in de zorg), of ze treden op als donateurs, investeerders, leermeesters, … rollen die ze met verve opnemen en waaraan ze mede hun zijn ontlenen.
Wie zijn onze ouderen? Wat drijft hen? Wat zijn hun ambities? Waarom doen ze wat ze doen? En vooral: wat remt of bevordert hun inbreng in de samenleving? De antwoorden op deze vragen komen in Ouderen, een lust of een last bondig, zonder overdadige statistieken, maar heel nuchter en precies aan bod.
Vele ouderen zullen zichzelf bevestigd zien in dit boek, anderen kunnen erdoor aangespoord worden om zelf (weer) een actievere rol te gaan opnemen. Ouderen, een lust of een last poogt ten slotte ook niet-ouderen en beleidsmakers te overtuigen om hun visie op ouderen bij te stellen.
Lieve Vanderleyden studeerde Sociale Wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Ze behaalde er een kwalificatie in de Gerontologie en later ook haar doctoraat. Zij startte haar carrière als onderzoeker binnen een Vlaamse wetenschappelijke instelling waar ze toevallig kennismaakte met het thema ‘ouderen’, een onderwerp dat ze nadien nooit meer heeft losgelaten. Dat wordt met dit boek nog maar eens bewezen.
Als een tweede huid. Mode en psychoanalyse
Kledij spreekt – spreekt tot degene die het koopt, krijgt of aantrekt. Kledij drukt uit – drukt uit tot welke subcultuur je behoort, tot welke gender je wiltbehoren, of simpelweg hoe je je vandaag voelt. Kledij is als een taal, sprekend, uitdrukking gevend. Mode gaat nog een stapje verder. Ze speelt kledij uit op een commercieel niveau. De haute couture of designermode tilt de kledij naar een kunstzinnig niveau. Maar identiteit en ‘taal’ zijn ook daarbij altijd in het spel.
Mode kan als een geheimtaal tot ingewijden spreken, maar soms juist in grote letters van de borst af schreeuwen tot welk merk ze behoort of op een anderewijze de aandacht afdwingen. Kledij en mode in het bijzonder is een symbolisch systeem dat je kunt ‘lezen’, waarnaar je kunt ‘luisteren’. Het is juist daarom zo’n fascinerende bron voor de analyticus. Het omhult ons lichaam als een tweede huid, maar onthult – misschien ook wel – onze ziel.
Dirk Lauwaerts boek De geknipte stof. Schrijven over mode betekende stof tot denken voor vele auteurs in deze zeventiende publicatie uit de reeks Psychoanalyse en Cultuur.
Deze essaybundel, Als een tweede huid. Mode en Psychoanalyse is geïnspireerd door het symposium dat georganiseerd werd door de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur op 30 november 2024 in De Cinema in Antwerpen.
De bijdragen zijn van de hand van psychoanalytici, cultuurcritici en ontwerper en stijlicoon Baloji. De essays bevragen historische en actuele kledij- en modepraktijken in relatie tot het zielenleven van mensen, bewuste en onbewuste dragers van kledij en mode.
Als een tweede huid. Mode en psychoanalyse
Kledij spreekt – spreekt tot degene die het koopt, krijgt of aantrekt. Kledij drukt uit – drukt uit tot welke subcultuur je behoort, tot welke gender je wiltbehoren, of simpelweg hoe je je vandaag voelt. Kledij is als een taal, sprekend, uitdrukking gevend. Mode gaat nog een stapje verder. Ze speelt kledij uit op een commercieel niveau. De haute couture of designermode tilt de kledij naar een kunstzinnig niveau. Maar identiteit en ‘taal’ zijn ook daarbij altijd in het spel.
Mode kan als een geheimtaal tot ingewijden spreken, maar soms juist in grote letters van de borst af schreeuwen tot welk merk ze behoort of op een anderewijze de aandacht afdwingen. Kledij en mode in het bijzonder is een symbolisch systeem dat je kunt ‘lezen’, waarnaar je kunt ‘luisteren’. Het is juist daarom zo’n fascinerende bron voor de analyticus. Het omhult ons lichaam als een tweede huid, maar onthult – misschien ook wel – onze ziel.
Dirk Lauwaerts boek De geknipte stof. Schrijven over mode betekende stof tot denken voor vele auteurs in deze zeventiende publicatie uit de reeks Psychoanalyse en Cultuur.
Deze essaybundel, Als een tweede huid. Mode en Psychoanalyse is geïnspireerd door het symposium dat georganiseerd werd door de Belgisch-Nederlandse Stichting Psychoanalyse en Cultuur op 30 november 2024 in De Cinema in Antwerpen.
De bijdragen zijn van de hand van psychoanalytici, cultuurcritici en ontwerper en stijlicoon Baloji. De essays bevragen historische en actuele kledij- en modepraktijken in relatie tot het zielenleven van mensen, bewuste en onbewuste dragers van kledij en mode.
Wij zijn niet te (onder)schatten! Schrijfsels en tekeningen van vrouwen met een handicap of chronische ziekte
Wij zijn niet te (onder)schatten!
Is leven met een handicap of een chronische ziekte in de eerste plaats een tranendal?
Persephone vzw riep haar leden en enkele niet-leden op om die vraag te beantwoorden aan de hand van een stukje levensverhaal, een anekdote of een gedicht. Uit hun inzendingen groeide dit boek: een veelkleurige bundeling van creatieve talenten. Stuk voor stuk van vrouwen die bergen verzetten en daarbij inspireren. Hier en daar zetten ze ook beleidsmakers op het juiste spoor.
Het is noodzakelijk om onze worstelingen te delen, maar ook om onze handicap te vieren. Dit boek is een tegenstem in een samenleving die ons vaak niet erkent, ons onderwaardeert of verkeerd begrijpt. (Josefien Cornette) Persephone vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor en door vrouwen met een handicap in Vlaanderen. De verenigde vrouwen versterken elkaar, sensibiliseren en behartigen gemeenschappelijke belangen, steeds vanuit een ervaringsdeskundigheid en met respect voor elke levensbeschouwing. Belangrijke thema’s zijn privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen, recht op seksualiteit, recht op moederschap en recht op interessant werk. Persephone draait sinds haar ontstaan in 1995 honderd procent op ervaringsdeskundige vrijwilligers.
Wij zijn niet te (onder)schatten! Schrijfsels en tekeningen van vrouwen met een handicap of chronische ziekte
Wij zijn niet te (onder)schatten!
Is leven met een handicap of een chronische ziekte in de eerste plaats een tranendal?
Persephone vzw riep haar leden en enkele niet-leden op om die vraag te beantwoorden aan de hand van een stukje levensverhaal, een anekdote of een gedicht. Uit hun inzendingen groeide dit boek: een veelkleurige bundeling van creatieve talenten. Stuk voor stuk van vrouwen die bergen verzetten en daarbij inspireren. Hier en daar zetten ze ook beleidsmakers op het juiste spoor.
Het is noodzakelijk om onze worstelingen te delen, maar ook om onze handicap te vieren. Dit boek is een tegenstem in een samenleving die ons vaak niet erkent, ons onderwaardeert of verkeerd begrijpt. (Josefien Cornette) Persephone vzw is de eerste en nog steeds enige vereniging voor en door vrouwen met een handicap in Vlaanderen. De verenigde vrouwen versterken elkaar, sensibiliseren en behartigen gemeenschappelijke belangen, steeds vanuit een ervaringsdeskundigheid en met respect voor elke levensbeschouwing. Belangrijke thema’s zijn privacy en hulp, assertiviteit en zelfredzaamheid, geweld tegen vrouwen, recht op seksualiteit, recht op moederschap en recht op interessant werk. Persephone draait sinds haar ontstaan in 1995 honderd procent op ervaringsdeskundige vrijwilligers.
Handboek verhoren 1 (3e herziene uitgave)
De handboeken Verhoren 1 & 2 vormen samen een naslagwerk voor iedereen die professioneel informatie wil verkrijgen in verhoorsituaties. Vanuit een brede invalshoek — wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, actuele wetenschap en praktijkervaring — bieden deze standaardwerken zowel een stevige basis als diepgaande inzichten. Ze bevatten talrijke verwijzingen en hun inhoud vond bevestiging in recente internationale richtlijnen zoals de Méndez Principles en de daaruit voortvloeiende Manual on Investigative Interviewing van de Verenigde Naties.
De items in Handboek Verhoren 1, met wetgeving, basiscommunicatie, basistechnieken en verslaglegging, verschaffen informatie voor courante verhoorsituaties.
In Handboek Verhoren 2 komen gespecialiseerde verhooritems aan bod, waaronder ook diepgaande informatie over het slachtoffer-, getuige- en verdachtenverhoor.
Beide handboeken richten zich vooral naar politie, magistratuur en advocatuur, maar zijn ook bijzonder nuttig voor inspecteurs van bijzondere inspectiediensten binnen de Federale en Vlaamse overheid, interne toezichthouders in bedrijven, privédetectives, HR-professionals, acteurs en scenaristen, kortom voor elkeen die informatie wil bekomen van anderen.
Deze handboeken reiken basisbegrippen aan om, vertrekkend vanuit individuele competenties en opgebouwde ervaring, het eigen ‘verhoorrepertoire’ op een legale en wetenschappelijk verantwoorde manier te verrijken, afgestemd op de te verhoren persoon en de situatie. Ze vormen een rijke inspiratiebron voor wie zich wil verdiepen in de ‘kunst’ van het verhoren.
Handboek verhoren 1 (3e herziene uitgave)
De handboeken Verhoren 1 & 2 vormen samen een naslagwerk voor iedereen die professioneel informatie wil verkrijgen in verhoorsituaties. Vanuit een brede invalshoek — wetgeving, rechtspraak, rechtsleer, actuele wetenschap en praktijkervaring — bieden deze standaardwerken zowel een stevige basis als diepgaande inzichten. Ze bevatten talrijke verwijzingen en hun inhoud vond bevestiging in recente internationale richtlijnen zoals de Méndez Principles en de daaruit voortvloeiende Manual on Investigative Interviewing van de Verenigde Naties.
De items in Handboek Verhoren 1, met wetgeving, basiscommunicatie, basistechnieken en verslaglegging, verschaffen informatie voor courante verhoorsituaties.
In Handboek Verhoren 2 komen gespecialiseerde verhooritems aan bod, waaronder ook diepgaande informatie over het slachtoffer-, getuige- en verdachtenverhoor.
Beide handboeken richten zich vooral naar politie, magistratuur en advocatuur, maar zijn ook bijzonder nuttig voor inspecteurs van bijzondere inspectiediensten binnen de Federale en Vlaamse overheid, interne toezichthouders in bedrijven, privédetectives, HR-professionals, acteurs en scenaristen, kortom voor elkeen die informatie wil bekomen van anderen.
Deze handboeken reiken basisbegrippen aan om, vertrekkend vanuit individuele competenties en opgebouwde ervaring, het eigen ‘verhoorrepertoire’ op een legale en wetenschappelijk verantwoorde manier te verrijken, afgestemd op de te verhoren persoon en de situatie. Ze vormen een rijke inspiratiebron voor wie zich wil verdiepen in de ‘kunst’ van het verhoren.
Gevangen in het systeem. Morele stress en verwonding in het gevangeniswezen
Gevangen in het systeem laat de lezer binnenkijken in een wereld die zelden het daglicht ziet: die van het gevangeniswezen. In deze gesloten omgeving worden justitiemedewerkers — net als de gedetineerden zelf — geconfronteerd met situaties die diep ingrijpen in hun morele besef. Aan de hand van zestien indringende interviews, vooral met Nederlandse en Vlaamse geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke tradities en enkele bewaarders en verpleegkundigen, onderzoekt de auteur hoe morele schade ontstaat wanneer mensen niet kunnen handelen volgens hun waarden. Machteloosheid,schuldgevoelens en innerlijke verscheurdheid vormen de stille littekens van wat we morele verwonding noemen. Dit boek plaatst het gevangeniswezen resoluut naast andere zogenoemde ‘hoogimpactberoepen’ zoals het leger, de politie of de jeugdzorg — beroepen waarin het risico op morele verwonding reëel is. Niet alleen de gedetineerden, maar ook het personeel zit gevangen in een systeem dat hen moreel kan beschadigen. Met een scherp oog voor de ethische, psychologische en maatschappelijke dimensies toont de auteur hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor morele twijfel, kwetsbaarheid en herstel. Een noodzakelijk boek voor wie wil begrijpen wat werken in een penitentiaire setting werkelijk vergt. George Scholte studeerde geschiedenis in Utrecht en pastorale theologie in Amsterdam. Hij werkte als rooms-katholieke geestelijk verzorger in verschillende penitentiaire inrichtingen in Nederland en is auteur van ‘Mensen in hokjes’.
Gevangen in het systeem. Morele stress en verwonding in het gevangeniswezen
Gevangen in het systeem laat de lezer binnenkijken in een wereld die zelden het daglicht ziet: die van het gevangeniswezen. In deze gesloten omgeving worden justitiemedewerkers — net als de gedetineerden zelf — geconfronteerd met situaties die diep ingrijpen in hun morele besef. Aan de hand van zestien indringende interviews, vooral met Nederlandse en Vlaamse geestelijk verzorgers van diverse levensbeschouwelijke tradities en enkele bewaarders en verpleegkundigen, onderzoekt de auteur hoe morele schade ontstaat wanneer mensen niet kunnen handelen volgens hun waarden. Machteloosheid,schuldgevoelens en innerlijke verscheurdheid vormen de stille littekens van wat we morele verwonding noemen. Dit boek plaatst het gevangeniswezen resoluut naast andere zogenoemde ‘hoogimpactberoepen’ zoals het leger, de politie of de jeugdzorg — beroepen waarin het risico op morele verwonding reëel is. Niet alleen de gedetineerden, maar ook het personeel zit gevangen in een systeem dat hen moreel kan beschadigen. Met een scherp oog voor de ethische, psychologische en maatschappelijke dimensies toont de auteur hoe belangrijk het is om ruimte te maken voor morele twijfel, kwetsbaarheid en herstel. Een noodzakelijk boek voor wie wil begrijpen wat werken in een penitentiaire setting werkelijk vergt. George Scholte studeerde geschiedenis in Utrecht en pastorale theologie in Amsterdam. Hij werkte als rooms-katholieke geestelijk verzorger in verschillende penitentiaire inrichtingen in Nederland en is auteur van ‘Mensen in hokjes’.
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527? – 1572) and Anna van Egmond, countess of Buren (1533 – 1558)
Lommius was born in Buren (Gelderland), around 1527, and later gave himself the Latinized name Jodocus Lommius Buranus in his works. He studied medicine in Leuven (1549) and in 1554 he first became city doctor in Tournai. He knew Jean Fernel, professor of medicine in Paris. Together with Andreas Vesalius he stood at the deathbed of Anna van Buren, wife of William of Orange-Nassau, in Breda in November 1558. He published three works, of which his work on semiology Medicinalium observationum libri tres was by far the best known. At that time he was city doctor in Brussels. It is very likely that he later moved to Vienna as a court physician of Emperor Maximilian II, where he was responsible for the care of his children.
Towards the end of his life he had a function at the Court in Madrid, where he deceased in 1572. Lommius may be considered the founder of medical semiology and the first to devote a systematic study to it and develop it as a discipline. He warned against the abuse of traditional treatments such as bloodletting and purgations, as these are potentially dangerous and can lead to an avoidable death. Many consider him a representative and innovator of Hippocratic medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of book one of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works and letters, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is a professor at the Faculty of Medicine at the University of Antwerp. He is an orthopedic surgeon and vice chair of the orthopedic and traumatology department of the University Hospital Antwerp. At the Faculty of Medicine he is responsible for the musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Dr. Theodoor Goddeeris, born in 1942 in Kortrijk (Belgium), was an internist geriatrician at the AZ Groeninge in Kortrijk. He has a lifelong interest in the history of the sixteenth century and published on medieval numismatics. E-post: tgoddeeris[at]hotmail.com
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
Jodocus Lommius (1527?-1572) en Anna van Egmond, gravin van Buren (1533-1558) (Reeks: Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg nr. 22)
Lommius werd omstreeks 1527 in Buren (Gelderland) geboren en gaf zich later in zijn werken de gelatiniseerde naam Jodocus Lommius Buranus. Hij studeerde geneeskunde in Leuven (1549) en werd in 1554 eerst stadsarts in Doornik. Hij kende Jean Fernel, professor geneeskunde in Parijs. Hij stond samen met Andreas Vesalius in november 1558 in Breda aan het sterfbed van Anna van Buren, echtgenote van Willem van Oranje-Nassau. Hij publiceerde drie werken, waarvan zijn werk over semiologie de Medicinalium observationum libri tres veruit het bekendste was. Hij was toen stadsarts in Brussel. Zeer vermoedelijk trok hij nadien in functie van keizer Maximiliaan II naar Wenen, waar hij instond voor de zorg voor de kinderen van de keizer. Tegen het einde van zijn leven kwam hij in functie bij de Madrileense hofhouding en stierf daar in 1572. Lommius mag beschouwd worden als de grondlegger van de medische semiologie en de eerste die er een systematische studie aan wijdde en ze als discipline ontwikkelde. Hij waarschuwde tegen het misbruik van traditionele behandelingen zoals aderlatingen en purgaties die potentieel gevaarlijk waren en tot een vermijdbare dood konden leiden. Velen beschouwen hem als een vertegenwoordiger en vernieuwer van de hippocratische geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Dr. Theodoor Goddeeris, geboren in 1942 in Kortrijk, was internist-geriater in het AZ Groeninge te Kortrijk. Hij heeft een levenslange belangstelling voor de geschiedenis van de 16de eeuw en publiceerde over de middeleeuwse numismatiek.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Marry me chicken. Over kipgerechten – 4e uitgave
De liefde van de man gaat door de maag. Ondanks dat dit gezegde veelvuldig gebruikt wordt en vaak humoristisch ingezet wordt om te omschrijven hoe iemand van goed eten houdt, blijkt uit onderzoek dat het zeker op waarheid berust. Voor een groot deel van de bevolking is een culinaire voorkeur bepalend voor de partnerkeuze.
“Marry Me Chicken” moet hierbij de culinaire garantie zijn dat je partner je ten huwelijk vraagt. En ken je het als lekkerste kippengerecht verkozen Butter Chicken? Of blijf je chill en verkies je Coca-Cola chicken?
Dit kookboekje bevat echt gemakkelijke en kruidige kiprecepten, vaak gewoon ovenschotels, die superlekker zijn en erg snel klaargemaakt kunnen worden.
Omdat kikkerbillen dicht bij kip aanleunen zijn er ook een aantal recepten voor kikkerbillen toegevoegd. Hetzelfde kan gezegd worden van fazant, kalkoen, struisvogel en zelfs krokodil.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Scampi. Over reuzengarnalen mét en zonder kop – 4e, herziene en uitgebreide uitgave
Wie houdt er niet van scampi diabolique of scampi in lookboter? Scampi zijn lekker, niet duur, en heel snel klaar. Er staan honderden recepten voor scampi of gamba’s op het internet. Dit boek bevat een selectie van deze recepten en legt het verschil uit tussen scampi, gamba’s, langoustines, langoesten en andere reuzengarnalen.
Probeer eens scampi geflambeerd met Ricard. Of waarom niet scampi met Elixir d’Anvers? Of Scampi met Marsala. Want het geheim zit hem in de lekkere saus…
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De margeregeling toegelicht. Gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten – 5de, herziene uitgave
De margeregeling is een specifieke btw-regeling die kan toegepast worden door handelaars in gebruikte goederen, tweedehandse vervoermiddelen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten. Dit boek bevat een geactualiseerde versie van de toepasselijke regeling, vanuit zowel theoretisch als praktisch oogpunt. Het boek bevat ook de correcte verwerking van de margeregeling in de btw-aangifte, iets wat in de praktijk vaak misloopt. Er werden ook volledig uitgewerkte praktijkcasussen opgenomen waarin ook een aantal specifieke gevallen (onttrekking, …) aan bod komen.
Ten slotte komen ook een aantal specifieke topics inzake de margeregeling aan bod.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
The one straw revolution. De filosofie van natuurlijke landbouw
Masanobu Fukuoka (1913-2008, Iyo, Japan) was een veelbelovend microbioloog die in een lab voor plantenziekten van de douane in Yokohama werkte. Na een bijna fatale longontsteking en daaropvolgende depressie op 25-jarige leeftijd kreeg hij een diep besef van de volmaaktheid van de natuur en de vernietiging ervan door menselijk ingrijpen, en gooide hij zijn leven helemaal om. Hij diende zijn ontslag in, keerde terug naar zijn geboortestreek en werd landbouwer. Na jaren van afzondering publiceerde hij artikels over zijn landbouwpraktijk, sprak hij erover op de nationale televisie en verwierf hij nationale bekendheid in Japan. Hij trok ook de aandacht van jongeren van over de hele wereld die zijn boerderij bezochten en in ruil voor kost en inwoon op zijn rijstvelden en in zijn boomgaard werkten, terwijl ze van hem leerden. Het was de tijd van de hippies, de dreiging van een nucleaire oorlog, en van de terugkeer naar de natuur.
In 1975 schreef Masanobu Fukuoka de Japanse voorloper van The One-Straw Revolution: わら一本の革命。自然農法。(Wara ippon no kakumei. Shizen nouhou.). Enkele jaren later werd de Engelstalige bewerking van dit werk geredigeerd door een van zijn Amerikaanse leerlingen, Larry Korn.
Een halve eeuw later, in tijden van covid, landbouw- en voedselcrisissen, en verregaande ‘wetenschappelijke’ ingrepen in de natuur, klinkt Fukuoka’s kritiek op academische kennis en wetenschap, op het voedsel- en landbouwbeleid van overheden, en op geopolitiek brandend actueel.
In dit boek neemt Masanobu Fukuoka je mee langs zijn rijstvelden en citrusboomgaard, terwijl hij zijn holistische filosofie en natuurlijke landbouwpraktijken uit de doeken doet. Hij maakt duidelijk dat natuurlijk voedsel onlosmakelijk verbonden is met natuurlijke landbouw en met de mens die zijn natuurlijke intuïtie cultiveert en zo min mogelijk ingrijpt in de natuur. Landbouw is voor Fukuoka een bezielde praktijk die de eenheid tussen mens en natuur kan herstellen en kan zorgen voor overvloed.
Deze Nederlandse editie, van de hand van Sarah Van Camp, bevat de integrale vertaling van de Engelse tekst en van het laatste hoofdstuk van de Japanse versie, waarin Fukuoka zijn reis naar Californië in 1981 beschrijft.
Sarah Van Camp studeerde af als japanoloog in 1991 en behaalde een postgraduaat literair vertalen in 2018 aan de KU Leuven. Ze vertaalt uit het Japans en uit het Engels. Eerder verschenen bij Garant/Maklu boeken van haar over de Japanse taal.
The one straw revolution. De filosofie van natuurlijke landbouw
Masanobu Fukuoka (1913-2008, Iyo, Japan) was een veelbelovend microbioloog die in een lab voor plantenziekten van de douane in Yokohama werkte. Na een bijna fatale longontsteking en daaropvolgende depressie op 25-jarige leeftijd kreeg hij een diep besef van de volmaaktheid van de natuur en de vernietiging ervan door menselijk ingrijpen, en gooide hij zijn leven helemaal om. Hij diende zijn ontslag in, keerde terug naar zijn geboortestreek en werd landbouwer. Na jaren van afzondering publiceerde hij artikels over zijn landbouwpraktijk, sprak hij erover op de nationale televisie en verwierf hij nationale bekendheid in Japan. Hij trok ook de aandacht van jongeren van over de hele wereld die zijn boerderij bezochten en in ruil voor kost en inwoon op zijn rijstvelden en in zijn boomgaard werkten, terwijl ze van hem leerden. Het was de tijd van de hippies, de dreiging van een nucleaire oorlog, en van de terugkeer naar de natuur.
In 1975 schreef Masanobu Fukuoka de Japanse voorloper van The One-Straw Revolution: わら一本の革命。自然農法。(Wara ippon no kakumei. Shizen nouhou.). Enkele jaren later werd de Engelstalige bewerking van dit werk geredigeerd door een van zijn Amerikaanse leerlingen, Larry Korn.
Een halve eeuw later, in tijden van covid, landbouw- en voedselcrisissen, en verregaande ‘wetenschappelijke’ ingrepen in de natuur, klinkt Fukuoka’s kritiek op academische kennis en wetenschap, op het voedsel- en landbouwbeleid van overheden, en op geopolitiek brandend actueel.
In dit boek neemt Masanobu Fukuoka je mee langs zijn rijstvelden en citrusboomgaard, terwijl hij zijn holistische filosofie en natuurlijke landbouwpraktijken uit de doeken doet. Hij maakt duidelijk dat natuurlijk voedsel onlosmakelijk verbonden is met natuurlijke landbouw en met de mens die zijn natuurlijke intuïtie cultiveert en zo min mogelijk ingrijpt in de natuur. Landbouw is voor Fukuoka een bezielde praktijk die de eenheid tussen mens en natuur kan herstellen en kan zorgen voor overvloed.
Deze Nederlandse editie, van de hand van Sarah Van Camp, bevat de integrale vertaling van de Engelse tekst en van het laatste hoofdstuk van de Japanse versie, waarin Fukuoka zijn reis naar Californië in 1981 beschrijft.
Sarah Van Camp studeerde af als japanoloog in 1991 en behaalde een postgraduaat literair vertalen in 2018 aan de KU Leuven. Ze vertaalt uit het Japans en uit het Engels. Eerder verschenen bij Garant/Maklu boeken van haar over de Japanse taal.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 46e dr. (bijgewerkt tot 1 augustus 2025)
Deze 46ste uitgave van de pocket Strafrecht bundelt naast het Strafwetboek en het Wetboek van Strafvordering, ook een aantal uittreksels uit de Grondwet, het Gerechtelijk Wetboek en het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Bovendien bevat dit zakwetboekje tevens, chronologisch geordend, de bijzondere wetten die een algemeen belang hebben voor het strafrecht of voor de strafvordering. Zowel studenten als rechtspractici (politieambtenaren, magistraten, advocaten, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2025.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Statistische managementtechnieken. 2de, herziene uitgave
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, USA, State approved ,1994), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS), gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL-instituut) en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamen-commissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Statistische managementtechnieken. 2de, herziene uitgave
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, USA, State approved ,1994), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS), gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL-instituut) en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamen-commissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
Collecting Cyber Evidence During Ongoing Hybrid Warfare: OSINT and Civilian-led Documentation of Core International Crimes
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
De vergane lusthoven Oude en Nieuwe Donck, het kasteeldomein Boeckenberg en de Unitas Tuinwijk. Een historische reconstructie van de bewoning
In 2025 viert de Unitas Tuinwijk zijn honderdjarig bestaan. Deze wijk op het Eksterlaar te Deurne is omwille van haar architectuur beschermd als bouwkundig erfgoed. Ze werd in de jaren 1924-1932 gebouwd op de gronden van de Oude en de Nieuwe Donck, twee lusthoven die gelegen waren naast het kasteeldomein Boeckenberg.
Het bijbehorend park was in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog ternauwernood ontsnapt aan de verkavelingswoede van het toenmalige gemeentebestuur. Die wilde het huidige Boekenbergpark en de aanpalende gronden omvormen tot een luxueuze villawijk. Dan was ook de tuinwijk er op die plek nooit gekomen.
De auteur gaat in dit boek 400 jaar terug in de tijd, op zoek naar de opeenvolgende eigenaars van de Oude Donck, de Nieuwe Donck en Boeckenberg. Of was het destijds Bockenberg? Ook de andere lusthoven in de omgeving passeren de revue. Hij tracht de eigenaars/bewoners een gelaat te geven. Wie waren zij? Wat waren hun onderlinge familiebanden? Waar woonden ze? Hoe verdienden ze hun geld?
Welke andere eigendommen bezaten ze? Jarenlang speurwerk in diverse archieven leverde een boeiende inkijk in het leven van deze burgers, in hun entourage, hun weelderig bestaan, anekdotes en intriges. Hun levensverhaal lag besloten in meer dan duizend juridische akten die de auteur heeft weten te traceren.
Jan Michiels is natuurkundige van opleiding. Hij was betrokken bij de oprichting en werking van het Federaal Overheidsagentschap voor de Controle op de Nucleaire sector (FANC). Na zijn pensionering stortte hij zich op de bewoningsgeschiedenis van zijn huis, zijn straat, zijn wijk. Aanleiding was de wegvoering in september 1942 uit zijn woning van een Joodse dame naar Auschwitz, die de vrouw van de heer des huizes bleek te zijn. Daarna heeft een uit de hand gelopen hobby tot dit boek geleid.
Gezond koken met smaak
Tijd nemen voor gezelligheid is in de huidige maatschappij, waar het iedereen aan tijd ontbreekt, niet zo evident. Koken is dan een leuke hobby. Het start allemaal met de keuze van de ingrediënten en het vinden van leuke recepten.
In dit boek vindt de lezer gerechten die gezond zijn doordat veel groenten en kruiden gebruikt worden. Een lekkere keuken hoeft niet altijd ongezond te zijn. Door ingrediënten te combineren en veel kruiden te gebruiken, ontstaat vaak een smaakvol gerecht.
Stop de tijd en maak het gezellig met smaakvolle gerechten!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Gezond koken met smaak
Tijd nemen voor gezelligheid is in de huidige maatschappij, waar het iedereen aan tijd ontbreekt, niet zo evident. Koken is dan een leuke hobby. Het start allemaal met de keuze van de ingrediënten en het vinden van leuke recepten.
In dit boek vindt de lezer gerechten die gezond zijn doordat veel groenten en kruiden gebruikt worden. Een lekkere keuken hoeft niet altijd ongezond te zijn. Door ingrediënten te combineren en veel kruiden te gebruiken, ontstaat vaak een smaakvol gerecht.
Stop de tijd en maak het gezellig met smaakvolle gerechten!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsman die de liefde voor het product omzet in heerlijk gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. 3e, herziene uitgave
In dit boek wordt de huidige Belgische euthanasiewetgeving uit de doeken gedaan, en wordt af en toe een blik geworpen over de grenzen heen, naar de situatie van onze noorderburen. De auteur formuleert enkele voorstellen tot verandering. Volgens de auteur moet het zelfbeschikkingsrecht van het individu centraal komen te staan. De houding die zou moeten worden aangenomen t.a.v. het zelfbeschikkingsrecht kan het best samengevat worden met de woorden van de Belgische filosoof Gilbert HOTTOIS: “Behandel anderen niet zoals u behandeld wilt worden, maar zoals zij behandeld willen worden”. Mensen die waardig willen sterven hebben lak aan pompeuze zinnen, zoals bijvoorbeeld “Het leven van ieder mens, ongeacht zijn gezondheidstoestand, handicap of lijden, behoudt zijn volledige waardigheid en moet worden gerespecteerd.” Zulk standpunt getuigt van een volledig disrespect voor de vrije keuze van ieder individu en het recht op een waardig afscheid. De auteur deelt de mening van de Nederlandse jurist Huib DRION die dertig jaar geleden reeds de stelling verdedigde dat mensen die klaar zijn met leven, bij de arts de nodige middelen moeten krijgen om zo hun leven op een eigen gekozen moment te beëindigen. Iemand die kiest voor euthanasie mag niet bevoogdend de les worden gespeld en er zouden hem ook geen voorwaarden meer mogen worden opgelegd. Iedereen is namelijk de bezitter van zijn eigen dood. De in dit boek voorgestelde wetswijzigingen moeten niet alleen beletten dat mensen nodeloos lijden tijdens hun laatste momenten op aarde; ze moeten ook helpen voorkomen dat mensen na een mislukte poging tot zelfmoord een droevige getuigenis uitmaken van het mislukt proberen; ze moeten helpen verhinderen dat hulpeloze mensen ertoe verplicht worden voor al hun behoeften een beroep te doen op verzorgers en moeten ten slotte preveniëren dat achterblijvers niet de kans krijgen om afscheid te nemen van hun dierbaren.
Patrick Herbots advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht, Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren en Forensische DNA-analyse in strafzaken.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant en ze is medeauteur van het boek Forensische DNA-analyse in strafzaken. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Inleiding in de bedrijfskundige wiskunde
Dit werk is in de eerste plaats bedoeld voor gebruik in het vak wiskunde gegeven in de bedrijfskundige opleidingen. Het boek brengt een mathematische basiskennis bij die studenten nodig hebben om bepaalde bedrijfskundige vraagstukken te kunnen oplossen.
De begrijpelijke wijze waarop de behandelde materie wordt aangebracht, maakt het boek eveneens geschikt voor iedereen die interesse heeft in het toepassen van wiskundige modellen in de bedrijfskunde.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau. Hij gaf onder andere vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management en bedrijfseconomie. Zijn publicaties, thans vierenvijftig in totaal, situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Wouter heeft een heel leven in te halen. Ons leven voor en na Wouters ASS-diagnose op latere leeftijd
Toen we elkaar ontmoetten was Wouter 54 jaar oud. Pas op zijn 60e zou hij de diagnose ASS krijgen. Voordat hij de diagnose kreeg, vielen me bepaalde eigenaardigheden aan Wouter op. Toch had ik, als leerkracht in het speciaal onderwijs met kinderen met ASS in mijn klas, niet in de gaten dat hij ASS had. Wouter worstelde met heel wat onzekerheden, over waarom bepaalde gebeurtenissen in zijn leven niet goed waren gegaan. Zijn eigenaardigheden bemoeilijkten onze relatie soms zodanig dat hij hulp ging zoeken. Toen uiteindelijk de diagnose ASS viel, was er opluchting en viel de puzzel op zijn plaats.
Na zijn diagnose was het eerste wat hij tegen me zei: ‘Ik heb een heel leven in te halen.’ Een zin die me diep raakte. Zijn kijk op de wereld moest worden bijgesteld en in veel opzichten zelfs opnieuw worden geleerd. Hij was er heilig van overtuigd – en nu nog steeds – dat hij veel kan leren, veranderen en groeien. Aan de hand van een aantal voorbeelden en vragen aan Wouter ga ik dieper in op het begrip ASS en hoe ASS zich bij Wouter in het bijzonder manifesteert. Na zijn pensionering schreef Wouter zijn memoires. Wouters ‘dagboek’ biedt onthullende inzichten in zijn leven. Daarom werden ze ook in dit verhaal verweven.
Merle Peschel (pseudoniem), geboren in 1952 in Den Haag (Nederland), studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, orthopedagogische visuele vormgeving aan de Hogeschool Maastricht en lerares speciaal onderwijs aan de Universiteit van Keulen.
Wouter heeft een heel leven in te halen. Ons leven voor en na Wouters ASS-diagnose op latere leeftijd
Toen we elkaar ontmoetten was Wouter 54 jaar oud. Pas op zijn 60e zou hij de diagnose ASS krijgen. Voordat hij de diagnose kreeg, vielen me bepaalde eigenaardigheden aan Wouter op. Toch had ik, als leerkracht in het speciaal onderwijs met kinderen met ASS in mijn klas, niet in de gaten dat hij ASS had. Wouter worstelde met heel wat onzekerheden, over waarom bepaalde gebeurtenissen in zijn leven niet goed waren gegaan. Zijn eigenaardigheden bemoeilijkten onze relatie soms zodanig dat hij hulp ging zoeken. Toen uiteindelijk de diagnose ASS viel, was er opluchting en viel de puzzel op zijn plaats.
Na zijn diagnose was het eerste wat hij tegen me zei: ‘Ik heb een heel leven in te halen.’ Een zin die me diep raakte. Zijn kijk op de wereld moest worden bijgesteld en in veel opzichten zelfs opnieuw worden geleerd. Hij was er heilig van overtuigd – en nu nog steeds – dat hij veel kan leren, veranderen en groeien. Aan de hand van een aantal voorbeelden en vragen aan Wouter ga ik dieper in op het begrip ASS en hoe ASS zich bij Wouter in het bijzonder manifesteert. Na zijn pensionering schreef Wouter zijn memoires. Wouters ‘dagboek’ biedt onthullende inzichten in zijn leven. Daarom werden ze ook in dit verhaal verweven.
Merle Peschel (pseudoniem), geboren in 1952 in Den Haag (Nederland), studeerde kunst en kunstgeschiedenis aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Maastricht, orthopedagogische visuele vormgeving aan de Hogeschool Maastricht en lerares speciaal onderwijs aan de Universiteit van Keulen.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Gezondheid en gezondheidszorg in de stad Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 21)
Bij de inval van de Duitse legers in België in augustus 1914 stonden in Antwerpen meerdere ziekenhuizen en een groot aantal veldhospitalen ter beschikking voor de opvang van gekwetste of zieke Belgische, geallieerde en nadien ook Duitse soldaten. Op 9 oktober 1914 capituleerde de vesting Antwerpen na zware beschietingen en bombardementen en installeerden de Duitse medische diensten zich in de stad. Het Militair Ziekenhuis werd tot Festungslazarett omgevormd en in de stad werden meerdere instellingen voor verzorging van de gekwetste en zieke Duitse soldaten opgericht. Samenwerking met de Antwerpse stedelijke en provinciale diensten was onvermijdelijk, maar werd zoveel als mogelijk vermeden.
Gedurende de vier jaar durende bezetting bedreigden vooral twee problemen de Antwerpse bevolking: hongersnood en een aantal infectieziekten. De hongersnood kon voor een deel opgevangen worden door de snelle tussenkomst van de lokale besturen en vooral van de internationale organisatie Nationaal Hulp en Voedingscomité (NHVC) die over het gehele land werkzaam was en ook in Antwerpen op verschillende niveaus werkte. In Antwerpen kwam deze organisatie vanaf 1916 ook tussen in de onkosten van de medische hulp bij sommige patiënten. In een later stadium subsidieerde het NHVC ook nog meerdere ziekenfondsen die het moeilijk hadden gekregen. Daardoor werd het betrokken bij een zwaar conflict tussen een van de grote ziekenfondsen en het verbond van Antwerpse artsen.
Gegevens over infectieziekten en gegevens zoals de sterfte in de Antwerpse bevolking tijdens de bezetting zijn bewaard gebleven en werden na de oorlog gepubliceerd: ze zijn een unieke bron gebleken en laten een statistisch onderzoek toe.
Tot slot wordt vermeld dat ook het met de bezetter collaborerende activisme tijdens de oorlog een, zij het beperkte, rol heeft gespeeld in de bescherming van de volksgezondheid in Antwerpen. Die hield op bij het beëindigen van de vijandigheden.
Prof. em. dr. Karel J. Van Acker, doctor in de genees-, heel- en verloskunde en geneesheer-specialist in de kindergeneeskunde, werkte als gewoon hoogleraar kindergeneeskunde aan de Universiteit Antwerpen. Hij was ook diensthoofd van de afdeling kindergeneeskunde aan het Universitair Ziekenhuis in Antwerpen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Netwijdte. De sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman (Reeks ‘Academisch Literair’, nr. 15)
In het leven van alledag is het internet zo alomtegenwoordig dat de grenzen tussen online en offline niet zo simpel meer te trekken zijn. Daarmee bepalen digitale media in grote mate op welke wijze wij kennis vergaren over onszelf en de wereld. Ook in de hedendaagse roman zijn die verschuivingen aanwijsbaar. Netwijdte biedt een literatuurwetenschappelijk overzicht van Nederlandse en Vlaamse romans uit de afgelopen drie decennia die de veranderende omgang met het internet aanschouwelijk maken. Schipperend tussen dystopische schrikbeelden en nieuwsgierig optimisme hebben talloze schrijvers, van Andreas Burnier tot Aafke Romeijn, in de digitale informatiestroom naar betekenis gezocht. Heeft het internet kennis zichtbaarder en toegankelijker gemaakt? Of hebben de datawolken en informatiefuiken ons mens- en wereldbeeld enkel vertroebeld?
Deze literaire verbeelding valt te begrijpen aan de hand van de esthetische traditie van het sublieme. De oneindige mogelijkheden en gevaren van onze wereldwijde informatie- en communicatienetwerken, zo laat dit boek zien, vragen om beelden en stijlregisters die huiver en aantrekking samenballen. In Netwijdte onderzoekt de auteur de uiteenlopende verteltechnieken waarmee de hedendaagse roman fenomenen zoals dataficering, virtuele werelden en black boxes in verhalen weet te gieten. Een brede selectie aan bekende en minder bekende romans komt aan bod. Daarnaast presenteert deze studie diepgravende analyses van het werk van Anjet Daanje, Maxim Februari, David Nolens, Peter Verhelst en Tonnus Oosterhoff.
Ruben Vanden Berghe doctoreerde in 2024 aan de Universiteit Gent op een proefschrift over de sublieme verbeelding van het internet in de Nederlandse en Vlaamse roman. Momenteel doceert hij literatuurwetenschap en Nederlandse letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en is hij als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan Tilburg University. Hij publiceert over experimentele en moderne literatuur uit Nederland en Vlaanderen.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Artificial intelligence and criminal justice (Concept paper for the 2020-2024 IAPL cycle and resolutions of the XXIst International Congress of Penal Law, Paris, 25 – RIDP libri 12
Recognizing the profound impact of AI on criminal justice, the IAPL devoted its 2020-2024 scientific cycle and its concluding XXIst Congress to examining the transformative effects of AI and the legal challenges it poses for both substantive and procedural criminal law. The topic was prepared through a concept paper and explored through four international colloquia, each culminating in the adoption of a set of resolutions addressing a distinct aspect of the criminal justice system. This issue wraps up the cycle, presenting the concept paper (in English) and the trilingual version of the four sets of resolutions.
Au vu de l’impact profond de l’IA sur la justice pénale, l’AIDP a consacré son cycle scientifique 2020-2024 et son XXIe Congrès à l’étude des effets transformateurs de l’IA et des défis juridiques qu’elle pose dans le cadre du droit pénal et de la procédure pénale. Le sujet a été abordé grâce à un document de réflexion initiale et exploré par la suite lors de quatre colloques internationaux, chacun aboutissant à l’adoption d’une série de résolutions portant sur un aspect distinct du système de justice pénale. Ce numéro conclut ce cycle scientifique par la publication du document de réflexion (en anglais) et la version trilingue des quatre séries de résolutions.
Dado el profundo impacto de la IA en la justicia penal, la AIDP dedicó su ciclo científico 2020-2024 y su XXIo Congreso a examinar los efectos transformadores de la IA y los retos jurídicos que plantea tanto para el derecho penal sustantivo como para el procesal. El tema se inició con un documento conceptual y se exploró a través de cuatro coloquios internacionales, cada uno de los cuales culminó con la adopción de un conjunto de resoluciones que abordaban un aspecto distinto del sistema de justicia penal. Este número cierra este ciclo, presentando el documento conceptual (en inglés) y la versión trilingüe de los cuatro conjuntos de resoluciones.
Katalin Ligeti is President of the AIDP/IAPL and Dean of the Faculty of Law, Economics and Finance and Professor of European and International Criminal Law at the University of Luxembourg.
John A.E. Vervaele is Honorary President of the AIDP/IAPL, Emeritus Professor at Utrecht University, The Netherlands, and Professor in European Criminal Law and Human Rights at the College of Europe, Bruges, Belgium
Gert Vermeulen is General Director Publications of the AIDP/IAPL, Editor-in-chief of the RIDP, and Senior Full Professor of European and international criminal law, sexual criminal law, and data protection law at Ghent University, Belgium.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek – Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
Affectregulerende Vaktherapie is een ervaringsgerichte behandelwijze van affectregulatieproblemen die ontstaan in de vroege jeugd. Dit basisboek laat de lezer kennismaken met alle facetten van de interventie en de onderliggende theorieën over vaktherapie, affectregulatie, mentaliseren bevorderen en gehechtheid. Voor vaktherapeuten die al affectregulerend zijn opgeleid, is het een waardevol naslagwerk.
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuwe in ontwikkeling komt
Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van a lle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze. Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
Lesgeven vanuit verbondenheid. Functies, pedagogiek en didactiek van het volwassenenonderwijs.
Over onderwijs wordt behoorlijk veel geschreven. Maar het valt op dat het hier bijna altijd gaat over het leerplichtonderwijs (basisonderwijs en middelbaar) en het hoger onderwijs. Het volwassenenonderwijs daarentegen komt nauwelijks aan bod. Nochtans blijkt uit onderzoek dat het volwassenenonderwijs een belangrijke rol vervult in het emanciperen en empoweren van mensen in hun (beroeps)leven, wat aansluit op de brede invulling van deze onderwijsvorm die deze uitgave bepleit.
Dit boek levert een significante bijdrage aan de theorievorming én de praktijk van het volwassenenonderwijs.
Dit boek is in eerste instantie geschreven voor álle actoren binnen het (brede) volwassenenonderwijs (voor de leerkrachten, maar zeker ook voor coördinatoren en directie). Het boek biedt echter ook inspiratie aan andere opleiders, niet in het minst deze binnen graduaatsopleidingen en opleidingen met een arbeidsfinaliteit. Ook voor organisaties uit de socio-culturele sector die zich richten op volwassenen, is dit boek van grote waarde. Ten slotte zal ook de lerarenopleiding zich kunnen laten inspireren door de theorie en de praktijk die wordt voorgesteld.
Peter Verluyten is docent binnen het volwassenenonderwijs. Hij schrijft regelmatig over onderwijs en tracht daarbij de brug te slaan tussen theorie en praktijk.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the Congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926 | 2024) (Bookseries RIDP libri 9 )
José Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP and Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU). Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain). Miren Odriozola Gurrutxaga is a member of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/ EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
Forensische DNA-analyse in strafzaken
De wet van 7 maart 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 maart 2024, heeft de DNA-wetgeving grondig hervormd. In dit kader werden diverse bepalingen van het Wetboek van Strafvordering, de DNA-wet van 22 maart 1999 en de wet op het politieambt van 5 augustus 1992 gewijzigd. Door deze wetswijzigingen wordt de regelgeving inzake DNA-onderzoek verder verfijnd en afgestemd op de actuele wetenschappelijke en juridische ontwikkelingen.
Dit boek biedt een overzicht van de DNA-wetgeving, waarbij de recente wetswijzigingen werden geïntegreerd. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de volgende hoofdstukken: 7 (DNA-profielen), 8 (Klassieke vergelijking van DNA-profielen), 9 (De familiale zoeking), 10 (Grootschalig verwantschapsonderzoek), 11 (DNA-fenotypering), 12 (DNA-databanken), 13 (Bewaarperiode van DNA-stalen), 14 (Internationale uitwisseling van DNA-profielen) en 17 (Seksueel strafrecht).
Patrick Herbots is advocaat aan de balie van Antwerpen. Hij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals R.W., AdvocatenPraktijk, T.Strafr., NjW, Postal Memorialis, Vigiles, Rev.Dr.Mil., Jura Falconis en De Juristenkrant evenals in niet-juridische tijdschriften zoals Meet Music Magazine, Joods Actueel en China Vandaag. Van zijn hand verscheen eveneens de boeken Meer dan 100 dagen. Met terugblik 15 jaar later, Chinees & Siberisch sjamanisme. In vogelvlucht en Een pleidooi voor euthanasie zonder grenzen. Het ultieme zelfbeschikkingsrecht moet prevaleren.
Miet Driessen is advocaat aan de balies van Antwerpen en Leuven. Zij publiceerde eerder in juridische tijdschriften zoals NjW en De Juristenkrant. Ze heeft meer dan 35 jaar ervaring in de advocatuur.
De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering
Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.
De datateam methode. Een concrete aanpak voor onderwijsverbetering
Kim Schildkamp is hoogleraar aan de Universiteit Twente. Ze is onder meer oprichter van het project Datateams. Cindy Poortman, Adam Handelzalts, Hanadie Leusink, Marije Abbink, Maaike Smit, Johanna Ebbeler & Mireille Hubers waren allen verbonden aan dit project, als onderzoeker en/of coach.
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Morele mondigheid. Verbindend inzicht in ons rechtvaardigheidsgevoel
Het moreel buikgevoel van elke mens blijkt een mengpaneel te zijn dat we allen delen. Door onze ervaringen, opvoeding en karakter stellen we elk onze schuifregelaars op een iets andere manier af. Maar onze diepste overtuigingen over goed en fout zijn erg gelijklopend. Dus is het nuttig om ‘moreel mondig’ te worden: de reden waarom je iets goed of fout vindt helder krijgen, en kunnen verwoorden op een manier die anderen raakt in een snaar van hun rechtvaardigheidsgevoel, die ook één van hun diepste overtuigingen aanspreekt.
En moreel mondig betekent ook: jezelf uitdagen om zorgvuldig heel je mengpaneel aan te spreken, en niet te vaak reflexmatig enkel de hoogst afgestelde schuifregelaar te volgen.
Je kan leren om over elk delicaat onderwerp, een moreel dilemma, op een constructieve manier in dialoog te gaan, zonder defensieve of agressieve reacties uit te lokken. Zo’n constructief gesprek over gevoelige onderwerpen kunnen aangaan, is erg bevrijdend en vermindert morele stress.
Daarover gaat dit boek. Het bewust verwoorden van je moreel zorgvuldig uitgedaagde overweging over een delicaat onderwerp, en anderen er op een constructieve manier bij betrekken. Het boek is geen pleidooi om te negeren wat je hart je ingeeft bij een ethische kwestie, maar het zet je hoofd in om die spontane intuïtie uit te dagen en overtuigender te formuleren. Dit laagdrempelig boek biedt veel achtergrond, voorbeelden, praktische tips, uitgewerkte oefeningen en handige schema’s.
Koen De Vidts ondervond als ingenieur de noodzaak van morele mondigheid in 35 jaar veelzijdige bedrijfservaring. Hij geeft opleidingen, workshops en lezingen over ethische dilemma’s en morele mondigheid, hij voert cultuuronderzoeken gebaseerd op waarden, en begeleidt Moreel Beraad-sessies.
(www.zinnings.be)
Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid
In Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid nodigt Carolien Hermans ons uit om het onderwijs te heroverwegen door beweging, het ongeordende en de zintuiglijke ervaringen van het lichaam als uitgangspunt te nemen. Ze ziet onderwijs niet als een statisch proces van kennisoverdracht, maar als een dynamische beweging naar buiten, een uitnodiging om de wereld tegemoet te treden. Hermans pleit in dit boek voor een andere benadering van onderwijs: onderwijs dat het ongeregelde, het speelse, het magische en het lichamelijke omarmt.
Met de inzichten van denkers als Tim Ingold, Michel Serres en Jan Masschelein onderzoekt Hermans hoe onderwijs niet slechts een overdracht van kennis is, maar een gezamenlijke zoektocht, een ontmoetingsplek waar ideeën, lichamen en ervaringen elkaar voortdurend doorkruisen. Het is een plek van verbondenheid met de wereld om ons heen. Ze neemt ons mee op een verkenning van beweging: van dans tot luchtgetrappel, van vergeten gebaren zoals huppelen tot de mond niet enkel als vervoermiddel voor woorden, maar als een sensitief orgaan dat in voortdurende verbinding staat met de wereld. Ook lachen en fluisteren worden door Hermans gezien als vormen van belichaamd verzet in het onderwijs.
Dit boek is een pleidooi voor onderwijs in beweging: een onderwijs dat niet naar binnen is gekeerd, dat niet vasthoudt aan een uitsluitend mensgericht of ontwikkelingsgericht perspectief, maar dat ruimte biedt voor het onverwachte, het ongeordende en het wereldse. Het is een uitnodiging om op zwerftocht te gaan: te dolen langs kronkelende paden, waar verdwalen onontbeerlijk is en het vinden van oriëntatiepunten niet het doel maar het onderwijs zelf wordt.
Carolien Hermans studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en behaalde een master in Choreografie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze promoveerde aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA) van de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek deed naar dansimprovisatie en het creatieve spel van kinderen. Naast haar werk als schrijver van kinderboeken en essays, publiceert ze regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Als associate lector Muzikale Leerculturen is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. In 2022 verscheen haar boek Pedagogiek van het onderweg zijn, uitgegeven door Garant.
Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid
In Naar een pedagogiek van de beweeglijkheid nodigt Carolien Hermans ons uit om het onderwijs te heroverwegen door beweging, het ongeordende en de zintuiglijke ervaringen van het lichaam als uitgangspunt te nemen. Ze ziet onderwijs niet als een statisch proces van kennisoverdracht, maar als een dynamische beweging naar buiten, een uitnodiging om de wereld tegemoet te treden. Hermans pleit in dit boek voor een andere benadering van onderwijs: onderwijs dat het ongeregelde, het speelse, het magische en het lichamelijke omarmt.
Met de inzichten van denkers als Tim Ingold, Michel Serres en Jan Masschelein onderzoekt Hermans hoe onderwijs niet slechts een overdracht van kennis is, maar een gezamenlijke zoektocht, een ontmoetingsplek waar ideeën, lichamen en ervaringen elkaar voortdurend doorkruisen. Het is een plek van verbondenheid met de wereld om ons heen. Ze neemt ons mee op een verkenning van beweging: van dans tot luchtgetrappel, van vergeten gebaren zoals huppelen tot de mond niet enkel als vervoermiddel voor woorden, maar als een sensitief orgaan dat in voortdurende verbinding staat met de wereld. Ook lachen en fluisteren worden door Hermans gezien als vormen van belichaamd verzet in het onderwijs.
Dit boek is een pleidooi voor onderwijs in beweging: een onderwijs dat niet naar binnen is gekeerd, dat niet vasthoudt aan een uitsluitend mensgericht of ontwikkelingsgericht perspectief, maar dat ruimte biedt voor het onverwachte, het ongeordende en het wereldse. Het is een uitnodiging om op zwerftocht te gaan: te dolen langs kronkelende paden, waar verdwalen onontbeerlijk is en het vinden van oriëntatiepunten niet het doel maar het onderwijs zelf wordt.
Carolien Hermans studeerde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en behaalde een master in Choreografie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Ze promoveerde aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA) van de Universiteit Leiden, waar ze onderzoek deed naar dansimprovisatie en het creatieve spel van kinderen. Naast haar werk als schrijver van kinderboeken en essays, publiceert ze regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften. Als associate lector Muzikale Leerculturen is ze verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam, waar ze ook lesgeeft. In 2022 verscheen haar boek Pedagogiek van het onderweg zijn, uitgegeven door Garant.
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
Deugden in de klaspraktijk. Werken aan een positief klasklimaat
Elke leerkracht wil een klas waarin respect, verbondenheid en positiviteit centraal staan. Maar hoe bereik je dat? Met dit inspiratiepakket krijg je een krachtig instrument in handen om via de proactieve cirkel en het Deugdenproject aan de slag te gaan. Proactief cirkelen verbindt: iedereen is gelijk en krijgt een gelijke stem. Leerlingen leren respectvol spreken en luisteren, ontdekken dat hun mening ertoe doet én dat andere meningen even waardevol zijn. Ze ervaren dat verschillen mogen bestaan – en dat dat helemaal oké is! Door deugden als eerlijkheid, enthousiasme, zorgzaamheid en verbondenheid een plaats te geven in je klas, bouw je stap voor stap aan een veilige en positieve leeromgeving. Een plek waar waardering en respect de basis vormen voor groei en samenwerking.
Lieve Huyghe is een gepassioneerde onderwijsprofessional met een hart voor inclusie en gedragsondersteuning. Haar liefde voor methodieken begon al in de scouts en groeide uit tot een brede expertise in Zinvol Tekenen, het Deugdenproject en kindercoaching. Met haar ervaring als leerkracht, leerondersteuner, kindercoach en vormingsgever helpt ze scholen om een warm en positief klasklimaat te creëren. Haar aanpak is praktisch, verbindend en inspirerend, waardoor leerkrachten én leerlingen de kans krijgen om te groeien.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk – 6e, herziene uitgave
Dit boek is opgezet door mr. H.W.B. thoe Schwartzenberg naar aanleiding van een in de praktijk gesignaleerde behoefte aan een behandeling van de belangrijkste bewijsrechtelijke vragen. Wij hebben haar praktijkgerichte benadering voortgezet: in hoeverre dient een advocaat te anticiperen op de bewijsrechtelijke positie van zijn cliënt en hoe gaat een rechter te werk bij het vaststellen van de relevante feiten en bij het verdelen van de bewijslast? Omdat de feitenrechter de meeste bewijsrechtelijke vragen beantwoordt, zijn regelmatig voorbeelden van lagere rechtspraak opgenomen.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht, de descente en het inzagerecht worden behandeld, evenals het bewijsbeslag en het proces-verbaal van constatering. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht. Deze geheel herziene 6e uitgave gaat uit van de stand van zaken na de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025.
De auteurs zijn of waren allen werkzaam bij Houthoff. Thijs van Aerde is advocaat bij NautaDutilh. Philip Fruytier is advocaat bij BarentsKrans. Jan Willem de Groot is advocaat bij Houthoff. Elselique Hoogervorst is professional support lawyer bij Houthoff. Denise Walta-Jansen is advocaat bij Houthoff. Bart van der Wiel is advocaat bij Houthoff. Marek Zilinsky is adviser bij Houthoff.
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
De Rustkevers
Het schild van Pollie is vuurrood. Waarom heeft zij geen REGENBOOGkleuren zoals de andere rustkevers? Ze verlaat de malse wei aan de voet van de regenboog op zoek naar de magische glitterpot. Zal ze ooit een echt REGENBOOGschild krijgen?
Wild
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Wild
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk. Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Op grootmoeders wijze
Grootmoeders keuken zorgt bij velen voor een nostalgisch en zelfs feestelijk gevoel. Vroeger was het toch zo lekker. Of het nu door het rijkelijke gebruik van boter was of niet, grootmoeders gerechten waren altijd beter. Recepten worden soms generaties op generaties doorgegeven. Wie heeft geen herinneringen aan de wafels of pannenkoeken uit zijn kindertijd? Of aan de gezelligheid bij klassiekers als konijn met pruimen? Grootvader was misschien duivenmelker en maakte wel eens een duifje klaar in de pan met boter. Of hij was de kok van dienst als er bier bij het gerecht mocht. Mijn grootvader maakte pap, tomatensoep en appeltaart. De rest liet hij aan grootmoeder over. Het waren andere tijden… Dit boekje bevat een aantal klassiekers die erg lekker zijn. Het is een eenvoudige en eerlijke keuken die het verdient om in ere gehouden te worden.
Deel deze recepten en geniet ervan!
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar schreef zich intussen in bij een koksschool, meer bepaald bij Spermalie in Brugge. Hij leerde er de basistechnieken en leert nog elke dag bij door geduldig kookboeken en recepten te bestuderen. Zijn motto is dan ook “quidquid discis tibi discis”. Kokscholen maken culinair erfgoed toegankelijk.
Koken is een eeuwenoud ambacht dat mensen samen brengt.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Voetbalveiligheid door middel van biometrische toegangscontrole (Reeks IRCP nr. 59)
Het actieplan ‘Samen voor Veilig Voetbal’ van de Algemene Directie Veiligheids- en Preventiebeleid van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken (BeSafe) zet in op strengere maatregelen om stadionverboden te handhaven. Recent werd daarom de Voetbalwet van 1998 aangepast: stewards, veiligheidsverantwoordelijken en bewakingsagenten kregen een cruciale verantwoordelijkheid voor het identificeren en weigeren van personen met een verbod. Voetbalclubs signaleren echter aanzienlijke technische en organisatorische uitdagingen bij de uitvoering van de nieuwe regeling.
Biometrische verificatie, bijvoorbeeld via aderpatroon- of vingerafdrukherkenning, kunnen de vereiste toegangscontrole sneller en nauwkeuriger maken. De invoering hiervan stuit vandaag op juridische en ethische moeilijkheden, in het bijzonder vanuit gegevensbeschermingsperspectief. Het huidig wettelijk kader voorziet niet in een machtiging voor voetbalclubs om biometrische gegevens te verwerken, waardoor dat alleen kan voor bezoekers die daar uitdrukkelijk in hebben toegestemd.
Dit onderzoek identificeert, na nauw overleg met BeSafe, Pro League en een aantal voetbalclubs, de juridische, ethische en praktische belemmeringen en mogelijkheden met betrekking tot het gebruik van biometrische toegangscontrole onder de huidige voetbal- en gegevensbeschermingswetgeving. De auteurs schuiven concrete aanbevelingen naar voor om een wettelijke basis te creëren die voetbalclubs verplicht of toelaat om biometrische toegangscontrole in het kader van voetbalveiligheid te organiseren.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar Europees en internationaal strafrecht en gegevensbeschermingsrecht, directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), en promotor-woordvoerder van het IOF-valorisatieplatform i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Julie Van Pée is doctoraatsonderzoeker en academisch assistent aan het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Arne Dormaels is business developer bij i4S (Smart Solutions for Secure Societies), Universiteit Gent.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 28
Dit boek vormt intussen al het achtentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit achtentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek. Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt. Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Doorrekening en doorfacturering van kosten
Dit boek bespreekt de factureringsregels inzake doorrekening of doorfacturering van kosten. Hierbij worden de “spelregels” uitgelegd op basis van de rechtspraak van het Hof van Justitie.
In de regel volgen verschillende prestaties die gefactureerd worden elk hun eigen btw-regels. Kunstmatig splitsen van handelingen is niet toegestaan. Anderzijds kunnen handelingen zo met elkaar economisch verbonden zijn dat er sprake is van een hoofdprestatie en nevenprestatie(s). Ten slotte kan men met complexe prestaties te maken hebben waar er geen hoofdhandeling kan onderscheiden worden. Aan de hand van veel voorkomende gevallen uit de praktijk worden de regels inzake de doorrekening en doorfacturering toegepast.
Stefan Ruysschaert is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool. Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vastgoed en btw. Bouwen en verbouwen in vraag en antwoord
Dit boekje bevat een aantal topics uit de vastgoedsector inzake bouwen en verbouwen in België. Het gaat om praktijkgerichte vragen waarop een duidelijk antwoord wordt geformuleerd.
Het gaat onder andere om de criteria om een verbouwing te onderscheiden van nieuwbouw. Wanneer is 6 % van toepassing, wanneer 21 %? Hoe berekent men de oppervlaktenorm bij uitbreidingswerken? Wanneer kan een verbouwd gebouw verkocht worden met btw, wanneer moet er verkocht worden met registratierechten? Het gaat om topics die relevant zijn voor al wie actief is in de vastgoedsector als bouwpromotor, accountant, fiscaal advocaat of notaris.
Stefan Ruysschaert is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, Mínima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Filosofisch tegenspel. Traag denken in tijden van versnelling
We leven in een tijd van hyperkinetiek, snelle verplaatsing, flitskapitaal, directe maakbaarheid en hyperlink-denken. Snelheid geeft een kick, maar maakt ons ook ziek. We proberen tijdelijk aan de snelheid te ontsnappen via fysieke en digitale, individuele en collectieve capsules die ons beschermen tegen te veel prikkels. Om echter blijvend aan systeemsnelheid te ontkomen is er diepzinniger tegenspel nodig dat traagheid en ritmes wil denken als indirect verzet, vaste rituelen koestert, uitnodigt tot beschouwelijkheid en niet meewaait met emoties die zich aandienen maar zich stevig positioneert in het eigen lichaam met zijn affectiviteit en ons opnieuw wil verbinden met de aarde. Maar hoe pakken we dit aan?
Giovanni Rizzuto studeerde filosofie, theologie en Indische talen aan de Universiteit van Amsterdam. Naast zijn werk als beeldend kunstenaar doceerde hij filosofie en menswetenschappen aan verschillende hogescholen. Hij publiceerde meerdere boeken en schrijft regelmatig voor o.a. Hollands Maandblad, Streven en Filosofie-Tijdschrift. De draad van Ariadne, Wijsgerige essays over mythe en mythologie (2022), De wereld in een korrel zand, Inleiding in de filosofie van de mystiek (2023), Misterios Envueltos, Mínima Poética (2024) en De reis van Gilgamesj, Over dood, bewustzijn en seksualiteit (2024) zijn zijn meest recente publicaties.
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Wetboek overheidsopdrachten, editie 2025
Twee wetten en twee uitvoeringsbesluiten maken de essentie uit van het Belgische overheidsopdrachtenrecht:
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie
en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten zijn bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2025.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Military Justice: Contemporary, Historical and Comparative Perspectives | RIDP libri 8
Military justice is an essential aspect of a nation’s defence system, rooted in a rich historical context that is intertwined with wider legal, political and social developments. Its importance has increased in the 21st century due to the changing nature of war, the need to protect civilians, the need to deal with misconduct by soldiers and to protect victims. It is essential to understand the historical development of military justice in order to grasp its complex legal and ethical dimensions, and avoid past mistakes.
Military justice serves to address misconduct within the armed forces, and to ensure discipline and compliance with ethical and international standards. Ongoing training in military law is mandatory to prevent illegal actions and foster a culture of respect for legal standards. One of the main objectives of military justice is also to protect civilians during armed conflicts. International humanitarian law, including the Geneva Conventions, requires the protection of non-combatants, and military justice systems help to ensure compliance with these laws. Investigating and prosecuting violations, particularly those that endanger civilians, helps to ensure accountability and maintain the legitimacy of military operations.
In the same way, advances in military technology, such as the use of drones and artificial intelligence, pose new challenges for military justice. Legal frameworks must evolve to take account of legal and ethical implications of these technologies. Additionally, warfare has significantly transformed in recent years, with cyber warfare, private military companies and counter-insurgency operations. Finally, contemporary military operations often involve coalitions of multiple countries, requiring harmonized approaches to military justice to ensure consistency across different legal systems.
The International Military Justice Forum (IMJF) provides a platform for global discussions on military justice, bringing together academics, practitioners, and military personnel. It fosters comparative analysis of international military justice systems and explores their historical and current evolution.
This volume brings together major contributions to the 2nd International Military Justice Forum, which convened on 8 and 9 November 2023 in Stellenbosch, South Africa
Gwenaël Guyon is Associate Professor in Legal History and Comparative Law at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy, seconded from the University Paris Cité, and President of the International Military Justice Forum.
Evert Kleynhans is Associate Professor in Military History at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and Honorary Researcher at the Centre for War and Diplomacy at Lancaster University.
Michelle Nel is Associate Professor in Military Law at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University, and a part-time researcher at the Security Institute for Governance and Leadership in Africa (SIGLA).
Sonja Els is Senior Lecturer in Mercantile Law and Military Law, and Chair of the School for Human Resource Development at the Faculty of Military Science of Stellenbosch University.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Ontveld denken. Verblijven in een unheimische wereld
Lange tijd wisten we ons thuis in een wereld die we meenden te hebben. Het bestaan in deze vertrouwde wereld vormde onze existentie, die we op een eigenlijke wijze op ons namen. Thans is de wereld echter niet meer wat hij was, en zijn we ook zelf niet meer wie we waren. ‘De wereld is weg’, zo dichtte Paul Celan, en deze afwezigheid van de wereld brengt ons van ons stuk. In de planetaire ‘techno-natuur’ die naar voren treedt, weten we ons getekend door een soort van zelf-gemis, dat samenhangt met een gemis aan woorden, dat zelf correleert met het wegtrekken van de wereld dat we vernemen in fenomenen als de globalisering en klimaatverwoesting, de versplintering en fictionalisering van wetenschap en technologie, en zelfs ‘het einde van de metafysica’.
Vandaag bestaat de ‘wereld’ die we met elkaar delen als een ‘techno-natuurlijke’ achtergrond waaraan we als simpelweg levende wezens direct zijn uitgeleverd, zonder onderdak en zonder horizon, en zelfs zonder denken. Niemand is echt thuis in deze globale omgeving, niemand kan haar de hunne noemen, en toch moeten we allemaal leren om voor deze niet-toe-te-eigenen planetaire sfeer zorg te dragen.
Dit vormt dan ook de inzet van dit boek. Het ontveld denken is een denken dat aanvaardt om verwond te raken door de verscheurende aspecten van onze ‘wereld’. Het is een denken dat zich verbeeldt als een rauwe gevoeligheid en scherpte die het ook inzet als strijdmiddel, en dit vanuit het besef dat het aan ons is om te beslissen aangaande de ‘wereld’ en het wegtrekken ervan. Dit boek bundelt 14 artikelen van Susanna Lindberg, in een keuze en vertaling van Bart Buseyne.
Vaak is de veronderstelling dat denken iets is wat mooi is of ons een fijn gevoel geeft. Susanna Lindberg maakt in deze bundel met elkaar samenhangende artikelen duidelijk dat denken ook pijn kan doen, en dat het misschien daarom wel zo moeilijk is om echt na te denken over de wereldwijde ecologische misère die ons nog steeds te weinig bij de strot grijpt. Wie de moed heeft om met haar mee te denken over de klimaatcatastrofe, over de ‘ontrafeling’ van onze wereld of over de ‘zachtheid’ van extinctie, wordt verwond door dit boek, maar zal ook verrijkt worden met tal van verrassende inzichten. Het boek bevat een fraai staaltje van wat Lindberg vermag en is ook nog eens voortreffelijk vertaald, ingeleid en geannoteerd door Bart Buseyne. - René ten Bos
Susanna Lindberg is hoogleraar in de Continentale wijsbegeerte aan de Universiteit Leiden. Nadat ze in eerder werk de ontwikkelingen en vertakkingen in het domein van de moderne Europese filosofie heeft verkend, neemt ze vandaag de globalisering, de techniek en de klimaatopwarming tot onderwerp, en dit vanuit een (post)fenomenologische invalshoek. Ze is de auteur van o.a. Le monde défait (2016), Techniques en philosophie (2020), From Technological Humanity to Bio-technical Existence (2023) en Planetary Thinking in the Era of Global Warming (2023). Bart Buseyne is filosoof van opleiding en verbonden aan KBR, de nationale bibliotheek van België.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Het dierenrijk als bron van geneesmiddelen, (volks)geneeskunde en farmacie (Reeks Cahiers GGG Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 20)
Door de eeuwen heen hebben apothekers een fascinatie gehad voor dieren. Dit was in de eerste plaats het geval in het productie-proces van geneesmiddelen. Vele likkepotten, zalven, pillen, oliën of lotions werden aangemaakt op basis van ingrediënten, verkregen uit dieren. Immers, aan dieren werden allerhande gunstige eigenschappen toegekend, die de gezondheid van de mens ten goede konden komen. Men kan het zo gauw niet bedenken, maar zowat alle dieren werden in aanmerking genomen om ziekten tegen te gaan. In dit boek passeren talloze diersoorten de revue, waarvan de eigenschappen op de één of andere manier heilzaam bleken te zijn voor de mens.
Maar ook als uithangbord of decoratie gebruikten apothekers, drogisten of kruideniers allerhande opgezette dieren of afbeeldingen om hun apotheek mee op te smukken. Zo droegen apotheken door de eeuwen heen ook de namen van exotische of lokale beesten, of werden apothekerspotten versierd met afbeeldingen van beren, olifanten, slangen of andere diersoorten.
Aangezien dieren genezing konden brengen, werden ze het favoriete hulpmiddel van de vele geneesheiligen, die door de mensheid eeuwen lang vereerd en aanbeden werden om hun gezondheid te beschermen of te herstellen. De auteur brengt een panoplie van heiligen ten tonele, die elk voor een bepaalde ziekte of aandoening genezing kon brengen in onze Lage Landen.
Kortom, in dit boek komt de onverbrekelijke band tussen de apotheker en de wonderlijke dierenwereld tot uiting, een band die ons telkens weer blijft verbazen en intrigeren.
Guy Gilias (1944) toonde reeds tijdens zijn apothekersstudies belangstelling voor de geschiedenis van zijn beroep. Tien jaar lang was hij voorzitter van de Kring voor de Geschiedenis van de Farmacie in de Benelux. Hij werd benoemd tot lid van de Académie Internationale d’Histoire de la Pharmacie en werd laureaat van de Prijs Frans Daels (afdeling Farmacie), uitgereikt door de Koninklijke Academie voor Geneeskunde van België. Hij gaf verscheidene lezingen over farmaceutisch historische onderwerpen, publiceerde artikelen in gespecialiseerde tijdschriften en schreef verschillende boeken met betrekking tot de geschiedenis van de farmacie.
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Amor Fati. Spelende wijsheid voor de kosmopolis
Met een wereld in brand en menselijkheid op het spel barst de huidige wereldordening uit haar voegen. Hoewel de techniek voor alles een oplossing lijkt te hebben, lijkt de jachtige mens, steeds op zoek naar meer kicks in een schreeuwerige emo-cultuur, een gebrek te maskeren: een behoefte aan verbondenheid in een verscheurde wereld die ons dwingt bij de diepere oorzaken achter de maatschappelijke symptomen van vervreemding, polarisering en betekenisverlies stil te staan. De behoefte aan visie en verbinding (tussen politiek en burgers, professionals en managers, tussen groepen en culturen – terwijl crises elkaar opvolgen in nagenoeg elk maatschappelijk domein) vormt een harde wake-up call dat wij allen, of we het willen of niet, wereldburger zijn geworden en eigenaar van wereldproblemen. Het roept ons op tot een collectieve levenskunst waarin ieder een eigen steentje kan bijdragen. Zou de wijsheid uit wij-culturen met principes van gemeenschapszin (zoals amor fati) en een grondhouding van overgave aan het leven heling kunnen brengen? Met wijsheden uit verschillende culturele tradities nodigt de auteur de lezer uit om mee op een ontdekkingsreis te gaan en wereldburgerschap te ontwikkelen uit premoderne, moderne en postmoderne tijden.
De Engelstalige interculturele reflecties van Greg Suffanti op zijn series van aquarellen geven aan de lezer – samen met het beeldend werk van andere kunstenaars rond de mythisch-filosofische thema’s van Amor Fati – een verrassende route van de verbeelding door het boek.
Heidi Muijen was aan diverse universiteiten en hogescholen verbonden. Ze geeft sinds 2004 begeleiding vanuit haar filosofische praktijk voor levenskunst en creatieve ontwikkeling ‘Thymia’, aan individuen en groepen. Als gastdocent betrokken bij de masteropleiding ‘Human and Organizational Behaviour/Begeleidingskunde’ aan de Hogeschool Rotterdam en de Hogeschool Arnhem Nijmegen ontwikkelde ze spel- en dialoogvormen rond levensvragen en -waarden. In 2016 richtte ze de Stichting Quest for Wisdom foundation (QfWf) op om bij te dragen aan een omkering van de groeiende angst voor ‘de vreemde ander’ en vanuit de inspiratie dat de rijkdom aan culturen het goede (samen)leven juist boeiender en rijker maakt. Met betrokken kringen rond de QfWf ontwikkelde ze kunstzinnig educatief materiaal, waaronder een intercultureel storytelling-programma Animal Wisdom en een aantal dialogische wereldspelen.
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
Mijn werkbalans. Tool voor loopbaancoaches, HRm’ers, leidinggevenden en medewerkers (Handleiding + Kaartjes + Spelbord)
Leidraad voor de begeleider Bij het leggen van de kaarten
– Wat doe je bij deze kaart? Kies je voor de groene of de rode?
– Kan je hier een voorbeeld van geven?
– Wat doet je twijfelen?
– Welke argumenten kan je hiervoor aanhalen?
Na het leggen van de kaarten
– Kleurt je globale beeld overwegend positief (groen) of negatief (rood)?
– Is dit herkenbaar voor jou?
– Hoe zwaar wegen de verschillende facetten bij je door? Hoe belangrijk zijn ze voor je?
– Wat loopt nog goed dat je wil behouden?
– Wat is er nu moeilijk? Wat wil je in de plaats? Hoe zie je dit concreet?
– Welke facetten of onderdelen kan je wel (of niet) beïnvloeden?
– Wat is een eerste kleine stap die je hierin kan zetten?
– Wie kan je hierbij helpen? Met wie kan je dit bespreken?
– Welke acties kan je hierin ondernemen?
– Hoe zou je je competenties en talenten meer kunnen inzetten?
– Welke conclusies maak je voor jezelf?
Beleggen in de vennootschap. Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 4
U kent allicht het volgende verhaal. Uw vennootschap zet jaarlijks een mooi resultaat neer. Dit resulteert in een opbouw van extra reserves in de vennootschap, maar allicht duikt de volgende vraag hierbij op: “Wat doe ik verder met dit vermogen in de vennootschap?”
Vragen zoals:
- Onttrekken we dit vermogen of net niet, en zo ja, hoe en waarmee houden we dan het best rekening?
- Of gaan we de vennootschap bewust aanwenden als spaarpot op korte of lange termijn?
- Wat zijn de fiscale gevolgen wanneer de vennootschap voor een type belegging kiest ?
Om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven, komen de volgende items in detail aan bod:
- Hoe zit de vennootschapsbelasting in elkaar op roerende beleggingen?
- Is er een verschil wanneer de vennootschap in fondsen i.p.v. individuele aandelen belegt?
- Beleggen we de gelden niet beter buiten de vennootschap?
- Wat zijn hierbij de mogelijkheden, voordelen of nadelen?
- Wat zijn de opties wanneer we de gelden wensen te onttrekken?
- Kan de vennootschap later ook een voordeel opleveren in het kader van de successieplanning?
- Wat zijn de aandachtspunten wanneer de aandelen van deze vennootschap later verkocht worden?
- Geeft deze spaarpot geen probleem?
- Kan de vennootschap ook in minder courante zaken beleggen zoals kunst, wijn, goud, cryptomunten, oldtimers e.d.?
We trachten het pallet aan mogelijkheden te bekijken met een fiscale bril op doch zonder de praktische invulling uit het oog te verliezen. U zal merken dat het een gans ander verhaal is dan wanneer we privé beleggen.
Marc Gielis is gecertificeerd belastingadviseur. Hij heeft 30 jaar (tot eind 2019) gewerkt bij Bank J. Van Breda en C° NV te Antwerpen als fiscaal en patrimoniaal planner, waarna hij de stap naar het zelfstandig beroepsleven heeft gezet. Hij is licentiaat/master Handelswetenschappen, gegradueerde in de Fiscale Wetgeving en gegradueerde in de Bedrijfsadministratie. Tevens heeft hij een jaaropleiding met vrucht afgelegd als ‘Advisor of Personal Financial Planning‘. Marc begeleidt in zijn functie dagelijks uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers
bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij voorzitter in de examencommissie bij het ITAA, auteur van een aantal fiscale boeken en gastdocent aan Odisee Brussel, Vives/Brugge Business School en lector aan AP Antwerpen. Ook is hij een gewaardeerd spreker voor een aantal beroepsverenigingen.
Beleggen in de vennootschap. Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 4
U kent allicht het volgende verhaal. Uw vennootschap zet jaarlijks een mooi resultaat neer. Dit resulteert in een opbouw van extra reserves in de vennootschap, maar allicht duikt de volgende vraag hierbij op: “Wat doe ik verder met dit vermogen in de vennootschap?”
Vragen zoals:
- Onttrekken we dit vermogen of net niet, en zo ja, hoe en waarmee houden we dan het best rekening?
- Of gaan we de vennootschap bewust aanwenden als spaarpot op korte of lange termijn?
- Wat zijn de fiscale gevolgen wanneer de vennootschap voor een type belegging kiest ?
Om hier een duidelijk antwoord op te kunnen geven, komen de volgende items in detail aan bod:
- Hoe zit de vennootschapsbelasting in elkaar op roerende beleggingen?
- Is er een verschil wanneer de vennootschap in fondsen i.p.v. individuele aandelen belegt?
- Beleggen we de gelden niet beter buiten de vennootschap?
- Wat zijn hierbij de mogelijkheden, voordelen of nadelen?
- Wat zijn de opties wanneer we de gelden wensen te onttrekken?
- Kan de vennootschap later ook een voordeel opleveren in het kader van de successieplanning?
- Wat zijn de aandachtspunten wanneer de aandelen van deze vennootschap later verkocht worden?
- Geeft deze spaarpot geen probleem?
- Kan de vennootschap ook in minder courante zaken beleggen zoals kunst, wijn, goud, cryptomunten, oldtimers e.d.?
We trachten het pallet aan mogelijkheden te bekijken met een fiscale bril op doch zonder de praktische invulling uit het oog te verliezen. U zal merken dat het een gans ander verhaal is dan wanneer we privé beleggen.
Marc Gielis is gecertificeerd belastingadviseur. Hij heeft 30 jaar (tot eind 2019) gewerkt bij Bank J. Van Breda en C° NV te Antwerpen als fiscaal en patrimoniaal planner, waarna hij de stap naar het zelfstandig beroepsleven heeft gezet. Hij is licentiaat/master Handelswetenschappen, gegradueerde in de Fiscale Wetgeving en gegradueerde in de Bedrijfsadministratie. Tevens heeft hij een jaaropleiding met vrucht afgelegd als ‘Advisor of Personal Financial Planning‘. Marc begeleidt in zijn functie dagelijks uitoefenaars van vrije beroepen en ondernemers
bij het optimaliseren van hun fiscale situatie. Tevens is hij voorzitter in de examencommissie bij het ITAA, auteur van een aantal fiscale boeken en gastdocent aan Odisee Brussel, Vives/Brugge Business School en lector aan AP Antwerpen. Ook is hij een gewaardeerd spreker voor een aantal beroepsverenigingen.
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
Een huisarts in dialoog – De patiënt als mens centraal
Aan de hand van 60 patiëntendossiers biedt huisarts Hugo Stuer de lezer een inkijk in zijn spreekkamer. Elke beschrijving begint met de openingszin van de patiënt. Deze blijkt meermaals een uitnodiging te zijn tot een diepgaander gesprek. Met kennis en ervaring biedt deze arts een luisterend oor en gaat hij in dialoog met zijn patiënten, zelfs als zij probleemvelden voorleggen die het medische overstijgen. Doorheen de reconstructies van die gesprekken stelt hij diagnoses gebaseerd op bekend wetenschappelijk onderzoek met recente aanvullingen. Hij schuwt daarbij na kritische lezing geen oplossingen die aangereikt worden door de natuurgeneeskunde. Zijn opleidingen in medische synthese en antropologie helpen bovendien om betekenissen naar boven te brengen waar de protocollaire geneeskunde vaak aan voorbijgaat. Ook van de jaren die hij investeerde in de theorieën van humor en in de taal van de traan vinden we weerklanken in de teksten.
De veelzijdige aanpak van deze omnipracticus leidt dan ook tot verrassende resultaten.
Hugo Stuer, huisarts, was assistent aan de Universiteit Antwerpen van 1972 tot 2002. Hij publiceerde in antropologie en medische ethiek ook over humor in de geneeskunde en de taal van de traan. Hij schrijft columns over ‘het natuurlijke lijf’, kankers, corona, ‘Napoleon als patiënt’ en over… schaken.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
De verborgen god van het boeddhisme. Naar een christelijke theologie van het boeddhisme
Is boeddhisme een religie of een filosofie? Is er een ‘god’ in het boeddhisme? Of is het boeddhisme een pure levensfilosofie? Dit werk wil een bijdrage zijn in het juist begrijpen van het boeddhisme als religie én als filosofie.
Het vertrekpunt is de vraag als christelijke theoloog naar de ‘godservaring’ in het boeddhisme. De theologie van de religies probeert te begrijpen of en hoe ‘God’, zoals christenen hun ervaring van het goddelijke of de ultieme werkelijkheid noemen, aanwezig kan zijn in de gedachten, devoties en rituelen van andere religies. Christelijke theologie van het boeddhisme is dan een christelijke reflectie op het boeddhistische geloof in ‘god’ of ‘goden’.
De boeddhistische leer bevat (net als de christelijke leer) veel schijnbare tegenstrijdigheden. Deze accepteren en zoeken naar aanwijzingen om te begrijpen hoe ze zijn ontstaan en hoe ze verzoend kunnen worden, is niet alleen een intellectuele uitdaging, maar ook een religieuze plicht.
De verborgen god van het boeddhisme voelt als een detectiveverhaal dat de lezer meeneemt op een nauwgezet onderzoek naar de veelvoudige thema’s, concepten en personen van de verschillende boeddhistische geloofstradities om te bepalen of ze gerelateerd kunnen worden aan het christelijke begrip van wie God is. Het resultaat, dat zowel complex als eenvoudig is, zal lezers in staat stellen stappen te zetten om beide religies te verenigen in het ‘mysterie’ dat God of het Dharma is.
‘This book is courageous and necessary: courageous because it breaks a taboo of placing interreligious dialogue on a theological level; necessary because it brings to light a sincere comparative study of the relationship between faith and practice – which is common ground for all the great spiritual traditions. This is the more necessary in the case of Buddhism, which, in the West, is increasingly secularized and confined to the field of psychophysical well-being disciplines.’ Guglielmo Doryu Cappelli, Zen Anshin temple, Rome
Peter Baekelmans is priester-missionaris van Scheut (CICM) met een grote liefde voor oosterse religies. Hij heeft een licentiaat in Vergelijkende Religiewetenschappen (Lugano, Zwitserland), een baccalaureaat in Theologie (KULeuven), een licentiaat in Boeddhistische Studies (Koyasan, Japan) en een doctoraat (STD) in Theologie van Religies (Nagoya, Japan).
Hij was twintig jaar actief in de interreligieuze dialoog in Japan, waar hij onder leiding van grote leermeesters ook diepgaand Zen-meditatie beoefende en de opleiding tot Shingon Esoterisch-Boeddhistische priester volgde. Van 2016 tot 2021 was hij directeur van SEDOS in Rome, en sinds 2022 is hij medeverantwoordelijke voor de Nederlandstalige pastoraal in Brussel. Hij is gastprofessor aan de KULeuven en UCLouvain voor colleges over hindoeïsme, boeddhisme, oosterse religies en oosterse filosofie. Als Rooms-Katholieke priester-theoloog streeft hij ernaar om religies ook op theologisch niveau dichter bij elkaar te brengen.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Bloedrode wijn
Een tragisch voorval in hartje Parijs verandert het leven van de bewoners van een appartementsgebouw voorgoed. De geheimen van de bewoners blijven verscholen achter de gevel van het statische gebouw dat ooit een chic hotel was. Nina brengt een bezoek aan haar broer Rob die als onderzoeksjournalist werkt in Parijs. Maar hij is niet thuis en komt ook niet thuis. Wat is er gebeurd met Rob, de man van wie de medebewoners aanvankelijk allemaal hielden, maar die ze uiteindelijk verachtten? Sedert zijn komst in het gebouw veranderde er zo veel. Kwam Rob iets op het spoor? Wie heeft een goede reden om hem uit de weg te ruimen? De conciërge in het gebouw ziet alles maar houdt de lippen stijf.
Stefan Ruysschaert is een creatief auteur. Na “De Sterrenchef” en “De blauwe kamer” is dit zijn derde roman.
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Bewegend leren musiceren – Een kinemuzikale benadering van het instrumentaal muziekonderwijs
In dit boek wordt de synergie tussen muziek en beweging omarmd en verkend als een medium voor muzikale expressie en welzijn. De achtergrondinformatie in dit boek gaf het denkkader waarbinnen de kinemuzikale benadering tot stand kwam en kan hen die zich willen verdiepen in de verrijkende wereld van muziek en beweging, verder op weg helpen doorheen theoriëen en onderzoek. De kinemuzikale activiteiten die werden aangereikt kunnen gezien worden als stappen in een ontdekkingsreis doorheen een ‘kinemuzikale wereld’, maar ook als een mogelijk pad naar diversiteit en inclusiviteit in het muziekonderwijs, met oog voor het welzijn van de leerlingen.
Dit boek biedt nieuwe perspectieven en inzichten, maar het ware avontuur begint pas echt door de kinemuzikale benadering toe te passen in de klas. Als inspiratieboek is het bovendien een uitnodiging om verder te gaan, te exploreren en te experimenteren met variaties en activiteiten die je zelf bedenkt, om zo professioneel te groeien vanuit een streven naar muzikale ontwikkeling, collectieve creativiteit en expressie, en welzijn. De achtergrondinformatie en de voorgestelde activiteiten zijn dus slechts een aanzet, een begin. Verken, kleur buiten de lijntjes, en maak je eigen creatieve ‘kinemuzikale’ pad!
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
Victim-Centred Criminal Justice (XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, Kyoto, Japan, 14-15 September 2023) – RIDP Libri nr. 6
A victim-centred approach urges institutional guarantees to minimize the re-traumatization of victims in criminal investigations and empowers victims as participants and beneficiaries in the criminal procedure. It brings new views to the criminal justice process and transformation to the affected community and the entire society. Such a new approach in criminal law is becoming a trend in investigation and reparation phases in both domestic and international legal discourse.
This RIDP libri issue consolidates the proceedings that were presented at the XIth AIDP International Symposium for Young Penalists, held at Ritsumeikan University in Kyoto, Japan on 14-15 September 2023, titled: Victim-Centred Criminal Justice. The aim of the symposium was to discuss the prospects and problems of this new approach of victim-centring in criminal law. It paid special attention to global issues of the current era, such as the increase in domestic violence under the lockdown, the escalation of sexual trafficking after the reopening of state borders at the end of the pandemic, and the multi-national investigatory effort into war crimes reported following Russia’s invasion of Ukraine. The need for information sharing and the promotion and management of evidence collection through international cooperation are significantly increasing, and theoretical and practical problems need new ideas to ensure fair and just criminal proceedings and criminal justice outcomes.
This volume comprises eight selected contributions, some of which are theoretical, others applied to the phases of investigation, trial and reparation.
Megumi Ochi is Associate Professor of Ritsumeikan University, Japan.
Renata Barbosa is Permanent Chamber Officer at the European Public Prosecutor Office.
Luyuan Bai is Lecturer at the Law School of Southwest University of Political Science and Law, China.
Vol-au-vent. Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine – Tweede, herziene en uitgebreide uitgave
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsma die de liefde voor het product omze in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Vol-au-vent. Van de pastei met ragout naar la bouchée à la reine – Tweede, herziene en uitgebreide uitgave
Kip, gehaktballetjes, champignons, roux en room. Eenvoudig of met enkele toegevoegde luxe-ingrediënten (zwezeriken, truff el, garnalen, cantharellen). En met frietjes of puree…
Vol-au-vent is het bladerdeeg. De miniversie als hapje is de bouchée à la reine. De vulling voor deze vidé is de kippenragout.
“Vidé, vol-au-vent of koninginnenhapje (bouchée à la reine): iedereen weet hoe deze klassieker op het bord verschijnt. Laat je echter niet verrassen, want de bereiding ervan vraagt wat tijd en moeite. Een versgebakken kuipje van bladerdeeg, verse kip, gehaktballetjes en paddenstoelen in een romige saus en de luchtige hollandaisesaus. Wie dit bedacht, verdient een standbeeld”. Beter dan Jeroen Meus kon ik het niet verwoorden…
Het boek bevat de recepten van bekende chefs en ook enkele vegan alternatieven voor vol-au-vent. Het gaat van een snelle vol-au-vent tot een luxe-versie met zwezeriken, cantharellen, garnalen en truffel. En zelfs een vol-au-vent met escargots.
Stefan Ruysschaert is beroepshalve met fiscaliteit bezig maar leerde de basisvaardigheden van het koken bij Spermalie in Brugge. Een gepassioneerde kok is een ambachtsma die de liefde voor het product omze in heerlijke gerechten. Koken is een permanent leerproces en ons adagium is dan ook “quidquid discis tibi discis”.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
Van Kierkegaard tot Monty Python. Psychoanalyse en Humor (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 16)
‘Het woord alleen al, humor’, aldus de grinnikende figuur uit de cartoon van Gummbah op de voorkant van deze bundel. In contactadvertenties wordt maar al te vaak een partner met een (goed) ‘gevoel voor humor’ gezocht, alsof vanzelfsprekend is wat we onder humor verstaan. Doorgaans wordt bedoeld dat men iemand zoekt met wie te lachen valt, maar is humor niet ook, zoals de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer beweerde, ‘achter scherts verscholen ernst’? Vertrekkend vanuit Sigmund Freuds studie De grap en zijn relatie tot het onbewuste uit 1905 verkent deze bundel de complexiteit van humor met aandacht voor een keur aan wijsgeren, cultuurhistorici en cabaretiers.
Annette van der Elst bespreekt het ironie-begrip van de filosoof Søren Kierkegaard, Léon Hanssen belicht het werk van Johan Huizinga, Marc De Kesel zet via Kant, Bataille en Freud het denken van Jacques Lacan uiteen, Giselinde Kuipers adresseert de retoriek van (rechtse) politici, Ivo Nieuwenhuis schetst een reeks humorschandalen in Nederland, Yasco Horsman analyseert het polymorf perverse van stripfiguren, Mette Gieskes ontleedt de theatrale performances van Moniek Toebosch, Wouter Hessels neemt met het nazisme spottende filmkomedies onder de loep. Sjef Houppermans maakt een onderscheid tussen Noord-Nederlandse en Zuid-Nederlandse humor én biedt een overzicht van allerlei soorten lachen bij Marcel Proust. Peter Verstraten overdenkt de ludiek ‘onlogische logica’ van Theo Maassen, Jiskefet en Gummbah, alsmede het absurdistische van Monty Python.
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
The European Labour Authority (ELA): the odd one out? Investigative and enforcement powers of ELA, benchmarked against EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust – IRCP research 58
As the European Labour Authority (ELA) reaches its five-year mark, the question arises as to whether its investigative and enforcement powers suffice to effectively address problems of a cross-border nature and to adequately support the Member States. In view of a possible revision of its mandate, this book benchmarks ELA against a selection of other EU enforcement agencies, i.e. EPPO, Frontex, AMLA, Europol and Eurojust. What are the similarities and differences?
Compared with the operations-related and information-related capabilities of the latter, ELA’s current ability to support Member States in combating fraud and abuse in a cross border context proves to be fairly limited, not to say almost non-existent. Clearly, ELA’s potential is underused. The book formulates some proposals to strengthen the mandate of ELA, granting it a more active role.
Yves Jorens is senior full professor, Faculty of Law and Criminology, Ghent university, promotor of the SIOD Chair ‘Reducing Social Fraud and Social dumping’.
Roel Van den Bossche is academic assistant, Faculty of Law and Criminology, Ghent university.
Wannes Bellaert is PhD researcher and academic assistant, Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent university.
Gert Vermeulen is senior full professor of European and international criminal law and data protection law, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen
Dit werk is een introductie in de descriptieve statistiek waarin onder andere volgende onderwerpen aan de beurt komen: grafieken, populatieparameters, steekproefgrootheden, indexcijfers, regressie, enz.
De statistische berekeningen worden in talrijke mate uitgevoerd met MS Excel en in een afzonderlijk boekdeel zijn een aantal oefeningen met oplossingen ervan opgenomen.
Het boek is bestemd voor het bedrijfskundig hoger onderwijs en voor iedereen die in de behandelde materie een inzicht wil verwerven.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration en doceerde op academisch en hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Zijn meer dan 50 publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Bij dit boek hoort ook een apart boek met oefeningen en oplossingen: “Descriptieve statistiek voor bedrijfskundigen. Oefeningen en oplossingen”, 9789046612590
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
De Belgische Grondwet van 1831 tot vandaag. Een constitutionele ontdekkingsreis in woord en beeld
Met dit boek wordt de lezer een inleiding tot de Belgische Grondwet aangereikt, waarbij wordt ingegaan op de genese en karakteristieken van de Belgische Constitutie van 1831 en de opvolgende fundamentele transformatie van deze Staatswet door de ‘grote’ herzieningen ervan: de grondwetsherzieningen van 1893 en 1921 die hebben geleid tot de democratisering van het stemrecht en de diverse grondwetsherzieningen sinds 1970 die België hebben omgevormd van een unitaire tot een federale Staat. De behandelde grondwettelijke normen, begrippen en principes worden niet alleen rechtshistorisch benaderd; er wordt ook ingegaan op hun actuele betekenis, invulling en draagwijdte, zoals geduid door de constitutionele rechtspraktijk. In een afzonderlijk deel van het boek wordt de geschiedenis van de Belgische Grondwet in illustraties weergegeven, met afbeeldingen van gebeurtenissen en actoren die op één of andere manier belangrijk zijn geweest voor het Belgisch staatsrechtelijk gebeuren. Daarnaast wordt in dit deel ook aandacht besteed aan de 19e-eeuwse constitutionele iconografie.
Diverse bijlagen en een exhaustief trefwoordenregister zorgen voor een gebruiksvriendelijke ontsluiting van het boek en van de Grondwet die vanzelfsprekend eveneens – in zijn meest recente versie – is opgenomen.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Straatnamen vertellen geschiedenis. Het verhaal van Deurne
Elke straat heeft een naam, maar wat gaat er achter die naam schuil? De zoektocht naar Deurnese straatnamen levert een heel stuk geschiedenis van Deurne op. Meer zelfs, ook Antwerpse en algemene geschiedenis duiken hier en daar op. We maken kennis met een aantal historische figuren, met architectuur, met kunstenaars en politici en met nog veel meer. Deurne telt ondertussen meer dan 82.000 inwoners, maar komt van heel ver. Vroeger waren landbouwers in de meerderheid, al hadden eeuwen geleden vele rijke Antwerpenaars voor Deurne gekozen om er een kasteel als buitenverblijf te kopen of te bouwen. Deurne is trouwens niet gespaard gebleven van opstanden, bezettingen en oorlogen, er zijn straten die daaraan herinneren. Kortom, straatnamen vertellen een boeiende geschiedenis.
René De Preter is economist en schreef al enkele werken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Nu heeft hij zich aan lokale geschiedenis gewaagd, maar niet zonder voorkennis. Deurne is voor hem bekend terrein. Hij was immers bijna 30 jaar lid van de districtsraad en hij was er ook voorzitter van. Hij was en is nog lid en bestuurder van meerdere Deurnese verenigingen. Eén van die verenigingen is de lokale heemkundige kring Turninum Volksmuseum, een zeer interessante bron voor informatie over de geschiedenis van Deurne.
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Evidence based voedingsleer. Eten en weten
De voedingswetenschap is zeer complex. Boodschappen die bedacht zijn door marketingafdelingen van grote bedrijven en commerciële vermageringsdiëten, zaaien verwarring bij de consument. De wetenschap wil er het fijne van weten. Wat is zeker waar en wat is zeker niet waar? Op welke vragen heeft de wetenschap tot dusver geen antwoord? Misschien is ze zich van bepaalde vragen nog niet eens bewust? De auteur wil zo veel mogelijk vragen beantwoorden, evidence based, zodat de antwoorden juist zijn. Daarmee maakt hij komaf met onverantwoorde beweringen van voedingsgoeroes, misplaatste acties van marketinglieden enz. Het boek is dan ook bestemd voor iedereen die betrouwbare informatie wil hebben.
Patrick Mullie studeerde voedings- en dieetleer aan de Regaschool in Leuven en epidemiologie aan de Universiteit Maastricht. Hij werd doctor in de biomedische wetenschappen aan de KU Leuven. Momenteel doceert hij aan de Vrije Universiteit Brussel en aan de Erasmushogeschool in Brussel. Daarnaast is hij onderzoeksdirecteur bij het Koningin Astrid Militair Hospitaal in Neder-over-Heembeek, expert bij de Hoge Gezondheidsraad van België en research director bij het International Prevention Research Institute in Lyon
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
Situational awareness. Recognizing possible threats around you (Series Counterplay No. 2)
In a world where every second counts and every decision can mean the difference between life and death, understanding your environment is essential. For frontline workers in the safety and hospitality sectors, this is a daily reality. But how well do we truly understand our surroundings? And more importantly, how can we improve our situational awareness to respond more effectively to unexpected situations? This book aims to answer these questions and guide you to a deeper understanding of situational awareness.
We promise not only to provide insight into the fundamentals of situational awareness but also to offer practical strategies and exercises to enhance the skills of you and your team. With games and thought exercises, we challenge you to sharpen your observations and reduce your reaction time, preparing you better for potential threats in your environment. Whether you are a hotel receptionist responsible for the safety of guests, a firefighter needing to respond quickly to emergencies, or a security officer on patrol in a museum or a port site, the principles of situational awareness are universally applicable. With the right training and practice, we can work on prevention and safety in our surroundings.
Kim Covent is a consultant with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communication and policy at the local level. As an international speaker, she gives lectures and training on observation techniques, non-verbal communication, and proactive security. She focuses on gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and preparing for a criminal attack.
Wesley De Smet, CPP, is the head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and has previously worked as a consultant for safety & well-being, a prevention advisor, and an emergency planning officer at various government agencies.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
De arts in het btw-stelsel
Het toepassingsgebied van de btw-vrijstelling voor prestaties van de (para)medische beroepen, ziekenhuisverpleging en medische verzorging werd met ingang van 01.01.2016 op een ingrijpende wijze aangepast.
Zo werden de behandelingen met een esthetisch karakter verricht door artsen onder bepaalde voorwaarden uitgesloten van de btw-vrijstelling. Ook voor de ziekenhuisverpleging en de medische verzorging en alle daarmee nauw samenhangende diensten aan personen die een dergelijke behandeling ondergaan in een erkend ziekenhuis, polikliniek, privé-ziekenhuis of kabinet verviel de vrijstelling op die datum.
Dit boek bundelt de beschikbare informatie inzake het btw-statuut van de arts (en paramedicus) en de hieruit voortvloeiende rechten en verplichtingen.
Het boek bespreekt ook de samenwerkingsverbanden tussen artsen (en paramedici) en specifieke regels rond contractonderzoek.
Ook de esthetische ingrepen en hun verwerking in de btw-aangifte komen uitgebreid aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 27
Dit boek vormt intussen reeds het zevenentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zevenentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfi nanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Het herstel van de geestelijke gezondheidszorg – Terug naar de zorg
De manier waarop zorg wordt georganiseerd, ‘het systeem’ en het management vertrekken altijd vanuit goede bedoelingen. Maar soms zorgen zij ook voor onnodig veel afleiding en trekken ze de aandacht – weliswaar onbewust – weg van datgene waar het werkelijk om draait: de zorg voor mensen. Zoiets heeft impact op zowel de hulpvragers, alsook op de mensen die in de zorg aan de slag zijn. Dankzij het gedachtengoed van onder meer Wouter Hart en talrijke praktijkvoorbeelden vinden we inzicht in deze dynamiek en gaan we op zoek naar hoe het anders kan.
Dit boek schetst een hoopgevend verhaal dat iedereen uitnodigt om de zorg voor mensen weer centraal te plaatsen. Het is een inspirerend hulpmiddel om de eigen werking beter te doorgronden. Tegelijkertijd reikt het bestuurders, managers, medewerkers, docenten en studenten een kompas aan, waardoor zij zelf verantwoordelijkheid kunnen opnemen en samen met anderen de kern van zorg centraal kunnen houden. Hoewel dit boek vertrekt vanuit de praktijk van de geestelijke gezondheidszorg is het een inspiratiebron voor iedereen die met zorg te maken heeft.
‘Het boek heeft me geraakt, ontroerd, geïnspireerd. Het raakt de juiste dingen aan, geeft heel inzichtelijk weer waar het verkeerd loopt, hoe het anders kan en WAAROM het anders moet. De voorbeelden zijn erg krachtig, omdat ze zo herkenbaar, eerlijk en overzichtelijk zijn. Maar ook de oefeningen zijn nuttig en helpen je om ze te gaan toepassen op jezelf en op je eigen situatie. Ik voel veel aansluiting en verwantschap. Tegelijk zijn ook bepaalde invalshoeken, ideeën en perspectieven voor mij nieuw en erg inspirerend. De toon van het boek is persoonlijk, motiverend, oriënterend, nergens moraliserend of (het andere uiterste) vaag. Het boek is een wonderlijk samen-denken van transformatie in zorg, organisatiemanagement, filosofie en zorgethiek.’
Linus Vanlaere, zorgethicus
Pieter Loncke is psychiatrisch verpleegkundige en beeldend creatief therapeut. Hij is gastdocent aan verschillende hogescholen, treedt op als spreker en geeft workshops. Hij is medeauteur van verschillende ‘Respectboeken’. Het is zijn passie om samen met andere mensen vanuit ‘de bedoeling van geestelijke gezondheidszorg’ te werken.
Eric Halsberghe is master Economische Wetenschappen. Hij was onderzoeker aan de Universiteit Gent en docent in het economisch en technisch hoger onderwijs. Daarna was hij medewerker van het Vlaams Verbond voor Katholieke Hogescholen, waar hij hogescholen begeleidde bij onder meer professionalisering, kwaliteitszorg en onderwijsontwikkeling. Bij de fusie van de hogescholen werd hij algemeen directeur van KATHO, nu VIVES. In de Associatie KU Leuven was hij bestuurder en voorzitter van de Associatieraad Onderwijs. Hij is nu bestuurder van RHIZO, een scholengroep in het secundair onderwijs. Voor de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie is hij betrokken bij kwaliteitsaudits in het hoger onderwijs. Hij is lid van een kwaliteitsoverleg van de Groep Zorg H. Familie.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Remacle en Gilbert Fusch – Twee broers geneesheer-kanunniken uit Limbourg in de zestiende eeuw (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 19)
Gilbert Fusch was in de streek van Luik in de zestiende eeuw vermaard als geneesheer dankzij zijn succesvolle praktijk. Door zijn publicatie over de bronnen van Spa verleende hij die een blijvende bekendheid. Zijn broer Remacle was toen vooral beroemd als veelzijdig auteur, met werken over syfilis, plantkunde en farmacologie. Hij is te weinig gekend als medegrondlegger van de studie van de geschiedenis van de geneeskunde, waarvoor hij, samen met zijn onmiddellijke voorgangers Otto Brunfels en Symforien Champier, als pionier mag worden beschouwd. Hier wordt het leven en het werk van deze boeiende figuren besproken, die als broers en zowel als geneesheer en als kanunnik zeer geacht werden in de regio van Luik.
Francis Van Glabbeek is hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Aan de Faculteit Geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde, naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van Vesalius’ Fabrica 1543, een Vesalius-bibliografie en daarnaast ook een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken en brieven, beide jaarlijks bijgewerkt in www.andreasvesalius.be.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Het paard en de btw, 3e herziene uitgave
In de paardenwereld heb je paardenmensen en mensen met paarden. Het lijkt en is een wereld apart. Dit boek legt de werking van de btw uit aan de hand van het door velen geliefde paard. Het richt zich dan ook naar de uitbaters van maneges, paardenfokkers maar ook naar al diegenen die met dieren bezig zijn.
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige bij het fokken of verkopen van paarden? Waar stopt de hobby en begint de belastingplicht? Is er dan volledig recht op aftrek voor de aankopen en investeringen? Is de terbeschikkingstelling van weiden en stallen een vrijgestelde onroerende verhuur of gaat het om een belaste complexe dienst? Wanneer is de paardensport vrijgesteld en onder welke voorwaarden?
Kan een paard verkocht worden onder de margeregeling? Zijn lessen paardrijden altijd vrijgesteld? Gaat het om onderwijs of sport? Is er btw bij de verhuur van paarden? Gaat het om een vervoerdienst? Wanneer is de deelname aan wedstrijden van die aard dat het aanleiding geeft tot gemengde btw-belastingplicht? En wanneer blijft men toch een gewone btw-belastingplichtige met volledig recht op aftrek?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
Professionele leergemeenschappen – Van theorie naar praktijk
Zowel vanuit de wetenschap als de onderwijspraktijk is sinds het einde van de jaren 90 veel aandacht voor Professionele Leergemeenschappen (PLG’s). Een PLG is een vorm van gezamenlijk leren op de werkplek, wat leidt tot verbetering van de onderwijspraktijk en het leren van leerlingen. In het Nederlandse onderwijs is een PLG inmiddels een bekend begrip. De grote belangstelling voor PLG’s heeft ook een nadeel. Als je je niet verdiept in de kenmerken van een PLG en alle samenwerkingsverbanden een PLG noemt, dan zullen de voordelen uitblijven. Inflatie van de term PLG ligt op de loer. De kans is dan groot dat alweer een ‘veelbelovende onderwijsvernieuwing’ niet bijdraagt aan het beloofde doel.
Dit boek beschrijft op basis van literatuur en onze onderzoeksopbrengsten wat een PLG is, hoe die zich binnen de complexe context van een school kan ontwikkelen en welke factoren daarop van invloed zijn. Dit leidt tot praktische handreikingen, hoe een PLG op een school kan worden ingevoerd, ontwikkeld en begeleid.
Kortom, een boek voor PLG-deelnemers, PLG-begeleiders en schoolleiders, met een stevige theoretische onderbouwing en een vertaalslag naar de onderwijspraktijk, die toepassing in de eigen school mogelijk maakt.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
De begroting van de Europese Unie. Alles wat u moet weten over de opstelling, de goedkeuring, de ontvangsten en de uitgaven van Europa
Dit boek behandelt de begroting van de Europese Unie. De EU neemt meer en meer maatregelen die impact hebben op ons dagelijks leven en het instrument om dit allemaal te betalen is de Europese begroting. Deze publicatie is een combinatie van de administratief-juridische theorie gekoppeld aan de begrotingspraktijk. Het boek geeft een overzicht van de manier waarop de EU-begroting is opgesteld, alsook de begrotingsprocedure (voorbereiding, goedkeuring en uitvoering). Daarnaast beantwoordt deze publicatie de vraag waar het geld van Europa vandaan komt en waar het naartoe gaat met zijn uitgaven.
Het boek gaat ook in op de Europese financiering van de politieke partijen en stichtingen. Tevens behandelt dit werk de financiële en beleidsrelaties met de EFTA-landen en zodoende gaat het in op de Europese Economische Ruimte. Ten slotte kijkt deze publicatie ook naar de ruimte: de rol van de EU-begroting inzake ruimtevaart en de financiering van de ESA worden ook belicht in dit boek over de Europese begroting.
Prof. Dr. Herman Matthijs doceert als gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tientallen boeken en artikels over overheidsbegrotingen. Vele masterproeven zijn via hem gepasseerd over het thema van de overheidsbegrotingen. Sinds 2006 zetelt hij in de Hoge Raad van Financiën en daarnaast is hij lid van het Vlaams schuldcomité. In het verleden was hij ook censor bij de Nationale Bank van België. Hij is een gevraagd spreker betreffende het thema van de openbare financiën.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Sociologen over onderwijs – Inzichten, praktijken en kritieken
Dit boek biedt sociologische beschouwingen over het onderwijs. Een dertigtal gerenommeerde onderwijswetenschappers presenteert een breed scala aan inzichten en maakt duidelijk dat een sociologische kijk op onderwijs een vruchtbare en onmisbare aanvulling vormt op allerlei andere perspectieven.
Daarmee is het boek een aanrader voor iedereen die betrokken is bij onderwijs, van de student die wat verder gevorderd is , tot onderwijsprofessionals die zich willen verdiepen in de maatschappelijke betekenis van hun werk. Ook wie beroepshalve bezig is met de inrichting van onderwijs (directeur, bestuurder, beleidsbeïnvloeder, ambtenaar, politicus) doet er goed aan dit boek te lezen. De inzichten blijken opvallend goed bruikbaar in de analyse van de complexiteit waar het moderne onderwijsstelsel zich voor gesteld ziet. Zowel de situatie in Nederland als in Vlaanderen wordt daarbij in beeld gebracht.
Jannick Demanet is hoofddocent aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en lid van de onderzoeksgroep CuDOS - Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Zijn onderzoek spitst zich toe op sociale ongelijkheid doorheen schoolloopbanen, gelinkt met attitudes en gedrag, vanuit een focus op contextuele verschillen tussen onderwijssystemen en schoolcontexten.
Mieke Van Houtte is hoogleraar aan de Vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent en hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS – Cultural Diversity: Opportunities & Socialization. Haar onderzoek concentreert zich op schooleffecten en gelijke kansen. Ze is lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Marc Vermeulen is hoogleraar onderwijssociologie aan Tilburg University. Binnen het onderwijs richt hij zich op toegepast onderzoek op het gebied van het onderwijsstelsel en de relatie met omliggende sociale en economische systemen, onder meer: lerarentekort, maatschappelijke opbrengsten van onderwijs en bestuurlijk inrichten.
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Civiel bewijsrecht in een notendop
In ‘Civiel bewijsrecht in een notendop’ zijn de hoofdlijnen uiteengezet van het wettelijk bewijsrecht in civiele procedures. Een goede kennis van het wettelijk bewijsrecht kan het verschil betekenen tussen winst en verlies. Niet zelden treft men gerechtelijke uitspraken, waarin de vordering is afgewezen of juist toegewezen door in bewijsrechtelijke zin tekortschietende stellingen. Met dit zakboek in de hand zult u zich met een zodanige situatie niet geconfronteerd zien. Het zakboek is bedoeld voor beginnende en gevorderde rechtsgeleerden
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 26
Dit boek vormt intussen reeds het zesentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit zesentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt. Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
De bedrijfsrevisor en AML: actualia, vraagstukken en vooruitzichten – Le réviseur d’entreprises face au blanchiment de capitaux: actualités, enjeux et perspectives (ICCI 2024-1)
Al meer dan drie decennia is de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme een prioriteit voor overheden en beroepsbeoefenaars. De auteurs onderzoeken de contexten waarin producten en diensten in verschillende sectoren zouden kunnen worden misbruikt voor het witwassen van geld of de financiering van terrorisme. Het onderzoekt ook in detail de rol van bedrijfsrevisoren in het preventief antiwitwasdispositief, met name hun verplichting om vermoedens van witwassen te melden aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Het werpt tevens een licht op de uitdagingen waarmee bedrijfsrevisoren in deze context worden geconfronteerd. Gevalsstudies belichten de verschillende technieken die door witwassers worden gebruikt in sectoren die als risicovoller voor het beroep worden beschouwd. Andere regelgevingen, met betrekking tot het register van uiteindelijke begunstigden en de bescherming van klokkenluiders, worden ook uitvoerig besproken, wat een volledig overzicht biedt van de instrumenten die beschikbaar zijn in deze strijd.
Het boek benadrukt daarenboven het toenemende belang van internationale samenwerking in de strijd tegen het witwassen van geld, evenals de implicaties van de herziening van de regels van de Europese Unie inzake de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.
Het is een waardevol instrument voor iedereen die betrokken is bij de strijd tegen het witwassen van geld, alsmede voor degenen die geïnteresseerd zijn in de rol van bedrijfsrevisoren en de bijbehorende regelgeving.
Depuis plus de trois décennies, la lutte contre le blanchiment d’argent et le financement du terrorisme est devenue une priorité pour les autorités et les professionnels. Les auteurs explorent les contextes dans lesquels les produits et services de divers secteurs pourraient être exploités à des fins de blanchiment de capitaux ou de financement du terrorisme. Il examine également en détail le rôle des réviseurs d’entreprises dans le dispositif préventif anti-blanchiment, notamment leur obligation de signaler les soupçons de blanchiment à la Cellule de traitement des informations financières (CTIF). Il éclaire également les lecteurs sur les défis rencontrés par les réviseurs d’entreprises dans ce contexte.
Des études de cas mettent en lumière les différentes techniques utilisées par les blanchisseurs dans des secteurs considérés comme plus risqués pour la profession. D’autres réglementations, concernant le registre des bénéficiaires effectifs et la protection des lanceurs d’alerte, sont également examinées en détail, offrant un aperçu complet des outils disponibles dans cette lutte.
L’ouvrage souligne également l’importance croissante de la coopération internationale dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que les implications de la révision des règles de l’Union Européenne en matière de lutte contre le blanchiment et de financement du terrorisme.
Il constitue un outil précieux pour tous les acteurs engagés dans la lutte contre le blanchiment d’argent, ainsi que pour ceux intéressés par le rôle des réviseurs d’entreprises et la réglementation y afférente.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
ECG – Uit of in het hoofd
Het ECG - elektrocardiogram - is een onmisbare schakel in de klinische praktijk die ook in de toekomst fascinerende ontwikkelingen zal kennen. Cardiologie kan niet zonder het ECG. In de polikliniek, de spoedopname, CCU - Coronary Care Unit - en de afdeling intensieve zorgen blijkt snel dat er geen alternatief voorhanden is.
Te vaak wordt de morfologie van ECG-afwijkingen uit het hoofd gememoriseerd. Kennis zonder begrijpen mist efficiëntie.
Dit boek stelt het ECG begrijpbaar voor op drie niveaus:
- omschrijving van het vectorieel verloop van de- en repolarisatie;
- wijzigingen in de actiepotentialen die aan de basis liggen van de veranderingen in de vectoren;
- veranderingen in de ionenkanalen die op hun beurt verantwoordelijk zijn voor de veranderingen in de actiepotentialen. Precies deze drietrapspresentatie maakt deze publicatie uniek in haar soort. Ze is niet alleen bestemd voor artsen, maar ook voor paramedici.
Wijlen Dr. Erik Andries, cardioloog, was oprichter en emeritus diensthoofd van het Cardiologisch Centrum van het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis in Aalst.
Wijlen Prof. Dr. Roland Stroobandt, cardioloog, was buitengewoon docent aan de KULeuven, academisch consulent aan de Universiteit Gent en cardioloog in het AZ Damiaan in Oostende.
Prof. Dr. Jan De Pooter, cardioloog, is als elektrofysioloog verbonden aan het UZ Gent.
Prof. Dr. Fons Verdonck doceerde fysiologie aan de Universiteit Leuven en de Universiteit Leuven Campus Kortrijk.
Prof. Ing. Fons Sinnaeve was docent meet- en regeltechniek en medische elektronica aan de KULeuven Campus Vives Oostende.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Interviewing manual for inspections and audits
The Manual provides a synthesis of the author’s best knowledge as to what research recommends as best practice in conducting (investigative) interviews, transposed to inspection and audit. It builds on investigation-, intelligence- and negotiation literature, often drawing from the same insights in psychology, criminology and communication theory. Whilst the Manual was written to address recurring challenges expressed during his training of auditors and inspectors, it aims to be relevant for any professional interviewer. Rather than finding the correct, particular answer to a case example, it embraces the concept of expertise, that is: extracting by analogical reasoning, the underlying, more abstract insight(s), to be used when facing similar situations later.
Tom Willems is a senior investigator of fraud and corruption. He has conducted administrative and criminal investigations for national and international authorities throughout his career, and has been a trainer on interviewing almost from the start. He is lecturer on investigative interviewing at the International Anti-corruption Academy in Austria and member of the International Investigative Interviewing Research Group. He authored a book and several articles on interviewing in fraud and corruption cases, and is currently PhD-candidate at the University of Luxembourg on the same topic.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
Absenteïsme bij de Belgische geïntegreerde politie – Een statistische analyse | L’absentéisme à la police intégrée belge – Une analyse statistique
Ziekteverzuim leidt tot een effectief capaciteitsverlies bij de Belgische politie van 3.600 leden per jaar. Ondanks de enorme inspanningen om jaarlijks ongeveer 1.600 politiemensen aan te werven, schatten de politievakbonden een algemeen tekort van 5.000 personen. In dit cijfer is het ziekteverzuim niet meegerekend. Het is dus belangrijk om aandacht te schenken aan human resources binnen de Belgische politie, met inbegrip van het absenteïsme. Hoewel deze conclusie al werd benadrukt door politici en (politie)organisaties, werd absenteïsme tot op heden niet onderzocht binnen de Belgische geïntegreerde politie. Dit boek overbrugt dit hiaat door een empirisch kwantitatief antwoord te bieden op de volgende vragen: “hoe manifesteert afwezigheid zich binnen de Belgische geïntegreerde politie en welke factoren beïnvloeden het fenomeen?”.
Van industriële wetenschappen tot criminologie, Celien De Stercke (UGent) had altijd al een grote belangstelling voor data en statistiek. Dankzij de samenwerking met de Medische Dienst van de Federale Politie kreeg ze de kans haar kwantitatieve vaardigheden in de verf te zetten. Momenteel doctoreert Celien op het kruispunt van haar technische en sociale achtergrond, zijnde cyberfenomenen op de grens tussen criminaliteit en oorlog, en hoe deze aan te pakken.
Jelle Janssens is professor criminologie aan de UGent en verricht onderzoek naar het bredere veiligheidsbeleid, georganiseerde criminaliteit en politie.
Les absences maladie entraînent une perte de capacité effective de la police belge de 3 600 membres par an. Malgré les efforts considérables déployés pour recruter environ 1 600 policiers par an, les syndicats de police estiment qu’il manque 5 000 personnes. Ce chiffre ne tient pas compte des congés de maladie. Il est donc important de prêter attention aux ressources humaines au sein de la police belge, y compris à l’absentéisme. Bien que cette conclusion ait déjà été soulignée par les politiciens et les organisations (policières), l’absentéisme n’a pas été étudié au sein de la police intégrée belge jusqu’à présent. Cet ouvrage comble cette lacune en apportant une réponse quantitative empirique aux questions suivantes: “Comment l’absentéisme se manifeste-t-il au sein de la police intégrée belge et quels sont les facteurs qui influencent ce phénomène?”.
Des études industrielles à la criminologie, Celien De Stercke (l’Université de Gand) a toujours eu un intérêt marqué pour les chiffres et les statistiques. Sa collaboration avec le service médical de la police fédérale lui a donné l’occasion de mettre en valeur ses compétences quantitatives. Actuellement, Celien travaille à l’intersection de sa formation technique et sociale, à savoir les cyberphénomènes à la frontière entre le crime et la guerre, et la réponse à y apporter.
Jelle Janssens est professeur de criminologie à l’Université de Gand et conduit des recherches sur la gouvernance de la sécurité au sens large, la criminalité organisée et la police.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Getting to Grips with Grammar – A Shortcut to English Grammar
Is it possible to master the basics of English grammar and to learn how to build correct complex sentences without drowning in too much abstract theory?
The authors of this book believe it is. Getting to Grips with Grammar offers you the tools to do so.
The book provides insight into the building blocks of English grammar and into the various word categories. It explains complex matters such as the tenses and modality in a transparent way and it shows you how to make your syntax more sophisticated. It also contains exercises, answers, and concise explanations.
Its target audience is wide and varied, including professionals who need English in a business context, EFL students in secondary and tertiary education, students majoring in subjects other than English who are required to write papers or give presentations in English, and both teachers of English and native speakers simply seeking to revise their grammar.
Nadine Van den Eynden Morpeth is an assistant professor of English at KU Leuven. Her academic career spans nearly four decades and also includes working at the Université Catholique de Louvain and for the University of Limerick (external examiner). Grammar, writing, oral proficiency skills, and business communication are her main areas of expertise. Her work with university students and private clients has given her profound insight into their specific needs in terms of grammar.
Raf Erzeel is a linguist who has recently retired from KU Leuven. He taught English in higher education for nearly forty years, focusing, among other things, on pronunciation, oral proficiency, discourse analysis, translation, and the practical application of grammar. During his long career, he acquired considerable experience in teaching English as a foreign language, taking pleasure in and learning from the interaction with his students.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Breekbaar in beeld – Psychiatrie en film in 20 stereotypen
Heeft elke psychiatrische patiënt iets van Michael Myers uit Halloween in zich? Is elke psychiater een potentiële Hannibal Lecter? En lijkt elk psychiatrisch centrum op dat van One flew over the cuckoo’s nest? In dit boek wordt aan de hand van twintig klassieke stereotypes getracht een overzicht te geven van de wondere wereld van de filmpsychiatrie. Een wereld met z’n eigen wetten en gebruiken die soms ver verwijderd lijken van de realiteit.
Dirk Moons is een psychiater-psychotherapeut die werkt voor CGG VAGGA en met een zelfstandige praktijk in Aarschot. Hij heeft zich gedurende jaren verdiept in de wereld van de Geestelijke Gezondheidszorg zoals die typisch voorkomt in de populaire speelfilm. De vele voordrachten en workshops die hieromtrent werden georganiseerd hebben uiteindelijk geleid tot dit boek.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Geschiedenis van de geboorteregeling en familieplanning (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg, nr. 18)
Vandaag is er sprake van medicalisering en zelfs overmedicalisering van de geboortezorg; wat houdt dit juist in? En hoe ging het er in het verleden aan toe? Ging men in andere tijden naar het ziekenhuis voor dezelfde redenen als vandaag? Wat is eigenlijk de positie en het belang van ziekenhuizen bij zwangerschap en geboorte? Welke kennis en praktijken vinden we terug rond de geboorte van kinderen? Wat wist de vroedvrouw? En vanaf wanneer in de geschiedenis had de vrouw overlevingskansen bij een keizersnede? Welke technieken bestaan en bestonden er inzake anticonceptiemethoden, en vanaf wanneer begon men deze te gebruiken? En hoe zit het met de abortuscijfers in België en in de wereld? En wat met borstvoeding in het verleden? Deze en vele andere vragen worden beantwoord in dit cahier. Zeven verschillende auteurs buigen zich hier over interessante vragen aangaande de geschiedenis van de geboorteregeling en gezinsplanning.
Annemie Leemans is kunstcriticus en professor Beeldende kunst aan de Universiteit van Antwerpen. Tijdens haar doctoraat in vroegmoderne praktische kennis bestudeerde ze medische receptboeken. Eén van de centrale kunstenaars in haar werk is Leonardo da Vinci, wiens anatomische tekeningen wereldbekend zijn. Ze is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en de Gezondheidszorg.
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Enability – Enabling Inclusive Quality of Life in Young People with Multiple Disabilities and Complex and Intense Support Needs: Concepts & Good Practices
In 2013 we created a European project “Enablin+” to develop an innovative interprofessional in-service training programme, to improve inclusion and quality of life for children with the most complex disabilities, who are in need of intensive and continuous support.
The name ENABLIN + has three aspects. “Enabling” is the opposite of disability; it means to enable the person to function; the IN stands for “inclusion”; and the “+” stands for “multiple disabilities” or “extraordinary multiple needs”, in learning, communicating, mobility, often also in eating and other aspects of self-care or behavioural challenges..
This book contains the most important results of the project. A first part is about research on needs assessment and quality of life. A second part gives an overview of continuous support systems in the partners’ countries. Then a new interprofessional training programme is outlined. A fourth part describes various projects of “good practice” and results of pilot projects in inclusive education, enhancing activity and participation in various life areas, communication and integrated support.
This book is aimed at those who are responsible for training the various professionals working in the field of children and youngsters with complex and intensive support needs – educators, auxiliaries, teachers, therapists, doctors, etc., as well as volunteers and parents.
Jo Lebeer is a medical doctor and emeritus professor in Disability Studies at the University of Antwerp (Belgium). Adelinda Candeias is professor of Psychology at the School of Health and Human Development at the University of Évora (Portugal). Eniko Batiz is Head of the Department and Reka Orban is a lecturer in Special Education at the Department of Applied Psychology of the Babes Bolyai University in Cluj-Napoca (Romania). Marina Rodocanachi is a medical doctor specialized in Neurology and Rehabilitation Medicine at the Don Gnocchi Foundation in Milan (Italy)
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – omdat geen kind hetzelfde is
Er zijn net zo veel vormen van autisme als kleuren in het spectrum. Wat bij het ene kind ontspannend werkt, zorgt voor stress bij een ander kind. Autisme anders bekijken vraagt om verder te kijken dan een diagnose en het gedrag dat in eerste instantie te zien is.
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifieke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school? – Actuele ontwikkelingen, historische achtergronden, gesneuvelde taboes, persoonlijke herinneringen, commentaren en Europees
Goede Europeanen na zestig jaar Europa in de school besteedt aandacht aan de actuele ontwikkelingen zoals de Russische invasie in Oekraïne, het sneuvelen van taboes in Europa als gevolg van deze oorlog en de machtsverhouding tussen de EU en China. Maar ook het Europees idealisme van vele leraren om in de school aandacht te besteden aan de fascinerende politieke ontwikkelingen wordt op een interessante wijze toegelicht. De EU-geschiedenis krijgt kleur via een aantal portretten van belangrijke Europeanen, naar wie straten zijn genoemd in de Europese wijk van het Noord-Hollandse Bergen. Omdat Europa meer is dan een politiek-economisch bouwwerk eindigt dit boek met twee artikelen over de Europese klassieke muziek en de Europese schilderkunst, beide al eeuwenlang een bron van schoonheid en troost.
Dit boek is enerzijds bedoeld voor een algemeen publiek dat geïnteresseerd is in de Europese en internationale ontwikkelingen en anderzijds voor leraren uit het primair en secundair onderwijs, het middelbaar beroepsonderwijs en de lerarenopleidingen die deze thema’s tijdens hun lessen samen met de leerlingen en studenten vorm willen geven.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 2 Posthuman Anthropology
In this second volume of essential texts, we leave postmodern/postcolonial theory for new theoretical perspectives. Postmodern theory had the ambition to leave the modern behind but stopped short with an epistemological crisis. Postmodern theory however introduced innovative perspectives in theory that should be retained, such as positionality in research, deterritorialization, the ethnography of imagination, and the rhizomatic.
Posthuman theory builds on a different set of theories, that developed inside and outside of anthropology, most importantly science and technology studies, and philosophical strands including transmodern and transhuman orientations. The term ‘posthuman’ may be misleading as it does not involve the end of the human, but rather the end of the modern human, and the incorporation of the human in a larger perspective and context, making room for nonhuman beings such as animals and technology.
While the introduction of disability was limited in volume 1, it takes on a greater amplitude in this volume. People with disabilities’ experiences are familiar with the way the modern Vitruvian men is bypassed and in engaging with technology and with animals and other nonhuman beings. Rethinking (and re-doing) disability appears to be productive at both a discursive and narrative level, and provides an openings to relating with environments, by pushing for inclusion (in which not only other humans, but also other living and non-living things taking up significant time and space, and thus decenter modern humans). This leads to an ontological turn and a new humanization, somewhere between hope and staying with the trouble, with much attention for the materiality of the body and its prosthetics in future worlds. In four parts, the reader moves from tensions between disability, posthuman, and anthropology. A pragmatic theoretical approach is developed in part 3 with a focus on theory and new materialism, living, moving, and making, and resumes in part 4 with an attention to posthuman words in ‘care’, ‘(re)wilding’, ‘neurodiversity’ and ‘repair’.
Patrick J. Devlieger is a sociocultural anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes deel 25
Dit boek vormt intussen reeds het vijfentwintigste in de reeks succesrijke handboeken Btw-eetjes. Het is geen klassiek btw-handboek. Dit vijfentwintigste deel bevat opnieuw een aantal in de praktijk voorkomende btw-problemen waarop het antwoord niet onmiddellijk te vinden is in een klassiek btw-handboek.
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht (in hoofdlijnen) – Studentenuitgave (28ste herziene uitgave) | Jos J. Couturier, Bruno Peeters, Sylvie De Raedt, Rik Smet
Dit handboek wil aan de lezer een actueel beeld geven van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. Het is in de eerste plaats opgevat als een leidraad bij de studie van het belastingrecht, en kan ook na de studies als referentiewerk dienen.
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling – fusies, overnames en splitsingen: btw-gevolgen, 2e uitgave
Dit boek analyseert de btw-gevolgen bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of bedrijfsafdeling.
Wat is de reikwijdte van een “algemeenheid” of “bedrijfsafdeling”? Wie moet er herzieningen verrichten? Welke formaliteiten moeten vervuld worden?
Ook de btw-gevolgen van fusies, overnames en splitsingen komen aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
Ik loop vast als coach! Wat nu?
n dit boek heeft Erwin De Bisscop samengebracht wat hij tijdens zijn 40 jaar opgedane ervaring in het werken als leidinggevende/coach als nuttig en werkbaar heeft beschouwd. Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen te vinden zijn om welbepaalde problemen de baas te worden en zo gemakkelijker ieders gewenste doelstellingen te kunnen bereiken.
In Ik loop vast als coach! Wat nu? beschrijft hij specifieke en handige technieken voor het begeleiden van coachees. Alle begeleiders en coachen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om als coach een coachee te begeleiden. Het toont zowel de coach als de coachee hoe een gezonde bevredigende toekomst voor te stellen en met vallen en opstaan dit te bereiken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief-systemisch psychotherapeut en coach met een jarenlange ervaring in het begeleiden van coachees. Hij is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeempsychotherapie en coaching) aan het Korzybski instituut vzw in Brugge en Antwerpen.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
RIDP 94.2 (2023) Artificial Intelligence and Administration of Criminal Justice
Artificial Intelligence systems are used today in several parts of the world to support the administration of criminal justice. The most widespread example concerns “predictive policing”, which aims at foretelling crime before it happens and improving its detection. AI allows geospatial as well as person-based policing and is involved in preventing and uncovering economic crimes such as fraud and money laundering.
Especially in the context of crime mapping – or hot-spot analysis –, its efficiency has been questioned. As its compliance with human rights is also critically debated, some countries have renounced or ceased to rely on it. Another kind of general surveillance of human activity has however emerged with the performance of machine learning in facial recognition technology.
In contrast, the use of risk assessment tools based on AI by judicial authorities to forecast recidivism has remained limited to a few countries. Nevertheless, a new aspect of so-called “predictive justice” is currently arising, not to foretell the forthcoming behavior of a suspected or condemned person, but surprisingly the decision of judicial bodies themselves, based largely on their former decisions. Legal quantitative analysis is a new achievement, due to AI but raises serious concerns. It may radically change the role of judges and lawyers in the course of criminal justice. Not only does it put several human rights in tension but also does it challenge the very meaning of human intervention in implementing criminal law.
The final intrusion of AI into the administration of criminal justice, addressed here, concerns evidence matters. AI tools help investigation authorities gather and correlate large volumes of data and improve the exploitation of manifold sorts of digital information. It also produces statistical evaluations that may be valuable for forensic purposes, particularly to identify persons based on facial recognition, vocal recognition, and probabilistic genotyping. Whether these results are admissible in courts, and to what conditions – including technical reliability and fair trial issues – they may be proffered as evidence, is an unsolved question for now.
This volume reviews the various uses of AI in the different stages of the criminal process from a country-comparative approach. It addresses the fundamental questions that this new technology raises when confronted with the guarantees of due process, fair trial, and other relevant human rights. It also presents the 32 resolutions that a team of twenty professors of criminal law, representing various legal traditions and parts of the world, have agreed upon to ensure that the use of AI is in line with the essential principles of criminal procedural law and with a fair justice system.
Juliette Lelieur is a Professor of Criminal Law at the University of Strasbourg, France.
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Geworteld in verbinding – Een ecologische theologie voor de toekomst
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Essential Texts in Social and Cultural Anthropology – Vol. 1 Between Structure and No-thing
In this first volume of essential texts, on the history of anthropological theory, the rise and fall of the notion of structure is certainly one of the most important to note. In this book, this development is traced and held against an understanding of ethnographic practice. The book intently starts with a contemporary ethnographic example that serves as a backdrop for testing theoretical notions.
The movement through theory is one that oscillates between structure and no-thing (and perhaps back to some notion of structure), thus giving testimony of the remarkable survival skills of anthropology as an academic discipline and its readiness for new social and cultural transformations in contemporary contexts, and the possibility for embracing complexity (in multiple intersectional realities and in the imaginary. The selected texts have the purpose of being exemplary – in their use of anthropological theory – with the intent of facilitating a process of what is useful in scholarship and informative of ethnographic practice. The texts can explicate and challenge phenomena of social and cultural life and result in productive theory formation.
The book introduces readers to classic and more current anthropological theory roughly until the 2000 years, and before terrorism, pandemic and wars turned our attention elsewhere. Each chapter contains annotations to direct the student to important concepts and theories. In providing both the original text and clarifying annotations, readers can confidently develop in a variety of theoretical orientations.
Patrick J. Devlieger is an anthropologist who was trained at KU Leuven and the University of Illinois. He worked extensively within the anthropology of disability and for the last decade also in the history of leprosy sites and settlements. He has researched and taught in participatory fieldwork labs in Belgium, DR Congo, Canada, China, South Africa and New Zealand.
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Mensen met lef – Verhalen over verlies en veerkracht
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Ayyuha t-talib…! – Handboek voor het Modern Standaard Arabisch (Vijfde, Herziene druk: 2024)
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Verboden kennis – De andere kant van de westerse cultuur
De westerse cultuur ontsproot aan een veelheid van bronnen in de oudheid. Het Griekse denken en de Joodse verbeelding gaven het levenslicht aan de monotheïstische tradities. Van bij de aanvang maakte men beslissende keuzes. Een strak dogmatisch keurslijf bepaalde de ontwikkeling van de westerse cultuur. Dissidente stemmen werd het zwijgen opgelegd en hun teksten werden verboden. In dit boek schetst de auteur aan de hand van de verboden kennis de andere kant van de westerse cultuur.
De tekst biedt een combinatie van informatief onderricht en een oefening in het denken van diversiteit. De enige ‘juiste’ weg, die de religieuze orthodoxe tradities uitstippelden, staat sinds de moderniteit onder druk. Maar voorin de 21e eeuw stelt men tevens de leefbaarheid van een louter wetenschappelijk materialisme in vraag. Misschien hadden ketterse onverlaten en on-eigentijdse denkers, die de andere kant van de westerse cultuur representeren, dan toch een punt?
In deze tekst overloopt de auteur de diverse stromingen en bewegingen die ondergronds belangrijke impulsen gaven aan de vorming van de westerse cultuur. Aan bod komen gnostici, katharen, hermetische filosofen, alchimisten, rozenkruisers en vele anderen. De verboden kennis zet aan om de waarheid in verschillende gestalten te denken en ons niet door een polariserend ‘groot verhaal’ te laten vangen.
Johan Temmerman is als religiewetenschapper verbonden aan de Faculteit voor Theologie en Religiestudies in Brussel. Hij is gespecialiseerd in godsdienstfilosofie, de verhouding tussen religie en wetenschap en alternatieve westerse stromingen.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Your move – Think like the enemy to protect your organization (Series Counterplay nr. 1)
Counterplay is a proactive security concept that complements your existing security plan and tackles your security challenges in a different way. Counterplay radically chooses the criminal perspective. Looking through the eyes of the enemy to better protect yourself. Not by tracking down or attacking potential enemies, but by pro-actively subverting as many attack strategies as possible. You are thinking ahead in a game of chess with the enemy.
With plenty of practical examples and useful tips, Counterplay translates its ideas into viable methods tailored to any organization. People are put at the heart of the approach, because human action is crucial in any security policy. People can be your weakest link, but with the right guidance and tools they become your strongest asset.
Counterplay is for anyone who wants to work on security in the workplace. For security professionals who want to add new security insights to their organization. For employees of emergency services, security personnel of museums and other institutions, but also for hospitality teams of organizations and events. You will learn to observe proactively, to look critically at your own (security) resources, and to design effective barriers in an accessible way.
Kim Covent is an advisor with the Ghent local police and has over 14 years of experience in communications and policy at the local level. As an international speaker, she presents and educates on observation techniques, nonverbal communication, and proactive security. She uses gamification and action learning in spotting and understanding deviant behavior and criminal attacks.
Wesley De Smet, CPP, is department head of Facility Management at the Ghent Museum of Fine Arts. He is an expert in museum security and crisis management and previously worked as a safety & welfare consultant, prevention advisor and emergency planning officer in various government agencies. He speaks at national and international forums and serves on the board of ASIS International Benelux Chapter.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Woordenboek Filosofie – Geheel herziene en aangevulde uitgave
Voor de discipline of het vak filosofie op elk onderwijsniveau bestaat de behoefte aan een bruikbaar en geactualiseerd woordenboek. In niet mindere mate geldt dit ook voor de ruimere kring van het meestal erudiete – niet-filosofische geschoolde – lezerspubliek. In dit gemis wordt met dit Woordenboek Filosofie voorzien.
Het woordenboek kenmerkt zich door de presentatie van uitsluitend filosofische termen en begrippen. Biografieën van filosofen zijn bewust niet opgenomen, wel worden stromingen, richtingen of scholen behandeld, die verwant zijn aan het denken van bepaalde filosofen, zoals platonisme, aristotelisme, stoïcisme, thomisme, spinozisme, kantianisme, hegelianisme, nietzscheanisme, lacanisme, enz. Ook stromingen met een filosofische achtergrond komen uitgebreid aan bod, zoals anarchisme, liberalisme en marxisme.
In deze herziene editie zijn ook nieuwe wijsgerige termen opgenomen, die voortkomen uit recente filosofische ontwikkelingen op sociaal-economisch, politiek, technisch-technologisch, moreel-ethisch en natuurfilosofisch gebied. Een prominente plaats werd voorbehouden voor de discipline ‘genderstudies’, die de voorbije twintig jaar een belangrijke ontwikkeling heeft doorgemaakt. Daarnaast mag in een hedendaags woordenboek filosofie de niet-westerse filosofie in al haar vormen, niet ontbreken. De belangrijkste stromingen worden besproken, alsook de essentiële basisgedachten van de betreffende filosofieën.
Een omvangrijke groep Nederlandse en Vlaamse filosofen was be trokken bij de samenstelling van dit naslagwerk. Het totale aantal medewerkers bedraagt meer dan honderd.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Le rapport du commissaire. Établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA (ICCI 2023-1)
La publication Le rapport du commissaire établi en application des articles 3:75 et 3:80 du Code des sociétés et des associations et selon les normes ISA traite quasi exclusivement des rapports émis en vertu de la loi en tant que commissaire ou réviseur dentreprises désigné (ci-après communément dénommé le « commissaire ») chargé du contrôle des comptes annuels ou consolidés eff ectué conformément aux normes ISA.
Cee édition tient compte des textes législatifs, réglementaires et normatifs, ainsi que des traductions françaises et néerlandaises des normes ISA applicables en Belgique au 31 décembre 2022. Cest ainsi quil tient compte de lentrée en vigueur du Code des sociétés et des associations et également de la version révisée 2020 de la norme complémentaire aux normes ISA applicables en Belgique (en cours de révision). La version actuelle de la publication peut être utilisée pour les comptes annuels clôturés après le 31 décembre 2022.
Le premier chapitre de la publication traite de la structure du rapport du commissaire, en tenant compte des exigences à la fois des normes ISA et du contexte légal et normatif belge. Le deuxième chapitre parcourt les diff érentes situations auxquelles le commissaire peut être confronté dès sa nomination par lassemblée générale. Dans ce chapitre, des exemples concrets de rapports sur les comptes annuels sont présentés suivant diff érents thèmes en tenant compte des circonstances indiquées au début de chaque exemple. Le commissaire doit prendre en considération, dans son rapport sur dautres obligations légales et réglementaires, les conséquences dune opinion modifi ée exprimée dans son rapport sur les comptes annuels (consolidés) (première partie du rapport) et la seconde partie du rapport devra, dans la plupart des cas, être adaptée (troisième chapitre). Le quatrième chapitre rappelle le contexte législatif relatif à lintervention du réviseur dentreprises auprès du conseil dentreprise et donne un exemple de rapport pouvant être adressé au conseil dentreprise dune succursale. Ensuite, la publication examine les conséquences dune décision de dissolution sur le rapport du commissaire, notamment quelles sont les règles dévaluation applicables, tant avant quaprès lacte notarié (cinquième chapitre). La publication fournit également au sixième chapitre un exemple de rapport de carence destiné à lassemblée générale que le commissaire doit éme re dès quil constate que lassemblée générale ne délibère pas sur les comptes annuels dans les six mois après la date de clôture de lexercice. Enfin, les modèles de rapports de commissaire en néerlandais et en français, annexés à la norme complémentaire (version révisée 2020) aux normes ISA applicables en Belgique, sont repris (septième chapitre).
Les auteurs ont saisi loccasion pour peaufi ner et compléter certains aspects de la publication. Ainsi, de manière concise, certains aspects relatifs à la rectifi cation des comptes annuels, sont développés dans diff érents scénarios, ainsi quun arbre de décision succinct relatif à lidentifi cation au cours de lexercice N dune anomalie signifi cative impactant lexercice N-1. En outre, des types de rapports du commissaire reprenant les formulations standards lorsque le commissaire exprime une opinion modifi ée sont mis à disposition.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Het commissarisverslag. – Opgesteld in toepassing van de artikelen 3:75 en 3:80 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en overeenkomstig de ISA’s (ICCI 2023-1)
Deze editie houdt rekening met de wet- en regelgeving en de normen, alsook met de vertaling van de in België van toepassing zijnde ISA’s naar het Nederlands en het Frans, bijgewerkt tot 31 december 2022. Zo wordt rekening gehouden met de inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook met de herziene versie 2020 van de bijkomende norm bij de in België van toepassing zijnde ISA’s (wordt momenteel herzien). De huidige versie van de publicatie kan worden gebruikt voor jaarrekeningen afgesloten na 31 december 2022.
Het eerste hoofdstuk van de publicatie bespreekt de structuur van het commissarisverslag, rekening houdend met de vereisten van zowel de ISA’s als de Belgische wettelijke en normatieve context. Het tweede hoofdstuk overloopt de verschillende situaties waarmee de commissaris vanaf zijn benoeming door de algemene vergadering kan geconfronteerd worden. In dit hoofdstuk worden concrete voorbeelden van verslagen over de jaarrekening verstrekt volgens diverse thema’s rekening houdend met de omstandigheden die worden opgegeven bij het begin van elk voorbeeld. In zijn verslag betreffende overige door wet- en regelgeving gestelde eisen moet de commissaris rekening houden met de gevolgen van een aangepast oordeel tot uitdrukking gebracht in zijn verslag over de (geconsolideerde) jaarrekening (eerste deel) en het tweede deel van het verslag zal, in het merendeel van de gevallen, moeten worden aangepast (derde hoofdstuk). In het vierde hoofdstuk wordt de wettelijke context met betrekking tot de tussenkomst van de bedrijfsrevisor bij de ondernemingsraad in herinnering gebracht en wordt een voorbeeldverslag verstrekt dat aan de ondernemingsraad van een bijkantoor kan worden gericht. Vervolgens wordt nagegaan wat de gevolgen zijn van een beslissing tot ontbinding op het commissarisverslag, onder meer wat de toepasselijke waarderingsregels zijn, en dit zowel voor als na de notariële akte (vijfde hoofdstuk). De publicatie bevat in het zesde hoofdstuk tevens een voorbeeld van verslag van niet-bevinding bestemd voor de algemene vergadering dat de commissaris zodra hij vaststelt dat de algemene vergadering niet binnen zes maanden na de afsluitingsdatum van het boekjaar over de jaarrekening beraadslaagt. Ten slotte worden de modelverslagen in het Nederlands en het Frans, die aan de bijkomende norm (herziene versie 2020) bij de in België van toepassing zijnde ISA’s werden gehecht, ter beschikking gesteld (zevende hoofdstuk).
De auteurs hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om bepaalde elementen te verfijnen en aan te vullen. Zo worden op bondige wijze bepaalde aspecten met betrekking tot de correctie van de jaarrekening verder uitgewerkt in verschillende scenario’s, alsook een samenvattende beslissingsboom weergegeven met betrekking tot de ontdekking van in de loop van boekjaar N van een afwijking van materieel belang die een impact heeft op boekjaar N-1. Tevens worden typeverslagen van de commissaris met de standaardformuleringen in het geval dat de commissaris een aangepast oordeel tot uitdrukking brengt ter beschikking gesteld.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Van huisje tot hashtag, van ossenkop tot apenstaart – Een geschiedenis van het alfabet (Kleio-reeks nr. 3)
Het alfabet lijkt een vanzelfsprekendheid, en we gebruiken het dagelijks. Daardoor staan we er nauwelijks bij stil dat het een van de meest baanbrekende uitvindingen ooit is. We komen steeds meer te weten over de oorsprong en ontwikkeling van het ons zo vertrouwde rijtje van zesentwintig letters. Het verhaal van ons alfabet begint bijna vierduizend jaar geleden, bij mijnwerkers in uitgestrekte steengroeves in de Egyptische Sinaïwoestijn. Het voert ons langs zeevarende Feniciërs en hun Griekse buren, Romeinse legers en kooplieden, middeleeuwse monniken en humanistische drukkers.
Wat is het alfabet precies en waar komt het vandaan? Waarom begint het met a en eindigt het op z? Welke letters zijn onderweg verloren gegaan, en wat is onze geheime zevenentwintigste letter? Sinds wanneer schrijven we van links naar rechts? En hoe verschilt het alfabet van andere schriftsystemen, zoals het brailleschrift, de Noordse runen en het Indische Devanagari? Je komt er in dit boek veel meer over te weten.
Martijn Jaspers is predoctoraal onderzoeker bij het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en de KU Leuven. Zijn interesse gaat voornamelijk uit naar de rol van vertalingen in de tekstoverlevering van de Bijbel in de oudheid. Hij studeerde Latijn, Grieks, Hebreeuws en theologie in Leuven, Rijsel en Jeruzalem.
Toon Van Hal is hoogleraar aan de Letterenfaculteit van de KU Leuven. In onderzoek en onderwijs legt hij zich vooral toe op de Griekse taalkunde en de geschiedenis van het talige denken. Hij studeerde geschiedenis en diverse oude talen in Antwerpen, Leuven, Louvain-la-Neuve en Oslo.
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Facturering van werk in onroerende staat – Tweede, herziene uitgave
Ook het zelf verricht werk in onroerende staat komt aan bod.
De benadering is zeer praktisch: hoe moet er gefactureerd worden, welk btw-tarief is van toepassing en hoe moet het werk in onroerende staat gerapporteerd worden?
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Verbonden in eenzaamheid – Een levensdans langs diepmenselijke ervaringen en emoties
Eenzaamheid is een complex en gelaagd onderwerp, dat vele gezichten heeft en zowel bij jong als bij oud bestaat. Eenzaamheid krijgt overal veel aandacht en toch blijft het een taboeonderwerp. Mensen gooien immers hun gevoelens niet zomaar op de straatstenen. Maar hoe je het ook draait of keert, iedereen voelt zich wel eens eenzaam en erover spreken mag!
Naast de wetenschappelijke benadering bevat het boek ook zeer uiteenlopende, beklijvende verhalen over eenzaamheid. De auteur interviewde enkele personen die het aandurfden om erover te spreken: Zijn ze eenzaam? Hoe beleven zij eenzaamheid? Deze getuigenissen vormen samen een dans langs diepmenselijke ervaringen en emoties. En in het verbonden zijn zit net de helende kracht.
“Wat een diepmenselijk en waardevol boek heeft Els Messelis hier geschreven. Het is zo belangrijk dat zij de aandacht vestigt op deze problematiek. Uit onderzoek blijkt dat eenzaamheid een grote negatieve impact heeft en dat veel mensen sterven ten gevolge van eenzaamheid. Het is ontroerend te lezen hoe Els met ouderen in gesprek gaat, hun verhalen omarmt en van daaruit inzichten verschaft en tools aanreikt aan al wie met ouderen omgaat – doen we dat niet allemaal? En daarom geldt niet alleen voor hulpverleners maar voor iedereen: lees dit boek!“ (Hilde Van Mieghem)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker en (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan de hogeschool Odisee in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeks- en begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksuele gezondheid, huidhonger en eenzaamheid op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Cross-border transfers of personal data from the EU to China. Navigating legal requirements and challenges in practice
In recent years, the rapid development and adoption of technologies and the expansion of the digital economy have gone hand in hand with the processing of vast amounts of personal data. Cross-border data flows can bring many benefits to businesses and citizens but are at the same time accompanied by concerns and risks. This dissertation focuses on cross-border data flows from the EU to China and aims to provide a comprehensive and systematic legal assessment and empirical study of EU citizens’ data protection rights in this process.
This research asks how the right to data protection of EU citizens is and should be ensured when personal data are transferred from the EU to China. This research contributes to navigating the legal requirements and challenges in practice, as well as providing recommendations on the policymaking level.
Dr. Yueming Zhang joined the research group Law & Technology at Ghent University as a doctoral researcher in 2019. She obtained her PhD degree from Ghent University in 2023. Her research focuses on privacy, data protection, and cross-border data transfers.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Is detentie het verkeerde medicijn? De sleutel naar een humaner gevangeniswezen
‘De graad van beschaving van een land kan men afleiden uit de wijze waarop men omgaat met misdaad en uit de wijze waarop men omgaat met daders’ (Churchill)
Toen Leo Nardus na een keurig leven in vrijheid in de gevangenis terechtkwam, werd hij geconfronteerd met negatieve opvattingen en stigmatisering van de gedetineerde. Deze ervaring zette hem ertoe aan om een boek te schrijven dat de lezer inzicht biedt en een lans breekt voor de medemens buiten de vrije samenleving.
Door niet enkel zijn persoonlijke bevindingen te vernoemen, maar ook getuigenissen van cipiers, vrijwilligers, medegedetineerden, inclusief hun familie, doet hij een poging om de lezer op een neutrale, inzichtelijke, actieve en kritische manier te betrekken bij het gevangeniswezen. Zonder té veel vingerwijzingen, maar enkel en alleen door middel van objectieve vaststellingen die eveneens een gefundeerde wetenschappelijke inhoud hebben, wil de auteur de lezer confronteren met de realiteit van detentie.
Leo Nardus behandelt uiteenlopende onderwerpen zoals internering, forensische zorg, radicalisering, de rol van de advocaat, de cipier, de aalmoezenier, de chronische overbevolking, de hoge zelfmoordcijfers, de drugproblematiek, stakingen, corona binnen de gevangenis, het Scandinavische gevangenismodel, enzovoort. Op die manier wil hij een beter beeld schetsen naar de maatschappij toe opdat er meer transparantie, beter nog, een brug kan ontstaan tussen ‘de burger’ en het geheimzinnige, onbekende en té donkere gebeuren in de beschimmelde gevangeniskelders….
De auteur schenkt extra aandacht aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde in de ruimste zin van het woord en benadrukt het belang van preventie. Opvoeding speelt namelijk een cruciale rol in het al dan niet ontwikkelen van delinquent gedrag. Niet zelden was de afwezigheid van een ‘geborgen ouderlijk nest’ in combinatie met andere factoren de aanzet tot het plegen van criminaliteit. Ten slotte suggereert hij alternatieven en geeft hij opties die kunnen bijdragen aan een humaner detentielandschap.
Bitterzoet – Samenleven (en breken) met een narcistische partner/ouder
Bitterzoet – Samenleven (en breken) met een narcistische partner/ouder
Pedagogische tact – Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van de leerling
Jelmer Evers is voormalig docent bij UniC in Utrecht, auteur en onderwijsontwikkelaar. Thans is hij vice-voorzitter bij de Algemene Onderwijsbond. Annonay Andersson (1987) is kinder- en jeugdpsycholoog en thans werkzaam als psycholoog bij de Tobiasschool in Zeist en als hoofdredacteur van het NIVOZ-platform hetkind. Esther de Boer (1971) is sociaal geograaf, ECHA specialist en adviseur bij KPC-groep. Ze concentreert zich op de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen. Geert Bors (1973) werkt als hoofdredacteur van Mensenkinderen, het blad van de Jenaplan-vereniging. Hij was tussen 2008 en 2020 redacteur voor NIVOZ en deed eerder onderwijservaring op in het vo, als junior-docent op het University College in Londen. Beate Letschert (1949) is gepromoveerd psycholoog en pedagoog. Ze werkte jarenlang als lerarenopleider aan de Universiteit van Hamburg. Nu is ze Individualpsychologische Berater en Supervisor. Rianne van der Raadt (1986) is pedagoog, met als specialisatie maatschappelijke opvoedingsstukken en was rond 2012-2014 als onderzoekster betrokken bij NIVOZ. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en founding father van stichting NIVOZ. Hij is bekend door zijn werk rond adaptief onder-wijs en leraar-leerling interactie. Kris Verbeeck (1965) werkt als senior-onderwijsadviseur bij M&O-Groep in Den Bosch en publiceert over innovatieve praktijken in het onderwijs.
Pedagogische tact – Op het goede moment het juiste doen, óók in de ogen van de leerling
Jelmer Evers is voormalig docent bij UniC in Utrecht, auteur en onderwijsontwikkelaar. Thans is hij vice-voorzitter bij de Algemene Onderwijsbond. Annonay Andersson (1987) is kinder- en jeugdpsycholoog en thans werkzaam als psycholoog bij de Tobiasschool in Zeist en als hoofdredacteur van het NIVOZ-platform hetkind. Esther de Boer (1971) is sociaal geograaf, ECHA specialist en adviseur bij KPC-groep. Ze concentreert zich op de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen. Geert Bors (1973) werkt als hoofdredacteur van Mensenkinderen, het blad van de Jenaplan-vereniging. Hij was tussen 2008 en 2020 redacteur voor NIVOZ en deed eerder onderwijservaring op in het vo, als junior-docent op het University College in Londen. Beate Letschert (1949) is gepromoveerd psycholoog en pedagoog. Ze werkte jarenlang als lerarenopleider aan de Universiteit van Hamburg. Nu is ze Individualpsychologische Berater en Supervisor. Rianne van der Raadt (1986) is pedagoog, met als specialisatie maatschappelijke opvoedingsstukken en was rond 2012-2014 als onderzoekster betrokken bij NIVOZ. Luc Stevens (1941) is emeritus hoogleraar Orthopedagogiek aan de Universiteit Utrecht en founding father van stichting NIVOZ. Hij is bekend door zijn werk rond adaptief onder-wijs en leraar-leerling interactie. Kris Verbeeck (1965) werkt als senior-onderwijsadviseur bij M&O-Groep in Den Bosch en publiceert over innovatieve praktijken in het onderwijs.
Gezond zwanger worden – Handboek preconceptiezorg
Prof. dr. Eric A.P. Steegers – gynaecoloog, afdelingshoofd en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere lokale en landelijke initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren. Bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties. Dr. Annemarie Mulders – gynaecoloog-perinatoloog in het Erasmus MC in Rotterdam. In de dagelijkse praktijk werkt ze aan de bevordering van gezondheid van aanstaande ouders en het (ongeboren) kind, via inventarisatie, counseling en optimalisatie van preconceptionele risicofactoren tijdens preconceptiespreekuren. Ze is ook betrokken bij de landelijke implementatie van preconceptiezorg. Prof. dr. Yves Jacquemyn – gynaecoloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en hoogleraar Obstetrie-Gynaecologie aan de Universiteit Antwerpen. Het overbruggen van culturele en sociale barrières die een goede gezondheidszorg voor met name zwangere vrouwen in de weg staan is de rode draad in zijn werk, zowel in Europa als in Afrika. Drs. Anjo Geluk-Bleumink – publicist, verpleegkundige en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg Geboren.
Gezond zwanger worden – Handboek preconceptiezorg
Prof. dr. Eric A.P. Steegers – gynaecoloog, afdelingshoofd en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere lokale en landelijke initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren. Bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties. Dr. Annemarie Mulders – gynaecoloog-perinatoloog in het Erasmus MC in Rotterdam. In de dagelijkse praktijk werkt ze aan de bevordering van gezondheid van aanstaande ouders en het (ongeboren) kind, via inventarisatie, counseling en optimalisatie van preconceptionele risicofactoren tijdens preconceptiespreekuren. Ze is ook betrokken bij de landelijke implementatie van preconceptiezorg. Prof. dr. Yves Jacquemyn – gynaecoloog in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen en hoogleraar Obstetrie-Gynaecologie aan de Universiteit Antwerpen. Het overbruggen van culturele en sociale barrières die een goede gezondheidszorg voor met name zwangere vrouwen in de weg staan is de rode draad in zijn werk, zowel in Europa als in Afrika. Drs. Anjo Geluk-Bleumink – publicist, verpleegkundige en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg Geboren.
Het Masterbudget. Een essentiële planningstool voor de onderneming (Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 3)
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise, gegradueerde in de boekhouding en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. Dr. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Meer dan 20 jaar is de auteur ook IAB-jurylid geweest van de eindexamencommissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Het Masterbudget. Een essentiële planningstool voor de onderneming (Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 3)
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise, gegradueerde in de boekhouding en gewezen IAB-accountant. Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel. Dr. J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch - als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting. Meer dan 20 jaar is de auteur ook IAB-jurylid geweest van de eindexamencommissies. Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Ik ben een vreemdeling geweest – Evangelische gemeenten en migratie
Het geeft in korte hoofdstukken een overzicht van de wetgeving, het ethische en sociologische debat en ook de theologische discussie binnen de protestantse en evangelische kerken. Met de titel wordt verwezen naar een hoofdstuk uit het Mattheüsevangelie dat laat zien hoe wezenlijk het is op dit punt de christelijke levensvisie niet op te geven.
Gottlieb Blokland is voorganger van de protestants-evangelische Bethelkerk in Schaarbeek en voorzitter van de vzw Open Deur. Daarnaast is hij werkzaam als inspecteur-adviseur voor het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs. Hij studeerde aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid (nu Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies) in Brussel en promoveerde aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Ik ben een vreemdeling geweest – Evangelische gemeenten en migratie
Het geeft in korte hoofdstukken een overzicht van de wetgeving, het ethische en sociologische debat en ook de theologische discussie binnen de protestantse en evangelische kerken. Met de titel wordt verwezen naar een hoofdstuk uit het Mattheüsevangelie dat laat zien hoe wezenlijk het is op dit punt de christelijke levensvisie niet op te geven.
Gottlieb Blokland is voorganger van de protestants-evangelische Bethelkerk in Schaarbeek en voorzitter van de vzw Open Deur. Daarnaast is hij werkzaam als inspecteur-adviseur voor het protestants-evangelisch godsdienstonderwijs. Hij studeerde aan de Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid (nu Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies) in Brussel en promoveerde aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Het huis onder de regenboog – Regenboog-verhalen met duiding en tips
Het huis onder de regenboog verhaalt over 43 uiteenlopende situaties die op de een of andere manier allemaal te maken hebben met (gender) identiteit/seksualiteit. Over de eerste seksuele gevoelens, de vreugde en verwarring. Over het zich anders voelen, de ontkenning en eenzaamheid. Over vruchtbaarheid en transgender-zijn, de verwarring en schaamte. Over uitgaan, het plezier en de gevaren. Over de gevolgen voor thuis, school en werk. Over religie, de schuldgevoelens en vergeving. Over eindelijk jezelf kunnen zijn, de trots en de Gay Pride.
Vrijwel alle aspecten van identiteit onder het brede spectrum van de regenboog komen aan bod. Een peuter die helemaal als zichzelf haar vierde verjaardag mag vieren, een puber waarvan de vader homoseksueel blijkt te zijn, de eerste binder, pesten en alleen in een verzorgingshuis; het is zomaar een greep uit de 43 verhalen.
Bijzonder is voorts dat ieder verhaal in regenboogkleuren geïllustreerd is en bovendien voorzien is van uitleg/tips. Ook geeft dit boek een overzicht op (medisch) transgendergebied. Hierbij zijn ook keuzewijzers opgenomen t.a.v. bijvoorbeeld hormonen. Het huis onder de regenboog eindigt met een beknopt Vademecum op LHBTIQ+-gebied: van uitgaan tot zorg, van logopedie tot kleding.
Dit bijzondere boek is voor iedereen bestemd die op de een of andere wijze te maken heeft met vragen op het brede gebied van (gender)identiteit/seksualiteit. Het boek is tevens te gebruiken als coachingsinstrument tijdens begeleidingsgesprekken, thuis, op school en in praktijken.
Diënne Flohr-Kamphuis, queercoach en beeldend kunstenares, richtte samen met haar man Eric de stichting ‘Het huis onder de regenboog’ in Helmond op. De stichting wil de inclusiviteit in de samenleving bevorderen en wil een thuis zijn voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Hier zetelt ook Diënnes eigen onderwijsbureau ‘De slimme juf’, en schildert en schrijft ze in een groot atelier. Ze studeerde aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie, VLVU (economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Het huis onder de regenboog – Regenboog-verhalen met duiding en tips
Het huis onder de regenboog verhaalt over 43 uiteenlopende situaties die op de een of andere manier allemaal te maken hebben met (gender) identiteit/seksualiteit. Over de eerste seksuele gevoelens, de vreugde en verwarring. Over het zich anders voelen, de ontkenning en eenzaamheid. Over vruchtbaarheid en transgender-zijn, de verwarring en schaamte. Over uitgaan, het plezier en de gevaren. Over de gevolgen voor thuis, school en werk. Over religie, de schuldgevoelens en vergeving. Over eindelijk jezelf kunnen zijn, de trots en de Gay Pride.
Vrijwel alle aspecten van identiteit onder het brede spectrum van de regenboog komen aan bod. Een peuter die helemaal als zichzelf haar vierde verjaardag mag vieren, een puber waarvan de vader homoseksueel blijkt te zijn, de eerste binder, pesten en alleen in een verzorgingshuis; het is zomaar een greep uit de 43 verhalen.
Bijzonder is voorts dat ieder verhaal in regenboogkleuren geïllustreerd is en bovendien voorzien is van uitleg/tips. Ook geeft dit boek een overzicht op (medisch) transgendergebied. Hierbij zijn ook keuzewijzers opgenomen t.a.v. bijvoorbeeld hormonen. Het huis onder de regenboog eindigt met een beknopt Vademecum op LHBTIQ+-gebied: van uitgaan tot zorg, van logopedie tot kleding.
Dit bijzondere boek is voor iedereen bestemd die op de een of andere wijze te maken heeft met vragen op het brede gebied van (gender)identiteit/seksualiteit. Het boek is tevens te gebruiken als coachingsinstrument tijdens begeleidingsgesprekken, thuis, op school en in praktijken.
Diënne Flohr-Kamphuis, queercoach en beeldend kunstenares, richtte samen met haar man Eric de stichting ‘Het huis onder de regenboog’ in Helmond op. De stichting wil de inclusiviteit in de samenleving bevorderen en wil een thuis zijn voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Hier zetelt ook Diënnes eigen onderwijsbureau ‘De slimme juf’, en schildert en schrijft ze in een groot atelier. Ze studeerde aan onder andere de Gerrit Rietveld Academie, VLVU (economie) en Fontys-OSO (leraar speciaal onderwijs en master SEN).
Europees Internationaal Rivierenrecht – 2e, volledig herziene uitgave – 2 volumes
“Het voorliggende werk is monumentaal, niet enkel in omvang maar vooral naar inhoud. Mij is geen andere wetenschappelijke bijdrage bekend die op een zodanig alomvattende wijze het rivierenrecht situeert en analyseert en er eveneens in slaagt om het op een bevattende wijze te duiden. Dr. Marc De Decker etaleert op een meesterlijke manier zijn uitgebreide historische en juridische kennis van het Europese rivierenrecht en voert de lezer mee op een intrigerende tocht naar de schepping van een juridisch systeem waarmee bijna iedereen wordt geconfronteerd maar wat weinigen werkelijk kunnen bevatten.
De verschillende grote ontwikkelingen die stapsgewijs tot stand zijn gekomen, van de Franse revolutie over het Congres van Wenen, het verdrag van Parijs van 1856 naar de grote verkeersconferenties in de 20ste eeuw, worden met meer dan een vaardige hand beschreven en geanalyseerd. Bijzonder boeiend is het plaatsen van het Europese rivierenrecht binnen het grotere kader van het internationaal publiek recht. Fundamentele aspecten zoals de vrijheid van scheepvaart en de institutionalisering van het rivierenrecht worden grondig behandeld en geven zonder meer een grote meerwaarde aan dit boek. Het toetsen van de materie tegenover het recht van de Europese Unie en tegenover andere dan scheepvaartgebruiken van de waterwegen vervolledigt de aanpak van de auteur waarmee het voorliggende werk een bijna alomvattend beeld geeft van het Europese rivierenrecht.
Dit boek verdient veel aandacht. Niet enkel academici maar eveneens praktijkjuristen en diegenen die elke dag met watergebonden vervoer worden geconfronteerd, zullen baat vinden bij het gebruiken van dit werk.
Een absolute aanrader!” (Prof. Dr. E. Somers in het voorwoord)
Marc De Decker (1961) is advocaat aan de balie te Antwerpen, gespecialiseerd in transportrecht en auteur van verschillende publicaties over scheepvaartrecht. Hij is voorzitter van de Federatie Belgische Binnenvaart/Fédération de la batellerie belge en gastprofessor aan de Universiteit Gent voor het vak “European International River Law” in de opleiding “Master of Science in Maritime Sciences”. De eerste editie van het boek “Europees Internationaal Rivierenrecht” werd in 2015 bekroond met de prijs Fondation François Génicot Stichting.
Europees Internationaal Rivierenrecht – 2e, volledig herziene uitgave – 2 volumes
“Het voorliggende werk is monumentaal, niet enkel in omvang maar vooral naar inhoud. Mij is geen andere wetenschappelijke bijdrage bekend die op een zodanig alomvattende wijze het rivierenrecht situeert en analyseert en er eveneens in slaagt om het op een bevattende wijze te duiden. Dr. Marc De Decker etaleert op een meesterlijke manier zijn uitgebreide historische en juridische kennis van het Europese rivierenrecht en voert de lezer mee op een intrigerende tocht naar de schepping van een juridisch systeem waarmee bijna iedereen wordt geconfronteerd maar wat weinigen werkelijk kunnen bevatten.
De verschillende grote ontwikkelingen die stapsgewijs tot stand zijn gekomen, van de Franse revolutie over het Congres van Wenen, het verdrag van Parijs van 1856 naar de grote verkeersconferenties in de 20ste eeuw, worden met meer dan een vaardige hand beschreven en geanalyseerd. Bijzonder boeiend is het plaatsen van het Europese rivierenrecht binnen het grotere kader van het internationaal publiek recht. Fundamentele aspecten zoals de vrijheid van scheepvaart en de institutionalisering van het rivierenrecht worden grondig behandeld en geven zonder meer een grote meerwaarde aan dit boek. Het toetsen van de materie tegenover het recht van de Europese Unie en tegenover andere dan scheepvaartgebruiken van de waterwegen vervolledigt de aanpak van de auteur waarmee het voorliggende werk een bijna alomvattend beeld geeft van het Europese rivierenrecht.
Dit boek verdient veel aandacht. Niet enkel academici maar eveneens praktijkjuristen en diegenen die elke dag met watergebonden vervoer worden geconfronteerd, zullen baat vinden bij het gebruiken van dit werk.
Een absolute aanrader!” (Prof. Dr. E. Somers in het voorwoord)
Marc De Decker (1961) is advocaat aan de balie te Antwerpen, gespecialiseerd in transportrecht en auteur van verschillende publicaties over scheepvaartrecht. Hij is voorzitter van de Federatie Belgische Binnenvaart/Fédération de la batellerie belge en gastprofessor aan de Universiteit Gent voor het vak “European International River Law” in de opleiding “Master of Science in Maritime Sciences”. De eerste editie van het boek “Europees Internationaal Rivierenrecht” werd in 2015 bekroond met de prijs Fondation François Génicot Stichting.
Ziek van verlangen – Mystiek & psychoanalyse (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 15)
Ziek van verlangen: een bundel met essays van Marc De Kesel, Jan Cambien, Jos de Kroon, Veerle Fraeters, Lieven De Maeyer, Herman Westerink, Erwin Mortier, Bart Vieveen, Janneke van der Leest, Sjef Houppermans, Peter Verstraten en Sander Vloebergs.
Ziek van verlangen – Mystiek & psychoanalyse (Reeks: Psychoanalyse en Cultuur Nr. 15)
Ziek van verlangen: een bundel met essays van Marc De Kesel, Jan Cambien, Jos de Kroon, Veerle Fraeters, Lieven De Maeyer, Herman Westerink, Erwin Mortier, Bart Vieveen, Janneke van der Leest, Sjef Houppermans, Peter Verstraten en Sander Vloebergs.
RIDP 94.1 (2023) – Traditional Criminal Law Categories and AI: Crisis or Palingenesis?
The study of the intersections between technology and crime is a well-established topic for criminal lawyers, gaining increasing significance over time. Initially, in the risk society, and even more so today, in the algorithmic society, the challenges posed by Artificial Intelligence (AI) bring new complexities to light. AI systems are increasingly involved in perpetrating various kinds of harms. They can serve as new tools for committing crimes or directly cause serious harms to fundamental human rights and other relevant legal goods, such as life, physical and moral integrity, privacy, and public order. The specific features of autonomy, opacity, and unpredictability in AI systems, which make them different from other technologies, might challenge responsibility attribution theory. Consequently, as we encounter situations that are no longer entirely “human”, criminal law must address whether the existing laws at national and international levels provide adequate protection.
The starting point to assess the adequacy of criminal laws and policies is to evaluate the potential collision points that may arise when regulating AI-related crimes within the traditional categories of the general part of criminal law. For instance, when decision-making processes and task execution are delegated to artificial agents, what constitutes the actus reus? If the crime committed by the AI system differs from the one intended by the criminal agent, should the agent still be held liable? Furthermore, the unpredictability of AI might challenge the principle of culpability in cases of negligence-based crimes. Additionally, the degree of separation between the human agent’s conduct and the harm caused by the functioning of an AI system may affect the proof of the causality chain and the guilt of the operator.
This volume aims to address these critical questions and to provide a first recommendation, based on an international analysis of the topic. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries who collaborated with the general rapporteur in the works of Section I (criminal law - general part) for the upcoming AIDP international congress of 2024.
Lorenzo Picotti is Full Professor in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Beatrice Panattoni is Postdoc Researcher in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
RIDP 94.1 (2023) – Traditional Criminal Law Categories and AI: Crisis or Palingenesis?
The study of the intersections between technology and crime is a well-established topic for criminal lawyers, gaining increasing significance over time. Initially, in the risk society, and even more so today, in the algorithmic society, the challenges posed by Artificial Intelligence (AI) bring new complexities to light. AI systems are increasingly involved in perpetrating various kinds of harms. They can serve as new tools for committing crimes or directly cause serious harms to fundamental human rights and other relevant legal goods, such as life, physical and moral integrity, privacy, and public order. The specific features of autonomy, opacity, and unpredictability in AI systems, which make them different from other technologies, might challenge responsibility attribution theory. Consequently, as we encounter situations that are no longer entirely “human”, criminal law must address whether the existing laws at national and international levels provide adequate protection.
The starting point to assess the adequacy of criminal laws and policies is to evaluate the potential collision points that may arise when regulating AI-related crimes within the traditional categories of the general part of criminal law. For instance, when decision-making processes and task execution are delegated to artificial agents, what constitutes the actus reus? If the crime committed by the AI system differs from the one intended by the criminal agent, should the agent still be held liable? Furthermore, the unpredictability of AI might challenge the principle of culpability in cases of negligence-based crimes. Additionally, the degree of separation between the human agent’s conduct and the harm caused by the functioning of an AI system may affect the proof of the causality chain and the guilt of the operator.
This volume aims to address these critical questions and to provide a first recommendation, based on an international analysis of the topic. It brings together contributions from national rapporteurs of various countries who collaborated with the general rapporteur in the works of Section I (criminal law - general part) for the upcoming AIDP international congress of 2024.
Lorenzo Picotti is Full Professor in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Beatrice Panattoni is Postdoc Researcher in Criminal Law at the University of Verona, Italy.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 44ste bijgewerkte druk (Volledig bijgewerkt tot 1 augustus 2023)
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2023.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance(PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – Strafwetboek, Wetboek van Strafvordering, Bijzondere wetten 44ste bijgewerkte druk (Volledig bijgewerkt tot 1 augustus 2023)
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk. Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2023.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance(PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Taaleigenaardigheden – Onze taal – leuk en leerzaam
> Je zit voor de tv en achter de computer. Waarom niet andersom?
> Kan een stoplicht ook groen zijn?
> Is niet slecht hetzelfde als goed?
> Waarom wel dames en heren, maar niet meisjes en jongens?
> Is er iets mis met Hier zet men koffie en over?
> Lees parterretrap eens van achter naar voor!
> In het Wilhelmus komt een opvallende stijlfiguur voor.
> Eigenlijk zijn stopwoorden zeg maar nogal irritant, toch?
> Van heel wat woorden kun je andere woorden maken.
Over nog veel meer taalaardigheden, stijlfouten en stijlfiguren gaat dit boek, met heel wat voorbeelden en citaten van vroeger en nu.
Onze Taal over het boek: ‘Het is een leuke verzameling eigenaardigheden, met prima uitleg en veel aansprekende voorbeelden, en het leest lekker door.’
Peter van der Horst, zelfstandig taal- en tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer (Sdu), Stijlwijzer (Sdu), Nieuwe leestekenwijzer (Garant) en Duidelijke taal (Garant).
Taaleigenaardigheden – Onze taal – leuk en leerzaam
> Je zit voor de tv en achter de computer. Waarom niet andersom?
> Kan een stoplicht ook groen zijn?
> Is niet slecht hetzelfde als goed?
> Waarom wel dames en heren, maar niet meisjes en jongens?
> Is er iets mis met Hier zet men koffie en over?
> Lees parterretrap eens van achter naar voor!
> In het Wilhelmus komt een opvallende stijlfiguur voor.
> Eigenlijk zijn stopwoorden zeg maar nogal irritant, toch?
> Van heel wat woorden kun je andere woorden maken.
Over nog veel meer taalaardigheden, stijlfouten en stijlfiguren gaat dit boek, met heel wat voorbeelden en citaten van vroeger en nu.
Onze Taal over het boek: ‘Het is een leuke verzameling eigenaardigheden, met prima uitleg en veel aansprekende voorbeelden, en het leest lekker door.’
Peter van der Horst, zelfstandig taal- en tekstadviseur, heeft vele artikelen, cursussen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer (Sdu), Stijlwijzer (Sdu), Nieuwe leestekenwijzer (Garant) en Duidelijke taal (Garant).
Energie- en klimaatbeleid ontluisterd – Democratische omwenteling tegen neoliberale doorbraak
Dit boek geeft antwoorden vanuit een energiepolitiek-economisch gezichtspunt. Het is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, literatuur en ervaringen, maar is toch toegankelijk geschreven voor al wie zich afvraagt waar de wereld staat en naartoe kan/moet gaan.
Het boek ontleedt en ontluistert het bestaande energie- en klimaatbeleid. Nieuwe, ongehoorde en ongeschreven visies komen aan bod. Ze verbreken de officieel vertelde illusies en leiden naar nodige omwentelingen. Het boek beschrijft en toetst de haalbaarheid van de omwentelingen. Terwijl het vandaag nog dominante neoliberalisme mensen inprent dat er geen alternatief bestaat, is de fysieke realiteit dat enkel alternatieve oplossingen nog mogelijk zijn. De nieuwe oplossingen zijn bovendien beschikbaar en betaalbaar.
Aviel Verbruggen is emeritus professor aan de Universiteit Antwerpen, gespecialiseerd in energie- en milieueconomie, energietechnologie en -beleid. Hij was een pionier in het energie- en klimaatdebat sinds de jaren 1970. Op de strategisch essentiële keuzes, zoals over atoomkern-energie, hernieuwbare energie en energiebehoud en -efficiëntie, was hij vooruit op zijn tijd. Hij was projectleider van de Vlaamse milieurapporten (1993-1998) en verantwoordelijk voor het ontwerp, de structuur, de inhoud en de publicatie van de eerste rapporten (Garant). Hij was Lid van het IPCC (1998-2014), met een uitzonderlijk actieve bijdrage aan het Speciaal Rapport ‘Renewable Energy Sources and Climate Change Mitigation’ (2011).
De website van de auteur
Energie- en klimaatbeleid ontluisterd – Democratische omwenteling tegen neoliberale doorbraak
Dit boek geeft antwoorden vanuit een energiepolitiek-economisch gezichtspunt. Het is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, literatuur en ervaringen, maar is toch toegankelijk geschreven voor al wie zich afvraagt waar de wereld staat en naartoe kan/moet gaan.
Het boek ontleedt en ontluistert het bestaande energie- en klimaatbeleid. Nieuwe, ongehoorde en ongeschreven visies komen aan bod. Ze verbreken de officieel vertelde illusies en leiden naar nodige omwentelingen. Het boek beschrijft en toetst de haalbaarheid van de omwentelingen. Terwijl het vandaag nog dominante neoliberalisme mensen inprent dat er geen alternatief bestaat, is de fysieke realiteit dat enkel alternatieve oplossingen nog mogelijk zijn. De nieuwe oplossingen zijn bovendien beschikbaar en betaalbaar.
Aviel Verbruggen is emeritus professor aan de Universiteit Antwerpen, gespecialiseerd in energie- en milieueconomie, energietechnologie en -beleid. Hij was een pionier in het energie- en klimaatdebat sinds de jaren 1970. Op de strategisch essentiële keuzes, zoals over atoomkern-energie, hernieuwbare energie en energiebehoud en -efficiëntie, was hij vooruit op zijn tijd. Hij was projectleider van de Vlaamse milieurapporten (1993-1998) en verantwoordelijk voor het ontwerp, de structuur, de inhoud en de publicatie van de eerste rapporten (Garant). Hij was Lid van het IPCC (1998-2014), met een uitzonderlijk actieve bijdrage aan het Speciaal Rapport ‘Renewable Energy Sources and Climate Change Mitigation’ (2011).
De website van de auteur
Uitdagende peuters en kleuters uitdagen – on)gewenst gedrag bij een ontwikkelingsvoorsprong
Uitgangspunt van het boek Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is om kennis en inzicht te geven in het gedrag en de behoeften van pientere peuters en kleuters. Daarnaast biedt het praktische handvatten voor een passende begeleiding van deze kinderen in de groep.
In het boek wordt uitgelegd wat een ontwikkelingsvoorsprong is en hoe deze te herkennen. Er wordt beschreven hoe en waarom de ontwikkeling bij uitdagende peuters en kleuters anders verloopt dan bij andere kinderen. Hierbij wordt er een koppeling gelegd tussen diverse theorieën en de praktijk.
Voorkomen is beter dan genezen. De auteurs geven een leidraad om preventief te kunnen handelen door een uitgebreide intake, een uitdagende omgeving en het stellen van doelen.
Voor pientere peuters en kleuters met hardnekkig en ongewenst gedrag biedt het boek een praktische aanpak met ‘De Pientere Blik’. Uiteenlopende gedragingen komen aan bod. Dit alles wordt verduidelijkt aan de hand van praktische voorbeelden. Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is een boek dat aansluit bij de praktijk en bedoeld is voor alle professionals die voor peuters en kleuters werken en voor ouders van pientere kinderen.
Marijne Sammels en Willeke Rol hebben beiden vele jaren ervaring in het begeleiden van pientere peuters en kleuters en het opleiden van professionals die met deze kinderen werken. Met dit boek willen ze hun kennis en ervaring delen met het werkveld, zodat het jonge kind met een ontwikkelingsvoorsprong nog beter (h)erkend en begeleid kan worden.
Uitdagende peuters en kleuters uitdagen – on)gewenst gedrag bij een ontwikkelingsvoorsprong
Uitgangspunt van het boek Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is om kennis en inzicht te geven in het gedrag en de behoeften van pientere peuters en kleuters. Daarnaast biedt het praktische handvatten voor een passende begeleiding van deze kinderen in de groep.
In het boek wordt uitgelegd wat een ontwikkelingsvoorsprong is en hoe deze te herkennen. Er wordt beschreven hoe en waarom de ontwikkeling bij uitdagende peuters en kleuters anders verloopt dan bij andere kinderen. Hierbij wordt er een koppeling gelegd tussen diverse theorieën en de praktijk.
Voorkomen is beter dan genezen. De auteurs geven een leidraad om preventief te kunnen handelen door een uitgebreide intake, een uitdagende omgeving en het stellen van doelen.
Voor pientere peuters en kleuters met hardnekkig en ongewenst gedrag biedt het boek een praktische aanpak met ‘De Pientere Blik’. Uiteenlopende gedragingen komen aan bod. Dit alles wordt verduidelijkt aan de hand van praktische voorbeelden. Uitdagende peuters en kleuters uitdagen is een boek dat aansluit bij de praktijk en bedoeld is voor alle professionals die voor peuters en kleuters werken en voor ouders van pientere kinderen.
Marijne Sammels en Willeke Rol hebben beiden vele jaren ervaring in het begeleiden van pientere peuters en kleuters en het opleiden van professionals die met deze kinderen werken. Met dit boek willen ze hun kennis en ervaring delen met het werkveld, zodat het jonge kind met een ontwikkelingsvoorsprong nog beter (h)erkend en begeleid kan worden.
De taal van leiders – Hoe toppolitici communiceren
Daniel Mizere is een taal- en communicatiespecialist. Hij werkt als communicatiestrateeg en adviseert bedrijven, politici en ngo’s. Daarvoor was hij militair tolk bij het ministerie van Defensie, waarvoor hij ook meermaals werd ingezet in binnen- en buitenland. Daniel is nog steeds actief als reserveofficier (Kapitein) op het gebied van Communicatie & Engagement. Hij studeerde toegepaste taalkunde (Engels, Frans en Nederlands) aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde een master in de journalistiek aan de Vrije Universiteit Brussel.
De taal van leiders – Hoe toppolitici communiceren
Daniel Mizere is een taal- en communicatiespecialist. Hij werkt als communicatiestrateeg en adviseert bedrijven, politici en ngo’s. Daarvoor was hij militair tolk bij het ministerie van Defensie, waarvoor hij ook meermaals werd ingezet in binnen- en buitenland. Daniel is nog steeds actief als reserveofficier (Kapitein) op het gebied van Communicatie & Engagement. Hij studeerde toegepaste taalkunde (Engels, Frans en Nederlands) aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde een master in de journalistiek aan de Vrije Universiteit Brussel.
Verbouwen versus nieuwbouw – Knelpunten in de vastgoedsector
Het tijdstip waarop een gebouw in gebruik werd genomen of nog niet in gebruik werd genomen lijkt cruciaal in de definiëring van “nieuwbouw”. Kan een gebouw na de eerste ingebruikname nog verkocht worden mét toepassing van de btw? Waar ligt de scheidingslijn tussen een verbouwing en een nieuwbouw?
Dit boek analyseert een aantal knelpunten langs de inkomende zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan een verbouwing aan 6 %?) maar ook aan de uitgaande zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan de verkoop onder btw-stelsel en aan welk btw-tarief?)
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Verbouwen versus nieuwbouw – Knelpunten in de vastgoedsector
Het tijdstip waarop een gebouw in gebruik werd genomen of nog niet in gebruik werd genomen lijkt cruciaal in de definiëring van “nieuwbouw”. Kan een gebouw na de eerste ingebruikname nog verkocht worden mét toepassing van de btw? Waar ligt de scheidingslijn tussen een verbouwing en een nieuwbouw?
Dit boek analyseert een aantal knelpunten langs de inkomende zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan een verbouwing aan 6 %?) maar ook aan de uitgaande zijde van de vastgoedmarkt (Wanneer kan de verkoop onder btw-stelsel en aan welk btw-tarief?)
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
Making Strategic Choices in Social Science Research (GERN Research Paper Series – nr 7)
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht – in hoofdlijnen (28ste uitgave) | hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2023.
Jos J. Couturier (†), Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters , Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt, Research manager Universiteit Antwerpen, Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet, Gastprofessor Universiteit Antwerpen
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)
In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.
Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.
Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?
Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.
In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.
In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)
In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.
Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.
Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?
Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.
In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.
In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
KLEIO jrg. 52, nr. 3 (Juni 2023)
Steven Berrens
108 Van rouwklacht naar liefdeslied: liefde, dood en verlangen in de derde elegie van Tibullus
Mieke de Vos
121 Een hard gelag? Umberto Eco als gids tot de vroegchristelijke humor
Roald Dijkstra 134 Recensies
140 Notitie
143 Website-materiaal
144 Over de auteurs van de artikels
KLEIO jrg. 52, nr. 3 (Juni 2023)
Steven Berrens
108 Van rouwklacht naar liefdeslied: liefde, dood en verlangen in de derde elegie van Tibullus
Mieke de Vos
121 Een hard gelag? Umberto Eco als gids tot de vroegchristelijke humor
Roald Dijkstra 134 Recensies
140 Notitie
143 Website-materiaal
144 Over de auteurs van de artikels
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Procedure inzake btw – Controle- en bewijsmiddelen – Verjaring – Geding
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Een btw-controle kan maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Ten slotte worden op bondige wijze de regels inzake het geding met zijn administratieve en gerechtelijke fase van toepassing op het btw-stelsel toegelicht.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Algemeen strafrecht – (7e) een overzicht, herziene uitgave
Aan bod komen de algemene principes van het materieel strafrecht, zoals terug te vinden in het algemeen strafrecht van het Strafwetboek (art. 1-100ter Sw.). Achtereenvolgens worden behandeld: het begrip ‘strafrecht’, kenmerken van het strafrecht, het toepassingsgebied van de strafwetten, het misdrijf (incl. rechtvaardigingsgronden, schulduitsluitingsgronden en beslissende verschoningsgronden), de strafbare poging en de strafbare deelneming, de strafrechtelijke sancties en de principes van straftoemeting (incl. verzwarende omstandigheden, wettelijke herhaling, verzachtende omstandigheden, strafverminderende verschoningsgronden, samenloop, opschorting en uitstel).
Bijzonder aan deze uitgave is de nadruk op de interactie met de studenten. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met niet minder dan 219 concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
De inhoud van deze uitgave is volledig aangepast aan de zogenaamde potpourri-wetten die het strafrecht op heel wat vlakken wijzigden. Er werd ook rekening gehouden met het arrest van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2017 waarbij een aantal bepalingen uit de potpourri II-wetgeving werden vernietigd. Bovendien werden enkele belangrijke wetswijzigingen van de voorbije vier jaar opgenomen in deze uitgave en wordt er ook kort ingegaan op de opmerkelijkste nieuwigheden die met het nieuwe Strafwetboek in het verschiet liggen.
Kathleen Duerinckx is lector Strafrecht, Criminologie en Wereldburgerschap & maatschappelijk engagement aan hogeschool UCLL te Leuven.
Btw-eetjes Deel 23
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Btw-eetjes Deel 23
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn of haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB) en werkt als adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Jij bent aan zet – Beveilig je organisatie door te denken als de vijand (Reeks Counterplay nr. 1)
Met tal van praktische voorbeelden en nuttige tips, vertaalt Counterplay zich in haalbare methodes op maat van elke organisatie. De mens staat centraal, want hoe je het ook draait of keert: menselijk handelen is cruciaal in elk veiligheidsbeleid. Mensen kunnen je zwakste schakel zijn, maar met de juiste begeleiding en handvaten worden ze je sterkste troef.
Counterplay is bedoeld voor iedereen die wil werken aan veiligheid op de job. Voor security professionals die nieuwe veiligheidsinzichten willen toevoegen aan hun organisatie. Voor medewerkers van hulpdiensten, veiligheidspersoneel van musea en andere instituten, maar ook voor hospitality- en onthaalteams van organisaties en events. Je leert proactief observeren, kritisch naar je eigen (beveiligings)middelen kijken en effectieve barrières opwerpen op een toegankelijke manier.
Kim Covent is adviseur bij de Gentse lokale politie en heeft intussen meer dan 14 jaar ervaring in communicatie en beleid op het lokale niveau. Als internationale spreker geeft ze voordrachten en opleidingen over observatietechnieken, non-verbale communicatie en proactieve beveiliging. Ze zet in op gamification en action learning bij het spotten en begrijpen van afwijkend gedrag en de voorbereidingen van een criminele aanval.
Wesley De Smet, CPP, is afdelingshoofd Facilitair beheer in het Gentse Museum voor Schone Kunsten. Hij is een expert in museumbeveiliging en crisismanagement en werkte eerder als consulent veiligheid & welzijn, preventieadviseur en noodplanningsambtenaar bij verschillende overheidsdiensten. Hij spreekt op nationale en internationale fora en zetelt in het bestuur van ASIS International Benelux Chapter.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Controlemaatregelen en bewijsmiddelen
In het kader van een btw-controle kan gebruik worden gemaakt van een aantal bewijsmiddelen van het gemeen recht maar ook van een aantal specifieke bewijsmiddelen die voorzien zijn in het W.BTW, zoals de deskundige schatting en de ambtelijke aanslag. Ook het proces-verbaal heeft een bijzondere rol binnen een btw-controle.
Ten slotte kan de btw-controle maar productief worden verricht binnen de grenzen van de verjaringstermijnen. Hierbij wordt de toepasselijkheid van de verschillende verjaringstermijnen inzake btw toegelicht aan de hand van voorbeelden.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma- nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Holistisch opvoeden – Open voor de mogelijkheden van jezelf en je kind
De auteur biedt in dit boek een holistische methode met oefenkaarten aan om jezelf (en dus ook je kind) in balans te brengen. Ervaar wat dit boek voor jou en je omgeving kan betekenen.
Toen Natasja Schipper – na haar studie (Forensische) Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam – in de jeugdzorg terechtkwam, besefte ze dat ze het contact met haar eigen kracht – haar zachte, krachtige energie, haar voelen en haar innerlijke rust – verbroken had. Na de energetische opleiding ‘Intuïtieve Ontwikkeling bij Mens & Intuïtie’ vond ze haar balans terug. Ze kreeg haar daadkracht en enthousiasme terug. Vanuit die kracht inspireert ze nu ouders hetzelfde te doen.
Holistisch opvoeden – Open voor de mogelijkheden van jezelf en je kind
De auteur biedt in dit boek een holistische methode met oefenkaarten aan om jezelf (en dus ook je kind) in balans te brengen. Ervaar wat dit boek voor jou en je omgeving kan betekenen.
Toen Natasja Schipper – na haar studie (Forensische) Orthopedagogiek aan de Universiteit van Amsterdam – in de jeugdzorg terechtkwam, besefte ze dat ze het contact met haar eigen kracht – haar zachte, krachtige energie, haar voelen en haar innerlijke rust – verbroken had. Na de energetische opleiding ‘Intuïtieve Ontwikkeling bij Mens & Intuïtie’ vond ze haar balans terug. Ze kreeg haar daadkracht en enthousiasme terug. Vanuit die kracht inspireert ze nu ouders hetzelfde te doen.
Geen pANiek. Snel op weg met anderstalige nieuwkomers (3e gewijzigde druk)
Lieve Lenaerts, teamtrekker diversiteit van DoorElkaar Hivset Campus, een expertisecentrum van interculturaliteit en anderstaligheid. Ze was daarvoor ruim tien jaar lang verbonden aan de okan-afdeling Hivset, als coördinator en als leerkracht en geeft momenteel vele vormingen extern en intern inzake diversiteit en meertaligheid. Yasmine Wauthier studeerde af als leerkracht lager onderwijs en psycholoog in de sociale en ontwikkelingspsychologie. Ze werkte als documentalist bij docAtlas in Turnhout en Antwerpen, didactisch ondersteuner bij de AP Hogeschool Antwerpen en als beleidsmedewerker bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Nu werkt ze bij de AP Hogeschool Antwerpen binnen onderwijskwaliteit en als educatief onderzoeker.
Geen pANiek. Snel op weg met anderstalige nieuwkomers (3e gewijzigde druk)
Lieve Lenaerts, teamtrekker diversiteit van DoorElkaar Hivset Campus, een expertisecentrum van interculturaliteit en anderstaligheid. Ze was daarvoor ruim tien jaar lang verbonden aan de okan-afdeling Hivset, als coördinator en als leerkracht en geeft momenteel vele vormingen extern en intern inzake diversiteit en meertaligheid. Yasmine Wauthier studeerde af als leerkracht lager onderwijs en psycholoog in de sociale en ontwikkelingspsychologie. Ze werkte als documentalist bij docAtlas in Turnhout en Antwerpen, didactisch ondersteuner bij de AP Hogeschool Antwerpen en als beleidsmedewerker bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Nu werkt ze bij de AP Hogeschool Antwerpen binnen onderwijskwaliteit en als educatief onderzoeker.
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Afbraak en heropbouw: wanneer aan 6%? (2e herziene uitgave)
Onder bepaalde voorwaarden kunnen echter de afbraak en de heropbouw genieten van 6 %.
Aanvankelijk gold de regeling enkel voor 32 steden. Nadien kwam er een (tijdelijke) regeling die voor het volledige Belgische grondgebied geldt. Beide regelingen bestaan naast elkaar en alhoewel er veel gelijkenissen zijn, is de regeling die van toepassing is op het volledige Belgische grondgebied ruimer maar ook complexer.
Dit boek bevat een overzicht van de administratieve standpunten aangaande de mogelijkheden om een gebouw af te breken en herop te bouwen aan 6 %.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Als je nest niet veilig is – Intrafamiliaal geweld door de ogen van het kind
Gelukkig kreeg grote Ann haar leven uiteindelijk goed op de rails; ze studeerde rechten, werd juriste en kon haar kinderen wel een veilig nest geven. Toch laat haar verleden haar nooit meer los.
In dit boek geeft grote Ann, de auteur, aan de hand van herinneringen weer in welke context ze opgroeide en moest overleven. Sommige buitenstaanders wisten wat er in het gezin gebeurde, maar besloten de andere kant op de kijken. Door dit boek te schrijven wil ze de ogen openen van slachtoffers, plegers, hulpverleners, justitie, maar ook van vrienden, familieleden of buren van deze kinderen. Door sneller, efficiënter en bewuster in te grijpen, kan bij veel van deze kinderen de vicieuze cirkel doorbroken worden, zodat ook zij recht op leven krijgen in plaats van de plicht op overleven.
Kijk niet meer weg, voor de kinderen.
Ann Audenaert is juriste van opleiding, heeft jaren les gegeven in het secundair onderwijs en werkt als begeleider inspraakorganen van het hoger onderwijs. Van kleins af aan wilde ze een boek schrijven over intrafamiliaal geweld en zo iets betekenen voor de slachtoffers ervan. Ze is al vele jaren vrijwilliger bij de Beweging tegen geweld – vzw Zijn, en zet daar haar ervaringen in om mensen en professionelen te sensibiliseren.
Als je nest niet veilig is – Intrafamiliaal geweld door de ogen van het kind
Gelukkig kreeg grote Ann haar leven uiteindelijk goed op de rails; ze studeerde rechten, werd juriste en kon haar kinderen wel een veilig nest geven. Toch laat haar verleden haar nooit meer los.
In dit boek geeft grote Ann, de auteur, aan de hand van herinneringen weer in welke context ze opgroeide en moest overleven. Sommige buitenstaanders wisten wat er in het gezin gebeurde, maar besloten de andere kant op de kijken. Door dit boek te schrijven wil ze de ogen openen van slachtoffers, plegers, hulpverleners, justitie, maar ook van vrienden, familieleden of buren van deze kinderen. Door sneller, efficiënter en bewuster in te grijpen, kan bij veel van deze kinderen de vicieuze cirkel doorbroken worden, zodat ook zij recht op leven krijgen in plaats van de plicht op overleven.
Kijk niet meer weg, voor de kinderen.
Ann Audenaert is juriste van opleiding, heeft jaren les gegeven in het secundair onderwijs en werkt als begeleider inspraakorganen van het hoger onderwijs. Van kleins af aan wilde ze een boek schrijven over intrafamiliaal geweld en zo iets betekenen voor de slachtoffers ervan. Ze is al vele jaren vrijwilliger bij de Beweging tegen geweld – vzw Zijn, en zet daar haar ervaringen in om mensen en professionelen te sensibiliseren.
Aut of the box – Creatieve toolbox voor & door mensen met & zonder autisme (10 kaarten)
Met een creatieve opdracht bezig zijn kan rust brengen in je drukke (innerlijke) wereld, bijvoorbeeld als je overprikkeld bent of dreigt te geraken. Bij onderprikkeling kan het juist een laagdrempelige stimulans zijn om invulling te geven aan je tijd.
Deze creatieve toolbox bestaat uit een handleiding en kaartenset met creatieve opdrachten en nodigt uit tot zelfexpressie, zelfreflectie en psycho-educatie. De kaarten zijn in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met autisme, maar kunnen iedereen inspireren om creatief bezig te zijn. Het kan veel voldoening geven om iets zelf te maken en dat stimuleert mentaal welbevinden.
De opdrachten kunnen individueel of in groepsverband, met of zonder begeleiding uitgevoerd worden. De opdrachten zijn ook zelfstandig uit te voeren – met eenvoudige materialen – en autismevriendelijk omschreven.
Naast onderzoeker is Martine Mussies ervaringsdeskundige op het gebied van autisme. Zij publiceert regelmatig in woord en beeld over autisme (onder meer in de boeken Lifehacks voor meiden met autisme en Lifehacks voor vrouwen met autisme). Daarnaast ontwikkelt ze steeds nieuwe creatieve & muzikale projecten.
Als beeldend kunstenaar heeft Jolijn de Wolf zich gespecialiseerd in het verbeelden van emoties en innerlijke processen. Daarnaast volgde zij de opleiding tot autisme-expert bij Autisme Centraal. Momenteel is zij werkzaam als levensloopbegeleider van mensen met autisme (onder andere via Stichting Vanuit Autisme Bekeken). Tijdens haar werk als autismedeskundige merkte zij dat er zowel bij de doelgroep als de begeleiding een grote behoefte is aan praktisch gereedschap dat op creatieve wijze bijdraagt aan zelfontwikkeling.
Aut of the box – Creatieve toolbox voor & door mensen met & zonder autisme (10 kaarten)
Met een creatieve opdracht bezig zijn kan rust brengen in je drukke (innerlijke) wereld, bijvoorbeeld als je overprikkeld bent of dreigt te geraken. Bij onderprikkeling kan het juist een laagdrempelige stimulans zijn om invulling te geven aan je tijd.
Deze creatieve toolbox bestaat uit een handleiding en kaartenset met creatieve opdrachten en nodigt uit tot zelfexpressie, zelfreflectie en psycho-educatie. De kaarten zijn in eerste instantie ontwikkeld voor mensen met autisme, maar kunnen iedereen inspireren om creatief bezig te zijn. Het kan veel voldoening geven om iets zelf te maken en dat stimuleert mentaal welbevinden.
De opdrachten kunnen individueel of in groepsverband, met of zonder begeleiding uitgevoerd worden. De opdrachten zijn ook zelfstandig uit te voeren – met eenvoudige materialen – en autismevriendelijk omschreven.
Naast onderzoeker is Martine Mussies ervaringsdeskundige op het gebied van autisme. Zij publiceert regelmatig in woord en beeld over autisme (onder meer in de boeken Lifehacks voor meiden met autisme en Lifehacks voor vrouwen met autisme). Daarnaast ontwikkelt ze steeds nieuwe creatieve & muzikale projecten.
Als beeldend kunstenaar heeft Jolijn de Wolf zich gespecialiseerd in het verbeelden van emoties en innerlijke processen. Daarnaast volgde zij de opleiding tot autisme-expert bij Autisme Centraal. Momenteel is zij werkzaam als levensloopbegeleider van mensen met autisme (onder andere via Stichting Vanuit Autisme Bekeken). Tijdens haar werk als autismedeskundige merkte zij dat er zowel bij de doelgroep als de begeleiding een grote behoefte is aan praktisch gereedschap dat op creatieve wijze bijdraagt aan zelfontwikkeling.
Voorbij de schaduw – De vier seizoenen als gids voor levensvragen
Met de seizoenen als metafoor leidt dit boek je stap voor stap naar dit levensdoel. Het toont je door middel van praktische oefeningen en inzichten hoe je met moeilijke situaties, zoals het verliezen van een dierbare of het maken van moeilijke keuzes, kunt leren omgaan. Het gebruik van de natuur als inspiratiebron maakt dit boek origineel en vooral heel krachtig.
‘Op het ritme van de seizoenen en met de rijke symboliek van de natuur kan Voorbij de schaduw op je weg naar meer balans en naar dieper contact met je eigen potentieel een gids naar meer welzijn en geluk zijn. Stap voor stap, cyclus na cyclus. Met altijd het uitzicht op een nieuwe start.’
— Walter Krikilion, psychotherapeut en theoloog, stafmedewerker zingeving, ethiek en cliëntenparticipatie OPZ Geel.
Conny Ielegems was werkzaam in psychiatrische ziekenhuizen, in de Bijzondere Jeugdzorg en in de sector voor mensen met een mentale beperking. Ze is nu integratief humanistische psychotherapeute met een eigen praktijk. Eerder schreef ze al Een stap uit de duisternis (Cyclus, 2019).
Voorbij de schaduw – De vier seizoenen als gids voor levensvragen
Met de seizoenen als metafoor leidt dit boek je stap voor stap naar dit levensdoel. Het toont je door middel van praktische oefeningen en inzichten hoe je met moeilijke situaties, zoals het verliezen van een dierbare of het maken van moeilijke keuzes, kunt leren omgaan. Het gebruik van de natuur als inspiratiebron maakt dit boek origineel en vooral heel krachtig.
‘Op het ritme van de seizoenen en met de rijke symboliek van de natuur kan Voorbij de schaduw op je weg naar meer balans en naar dieper contact met je eigen potentieel een gids naar meer welzijn en geluk zijn. Stap voor stap, cyclus na cyclus. Met altijd het uitzicht op een nieuwe start.’
— Walter Krikilion, psychotherapeut en theoloog, stafmedewerker zingeving, ethiek en cliëntenparticipatie OPZ Geel.
Conny Ielegems was werkzaam in psychiatrische ziekenhuizen, in de Bijzondere Jeugdzorg en in de sector voor mensen met een mentale beperking. Ze is nu integratief humanistische psychotherapeute met een eigen praktijk. Eerder schreef ze al Een stap uit de duisternis (Cyclus, 2019).
Het nieuwe goederenrecht en de btw
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Het nieuwe goederenrecht en de btw
In de vastgoedsector worden de zakelijke rechten veel gebruikt om fiscaal te optimaliseren. Centraal staat het begrip “nieuw gebouw” en de zoektocht om de voorbelasting te kunnen recupereren. Het tijdstip waarop dit recht op aftrek kan gebeuren, hangt af van de hoedanigheid van de partijen.
Dit boek bevat praktijkcasussen voorgelegd aan de DVB en de btw-administratie inzake vruchtgebruik, opstal, erfpacht en in mindere mate de erfdienstbaarheid. Ook het recht van bewoning komt aan bod.
Daarnaast komt ook de onroerende leasing (KB nr. 30) aan bod die gebruik maakt van het recht van opstal of het recht van erfpacht om de rechten en plichten van de partijen te structureren.
Ten slotte geven we ook praktijkvoorbeelden van de optionele onroerende verhuur die een alternatief vormt op het werken met zakelijke rechten.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 2 (’22-’23)
Onderwijzen is een complex gebeuren waarbij de leerkracht in het hier en nu veel ballonnen tegelijk in de lucht moet houden. Er zijn dus vele redenen om als leerkracht te willen blijven leren. Levenslang leren is geen boutade, maar een noodzaak. Een belangrijk ‘hulpmiddel’ om dat levenslang leren vorm te geven, zijn de collega’s om je heen. In Beter samen leren laat Eric Verbiest ons nadenken over hoe we dit binnen eigen leergemeenschappen vorm kunnen geven en wat de mogelijke valkuilen zijn. Leren van ieders ervaring als boeiende boodschap. Even verpozen bij een praktijkverslag. In Acht sjarels... Een kleuterjuf vertelt nemen Els Van Waes en Jilka Van Tienen ons mee in een positief verhaal over de aanpak van kleuters die de sfeer te vaak verstoren.Een OFWA die prikkelt.
Peer mediation, een methodiek waarbij leerlingen leren om zelf conflicten in hun omgeving te herkennen, te definiëren, bespreekbaar te maken en aan te pakken, leidde in verschillende basisscholen tot meer welbevinden onder de leerlingen en minder onderling pesten. Deze techniek heeft zowel een plaats in preventie als in de curatieve aanpak van moeilijk te begrijpen gedrag. In Peer Mediation in de basisschool laat Rudi Boelen ons kennis maken met wat de belangrijkste aspecten zijn van deze methodiek.
Heb jij ook de ervaring dat het in je klas steeds belangrijker wordt om aandacht te schenken aan het emotioneel welbevinden om succesvolle leerprocessen met je leerlingen realiseren? Geloof je ook in de kracht van alternatieve methodes om in je klas te werken aan emoties? Dan is het artikel Zumi’s zeker iets voor jou. Barbara Cool neemt ons mee in het muzikale verhaal dat ze schreef met en voor kinderen om emoties bespreekbaar te maken en te beleven.
Het is niet eenvoudig om kinderen bewust te maken van het belang van executieve functies. Kristel De Bruyne vertelt ons in De kracht van denkdieren hoe ze hier samen met haar collega’s mee aan de slag gaat vanuit een milieuverhaal: elk dier vertegenwoordigt een executieve functie en is nodig bij het oplossen van het probleem!
Kinderen moeten gelukkig zijn op school. Deze titel lijkt een evidente uitspraak waartegen geen bezwaar kan worden aangetekend. Achter die vanzelfsprekendheid zitten echter vele kenmerken en voorwaarden die de nodige aandacht moeten krijgen opdat kinderen echt gelukkig kunnen worden op school. Roger Boonen neemt ons mee in zijn boeiende gedachtegang over dit thema.
Studio Sesam ijvert voor meer diversiteit in de Vlaamse kinderboekenwereld. Onlangs bracht deze pionier 7 prentenboeken uit met nieuwe talentvolle schrijvers en illustratoren met een diverse achtergrond.
Om te eindigen willen we je graag goesting laten krijgen in een methode om kinderen te leren omgaan met situaties waarmee ze het moeilijk hebben en dit zonder dat ze daarvoor in therapie moeten gaan. In Het ACTieve avontuur vertelt Loes Rolefes-Wesselink hoe deze methode in haar werk gaat.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 2 (’22-’23)
Onderwijzen is een complex gebeuren waarbij de leerkracht in het hier en nu veel ballonnen tegelijk in de lucht moet houden. Er zijn dus vele redenen om als leerkracht te willen blijven leren. Levenslang leren is geen boutade, maar een noodzaak. Een belangrijk ‘hulpmiddel’ om dat levenslang leren vorm te geven, zijn de collega’s om je heen. In Beter samen leren laat Eric Verbiest ons nadenken over hoe we dit binnen eigen leergemeenschappen vorm kunnen geven en wat de mogelijke valkuilen zijn. Leren van ieders ervaring als boeiende boodschap. Even verpozen bij een praktijkverslag. In Acht sjarels... Een kleuterjuf vertelt nemen Els Van Waes en Jilka Van Tienen ons mee in een positief verhaal over de aanpak van kleuters die de sfeer te vaak verstoren.Een OFWA die prikkelt.
Peer mediation, een methodiek waarbij leerlingen leren om zelf conflicten in hun omgeving te herkennen, te definiëren, bespreekbaar te maken en aan te pakken, leidde in verschillende basisscholen tot meer welbevinden onder de leerlingen en minder onderling pesten. Deze techniek heeft zowel een plaats in preventie als in de curatieve aanpak van moeilijk te begrijpen gedrag. In Peer Mediation in de basisschool laat Rudi Boelen ons kennis maken met wat de belangrijkste aspecten zijn van deze methodiek.
Heb jij ook de ervaring dat het in je klas steeds belangrijker wordt om aandacht te schenken aan het emotioneel welbevinden om succesvolle leerprocessen met je leerlingen realiseren? Geloof je ook in de kracht van alternatieve methodes om in je klas te werken aan emoties? Dan is het artikel Zumi’s zeker iets voor jou. Barbara Cool neemt ons mee in het muzikale verhaal dat ze schreef met en voor kinderen om emoties bespreekbaar te maken en te beleven.
Het is niet eenvoudig om kinderen bewust te maken van het belang van executieve functies. Kristel De Bruyne vertelt ons in De kracht van denkdieren hoe ze hier samen met haar collega’s mee aan de slag gaat vanuit een milieuverhaal: elk dier vertegenwoordigt een executieve functie en is nodig bij het oplossen van het probleem!
Kinderen moeten gelukkig zijn op school. Deze titel lijkt een evidente uitspraak waartegen geen bezwaar kan worden aangetekend. Achter die vanzelfsprekendheid zitten echter vele kenmerken en voorwaarden die de nodige aandacht moeten krijgen opdat kinderen echt gelukkig kunnen worden op school. Roger Boonen neemt ons mee in zijn boeiende gedachtegang over dit thema.
Studio Sesam ijvert voor meer diversiteit in de Vlaamse kinderboekenwereld. Onlangs bracht deze pionier 7 prentenboeken uit met nieuwe talentvolle schrijvers en illustratoren met een diverse achtergrond.
Om te eindigen willen we je graag goesting laten krijgen in een methode om kinderen te leren omgaan met situaties waarmee ze het moeilijk hebben en dit zonder dat ze daarvoor in therapie moeten gaan. In Het ACTieve avontuur vertelt Loes Rolefes-Wesselink hoe deze methode in haar werk gaat.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border (4th, revised edition)
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
VAT for Economists – A Guide for Businesses Operating Cross-Border (4th, revised edition)
This book provides a clear overview of the VAT-system in the EU. The focus lies on explaining the VAT consequences of economic transactions. The right of deduction has been referred to as the “cornerstone” of the VAT system, through the relationship between input and output one can even speak about the heart of the VAT system. The invoice which complies with the rules (possession of a correct invoice) is the “ticket of admission” to the right to deduct. The deduction system is meant to relieve the trader of the burden of the VAT payable or paid in the course of all his economic activities, provided these are subject to VAT.
The approach is very practical. The VAT system is explained by means of examples, drawings and overview diagrams.
Authors have to make choices. By separating essentials from side-issues we managed to write a book which contains the essence of VAT.
Stefan Ruysschaert works as an advisor at the FPS Finance in Belgium and is Professor of VAT at Ghent University. He is a (guest) lecturer for academic scholars as well as for tax practitioners. He has written many books on VAT and numerous articles for fiscal periodicals and is a member of several committees of fiscal books and periodicals. He is regularly invited to speak on indirect taxation at conferences and seminars.
KLEIO jrg. 52, nr. 2 (april 2023)
Cicero, symbool bij uitstek van westerse beschaving, zou vandaag in Den Haag ongetwijfeld veroordeeld worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Ronduit ontluisterend is in dit opzicht het korte artikel van Toon Van Houdt over Romeinse oorlogsbrutaliteit, dat eerder al gepubliceerd werd op de rijke site Hic et Nunc. Het is een sterke bijdrage over een facet van de Romeinse cultuur dat lang onderbelicht bleef: Attila, 'de gesel Gods', geldt als spreekwoordelijke geweldenaar, maar de Romeinen moesten niet onderdoen of waren misschien nog wreder. De exploten van Cicero als generaal blijken onthutsend revelerend voor de Romeinse praktijk: als die zelfverklaarde moralist daar zijn hand al niet voor omdraaide, dan zegt dat veel over de gangbare praktijken. Als aanvullend materiaal bij het artikel vindt u op de Kleio-site ook de Latijnse teksten en vertalingen ervan, met oog op didactisch gebruik. Die teksten zijn zorgvuldig wegge- poetst uit bloemlezingen van Cicero's brieven en aan het oog van leerlingen onttrokken. Hoog tijd dat dit aan bod komt in onze lessen Latijn....
Al te vaak wordt Cicero nog als onvolprezen model opgevoerd. Dat hij het goed kon zeggen, blijft gelden. Maar al in 2004 stelde Maja Pellikaan-Engel in haar publicatie Het recept van Calypso. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief terechte vragen bij Cicero – verheerlijker van de genocidaire Scipiones – als symbool van beschaving. Ze wijst er onder andere op dat Cicero met zijn rede De re agragia op uiterst reactionaire wijze de akkerwet van Tiberius Gracchus kelderde – een wet die nochtans slechts een hernieuwing was van een bestaande wet tegen het grootgrondbezit en die alleen de schrijnendste misbruiken van de elite wou inperken. Sociale rechtvaardigheid was niet aan Cicero besteed, geobsedeerd als hij was door het toegangsticket tot de Romeinse nobilitas. Zijn Pro Milone staat bol van de desinformatie, maar fungeert in onze westerse cultuur als model voor de gerechtelijke rede. Zijn Catilinarische redevoeringen zijn populisme ten top, maar staan tot op heden model voor de politieke rede. Onhult dat niet veel over de waarden die we in onze westerse cultuur menen te verdedigen en menen door te geven tot op vandaag? Moet Cicero dan 'gecanceld' worden? Integendeel: lees hem, bespreek hem, doorprik zijn zelfingenomen moralisme, zet vragen bij de gangbare beeldvorming. Levert zo een onderzoek geen uitgelezen kans om te tonen hoe graai- en eerzucht verpakt kunnen worden in mooi klinkende betogen? Is dit geen prachtige gelegenheid om te attenderen op de rattenvangers van Hamelen van vandaag?
In zijn artikel over verdwaalde en verdwenen kinderen richt Christian Laes – altijd goed voor verrassende invalshoeken – o.a. onze aandacht op hoe de antieke teksten vaak geen antwoord geven op wat we willen weten en net wel een antwoord bieden op vragen die we niet stellen. Met alerte blik doet Christian Laes ons naar teksten uit de oudheid kijken met andere ogen, voorbij de horizon van onze verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het levert verrijkende kennis op.
En manga, Japanse strips die in Europa almaar aan populariteit winnen, associëren we niet onmiddellijk met de klassieke oudheid. Bert Gevaert maakt duidelijk dat alvast de Romeinse oudheid er in enkele mangareeksen prominent de dienst uitmaakt. U hebt meteen nieuwe invalshoeken voor uw lessen: Romeinse cultuur door Japanse ogen. Het biedt mogelijkheden tot inclusiever oudheidonderwijs, de nieuwe didactische hot topic waar David Rijser en Inger Kuin in vorige nummers van Kleio al aandacht voor vroegen en waar VLOT dit jaar in maart een interessante nascholing over organiseerde.
Wat er verder te melden valt: Tom Ingelbrecht ambieert op zijn website ongepubliceerd vertaalmateriaal een tweede leven te geven en tegelijkertijd vooruit te kijken naar 'nieuwe' teksten. Hou het in de gaten.
Koen Vandendriessche
Over de auterus van de artikels
Bert Gevaert is doctor in de Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks, leerkracht klassieke talen in het Sint-Lodewijkscollege en stadsgids in Brugge. In zijn onderzoek en lezingen focust hij zich op 'disability studies', krijgskunst, Romeinse, middeleeuwse en napoleontische geschiedenis. Van zijn hand verschenen Te wapen (Davidsfonds/WPG, 2016), Het grote verhaal van kleine mensen (Davidsfonds, 2017), Bloedstollend Brugge (Saga Uitgaven, 2017), Roma Intima: liefde, lijf en lust (Sterck & De Vreese, 2020) en tal van wetenschappelijke artikels. Hij is ook lesgever voor Davidsfonds Academie (Te Wapen, Wat een zotten die Romeinen, Mongolië) en reisbegeleider voor de Davidsfonds Cultuurreizen naar Mongolië.
Christian Laes is gewoon hoogleraar (Professor of Ancient History) aan de University of Manchester (UK), en is tevens verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Als sociocultureel historicus van de oudheid bestudeert hij de menselijke levensloop (kinderen, jeugd, huwelijk) in vele facetten (o.a. handicaps).
Toon Van Houdt doceert Latijn, cultuur- en receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid en vakdidactiek oude talen aan de KU Leuven. Zijn boek Mietjes, monsters en barbaren. Hoe we de klassieke oudheid gebruiken om onszelf te begrijpen (Polis, 2015) werd bekroond met de Homerusprijs van het NKV.
KLEIO jrg. 52, nr. 2 (april 2023)
Cicero, symbool bij uitstek van westerse beschaving, zou vandaag in Den Haag ongetwijfeld veroordeeld worden voor misdaden tegen de menselijkheid. Ronduit ontluisterend is in dit opzicht het korte artikel van Toon Van Houdt over Romeinse oorlogsbrutaliteit, dat eerder al gepubliceerd werd op de rijke site Hic et Nunc. Het is een sterke bijdrage over een facet van de Romeinse cultuur dat lang onderbelicht bleef: Attila, 'de gesel Gods', geldt als spreekwoordelijke geweldenaar, maar de Romeinen moesten niet onderdoen of waren misschien nog wreder. De exploten van Cicero als generaal blijken onthutsend revelerend voor de Romeinse praktijk: als die zelfverklaarde moralist daar zijn hand al niet voor omdraaide, dan zegt dat veel over de gangbare praktijken. Als aanvullend materiaal bij het artikel vindt u op de Kleio-site ook de Latijnse teksten en vertalingen ervan, met oog op didactisch gebruik. Die teksten zijn zorgvuldig wegge- poetst uit bloemlezingen van Cicero's brieven en aan het oog van leerlingen onttrokken. Hoog tijd dat dit aan bod komt in onze lessen Latijn....
Al te vaak wordt Cicero nog als onvolprezen model opgevoerd. Dat hij het goed kon zeggen, blijft gelden. Maar al in 2004 stelde Maja Pellikaan-Engel in haar publicatie Het recept van Calypso. Klassieke teksten in een hedendaags filosofisch perspectief terechte vragen bij Cicero – verheerlijker van de genocidaire Scipiones – als symbool van beschaving. Ze wijst er onder andere op dat Cicero met zijn rede De re agragia op uiterst reactionaire wijze de akkerwet van Tiberius Gracchus kelderde – een wet die nochtans slechts een hernieuwing was van een bestaande wet tegen het grootgrondbezit en die alleen de schrijnendste misbruiken van de elite wou inperken. Sociale rechtvaardigheid was niet aan Cicero besteed, geobsedeerd als hij was door het toegangsticket tot de Romeinse nobilitas. Zijn Pro Milone staat bol van de desinformatie, maar fungeert in onze westerse cultuur als model voor de gerechtelijke rede. Zijn Catilinarische redevoeringen zijn populisme ten top, maar staan tot op heden model voor de politieke rede. Onhult dat niet veel over de waarden die we in onze westerse cultuur menen te verdedigen en menen door te geven tot op vandaag? Moet Cicero dan 'gecanceld' worden? Integendeel: lees hem, bespreek hem, doorprik zijn zelfingenomen moralisme, zet vragen bij de gangbare beeldvorming. Levert zo een onderzoek geen uitgelezen kans om te tonen hoe graai- en eerzucht verpakt kunnen worden in mooi klinkende betogen? Is dit geen prachtige gelegenheid om te attenderen op de rattenvangers van Hamelen van vandaag?
In zijn artikel over verdwaalde en verdwenen kinderen richt Christian Laes – altijd goed voor verrassende invalshoeken – o.a. onze aandacht op hoe de antieke teksten vaak geen antwoord geven op wat we willen weten en net wel een antwoord bieden op vragen die we niet stellen. Met alerte blik doet Christian Laes ons naar teksten uit de oudheid kijken met andere ogen, voorbij de horizon van onze verwachtingen en vanzelfsprekendheden. Het levert verrijkende kennis op.
En manga, Japanse strips die in Europa almaar aan populariteit winnen, associëren we niet onmiddellijk met de klassieke oudheid. Bert Gevaert maakt duidelijk dat alvast de Romeinse oudheid er in enkele mangareeksen prominent de dienst uitmaakt. U hebt meteen nieuwe invalshoeken voor uw lessen: Romeinse cultuur door Japanse ogen. Het biedt mogelijkheden tot inclusiever oudheidonderwijs, de nieuwe didactische hot topic waar David Rijser en Inger Kuin in vorige nummers van Kleio al aandacht voor vroegen en waar VLOT dit jaar in maart een interessante nascholing over organiseerde.
Wat er verder te melden valt: Tom Ingelbrecht ambieert op zijn website ongepubliceerd vertaalmateriaal een tweede leven te geven en tegelijkertijd vooruit te kijken naar 'nieuwe' teksten. Hou het in de gaten.
Koen Vandendriessche
Over de auterus van de artikels
Bert Gevaert is doctor in de Taal- en Letterkunde Latijn en Grieks, leerkracht klassieke talen in het Sint-Lodewijkscollege en stadsgids in Brugge. In zijn onderzoek en lezingen focust hij zich op 'disability studies', krijgskunst, Romeinse, middeleeuwse en napoleontische geschiedenis. Van zijn hand verschenen Te wapen (Davidsfonds/WPG, 2016), Het grote verhaal van kleine mensen (Davidsfonds, 2017), Bloedstollend Brugge (Saga Uitgaven, 2017), Roma Intima: liefde, lijf en lust (Sterck & De Vreese, 2020) en tal van wetenschappelijke artikels. Hij is ook lesgever voor Davidsfonds Academie (Te Wapen, Wat een zotten die Romeinen, Mongolië) en reisbegeleider voor de Davidsfonds Cultuurreizen naar Mongolië.
Christian Laes is gewoon hoogleraar (Professor of Ancient History) aan de University of Manchester (UK), en is tevens verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Als sociocultureel historicus van de oudheid bestudeert hij de menselijke levensloop (kinderen, jeugd, huwelijk) in vele facetten (o.a. handicaps).
Toon Van Houdt doceert Latijn, cultuur- en receptiegeschiedenis van de Grieks-Romeinse oudheid en vakdidactiek oude talen aan de KU Leuven. Zijn boek Mietjes, monsters en barbaren. Hoe we de klassieke oudheid gebruiken om onszelf te begrijpen (Polis, 2015) werd bekroond met de Homerusprijs van het NKV.
Ook wij – vijftien portretten over inclusie
Kiezen voor inclusief onderwijs, werk of vrije tijd: het blijft helaas aanvoelen als pionierswerk. We leren er te weinig uit. We moeten vooral luisteren naar de kleine momenten waarop inclusie wel of niet zijn weg vindt. Inclusie zit niet in grote theorieën maar in eenvoudige woorden: ‘het is goed’, ‘kom maar af ’, ‘doe maar mee’. Alles draait om het universele gevoel van ergens bij horen en mogen zijn wie je bent.
#ookwij is een krachtige samenwerking. Brent, Sofie en Lucas namen dit project in handen en verzamelden samen met UGent vijftien getuigenissen van jongvolwassenen met een beperking. Leen De Coensel, orthopedagoog en verhalensprokkelaar, gaf hun stem vleugels. Een team supporters trok dit project mee over de eindstreep. Het werd een roadtrip vol inspiratie, verbinding en vriendschap.
Ook wij is geen speeddate, het is een oproep, een inkijk, een tipje van de sluier. Er schuilt nog zoveel meer achter elke zin. Het is op zijn minst een pleidooi, zelfs een pamflet. Zoals het kan of moet. Noodzakelijk en urgent.
— Beno Schraepen & William Boeva
Brent Basyn proefde van de opleiding sociaal-cultureel werk. Als ambassadeur voor verschillende verenigingen zet hij de rechten van personen met een beperking mee op de kaart.
Sofie De Schryver studeerde moraalwetenschappen aan de UGent. Klimaat, duurzaamheid en ecologie staan hoog op haar agenda.
Lucas Van Hijfte is student sociaal-cultureel werk. Als ervaringsdeskundige breekt hij een lans voor toegankelijkheid en gaat hij taboes niet uit de weg.
Ook wij – vijftien portretten over inclusie
Kiezen voor inclusief onderwijs, werk of vrije tijd: het blijft helaas aanvoelen als pionierswerk. We leren er te weinig uit. We moeten vooral luisteren naar de kleine momenten waarop inclusie wel of niet zijn weg vindt. Inclusie zit niet in grote theorieën maar in eenvoudige woorden: ‘het is goed’, ‘kom maar af ’, ‘doe maar mee’. Alles draait om het universele gevoel van ergens bij horen en mogen zijn wie je bent.
#ookwij is een krachtige samenwerking. Brent, Sofie en Lucas namen dit project in handen en verzamelden samen met UGent vijftien getuigenissen van jongvolwassenen met een beperking. Leen De Coensel, orthopedagoog en verhalensprokkelaar, gaf hun stem vleugels. Een team supporters trok dit project mee over de eindstreep. Het werd een roadtrip vol inspiratie, verbinding en vriendschap.
Ook wij is geen speeddate, het is een oproep, een inkijk, een tipje van de sluier. Er schuilt nog zoveel meer achter elke zin. Het is op zijn minst een pleidooi, zelfs een pamflet. Zoals het kan of moet. Noodzakelijk en urgent.
— Beno Schraepen & William Boeva
Brent Basyn proefde van de opleiding sociaal-cultureel werk. Als ambassadeur voor verschillende verenigingen zet hij de rechten van personen met een beperking mee op de kaart.
Sofie De Schryver studeerde moraalwetenschappen aan de UGent. Klimaat, duurzaamheid en ecologie staan hoog op haar agenda.
Lucas Van Hijfte is student sociaal-cultureel werk. Als ervaringsdeskundige breekt hij een lans voor toegankelijkheid en gaat hij taboes niet uit de weg.
Affectregulerende Vaktherapie – Praktijkboek beeldend
Dit boek is hierop een praktische aanvulling voor beeldend therapeuten (in opleiding), die werken volgens de interventie Affectregulerende Vaktherapie. In het eerste deel van dit Praktijkboek is de theorie te lezen. Geen uitgebreide onderbouwing van de interventie, maar dat wat je nodig hebt om in de praktijk met ArVT aan de slag te gaan. In het tweede deel staan alle werkvormen met verschillende materialen en technieken, ingedeeld per fase. Dit boek is een uitgangspunt om nauwkeuriger te leren omgaan met de inzet van het vaktherapeutisch middel beeldend in de ArVT-fasering. Gaandeweg ga je begrijpen hoe de verschillende ingrediënten van de interventie onderling samenhangen en kun je dit uitbreiden naar de werkvormen die je zelf graag aanbiedt.
De auteurs leggen met dit praktijkboek een belangrijke verbinding tussen theorie en praktijk. De rijke mogelijkheden van beeldend-therapeutische interventies worden in de context van de ArVT helder omschreven, waarbij de bewuste inzet van de interventietechnieken per fase voorop staat. Hierdoor vormt dit boek een inspirerend vervolg op de basistraining voor de toepassing van deze behandeling in de praktijk.
Carolin Burkard, MA Beeldend therapeut, werkzaam met kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking.
Dit is een echt receptenboek voor de beeldende praktijk. Hier worden de toepassingen van de verschillende ArVT-interventietechnieken helder beschreven, wat het ArVT-gedachtegoed concreter maakt. En net als bij een kookboek is het van belang om de hoeveelheden van de ingrediënten, hittebron, de eigen smaak en die van de ‘eters’ met aandacht te hanteren en hierop af te stemmen, om tot een goed beeldend behandelresultaat te komen.
Dr. Celine Schweizer, beeldend therapeut, supervisor en docent onderzoeker bij NHL Stenden hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden en Master Vaktherapie bij Han hogeschool in Nijmegen.
Met recht een praktijkboek! Dit boek heeft een prettige schrijfstijl waarin de voorbeelden uit de beeldende praktijk worden onderbouwd vanuit de heldere theorie van de Affectregulerende Vaktherapie. Het rijke aantal werkvormen wordt toegelicht per fase. Informatief, handzaam en aanvullend voor vaktherapeuten (in opleiding) die al enige kennis van en ervaring met Affectregulerende Vaktherapie hebben.
Else Hovius, MEd beeldend en muziektherapeut, praktijk- en afstudeercoördinator, curriculumcommissie, docent Vaktherapie bij NHLStenden Hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden.
Affectregulerende Vaktherapie – Praktijkboek beeldend
Dit boek is hierop een praktische aanvulling voor beeldend therapeuten (in opleiding), die werken volgens de interventie Affectregulerende Vaktherapie. In het eerste deel van dit Praktijkboek is de theorie te lezen. Geen uitgebreide onderbouwing van de interventie, maar dat wat je nodig hebt om in de praktijk met ArVT aan de slag te gaan. In het tweede deel staan alle werkvormen met verschillende materialen en technieken, ingedeeld per fase. Dit boek is een uitgangspunt om nauwkeuriger te leren omgaan met de inzet van het vaktherapeutisch middel beeldend in de ArVT-fasering. Gaandeweg ga je begrijpen hoe de verschillende ingrediënten van de interventie onderling samenhangen en kun je dit uitbreiden naar de werkvormen die je zelf graag aanbiedt.
De auteurs leggen met dit praktijkboek een belangrijke verbinding tussen theorie en praktijk. De rijke mogelijkheden van beeldend-therapeutische interventies worden in de context van de ArVT helder omschreven, waarbij de bewuste inzet van de interventietechnieken per fase voorop staat. Hierdoor vormt dit boek een inspirerend vervolg op de basistraining voor de toepassing van deze behandeling in de praktijk.
Carolin Burkard, MA Beeldend therapeut, werkzaam met kinderen, jongeren, volwassenen en ouderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking.
Dit is een echt receptenboek voor de beeldende praktijk. Hier worden de toepassingen van de verschillende ArVT-interventietechnieken helder beschreven, wat het ArVT-gedachtegoed concreter maakt. En net als bij een kookboek is het van belang om de hoeveelheden van de ingrediënten, hittebron, de eigen smaak en die van de ‘eters’ met aandacht te hanteren en hierop af te stemmen, om tot een goed beeldend behandelresultaat te komen.
Dr. Celine Schweizer, beeldend therapeut, supervisor en docent onderzoeker bij NHL Stenden hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden en Master Vaktherapie bij Han hogeschool in Nijmegen.
Met recht een praktijkboek! Dit boek heeft een prettige schrijfstijl waarin de voorbeelden uit de beeldende praktijk worden onderbouwd vanuit de heldere theorie van de Affectregulerende Vaktherapie. Het rijke aantal werkvormen wordt toegelicht per fase. Informatief, handzaam en aanvullend voor vaktherapeuten (in opleiding) die al enige kennis van en ervaring met Affectregulerende Vaktherapie hebben.
Else Hovius, MEd beeldend en muziektherapeut, praktijk- en afstudeercoördinator, curriculumcommissie, docent Vaktherapie bij NHLStenden Hogeschool opleiding Vaktherapie in Leeuwarden.
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr.1 (’22-’23)
Dat voortdurende professionalisering van leerkrachten en teams een must is om de onderwijskwaliteit van een school te verbeteren en te waarborgen, is een open deur intrappen. Die vanzelfsprekendheid is echter geen evidentie om ze in de praktijk te brengen.
Door het aanbieden van ‘PRO+, een instrument voor onderwijsprofessionalisering’ helpt Johan Halsberghe scholen op weg om hiermee aan de slag te gaan. Steeds meer scholen worden geconfronteerd met een instroom van anderstalige leerlingen. De onderwijstaal is hen onbekend, terwijl het voor hun leertraject belangrijk is dat ze zo snel mogelijk kunnen meedoen met de andere leerlingen in de klas. In ’Een nieuwkomer in je klas? Pas je onderwijs aan’ geeft Hilde Imberechts ons ideeën uit het ANNA-project en het ANNA leest – project. ANNA staat voor Anderstalige Nieuwkomers leren Nederlands in Alle vakken.
Een kind verveelt zich in de klas, meent dat het alles wat er geleerd wordt al kan, vindt de opdrachten saai. In het artikel ‘Hoe een Pientere Blik tot meer schoolplezier kan leiden’ beschrijven Marijne Sammels en Willeke Rol in een heldere casus hoe de pientere blik-methodiek hierbij een gids kan zijn voor de leerkracht.
Een sok als speelkameraadje, trooster in nood, of met een andere functie? BEELDig geeft een mooi voorbeeld van de kracht van de zelfgemaakte sokpop. Laat de fantasie maar stromen...
Wie bewust is van de verwachtingen van de maatschappij ten aanzien van het onderwijs, komt steeds vaker het woord creativiteit tegen. In het artikel ‘Kunnen en moeten we de ontwikkeling van creativiteit gestalte geven in het onderwijs?’ laat Luc De Schryver de lezer nadenken over wat creativiteit is, wat het belang ervan is in de ontwikkeling van kinderen en geeft hij praktische tips om er binnen onderwijs aan te beginnen.
De speelplaats is voor veel scholen een onderwerp dat regelmatig besproken wordt, meestal omdat het er niet steeds loopt zoals gewenst. De problemen aanpakken kan het best door het als een totaalproject te bekijken. Veel werk? Wie het artikel ‘Speelplaats in het groen’ van Veerle Bollen, Yves Eeckman en Hubert Crals leest, begrijpt waarom wij het onder de rubriek GOESTING hebben geplaatst.
De relatie tussen de leerkracht en de leerling is van fundamenteel belang voor beide partijen. Hoe we als leerkracht inzetten in die relatie en wat het belang daarbij is van aandacht en betrokkenheid werd de zoektocht van Dr. Lisette Bastiaansen. Ze ontwikkelde het begrip ‘aandachtige betrokkenheid’ als de pedagogische grondhouding van onderwijs en stelt dit voor in het artikel ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’.
(Jonge) kinderen actief betrekken in wat inhoudelijk aan bod kan komen en hen daarbij ook een aandeel geven in de controle en verantwoordelijkheid over wat in de klas en op school gebeurt, lijkt een mooie doelstelling. Maar hoe begin je eraan? In ‘Meer agency in je klas: hoor de stem van kinderen en doe er iets mee!’ geven Hilde Stroobants en Anne Slaets inzicht in wat dit betekent en hoe we ermee aan de slag kunnen gaan.
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr.1 (’22-’23)
Dat voortdurende professionalisering van leerkrachten en teams een must is om de onderwijskwaliteit van een school te verbeteren en te waarborgen, is een open deur intrappen. Die vanzelfsprekendheid is echter geen evidentie om ze in de praktijk te brengen.
Door het aanbieden van ‘PRO+, een instrument voor onderwijsprofessionalisering’ helpt Johan Halsberghe scholen op weg om hiermee aan de slag te gaan. Steeds meer scholen worden geconfronteerd met een instroom van anderstalige leerlingen. De onderwijstaal is hen onbekend, terwijl het voor hun leertraject belangrijk is dat ze zo snel mogelijk kunnen meedoen met de andere leerlingen in de klas. In ’Een nieuwkomer in je klas? Pas je onderwijs aan’ geeft Hilde Imberechts ons ideeën uit het ANNA-project en het ANNA leest – project. ANNA staat voor Anderstalige Nieuwkomers leren Nederlands in Alle vakken.
Een kind verveelt zich in de klas, meent dat het alles wat er geleerd wordt al kan, vindt de opdrachten saai. In het artikel ‘Hoe een Pientere Blik tot meer schoolplezier kan leiden’ beschrijven Marijne Sammels en Willeke Rol in een heldere casus hoe de pientere blik-methodiek hierbij een gids kan zijn voor de leerkracht.
Een sok als speelkameraadje, trooster in nood, of met een andere functie? BEELDig geeft een mooi voorbeeld van de kracht van de zelfgemaakte sokpop. Laat de fantasie maar stromen...
Wie bewust is van de verwachtingen van de maatschappij ten aanzien van het onderwijs, komt steeds vaker het woord creativiteit tegen. In het artikel ‘Kunnen en moeten we de ontwikkeling van creativiteit gestalte geven in het onderwijs?’ laat Luc De Schryver de lezer nadenken over wat creativiteit is, wat het belang ervan is in de ontwikkeling van kinderen en geeft hij praktische tips om er binnen onderwijs aan te beginnen.
De speelplaats is voor veel scholen een onderwerp dat regelmatig besproken wordt, meestal omdat het er niet steeds loopt zoals gewenst. De problemen aanpakken kan het best door het als een totaalproject te bekijken. Veel werk? Wie het artikel ‘Speelplaats in het groen’ van Veerle Bollen, Yves Eeckman en Hubert Crals leest, begrijpt waarom wij het onder de rubriek GOESTING hebben geplaatst.
De relatie tussen de leerkracht en de leerling is van fundamenteel belang voor beide partijen. Hoe we als leerkracht inzetten in die relatie en wat het belang daarbij is van aandacht en betrokkenheid werd de zoektocht van Dr. Lisette Bastiaansen. Ze ontwikkelde het begrip ‘aandachtige betrokkenheid’ als de pedagogische grondhouding van onderwijs en stelt dit voor in het artikel ‘Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding’.
(Jonge) kinderen actief betrekken in wat inhoudelijk aan bod kan komen en hen daarbij ook een aandeel geven in de controle en verantwoordelijkheid over wat in de klas en op school gebeurt, lijkt een mooie doelstelling. Maar hoe begin je eraan? In ‘Meer agency in je klas: hoor de stem van kinderen en doe er iets mee!’ geven Hilde Stroobants en Anne Slaets inzicht in wat dit betekent en hoe we ermee aan de slag kunnen gaan.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.3
Editoriaal/Editorial
Wat is er toch aan de hand met onze politie? Over de toenemende vraag naar politieabolitionisme 157
Sofie De Kimpe
Artikel/Article
Een evaluatie van het Belgisch drugsbeleid: Blijven de beleidsintenties overeind? 165
Eva Blomme, Freya Vander Laenen, Pablo Nicaise, Tom Decorte & Charlotte Colman
Opgeruimd staat netjes? De ontmanteling en nazorg van synthetische drugsdumpingplaatsen in België 185
Charlotte Colman, Sophia De Seranno & Mafalda Pardal
De constructie van zelf-legitimiteit door drugdetectives 204
Steven Debbaut
Rubriekteksten/Editorial Notes
Criminologie en strafrechtstheorie / Criminology and Criminal Law Theory
• Kunnen we mensen weerbaar maken tegen propaganda? Een evaluatie van inentingstheorie 223
Katrien Vanlerberghe, Kristof Verfaillie & Christophe Busch
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Potje eten, potje betalen: Een verkennende studie naar prevalentie en aangiftegedrag van eetpiraterij in de horeca 232
Lisa Van Laecke & Wim Hardyns
Boekbesprekingen/Book reviews
• Ballad of the bullet. Gangs, drill music, and the power of online infamy 243
Yana Jaspers
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.2
De kosten van criminaliteit 91
Luc Robert
Artikel/Article
Wat was het ‘Enhanced Interrogation-programme’? 97
Marc Bockstaele
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• De uitrol van intersectorale centra intrafamiliaal geweld in Vlaanderen 125
Dries Wyckmans
Forensisch Welzijnswerk & Forensische Geestelijke Gezondheidszorg / Forensic Social Work & Forensic Mental Health
• De Zorgcentra na Seksueel Geweld: Een holistische aanpak 134
Lien de Leeuw & Heleen De Keyzer
• Seksueel grensoverschrijdend gedrag door minderjarigen: Een gespecialiseerd en intersectoraal hulpverleningsaanbod kan erger voorkomen 141
Wouter Wanzeele, Lise Verhulst, Ann Leuse & Bart Haes
Boekbesprekingen/Book reviews
• Kwalitatief onderzoek voeren in de praktijk.
Tips & tricks voor criminologen en andere sociale wetenschappers 148
Donatella Van Biervliet
• Dijende kringen. Kinderlokker zet buurt op stelten 154
Wouter Wanzeele
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2023 nr.1
Meldingen en klachten leken zonder gevolg te blijven, niet alleen voor dat ene kinderdagverblijf, maar ook voor zo veel andere opvanginitiatieven. De initiële onthutsing sloeg om in een collectieve verontwaardiging over de manier waarop we met de veiligheid van de allerkleinsten en allerkwetsbaarsten in onze samenleving omgaan...
Cholesterol, de verkeerde vijand?
Een groep wetenschappers, artsen en cardiologen maakt zich hierover zorgen. Waarom moeten gezonde mensen dagelijks een statinepil nemen? Is het bewezen dat cholesterol onze aders dichtslibt? Krijgen we een te hoge cholesterol van verzadigde vetten? Waarom krijgen ook mensen met een lage cholesterolwaarde een hartinfarct? Waarom stopt bijna de helft van de mensen die een statine krijgt voorgeschreven na een jaar met de medicatie? Waarom halen zo weinig mensen de aanbevolen streefwaarde voor hun ‘cholesterol’? Waarom waarschuwen wetenschappers voor mogelijke neurologische en motorische bijwerkingen van statines?
In dit boek gaat journalist Ben Vanheukelom op zoek naar antwoorden. Hij praat met statinegebruikers, oud-gebruikers, experts, voor- en tegenstanders van de cholesterolhypothese en probeert een klare lijn te zien in het kluwen van duizenden wetenschappelijke artikels over cholesterol.
Ben Vanheukelom heeft reportages gemaakt voor duidingsprogramma’s op Radio 1 over milieu, klimaat en gezondheid. Hij heeft ook voor de VRT Nieuwsdienst gewerkt. Op 3 mei 2023 presenteerde de auteur zijn boek aan het publiek.
Cholesterol, de verkeerde vijand?
Een groep wetenschappers, artsen en cardiologen maakt zich hierover zorgen. Waarom moeten gezonde mensen dagelijks een statinepil nemen? Is het bewezen dat cholesterol onze aders dichtslibt? Krijgen we een te hoge cholesterol van verzadigde vetten? Waarom krijgen ook mensen met een lage cholesterolwaarde een hartinfarct? Waarom stopt bijna de helft van de mensen die een statine krijgt voorgeschreven na een jaar met de medicatie? Waarom halen zo weinig mensen de aanbevolen streefwaarde voor hun ‘cholesterol’? Waarom waarschuwen wetenschappers voor mogelijke neurologische en motorische bijwerkingen van statines?
In dit boek gaat journalist Ben Vanheukelom op zoek naar antwoorden. Hij praat met statinegebruikers, oud-gebruikers, experts, voor- en tegenstanders van de cholesterolhypothese en probeert een klare lijn te zien in het kluwen van duizenden wetenschappelijke artikels over cholesterol.
Ben Vanheukelom heeft reportages gemaakt voor duidingsprogramma’s op Radio 1 over milieu, klimaat en gezondheid. Hij heeft ook voor de VRT Nieuwsdienst gewerkt. Op 3 mei 2023 presenteerde de auteur zijn boek aan het publiek.
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Kopen, verhuren, verbouwen & btw, 2e herziene uitgave
Het bouwen en verbouwen worden aan de hand van een aantal vaak in de praktijk voorkomende vragen beantwoord. Zo wordt uitgelegd wanneer er sprake is van een nieuwbouw en wanneer van een verbouwing. Er wordt geanalyseerd wanneer 6 % kan toegepast worden en wanneer het 21 % is. Er wordt ook bepaald wanneer er “btw verlegd” moet toegepast worden en wanneer niet. En wat de gevolgen zijn van het onterecht factureren mét btw terwijl er gefactureerd diende te worden met “btw verlegd”. En wat als werken gefactureerd worden waarvan sommige werk in onroerende staat uitmaken en andere niet? Hoe zit het met de tuinaanleg? En wat als werk in onroerende staat in onderaanneming gebeurt?
Het boek geeft naast de administratieve standpunten ook een overzicht van de relevante rechtspraak in concrete gevallen. Dat maakt het tot ultiem werkinstrument voor fiscaal juristen, advocaten en notarissen. Bovendien worden de toepasselijke regelingen ruim geïllustreerd met voorbeelden, waardoor het ook voor de leek zeer toegankelijk is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grijs aan zet
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Grijs aan zet
Dit leerde Grijs aan Zet: een experiment waarbij we een jaar lang naar woonzorgcentra, serviceflats, mensen thuis, dorpshuizen en bijeenkomsten van senioren trokken om er te luisteren naar hun verhalen. Verhalen over vroeger en nu. Over muren waar ze op botsen en dromen die ze koesteren. Over eenzaamheid en verbondenheid. Over zijn en niet meer kunnen of mogen zijn.
In dit boek staan hun ontroerende verhalen. Die legden we voor aan achttien experten: gerontologen, onderzoekers in de mensenrechten, rechters en professionals uit de ouderensector. Zij maakten een schets van wat fout loopt, maar vooral: wat en hoe het beter kan.
Mon bilan professionel (guide pour le coach, cartes et tableau de travail). Un outil pour coachs de carrière, GRH, responsables et collaborateurs.
– Que faites-vous avec cette carte? Choisissez-vous le vert ou le rouge?
– Pouvez-vous en donner un exemple?
– Qu’est-ce qui vous fait hésiter?
– Quels arguments pouvez-vous donner à ce sujet?
Après avoir posé les cartes
– La couleur de votre image globale est-elle principalement positive (vert) ou négative (rouge)? Est-ce que vous reconnaissez ceci?
– Quel est le poids des différentes aspects pour vous? Quelle importance ont-ils pour vous?
– Qu’est-ce qui va encore bien et que vous voulez conserver?
– Qu’est-ce qui est difficile en ce moment? Que voulez-vous à la place? Comment voyez-vous cela concrètement?
– Quels aspects ou parties pouvez-vous influencer ou non?
– Quel est le premier petit pas que vous pouvez faire dans ce sens?
– Qui peut vous aider? Avec qui pouvez-vous en parler?
– Quelles actions pouvez-vous entreprendre à cet égard?
– Comment pourriez-vous utiliser encore plus vos compétences et vos talents?
– Quelles conclusions tirez-vous pour vous-même?
Mon bilan professionel (guide pour le coach, cartes et tableau de travail). Un outil pour coachs de carrière, GRH, responsables et collaborateurs.
– Que faites-vous avec cette carte? Choisissez-vous le vert ou le rouge?
– Pouvez-vous en donner un exemple?
– Qu’est-ce qui vous fait hésiter?
– Quels arguments pouvez-vous donner à ce sujet?
Après avoir posé les cartes
– La couleur de votre image globale est-elle principalement positive (vert) ou négative (rouge)? Est-ce que vous reconnaissez ceci?
– Quel est le poids des différentes aspects pour vous? Quelle importance ont-ils pour vous?
– Qu’est-ce qui va encore bien et que vous voulez conserver?
– Qu’est-ce qui est difficile en ce moment? Que voulez-vous à la place? Comment voyez-vous cela concrètement?
– Quels aspects ou parties pouvez-vous influencer ou non?
– Quel est le premier petit pas que vous pouvez faire dans ce sens?
– Qui peut vous aider? Avec qui pouvez-vous en parler?
– Quelles actions pouvez-vous entreprendre à cet égard?
– Comment pourriez-vous utiliser encore plus vos compétences et vos talents?
– Quelles conclusions tirez-vous pour vous-même?
Pedagogiek van het onderweg zijn. Een verzameling essays over het pedagogisch milieu, het dialogisch proces en het onderwijs als tussenruimte
In het onderwijs, zo stelt Hermans, gaat het niet zozeer om informatieoverdracht maar om aandachtige betrokkenheid. Aandacht is een uitleidende beweging, dat wil zeggen, in het doen, in het handelen ontvouwt de aandacht zich. Leren is in feite niets meer dan het aandachtig zijn op wat zich voordoet in het pedagogische moment.
Pedagogiek van het onderweg zijn is een boek dat handen en voeten aan het onderwijs geeft door het lichaam zelf als belangrijkste zingever naar voren te schuiven. In acht denkstappen – voorbij leeropbrengsten, de prestatiesamenleving, de gedeelde leefsfeer, vloeibare en oppervlakkige kennis, creativiteit, ambacht, aandachtige betrokkenheid en zingeving – voert Hermans de lezer weg van het opbrengstgerichte denken en stelt daar het procesgerichte denken voor in de plaats.
Pedagogiek van het onderweg zijn richt zich voornamelijk op studenten, docenten, beleidsmakers en eenieder die zich wil laten inspireren door een boek dat het onderwijs binnenstebuiten keert.
Carolien Hermans studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en volgde een master Choreografie in Amsterdam. Recentelijk promoveerde ze aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA, Universiteit van Leiden) op een artistiek onderzoek naar dansimprovisatie en het creatief spel van kinderen. Ze geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Carolien Hermans schrijft kinderboeken, essays en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.
Tonke Koppelaar is een illustrator en animator uit Utrecht. Met een kinderlijke kijk op de wereld vertelt en verbeeldt ze ongeziene verhalen. Ze voltooide de opleiding Bachelor of Design Illustration aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zie meer op: TonkeKoppelaar.nl
Pedagogiek van het onderweg zijn. Een verzameling essays over het pedagogisch milieu, het dialogisch proces en het onderwijs als tussenruimte
In het onderwijs, zo stelt Hermans, gaat het niet zozeer om informatieoverdracht maar om aandachtige betrokkenheid. Aandacht is een uitleidende beweging, dat wil zeggen, in het doen, in het handelen ontvouwt de aandacht zich. Leren is in feite niets meer dan het aandachtig zijn op wat zich voordoet in het pedagogische moment.
Pedagogiek van het onderweg zijn is een boek dat handen en voeten aan het onderwijs geeft door het lichaam zelf als belangrijkste zingever naar voren te schuiven. In acht denkstappen – voorbij leeropbrengsten, de prestatiesamenleving, de gedeelde leefsfeer, vloeibare en oppervlakkige kennis, creativiteit, ambacht, aandachtige betrokkenheid en zingeving – voert Hermans de lezer weg van het opbrengstgerichte denken en stelt daar het procesgerichte denken voor in de plaats.
Pedagogiek van het onderweg zijn richt zich voornamelijk op studenten, docenten, beleidsmakers en eenieder die zich wil laten inspireren door een boek dat het onderwijs binnenstebuiten keert.
Carolien Hermans studeerde orthopedagogiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en volgde een master Choreografie in Amsterdam. Recentelijk promoveerde ze aan de Academy for Creative and Performing Arts (ACPA, Universiteit van Leiden) op een artistiek onderzoek naar dansimprovisatie en het creatief spel van kinderen. Ze geeft les aan het Conservatorium van Amsterdam en de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Carolien Hermans schrijft kinderboeken, essays en publiceert regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften.
Tonke Koppelaar is een illustrator en animator uit Utrecht. Met een kinderlijke kijk op de wereld vertelt en verbeeldt ze ongeziene verhalen. Ze voltooide de opleiding Bachelor of Design Illustration aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Zie meer op: TonkeKoppelaar.nl
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Afstandsverkopen. Een praktische handleiding voor e-commerce in B2C (2e herziene uitgave)
Deel 1 behandelt de afstandsverkopen met invoer of de zogenaamde extracommunautaire afstandsverkopen. Vooral in dit deel vormen de schema’s een verduidelijking van deze zeer complexe regeling. De werking van de IOSS-regeling wordt helder uiteengezet.
Deel 2 handelt over de nieuwe regeling van de intracommunautaire afstandsverkopen. Ook de regeling van de micro-ondernemingen komt hierbij aan bod. Het al dan niet gebruiken van het OSS-stelsel wordt toegelicht aan de hand van talrijke voorbeelden.
In deel 3 komen de grensoverschrijdende B2C-regels aan bod en hun integratie binnen het OSS-stelsel.
Ten slotte komen telkens ook de factureringsregels aan bod. Welk land is bevoegd aangaande de factureringsregels en moet er al dan niet een factuur worden uitgereikt?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Hemel en aarde in de ‘wiskunde’
‘Is er meer tussen hemel en aarde, zoals Hamlet vermoedde, dat door de mens niet te grijpen valt? In dit boek is het dubbel antwoord ja, er is meer, maar neen, het valt wel te vatten want het is de wiskunde die het allemaal bij elkaar weet te houden. Een mooier eerbetoon is niet denkbaar.’
— Em. Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem, VUB
Dirk Huylebrouck gaf gedurende twaalf jaar les in Congo en Burundi, onderbroken door opdrachten in Portugal en aan Maryland University Europe. Daarna doceerde hij aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij redigeerde de column ‘The Mathematical Tourist’ (1997-2017) en schreef een wekelijkse rubriek voor Het Laatste Nieuws (2017-2020). Dit is zijn negende boek, de opvolger van Lugubere ‘Wiskunde’ (Garant, 2021).
Hemel en aarde in de ‘wiskunde’
‘Is er meer tussen hemel en aarde, zoals Hamlet vermoedde, dat door de mens niet te grijpen valt? In dit boek is het dubbel antwoord ja, er is meer, maar neen, het valt wel te vatten want het is de wiskunde die het allemaal bij elkaar weet te houden. Een mooier eerbetoon is niet denkbaar.’
— Em. Prof. Dr. Jean Paul Van Bendegem, VUB
Dirk Huylebrouck gaf gedurende twaalf jaar les in Congo en Burundi, onderbroken door opdrachten in Portugal en aan Maryland University Europe. Daarna doceerde hij aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij redigeerde de column ‘The Mathematical Tourist’ (1997-2017) en schreef een wekelijkse rubriek voor Het Laatste Nieuws (2017-2020). Dit is zijn negende boek, de opvolger van Lugubere ‘Wiskunde’ (Garant, 2021).
Diversiteit in een cultureel-religieuze context. Een hermeneutisch onderzoek naar christelijke pluraliteit
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Diversiteit in een cultureel-religieuze context. Een hermeneutisch onderzoek naar christelijke pluraliteit
Pieter R. Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie. Zijn wetenschappelijke en praktische interesse kruist steeds de onderwerpen van samenleving, cultuur en religie. Hij studeerde aan de ‘Rijks Hogere School voor Tropische Landbouw’, Deventer (1976); de University of Reading, School of Education, England (1985); de Vrije Universiteit Amsterdam, Culturele Antropologie van Religie (1996) en promoveerde op de Katholieke Universiteit Leuven in de Sociale en Culturele Antropologie (2004). Van 1976-1998 leefde en werkte hij als ontwikkelingsdeskundige in Azië, Afrika, Latijns-Amerika en Europa. Vanaf 1998 tot heden is hij verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven.
Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde
De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.
De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.
Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.
Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.
openrelatie.nu
Een open relatie, niet voor watjes, Over (on)veiligheid in de liefde
De vrijheid om nieuwe liefdes te ontdekken kent tenslotte ook een onveilige kant. Jaloezie, onzekerheid en ruzie, is waar de meeste open relaties mee te maken krijgen. In dit boek worden deze emoties niet als de oorzaak van problemen beschouwd maar als een natuurlijk gegeven en vertrekpunt voor de groei naar een veilige verbondenheid tussen partners.
De belangrijkste vaardigheid die partners moeten aanleren is niet loslaten maar hechten. Veilige hechting binnen de primaire relatie is de sleutel naar een vrije en comfortabele secundaire relatie. De vele praktijkvoorbeelden geven inzicht in de verschillende fasen, rollen en valkuilen binnen de open relatie en hoe je daarmee omgaat. Al ligt de focus op open relaties, ook bij monogame relaties kunnen gevoelens als jaloezie of onzekerheid de kop op steken, zoals bij een te leuke collega, buur of ex-partner. Dit boek bekijkt alles vanuit een zeer specifiek perspectief, maar de emotie raakt aan de basis van alle vormen van menselijke intimiteit.
Een open relatie, niet voor watjes is het eerste boek over open relaties en Emotionally Focused Therapy en is een onmisbare gids voor stellen en relatietherapeuten.
Rhea Darens is sinds 1987 samen met haar partner en sinds 2011 hebben ze een open relatie. Samen hebben ze drie kinderen. Ze is een EFTrelatietherapeut voor stellen in monogame en non-monogame relaties.
openrelatie.nu
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Suspended values in concentration camp and prison. A comparison between the underlying structure of Auschwitz and the American prison system
Miriam is a philosopher, writer and psychosocial therapist. Her thinking and work are always about becoming aware of deeper underlying patterns of human behavior. This applies to both individuals and systems. Her thinking is strongly related to restorative justice, which looks at how damage has arisen and how to repair this damage from the roots instead of at the surface. After all, external problems are usually symptoms of a deeper damage. From this approach, Miriam, as a psychosocial therapist, meets the person behind his or her label, which in her work can be both a diagnosis and a crime. In addition, from this perspective she investigates the way in which systems are rooted in a historical, philosophical and social context.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Eén vrouw, vele gezichten
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Eén vrouw, vele gezichten
Els Heyvaert (1960) is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Els was reeds op haar 17de lid van de feministische beweging Dolle Mina Gent.
Christian Van Kerckhove (1957) is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers.
Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee. (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme. (Garant, 2016). In 2021 verscheen hun boek Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant).
Wupke. De wereld op zijn kop
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Wupke. De wereld op zijn kop
Hilde Vergult heeft een diploma als Bachelor in de verpleegkunde. Ze is referentieverpleegkunde KOPP en familiewerking, en werkt al meer dan 20 jaar als psychiatrisch verpleegkundige op acute diensten. Ze ontwierp Wupke als knuffel om de band tussen het kind en het familielid te versterken/behouden, wanneer het familielid in opname is. Hilde is nu werkzaam op een afdeling voor volwassen bij wie ambulante hulp in de thuiscontext ontoereikend is. Karen Van Nuffel coacht jongeren met diverse ‘rugzakjes’ binnen onderwijs. Ze gebruikt haar achtergrond als sociaal agoge om een ingrijpend verhaal te ondersteunen met bevattelijke beelden voor de allerkleinsten.
Berichten uit de filosofentuin. Verhalen van troost, verbeelding en verwondering
Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem
Berichten uit de filosofentuin. Verhalen van troost, verbeelding en verwondering
Marie-J. (Mieke) Maerten, moeder van drie kinderen, behaalde met de masterproef ‘Levenskunst en lichamelijkheid in het late werk van Michel Foucault’ het diploma van master in de wijsbegeerte en de moraalwetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel. Sindsdien is deze levenskunst niet alleen meer studieobject maar een rode draad in haar leven en werk.
‘In deze berichten verschijnen de filosoof en de tuin als intieme vrienden, op zoek naar elkaars inzichten en wederzijds begrip.’ Jean Paul Van Bendegem
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr.6
Antony Pemberton, Joke Geeraert, Ines Keygnaert, Christophe Vandeviver, Inge Jeandarme, Laura Vandenbosch, Joyce Pairoux, Luc Gijs, Kristel Beyens, Hans Grymonprez, Filip Keymeulen, Nina Muller, Xavier De Busscher, Valérie Arickx, Pia Struyf & Marlies Heirstrate
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste druk, studentenuitgave
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht. De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen. Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
RIDP 93.2 (2022) – Military Justice. Contemporary challenges, history and comparison
What are the legal and political foundations of military justice? How does it function? How to improve it and reform it? What does the future hold for military law and military justice? What can we learn from history?
Indeed, historical research can help us understand the different ways in which military justice systems have been constructed, have evolved and functioned, particularly in wartime, while comparative law may be useful in understanding the great variety of military justice systems around the world.
This volume brings together major contributions to the 1st International Military Justice Forum, which convened on 18 and 19 November 2021 in Paris, hosted by the Court of cassation, the French Judicial Supreme Court, and the Hotel des Invalides, a historical place for the French Military Forces.
Gwenaël Guyon is Associate professor in Legal history and Comparative law at Saint-Cyr Military Academy, seconded from the University Paris Cité and Research fellow at the University of Stellenbosch.
Jean-Paul Laborde is Roving Ambassador, Honorary Judge, French Judicial Supreme Court, former Executive Director of the UN Counter-Terrorism Executive Directorate (UN CTED) and former UN Assistant Secretary-General.
Stéphane Baudens is Associate professor in Legal history at Saint-Cyr Coëtquidan Military Academy and Director of the CReC Saint-Cyr.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Justice, Home Affairs and Security – 4th, revised edition
The chapter structure is identical for all cooperation levels addressed, discussing their actual policies after sketching their historical development and institutional structure and functioning.
For students and professionals in criminology, law and political science and for everyone interested in European and international criminal policy making this book will prove relevant or insightful.
Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Wetenschap: wat, hoe en waarom? Systematische inleiding tot de wetenschapsfilosofie
Erik Weber is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Gent, waar hij wetenschapsfilosofie en metafysica doceert en onderzoek verricht in deze domeinen.
Bert Leuridan is hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Hij doceert onder meer wetenschapsfilosofie en logica. Zijn onderzoek is voornamelijk geconcentreerd op wetenschapsfilosofie.
Merel Lefevere is onderwijsbegeleider kennisleer en wetenschapsfilosofie aan de Universiteit Gent. Zij verzorgt er de werkcolleges bij de vakken wetenschapsfilosofie.
Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Kinderen van de zorg. Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg in Antwerpen
Dit boek brengt een vergeten en deels verdrongen sociale geschiedenis opnieuw tot leven: de opvang van vondelingen, verlatelingen, wezen en andere kinderen in precaire situaties. In Antwerpen was dat eeuwenlang een stedelijke aangelegenheid. De evolutie van de stad bepaalde mee de opvang in instellingen en uitbestedingen bij kostgezinnen op het platteland.
Opvattingen van vroegere elites over de opvang versteenden eerst in grote godshuizen als het Vondelingenhuis, het Maagdenhuis en het Knechtjeshuis. Later verschenen Gestichten voor verlaten kinderen, grootschalige weeshuizen en tehuizen voor zwakke kinderen. Meer recent gingen de instellingen aansluiten bij het normale leven en kwam het ondersteunen van de gezinscontext centraal te staan.
Zes eeuwen stedelijke jeugdzorg is meer dan regels, cijfers en centen. Het is tegelijk een verhaal van sociale ongelijkheid en bittere armoede en van barmhartigheid en idealisme. Het staat vol van persoonlijke geschiedenissen.
Het relaas leert dat de opvang van kinderen in precaire situaties van alle tijden is en elke samenleving steeds opnieuw voor uitdagingen stelt.
Naast vele illustraties bevat het boek veertien monologen. Deze monologen zijn literaire fictie geplaatst in een historisch kader. Erik Vlaminck en Ellen Van Pelt slepen de lezer mee in de wereld van vondelingen, arme wezen, kwekelingen en opvoeders.
Dirk Luyten is doctor in de sociale wetenschappen en master in de stedenbouw. Hij was enkele jaren verbonden aan de KULeuven en later aan Gezinswetenschappen (Odisee Hogeschool). In de sociale sector nam hij diverse bestuurs- en directiefuncties op. Hij publiceert rond sociale thema’s.
Erik Zwysen was in Antwerpen maatschappelijk werker en projectcoördinator in de dienst voor pleegzorg De Mutsaard, directeur bij de thuisbegeleidingsdienst Joba en bij de voorziening voor Bijzondere Jeugdbijstand De Hand. Momenteel werkt hij aan een geschiedenis van de pleegzorg in Vlaanderen.
Sietske Van den Wyngaert is doctor in de geschiedenis, gespecialiseerd in jeugdzorg in het vroegmoderne Antwerpen. In haar proefschrift onderzocht ze de leer- en werktrajecten die kansarme jongeren aflegden ter voorbereiding van het betreden van de arbeidsmarkt. Momenteel is ze verbonden aan het Felixarchief in Antwerpen.
Erik Vlaminck is roman- en theaterauteur. In een vorig leven was hij projectcoördinator in de psychiatrie en in de thuislozenzorg. Omdat hij het niet laten kan, schrijft hij ook de column Brieven van Dikke Freddy.
Ellen Van Pelt debuteerde in 2015 met de roman Drift. In 2020 publiceerde ze Deze wereld is geen ergernis waard, een biografie over schrijver Roger Van de Velde. Ze werkte voorheen als psychologe in bijzondere jeugdzorg.
Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Tussen idealen en dwalingen – Verhalen over onderwijs
Copier schrijft toegankelijk. Het boek leest als een trein en zoekt waar nodig de diepte. Het zet aan tot denken en is onmisbare literatuur voor iedereen die het onderwijs een warm hart toedraagt.
Johan Copier was lange tijd docent in het voortgezet onderwijs, adviseur in het wetenschappelijk onderwijs en directeur in het hoger beroepsonderwijs en het voortgezet onderwijs. Nu is hij onderwijsanalist: hij leest, denkt en schrijft over onderwijs.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Gerechtelijk Wetboek – 26ste uitgave (Bijgewerkt tot 1 januari 2023)
I. Algemene beginselen (art. 1 tot 57)
II. Rechterlijke organisatie (art. 58 tot 555/16)
III. Bevoegdheid (art. 556 tot 663)
IV. Burgerlijke rechtspleging (art. 664 tot 1385octiesdecies)
V. Bewarend beslag, middelen tot tenuitvoerlegging en collectieve schuldenregeling (art. 1386 tot 1675/27)
VI. Arbitrage (art. 1676 tot 1723/1)
VII. Bemiddeling (art. 1724 tot 1737)
VIII. Collaboratieve onderhandelingen (art. 1738 tot 1747)
Deze 26ste uitgave van de pocket Gerechtelijk Wetboek is bijgewerkt tot 1 januari 2023.
Zowel studenten als rechtspractici (magistraten, gerechtspersoneel, advocaten, politieambtenaren, gerechtsdeurwaarders, gerechtsdeskundigen, vertalers-tolken, bemiddelaars, ...) beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Een uitgebreid alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.
Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.
De LeertASS – Een methode voor leren leren met autisme
De leertASS -methode is als een ‘tas’ vol leerpakketjes om efficiënter te ‘leren leren’ in balans met ‘leren leven’. Het is een proces om – samen en op maat – met de jongere beweging te krijgen in wat vastzit en een evenwicht te vinden in uitdagingen en mogelijkheden. De omgeving en het netwerk van de jongere zijn hierbij van essentieel belang. Enkel dan krijgen deze jongeren dezelfde kansen als hun medeleerlingen.
Deze methode is in de eerste plaats geschreven voor normaal- tot hoogbegaafde jongeren met autisme vanaf 12 jaar, maar kan ook andere jongeren een gestructureerde methode voor ‘leren leren’ bieden.
Kathleen Put is licentiate wiskunde en heeft 20 jaar les gegeven in het secundair onderwijs. Zij behaalde eveneens een bachelordiploma Autismespectrumstoornissen en is sinds 5 jaar aan de slag als auticoach bij Autinoom. Kathleen is ook mama van zonen met ASS. Met haar ervaring vanuit deze drie domeinen ontwikkelde Kathleen de methode van de leertASS.
Cindy Vanderplas is leerkracht secundair onderwijs en gaf er 22 jaar les. Ze is bachelor in de Autismespectrumstoornissen. Ze geeft les aan de banaba ASS in de AP Hogeschool, en werkt daarnaast als onderwijs- en leerkrachtondersteuner voor het ondersteuningsnetwerk Antwerpen Plus. Ze werkte het stuk rond neurologie van de leertAS uit en ondersteunde het verdere uitschrijven van de methode.
Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.
Filosofie & Praktijk – Jrg. 43 (2022), nr. 3/4 Thema: African Philosophy
The introduction to the actual topic of this special issue of Philosophy & Practice, will subsequently be provided in “Introductory: African philosophy and interculturality”. Apart from the theme editors – Birgit Boogaard, Michael Eze and Cees Maris – contributors to the issue are, in alphabetical order: Yonas B. Abebe, Joseph C. A. Agbakoba, Anthony Chinaemerem Ajah, Henk Haenen, Wilfred Lajul, Stephen Nkansah Morgan, Pius Mosima, Louise F. Müller, Beatrice Okyere-Manu, Angela Roothaan, Vitalis Chukwuemeka Ugwu, Meera Venkatachalam. Some brief information about the authors is collected at the end of the issue in “About the authors”.
Rest mij wat deze ‘special’ betreft nog erop te wijzen dat dit een dubbelnummer betreft, de nrs. 3 en 4 van deze 43e jaargang van F&P én dat een groot deel van de bijdragen niet in het Nederlands maar in het Engels worden aangeboden. Voor F&P tot op heden ongebruikelijk, maar in dit geval alleszins redelijk. Voor het overige verwijs ik graag naar de inleiding door de themaredactie.
Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Naoma en de Tie-Dye Club. Een verhaal over Validation
Naoma lijkt wel een beetje op Naomi Feil, die een methode ontwikkelde om respectvol met personen met dementie om te gaan. Deze ‘Validation’-methode geraakte sindsdien over de hele wereld verspreid en was de inspiratie voor dit boek. Bij dit prentenboek hoort een digitale handleiding met meer informatie over Naomi Feil, Validation en hoe je dit boek samen met kinderen kunt lezen.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige +, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validation-werker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon- en Zorgcentrum Heilig Hart te Grimbergen.
Ze schreef eerder Kom, we gaan een haai melken! (Garant, 2020), Angèle heeft u nodig! Een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Interrelaties tussen bedrijfskosten, verkoopvolumes en bedrijfsresultaten – Bijzondere reeks Beroepsvereniging voor Boekhoudkundige Beroepen nr. 2
Door gebruik te maken van deze management-accounting tool zullen wij laten zien dat het sturen van de bedrijfsresultaten in een onderneming kan verbeterd worden.
Bij het inzetten van deze analysetechniek doen we eveneens een beroep op applicaties van het Excel softwareprogramma, zoals de Wat-als-analyse en de lineaire programmeringstoepassing. Met deze hulpmiddelen kunnen we sneller en meer ingewikkelde bedrijfsresultatenvraagstukken oplossen.
Het werk is essentieel voor accountants en andere bedrijfsadviseurs die willen participeren aan een succesvol ondernemingsbeleid van hun klanten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, State approved, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Opgeschorte waarden in kamp en bajes. Een vergelijking tussen de grondstructuur van Auschwitz en het Amerikaans detentiesysteem
Miriam Jacobs is filosoof, schrijver en psychosociaal therapeut. Haar denken en werk staan altijd in het teken van bewustwording van dieperliggende patronen onder menselijk gedrag. Dit geldt voor zowel individuen als systemen. Haar denken is sterk gerelateerd aan herstelrecht waarin er gekeken wordt hoe schade is ontstaan en hoe deze schade te herstellen vanuit de wortels in plaats van aan de oppervlakte. Immers uiterlijke problemen zijn doorgaans symptomen van een dieperliggende schade. Vanuit deze benadering ontmoet Miriam als psychosociaal therapeut de mens achter zijn of haar label dat in haar werk zowel een diagnose als een delict kan zijn. Daarnaast onderzoekt zij vanuit deze visie de manier waarop systemen zijn geworteld in een historische, filosofische en sociale context.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Actualia en ontwikkelingen in duurzaamheidsrapportering – Actualités et évolutions en matière de reporting des informations de durabilité (ICCI 2022-1)
De European Green Deal werd ingevoerd samen met een agenda van de 47 kernacties, verdeeld over zeven beleidsdomeinen:
• klimaatambitie;
• schone, betaalbare en veilige energie;
• industriële strategie voor een schone en circulaire economie;
• duurzame en slimme mobiliteit;
• vergroening van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“van boer tot bord”-strategie);
• behoud en beschermen van biodiversiteit; en
• toewerken naar een nulvervuilingsambitie voor een milieu zonder giftige stoffen.
Het Belgisch wettelijk kader inzake de verklaring van niet-financiële informatie wordt momenteel bepaald door de wet van 3 september 2017, die het opstellen van een niet-financieel verslag voor grote organisaties van openbaar belang verplicht stelt. Deze wet is de vertaling van de Europese richtlijn 2014/95/EU die binnenkort zal worden vervangen door de nieuwe CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
De ISAE 3000-standaard maakt het mogelijk om een beperkte of redelijke mate van zekerheid te verschaffen, afhankelijk van wat is vereist. De beoordeling van de bedrijfsrevisor kan overigens betrekking hebben op een selectie van prestatie-indicatoren of op het geheel.
De bedrijfsrevisor kan ook certificeringen verstrekken om de geloofwaardigheid van de niet-financiële informatie die aan banken of andere verzoekende instanties wordt verstrekt, te verhogen.
De bedrijfsrevisor is een vertrouwenspartner ten opzichte van alle belanghebbenden alsook ten opzichte van de bredere maatschappij.
Le reporting de développement durable est de plus en plus pertinent pour comprendre la valeur qu’une entreprise peut créer pour elle-même, ses parties prenantes et pour la société en général. Les réviseurs d’entreprises joueront un rôle tout aussi essentiel pour accompagner les entreprises dans leur transition durable, ce qui indubitablement prendra de plus en plus d’ampleur à l’avenir.
Le pacte vert européen a été introduit conjointement avec un programme de 47 actions clés réparties dans sept domaines stratégiques:
• ambition climatique;
• de l’énergie propre, abordable et sûre ;
• stratégie industrielle pour une économie propre et circulaire ;
• mobilité durable et intelligente ;
• verdissement de la politique agricole commune (stratégie « de la ferme à la table ») ;
• préservation et protection de la biodiversité ; et
• tendre vers le « zéro pollution » pour un environnement sans substances toxiques.
Le cadre légal belge en matière de déclaration non financière est actuellement défini par la loi du 3 septembre 2017 qui impose l’établissement d’un rapport non financier aux entités d’intérêt public de large taille. Cette loi est la traduction de la directive européenne 2014/95/UE qui sera prochainement remplacée par la nouvelle directive CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive).
La norme ISAE 3000 permet de fournir une assurance limitée ou raisonnable en fonction de ce qui est requis. La revue du réviseur d’entreprises peut par ailleurs porter sur une sélection d’indicateurs de performance ou sur l’ensemble.
Le réviseur d’entreprises peut également fournir des certifications pour renforcer la crédibilité des informations non financières fournies aux banques ou à d’autres organismes demandeurs.
Le réviseur d’entreprises est un créateur de confiance envers toutes les parties prenantes ainsi qu’envers la société au sens large.
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Online steungroepen voor niet-plegende pedofielen – Balanceren tussen therapeutisch en criminogeen (Gandaius Meesterlijk nr 11)
“Het virtueel etnografisch onderzoek van NENA DECOSTER wijst op verschillende subculturen binnen de online steungroepen voor niet-plegende pedofielen, waarbij virtuous pedophiles zich zonder meer afzetten tegen elk seksueel contact met kinderen, maar boy love-gemeenschappen zowel therapeutische als criminogene karakteristieken en effecten hebben.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Sport en btw – Vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars: analyse inzake inkomstenbelastingen en btw (3e herziene uitgave )
De sportsector is een zeer ruime sector met heel wat verschillende activiteiten. Ook de omvang en het budget van de sportverenigingen is zeer divers, van feitelijke verenigingen over vzw’s tot nv’s.
Dit boek geeft op praktische wijze een inzicht in de btw-aspecten van de diverse activiteiten die sportverenigingen verrichten. Daar waar er vrijstellingen gelden, wordt de reikwijdte ervan geanalyseerd.
Het boek geeft ook een antwoord op vragen zoals: moet een sportvereniging een geregistreerde kassa houden, is er btw op de bijdrage van de sportclub aan zijn federatie, is er btw op gesponsorde kledij, ...
Ten slotte komt de problematiek van vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars aan bod, zowel inzake inkomstenbelastingen als inzake btw. Dit zowel in het kader van transfers van spelers maar ook bij transfers van trainers.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en bestuurder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van kmo-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Myologie vóór Vesalius – Giovanni Battista Canani en zijn Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 17)
Er bestaan momenteel maar enkele originele exemplaren en dit zeer zeldzaam werk is enkel te bewonderen in de meest prestigieuze bibliotheken: in Europa vooral in Italië (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milaan) en in Dresden, Glasgow, Krakow, Londen, Oxford, Uppsala en Wenen. De enige twee origine - le exemplaren in de V.S. bevinden zich in de Yale University Library en in de Rubenstein Library van de Duke University, waarvan een facsimile is bijgevoegd.
Studie van dit historisch belangrijke en ook mooie werk is daarom een absolute aanrader.
Francis van Glabbeek is professor aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is orthopedisch chirurg en adjunct-diensthoofd van de afdeling orthopedie en traumatologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen, met het bovenste lidmaat als specialisatie. Aan de faculteit geneeskunde is hij verantwoordelijk voor de musculoskeletale anatomie en de geschiedenis van de geneeskunde.
Maurits Biesbrouck publiceerde naast een Nederlandse vertaling van het eerste boek van de Fabrica 1543 van Vesalius een Vesalius-bibliografe en een overzicht met bespreking van de edities van zijn werken, beide jaarlijks bijgewerkt in Vesalius.be.
Jacqueline Vons is professor emeritus klassieke talen aan de Université François Rabelais (Tours) en lid van de Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Samen met Prof. Stephane Velut, professor anatomie aan dezelfde universiteit, publiceerde zij in 2008 de eerste Franse vertaling van Vesalius’Epitome en werkt momenteel voor de Bibliothèque interuniversitaire de Santé - Pôle médecine, Université de Paris, aan de Franse vertaling van de Fabrica 1543 van Vesalius.
Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
| Delivery Location |
| Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR |
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Myology before Vesalius – Giovanni Battista Canani (1515 – 1579 n.s.) and his Musculorum Humani Corporis Picturata Dissectio
Only a few original copies of this very rare work are nowin existence, and it can only be seen in a small number of the most prestigious libraries: in Europe mostly in Italy (Bologna, Ferrara, Padua, Pavia, Milan) but also in Dresden, Glasgow, Krakow, London, Oxford, Uppsala and Vienna. The only two original copies in the United States are in the Yale University Library and the Rubenstein Library of Duke University, the latter here published in facsimile.
The study of this beautiful and historically significant work is strongly recommended.
Pre-order this book now for 39 euro + shipping
| Delivery Location |
| Belgium / The Netherlands €44,00 EUR EU (outside Belgium /Netherlands) €49,00 EUR World (outside EU) €58,00 EUR |
Francis van Glabbeek is Professor at the Faculty of Medicine and Health Sciences at the University of Antwerp. He is an orthopaedic surgeon and Assistant Head of the Orthopaedics and Trauma Department of Antwerp University Hospital, specialising in the upper limb. Within the faculty of medicine, he is responsible for musculoskeletal anatomy and the history of medicine.
Maurits Biesbrouck published a Dutch translation of the first volume of the 1543 Fabrica by Vesalius, as well as a Vesalius bibliography and a summary and discussion of the editions of his works, both of which are updated every year at www.andreasvesalius.be.
Jacqueline Vons Professor Emeritus of classical languages at Université François Rabelais in Tours and a member of the Académie des sciences, belles-lettres et arts de Touraine. Together with Prof. Stephane Velut, Professor of anatomy at the same university, she published the first French translation of Vesalius’s Epitome and is currently working for the Interuniversity Library of Medicine (BIUM) in Paris on the French translation of Vesalius’s 1543 Fabrica.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
Engaged learning: Voices Across Europe – IDC Impact Series nr. 5
This volume includes discussions on the practical methodology, pedagogical strategies and approaches of Engaged Learning, as well as perspectives from both higher education institutes and communities, of the benefits of Engaged Learning in different contexts. The authors have chosen the title: ‘Voices across Europe’ - in order to represent the wide range of stakeholders’ perspectives involved in Engaged Learning.
Dr Mary Griffith is a PhD lecturer working with applied linguistics, communication strategies and bilingualism at the Universidad de Málaga, Spain.
Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Professionele leergemeenschappen – Een inleiding (6e gewijzigde druk)
Deze publicatie biedt een inleiding op de school als professionele leergemeenschap. Kenmerken en effecten van professionele leergemeenschappen worden beschreven. Uitgebreid wordt ingegaan op de vraag hoe een school zich ontwikkelt tot een professionele leergemeenschap, op de interventies die daarbij effectief zijn en op de rol van de schoolleider. In bijlagen vindt de lezer een aantal praktische instrumenten, zoals vragenlijsten en kijkwijzers, die behulpzaam kunnen zijn bij het ontwikkelen van een school tot een professionele leergemeenschap.
Bij de zesde druk van dit boek is een nieuw hoofdstuk toegevoegd waarin teruggeblikt wordt op drie decennia professionele leergemeenschappen.
Prof. em. dr. E. Verbiest is zelfstandig gevestigd onderwijsadviseur. Hij was lector voor Schoolontwikkeling en Schoolmanagement aan Fontys Hogescholen en gastprofessor Onderwijsinnovatie aan de Universiteit Antwerpen. Eerder was hij projectleider van Magistrum, opleidingen voor schoolleiders. Hij publiceert op het terrein van schoolontwikkeling en het opleiden van schoolleiders.
Autisme anders bekijken – Omdat geen kind hetzelfde is
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Autisme anders bekijken – Omdat geen kind hetzelfde is
Elk kind is uniek en vraagt om een eigen benadering. Aan de hand van acht thema’s, die ook voorkomen op het Autismepaspoort®, beschrijft autismespecialist Suzanne Agterberg-Rouwhorst hoe je oorzaken van gedrag kunt herkennen en hoe je daar vervolgens mee kunt omgaan. Het (h)erkennen van die specifeke behoeften, maar ook van de kwaliteiten van een kind met autisme, zorgt voor meer begrip en de mogelijkheid om aangepast en preventief te handelen. Niet reageren op wat zich ‘aan de buitenkant’ afspeelt, maar juist op wat er werkelijk speelt ‘onder de ijsberg’. Wie als ouder, leerkracht of hulpverlener kan inspelen op die oorzaken van gedrag, maakt het leren en leven van kinderen met autisme een stuk aangenamer. Door de voorbeelden uit de praktijk geeft dit boek de lezer veel herkenning.
Suzanne Agterberg-Rouwhorst (1974) heeft 25 jaar ervaring als leerkracht en autismespecialist in zowel regulier als speciaal onderwijs. In 2014 rondde zij haar Master SEN cum laude af met haar onderzoek ‘Autisme, een andere wereld’. Met dit onderzoek won zij de Fontys ‘Denk Groter prijs’ en de ‘HanneMiekeprijs’ van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA). Autisme Anders Bekijken is een weergave van haar onderzoek, waarbij zij haar ervaringen als autismespecialist op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs gebruikt om de theorie tot leven te brengen. Suzanne ontwikkelde het Autismepaspoort en de Jouw Autisme Methodiek. Vanuit haar bureau Spectrumvisie verzorgt zij trainingen over autisme aan scholen en instellingen.
Subsidies en btw
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Subsidies en btw
In dit boek worden deze vragen beantwoord in functie van de soort subsidie en in functie van de hoedanigheid van de partijen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Autonome gemeentebedrijven in de praktijk – 2e herziene uitgave
Autonome gemeentebedrijven zijn gewone btw-belastingplichtigen, zoals bedoeld in art. 4 W.BTW. Dit houdt in dat ook zij kunnen genieten van de talrijke vrijstellingen waarin art. 44 voorziet. In dat geval worden de autonome gemeente- en provinciebedrijven btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek.
Het winst(verdelings)oogmerk blijkt in de praktijk een belangrijk aspect voor het verkrijgen van het recht op aftrek van de voorbelasting. Hetzelfde kan gezegd worden van de toegekende subsidies. Welke subsidies vormen een inkomen dat meetelt voor het bepalen van het winst(verdelings)oogmerk?
Aan de hand van talrijke praktijkgevallen wordt de financiële optimalisatie door het werken met een AGB toegelicht.
Ten slotte is er de cruciale vraag bij de terbeschikkingstelling van infrastructuur in welke mate deze terbeschikkingstelling al dan niet valt onder de notie “vrijgestelde onroerende verhuur”. Deze laatste opent immers geen recht op aftrek van de voorbelasting. De optionele regeling inzake onroerende verhuur opent op dat vlak optimalisatiemogelijkheden.
Stefan Ruysschaert heeft een economische (UGent) en actuariële (VUB) vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur . Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Marketingplan. De kunst van het in- en uitzoomen. Stapsgewijs model met checklists, tools en tips
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
Marketingplan. De kunst van het in- en uitzoomen. Stapsgewijs model met checklists, tools en tips
In dit boek worden een kader en een aantal tools/tips aangereikt die de product-, brand- of marketingmanager toelaten om het marketingplan beter te structureren en aan te sturen. Deze werkwijze is bruikbaar op diverse planningsniveaus (merk-, business unit of ondernemingsniveau) en in verschillende markten (business-to-consumer, business-to-business, internationaal enz.).
De kunst bij het ontwikkelen van een consistent en dynamisch marketingplan bestaat erin om op bepaalde componenten in te zoomen met het juiste detailniveau, maar tegelijkertijd ook het ruimere plaatje te blijven zien (uitzoomen op het groter geheel van verschillende met elkaar verweven componenten). Ook heeft het boek oog voor het maken van groeibewegingen, waarbij moet worden nagegaan in welke mate men connecteert/disconnecteert met het heden en verleden als bedrijf/merk.
In deze nieuwe, herziene uitgave is er nog meer oog voor de nieuwe trends in de marketingwereld, o.a. de toenemende ‘digitalisering’ en de ‘agility’ om ook om te gaan met omgevingsveranderingen zoals bv. een pandemie als Covid-19. Ook werd het luik tactiek (over de marketingmix) grondig uitgebreid met heel wat theoretische aanvullingen.
Marc Logman is doctor in de Toegepaste Economische Wetenschappen. Hij doceert marketing en business modeling aan verschillende universiteiten (onder meer de KU Leuven en de Universiteit Hasselt). Hij publiceerde vele internationale artikels. In 2008 won hij een Internationale Award van SAVE International voor beste paper van het jaar rond value engineering (waardeanalyse) en in 2018 won hij de Garant-studieboekprijs met de vorige versie van dit boek.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Nieuwbouw, verbouwing en verhuur met btw
Dit boek bevat alle relevante informatie inzake vastgoed en btw voor wie bouwt of verbouwt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interne audits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Btw-eetjes deel 21
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 21
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Vzw en btw, 3e uitgave
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Vzw en btw, 3e uitgave
Vaak verrichten vzw’s echter ook activiteiten die met btw dienen te worden belast. Ze verkrijgen dan het statuut van gemengde btw-belastingplichtige.
Soms verrichten vzw’s gratis handelingen of handelingen in het algemeen belang. Als ze daarnaast ook belastbare handelingen stellen, verkrijgen ze het statuut van gedeeltelijke btw-belastingplichtige.
In dit boek wordt de reikwijdte van de vrijgestelde handelingen in de sociale, sportieve en culturele sfeer besproken en de al dan niet belastbaarheid van ontvangen subsidies. Ook de btw-regeling voor het organiseren van evenementen ter verkrijging van financiële steun komt aan bod.
Een bijzondere aandacht gaat naar de bijzondere financieringsbronnen van vzw’s (lidgelden, inbrengen, sponsoring, giften, ...). In welke mate beïnvloeden zij het pro rata bij vzw’s die gemengde btw-belastingplichtigen zijn?
Ten slotte wordt geanalyseerd welke de invloed van algemene werkingstoelagen is op het recht op aftrek van de btw voor de vzw naargelang haar btw-statuut.
Derde, volledig herziene uitgave
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
Joy and pain in sport – Disillusionment and sadness, but also hope and optimism
"In 2004, Panathlon’s “Declaration on Ethics in Youth Sports” has been issued; the declaration was quickly endorsed by international, national and regional sports organizations. In Flanders, successive Ministers of Sport took initiatives to embed its essentials in the decree on ‘Ethically Responsible Sports’ and to give the International Centre of Ethics in Sport (I.C.E.S.) the assignment to provide ethical advice and design practical manuals for sports clubs. In my optimism, I thought I saw the light at the end of the tunnel. However, it is enough to follow the media for a while to see that this light is all too often obstructed by yet another scandal, incident, abuse, unfair and unsportsmanlike conduct. Prof. Em. Yves Vanden Auweele had already been the whistle blower and, at the same time, a source of information on possible ways of preventing and, if necessary, sanctioning abuses and in doing so he keeps the sports enthusiast alert and reactive. Because in sport, as in all rapidly evolving sectors of society, nothing is definitively achieved if you do not strive daily and without compromise for a consistent eradication of abuses and aberrations. Yves Vanden Auweele has been advocating for years a structural approach to integrity management at micro, meso and macro level across the entire sports landscape. And that is what all sports fans have to do." (Paul Standaert, President Panathlon Belgium)
"Yves Vanden Auweele’s insights and conclusions draw attention to a difficult but necessary debate in sports. It is up to every sports organization today to take on its leadership role and to put its athletes at the centre of the equation, so that they can practice their favourite sport in an ethically sound and healthy way. Profound and sustainable changes take time, however, so it is important to keep the issues raised permanently on the agenda and to measure the impact of all actions taken." (Ilse Arys, General manager Gymnastics Federation Flanders)
Yves Vanden Auweele (°1941) got his doctorate in psychology in 1973 at KULeuven-university/Belgium. Professor emeritus since 2006 at the same university. He taught courses in general psychology and sports and exercise psychology to physical education students, and the course in sports psychology to students of psychology and sports medicine. In the 1990s he was the first international coordinator of the European Erasmus program ‘Masters in Exercise and Sport Psychology’ and was a member of the Executive Board of the European Sport Psychology Association (FEPSAC) for 8 years. He published research on exercise psychology in adults, counselling of elite athletes, on stress and abuse in competitive sports, and on sport and development cooperation. From 2002 to 2014, he worked on a University Sport and Development project at the University of the Western Cape in Belle-Ville near Cape Town, South Africa. He writes opinion articles focusing on the pedagogical, psychological and ethical implications of current practices in sport.
Burgerschapseducatie. Tolerantie, morele vaardigheden en kritisch denken
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Burgerschapseducatie. Tolerantie, morele vaardigheden en kritisch denken
Dit is niet eenvoudig voor de school, in een samenleving met harde tegenstellingen, complotdenkers, nepnieuws, en sociale media vol hate speech, seksisme en bedreigingen.
Gericht op docenten/leraren, pedagogen en studenten voor die beroepen worden de belangrijkste filosofsche discussies, theorievorming en empirisch onderzoek rond deze drie begrippen besproken, en enkele voor veel docenten/leraren lastige problemen. Namelijk, hoe voorkom je indoctrinatie? Hoe behandel je gevoelige onderwerpen? Hoe maak je leerlingen echt weerbaar? Het boek bevat een groot aantal didactische suggesties.
Agnes Tellings werkte 15 jaar bij Wijsgerige & Historische Pedagogiek en 15 jaar bij Pedagogische Wetenschappen & Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit, waar zij sinds haar pensionering in 2020 gastonderzoeker is. Zij heeft dus expertise in filosofisch én empirisch onderzoek. In 2021 was zij co-redacteur van een themanummer over tolerantie in opvoeding en onderwijs van het wetenschappelijk tijdschrift Pedagogiek.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Het Stuivenbergziekenhuis (1879-2022). Een erfgoedicoon in Antwerpen
In ‘het Stuivenberg’ werd in 1902 ook de eerste Beroepsschool voor Ziekenverpleging in België opgericht. Zij zou later uitgroeien tot het prestigieuze Hoger Instituut voor Verpleegkunde (HIV).
In de meer dan 140-jarige geschiedenis van het Stuivenberg zin honderdduizenden patiënten behandeld, geopereerd, of verzorgd geworden door opeenvolgende teams van artsen en verpleegkundigen, alsmede dienst- en administratieve personeelsleden. Zij zorgden voor een geneeskundige zorg, die alsmaar performanter werd door de vele ontdekkingen, uitvindingen en technologische ontwikkelingen, die zich in die periode hebben voorgedaan. Ziekten als tuberculose, kinderverlamming, beroerten, nierziekten en vele andere, doch evenzeer operaties aan buikorganen, bloedvaten of beenderen worden uitgebreid besproken.
Niet het minst worden geneesheren als Albin Lambote, Fritz Sano en Ludo van Bogaert gehuldigd; zij waren wereldwijd voortrekkers in de orthopedie, de psychiatrie en de neurologie. Doch evenzeer hebben tientallen, ja honderden artsen en verpleegkundigen meegeholpen aan de faam die het Stuivenberg genoot bij de Antwerpse bevolking. Van hen, en van de door hen verstrekte medische zorgen in vrijwel alle domeinen van de zorg, wordt in dit boek verslag uitgebracht.
Met het aanstaande vertrek van de patiënten van het acute ziekenhuis Stuivenberg naar de site van het Cadix-hospitaal, wordt aan al deze ‘stuivenbergers’ dit boek in dierbare herinnering opgedragen.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Wetboek Strafrecht – 43ste, herziene uitgave / bijgewerkt tot 1 augustus 2022
Een uitgebreid herwerkt alfabetisch trefwoordenregister maakt het geheel bovendien erg gebruiksvriendelijk.
Alle teksten zijn bijgewerkt tot 1 augustus 2022.
Gert Vermeulen is gewoon hoogleraar (internationaal en Europees) strafrecht aan de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) en van het Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES). Hij voert internationaal relevant wetenschappelijk onderzoek op het brede terrein van het strafrechtelijk beleid.
Slavernij/Oekraïne. Themanummer Filosofie & Praktijk- – Jrg. 43 nr. 2 (2022)
Slavernij/Oekraïne. Themanummer Filosofie & Praktijk- – Jrg. 43 nr. 2 (2022)
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wegwijs in het digitale tijdperk
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag. Wegwijs in het digitale tijdperk
Deze gids gaat in op de verschillende seksuele activiteiten die op en via het internet en nieuwe media plaatsvinden. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen gezond seksueel gedrag en seksueel grensoverschrijdend gedrag in het digitale landschap. Zowel het wettelijk als hulpverleningskader worden besproken. Problematisch gedrag inzake extreme pornografie, upskirting, seksueelmisbruikbeelden van minderjarigen en peer-to-peer online grooming zijn enkele voorbeelden die in dit boek uitvoerig worden besproken. Thema’s zoals Dark Web, jeugddelinquentierecht, seksuele ontwikkeling, preventieve hulpverlening, mediaopvoeding, monitoring en deontologie komen eveneens aan bod.
Jongeren en online seksueel grensoverschrijdend gedrag: Wegwijs in het digitale tijdperk is een praktische handleiding voor psychologen, seksuologen, criminologen, kinder- en jeugdpsychiaters, juristen en studenten die werken met jongeren die online seksueel grensoverschrijdend hebben gepleegd, of zich in de risicogroep bevinden. Allerlei tools voor de diagnostiek, preventie en therapie worden in dit boek aangereikt. Daarbovenop wordt ook een praktische toepassing aan de hand van verschillende casussen besproken.
Zohra Lkasbi is klinisch kinderpsycholoog, criminoloog en gedragstherapeut. Zij is werkzaam in ZNA Universitair Kinder- en Jeugdpsychiatrie Antwerpen (UKJA), binnen de zorgeenheid externaliserende stoornissen - adolescenten. Zij is gespecialiseerd in de diagnostiek en behandeling van jeugdige zedendelinquenten en adolescenten met een psychiatrische problematiek in combinatie met normoverschrijdend gedrag. Daarnaast heeft ze de laatste jaren expertise opgebouwd over jongeren die online seksueel grensoverschrijdend gedrag hebben gepleegd.
Inleiding gezondheidspromotie voor verpleeg- en vroedkunde
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Inleiding gezondheidspromotie voor verpleeg- en vroedkunde
Verpleegkundigen en vroedvrouwen hebben een opdracht in het versterken van de gezondheidsvaardigheden en het gezonde gedrag van hun zorgvragers. Dit handboek biedt kaders om hun competenties voor deze opdracht verder te ontwikkelen, dit zowel in hun werk met individuele zorgvragers als met doelgroepen.
In deze publicatie wordt aandacht gegeven aan de link met communicatie en relationele vaardigheden en wordt veel verwezen naar relevante bronnen en organisaties.
Christine Ceulemans is socioloog. Zij begeleidt studenten Verpleegkunde en Vroedkunde aan de Karel de Grote Hogeschool tijdens hun opleiding tot gezondheidspromotor en maatschappelijk-sensitieve zorgverlener. Daarnaast werkt ze als zorgcoach binnen deze hogeschool.
Het hemd met de onmogelijke knopen – Praktische gids op jouw weg met de ziekte van Parkinson
Het vernemen van de diagnose van de ziekte van Parkinson gaat veelal gepaard met een zoektocht naar informatie en de hoop op innovatieve behandelingen die de ziekte kunnen afremmen, stopzetten of genezen. Het world wide web voorziet jou van informatie, soms correct en diepgaand, maar vaak ook minder betrouwbaar of onjuist. Dit boek wil tegemoetkomen aan de chaos aan online-informatie door op een gestructureerde manier wetenschappelijk betrouwbare kennis aan te bieden. De ziekte van Parkinson is een bijzondere ziekte, waarbij ook het leren omgaan met de symptomen een hele uitdaging is. Naast een bron van informatie wil dit boek een praktische gids zijn op jouw weg met de ziekte van Parkinson. Dit is een boek voor personen met de ziekte van Parkinson, hun partner, kinderen en hun bredere omgeving.
Miet De Letter is als onderzoeker en hoofddocent verbonden aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent. Ze is voorzitter van de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en van de Interdisciplinaire Postgraduaatopleiding Neurorevalidatie van de UGent. Met een team van experten staat ze aan het roer van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen. Haar klinische en wetenschappelijke expertise grijpt ze aan om studenten en cursisten op te leiden tot gespecialiseerde zorgverstrekkers voor personen met de ziekte van Parkinson.
Tom Steeland is als zelfstandige logopedist gespecialiseerd in parkinsonzorg. Met een team van logopedisten heeft hij een jarenlange ervaring opgebouwd in de thuisbegeleiding van personen met de ziekte van Parkinson en hun omgeving. Hij streeft naar een parkinsonzorg in interdisciplinair samenwerkingsverband, waarbij de persoon achter de patiënt met de ziekte van Parkinson centraal staat.
Patrick Santens is neuroloog in het UZ Gent en gewoon hoogleraar neurologie aan de UGent. Zijn hoofdspecialisatie situeert zich in het vakgebied van de bewegingsstoornissen, in het bijzonder de ziekte van Parkinson en aanverwante stoornissen.
Het hemd met de onmogelijke knopen – Praktische gids op jouw weg met de ziekte van Parkinson
Het vernemen van de diagnose van de ziekte van Parkinson gaat veelal gepaard met een zoektocht naar informatie en de hoop op innovatieve behandelingen die de ziekte kunnen afremmen, stopzetten of genezen. Het world wide web voorziet jou van informatie, soms correct en diepgaand, maar vaak ook minder betrouwbaar of onjuist. Dit boek wil tegemoetkomen aan de chaos aan online-informatie door op een gestructureerde manier wetenschappelijk betrouwbare kennis aan te bieden. De ziekte van Parkinson is een bijzondere ziekte, waarbij ook het leren omgaan met de symptomen een hele uitdaging is. Naast een bron van informatie wil dit boek een praktische gids zijn op jouw weg met de ziekte van Parkinson. Dit is een boek voor personen met de ziekte van Parkinson, hun partner, kinderen en hun bredere omgeving.
Miet De Letter is als onderzoeker en hoofddocent verbonden aan de faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de UGent. Ze is voorzitter van de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en van de Interdisciplinaire Postgraduaatopleiding Neurorevalidatie van de UGent. Met een team van experten staat ze aan het roer van Parkinson Zorgwijzer Vlaanderen. Haar klinische en wetenschappelijke expertise grijpt ze aan om studenten en cursisten op te leiden tot gespecialiseerde zorgverstrekkers voor personen met de ziekte van Parkinson.
Tom Steeland is als zelfstandige logopedist gespecialiseerd in parkinsonzorg. Met een team van logopedisten heeft hij een jarenlange ervaring opgebouwd in de thuisbegeleiding van personen met de ziekte van Parkinson en hun omgeving. Hij streeft naar een parkinsonzorg in interdisciplinair samenwerkingsverband, waarbij de persoon achter de patiënt met de ziekte van Parkinson centraal staat.
Patrick Santens is neuroloog in het UZ Gent en gewoon hoogleraar neurologie aan de UGent. Zijn hoofdspecialisatie situeert zich in het vakgebied van de bewegingsstoornissen, in het bijzonder de ziekte van Parkinson en aanverwante stoornissen.
Logica en filosofie van de taal – Voor al wie bezig is met taal en tekst
Dit boek biedt een brede inleiding in de analyse van denken en taal. Het is bedoeld voor al wie bezig is met taal en tekst, in het dagelijks leven, op school en op de werkvloer. Het vereist geen voorkennis. De uiteenzetting is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel staat het denken centraal. De twee belangrijkste vragen daaromtrent zijn: de vraag van de informele logica naar de relevantie van een argument, en de vraag van de formele logica naar de juistheid van een conclusie. In het tweede deel ligt de nadruk op taal en haar verhouding tot betekenis, het denken en de werkelijkheid. De stof wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden afkomstig uit een grote verscheidenheid aan domeinen, politiek, literair en wetenschappelijk, die tonen hoe belangrijk een juiste kijk op denken en taal is om in de wereld onze weg te vinden. Om de zelfwerkzaamheid van de lezer te stimuleren, zijn aan het eind van ieder hoofdstuk opgaven opgenomen.
De titel van het boek wijst er meteen op dat het onderwerp ‘logica en filosofie van de taal’ niet alleen is weggelegd voor specialisten (al dan niet in ivoren torens). En al lijkt het op het eerste gezicht bedoeld voor een academisch niveau, het is ook ‘geschikt als leidraad bij cursussen laatste jaar middelbaar onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs en voor al wie bezig is met taal en tekst’ (Jan Cumps, Voor u gelezen, Impuls voor onderwijsbegeleiding, 47(4), p.199).
Van 2009 tot 2019 was Martine Lejeune (PhD filosofie) gastprofessor filosofie aan de Universiteit Gent. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit Gent en promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over speculatieve logica. Sinds 2022 is zij voltijds schrijfster. Zij schrijft fictie en non-fictie.
Logica en filosofie van de taal – Voor al wie bezig is met taal en tekst
Dit boek biedt een brede inleiding in de analyse van denken en taal. Het is bedoeld voor al wie bezig is met taal en tekst, in het dagelijks leven, op school en op de werkvloer. Het vereist geen voorkennis. De uiteenzetting is opgebouwd uit twee delen. In het eerste deel staat het denken centraal. De twee belangrijkste vragen daaromtrent zijn: de vraag van de informele logica naar de relevantie van een argument, en de vraag van de formele logica naar de juistheid van een conclusie. In het tweede deel ligt de nadruk op taal en haar verhouding tot betekenis, het denken en de werkelijkheid. De stof wordt toegelicht aan de hand van voorbeelden afkomstig uit een grote verscheidenheid aan domeinen, politiek, literair en wetenschappelijk, die tonen hoe belangrijk een juiste kijk op denken en taal is om in de wereld onze weg te vinden. Om de zelfwerkzaamheid van de lezer te stimuleren, zijn aan het eind van ieder hoofdstuk opgaven opgenomen.
De titel van het boek wijst er meteen op dat het onderwerp ‘logica en filosofie van de taal’ niet alleen is weggelegd voor specialisten (al dan niet in ivoren torens). En al lijkt het op het eerste gezicht bedoeld voor een academisch niveau, het is ook ‘geschikt als leidraad bij cursussen laatste jaar middelbaar onderwijs ter voorbereiding op het hoger onderwijs en voor al wie bezig is met taal en tekst’ (Jan Cumps, Voor u gelezen, Impuls voor onderwijsbegeleiding, 47(4), p.199).
Van 2009 tot 2019 was Martine Lejeune (PhD filosofie) gastprofessor filosofie aan de Universiteit Gent. Zij studeerde filosofie aan de Universiteit Gent en promoveerde aan de Universiteit Antwerpen op een proefschrift over speculatieve logica. Sinds 2022 is zij voltijds schrijfster. Zij schrijft fictie en non-fictie.
Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective
The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.
Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.
Age of consent legislation in Europe and China. A cross-jurisdictional perspective
The age of consent legislation in Europe have been revised tremendously in recent years. What are the newest trends of the revision? Do they reflect any legislators’ attitudes towards child sexuality and what are they? What values and rationales behind the age of consent legislation should be considered and weighed cautiously? What are the current trends in the timing of young people’s first sexual initiation in Europe and how does this timing of their sexual initiation relate to the recent age of consent revision? How does the current age of consent legislation in China relate to the trend identified on European continent when it comes to the characteristics of gender-specificity versus gender-neutrality? In this book these questions are investigated from a multi-disciplinary approach and the reader is granted an insightful yet accessible understanding of these questions.
Guangxing Zhu is an assistant professor at the School of Criminal Justice, China University of Political Science and Law. She received her degree of Ph.D in Law at Tilburg University (The Netherlands, 2018), where she was Ph.D. Fellow at the International Victimology Institute Tilburg (Intervict, Tilburg University). She is the author of various articles on child sexual offence law. Dr. Zhu is also a columnist for several Chinese and English magazines.
Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?
De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.
Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.
Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.
De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.
Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zelf werk in onroerende staat verrichten. Wanneer moet men btw betalen?
De draagwijdte van het eerste lid van art. 19, §2, 1°, van die wettelijke bepaling werd aanzienlijk ingeperkt:
• het is enkel nog van toepassing voor zover de belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de btw zou hebben ingeval een andere belastingplichtige een dergelijk werk voor zijn rekening zou verrichten, dit met het oog op een betere omzetting van artikel 27 van de richtlijn 2006/112/EG, voornoemd;
• herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken worden altijd uitgesloten.
Het eerste lid van art.19, §2, 2°, van die wettelijke bepaling werd eveneens aangepast, zonder de inhoud ervan te wijzigen, met het oog op een nauwgezette omzetting van artikel 26, lid 1, b), van de richtlijn 2006/112/EG.
Het derde lid van die wettelijke bepaling omschrijft het begrip ‘werk in onroerende staat’. Dit begrip is van toepassing voor het volledige Btw-Wetboek.
De vraag is wanneer er btw moet betaald worden over zelf verricht werk in onroerende staat en als er btw verschuldigd is, over welk bedrag en tegen welk btw-tarief.
Aan de hand van vele voorbeelden en berekeningen wordt deze toch vrij technische materie toegelicht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent) en is actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert, en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Filosoferen in sociaal werk. De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk.
Filosoferen is een spel. Het is spelen met de heersende principes, de gangbare opinies en de gedeelde waarden van een samenleving. Het is graven naar de onderliggende vooronderstellingen die hen schragen en hen testen op hun houdbaarheid, maar het is geen vrijblijvend spel. Diepgewortelde ideeën ter discussie stellen kan ontwrichtend zijn. Filosofie brengt zowel het denken als mensen, de samenleving dus, in beweging. Dit maakt de filosofie tot een krachtige bondgenoot voor alle beroepen die sociaal onrecht aan de kaak stellen en streven naar een meer rechtvaardige samenleving.
Daniël Janssens, Aleidis Devillé en Jonathan Lambaerts zijn allen verbonden aan de Opleiding Sociaal werk van Hogeschool Thomas More, Campus Geel. Wim Wouters is raadgever sociaal werk, armoede en diversiteit op het kabinet van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn.
Filosoferen in sociaal werk. De kracht van het niet-weten in de agogische praktijk.
Filosoferen is een spel. Het is spelen met de heersende principes, de gangbare opinies en de gedeelde waarden van een samenleving. Het is graven naar de onderliggende vooronderstellingen die hen schragen en hen testen op hun houdbaarheid, maar het is geen vrijblijvend spel. Diepgewortelde ideeën ter discussie stellen kan ontwrichtend zijn. Filosofie brengt zowel het denken als mensen, de samenleving dus, in beweging. Dit maakt de filosofie tot een krachtige bondgenoot voor alle beroepen die sociaal onrecht aan de kaak stellen en streven naar een meer rechtvaardige samenleving.
Daniël Janssens, Aleidis Devillé en Jonathan Lambaerts zijn allen verbonden aan de Opleiding Sociaal werk van Hogeschool Thomas More, Campus Geel. Wim Wouters is raadgever sociaal werk, armoede en diversiteit op het kabinet van Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn.
Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)
In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Een praktische gids bij btw-controle – Verwerping van de aftrek; Onttrekkingen; Herzieningen; Voordelen van alle aard versus Bewijs van de aftrek; Verjaring (2 de herziene editie)
In dit boek worden een aantal zaken uit de controlepraktijk samengebracht zodat er inzicht kan verworven worden in hun onderlinge samenhang: recht op aftrek versus bewijsvoering van het beroepsgebruik, onttrekkingen, herzieningen van de btw en controle- en verjaringstermijn.
Het boek beperkt de theorie en legt de problematiek uit vanuit praktijkvoorbeelden met concrete berekeningen.
Dit boek wil dan ook een gids zijn bij btw-controles om een antwoord te bieden op de vaak in de praktijk voorkomende discussiepunten.
Stefan Ruysschaert is Adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend goed in de praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 27ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 februari 2022.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Docent fiscaal recht en research manager DigiTax UAntwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Ken je innerlijke goden en godinnen
Soms zijn bepaalde goden of godinnen wat ondergeschoven geraakt of nemen ze een grotere plaats in dan ons lief is. De auteur toont hoe we bestaansrecht kunnen geven aan alle aspecten van onze persoon en biedt praktische handvaten om eventueel een ander, beter evenwicht in onszelf te vinden. Hierdoor winnen we zowel aan kracht (zelfkennis, persoonlijke groei) als aan mildheid.
Jan Van der Vurst werkt als consulent en opleider in het domein van menselijk gedrag. Hij voert opdrachten uit voor bedrijven in de vijf continenten. Van der Vurst publiceerde enkele boeken over invloed, over moed en over stakeholder management. Hij leidt het training- en adviesbureau Jeran.
Ken je innerlijke goden en godinnen
Soms zijn bepaalde goden of godinnen wat ondergeschoven geraakt of nemen ze een grotere plaats in dan ons lief is. De auteur toont hoe we bestaansrecht kunnen geven aan alle aspecten van onze persoon en biedt praktische handvaten om eventueel een ander, beter evenwicht in onszelf te vinden. Hierdoor winnen we zowel aan kracht (zelfkennis, persoonlijke groei) als aan mildheid.
Jan Van der Vurst werkt als consulent en opleider in het domein van menselijk gedrag. Hij voert opdrachten uit voor bedrijven in de vijf continenten. Van der Vurst publiceerde enkele boeken over invloed, over moed en over stakeholder management. Hij leidt het training- en adviesbureau Jeran.
Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?
Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.
Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Kathleen Duerinckx is lector strafrecht, criminologie, onderzoeksmethoden voor de paralegal, en wereldburgerschap en maatschappelijk engagement.
Ellie Verhaegen is lector aansprakelijkheidsrecht, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand, vennootschapsrecht en goederenrecht.
Aansprakelijkheidsrecht – een overzicht, 5e, herziene uitgave
• wat is aansprakelijkheid;
• wanneer ben je contractueel aansprakelijk;
• wat zijn de gevolgen van strafrechtelijke aansprakelijkheid;
• wat is een onrechtmatige daad;
• wanneer ben je aansprakelijk voor je eigen foutieve daad, voor de fout van je minderjarige kinderen, je leerlingen of leerjongens en je aangestelden;
• wie is aansprakelijk voor schade toegebracht door dieren, gebrekkige zaken of instorting van gebouwen;
• wanneer kan je aansprakelijk gesteld worden voor burenhinder?
Daarnaast komen ook enkele specifieke onderwerpen inzake aansprakelijkheid aan bod, zoals de exoneratiebedingen, verschillende vormen van aansprakelijkheid (hoofdelijk, in solidum, gedeeld, objectief, disciplinair, ...), productaansprakelijkheid, medische aansprakelijkheid, aansprakelijkheid van aannemers en architecten, aansprakelijkheid in verkeerszaken, aansprakelijkheid van bestuurders, samenloop van aansprakelijkheden en aansprakelijkheid van en voor vrijwilligers.
Deze uitgave is in het bijzonder geschikt in het onderwijs aan professionele bachelors. Met behulp van een aparte docentenhandleiding met concrete voorbeelden en toepassingen bij de leerstof, krijgen de hoorcolleges een praktische invulling.
Kathleen Duerinckx is lector strafrecht, criminologie, onderzoeksmethoden voor de paralegal, en wereldburgerschap en maatschappelijk engagement.
Ellie Verhaegen is lector aansprakelijkheidsrecht, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstand, vennootschapsrecht en goederenrecht.
Démence chez les personnes âgées issues de l’immigration
S’inscrivant dans une démarche scientifique, cet ouvrage s’appuie sur les témoignages de personnes âgées d’origines marocaine, turque et italienne, de leurs aidants proches et de soignants professionnels pour décrire la prise en charge de l’alzheimer chez ces seniors, leurs besoins et les stratégies de soins mises en œuvre par les aidants proches et les intervenants professionnels pour y répondre. Il aborde en outre les services et les soins qui seront nécessaires à l’avenir pour assurer une meilleure prise en charge de la maladie chez ces aînés.
La personne âgée était au cœur de l’étude menée, et cela transparaît également dans le message que cet ouvrage cherche à faire passer. Après un bref aperçu de l’histoire de l’immigration en Belgique et une esquisse des besoins des seniors issus de cette immigration, les auteures donnent à voir la manière dont les personnes âgées et leurs aidants proches vivent l’alzheimer. Elles se penchent ensuite sur le déroulement du processus diagnostique lié à l’alzheimer ainsi que sur les soins et l’assistance apportés aux personnes âgées qui en souffrent. Cette partie de l’ouvrage s’attache à décrire les soins informels apportés par les aidants proches, ainsi que les influences qui s’exercent sur les soins professionnels et la perception dont ils font l’objet, tant en Belgique qu’à l’étranger. Enfin, l’ouvrage présente plusieurs exemples de projets inspirants menés dans d’autres pays et formule des recommandations en vue d’une prise en charge mieux adaptée des personnes âgées issues de l’immigration.
Cet ouvrage se veut une source d’inspiration pour les aidants proches, les soignants professionnels et les décideurs politiques, et entend les aider à relever le défi, trop peu mis en lumière, qui consiste à proposer des soins adaptés aux seniors issus de l’immigration atteints de démence. Il peut contribuer à amorcer le dialogue sur cette problématique et propose des pistes pour améliorer et moderniser la pratique en la matière.
Dr. Saloua Berdai Chaouni a une doctorat en agogique pour adults et est diplômée en sciences biomédicales et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, à la Vrije Universiteit Brussel et à la Karel de Grote Hogeschool, où elle enseigne également. Ses recherches se situent à la croisée du vieillissement, de la diversité et des soins.
Ann Claeys est infirmière et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, où elle est également chargée de cours, et à la Vrije Universiteit Brussel. Elle mène des recherches sur les soins sensibles à la culture et sur les compétences culturelles chez les professionnels des soins.
Démence chez les personnes âgées issues de l’immigration
S’inscrivant dans une démarche scientifique, cet ouvrage s’appuie sur les témoignages de personnes âgées d’origines marocaine, turque et italienne, de leurs aidants proches et de soignants professionnels pour décrire la prise en charge de l’alzheimer chez ces seniors, leurs besoins et les stratégies de soins mises en œuvre par les aidants proches et les intervenants professionnels pour y répondre. Il aborde en outre les services et les soins qui seront nécessaires à l’avenir pour assurer une meilleure prise en charge de la maladie chez ces aînés.
La personne âgée était au cœur de l’étude menée, et cela transparaît également dans le message que cet ouvrage cherche à faire passer. Après un bref aperçu de l’histoire de l’immigration en Belgique et une esquisse des besoins des seniors issus de cette immigration, les auteures donnent à voir la manière dont les personnes âgées et leurs aidants proches vivent l’alzheimer. Elles se penchent ensuite sur le déroulement du processus diagnostique lié à l’alzheimer ainsi que sur les soins et l’assistance apportés aux personnes âgées qui en souffrent. Cette partie de l’ouvrage s’attache à décrire les soins informels apportés par les aidants proches, ainsi que les influences qui s’exercent sur les soins professionnels et la perception dont ils font l’objet, tant en Belgique qu’à l’étranger. Enfin, l’ouvrage présente plusieurs exemples de projets inspirants menés dans d’autres pays et formule des recommandations en vue d’une prise en charge mieux adaptée des personnes âgées issues de l’immigration.
Cet ouvrage se veut une source d’inspiration pour les aidants proches, les soignants professionnels et les décideurs politiques, et entend les aider à relever le défi, trop peu mis en lumière, qui consiste à proposer des soins adaptés aux seniors issus de l’immigration atteints de démence. Il peut contribuer à amorcer le dialogue sur cette problématique et propose des pistes pour améliorer et moderniser la pratique en la matière.
Dr. Saloua Berdai Chaouni a une doctorat en agogique pour adults et est diplômée en sciences biomédicales et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, à la Vrije Universiteit Brussel et à la Karel de Grote Hogeschool, où elle enseigne également. Ses recherches se situent à la croisée du vieillissement, de la diversité et des soins.
Ann Claeys est infirmière et gérontologue. Elle est chercheuse rattachée à l’Erasmushogeschool Brussel, où elle est également chargée de cours, et à la Vrije Universiteit Brussel. Elle mène des recherches sur les soins sensibles à la culture et sur les compétences culturelles chez les professionnels des soins.
Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.
Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.
Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.
Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.
Levensbeeld en kanker. Een existentiële, spirituele visie
Hoe kunnen we een omgang vinden met wat ons overkomt naar lichaam en ziel, naar wat deze ziekte met ons doet of ons zegt? In de vakliteratuur is het psychologisch jargon dominant, terwijl 'het andere spreken', vanuit de existentiële, spirituele gezichtshoek, op de achtergrond blijft. Dit boek wil tegemoetkomen aan deze leemte.
Elf personen, met uiteenlopende levensbeschouwingen, komen aan het woord over hun omgang met deze ziekte in hun leven. Het begrip aanvaarding, in samenhang met aanverwante begrippen als ziel, zin en levensverhaal, wordt uitgewerkt als sleutelbegrip in deze opgave.
Francesco Kortekaas ontrafelt de samenhang tussen de verstoring van het concrete leven, de vragen naar het bestaan en de impact op de levensbeschouwing. Als denkkader voor de gesprekken over de existentiële en spirituele opgave bij kankerpatiënten kiest hij voor het schetsen van het levensbeeld, de weergave van de persoonlijke levensvisie en het unieke levensverhaal.
Francesco Kortekaas studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit van Leiden en aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat in Heerlen. Hij werkte ruim zestien jaar als RK pastoraal werker in het Psychiatrisch Centrum St.-Willibrord in Heiloo en was daarna tweeëntwintig jaar werkzaam als geestelijk verzorger in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, een ziekenhuis en onderzoeksinstituut gespecialiseerd in oncologie. De gesprekken met patiënten, met uiteenlopende levensbeschouwingen, zijn inspiratie geweest tot dit schrijven.
Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave
In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?
Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.
Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Hotels, motels en vakantieverblijven. Analyse inzake btw – 2e uitgave
In dit boek analyseren we de verhuur van hotelkamers en motels enerzijds en het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen (vakantieverblijven, B&B, jeugdhuizen, aparthotels, ...) anderzijds. Wanneer is er btw van toepassing? Tegen welk btw-tarief? Wanneer opent een investering in dergelijke onroerende goederen recht op aftrek van de voorbelasting?
Ook de nieuwe kwantitatieve en kwalitatieve normen bij het verstrekken van gemeubeld logies door soortgelijke inrichtingen als hotels komt uitgebreid aan bod.
Ten slotte komen een aantal topics aan bod die relevant zijn voor de hotelsector.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk (OGP) en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5
Prof. dr. Wim Hardyns is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Professor of Safety Sciences at the University of Antwerp, Belgium.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Prof. dr. Lieven Pauwels is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Director of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP).
Evaluation and mentoring of the multi-agency approach to violent radicalisation in Belgium, the Netherlands and Germany – IDC Impact Series nr.5
Prof. dr. Wim Hardyns is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Professor of Safety Sciences at the University of Antwerp, Belgium.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Prof. dr. Lieven Pauwels is a Professor of Criminology at the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law at Ghent University, Belgium, and Director of the Institute of International Research on Criminal Policy (IRCP).
RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice
This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.
Renata Barbosa is Researcher and lecturer at Maastricht University,The Netherlands, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma, Italy, and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Megumi Ochi is Associate Professor at the College of International Relations and the Graduate School of International Relations of Ritsumeikan University in Kyoto, Japan, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP 93.1 (2022) – Contemporary challenges and alternatives to international criminal justice
This volume brings together major contributions to the 8th AIDP Symposium for Young Penalists which was organised by the AIDP Young Penalists Committee and convened on 10 and 11 June 2021 in telematic mode, hosted by the Faculty of Law of Maastricht University.
Renata Barbosa is Researcher and lecturer at Maastricht University,The Netherlands, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma, Italy, and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Megumi Ochi is Associate Professor at the College of International Relations and the Graduate School of International Relations of Ritsumeikan University in Kyoto, Japan, and member of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges
No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.
This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Wannes Bellaert is PhD Researcher and Academic Assistant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
RIDP 2021.2 – EU criminal policy: advances and challenges
No time for stand-still, though. Since 2020, the European Commission has launched a tsunami of new legislative proposals, including in the sphere of EU criminal law, strongly framed in its new EU Security Union Strategy.
This special issue on ‘EU criminal policy. Advances and challenges’ discusses and assesses some of the newest developments, both in an overarching fashion and in focused papers, relating to key 2022 novelties for Europol (ie the competence to conduct AI-based pre-analysis in (big) data sets, and extended cooperation with private parties), the sensitive debate since 2020 on criminalising (LGBTIQ) hate speech and hate crime at EU level, the 2022 Cybersecurity Directive, the potential of the 2020 Conditionality Regulation to address rule of law issues undermining the trustworthiness of Member States when issuing European Arrest Warrants, and concerns about free speech limitation by the 2021 Terrorist Content Online Regulation.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Wannes Bellaert is PhD Researcher and Academic Assistant at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
De verpleegkundige als organisator van zorg
Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?
Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.
Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.
Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.
Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.
Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.
Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.
De verpleegkundige als organisator van zorg
Enerzijds handelt de verpleegkundige autonoom en is er binnen de beroepsgroep de drang naar verdere profilering. Anderzijds blijft er de verbondenheid met andere beroepen binnen de gezondheidszorg, zoals artsen en andere hulpverleners. Dit boek sluit aan bij het professionaliseringsproces van het verpleegkundig beroep, waarbij de patiënt de centrale figuur is. Voortdurend dringt zich de vraag op: wat is verpleegkunde, wat is het niet, en: wat is dan de specifieke focus van verpleegkunde?
Dit boek is een leidraad bij de beantwoording van deze vragen. Hierbij worden concepten, methoden en modellen uit de verplegingswetenschap gebruikt. Het doel is theoretische begrippen te vertalen naar de dagelijkse praktijkvoering van de verpleegkunde.
Deze nieuwe uitgave besteedt tijd aan de manier hoe het evidence-based werken in België is uitgebouwd. Er wordt getoond hoe een verpleegkundige in België toegang krijgt tot het best beschikbare bewijs om dit naast de voorkeur van de patiënt te kunnen leggen en zo met zijn expertise aan verpleegkundige diagnostiek te doen in de klinische context.
Ze is bedoeld voor de opleiding tot bachelor in de verpleegkunde en vormt meteen ook een goede voorbereiding op de opleiding tot academische master in de verpleegkunde en de vroedkunde. Ze is tevens een naslagwerk zowel voor verpleegkundigen in postgraduaat en BanaBa-opleidingen als voor gezondheidswerkers met belangstelling voor verpleegkundige wetenschappen. De verpleegkundige-in-dienst vindt hier een actuele visie op het werk.
Bart Geurden, verpleegkundige en doctor in de medische wetenschappen, was als docent verbonden aan de Karel de Grote Hogeschool en de Universiteit Antwerpen, in de opleidingen tot bachelor en master in de Verpleeg- en Vroedkunde. Momenteel is hij als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Antwerpen en aan het Nutritieteam van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Als senior researcher voert hij onderzoek in het kader van voeding en malnutritie in de gezondheidszorg en leidt hij het ‘Center for Research and Innovation in Gastrology & Primary Food Care’.
Wijlen Lieve Van Hemel was werkzaam als lector verpleegkunde en pedagogisch coördinator aan het Sint-Vincentius-instituut voor Verpleegkunde in Antwerpen. Na de fusie van hogescholen was zij hoofd Opleiding Verpleegkunde van respectievelijk deKarel de Grote Hogeschool in Antwerpen en de Katholieke Hogeschool in Mechelen. Zij was geruime tijd lid van de Wetenschappelijke Vereniging Voor Verpleegkundigen en Vroedvrouwen.
Marleen Corremans is afgestudeerd als logopedist en behaalde een master in de verpleegkunde en vroedkunde en de beroepstitel oncologie. In 2015 ruilde ze het ziekenhuis voor een carrière bij KdG waar ze lector werd van de verpleegkundige interventies in de oncologie. Momenteel werkt Marleen aan een doctoraat in medische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. In 2020 werd ze directeur van de ‘Belgian Interuniversity Collaboration for Evidence-based Practice’ (BICEP: a JBI Affiliated group), een centrum dat aan het Joanna Briggs Instituut verbonden is.
Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?
De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:
1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.
2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.
Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?
En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Verhuren mét btw. Wanneer is de verhuur of de terbeschikkingstelling van een onroerend goed met btw?
De moeilijkheden die zich hierbij voordoen, hebben hoofdzakelijk twee oorzaken:
1° Het onderscheid tussen de onroerende verhuur en andere handelingen die een ‘gebruiksrecht op een onroerend goed uit zijn aard’ verlenen, is niet steeds gemakkelijk.
2° Anderzijds gaat een werkelijke onroerende verhuur vaak gepaard met andere leveringen of diensten die wel bedoeld kunnen zijn in het W.BTW.
Wanneer wordt mijn contract van onroerende verhuur met bijkomende diensten een complexe overeenkomst die aan de btw dient onderworpen te worden en correlatief recht op aftrek van de voorbelasting opent?
En ten slotte: welke alternatieven bestaan er op de onroerende verhuur mét btw om een gebouw mét btw ter beschikking te stellen? Is het werken met zakelijke rechten of via onroerende leasing nog interessant na de invoering van het stelsel van optionele onroerende verhuur mét btw? En is de oprichting van een btw-eenheid werkelijk zo interessant?
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin, Onroerend Goed in de Praktijk en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.
Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.
De opgroeidriehoek
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.
Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.
Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
De opgroeidriehoek
Dit boek is bedoeld voor alle grote mensen die te maken hebben met kinderen, professioneel of privé. Het is niet alleen een pleidooi om de wereld meer door de ogen van kinderen te bezien, maar geeft ook handvatten om vanuit systemisch perspectief de wereld van kinderen een klein beetje beter te maken.
Aan de hand van voorbeelden uit de praktijk, wordt geprobeerd te laten zien dat de enige echte richtlijn binnen rechtspraak en jeugdzorg, het perspectief van het kind kan zijn. Voor mensen in de jeugdzorg, de rechtspraak, de hulpverlening en het onderwijs, kan dit boek wat fundament bieden tegen de eigen onmacht. Voor alle andere grote mensen kan dit boek helpen bij het verkrijgen van de moed die soms nodig is om de hand uit te strekken naar een kind dat het moeilijk heeft.
Het boek De opgroeidriehoek wijkt af van de abstracte wijze waarop deskundigen en beleidsmakers vaak spreken met en over kinderen. Het gaat over het dagelijks leven van een kind en geeft de boodschap dat iedereen in de gelegenheid is om verantwoordelijkheid te nemen.
Het boek geeft hoop dat ook professionals durven kijken naar wat er wel kan, waarbij zo ver mogelijk wordt weggebleven van veroordeling.
Anneke van Teijlingen is van oorsprong verpleegkundige en heeft zich later ontwikkeld als MfN-registermediator binnen de rechtbank. Momenteel werkt zij voornamelijk als Bijzondere Curator, zowel in nationale als internationale casuïstiek. Zij probeert in haar werk haar systeemtherapeutische opleiding te combineren met haar overtuiging dat een kind nooit mag verworden tot een dossier.
Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme
"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)
Yves Vanden Auweele (°1941) promoveerde in 1973 als doctor in de psychologie en is sinds 2006 emeritus-hoogleraar van de KULeuven. Hij doceerde de vakken algemene psychologie en sport- en bewegingspsychologie aan studenten lichamelijke opvoeding, en het vak sportpsychologie aan studenten psychologie en sportgeneeskunde. Hij publiceerde onderzoek over bewegingspromotie bij volwassenen, begeleiding van topatleten, over stress, en misbruiken in de competitiesport, alsook over sport en ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte van 2002 tot 2014 mee aan een Vlaams Universitair Sport en Ontwikkelingsproject aan de ‘University of the Western Cape’ in Belle-Ville bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij schrijft opiniestukken met als insteek de pedagogische, psychologische en ethische implicaties van de huidige handel en wandel in de sport.
Vreugde en pijn in de sport – Ontgoocheling en Verdriet maar ook Hoop en Optimisme
"De inzichten en conclusies van Yves Vanden Auweele vestigen de aandacht op een moeilijk maar noodzakelijk debat in de sportsector. Het is aan elke sportorganisatie om vandaag haar leiderschapsrol op te nemen en om haar sporters centraal te zetten, zodat zij op een ethisch verantwoorde en gezonde wijze hun favoriete sport levenslang kunnen beoefenen. Diepgaande en duurzame verandering heeft echter tijd nodig, het is dus belangrijk om de aangehaalde thema’s permanent op de agenda te houden en het effect te meten van alle ondernomen acties." (Ilse Arys, Algemeen manager Gymnastiekfederatie Vlaanderen)
Yves Vanden Auweele (°1941) promoveerde in 1973 als doctor in de psychologie en is sinds 2006 emeritus-hoogleraar van de KULeuven. Hij doceerde de vakken algemene psychologie en sport- en bewegingspsychologie aan studenten lichamelijke opvoeding, en het vak sportpsychologie aan studenten psychologie en sportgeneeskunde. Hij publiceerde onderzoek over bewegingspromotie bij volwassenen, begeleiding van topatleten, over stress, en misbruiken in de competitiesport, alsook over sport en ontwikkelingssamenwerking. Hij werkte van 2002 tot 2014 mee aan een Vlaams Universitair Sport en Ontwikkelingsproject aan de ‘University of the Western Cape’ in Belle-Ville bij Kaapstad, Zuid-Afrika. Hij schrijft opiniestukken met als insteek de pedagogische, psychologische en ethische implicaties van de huidige handel en wandel in de sport.
Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk
De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.
Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.
Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.
Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18
Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl
Een interview met de auteur in Trouw
Een recensie van het boek in Pedagogiek
Joop Berding in Tjipcast
Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.
De website van de auteur
Rondom Cornelis Verhoeven – Ruimte voor vertraging in filosofie en onderwijspraktijk
De centrale thema’s in zijn werk zijn verwondering en dankbaarheid, ontvankelijkheid en geduld, rust en stilte. Deze bieden een tegenwicht tegen oprukkende verschijnselen als het activisme, de rusteloosheid en de nadruk op snelle resultaten in het onderwijs. Cornelis Verhoeven neemt afstand van de maakbaarheidsideologie en pleit voor het niet-planbare en niet-berekenbare dat de kern van onderwijs uitmaakt: een leraar en leerlingen die zich samen buigen over de zaken uit de wereld.
Joop Berding presenteert in dit boek de onderwijsfilosofie van Cornelis Verhoeven. Bovendien gaat hij in gesprekken met onderwijsmensen na wat deze visie voor het onderwijs en de leraren van vandaag te betekenen heeft.
Een verrassend actuele en stimulerende bijdrage aan het doorgaande gesprek over wat onderwijs is en kan zijn.
Kijk hier voor twee korte recensies in het vakblad Van12tot18
Een uitgebreide recensie van het boek op Nieuwwij.nl
Een interview met de auteur in Trouw
Een recensie van het boek in Pedagogiek
Joop Berding in Tjipcast
Joop Berding is pedagoog en opvoedingsfilosoof. Hij werkte vele jaren in en rond het onderwijs, onder andere als onderwijzer, beleidsmedewerker, praktijkonderzoeker, hogeschooldocent en auteur. Eerder publiceerde hij boeken en artikelen over denkers als Korczak, Dewey en Arendt en over thema’s als geduld en spel.
De website van de auteur
Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten
Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).
Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.
Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.
Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.
Vóórdat je zwanger wordt – Wat vrouwen en mannen moeten weten
Met adviezen van: Prof. dr. Yves Jacquemyn (hoofd van de afdeling Gynaecologie van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen) en dr. Attie Go, prof. dr. Joop Laven, prof. dr. Regine Steegers-Theunissen (van het Erasmus MC in Rotterdam).
Prof. dr. Eric Steegers is gynaecoloog en hoogleraar Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC in Rotterdam. Hij heeft meerdere initiatieven genomen om de verloskundige zorg te verbeteren, bijvoorbeeld met preconceptiespreekuren en met aandacht voor de zwangere vrouwen en gezinnen in armoedesituaties.
Drs. Anjo Geluk-Bleumink is publicist en socioloog. Ze is (mede-)auteur van onder meer Het Tweelingenboek en Vroeg geboren.
Samen schreven ze ook Gezond zwanger worden, het handboek over preconceptiezorg.
De zorgsector en de btw, 3e uitgave
Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.
Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.
Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.
Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De zorgsector en de btw, 3e uitgave
Artsen en ziekenhuizen verrichten in de praktijk ook soms handelingen die buiten de rechtstreekse zorgverstrekkende (en vrijgestelde) therapeutische activiteiten gaan. En dan kwam er de esthetische chirurgie die met btw diende te worden belast. In de relatie ziekenhuis – arts dienden nieuwe regels ingevoerd te worden.
Dit boek bespreekt de voor de zorgsector in de praktijk belangrijke materies. Er wordt gewerkt in aparte korte deeltjes waardoor de lezer onmiddellijk naar de voor hem relevante topic kan gaan.
Ook zelfstandige groeperingen van personen (kostendelende verenigingen) en de samenwerkingsverbanden tussen zorginstellingen komen aan bod.
Ten slotte werd de omzetting van de factureringsrichtlijn op de activiteiten van ziekenhuizen en andere zorgcentra ook in het boek verwerkt.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld
Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.
De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.
Dr. Lucien De Cock was de eerste erkende geriater in België. Deze bekendste Vlaamse geriater schreef in het verleden reeds talrijke bestsellers. Voor alles staat hij bekend niet terug te schrikken om taboes te doorbreken zoals dat het geval was met dementie, depressie, de dood, seksualiteit bij ouderen, Jeanne Calment. Ook in ‘Blijf van mijn lijf’ staat een weinig bekende, helaas harde realiteit pal boven water.
Blijf van mijn lijf. Oudere mensen en fysiek geweld
Ouderen zijn de dagelijkse slachtoffers van delicten. Hier komt het geweld duidelijker naar voor en belandt het in de gerechtelijke sfeer. Vermogensdelicten spannen de kroon. Het beheer van de eigen financiën wordt steeds moeilijker voor ouderen. Diefstal door vooral familieleden en hulpverleners zijn legio. Iedere bejaarde wordt bij opname in een ziekenhuis gewaarschuwd voor diefstal. Het rijtje van de vindingrijkheid om ouderen geld te ontfutselen, neemt gestadig toe: de neps, de babbeltrucs, de gauwdieven, de cybercriminaliteit. De gewelddadigere handtasdiefstallen houden de oudere vrouw van straat. Omtrent de geweldsdelicten wordt uitvoerig ingegaan op seksueel geweld tegen ouderen en op moord. Seksueel grensoverschrijdend gedrag ten opzichte van jonge vrouwen is dagelijks breed uitgesmeerd medianieuws; over seksueel geweld met onder andere verkrachting van de oudere mens wordt met geen woord gerept.
De laatste maanden schrokken sommige media wel over het frequente partnergeweld met moord en doodslag bij ouderen. Het weinig bekende “M-ZM”-fenomeen wordt zorgwekkender. De laatste drie decennia stonden seriemoordenaars van jonge vrouwen permanent in de kijker. Weinigen kennen het bestaan van de talrijkere seriemoordenaars van oudere mensen in de gezondheidszorg. Roofmoord bestaat al lang. De recente mondiale gebeurtenissen zullen wel duidelijk hebben gemaakt hoe verschrikkelijk psychopaten met hun slachtoffers meestal omgaan. Er deden zich recent ook enkele moorden voor in zorgcentra, beschouwd als de veilige havens bij uitstek. Er komt meer inzicht en kennis omtrent de psychotische dader. De euthanasie, in se een gesublimeerde moord, komt nu opnieuw in de actualiteit in verband met dementerenden. Dit boek begint met ‘de gesel dementie’, een dominerende constante in quasi de hele geweldsproblematiek bij ouderen. Er is de fascinerende geschiedenis van de gifmoorden. De middelen hiertoe heten niet meer arsenicum, cyanide of vingerhoedskruid, maar worden heimelijker dan ooit toegediend. Anderzijds zijn ouderen zelf geen doetjes meer, maar de roep om specifieke geriatrische gevangenissen vereist inzicht en overleg.
Dr. Lucien De Cock was de eerste erkende geriater in België. Deze bekendste Vlaamse geriater schreef in het verleden reeds talrijke bestsellers. Voor alles staat hij bekend niet terug te schrikken om taboes te doorbreken zoals dat het geval was met dementie, depressie, de dood, seksualiteit bij ouderen, Jeanne Calment. Ook in ‘Blijf van mijn lijf’ staat een weinig bekende, helaas harde realiteit pal boven water.
(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
Professor dr. Annick Gilles studeerde Audiologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze vond het verbijsterend hoeveel mensen last van tinnitus ondervinden en hoe sommigen hier echt onder kunnen lijden. In 2011 startte ze een doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar de effecten van lawaaischade en naar het optreden van tinnitus bij jongeren na luide muziekblootstelling. Ze behaalde in 2014 de doctoraatstitel in de Medische Wetenschappen en bleef zich gepassioneerd verder specialiseren in tinnitus. Sinds 2018 is ze professor aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Gent waar ze actief is in de modules rond gehoor in de geneeskundige en audiologische opleidingen. Ze is hoofd van de audiologische afdeling op de dienst Neus-Keel-Oor en Hoofd-Halsheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en ze is de oprichter en bezieler van TINTRA (Tinnitus Treatment & Research Center Antwerpen), een internationaal vooraanstaand expertise- en onderzoekscentrum omtrent tinnitus. Samen met een gespecialiseerd, multidisciplinair team staat ze met TINTRA in voor de diagnose, begeleiding en behandeling van jaarlijks om en bij de 2500 tinnituspatiënten.
(h)OREN(dol)?! Alle antwoorden op je vragen over tinnitus
15 à 20% van de volwassenen heeft tinnitus. Er bestaat echter nog steeds geen kant-en-klare, snelle oplossing voor deze klacht die voor iedereen werkzaam is. Maar het is wel zeker dat tinnitus géén constante last hoeft te zijn en/of te blijven. Er bestaat voor elke patiënt absoluut een oplossing om zijn/haar last te verminderen. Dit boek draagt bij tot belangrijke inzichten, wat op zichzelf reeds therapeutisch kan werken. Het vervangt geen gespecialiseerde of geïndividualiseerde tinnitusbegeleiding, maar vormt zeker een extra houvast en ondersteuning in dergelijk traject. Dit werk beoogt dus vooral om een ondersteunend platform te zijn, waarbij de vele vragen die de lezer heeft omtrent tinnitus duidelijk en eerlijk beantwoord zullen worden.
Het is een naslagwerk met verklaringen van o.a. het ontstaan van tinnitus en het geeft toelichting rond de vele termen, onderzoeken en behandelingen die in het kader van dit thema bestaan. Dit boek is daarmee, in de eerste plaats, gericht aan mensen die zelf met tinnitus kampen en die op zoek zijn naar correcte informatie. Tevens kan het een handige ondersteuning zijn voor hulpverleners (zoals huisartsen, Neus-Keel-Oorartsen, audiologen, psychologen of kinesisten) die in contact komen met tinnituspatiënten en hen correcte adviezen wensen te verschafen. Het werk is gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke inzichten, gebracht in een begrijpelijke taal.
Professor dr. Annick Gilles studeerde Audiologische Wetenschappen aan de Universiteit Gent. Ze vond het verbijsterend hoeveel mensen last van tinnitus ondervinden en hoe sommigen hier echt onder kunnen lijden. In 2011 startte ze een doctoraatsonderzoek aan de Universiteit Antwerpen naar de effecten van lawaaischade en naar het optreden van tinnitus bij jongeren na luide muziekblootstelling. Ze behaalde in 2014 de doctoraatstitel in de Medische Wetenschappen en bleef zich gepassioneerd verder specialiseren in tinnitus. Sinds 2018 is ze professor aan de Universiteit Antwerpen en de Hogeschool Gent waar ze actief is in de modules rond gehoor in de geneeskundige en audiologische opleidingen. Ze is hoofd van de audiologische afdeling op de dienst Neus-Keel-Oor en Hoofd-Halsheelkunde van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) en ze is de oprichter en bezieler van TINTRA (Tinnitus Treatment & Research Center Antwerpen), een internationaal vooraanstaand expertise- en onderzoekscentrum omtrent tinnitus. Samen met een gespecialiseerd, multidisciplinair team staat ze met TINTRA in voor de diagnose, begeleiding en behandeling van jaarlijks om en bij de 2500 tinnituspatiënten.
Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA (Begaafde Kinderen en Adolescenten).
Hilde Van Rossen, psychologe, was coördinator van de opleiding Bachelor in de Toegepaste Psychologie aan de VIVES Hogeschool West-Vlaanderen.
Hoogbegaafde kinderen opvoeden. Praktische gids voor de sociaal-emotionele begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren
Op zulke momenten hebben deze kinderen iemand nodig die hen begrijpt en vooral iemand die om hen geeft. Het spreekt voor zich dat ouders, maar ook leerkrachten, in deze jaren een cruciale rol spelen. Het is precies in deze vroege jaren dat bepaalde gedragspatronen zich inslijpen tot blijvende gewoontes. Daarom is het zo belangrijk dat volwassenen vroeg starten met een specifieke begeleiding voor deze kinderen en dit het liefst vòòr de leeftijd van 4 à 5 jaar.
Dit boek wil de lezer wegwijs maken in deze bijzondere behoeften aan begeleiding. Het bevat honderden tips over wat best wel te doen en wat liever niet te doen bij het begeleiden van hoogbegaafde kinderen en jongeren.
Begrip en steun van volwassenen geeft niet enkel richting aan de ontwikkeling van het kind, maar reikt vooral modellen van sterkte aan, waarop het kind nadien kan terugvallen.
Carl D’hondt, orthopedagoog, is erevoorzitter van BEKINA (Begaafde Kinderen en Adolescenten).
Hilde Van Rossen, psychologe, was coördinator van de opleiding Bachelor in de Toegepaste Psychologie aan de VIVES Hogeschool West-Vlaanderen.
Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Vademecum. Duurzaam ontwerpen van groene ruimten (2eEd)
Voor beginners, zoals studenten landschapsarchitectuur, architectuur, stedenbouw en groenmanagement is dit vademecum een eerste inwijding in de boeiende wereld van het ontwerpen van groene ruimten. Voor gevorderden biedt het een overzicht van de veelheid aan inzichten en praktische kennis die op dit ogenblik over dit thema voorhanden zijn. Aan ontwerpers biedt het bijkomende expertise over groene ruimten, hoe die te ontwerpen en te beheren en het instrumentarium om ze te ontwikkelen en te handhaven. Voor groenbeheerders, ecologen en andere projectpartners geeft het inzicht in ontwerpen als hefboom voor de ontwikkeling van groene ruimten en hoe dit samenhangt met inrichting en beheer. Ten slotte biedt het vademecum voor opdrachtgevers en projectleiders inspiratie om groene ruimten te ontwerpen voor allerhande ruimtelijke projecten.
Btw-eetjes deel 20
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 20
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn/haar fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2022 nr. 2
Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
GIEL VAESSEN werkte als verpleegkundige, groepswerker, sociaal vaardigheidstherapeut, gezinstherapeut, behandel- en zorgcoördinator en teamleider in de jeugdzorg en onderwijs. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij sinds 2002 cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Zie Kink in de kabel.
Als hechten moeilijk is. De rode draad uit het verleden
De auteur beschrijft stap voor stap een professionele en dialooggerichte methodiek voor het begeleiden van jongeren met hechtingsproblemen en -stoornissen én hun ouders en opvoeders in hun eigen thuissituatie, pleeggezin of gezinshuis.
Hij benadrukt:
• psycho-educatie over hechtingsproblemen;
• het in kaart brengen van de gezonde en de minder florissante ontwikkeling van het kind;
• het in kaart brengen van de krachten en de zwakten van het kind en van het gezinssysteem en
• het maken en het uitvoeren van een begeleidingsplan, in dialoog met de ouders en de jeugdige.
Veel van deze ouders hebben in hun eigen jeugd een moeilijke relatie met hun ouders gekend. Uitvoerig beschrijft de auteur het vakkundig begeleiden van deze ouders, zodat zij meer adequaat sensitief en responsief gaan opvoeden en de geschiedenis zich niet meer herhaalt. Grote delen van het boek zijn zo geschreven dat ze aan de ouders kunnen meegegeven worden. Dit helpt de ambulante werker in het geven van de ingewikkelde psycho-educatie over veilige hechting, onveilige hechting en het opvoeden vanuit onveilige hechtingsherinneringen van de ouder zelf.
GIEL VAESSEN werkte als verpleegkundige, groepswerker, sociaal vaardigheidstherapeut, gezinstherapeut, behandel- en zorgcoördinator en teamleider in de jeugdzorg en onderwijs. Daarnaast schreef hij diverse praktijkgerichte boeken en geeft hij sinds 2002 cursussen aan ouderverenigingen, leraren en hulpverleners in de jeugdzorg. Zie Kink in de kabel.
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Dr. Lindsey Anderson is the Regional Engagement Manager Innovation, Impact and Business at the University of Exeter, UK.
Communities and Students Together (CaST). Piloting new approaches to Engaged Learning in Europe – IDC Impact Series nr. 3
The central aim of the Communities and Students Together (CaST) project is to advance our knowledge and understanding of the myriad forms of Engaged Learning and to develop and pilot a programme in each partner university which enables community-based Engaged Learning. In this practical element of the CaST project, each partner aimed to incorporate lessons learned from the previous two CaST outputs – A State-of-the-Art Review, and a Case Study Compendium of Engaged Learning in Europe – in a pilot project in their home institution. This synthesis document describes each initiative, considering the practicalities and challenges of design and delivery, as well as the long-term sustainability.
Dr. Lindsey Anderson is the Regional Engagement Manager Innovation, Impact and Business at the University of Exeter, UK.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Dr. Courtney Marsh is a postdoctoral researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Engaged Learning in Belgium – IDC Impact Series nr. 2
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning initiative in the Belgian context, an in-depth view is provided into practices from eight case studies from five Higher Education Institutions across Belgium. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Belgium.
Dr. Courtney Marsh is a postdoctoral researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
Folk (Music) Education. Naar een didactiek van de Folk
In dit boek gaan we op zoek ‘naar een didactiek van de folk’. We merken immers dat folk meer en meer aandacht krijgt in het onderwijs en dit roept vragen op over de eigenheid van het leren en onderwijzen van folkmuziek. Deze publicatie sluit daarmee aan bij de internationale interesse in popular music pedagogies, en wil een bijdrage leveren aan de concretisering van een authentieke vakdidactiek voor de folkmuziek. In het boek komen diverse ervaringsdeskundigen aan het woord, elk met hun eigen invalshoeken en perspectieven.
'Eindelijk! Eindelijk heeft de leraar, beginnende muzikant en geïnteresseerde lezer die zich op folk dan wel volksmuziek wil storten een uitgebreide bron van informatie. Moge dit boek ervoor zorgen dat vele jongeren de smaak te pakken krijgen. Dat moet lukken en dan blijven verleden, heden en toekomst één groot geheel.'
— Dree Peremans (producer en auteur van o.a. Naar de bronnen van de Folk)
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2022 nr.1
Gezinnen na migratie. Hulpverlening en gezinsbeleid in een superdiverse samenleving (Gezinnen, Relaties en Opvoeding nr. 8)
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
Dirk Geldof, Kaat Van Acker, Gianni Loosveldt en Kathleen Emmery (reds.) zijn onderzoekers verbonden aan de Odisee Hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het Kenniscentrum Gezinswetenschappen jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Pascal Debruyne, Hilde De Smedt, Kathleen Emmery, Katja Fournier, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Kim Lecoyer, Gianni Loosveldt, Geert Matthys, Samira Oizaz, Mieke Schrooten, Birsen Taspinar, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Roos-Marie van den Bogaard, Simonne Vandewaerde, Roxanne Vanhaeren en Claire Wiewauters.
Gezinnen na migratie. Hulpverlening en gezinsbeleid in een superdiverse samenleving (Gezinnen, Relaties en Opvoeding nr. 8)
De oorlog in Oekraïne en de nieuwe vluchtelingencrisis zet op korte termijn de vraag naar opvang hoog op de agenda. Maar wat morgen? Aan welke begeleiding hebben vluchtelingengezinnen nood? En ruimer, hoe gaan we om met de groeiende diversiteit?
Die superdiversiteit weerspiegelt zich nog onvoldoende in het gezinsbeleid. Een zogenaamde universele aanpak houdt onvoldoende rekening met de diversiteit van gezinnen of gezinsleden. Beleidsmakers doen zo niet altijd recht aan de specifieke noden van gezinnen. Het migratie- en asielbeleid zet het recht op een gezinsleven voor migranten en erkende vluchtelingen onder druk. Hulpverleners zijn zoekende hoe ze divers-sensitief kunnen werken op maat van gezinnen.
In dit boek brengen we wetenschappers en praktijkmensen samen die werken met en over gezinnen met een migratieachtergrond, met bijzondere aandacht voor vluchtelingengezinnen. Samen onderzoeken we hoe hulpverlening en gezinsbeleid beter kunnen inspelen op de groeiende superdiversiteit van gezinnen in België, zodat alle gezinnen hun recht op een volwaardig gezinsleven kunnen waarmaken.
Dirk Geldof, Kaat Van Acker, Gianni Loosveldt en Kathleen Emmery (reds.) zijn onderzoekers verbonden aan de Odisee Hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het Kenniscentrum Gezinswetenschappen jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Pascal Debruyne, Hilde De Smedt, Kathleen Emmery, Katja Fournier, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Kim Lecoyer, Gianni Loosveldt, Geert Matthys, Samira Oizaz, Mieke Schrooten, Birsen Taspinar, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Roos-Marie van den Bogaard, Simonne Vandewaerde, Roxanne Vanhaeren en Claire Wiewauters.
Het mysterie van het leren – De rol van myeline, ignition, deep practice en mastercoaching
Op deze en andere vragen gaat auteur Ben Daeter in zijn boek Het mysterie van het leren diepgaand in. Al snel wordt duidelijk dat vier kernbegrippen steeds van essentieel belang zijn, nl. (de)myelinisatie, ignition, deep practice en mastercoaching. Al deze onderwerpen zijn nader verdiept en verbreed door vele wereldwijde nieuwe inzichten en praktisch onderzoek.
Dit werk is een vervolg op en verdere uitdieping van de publicatie van de beroemde Amerikaanse wetenschapper en auteur Daniel Coyle: The Talent Code. Greatness isn’t born, it’s grown.
Het is bedoeld voor ouders, leerkrachten en coaches, kortom voor iedereen die bij de opvoeding en de leerprocessen van kinderen en jongeren betrokken is.
‘I’m grateful to Ben Daeter for his work, and excited to have to see its impact on a new generation of talent builders in the Netherlands and beyond.’ (Dan Coyle)
Ben Daeter is jarenlang werkzaam geweest in vele sectoren van het onderwijs. Daarna is hij zich grondig gaan verdiepen in onderwerpen als hoogbegaafdheid, epigenetica, opvattingen over leren, de meest recente opvattingen over de werking van de hersenen en aangeleerde hulpeloosheid. Hij schreef over deze onderwerpen tientallen boeken en artikelen. Hij verzorgde ook enige biografieën en treedt op als recensent voor Biblion. Jarenlang hield hij zich bezig met het mysterie van het leren met als resultaat deze publicatie.
Het mysterie van het leren – De rol van myeline, ignition, deep practice en mastercoaching
Op deze en andere vragen gaat auteur Ben Daeter in zijn boek Het mysterie van het leren diepgaand in. Al snel wordt duidelijk dat vier kernbegrippen steeds van essentieel belang zijn, nl. (de)myelinisatie, ignition, deep practice en mastercoaching. Al deze onderwerpen zijn nader verdiept en verbreed door vele wereldwijde nieuwe inzichten en praktisch onderzoek.
Dit werk is een vervolg op en verdere uitdieping van de publicatie van de beroemde Amerikaanse wetenschapper en auteur Daniel Coyle: The Talent Code. Greatness isn’t born, it’s grown.
Het is bedoeld voor ouders, leerkrachten en coaches, kortom voor iedereen die bij de opvoeding en de leerprocessen van kinderen en jongeren betrokken is.
‘I’m grateful to Ben Daeter for his work, and excited to have to see its impact on a new generation of talent builders in the Netherlands and beyond.’ (Dan Coyle)
Ben Daeter is jarenlang werkzaam geweest in vele sectoren van het onderwijs. Daarna is hij zich grondig gaan verdiepen in onderwerpen als hoogbegaafdheid, epigenetica, opvattingen over leren, de meest recente opvattingen over de werking van de hersenen en aangeleerde hulpeloosheid. Hij schreef over deze onderwerpen tientallen boeken en artikelen. Hij verzorgde ook enige biografieën en treedt op als recensent voor Biblion. Jarenlang hield hij zich bezig met het mysterie van het leren met als resultaat deze publicatie.
Praten met kinderen – Handboek voor de begeleider
Het boek Praten met kinderen is gericht op ouders met kinderen vanaf ongeveer 10 jaar en geeft aan hoe ouders en kinderen samen kunnen overleggen over problemen, conflicten en meningsverschillen om een oplossing te vinden waar uiteindelijk iedereen tevreden mee is. Als ouders en kinderen samen overleggen, is het belangrijk om te voorkomen dat het gesprek uit de hand loopt, dat de emoties hoog oplopen of dat de discussie eindeloos duurt. Het boek geeft ouders een aantal tips en richtlijnen waarmee zij ervoor kunnen zorgen dat gesprekken met hun kinderen in een goede sfeer verlopen en dat er oplossingen voor problemen gevonden worden.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Praten met kinderen – Handboek voor de begeleider
Het boek Praten met kinderen is gericht op ouders met kinderen vanaf ongeveer 10 jaar en geeft aan hoe ouders en kinderen samen kunnen overleggen over problemen, conflicten en meningsverschillen om een oplossing te vinden waar uiteindelijk iedereen tevreden mee is. Als ouders en kinderen samen overleggen, is het belangrijk om te voorkomen dat het gesprek uit de hand loopt, dat de emoties hoog oplopen of dat de discussie eindeloos duurt. Het boek geeft ouders een aantal tips en richtlijnen waarmee zij ervoor kunnen zorgen dat gesprekken met hun kinderen in een goede sfeer verlopen en dat er oplossingen voor problemen gevonden worden.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Praten met kinderen – Een boek voor ouders en andere opvoeders
In dit boek gaan Nicole van As en Jan Janssens in op de manier waarop ouders en kind met dit soort problemen kunnen omgaan. Er wordt veel aandacht geschonken aan de communicatie tussen ouders en kind. De manier waarop ouders en kind met elkaar praten over problemen die zich voordoen, bepaalt voor een belangrijk deel of er een oplossing kan worden gevonden. Vaak lopen de emoties hoog op, als ouders en kind over problemen praten. Ze maken elkaar steeds hardere verwijten en zijn het voortdurend oneens met elkaar. Op die manier lukt het meestal niet om de problemen op te lossen.
Dit boek doet ouders een stappenplan aan de hand om problemen op zo’n manier te bespreken dat het wél lukt om er een oplossing voor te vinden waarmee iedereen tevreden is.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
Praten met kinderen – Een boek voor ouders en andere opvoeders
In dit boek gaan Nicole van As en Jan Janssens in op de manier waarop ouders en kind met dit soort problemen kunnen omgaan. Er wordt veel aandacht geschonken aan de communicatie tussen ouders en kind. De manier waarop ouders en kind met elkaar praten over problemen die zich voordoen, bepaalt voor een belangrijk deel of er een oplossing kan worden gevonden. Vaak lopen de emoties hoog op, als ouders en kind over problemen praten. Ze maken elkaar steeds hardere verwijten en zijn het voortdurend oneens met elkaar. Op die manier lukt het meestal niet om de problemen op te lossen.
Dit boek doet ouders een stappenplan aan de hand om problemen op zo’n manier te bespreken dat het wél lukt om er een oplossing voor te vinden waarmee iedereen tevreden is.
Nicole van As doceert bij Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Jan Janssens is er emeritus hoogleraar Opvoedings- en gezinsondersteuning.
De kracht van de denkdieren (Prentenboek + Handleiding) – Executieve functies in woord en in beeld
De kracht van de denkdieren is een spannend verhaal geschreven voor lagereschool/basisschool-kinderen om hen kennis te laten maken met hun eigen executieve functies. Elk dier staat als metafoor voor een bepaalde executieve functie, die we allen nodig hebben om effectief en zelfstandig te kunnen leren, denken en handelen.Op speelse wijze worden de executieve functies uitgelegd en afgebeeld. De mooie prenten maken het geheel af om de kinderen maximaal mee te slepen in de wereld van de denkdieren (en hun executief functioneren). Dit kan zowel op individueel niveau (thuis of in therapie) als in groepsverband (in de zorg(klas) of tijdens groepstherapie).
Bij dit prentenboek hoort een praktische handleiding om ouders, leerkrachten, therapeuten en opvoeders wegwijs te maken in de wereld van de executieve functies. Elk dier (en dus elke EF) wordt hierin concreet toegelicht met tips en aandacht voor het specifiek trainen van executieve functies bij kinderen en jongeren. Neem de handleiding zeker ter hand alvorens je dit verhaal voorleest.
Lise Bauweleers(logopediste), Kristel De Bruyne en Karlien De Troeyer (ergoptherapeuten) zijn alle drie tewerkgesteld in het Centrum voor Ambulante Revalidatie Sint-Lievenspoort in Gent. Met al heel wat jaren ervaring op de teller hebben zij een unieke, kindgerichte en concrete aanpak ontwikkeld voor kinderen met zwakkere executieve functies. Deze aanpak passen zij toe in individuele en groepstherapieën, alsook geven zij hun expertise door via interne en externe vormingen.
De kracht van de denkdieren (Prentenboek + Handleiding) – Executieve functies in woord en in beeld
De kracht van de denkdieren is een spannend verhaal geschreven voor lagereschool/basisschool-kinderen om hen kennis te laten maken met hun eigen executieve functies. Elk dier staat als metafoor voor een bepaalde executieve functie, die we allen nodig hebben om effectief en zelfstandig te kunnen leren, denken en handelen.Op speelse wijze worden de executieve functies uitgelegd en afgebeeld. De mooie prenten maken het geheel af om de kinderen maximaal mee te slepen in de wereld van de denkdieren (en hun executief functioneren). Dit kan zowel op individueel niveau (thuis of in therapie) als in groepsverband (in de zorg(klas) of tijdens groepstherapie).
Bij dit prentenboek hoort een praktische handleiding om ouders, leerkrachten, therapeuten en opvoeders wegwijs te maken in de wereld van de executieve functies. Elk dier (en dus elke EF) wordt hierin concreet toegelicht met tips en aandacht voor het specifiek trainen van executieve functies bij kinderen en jongeren. Neem de handleiding zeker ter hand alvorens je dit verhaal voorleest.
Lise Bauweleers(logopediste), Kristel De Bruyne en Karlien De Troeyer (ergoptherapeuten) zijn alle drie tewerkgesteld in het Centrum voor Ambulante Revalidatie Sint-Lievenspoort in Gent. Met al heel wat jaren ervaring op de teller hebben zij een unieke, kindgerichte en concrete aanpak ontwikkeld voor kinderen met zwakkere executieve functies. Deze aanpak passen zij toe in individuele en groepstherapieën, alsook geven zij hun expertise door via interne en externe vormingen.
Beloftevolle muziek/The promise of music. Hoop en verwachtingen in hoger muziekonderwijs/Hopes and expectations in higher music education
Jonge muzikanten die vandaag professionele muziekstudies aanvatten, hebben een missie. Hun keuze voor een arbeidsintensieve studie die weinig garanties biedt op een stabiele baan, vergt moed en geloof. Geloof in het eigen kunnen, maar ook in het potentieel van muziek voor de wereld van morgen.
Deze publicatie stelt de vraag hoe muziek vandaag beloftevol kan zijn, en hoe conservatoria kunnen helpen die belofte te vervullen.
Met bijdragen van studenten, docenten en onderzoekers verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
This book contains both the English- as well as the dutch-language version of the publication.
In the present day young musicians who start their professional musical studies have a mission. Their choice for a labour-intensive education that offers few guarantees at obtaining a steady job requires a lot of courage and faith. Both faith in their own potential, as well as in that of music for the world of tomorrow.
This publication asks how music today can be promising, and also how conservatories can help to fulfil that promise.
Students, teachers and researchers affiliated to the Royal Conservatoire The Hague have contributed to this book.
Paul Craenen is onderzoeker, componist en een veelgevraagd expert op het snijvlak van kunstpraktijk, onderwijs en onderzoek. Sinds 2018 leidt hij het lectoraat Music, Education & Society aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Hij is tevens gastdocent aan de Universiteit Leiden.
Beloftevolle muziek/The promise of music. Hoop en verwachtingen in hoger muziekonderwijs/Hopes and expectations in higher music education
Jonge muzikanten die vandaag professionele muziekstudies aanvatten, hebben een missie. Hun keuze voor een arbeidsintensieve studie die weinig garanties biedt op een stabiele baan, vergt moed en geloof. Geloof in het eigen kunnen, maar ook in het potentieel van muziek voor de wereld van morgen.
Deze publicatie stelt de vraag hoe muziek vandaag beloftevol kan zijn, en hoe conservatoria kunnen helpen die belofte te vervullen.
Met bijdragen van studenten, docenten en onderzoekers verbonden aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag.
--------------------------------------------------------------------------------------------------
This book contains both the English- as well as the dutch-language version of the publication.
In the present day young musicians who start their professional musical studies have a mission. Their choice for a labour-intensive education that offers few guarantees at obtaining a steady job requires a lot of courage and faith. Both faith in their own potential, as well as in that of music for the world of tomorrow.
This publication asks how music today can be promising, and also how conservatories can help to fulfil that promise.
Students, teachers and researchers affiliated to the Royal Conservatoire The Hague have contributed to this book.
Paul Craenen is onderzoeker, componist en een veelgevraagd expert op het snijvlak van kunstpraktijk, onderwijs en onderzoek. Sinds 2018 leidt hij het lectoraat Music, Education & Society aan het Koninklijk Conservatorium Den Haag. Hij is tevens gastdocent aan de Universiteit Leiden.
Publiek gaan! Politiserend handelen in het sociaal werk
Publiek gaan! Politiserend handelen in het sociaal werk
Het ACTieve avontuur
Het ACTieve avontuur is een verhaal op rijm. Om voor te lezen en om zelf te lezen. Het verhaal is gebaseerd op de ACT4Kids-methode van Monique Samsen. Bij het boek hoort een digitale handleiding, die gedownload kan worden, om methodisch mee aan de slag te gaan.
Illustratrice Mai-Lin Droste-Stein (1979), woonachtig in Borne en moeder van twee kinderen, heeft jarenlang als gedragswetenschapper gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze kennis en ervaring neemt ze mee als illustrator. In Het ACTieve Avontuur heeft ze gekozen voor illustraties die de verbeeldingskracht stimuleren en ruimte houden voor eigen interpretatie.
Schrijfster Loes Rolefes-Wesselink (1987), woonachtig in Oldenzaal en moeder van twee kinderen, is werkzaam als GZ-Psycholoog. Ze werkt in de GGZ met kinderen en jongeren en heeft kennis en ervaring in omgang met kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Loes werd tijdens haar opleiding tot gecertificeerd ACT4Kids-therapeut geïnspireerd tot het schrijven van Het ACTieve Avontuur.
De unieke samenwerking tussen Mai-Lin en Loes, waarbij de kennis en ervaring op elk ontwikkelingsniveau samenkomt, zorgt voor dit prachtige resultaat.
Het ACTieve avontuur
Het ACTieve avontuur is een verhaal op rijm. Om voor te lezen en om zelf te lezen. Het verhaal is gebaseerd op de ACT4Kids-methode van Monique Samsen. Bij het boek hoort een digitale handleiding, die gedownload kan worden, om methodisch mee aan de slag te gaan.
Illustratrice Mai-Lin Droste-Stein (1979), woonachtig in Borne en moeder van twee kinderen, heeft jarenlang als gedragswetenschapper gewerkt in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Deze kennis en ervaring neemt ze mee als illustrator. In Het ACTieve Avontuur heeft ze gekozen voor illustraties die de verbeeldingskracht stimuleren en ruimte houden voor eigen interpretatie.
Schrijfster Loes Rolefes-Wesselink (1987), woonachtig in Oldenzaal en moeder van twee kinderen, is werkzaam als GZ-Psycholoog. Ze werkt in de GGZ met kinderen en jongeren en heeft kennis en ervaring in omgang met kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong en hoogbegaafdheid. Loes werd tijdens haar opleiding tot gecertificeerd ACT4Kids-therapeut geïnspireerd tot het schrijven van Het ACTieve Avontuur.
De unieke samenwerking tussen Mai-Lin en Loes, waarbij de kennis en ervaring op elk ontwikkelingsniveau samenkomt, zorgt voor dit prachtige resultaat.
Onderwijs en btw, 5e herziene uitgave
Onderwijs wordt echter niet alleen georganiseerd in het algemeen belang door (privaatrechtelijke) vzw’s of publieke instellingen, maar ook in commerciële omstandigheden waarbij kennis wordt “verkocht”. Opleidingen dragen diverse benamingen zoals cursus, training, update, seminarie, activiteit, ... Het kan hierbij gaan om universitair of hoger onderwijs, schoolonderwijs, een cursus wijnproeven, bepaalde informaticalessen, een cursus assertiviteit op het werk, een cursus boekhouden, een cursus bloemschikken, ...
Maar het kan ook gaan om de exploitatie van onderzoeksresultaten door universiteiten of hogescholen.
Het is niet omdat deze opleidingen gegeven worden door een vzw dat ze ook per definitie vrijgesteld zijn van btw.
De draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs en de hiermee samenhangende handelingen wordt in dit praktijkgerichte boek onderzocht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Onderwijs en btw, 5e herziene uitgave
Onderwijs wordt echter niet alleen georganiseerd in het algemeen belang door (privaatrechtelijke) vzw’s of publieke instellingen, maar ook in commerciële omstandigheden waarbij kennis wordt “verkocht”. Opleidingen dragen diverse benamingen zoals cursus, training, update, seminarie, activiteit, ... Het kan hierbij gaan om universitair of hoger onderwijs, schoolonderwijs, een cursus wijnproeven, bepaalde informaticalessen, een cursus assertiviteit op het werk, een cursus boekhouden, een cursus bloemschikken, ...
Maar het kan ook gaan om de exploitatie van onderzoeksresultaten door universiteiten of hogescholen.
Het is niet omdat deze opleidingen gegeven worden door een vzw dat ze ook per definitie vrijgesteld zijn van btw.
De draagwijdte van de vrijstelling inzake onderwijs en de hiermee samenhangende handelingen wordt in dit praktijkgerichte boek onderzocht.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent en gastdocent aan de HOGENT en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Mentemo-spel+boek. (vGR)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek:Emotionele ontwikkeling in verbinding/G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactie-spiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen, een MENTEMO-spelbord, kaartjes met vragen en handige figuren en schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze coachingsmethodiek toe te passen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer
Mentemo-spel+boek. (vGR)Een reflectiespel voor teams rond emotionele beschikbaarheid (Clipbox/spelbord&-kaarten+boek:Emotionele ontwikkeling in verbinding/G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactie-spiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
MENTEMO is een spel dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Deze doos bevat het boek Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen, een MENTEMO-spelbord, kaartjes met vragen en handige figuren en schema’s ter ondersteuning. Kortom, alles wat je nodig hebt om met je team deze coachingsmethodiek toe te passen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met gedragsproblemen(G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
Bij dit nieuwe boek hoort ook een aangepast MENTEMO-spel, dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer.
Emotionele ontwikkeling in verbinding. Mentaliserend coachen van begeleiders van kinderen en jongeren met gedragsproblemen(G/K&J)
Kinderen en jongeren met complexe gedragsproblemen hebben immers nood aan verbinding en steun bij het reguleren van hun stress en emoties, het aangaan van veilige relaties en het emotioneel begrijpen van zichzelf en anderen. Deze steun bieden begeleiders binnen een ‘dragend netwerk’, in nauw contact met hun ouders. Begeleiders kunnen hierbij spanningen in de relatie(s) ervaren, waardoor ze ‘emotioneel besmet’ raken. Zo staat hun stress- en emotieregulatie onder druk en worden ze soms meegezogen in een actie-reactiespiraal. Gevoelens van onmacht, vertwijfeling, angst, frustratie en kwaadheid kunnen soms geruisloos evolueren naar grote vermoeidheid, chronische stress en burn-out. Via mentaliserend coachen wordt aan begeleiders een veilige basis geboden om emotioneel beschikbaar te zijn en hoopvolle perspectieven te openen. Hierbij wordt veel aandacht geschonken aan de thema’s ‘buikgevoel’, ademruimte en zelfzorg. Begeleiders die goed voor zichzelf en elkaar zorgen hebben de nodige wijsheid en veerkracht om op een betrouwbare manier aanwezig te zijn en te blijven.
Bij dit nieuwe boek hoort ook een aangepast MENTEMO-spel, dat je door de vier begeleidersdimensies van wederzijdse emotionele beschikbaarheid loodst, met aandacht voor het belang van stressregulatie en mentaliseren. Zo zijn vragen aan de orde over sensitieve responsiviteit, structuur bieden, ruimte laten en mildheid. Er zijn ook ‘Out of the box’ vragen gericht op de begeleider zelf; hierin worden parallellen onderzocht tussen de beleving van begeleiders en die van kinderen/jongeren en hun ouders. MENTEMO heeft als doel reflectie en dialoog over de eigen praktijk te bevorderen.
Erik De Belie & Jolien Verhasselt zijn orthopedagoog en psychotherapeut, verbonden aan de Hogeschool Gent, Faculteit Mens en Welzijn, vakgroep orthopedagogie. Erik is ook verbonden aan het M.F.C. De Hagewinde (Lokeren). Met bijdragen van: Filip Morisse, Leen De Neve, Soetkin Roskam, Sofie Van De Ginste & Sofie De Meyer.
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Samenwerkingsverbanden in de (para)medische sector
De samenwerking kan gebeuren via een feitelijke vereniging of een maatschap of kan de vorm aannemen van samenwerking met rechtspersoonlijkheid. De keuze van de samenwerking kan gevolgen hebben inzake btw.
Dit boek becommentarieert de regeling van de zogenaamde “kostendelende verenigingen” en bevat ook de FAQ die de administratie heeft gepubliceerd. Aan de hand van voorbeelden en figuren wordt geïllustreerd wanneer er vrijstelling is van btw en wanneer niet.
2e, volledig herziene uitgave.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur . Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse – Management accounting technieken ten behoeve van de accountant van kleine vennootschappen. (Bijzondere reeks BBB, nr. 1)
Naast het uitvoeren van voornamelijk boekhoudkundige en fiscale taken, moet een accountant vandaag ook meer en meer onderlegd zijn in bedrijfskundige materies. Inderdaad, zijn klanten verwachten dat hij in staat is om het ondernemingssturen in steeds belangrijker mate mee vorm te geven. Met andere woorden, deze ontwikkeling vereist van de accountant een degelijke scholing in management accounting.
In het kader van deze uitbreiding van accountantsactiviteiten, brengen wij in dit werk dan ook een tweetal fundamentele management accounting technieken onder de aandacht: kasstroomanalyse en financiële bedrijfsanalyse.
Kasstroomcalculatietools laten de accountant toe zijn klanten te adviseren in verband met financiële beleidsbeslissingen die van invloed zijn op de waarde van hun onderneming.
Financiële bedrijfsanalyse betreft een aantal analysetechnieken die de accountant kan gebruiken, om informatie in de jaarrekeningen van zijn klanten te converteren in indicatoren die een duidelijk beeld geven van de financiële prestaties van hun onderneming.
Met deze publicatie menen we een bijdrage te hebben geleverd om het fundamenteel belang van de kennis van management accounting, met betrekking tot de bedrijfsadviesfunctie van de accountant, in de verf te zetten.
Dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport University CA, state approved, 1994), master in financieel management, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote bedrijven en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
KleuterKracht. Een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
KleuterKracht. Een praktijkboek voor meer stem, keuze en eigenaarschap bij peuters en kleuters
Elke werkvorm is uitgeschreven als een stappenplan met een uitgesproken rol voor de kinderen om ideeën en inhoud aan te brengen, terwijl de structuur in de handen van de leerkracht ligt. Op die manier houd je als (aankomende) leerkracht het overzicht, terwijl er toch erg veel ruimte is voor de interesses en inbreng van de kinderen.
Inzetten op agency biedt heel wat ontwikkelingskansen bij jonge kinderen. Het heeft een positieve invloed op hun motivatie, zelfwaarde, probleemoplossende vaardigheden en nog veel meer. Het helpt hen op weg om op te komen voor wat ze belangrijk vinden, voor zichzelf, maar ook voor anderen, nu en ook later. Tegelijk biedt het jou als leerkracht ook kansen om de kinderen in je klas nog beter te leren kennen, om zo te kunnen inspelen en verder bouwen op wat bij hen leeft.
In KleuterKracht vind je naast de agency-werkvormen ook een theoretische en didactische verantwoording die je in staat stelt om onderbouwde keuzes te maken in welke werkvormen je inzet en hoe je die aanpast naar je eigen context.
Elke werkvorm werd door peuter- en kleuteronderwijzers in de praktijk getest. Hun bevindingen en opmerkingen geven je een concreet en realistisch beeld van wat je mag verwachten wanneer je aan de slag gaat met dit boek.
KleuterKracht is het resultaat van onderzoek in het expertisecentrum Education & Development van UCLL Research & Expertise.
Anne Slaets is lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en onderzoeker in de Hogeschool UCLL Bachelor Kleuteronderwijzer. Ze doet onderzoek naar specifieke thema’s rond het jonge kind zoals opvoedingsrelatie en agency.
Hilde Stroobants is onderzoeker, lector pedagogische wetenschappen, praktijkbegeleider en nascholingsdocent aan de Hogeschool UCLL. Haar focus in onderzoek ligt bij leer- en denkprocessen en bij het jonge kind. Ze geeft les in de Bachelor Kleuteronderwijzer.
Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
Daan. Een nieuw leven voor een sok met een gaatje
Wil je graag een vriendje om geheimen mee te delen of… om samen boeken te lezen?
Wil jij zelf een sokpop knutselen?
Dan is dit boek voor jou!
Monique Marius heeft in haar lange loopbaan als onderwijzeres mogen ervaren hoe verzot kinderen zijn op hun zelfgemaakte sokpop. De sokpop is een veilige uitlaatklep voor hun emoties: de pop kan blij of verdrietig zijn. Kinderen die moeilijk of geen contact met je leggen, verwoorden zonder schroom hun gevoelens via de pop. De pop is ook hun partner om leerstof te verwerken: bij het lezen (bv. toneellezen) krijgt de pop meestal de moeilijkste of langste tekst. Kinderen oefenen dubbel, want ze lezen hun eigen deel en ook dat van de pop. En als ouders geen tijd hebben om thuis mee te oefenen, dan helpt de sokpop. En natuurlijk is de sokpop ook gewoon een leuk vriendje om alles mee te delen en om leuke avonturen mee te beleven!
Fantasie prikkelen, emoties verwerken, lezen stimuleren… de sokpop is MAGIE!
Als muzisch leerkracht beeld heeft Monique Marius een eenvoudige manier bedacht om samen met de kinderen een eigen sokpop te maken. Dit prentenboek bevat ook een duidelijk, geïllustreerd stappenplan om je eigen sokpop te maken.
Monique Marius was 42 jaar leerkracht (waarvan 11 jaar muzische vorming-beeld) in het buitengewoon lager onderwijs IVIO Salvator in Oostakker-Gent.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
(Para)medische prestaties en (medische) laboratoria. Analyse inzake btw
Bovendien komen ook de prestaties van laboratoria aan bod.
Wanneer moet er btw aangerekend worden en wanneer zijn de prestaties vrijgesteld? En welke zijn de btw-verplichtingen die hier desgevallend uit voortvloeien?
Het boek geeft de regelgeving en administratieve bronnen weer zoals die gelden vanaf 1 januari 2022.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van TaxWin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Douane – Bronnenboek – bijgewerkt tot 3 januari 2022
In dit boek vindt u, naast de fiscale bepalingen en de praktische uitvoering ervan, ook alle informatie over de procedure bij inbreuken en het betwisten van boetes (bezwaar, fiscale bemiddeling, correctionele rechtbank, ...).
Ondernemers en handelaars, douaneambtenaren, overheden, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten en economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
Bedrijfskunde – de essentie (4e gewijzigde ed.)
De auteur voegt vele voorbeelden en cases toe. Zo wordt de jaarrekening besproken aan de hand van reële gegevens van een bestaand bedrijf.
“Dit boek lijkt dik, maar leest als een trein...”
Robin Demeeter, ondernemer pur sang
“Als je het reilen en zeilen van een onderneming wil kennen, is dit boek echt de moeite”
Prof. dr. Ronald Buyl
“Poelaert verstaat de kunst om concrete zaken in verband met de onderneming aan te brengen. Geen overbodige ballast ... alleen de kern van bedrijfseconomie wordt toegelicht. Het hoofdstuk over boekhouden en kostprijscalculatie is een juweeltje van pedagogische aanpak. Eerst kort de theorie en dan onmiddellijk toegepast in realistische cases.”
Francis Cornelis, boekhouder
“Dit boek puilt uit van concrete en toepasbare bedrijfskundige concepten. De opbouw van het boek is zodanig dat de lezer stap voor stap inzicht krijgt in de operationele en fnanciële werking van de onderneming. Kostprijscalculatie wordt vaak gezien als een moeilijke opdracht. Met dit boek krijgt de lezer tools in handen die het berekenen van kostprijzen van producten plots eenvoudig maken...”
Karel van den Berghe, bedrijfsleider Globis
“Een must voor elke verantwoordelijke manager...”
Lode Degeyter, algemeen directeur van de Hogeschool West-Vlaanderen
“Dit schitterende boek kan ik elke beginnende ondernemer aanraden.”
Steve Stevens, ondernemer en manager Durf Ondernemen UGent
“Beschouw dit werk maar als een referentie in de beginselen van bedrijfseconomie. De verdienste is vooral dat het boek elke ondernemer en manager zal weten te prikkelen: van economische concepten tot vennootschapsvormen over kostprijscalculatie en fnanciële analyse van de onderneming. Alles wordt in een bevattelijke taal concreet en helder gebracht. Een aanrader...”
Kurt Cofyn, Chief Operating Ofcer Cargill
“Ondernemen is risico durven nemen. Ondernemen is durven buiten de lijntjes kleuren. Ondernemen vereist daarnaast ook grondige kennis van de economische context waarbinnen men opereert. Verder is men het aan zichzelf verplicht om een minimum aan fnanciële bagage te hebben. Dit vlot geschreven boek helpt je moeiteloos op weg...”
Pol Descamps, oud-directeur-beheerder eigenaar Barco Industries
“Bedrijfskunde is een breed studiegebied. Poelaert is erin geslaagd om de 5 kernaspecten ervan duidelijk en helder te belichten. De cases geven duidelijk inzicht in soms complexe vraagstukken...”
Dirk Laverge, docent economie aan de Hogeschool West-Vlaanderen
-- Heb jij de nodige ondernemersvaardigheden? Test het in dit boek.
Moet ik echt een bvba’tje opzetten of doe ik gewoon een eenmanszaak? Is een eenmanszaak belast via de personenbelasting of via de vennootschapsbelasting?
Hoe lees ik een balans? En een resultatenrekening?
Hoe wordt de winst in de onderneming uiteindelijk “bestemd”?
Afschrijven? Waarom doet men dat? Wat is het nut voor de vennootschap ervan? Waarom zijn afschrijvingskosten geen kaskosten en zijn kosten van huur dat wel?
Als ik als ondernemer iemand aanneem als bediende, wat is dan grosso modo de kost van die persoon voor de onderneming?
Ik maak in mijn onderneming winst kwartaal na kwartaal. Toch staat er op de bankrekening van de onderneming onvoldoende geld. Hoe komt dat toch?
Ik wil een onderneming starten en heb schrik van alle administratieve rompslomp. Waar kan ik terecht?
Hoe kan ik als ondernemer beter mijn boekhouder begrijpen, opvolgen en zelfs kritisch “teasen”?
Moet ik echt een boekhouding kunnen voeren om te ondernemen?
Ik wil investeren in een machine. Hoe bereken ik het rendement van mijn investering?
Hoe kan ik als ondernemer de kost van mijn producten/diensten/departementen berekenen?
Het zijn allemaal praktische vragen waarop je in dit boek een helder antwoord krijgt.
.Ludo Poelaert</b is professor bedrijfseconomie, bedrijfsmanagement en ondernemerschap aan de UGent, faculteit Toegepaste Wetenschappen.
Tevens staat hij met beide voeten in het bedrijfsleven en leidt hij een onderneming die zich toespitst op het coachen van managers en zelfstandigen. De ervaring hiervoor haalde hij uit zijn verleden als manager in diverse topondernemingen, zoals Apple Computer, Air Belgium, Adecco en Barry Callebaut.
Ludo deed ervaring op als verkoper, business unit manager, algemeen directeur, vicepresident en afgevaardigd bestuurder. Zo leerde hij het “management metier” door en door kennen.
In navolging van zijn eerste boek “Financieel beheer voor managers”, eveneens uitgegeven door Garant, schreef hij dit basiswerk Bedrijfskunde | De essentie.
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
Themanr Kleio jrg. 51 nr. 1/2. (jan.-apr.2022). Feestnummer bis. Vijftig jaar Kleio!
Kleio's gouden jubileum resulteerde vorige jaargang in een themanummer, dat hier een vervolg krijgt.
Met de rubriek 'In de spits' bieden we ook in dit nummer zicht op belangrijke recente tendensen in het brede domein van de klassieke studies: mentaliteitsgeschiedenis in een wereld van 'woke', huidige trends in de studie van de retoriek van de Romeinse late republiek, aandacht voor valentiegrammatica, typologie en computationele benaderingen in de Griekse taalkunde, hoe de papyroloog op de digitale trein is gestapt, evoluties in het onderzoek naar de interpretatiegeschiedenis van het Romeins recht aan middeleeuwse en vroegmoderne universiteiten, hoe geografische computertechnieken onze kennis over Romeinse wegenbouw verrijken, hoe de Neolatijnse studies ons o.a. verrassen met literaire creaties in genres als het epos en de science fiction, hoe receptiegeschiedenis vandaag de vinger legt op eeuwenlang gebruik van de klassieken ter promotie van een eurocentrisch wereldbeeld en tegelijk een nieuw, ruimer perspectief biedt.
De rubriek 'Onbekend, onbemind' promoot teksten die niet tot de typische schoolcanon behoren. Ook het artikel van Tom Ingelbrecht over de Narcissus van John Clapham sluit daarbij aan. In het luik 'Publieke stemmen' geven prominente deelnemers aan het cultureel-maatschappelijk debat mee hoe ze vandaag tegen de klassieken als discipline en als schoolvak aankijken. De klassieke talen en antieke culturen blijven duidelijk inspireren.
Koen Vandendriessche
DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
DJDJD. Een pilootstudie van een vragenlijst over denken, weten en waarheid
DJDJD gaat niet zozeer over welke denkfouten je zelf maakt… als je dat al kan weten van jezelf. De lijst trekt met zijn 50 items vooral na hoe je denkt over denken. Met DJDJD kan je denkfouten leren erkennen en herkennen en leer je waarheid en vooral onwaarheid te vinden. Twijfelen mag! Er is zelfs een twijfelanalyse beschikbaar.
DJDJD verwijst natuurlijk naar het boek Dacht je dat je dacht? van Jos Peeters, maar het is niet noodzakelijk het bij de hand te nemen, al kan dat wel helpen. In DJDJD worden trouwens ook zaken aangesneden die niet in het boek staan.
Via een beperkte pilootstudie werd de lijst onderzocht zodat ieder ook zijn score kan vergelijken. DJDJD is voor ieder denkend mens geschikt! Het boek is er niet alleen voor diagnostisch aangelegde psychologen en filosofen maar is nuttig voor scholieren in het middelbaar onderwijs tot academici van allerlei slag en van krantenlezers en journalisten tot psychotherapeuten.
'DJDJD' en 'Dacht je dat je dacht' zijn ook als set te koop.
Jos Peeters, Leuven, is diagnostisch, therapeutisch en gerechtelijk psycholoog. Hij werkte jarenlang in het Jongerencentrum Cidar, een diagnostisch centrumin het jongerenwelzijn. Hij geraakte meer en meer gefascineerd door de wereld van denken, weten en waarheid. In 2016 verscheen van hem het boek Dacht je dat je dacht? (Garant).
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Wetboek overheidsopdrachten, Editie 2022
• de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;
• de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies;
• het koninklijk besluit van 18 april 2017 plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren;
• het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten.
Met voorliggende Maklu-wetboekpocket worden deze wetten en koninklijke besluiten, in een gecoördineerde versie, voor een vlotte consultatie ter beschikking gesteld van al diegenen die dagdagelijks, in welke functie ook, bij het overheidsopdrachtengebeuren betrokken zijn.
De teksten werden bijgehouden tot en met het Belgisch Staatsblad van 3 januari 2022 en bevatten de nieuwe Europese aanbestedingsdrempels van toepassing voor de jaren 2022 en 2023.
Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)
De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.
Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
De Belgische Grondwet / La Constitution belge, Editie/Édition 2022
Sinds de publicatie van de Gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994 (BS 17 februari 1994) werden in de Grondwet diverse nieuwe artikelen ingevoegd, in een belangrijk aantal artikelen wijzigingen doorgevoerd en een aantal artikelen opgeheven. In voorliggende tweetalige editie 2022 van de Gecoördineerde Grondwet zijn al deze wijzigingen en toevoegingen in de tekst van de Grondwet geïncorporeerd (stand van zaken Belgisch Staatsblad 3 januari 2022).
Depuis 1831, la Constitution belge - en plus de diverses révisions de portée plus limitée - a fait l’objet de huit révisions majeures. Les deux premières révisions constitutionnelles, celles de 1893 et 1921, concernaient la démocratisation du système électoral. Les six révisions ultérieures, celles de 1970, 1980, 1988-1989, 1993, 2001 et 2012-2014, ont transformé la Belgique unitaire en un État fédéral.
Depuis la publication de la Constitution coordonnée du 17 février 1994 (MB 17 février 1994), divers nouveaux articles ont été insérés dans la Constitution, des modifications ont été apportées à un nombre important d’articles et un certain nombre d’articles ont été supprimés. Dans cette édition bilingue 2022 de la Constitution coordonnée, toutes ces modifications ont été incorporées dans le texte de la Constitution (texte mis à jour jusqu’au Moniteur belge du 3 janvier 2022).
Constant De Koninck (ed./éd.)
Ere-eerste auditeur bij het Rekenhof
Premier auditeur honoraire à la Cour des comptes
Btw-eetjes Deel 19
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes Deel 19
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
De geneeskunde in de bloeitijd van de scholastiek, 1200-1347 (Cahiers GGG – Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg, nr. 16)
Johan R. Boelaert was internist-nefroloog (KU Leuven en Parijs). Hij werkte als clinicus in het Brugse St-Janshospitaal (AZ St-Jan). Hij bouwde er ook een afdeling infectieziekten uit en verrichtte onderzoek over infectieziekten bij dialysepatiënten en over HIV. Hij is actief in de Brugse medisch-historische werkgroep ‘Montanus’. Hij schreef onder meer Zes eeuwen infectie in Brugge, 1200-1800 (2011, Leuven) en verzorgde vier cahiers uit deze reeks (nummers 3, 6, 12 en 14).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit met crime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen van alcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandeling van overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland: Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk – 2021 nr. 6
Editoriaal/Editorial
Het Victimologisch Panopticon
Antony Pemberton
Artikelen/Articles
Licht, camera, actie! Een intelligencegestuurde aanpak van criminaliteit met crime scripting
Thom Snaphaan
Fietsen met een slok op: Prevalentie, motivaties en gevolgen van alcoholintoxicatie bij fietsers
Larissa Windey, Thom Snaphaan & Wim Hardyns
FixMyStreet! Een criminologisch-theoretisch perspectief op de afhandeling van overlast via mobiele applicaties
Lior Volinz, Iris Steenhout, Kristel Beyens & Lucas Melgaço
De impact van coronamaatregelen op jeugdprocessen
Sofie De Bus & Johan Put
Rubriekteksten/Editorial Notes
Penologie en Victimologie / Penology and Victimology
• Het elektronisch toezicht in Vlaanderen. Een blik op enkele recente ontwikkelingen en toekomstperspectieven
Hans Dominicus & Tamara Küpper
Rechtshulp en Advocatuur / Legal Aid and Representation
• Gesubsidieerde rechtshulp in Nederland: Het plan Dekker als sluitstuk (vraagteken) van vijftien jaar rechtshulpdiscussie
Mies Westerveld
Boekbesprekingen/Book reviews
#MeToo and the Politics of Social Change
Marjolein Robert
Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Aandachtige betrokkenheid als pedagogische grondhouding – Een onderzoek naar de pedagogische betekenis van aandachtige betrokkenheid in onderwijs
Geïnspireerd door een theorie van presentie en door het werk van een aantal grote pedagogen formuleert ze allereerst een theorie van ‘aandachtige betrokkenheid’.
Daarbij laat ze zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ in de basis drie verschillende aandachtsbewegingen kent. Kern van het boek vormen vijftien in onderwijspraktijken opgetekende portretten van ‘aandachtige betrokkenheid’. In en langs deze portretten laat Lisette Bastiaansen zien hoe ‘aandachtige betrokkenheid’ zich in de praktijk van alledag manifesteert. Ook brengt ze in beeld wat het van leraren en leidinggevenden vraagt om aandachtig betrokken te kunnen zijn. Tot slot geeft ze aan wat ‘aandachtige betrokkenheid’ pedagogisch gezien kan brengen.
In haar betoog laat Bastiaansen zien dat ‘aandachtige betrokkenheid’ een zachte kracht betreft. Deze zachte kracht wordt gebouwd op een grondtoon van kleine, op het eerste gezicht haast onzichtbare kruimels van aandacht en betrokkenheid. Liefdevol ruimte makend, wakker aanwezig en tegelijkertijd afscheidend begrenzend, lukt het de aandachtig betrokken leraar om de leerling uit te nodigen en uit te dagen de eigen zelfstandigheid en vrijheid op te pakken. Kortom, ‘aandachtige betrokkenheid’ kan beschouwd worden als dé pedagogische grondhouding van leraren.
Lisette Bastiaansen doet al geruime tijd onderzoek naar ‘aandachtige betrokkenheid’. Naast haar onderzoekswerk begeleidt ze mensen en organisaties bij hun pedagogische opdracht en werkt ze als toezichthouder. Ook is ze als bestuurslid erbonden aan het Relation Centered Education Network, een wereldwijd netwerk van onderzoekers en beleidsmakers die de menselijke relatie binnen onderwijs willen verbeteren en versterken.
Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Zonder zorgen ouder worden – Basisthema’s voor jong en oud
Uniek aan dit boek is dat het de verschillende basisthema’s bundelt en behandelt, zoals: familieconflicten vermijden en oplossen; de woonvorm als starter en op het verdere levenspad; levenslang leren; jouw keuzes voor je welbevinden, bij wilsonbekwaamheid, bij het levenseinde en erna; je financiële regie in eigen handen, enz.
Met heel wat weetjes en 190 tips voor jong en oud.
Claudia De Groot is juriste en human resources manager. In het verleden was ze belastingadviseur en had ze een bemiddelingspraktijk voor conflicten bij het ouder worden. Haar passie voor de thema’s van het zonder zorgen ouder worden deelt ze als auteur en als spreker bij lezingen. Zij is grote fan van het levenslang leren, minnelijke oplossingen bij familiale conflicten en van een mooi afscheid. Als alleenstaande ouder met kinderen van de Millennialen Z-generatie en met familie en vrienden in verschillende levensfasen beseft ze ten volle het belang van de basisthema’s voor jong en oud.
Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
Implementatiegids voor innovaties in het onderwijs
In deze gids krijg je per fase van de implementatie (adoptie, invoering en borging) een overzicht van concrete adviezen en good practices uit de Vlaamse praktijk om als professional de implementatie van innovaties in de school te faciliteren. De gids is bedoeld voor elke (schoolinterne of -externe) trainer, coach, procesbegeleider, directeur, zorgcoördinator, leerkracht, … betrokken bij het implementatieproces.
Dr. Geertje Leflot is lector en praktijkonderzoeker bij de opleiding Toegepaste Psychologie aan Thomas More Hogeschool Antwerpen-Mechelen vzw. Haar onderwijs en onderzoek is gericht op de implementatie en effectiviteit van (preventieve) schoolse innovaties.
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Nieuwe technologieën en het auditberoep – La profession d’audit et les nouvelles technologies, ICCI 2021-1
Het eerste hoofdstuk betreft de cyberveiligheid en tracht de bedrijfsrevisor elementen aan te reiken om cyberbeveiliging te demystificeren en hem aan te moedigen cyberbeveiliging in een mondiale context te benaderen.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op artificiële intelligentie, waarbij het de ultieme doelstelling is om systemen te laten denken als mensen. Deze nieuwe technologie zal een belangrijke impact hebben op de toekomstige beroepsinhoud van een auditor.
Het derde hoofdstuk behandelt process mining, een verzamelnaam voor alle datagedreven procesanalysetechnieken. Er wordt ingegaan hoe de verschillende process mining-analyses auditors kunnen ondersteunen.
Blockchain-technologie en de impact ervan op de audit komt aan bod in het vierde hoofdstuk. Het gaat om een samenspel van bestaande methoden en technieken die toelaten op een unieke manier digitale activa te registreren, te beheren en te verhandelen, zonder tussenkomst van een vertrouwde tussenpersoon.
Het vijfde hoofdstuk beschrijft de cloud en het informatiebeveiligingsbeheersysteem. Het boek eindigt met de vraag of een auditkantoor belang zou hebben bij de overstap naar de cloud.
Le présent ouvrage traite de la profession d’audit et les nouvelles technologies.
Le premier chapitre concerne la cybersécurité et tentera d’apporter au réviseur d’entreprises des éléments afin de démystifier la cybersécurité et de l’encourager à aborder la cybersécurité dans un contexte global.
Dans le deuxième chapitre l’intelligence artificielle est abordée, dont le but ultime est de faire en sorte que les systèmes pensent comme les humains. Cette nouvelle technologie aura un impact important sur le futur de la profession d’auditeur.
Le troisième chapitre traite de process mining, un nom général pour toutes les techniques d’analyse de processus axées sur les données. On aborde la manière dont les différentes analyses de process mining peuvent soutenir les auditeurs.
Le quatrième chapitre traite de la technologie blockchain et son impact sur l’audit. Il s’agit d’une combinaison de méthodes et de techniques existantes qui permettent d’enregistrer, de gérer et d’échanger des actifs numériques de manière unique, sans l’intervention d’un intermédiaire de confiance.
Le cinquième chapitre décrit le cloud et le système de management de la sécurité de l’information. L’ouvrage se termine avec la question de savoir si un cabinet d’audit aurait un intérêt à passer sur le cloud.
Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Le système des drapeaux de Sensoa pour adultes – Permettre de discuter des comportements sexuels (transgressifs) des adultes
Cette méthode est une version étayée et adaptée du système des drapeaux pour les professionnel-les travaillant avec des enfants et des jeunes (Frans & Franck, 2010, 2014). Dans la version pour adultes, l’accent est mis sur les professionnel·les qui s’occupent des adultes et veillent à créer un environnement favorable à leur santé sexuelle. Toutefois, plus encore qu’avec les enfants et les jeunes, les bénéficiaires impliqué·es dans les situations émettront eux·elles aussi leur propre jugement, orienteront consciemment leurs actions et les évalueront.
La méthode est destinée à être utilisée à titre professionnel à trois niveaux, à savoir :
- Au niveau des bénéficiaires : en tant qu’outil pédagogique pour discuter avec les bénéficiaires d’un comportement sexuel dans lequel ils·elles sont ou pourraient être impliqué·es ;
- Au niveau de l’équipe et des professionnel·les : la méthode peut être utilisée pour réfléchir à la manière d’évaluer certaines situations, à la façon de les traiter et aux compétences nécessaires pour le faire.
- Au niveau de l’organisation : on peut travailler de manière proactive ou réactive à une meilleure politique institutionnelle, sur la base d’une réflexion à propos des incidents, des manquements, des évolutions, etc.
Des situations fictives, des exercices et des outils sont disponibles sur www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) est socio-pédagogue et psychologue de la santé et travaille depuis trente ans pour Sensoa et CGSO Trefpunt en tant que formatrice, coordinatrice, chargée de projet et experte. Des thèmes tels que l’éducation sexuelle, le développement sexuel et les comportements sexuels transgressifs sont au coeur de ses activités en tant que professionnelle. En 2008, avec ses collègues, elle a développé le système des drapeaux Sensoa comme méthode pour discuter des comportements sexuels transgressifs. L’accueil très positif l’a incitée à poursuivre la mise en pratique de cette méthode pour les adultes.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Lidgelden en andere bijdragen: wanneer belast met btw?
In de praktijk stelt zich geregeld de vraag of lidgelden of andere bijdragen die betaald worden in het kader van een lidmaatschap van een vereniging aan de btw zijn onderworpen.
Vooreerst is de vraag of een lidgeld of bijdrage binnen de btw-sfeer valt. Hierbij is het begrip “onder bezwarende titel” cruciaal. Als lidgelden of bijdragen binnen de btw-sfeer vallen omdat er een (individuele) tegenprestatie tegenover staat is de volgende vraag die van belang is, of er een vrijstelling van toepassing is of niet.
Het begrip “syndicale vereniging” heeft hierbij een vrij uitgebreide reikwijdte waarbij de al dan niet vrijstelling vaak een feitenkwestie is.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odyssee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Pleidooi voor het kapitalisme
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
Pleidooi voor het kapitalisme
Ton Appels (1956) is cum laude afgestudeerd in de bedrijfseconomie met afstudeervak Openbare Financiën aan de Katholieke Hogeschool Tilburg. Vervolgens is hij daar gepromoveerd op het proefschrift Political Economy and Enterprise Subsidies (inclusief 1 jaar aan het Wissenschaftszentrum Berlin). Daarna heeft hij een kleine 25 jaar in het bedrijfsleven gewerkt bij McKinsey, Fuji Photo Film, A.T. Kearney (waarvoor 3 jaar in de VS), Iggesund Paperboard, en als zelfstandig consultant en interimmanager. De laatste jaren van zijn werkzame leven heeft hij in het hoger onderwijs gedoceerd, o.a. aan de Universiteit van Tilburg. De combinatie van academische vorming in bedrijfseconomie, algemene / politieke economie en praktijkervaring in het bedrijfsleven vormt de grondslag voor dit boek.
RIDP 2021.1 Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Di-rector of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and Director of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Advanced Academia Fellow (CAS Sofia), Member of the European Commission’s Expert Group on EU Criminal Policy, Independent Ethics Adviser, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Nicola Recchia is Postdoc Researcher in Criminal Law at the Goethe-University Frankfurt, Germany. He is also member of the Young Penalists Committee and of the Scientific Committee of the AIDP.
RIDP 2021.1 Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
Gert Vermeulen is Senior Full Professor of European and international Criminal Law and Data Protection Law, Director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Di-rector of the Knowledge and Research Platform on Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES) and Director of the Smart Solutions for Secure Societies (i4S) business development center, all at Ghent University, Belgium. He is also General Director Publications of the AIDP and Editor-in-Chief of the RIDP.
Nina Peršak is Scientific Director and Senior Research Fellow, Institute for Criminal-Law Ethics and Criminology (Ljubljana), Advanced Academia Fellow (CAS Sofia), Member of the European Commission’s Expert Group on EU Criminal Policy, Independent Ethics Adviser, and Co-Editor-in-Chief of the RIDP.
Nicola Recchia is Postdoc Researcher in Criminal Law at the Goethe-University Frankfurt, Germany. He is also member of the Young Penalists Committee and of the Scientific Committee of the AIDP.
Cognitieve en fijnmotorische stimulatie bij jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking – Aangepaste en constructieve begeleiding.
Sigrid Huygen werkt als ergotherapeut in de Appelboom, een revalidatiecentrum voor jonge kinderen met een autismespectrumstoornis in Genk. Ze is er verantwoordelijk voor de cognitieve en fijnmotorische training van (laag)functionerende peuters en kleuters met autisme.
Cognitieve en fijnmotorische stimulatie bij jonge kinderen met autisme en een verstandelijke beperking – Aangepaste en constructieve begeleiding.
Sigrid Huygen werkt als ergotherapeut in de Appelboom, een revalidatiecentrum voor jonge kinderen met een autismespectrumstoornis in Genk. Ze is er verantwoordelijk voor de cognitieve en fijnmotorische training van (laag)functionerende peuters en kleuters met autisme.
Europese Basisteksten – 10e, geheel herziene uitgave
Deze uitgave van Europese Basisteksten, intussen reeds de tiende, is volledig herzien en bestaat uit vier delen.
In deel 1 vinden ook nu weer de geconsolideerde versies van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hun plaats, alsmede hun protocollen en bijlagen, en de verklaringen, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen. In deze versies wordt geen rekening gehouden met de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, en dit omdat de EU-Verdragen nog niet werden aangepast aan een Europese Unie met zevenentwintig lidstaten. Deze Verdragen moeten bijgevolg gelezen worden met de Brexit in het achterhoofd. In deel 1 zijn ook nog een aantal constitutionele besluiten opgenomen, zoals het nieuwe Besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement (waarin wel rekening wordt gehouden met de Brexit).
Deel 2 bevat een aantal teksten inzake Europese rechtspleging, terwijl in deel 3 documenten terug te vinden zijn aangaande de Europese besluitvorming, nl. de reglementen van orde van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Commissie, de besluiten van de Europese Raad en de Raad betreffende het voorzitterschap van de Raad, het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de “Comitologie”-Verordening en de nieuwe Verordening betreffende het burgerinitiatief.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de daarbij horende toelichtingen kunnen ook nu weer worden aangetroffen in deel 4. Wat niet mag niet ontbreken in dit deel, is de recente Verordening betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, een instrument ter bescherming van de rechtsstaat in de Europese Unie. Deel 4 sluit af met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, samen met enkele aan dit Verdrag gehechte protocollen.
De in deze uitgave samengebrachte teksten werden bijgewerkt tot en met 31 oktober 2021.
Tony Joris is Jean Monnet professor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Europese Basisteksten – 10e, geheel herziene uitgave
Deze uitgave van Europese Basisteksten, intussen reeds de tiende, is volledig herzien en bestaat uit vier delen.
In deel 1 vinden ook nu weer de geconsolideerde versies van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hun plaats, alsmede hun protocollen en bijlagen, en de verklaringen, gehecht aan de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen. In deze versies wordt geen rekening gehouden met de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, en dit omdat de EU-Verdragen nog niet werden aangepast aan een Europese Unie met zevenentwintig lidstaten. Deze Verdragen moeten bijgevolg gelezen worden met de Brexit in het achterhoofd. In deel 1 zijn ook nog een aantal constitutionele besluiten opgenomen, zoals het nieuwe Besluit inzake de samenstelling van het Europees Parlement (waarin wel rekening wordt gehouden met de Brexit).
Deel 2 bevat een aantal teksten inzake Europese rechtspleging, terwijl in deel 3 documenten terug te vinden zijn aangaande de Europese besluitvorming, nl. de reglementen van orde van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad en de Europese Commissie, de besluiten van de Europese Raad en de Raad betreffende het voorzitterschap van de Raad, het Kaderakkoord over de betrekkingen tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie, de “Comitologie”-Verordening en de nieuwe Verordening betreffende het burgerinitiatief.
Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de daarbij horende toelichtingen kunnen ook nu weer worden aangetroffen in deel 4. Wat niet mag niet ontbreken in dit deel, is de recente Verordening betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting, een instrument ter bescherming van de rechtsstaat in de Europese Unie. Deel 4 sluit af met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden, samen met enkele aan dit Verdrag gehechte protocollen.
De in deze uitgave samengebrachte teksten werden bijgewerkt tot en met 31 oktober 2021.
Tony Joris is Jean Monnet professor aan de Vrije Universiteit Brussel.
Narcissus revisited. Van Shelley tot Fleabag (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 14)
Met bijdragen van Janneke van der Leest, Marc De Kesel, Peter Verstraten, Marc Hebbrecht, Frans Schalkwijk, Sjef Houppermans, Ptolemaeus Sirks, Jacob Henselmans en Ruud Welten.
Deze uitgave is het werk van de Vlaams-Nederlandse Stichting Psychoanalyse & Cultuur.
Sjef Houppermans is als gastonderzoeker verbonden aan Lucas. Hij combineert stilistische, filosofische en psychoanalytische vertrekpunten in zijn onderzoek. Hij publiceerde studies over onder anderen Proust, Beckett, Simon, Roussel en Robbe-Grillet.
Peter Verstraten is opleidingsvoorzitter Film- en Literatuurwetenschap in Leiden. Hij publiceerde o.m. Dutch Post-war Fiction Film through a Lens of Psychoanalysis (Amsterdam University Press, 2021), Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film (Amsterdam University Press, 2016) en Film Narratology (University of Toronto Press, 2009).
Marc De Kesel, filosoof, is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut, beide in Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Het Münchhausenparadigma. Waarom Freud en Lacan ertoe doen (Nijmegen: Vantilt, 2019) en Ik God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021).
Narcissus revisited. Van Shelley tot Fleabag (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 14)
Met bijdragen van Janneke van der Leest, Marc De Kesel, Peter Verstraten, Marc Hebbrecht, Frans Schalkwijk, Sjef Houppermans, Ptolemaeus Sirks, Jacob Henselmans en Ruud Welten.
Deze uitgave is het werk van de Vlaams-Nederlandse Stichting Psychoanalyse & Cultuur.
Sjef Houppermans is als gastonderzoeker verbonden aan Lucas. Hij combineert stilistische, filosofische en psychoanalytische vertrekpunten in zijn onderzoek. Hij publiceerde studies over onder anderen Proust, Beckett, Simon, Roussel en Robbe-Grillet.
Peter Verstraten is opleidingsvoorzitter Film- en Literatuurwetenschap in Leiden. Hij publiceerde o.m. Dutch Post-war Fiction Film through a Lens of Psychoanalysis (Amsterdam University Press, 2021), Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film (Amsterdam University Press, 2016) en Film Narratology (University of Toronto Press, 2009).
Marc De Kesel, filosoof, is als bijzonder hoogleraar verbonden aan de Radboud Universiteit en het Titus Brandsma Instituut, beide in Nijmegen. Vanuit filosofisch perspectief doet hij aan onderzoek in domeinen als religie- en mystiektheorie, holocaustreceptie, lacaniaanse theorie en kunst- & cultuurkritiek. Recent verscheen van hem Het Münchhausenparadigma. Waarom Freud en Lacan ertoe doen (Nijmegen: Vantilt, 2019) en Ik God & mezelf. Mystiek als deconstructie (Amsterdam: Sjibbolet, 2021).
Nulgraad van de psyche. Het binnen en buiten van het subject. Een structuralistische benadering in de psychiatrie
Nulgraad van de psyche schetst een ‘creatio ex nihilo’ die ook gepaard gaat met een zeker genieten, dat anders is dan het bevredigen van behoeften. Dit model dat uitgaat van het nulpunt heeft consequenties voor een alternatieve antropologie en ook gevolgen voor de psychiatrie waar het spreken en luisteren (weer?) een centrale plaats inneemt.
Dr. Jos de Kroon, psychiater, psychotherapeut, psychoanalyticus (Reinier van Arkel, ’s Hertogenbosch) publiceert over het subject, psychiatrie en wetenschap, Freud en Lacan. Van hem verschenen onder andere: Taal en psychose(1993), De geschiedenis van de psychiatrie (1999), Over de ziel(2007), De stem van de Ander. Over (verbale) hallucinaties(2010), Hamlet versus Oedipus of toch een matrixiale oriëntatie? (2020).
Nulgraad van de psyche. Het binnen en buiten van het subject. Een structuralistische benadering in de psychiatrie
Nulgraad van de psyche schetst een ‘creatio ex nihilo’ die ook gepaard gaat met een zeker genieten, dat anders is dan het bevredigen van behoeften. Dit model dat uitgaat van het nulpunt heeft consequenties voor een alternatieve antropologie en ook gevolgen voor de psychiatrie waar het spreken en luisteren (weer?) een centrale plaats inneemt.
Dr. Jos de Kroon, psychiater, psychotherapeut, psychoanalyticus (Reinier van Arkel, ’s Hertogenbosch) publiceert over het subject, psychiatrie en wetenschap, Freud en Lacan. Van hem verschenen onder andere: Taal en psychose(1993), De geschiedenis van de psychiatrie (1999), Over de ziel(2007), De stem van de Ander. Over (verbale) hallucinaties(2010), Hamlet versus Oedipus of toch een matrixiale oriëntatie? (2020).
De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag (Gandaius Meesterlijk 10)
Die banalisering aanpakken, vergt o.m. een bijstelling van de kijk van jongeren op relaties, gendernormen en seksualiteit. Die wordt sterk bepaald door hun seksuele scripts – cultureel voorgeschreven en genderspecifieke scenario’s voor seksueel contact.
“LAURA BYN biedt met haar uitstekend onderzoek voor het eerst inzicht in de rol van seksuele scripts op (de beleving van) seksueel grensoverschrijdend gedrag onder Vlaamse adolescenten.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
De rol van seksuele scripts in seksueel grensoverschrijdend gedrag (Gandaius Meesterlijk 10)
Die banalisering aanpakken, vergt o.m. een bijstelling van de kijk van jongeren op relaties, gendernormen en seksualiteit. Die wordt sterk bepaald door hun seksuele scripts – cultureel voorgeschreven en genderspecifieke scenario’s voor seksueel contact.
“LAURA BYN biedt met haar uitstekend onderzoek voor het eerst inzicht in de rol van seksuele scripts op (de beleving van) seksueel grensoverschrijdend gedrag onder Vlaamse adolescenten.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang.
Op deze en andere vragen geeft Inge Donckers in haar boek Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang een antwoord. Opvoedkundige basisthema’s zoals hechting, huilen, slapen, voeden, dragen, belonen en straffen, buiten spelen komen aan bod, maar ook onderwerpen zoals vegetarische voeding, wasbare luiers, aromatherapie en ecologische schoonmaakmiddelen worden uitvoerig besproken.
De auteur biedt in het boek ook een handig stappenplan voor de opstart of verderzetting van een opvang volgens de natuurlijke opvoedmethode. Met handige tips en voorbeelden die je ook binnen je gezin kan toepassen.
Voor ouders, opvoeders en iedereen die te maken heeft met opvoeding.
Inge Donckers is opvoeder en mama van 3. Ze verdiepte zich in gezonde en vooral pure voeding en het effect daarvan op lichaam en geest. Door veel te lezen, informatie op te zoeken en vormingen te volgen, voelde ze aan dat de natuurlijke aanpak in het leven de enige juiste is. Zo trok ze stilaan die filosofie ook door in haar kinderdagverblijf Twinkel.
Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang.
Op deze en andere vragen geeft Inge Donckers in haar boek Samen groeien. Natuurlijk opvoeden, ook in de kinderopvang een antwoord. Opvoedkundige basisthema’s zoals hechting, huilen, slapen, voeden, dragen, belonen en straffen, buiten spelen komen aan bod, maar ook onderwerpen zoals vegetarische voeding, wasbare luiers, aromatherapie en ecologische schoonmaakmiddelen worden uitvoerig besproken.
De auteur biedt in het boek ook een handig stappenplan voor de opstart of verderzetting van een opvang volgens de natuurlijke opvoedmethode. Met handige tips en voorbeelden die je ook binnen je gezin kan toepassen.
Voor ouders, opvoeders en iedereen die te maken heeft met opvoeding.
Inge Donckers is opvoeder en mama van 3. Ze verdiepte zich in gezonde en vooral pure voeding en het effect daarvan op lichaam en geest. Door veel te lezen, informatie op te zoeken en vormingen te volgen, voelde ze aan dat de natuurlijke aanpak in het leven de enige juiste is. Zo trok ze stilaan die filosofie ook door in haar kinderdagverblijf Twinkel.
Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2021 nr. 5
Editoriaal/Editorial
Voor mij graag een speciaal opgeleide jeugdadvocaat alstublieft
Wendy De Bondt
Artikelen/Articles
Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) en samenwerkingsverbanden met justitiële diensten: naar een sociaal-juridische praktijk?
Steven Gibens, Johan Boxstaens & Pascale Vereecke
Digitalisering in de lokale politie in Vlaanderen en Brussel: waar staan we?
Lore Rooseleers & Jeroen Maesschalck
Forumbijdrage
Heksenjacht op de SCAN
Marc Bockstaele
Rondetafel
Reflecties bij de hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen
Bart Claes, Johan Boxstaens, Wouter Wanzeele, Liesbeth Naessens, Sara Goosens & Joris De Corte
Rubriekteksten/Editorial Notes
Maatschappelijke dienstverlening / Social Work
• Naar een nieuw kwaliteitsdecreet voor zorg en welzijn?
Johan Boxstaens & Bart Claes
• Herstelgericht werken met slachtoffers van anti-LHBT haatmisdrijven
Lisa Rosielle, Mechtild Höing, Anneke Van Diggelen & Bart Claes
Jeugdrecht en jeugdhulp / Youth Law and Youth Care
• Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van de uithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid
Yana Jaspers
• De (niet zo evidente) uitrol van de E-hulpverlening
Jan Naert, Rudi Roose & Jochen Devlieghere
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Fraud Management Lifecycle Theory: Een theoretische analyse van fraude en fraudebestrijding
Femke Lenjou & Pieter Leloup
Boekbesprekingen/Book reviews
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten. Van detectie door de IM-P naar aanpak van het verhoor
Kasia Uzieblo
Panopticon – Tijdschrift voor strafrecht, criminologie en forensisch welzijnswerk -2021 nr. 5
Editoriaal/Editorial
Voor mij graag een speciaal opgeleide jeugdadvocaat alstublieft
Wendy De Bondt
Artikelen/Articles
Het Geïntegreerd Breed Onthaal (GBO) en samenwerkingsverbanden met justitiële diensten: naar een sociaal-juridische praktijk?
Steven Gibens, Johan Boxstaens & Pascale Vereecke
Digitalisering in de lokale politie in Vlaanderen en Brussel: waar staan we?
Lore Rooseleers & Jeroen Maesschalck
Forumbijdrage
Heksenjacht op de SCAN
Marc Bockstaele
Rondetafel
Reflecties bij de hulp- en dienstverlening in de Vlaamse gevangenissen
Bart Claes, Johan Boxstaens, Wouter Wanzeele, Liesbeth Naessens, Sara Goosens & Joris De Corte
Rubriekteksten/Editorial Notes
Maatschappelijke dienstverlening / Social Work
• Naar een nieuw kwaliteitsdecreet voor zorg en welzijn?
Johan Boxstaens & Bart Claes
• Herstelgericht werken met slachtoffers van anti-LHBT haatmisdrijven
Lisa Rosielle, Mechtild Höing, Anneke Van Diggelen & Bart Claes
Jeugdrecht en jeugdhulp / Youth Law and Youth Care
• Uithanden gegeven jongeren. Een onderzoek naar de gevolgen van de uithandengeving op trajecten in de jongvolwassenheid
Yana Jaspers
• De (niet zo evidente) uitrol van de E-hulpverlening
Jan Naert, Rudi Roose & Jochen Devlieghere
Criminografie en Methodologie / Crime & Criminal Justice Statistics & Methodology
• Fraud Management Lifecycle Theory: Een theoretische analyse van fraude en fraudebestrijding
Femke Lenjou & Pieter Leloup
Boekbesprekingen/Book reviews
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten. Van detectie door de IM-P naar aanpak van het verhoor
Kasia Uzieblo
Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie.
Jan de Bas is dichter en cultuurhistoricus. Hij richtte in 2007 de Filosofiegroep Rotterdam op. Hij schreef Kan een bloemkool denken. Lessen in filosoferen (2016) en samen met Ed Verhage Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk (2021).
Lang leve de liefde. Over levenskunstfilosofie en liefdespoëzie.
Jan de Bas is dichter en cultuurhistoricus. Hij richtte in 2007 de Filosofiegroep Rotterdam op. Hij schreef Kan een bloemkool denken. Lessen in filosoferen (2016) en samen met Ed Verhage Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk (2021).
Samenleven met de dood – Hoezo? (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 9)
Hiermee dringt zich de vraag op die tot nu toe vrij systematisch over het hoofd is gezien. Hoe kunnen we onze samenleving zo organiseren dat iedereen waardig afscheid kan nemen van een gestorven dierbare? Hierop geeft Samenleven met de dood een aanzet tot antwoord om zo het maatschappelijk debat te openen.
Els Heyvaert is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Christian Van Kerckhove is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers. Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze het boek Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme (Garant, 2016).
Samenleven met de dood – Hoezo? (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 9)
Hiermee dringt zich de vraag op die tot nu toe vrij systematisch over het hoofd is gezien. Hoe kunnen we onze samenleving zo organiseren dat iedereen waardig afscheid kan nemen van een gestorven dierbare? Hierop geeft Samenleven met de dood een aanzet tot antwoord om zo het maatschappelijk debat te openen.
Els Heyvaert is leerkracht, beeldend kunstenaar en illustrator. Christian Van Kerckhove is filosoof met een bijzondere interesse voor de wijsgerige antropologie.
Beiden zijn wereldreizigers. Over hun wereldomzeiling met hun zeiljacht Agapètos schreven ze het boek Het geluk leeft aan boord. Het ongeluk zeilt mee (Lanasta, 2012). Over hun reizen over land publiceerden ze het boek Van de wereld. Filosofische reisimpressies van gebruiken, rituelen en sjamanisme (Garant, 2016).
Death and belonging – Local variations on a universal theme (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 10)
It is at this point that the idea of this book took shape. What if, instead of tackling the issue of living together directly, we approach it by a detour? Death is, perhaps, the most drastic life event in a community. At the same time, however, it is surrounded by taboo and often the subject of denial, especially in Western countries. By recognizing the rites of mourning, and other associated death rituals, we acknowledge, at the same time, the value of life of human beings. Only in that way can we ever hope to truly live together. This book explores that idea.
Joris Van Poucke is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. He teaches political philosophy, ethics, and cultural sciences. His research focus areas are (super)diversity, rites of passage and social cohesion.
Eva Vens is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. She teaches cultural sciences and anthropology. Eva Vens has been involved in many studies on rites of passages, diversity and has a keen interest in ageing and associated social challenges.
Christian Van Kerckhove is a philosopher with a special interest in philosophical anthropology. His latest publication, together with his wife Els Heyvaert, is Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant, 2021).
Death and belonging – Local variations on a universal theme (Reeks: Sociale Wetenschappen – Kruispunten nr. 10)
It is at this point that the idea of this book took shape. What if, instead of tackling the issue of living together directly, we approach it by a detour? Death is, perhaps, the most drastic life event in a community. At the same time, however, it is surrounded by taboo and often the subject of denial, especially in Western countries. By recognizing the rites of mourning, and other associated death rituals, we acknowledge, at the same time, the value of life of human beings. Only in that way can we ever hope to truly live together. This book explores that idea.
Joris Van Poucke is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. He teaches political philosophy, ethics, and cultural sciences. His research focus areas are (super)diversity, rites of passage and social cohesion.
Eva Vens is a lecturer at HOGENT University of Applied Sciences and Arts, School of Social Welfare and a member of the research center EQUALITY//ResearchCollective. She teaches cultural sciences and anthropology. Eva Vens has been involved in many studies on rites of passages, diversity and has a keen interest in ageing and associated social challenges.
Christian Van Kerckhove is a philosopher with a special interest in philosophical anthropology. His latest publication, together with his wife Els Heyvaert, is Samenleven met de dood. Hoezo? (Garant, 2021).
Bronnenboek. Brusselse Codex Ruimtelijke Ordening – (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Dit Bronnenboek bevat, naast de bijgewerkte versie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), ook de uitvoeringsbesluiten en de relevante regelgeving die samen de juridische basis vormen voor de instrumenten inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vastgoedprofessionals, notarissen, rechtspractici, overheden, administraties en studenten beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bronnenboek. Brusselse Codex Ruimtelijke Ordening – (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Dit Bronnenboek bevat, naast de bijgewerkte versie van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO), ook de uitvoeringsbesluiten en de relevante regelgeving die samen de juridische basis vormen voor de instrumenten inzake stedenbouw en ruimtelijke ordening op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vastgoedprofessionals, notarissen, rechtspractici, overheden, administraties en studenten beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bronnenboek. Btw-wetboek – Bronnenboeken fiscaliteit (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Klein in prijs, groot in meerwaarde.
Bronnenboek. Btw-wetboek – Bronnenboeken fiscaliteit (Bijgewerkt tot 15 september 2021)
Klein in prijs, groot in meerwaarde.
Voeding als levenskracht – Welk stofwisselingstype ben jij?
In dit boek vertelt de auteur hoe je kunt uitzoeken welk stofwisselingstype je bent en welke voeding jouw type nodig heeft. In tegenstelling tot wat heel wat beroemde (en beperkende) diëten (zoals het keto- of proteïnedieet) beweren, heeft elk lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten nodig, al verschillen de verhoudingen per type. ‘Gezonde’ voeding is niet voor iedereen gezond en al zeker niet de vegetarische levensstijl. En te veel rauwkost of ‘raw food’ schaadt meer dan het baat.
En dan is er nog de overgang en de menopauze! Voor velen een rollercoaster die alles ondersteboven haalt, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Door jouw voeding op jouw stofwisselingstype af te stemmen kan je hormonale veranderingen opvangen. En zo wordt deze periode niet het einde, maar net de boeiendste fase van jouw leven.
Alhoewel dit boek een hoofdstuk over de menopauze bevat, zijn alle andere hoofdstukken voor iedereen interessant: jonge vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.
De auteur werkt ook twee volledige, lekkere en voedzame dagmenu’s per stofwisselingstype uit.
Sabine Martens is apotheker en stofwisselingscoach. Ze specialiseerde zich in de overgang en menopauze. Ze heeft een eigen praktijk in Brugge. Daarnaast geeft ze ook nog kooklessen en organiseert ze themadagen.
De website van de auteur.
Voeding als levenskracht – Welk stofwisselingstype ben jij?
In dit boek vertelt de auteur hoe je kunt uitzoeken welk stofwisselingstype je bent en welke voeding jouw type nodig heeft. In tegenstelling tot wat heel wat beroemde (en beperkende) diëten (zoals het keto- of proteïnedieet) beweren, heeft elk lichaam eiwitten, koolhydraten en vetten nodig, al verschillen de verhoudingen per type. ‘Gezonde’ voeding is niet voor iedereen gezond en al zeker niet de vegetarische levensstijl. En te veel rauwkost of ‘raw food’ schaadt meer dan het baat.
En dan is er nog de overgang en de menopauze! Voor velen een rollercoaster die alles ondersteboven haalt, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Door jouw voeding op jouw stofwisselingstype af te stemmen kan je hormonale veranderingen opvangen. En zo wordt deze periode niet het einde, maar net de boeiendste fase van jouw leven.
Alhoewel dit boek een hoofdstuk over de menopauze bevat, zijn alle andere hoofdstukken voor iedereen interessant: jonge vrouwen, mannen, kinderen en ouderen.
De auteur werkt ook twee volledige, lekkere en voedzame dagmenu’s per stofwisselingstype uit.
Sabine Martens is apotheker en stofwisselingscoach. Ze specialiseerde zich in de overgang en menopauze. Ze heeft een eigen praktijk in Brugge. Daarnaast geeft ze ook nog kooklessen en organiseert ze themadagen.
De website van de auteur.
Digital Nature for Healthcare – Onderzoek naar het gebruik van beeldende kunst in de gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen
Er is m.a.w. behoefte aan een nieuwe benadering van de ziekenhuiservaring, vanuit een nieuw perspectief va nwelzijn. Ludicine Lechat ziet hier vele toekomstige mogelijkheden voor de nieuwemediakunst om positieve ervaringen binnen de ziekenhuisomgeving te bevorderen om kinderen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen en zo weer in hun eigen kracht te staan.
Ludivine Lechat (1979), grafisch kunstenares en illustrator, studeerde Grafisch Ontwerp (2003, Luca Brussel), gevolgd door het Transmedia Postgraduaat (2005, Luca Brussel). Ze heeft inmiddels jaren ervaring in haar vakgebied en promoveerde in 2020 met aar artistiek onderzoek Digital Nature for Healthcare tot doctor in de kunsten (Sint Lucas Antwerpen, Aria Universiteit Antwerpen). Gespecialiseerd in digitale tekeningen, geïnspireerd door de natuur, wordt haar werk voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals in de grafische industrie (huisstijl, illustratie en publicaties), interieurdesign (patronen en tekenwerk) en multimediatoepassingen (apps en interactieve installaties).
Ludivines universum is volstrekt uniek, een verrassende mix van organische poëzie en 21ste-eeuwse technologie.
Digital Nature for Healthcare – Onderzoek naar het gebruik van beeldende kunst in de gezondheidszorg om stress bij kinderen te verminderen
Er is m.a.w. behoefte aan een nieuwe benadering van de ziekenhuiservaring, vanuit een nieuw perspectief va nwelzijn. Ludicine Lechat ziet hier vele toekomstige mogelijkheden voor de nieuwemediakunst om positieve ervaringen binnen de ziekenhuisomgeving te bevorderen om kinderen de mogelijkheid te geven hun verhaal te vertellen en zo weer in hun eigen kracht te staan.
Ludivine Lechat (1979), grafisch kunstenares en illustrator, studeerde Grafisch Ontwerp (2003, Luca Brussel), gevolgd door het Transmedia Postgraduaat (2005, Luca Brussel). Ze heeft inmiddels jaren ervaring in haar vakgebied en promoveerde in 2020 met aar artistiek onderzoek Digital Nature for Healthcare tot doctor in de kunsten (Sint Lucas Antwerpen, Aria Universiteit Antwerpen). Gespecialiseerd in digitale tekeningen, geïnspireerd door de natuur, wordt haar werk voor verschillende doeleinden gebruikt, zoals in de grafische industrie (huisstijl, illustratie en publicaties), interieurdesign (patronen en tekenwerk) en multimediatoepassingen (apps en interactieve installaties).
Ludivines universum is volstrekt uniek, een verrassende mix van organische poëzie en 21ste-eeuwse technologie.
Abortus – Van getuigenissen en reflecties tot steun (Reeks ‘Health Humanities’, nr. 1)
De combinatie van persoonlijke verhalen en refecties vanuit verschillende disciplines is typerend voor het onderzoeksdomein van de Health Humanities waaraan Garant een boekenreeks wijdt onder redactie van Katrien Schaubroeck, Kristien Hens en Leni Van Goidsenhoven. Dit boek is de eerste publicatie in de reeks Health Humanities.
Gertie Driessen is gepensioneerd seksuologe, gesprekstherapeute en ervaringsdeskundige. In 2016 schreef ze Abortus. Het taboe nog niet voorbij? waarop dit boek een vervolg is.
Abortus – Van getuigenissen en reflecties tot steun (Reeks ‘Health Humanities’, nr. 1)
De combinatie van persoonlijke verhalen en refecties vanuit verschillende disciplines is typerend voor het onderzoeksdomein van de Health Humanities waaraan Garant een boekenreeks wijdt onder redactie van Katrien Schaubroeck, Kristien Hens en Leni Van Goidsenhoven. Dit boek is de eerste publicatie in de reeks Health Humanities.
Gertie Driessen is gepensioneerd seksuologe, gesprekstherapeute en ervaringsdeskundige. In 2016 schreef ze Abortus. Het taboe nog niet voorbij? waarop dit boek een vervolg is.
Rennen in de buitenbocht – Sociale stijgers uit het (gast)arbeidersmilieu aan het woord over studie, loopbaan en identiteit
Er zijn altijd kinderen en jongeren uit het milieu van (gast)arbeiders die, al dan niet met de morele en concrete steun van bewogen en gemotiveerde leerkrachten, deze stoelendans ontspringen, de weg naar de universiteit inslaan om daarna het leven en de loopbaan te leiden van hoger opgeleide professionals. In dit boek – een herziene, geactualiseerde en uitgebreide uitgave van Doorzetters (2010) – vertellen drieëndertig Nederlandse en Vlaamse universitair afgestudeerden afkomstig uit de arbeidersklasse hun verhaal over hoe zij aan de universiteit terechtkwamen en hoe het hen verder verging in de samenleving. Dezelfde vragen zijn, tien jaar later, voorgelegd aan universitair afgestudeerden uit het milieu van arbeidsmigranten. Hun verhalen zijn opgenomen in een apart gedeelte van het boek.
Thema’s die aan de orde komen zijn het gezin waaruit de (gast)arbeiderskinderen afkomstig zijn, de eventuele voorgeschiedenis ervan, de ambities van hun ouders of het ontbreken ervan, hun studie, hun opvatting van professionaliteit. Ze vertellen over hun eenzaamheid, hun marginaliteit en het gevoel van: bij wie hoor ik eigenlijk? Het gaat echter vooral om hun doorzettingsvermogen, hun kracht om tegen de stroom in te roeien, zich aan te passen en te integreren en belangrijke maatschappelijke posities te verwerven. Opvallend verschil in de verhalen van beide groepen is de sterke ambitie van de zonen en dochters van de gastarbeiders.
Mick (Michaël) Matthys is de zoon van een arbeider en kwam via het Don Boscocollege ‘voor priester- en missionarisroepingen’ in Gent en aansluitend noviciaat en filosofieopleiding terecht aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij studeerde daar sociale pedagogiek. Hij werkte enkele jaren voor de KAJ in Antwerpen en emigreerde in 1976 naar Nederland waar hij als universitair docent ging werken bij de vakgroep sociale pedagogiek. Hij doceerde socialisatietheorieën en deed onderzoek naar jeugd(sub)culturen. Ook werkte hij enige jaren aan de Hogeschool van Utrecht als docent sociale wetenschappen, jeugdhulpverlening en onderzoeksmethoden. In 2000 kwam hij terug in dienst van de Universiteit van Utrecht als programmadirecteur van de Master ‘Management en Communicatie’ aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en organisatiewetenschap en als universitair docent onderzoeksmethoden en wetenschapstheorie. Voor zijn proefschrift Doorzetters ondervroeg hij universitair afgestudeerden, afkomstig uit het arbeidersmilieu, over hun studie, leven en loopbaan. Dit proefschrift is vertaald in het Engels en door Routledge uitgegeven. Na zijn pensionering deed hij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de levensloop en motivatie van eerstegeneratiestudenten en publiceerde hij meerdere artikelen over thema’s uit zijn proefschrift. In 2018 publiceerde hij Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.
Rennen in de buitenbocht – Sociale stijgers uit het (gast)arbeidersmilieu aan het woord over studie, loopbaan en identiteit
Er zijn altijd kinderen en jongeren uit het milieu van (gast)arbeiders die, al dan niet met de morele en concrete steun van bewogen en gemotiveerde leerkrachten, deze stoelendans ontspringen, de weg naar de universiteit inslaan om daarna het leven en de loopbaan te leiden van hoger opgeleide professionals. In dit boek – een herziene, geactualiseerde en uitgebreide uitgave van Doorzetters (2010) – vertellen drieëndertig Nederlandse en Vlaamse universitair afgestudeerden afkomstig uit de arbeidersklasse hun verhaal over hoe zij aan de universiteit terechtkwamen en hoe het hen verder verging in de samenleving. Dezelfde vragen zijn, tien jaar later, voorgelegd aan universitair afgestudeerden uit het milieu van arbeidsmigranten. Hun verhalen zijn opgenomen in een apart gedeelte van het boek.
Thema’s die aan de orde komen zijn het gezin waaruit de (gast)arbeiderskinderen afkomstig zijn, de eventuele voorgeschiedenis ervan, de ambities van hun ouders of het ontbreken ervan, hun studie, hun opvatting van professionaliteit. Ze vertellen over hun eenzaamheid, hun marginaliteit en het gevoel van: bij wie hoor ik eigenlijk? Het gaat echter vooral om hun doorzettingsvermogen, hun kracht om tegen de stroom in te roeien, zich aan te passen en te integreren en belangrijke maatschappelijke posities te verwerven. Opvallend verschil in de verhalen van beide groepen is de sterke ambitie van de zonen en dochters van de gastarbeiders.
Mick (Michaël) Matthys is de zoon van een arbeider en kwam via het Don Boscocollege ‘voor priester- en missionarisroepingen’ in Gent en aansluitend noviciaat en filosofieopleiding terecht aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Hij studeerde daar sociale pedagogiek. Hij werkte enkele jaren voor de KAJ in Antwerpen en emigreerde in 1976 naar Nederland waar hij als universitair docent ging werken bij de vakgroep sociale pedagogiek. Hij doceerde socialisatietheorieën en deed onderzoek naar jeugd(sub)culturen. Ook werkte hij enige jaren aan de Hogeschool van Utrecht als docent sociale wetenschappen, jeugdhulpverlening en onderzoeksmethoden. In 2000 kwam hij terug in dienst van de Universiteit van Utrecht als programmadirecteur van de Master ‘Management en Communicatie’ aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en organisatiewetenschap en als universitair docent onderzoeksmethoden en wetenschapstheorie. Voor zijn proefschrift Doorzetters ondervroeg hij universitair afgestudeerden, afkomstig uit het arbeidersmilieu, over hun studie, leven en loopbaan. Dit proefschrift is vertaald in het Engels en door Routledge uitgegeven. Na zijn pensionering deed hij aan de Vrije Universiteit van Amsterdam onderzoek naar de levensloop en motivatie van eerstegeneratiestudenten en publiceerde hij meerdere artikelen over thema’s uit zijn proefschrift. In 2018 publiceerde hij Waarom Belgen gelijk hebben en Nederlanders gelijk krijgen.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Set (boek+spel)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
De Caleidoscopia-set op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Set (boek+spel)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
De Caleidoscopia-set op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Bronnenboek. Wetboek vennootschappen en verenigingen met uitvoeringsbesluiten
Bij cliëntcontact heeft de professioneel aldus alles bij de hand om snel de informatie terug te vinden voor een correct advies inzake vennootschapsrecht.
Bronnenboek. Wetboek vennootschappen en verenigingen met uitvoeringsbesluiten
Bij cliëntcontact heeft de professioneel aldus alles bij de hand om snel de informatie terug te vinden voor een correct advies inzake vennootschapsrecht.
Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)
Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.
In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.
We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.
Epidemieën, hun impact en hun bestrijding. – Een historisch overzicht met actualiteitswaarde (Cahiers GGG, Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg nr. 15)
Toch is dit niet de eerste pandemie die de wereld getroffen heeft, verre van dat. Sinds de ‘pest’ van Athene, 2500 jaar geleden – de eerste epidemie die schriftelijk is vastgelegd – is de wereld regelmatig opgeschrikt door weer nieuwe ziekten en epidemieën, meestal afkomstig van elders, die soms hele continenten konden treffen. Vaak werd daarbij een nog groter deel van de bevolking getroffen dan in onze huidige pandemie. Desastreus was de ‘Zwarte Dood’, de beruchte pestepidemie die Europa rond het midden van de veertiende eeuw trof; soms stierf het grootste deel van de bevolking in een gebied uit. De indianen werden veel meer getroffen door mazelen dan Spaanse zwaarden; de Europeanen op hun beurt – zij het op kleinere schaal – door syfilis. Ruim honderd jaar geleden veroorzaakte de Spaanse Griep (die overigens niet in Spanje is begonnen) meer slachtoffers dan de Eerste Wereldoorlog.
In dit boek komen deze epidemieën aan bod. Vanuit verschillende gezichtspunten worden ze besproken: de symptomen, de aanvankelijke machteloosheid, de maatregelen van de regeringen, het uiteindelijke succes van de geneeskunde en de nasleep.
We weten nu dat niet Apollo, Asklepios of God maar virussen verantwoordelijk zijn voor deze pandemie, maar het heeft eeuwen geduurd voordat we dit inzicht hadden. Tegenwoordig lijkt de COVID-19-pandemie op zijn retour: de cijfers dalen en maatregelen worden versoepeld, maar de belangrijkste reden is dat er steeds meer mensen gevaccineerd zijn. Vaccinatie is een uitvinding die dateert uit het eind van de achttiende eeuw en werd vanaf 1800 met succes overal toegepast. Ook nu.
Cornelis van Tilburg is classicus aan de Universiteit Leiden, waar hij werkzaam is als onderzoeker bij Griekse en Latijnse Talen en Culturen. Naast zijn onderzoek naar verkeerscirculatie en stadshygiëne in de Grieks-Romeinse wereld is hij eindredacteur van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg.
Vincent Van Roy is historicus. Hij specialiseerde zich tijdens zijn doctoraatsonderzoek in de medische geschiedenis, meer specifiek de circulatiemechanismen van medische kennis doorheen de vroegmoderne periode. Hij is redactiecoördinator van de cahierreeks Geschiedenis van de Geneeskunde en Gezondheidszorg en actief medewerker in het Antwerpse Museum Lambotte.
Btw-eetjes deel 18
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 18
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingadviseur of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Dementie bij ouderen met een migratieachtergrond
Dit boek is wetenschappelijk onderbouwd en beschrijft op basis van de ervaringen van ouderen met Marokkaanse, Turkse en Italiaanse roots, hun mantelzorgers en professionele zorgverleners welke dementiegerelateerde zorg en noden deze ouderen hebben en de gehanteerde zorgaanpak door de mantelzorger en professionele zorgverlener om aan deze noden tegemoet te komen. Daarnaast wordt ook ingegaan op welke bijkomende zorg- en dienstverlening in de toekomst nodig is voor een betere dementiezorg voor deze ouderen met dementie.
In het onderzoek stond de oudere centraal, en deze boodschap wordt doorgetrokken in dit boek. Na een blik op de migratiegeschiedenis en een schets van de noden en behoeften van ouderen met een migratieachtergrond, wordt gekeken naar de beleving van dementie door de ogen van de ouderen en hun mantelzorgers. Vervolgens wordt de diagnosestelling van dementie en de zorg- en hulpverlening voor de ouderen met dementie onder de loep genomen. Hierin wordt beschreven hoe de mantelzorg verloopt en hoe de professionele zorg wordt ingekleurd en ervaren, zowel in België als in het geval van transnationale zorg. Ten slotte worden een aantal internationale inspirerende voorbeelden uit de dementiezorg voor ouderen met een migratieachtergrond voorgesteld en worden aanbevelingen geformuleerd voor een aangepaste dementiezorg voor deze ouderen.
Dit boek wil mantelzorgers, professionele zorgverleners en beleidsmakers inspireren bij de onderbelichte uitdaging om op zoek te gaan naar de gepaste zorg voor dementerende ouderen met een migratieachtergrond. Dit boek kan een eerste aanzet zijn om het thema bespreekbaar te maken en is een inspiratie naar goede en vernieuwende praktijken.
Saloua Berdai Chaouni is biomedisch wetenschapper en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel, Vrije Universiteit Brussel en Karel de Grote Hogeschool, waar ze ook doceert. Haar onderzoek situeert zich op het snijpunt van vergrijzing, diversiteit en zorg. Ze behaalde haar doctoraat in de Agogische Wetenschappen aan de VUB
Ann Claeys is verpleegkundige en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel en Vrije Universiteit Brussel en is docent aan de Erasmushogeschool Brussel. Ze doet onderzoek naar cultuursensitieve zorg en culturele competenties bij zorgprofessionals.
Dementie bij ouderen met een migratieachtergrond
Dit boek is wetenschappelijk onderbouwd en beschrijft op basis van de ervaringen van ouderen met Marokkaanse, Turkse en Italiaanse roots, hun mantelzorgers en professionele zorgverleners welke dementiegerelateerde zorg en noden deze ouderen hebben en de gehanteerde zorgaanpak door de mantelzorger en professionele zorgverlener om aan deze noden tegemoet te komen. Daarnaast wordt ook ingegaan op welke bijkomende zorg- en dienstverlening in de toekomst nodig is voor een betere dementiezorg voor deze ouderen met dementie.
In het onderzoek stond de oudere centraal, en deze boodschap wordt doorgetrokken in dit boek. Na een blik op de migratiegeschiedenis en een schets van de noden en behoeften van ouderen met een migratieachtergrond, wordt gekeken naar de beleving van dementie door de ogen van de ouderen en hun mantelzorgers. Vervolgens wordt de diagnosestelling van dementie en de zorg- en hulpverlening voor de ouderen met dementie onder de loep genomen. Hierin wordt beschreven hoe de mantelzorg verloopt en hoe de professionele zorg wordt ingekleurd en ervaren, zowel in België als in het geval van transnationale zorg. Ten slotte worden een aantal internationale inspirerende voorbeelden uit de dementiezorg voor ouderen met een migratieachtergrond voorgesteld en worden aanbevelingen geformuleerd voor een aangepaste dementiezorg voor deze ouderen.
Dit boek wil mantelzorgers, professionele zorgverleners en beleidsmakers inspireren bij de onderbelichte uitdaging om op zoek te gaan naar de gepaste zorg voor dementerende ouderen met een migratieachtergrond. Dit boek kan een eerste aanzet zijn om het thema bespreekbaar te maken en is een inspiratie naar goede en vernieuwende praktijken.
Saloua Berdai Chaouni is biomedisch wetenschapper en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel, Vrije Universiteit Brussel en Karel de Grote Hogeschool, waar ze ook doceert. Haar onderzoek situeert zich op het snijpunt van vergrijzing, diversiteit en zorg. Ze behaalde haar doctoraat in de Agogische Wetenschappen aan de VUB
Ann Claeys is verpleegkundige en gerontologe. Ze is verbonden als onderzoeker aan Erasmushogeschool Brussel en Vrije Universiteit Brussel en is docent aan de Erasmushogeschool Brussel. Ze doet onderzoek naar cultuursensitieve zorg en culturele competenties bij zorgprofessionals.
Golf en btw
Dit boek behandelt de btw-aspecten van de golfsport. Het Hof van Justitie sprak zich in een aantal belangrijke arresten uit over de voorwaarden voor vrijstelling van golf als sport.
Hoe zit het met de inkomsten uit gebruik van het golfterrein, verhuur van golfballen en clubs, verhuur van golfkarren, verkoop van golfclubs en het houden van golftoernooien en -evenementen waarvoor de golfclub inschrijvingsgeld heeft ontvangen?
Geldt de vrijstelling ook voor niet-leden die komen golfen? En wat bij enkel gebruik van de driving range?
Wat als er evenementen (eetfestijnen, toernooien, benefietavonden, …) worden georganiseerd door de golfvereniging voor het verkrijgen van financiële middelen?
En wat als de exploitatie van een golfterrein gebeurt door een autonoom gemeentebedrijf? Hebben toegekende subsidies recht op het recht op aftrek van de golfvereniging? Hoe moet het recht op aftrek van de btw van zo’n golfclub worden bepaald?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de centrale diensten van de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Golf en btw
Dit boek behandelt de btw-aspecten van de golfsport. Het Hof van Justitie sprak zich in een aantal belangrijke arresten uit over de voorwaarden voor vrijstelling van golf als sport.
Hoe zit het met de inkomsten uit gebruik van het golfterrein, verhuur van golfballen en clubs, verhuur van golfkarren, verkoop van golfclubs en het houden van golftoernooien en -evenementen waarvoor de golfclub inschrijvingsgeld heeft ontvangen?
Geldt de vrijstelling ook voor niet-leden die komen golfen? En wat bij enkel gebruik van de driving range?
Wat als er evenementen (eetfestijnen, toernooien, benefietavonden, …) worden georganiseerd door de golfvereniging voor het verkrijgen van financiële middelen?
En wat als de exploitatie van een golfterrein gebeurt door een autonoom gemeentebedrijf? Hebben toegekende subsidies recht op het recht op aftrek van de golfvereniging? Hoe moet het recht op aftrek van de btw van zo’n golfclub worden bepaald?
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de centrale diensten van de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool.
Caleidoscopia: Spelen met diversiteit . Theorie, praktijk en ervaring – Handboek (2e geactualiseerde druk)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
Het Caleidoscopia Theorieboek op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Caleidoscopia: Spelen met diversiteit . Theorie, praktijk en ervaring – Handboek (2e geactualiseerde druk)
Het diversiteitsspel bestaat uit acht setjes van negen gekleurde kaarten, waarop acht dimensies van diversiteit plus een blanco kaart in negen talen benoemd zijn: Nederlands, Arabisch, Chinees, Duits, Engels, Frans, Hongaars, Spaans en Turks. Doel van dit spel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen: in levensfase, genderidentiteit, etniciteit, levensvisie, socialisatie, talent en beperking, sociale klasse, opleiding en beroep, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Deze tweede druk is door het Netwerk geschreven en geactualiseerd op grond van bijna twintig jaar ervaring met het diversiteitsspel Caleidoscopia. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel ‘intersectioneel denken’ en ervaringen in het omgaan met diversiteit en inclusie. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. Ook zijn vijftig werkvormen met de diversiteitskaarten opgenomen.
Het Caleidoscopia Theorieboek op bol.com.
Het Netwerk Caleidoscopia bestaat uit zeven maatschappelijk bewogen vrouwen die werkzaam en actief zijn in onder andere het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, in de milieubeweging, de vredesbeweging, de vrouwen- en LHBTIQA+-beweging, in organisaties van mensen met een migratieachtergrond, ouderenorganisaties en bij lokale en landelijke overheden alsook het bedrijfsleven.
Balanced Management – Vier fundamenten voor een wetenschappelijke benadering van management en ondernemen
Fysica, biologie, chemie, geneeskunde, geschiedenis, antropologie en andere kennisdomeinen, ze hebben de laatste eeuwen allemaal een enorme evolutie gekend door de toepassing van een wetenschappelijke modus operandi.
Waarom zou dat niet kunnen voor ondernemen en management? Onderhavig boek legt uit hoe grote en kleine ondernemingen, maar ook ziekenhuizen, scholen en andere organisaties op meer wetenschappelijke wijze hun organisatie kunnen beheren en beheersen en hun ambities waarmaken. De brug tussen wetenschappelijke theorie en de dagelijkse praktijk wordt BALANCED MANAGEMENT gedoopt.
Dit BALANCED MANAGEMENT biedt een kader om bij de dagelijkse professionele uitdagingen en problemen een beroep te doen op hetgeen de wetenschap ons te bieden heeft.
Onderhavig boek schetst bondig de geschiedenis van de economische wetenschap en kadert vanuit dit perspectief de problemen die management en ondernemen lijken te weerhouden om wetenschappelijke methodes toe te passen. Maar het boek ontplooit vooral een methodiek om in de voetsporen te kunnen treden van het succes van andere wetenschappen.
Management en ondernemen gaat over het realiseren van doelen in complexe omstandigheden. Wetenschappelijke inzichten bieden daarvoor een flinke houvast.
Wie een stapje opzij wil zetten om voorbij de waan van de dag zich doelgericht te bezinnen over zijn professionele activiteiten als ondernemer en manager, vindt parels in overvloed in dit boek.
Prof. dr. Marc Buelens Professor Emeritus Vlerick Business School
Jac Cuypers leidt KOBUS, een onderneming die sinds jaar en dag advies verstrekt aan ondernemingen en organisaties. Bovendien heeft Jac als crisismanager een brede waaier van opdrachten uitgevoerd als CEO, CFO en CIO in grote en kleine ondernemingen, profit en non-profit. Dit professionele pad bood hem de mogelijkheid theoretische kennis te toetsen aan de werkelijkheid en de toepasbaarheid in het dagelijkse leven te verfijnen.
Balanced Management – Vier fundamenten voor een wetenschappelijke benadering van management en ondernemen
Fysica, biologie, chemie, geneeskunde, geschiedenis, antropologie en andere kennisdomeinen, ze hebben de laatste eeuwen allemaal een enorme evolutie gekend door de toepassing van een wetenschappelijke modus operandi.
Waarom zou dat niet kunnen voor ondernemen en management? Onderhavig boek legt uit hoe grote en kleine ondernemingen, maar ook ziekenhuizen, scholen en andere organisaties op meer wetenschappelijke wijze hun organisatie kunnen beheren en beheersen en hun ambities waarmaken. De brug tussen wetenschappelijke theorie en de dagelijkse praktijk wordt BALANCED MANAGEMENT gedoopt.
Dit BALANCED MANAGEMENT biedt een kader om bij de dagelijkse professionele uitdagingen en problemen een beroep te doen op hetgeen de wetenschap ons te bieden heeft.
Onderhavig boek schetst bondig de geschiedenis van de economische wetenschap en kadert vanuit dit perspectief de problemen die management en ondernemen lijken te weerhouden om wetenschappelijke methodes toe te passen. Maar het boek ontplooit vooral een methodiek om in de voetsporen te kunnen treden van het succes van andere wetenschappen.
Management en ondernemen gaat over het realiseren van doelen in complexe omstandigheden. Wetenschappelijke inzichten bieden daarvoor een flinke houvast.
Wie een stapje opzij wil zetten om voorbij de waan van de dag zich doelgericht te bezinnen over zijn professionele activiteiten als ondernemer en manager, vindt parels in overvloed in dit boek.
Prof. dr. Marc Buelens Professor Emeritus Vlerick Business School
Jac Cuypers leidt KOBUS, een onderneming die sinds jaar en dag advies verstrekt aan ondernemingen en organisaties. Bovendien heeft Jac als crisismanager een brede waaier van opdrachten uitgevoerd als CEO, CFO en CIO in grote en kleine ondernemingen, profit en non-profit. Dit professionele pad bood hem de mogelijkheid theoretische kennis te toetsen aan de werkelijkheid en de toepasbaarheid in het dagelijkse leven te verfijnen.
Hoop als kunst van verantwoord leiderschap
Patrick Nullens geeft als ethicus een genuanceerd beeld van het fenomeen hoop. Vervolgens verbindt hij hoop aan zingeving, wijsheid en ethisch leiderschap. Zowel hoop als leiderschap worden vaak gedreven door de ongemakkelijke ervaring dat de dingen niet zijn zoals ze moeten zijn. Hoop is de kunst van mogelijkheden die gaat schitteren te midden van een crisis. Dit is precies wat we vandaag zo hard nodig hebben. We staan voor enorme uitdagingen en dit vereist moedig leiderschap, op grote en kleine schaal. Dit boek bespreekt hoop als krachtig instrument voor transities en beleidsvorming.
Patrick Nullens geeft geen eenvoudige antwoorden, maar wel een inspirerende gereedschapskist waar iedere leidinggevende zelf mee aan de slag kan gaan.
‘In bange momenten betekent verantwoord leiderschap het samen vinden van hoop. Het schept nieuwe visie, vertrouwen en verbinding binnen de organisatie. Door hoop kunnen mensen tot grootse prestaties komen. Dit boek is daartoe een inspiratiebron die ik u van harte aanbeveel.’
— Leen Paape, hoogleraar Corporate Governance Nyenrode Business University en ervaren bestuurder.
‘Moedig leiderschap. Dat is wat we nodig hebben in deze tijd. Mensen die voorop lopen en anderen inspireren hetzelfde te doen. Met Aandacht voor Echt. Wat er werkelijk toe doet, voor jezelf, je medemens en moeder aarde. De wijze inzichten van Patrick geven je een route; lees dit boek!’
— Maria van der Heijden, directeur-bestuurder MVO-Nederland
‘Een inspirerend boek waarin de kracht van hoop u zal verwonderen. Het biedt perspectief om vanuit een kwetsbaar verlangen de grote uitdagingen van deze tijd samen op te lossen.’
— Wilfred van Werven, directeur en mede-eigenaar Van Werven Infra & Recycling
Patrick Nullens is hoogleraar leiderschapsethiek en menswaardige samenleving aan de Universiteit voor Humanistiek, Utrecht en doceert ethiek aan bestuurders en toezichthouders. Hij maakte deel uit van een team dat onderzoek deed naar de effecten van hoop in de Nederlandse samenleving.
Hoop als kunst van verantwoord leiderschap
Patrick Nullens geeft als ethicus een genuanceerd beeld van het fenomeen hoop. Vervolgens verbindt hij hoop aan zingeving, wijsheid en ethisch leiderschap. Zowel hoop als leiderschap worden vaak gedreven door de ongemakkelijke ervaring dat de dingen niet zijn zoals ze moeten zijn. Hoop is de kunst van mogelijkheden die gaat schitteren te midden van een crisis. Dit is precies wat we vandaag zo hard nodig hebben. We staan voor enorme uitdagingen en dit vereist moedig leiderschap, op grote en kleine schaal. Dit boek bespreekt hoop als krachtig instrument voor transities en beleidsvorming.
Patrick Nullens geeft geen eenvoudige antwoorden, maar wel een inspirerende gereedschapskist waar iedere leidinggevende zelf mee aan de slag kan gaan.
‘In bange momenten betekent verantwoord leiderschap het samen vinden van hoop. Het schept nieuwe visie, vertrouwen en verbinding binnen de organisatie. Door hoop kunnen mensen tot grootse prestaties komen. Dit boek is daartoe een inspiratiebron die ik u van harte aanbeveel.’
— Leen Paape, hoogleraar Corporate Governance Nyenrode Business University en ervaren bestuurder.
‘Moedig leiderschap. Dat is wat we nodig hebben in deze tijd. Mensen die voorop lopen en anderen inspireren hetzelfde te doen. Met Aandacht voor Echt. Wat er werkelijk toe doet, voor jezelf, je medemens en moeder aarde. De wijze inzichten van Patrick geven je een route; lees dit boek!’
— Maria van der Heijden, directeur-bestuurder MVO-Nederland
‘Een inspirerend boek waarin de kracht van hoop u zal verwonderen. Het biedt perspectief om vanuit een kwetsbaar verlangen de grote uitdagingen van deze tijd samen op te lossen.’
— Wilfred van Werven, directeur en mede-eigenaar Van Werven Infra & Recycling
Patrick Nullens is hoogleraar leiderschapsethiek en menswaardige samenleving aan de Universiteit voor Humanistiek, Utrecht en doceert ethiek aan bestuurders en toezichthouders. Hij maakte deel uit van een team dat onderzoek deed naar de effecten van hoop in de Nederlandse samenleving.
Aanpakkaarten voor kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen
Deze aanpakkaarten zijn een hulpmiddel voor het aanbrengen van structuur, gericht op diverse deelgebieden en onafhankelijk van een methode.
Ze vormen een verzameling van werkstrategieën voor de vakgebieden rekenen, lezen en begrijpend lezen, spelling, taal en projecten. Inmiddels zijn de aanpakkaarten verder ontwikkeld en herzien. Er zijn kaarten onderverdeeld in Brein Quest, gericht op informatieverwerking, de werking van het cognitieve brein en waarnemen met je brein; Mind Quest, gericht op het emotionele brein, sociaal-emotionele ontwikkeling, gedragsontwikkeling, sociale interactie; gericht op de Slimme Kleuter en op de bovenbouw van de basisschool als ‘Brug naar het Voortgezet Onderwijs’ (VO). De leerkracht, maar ook een begeleider of behandelaar, kan hieruit een voor elk kind afzonderlijk helder stappenplan afleiden en opstellen.
Ze kunnen worden gebruikt bij begaafde kinderen, kinderen met leerproblemen en/of leerstoornissen zoals ASS, AD(H)D, gedragsproblemen, informatieverwerkingsproblemen, beelddenkers en kinderen met dyslexie.
Winny Bosch-Sthijns, orthopedagoog, is stichter-directeur van IE Quest, een praktijk en onderzoeksbureau voor orthopedagogiek en psychologie in Maastricht en Heerlen. Daarvoor was zij leerkracht in het basisonderwijs.
Aanpakkaarten voor kinderen met aandachts- en werkhoudingsproblemen
Deze aanpakkaarten zijn een hulpmiddel voor het aanbrengen van structuur, gericht op diverse deelgebieden en onafhankelijk van een methode.
Ze vormen een verzameling van werkstrategieën voor de vakgebieden rekenen, lezen en begrijpend lezen, spelling, taal en projecten. Inmiddels zijn de aanpakkaarten verder ontwikkeld en herzien. Er zijn kaarten onderverdeeld in Brein Quest, gericht op informatieverwerking, de werking van het cognitieve brein en waarnemen met je brein; Mind Quest, gericht op het emotionele brein, sociaal-emotionele ontwikkeling, gedragsontwikkeling, sociale interactie; gericht op de Slimme Kleuter en op de bovenbouw van de basisschool als ‘Brug naar het Voortgezet Onderwijs’ (VO). De leerkracht, maar ook een begeleider of behandelaar, kan hieruit een voor elk kind afzonderlijk helder stappenplan afleiden en opstellen.
Ze kunnen worden gebruikt bij begaafde kinderen, kinderen met leerproblemen en/of leerstoornissen zoals ASS, AD(H)D, gedragsproblemen, informatieverwerkingsproblemen, beelddenkers en kinderen met dyslexie.
Winny Bosch-Sthijns, orthopedagoog, is stichter-directeur van IE Quest, een praktijk en onderzoeksbureau voor orthopedagogiek en psychologie in Maastricht en Heerlen. Daarvoor was zij leerkracht in het basisonderwijs.
Toegepaste verbeelding – Intuïtieve versus (doel)bewuste creativiteit
— Frederik Van Herterijck, Creative and Transformational Leader,
SWIFT and the Financial Services industry
‘Leiders praktisch inzetbare inzichten en tools aanreiken omtrent samenstelling van teams en hen in een creatief klimaat laten innoveren. Dat is wat dit boek zo aantrekkelijk en bruikbaar maakt. Daarnaast leest het ook nog als een trein en biedt het vele inzichten om een organisatie gewoon beter te doen functioneren.’
— Jos Corstjens, Director R&D, OutSide Plant,
Commscope Connectivity Solutions
‘Luc is al meer dan 25 jaar bezig met serieuze creativiteit. Met dit boek biedt hij een venster en brengt hij een overzicht en praktisch inzicht op de volledige toolset. Een gereedschapsset die de potentie heeft om elk serieus creatief probleem waar de mensheid mee geconfronteerd wordt versneld aan te pakken en op te lossen.’
— Piet Vandenbroucke, Vice President IBP and Supply Chain,
Curium Pharma
Het toepassen en concreet maken van onze verbeelding blijkt in toenemende mate belangrijk. We zijn allen creatief en hebben allemaal reeds onze intuïtie gebruikt om bepaalde uitdagingen creatief op te lossen. Maar in welke mate konden we dit denkproces herhalen?
Waarom zou je doelbewust jouw verbeelding en creatieve en probleemoplossingsvaardigheden ontwikkelen? Hoe kunnen studenten en managers complexe problemen aanpakken? Hoe stimuleer je innovatie? Hoe implementeer je nieuwe oplossingen? Is creativiteit de sleutel tot succes? Bij het beantwoorden van deze vragen biedt deze toegankelijke tekst een introductie tot de essentiële vaardigheden en inzichten van het creatief oplossen van problemen en het creëren van de juiste omgevingsfactoren om creatief gedrag mogelijk te maken.
Dit boek ontleedt creativiteit en innovatie en bespreekt tevens de multifunctionele benadering van creativiteit. Het stelt strategieën en instrumenten voor om verantwoordelijken binnen organisaties en binnen het onderwijs te helpen groeien tot creatieve leiders die leiderschapskwaliteiten en creatief gedrag in anderen stimuleren.
Luc De Schryver heeft een Master of Science in creativiteit en innovatie van de University College in Buffalo, New York, USA en een Master Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is als lector verbonden aan UCLL (University College Leuven-Limburg). Hij is tevens zaakvoerder van o2c2 en senior associate bij CPSB, Buffalo, New York, USA.
De auteur is sinds 1990 actief binnen nationale en internationale bedrijven en organisaties. De focus ligt hierbij voornamelijk op het stimuleren van creativiteit (individueel, team- en organisatieniveau) en het begeleiden van innovatie-inspanningen binnen organisaties. Hij heeft samengewerkt met klanten zoals Exxon (USA), Sperian (France), Universiteit van Nyenrode (Nederland), University of West-England (UK), Proximus, VVSG, Mercedes-Benz, Uitgeverij De Boeck, Federale Politie, Janssen Pharmaceutica en de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA).
Als gecertifieerd VIEW- en SOQ-trainer leidt hij anderen op in het productief gebruik van deze psychometrische instrumenten.
Toegepaste verbeelding – Intuïtieve versus (doel)bewuste creativiteit
— Frederik Van Herterijck, Creative and Transformational Leader,
SWIFT and the Financial Services industry
‘Leiders praktisch inzetbare inzichten en tools aanreiken omtrent samenstelling van teams en hen in een creatief klimaat laten innoveren. Dat is wat dit boek zo aantrekkelijk en bruikbaar maakt. Daarnaast leest het ook nog als een trein en biedt het vele inzichten om een organisatie gewoon beter te doen functioneren.’
— Jos Corstjens, Director R&D, OutSide Plant,
Commscope Connectivity Solutions
‘Luc is al meer dan 25 jaar bezig met serieuze creativiteit. Met dit boek biedt hij een venster en brengt hij een overzicht en praktisch inzicht op de volledige toolset. Een gereedschapsset die de potentie heeft om elk serieus creatief probleem waar de mensheid mee geconfronteerd wordt versneld aan te pakken en op te lossen.’
— Piet Vandenbroucke, Vice President IBP and Supply Chain,
Curium Pharma
Het toepassen en concreet maken van onze verbeelding blijkt in toenemende mate belangrijk. We zijn allen creatief en hebben allemaal reeds onze intuïtie gebruikt om bepaalde uitdagingen creatief op te lossen. Maar in welke mate konden we dit denkproces herhalen?
Waarom zou je doelbewust jouw verbeelding en creatieve en probleemoplossingsvaardigheden ontwikkelen? Hoe kunnen studenten en managers complexe problemen aanpakken? Hoe stimuleer je innovatie? Hoe implementeer je nieuwe oplossingen? Is creativiteit de sleutel tot succes? Bij het beantwoorden van deze vragen biedt deze toegankelijke tekst een introductie tot de essentiële vaardigheden en inzichten van het creatief oplossen van problemen en het creëren van de juiste omgevingsfactoren om creatief gedrag mogelijk te maken.
Dit boek ontleedt creativiteit en innovatie en bespreekt tevens de multifunctionele benadering van creativiteit. Het stelt strategieën en instrumenten voor om verantwoordelijken binnen organisaties en binnen het onderwijs te helpen groeien tot creatieve leiders die leiderschapskwaliteiten en creatief gedrag in anderen stimuleren.
Luc De Schryver heeft een Master of Science in creativiteit en innovatie van de University College in Buffalo, New York, USA en een Master Toegepaste Economische Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij is als lector verbonden aan UCLL (University College Leuven-Limburg). Hij is tevens zaakvoerder van o2c2 en senior associate bij CPSB, Buffalo, New York, USA.
De auteur is sinds 1990 actief binnen nationale en internationale bedrijven en organisaties. De focus ligt hierbij voornamelijk op het stimuleren van creativiteit (individueel, team- en organisatieniveau) en het begeleiden van innovatie-inspanningen binnen organisaties. Hij heeft samengewerkt met klanten zoals Exxon (USA), Sperian (France), Universiteit van Nyenrode (Nederland), University of West-England (UK), Proximus, VVSG, Mercedes-Benz, Uitgeverij De Boeck, Federale Politie, Janssen Pharmaceutica en de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA).
Als gecertifieerd VIEW- en SOQ-trainer leidt hij anderen op in het productief gebruik van deze psychometrische instrumenten.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen.
Wat kindercoach Uschi Lichter betreft niet. In Ik zie je! geeft ze een pleidooi voor verbindend opvoeden. Met oog voor de signalen die een kind je geeft. Vanuit je buikgevoel, de nodige zelfreflectie én mildheid voor jezelf. Want als volwassenen zijn we in onze opvoedingsstijl sterk beïnvloed door onze eigen ervaringen en persoonlijkheid.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen is een boek voor elke opvoeder – van ouder tot leerkracht en sportcoach – die verder wil kijken dan het gedrag van een kind. Die elk kind het gevoel wil geven dat het gezien wordt.
Uschi Lichter deed jarenlang ervaring op als kindercoach, talentontwikkelaar en traumatherapeut. De rode draad? Haar geloof in de enorme kracht van verbinding. Sinds 2015 is ze kindercoach in haar eigen praktijk Het Spinnewip. En niet te vergeten in de context van dit boek: Uschi is ook ervaringsdeskundige, als mama van twee tieners, Floran en Frauke. Haar partner David Vandecan nam de illustraties in het boek voor zijn rekening.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen.
Wat kindercoach Uschi Lichter betreft niet. In Ik zie je! geeft ze een pleidooi voor verbindend opvoeden. Met oog voor de signalen die een kind je geeft. Vanuit je buikgevoel, de nodige zelfreflectie én mildheid voor jezelf. Want als volwassenen zijn we in onze opvoedingsstijl sterk beïnvloed door onze eigen ervaringen en persoonlijkheid.
Ik zie je! Verbindend opvoeden in 10 stappen is een boek voor elke opvoeder – van ouder tot leerkracht en sportcoach – die verder wil kijken dan het gedrag van een kind. Die elk kind het gevoel wil geven dat het gezien wordt.
Uschi Lichter deed jarenlang ervaring op als kindercoach, talentontwikkelaar en traumatherapeut. De rode draad? Haar geloof in de enorme kracht van verbinding. Sinds 2015 is ze kindercoach in haar eigen praktijk Het Spinnewip. En niet te vergeten in de context van dit boek: Uschi is ook ervaringsdeskundige, als mama van twee tieners, Floran en Frauke. Haar partner David Vandecan nam de illustraties in het boek voor zijn rekening.
Descriptief en predictief analyseren van tijdreeksen in de bedrijfskunde
In Deel I behandelen we de descriptieve analyse van een tijdreeks. Deel II heeft betrekking op de predictieve analyse ervan en sluit af met een uitgewerkt tijdreeks-analysevraagstuk.
Het werk kan gebruikt worden in de volgende sectoren: bedrijfskundig hoger onderwijs, bedrijfsleven en economische overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschool-niveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepas-te wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Descriptief en predictief analyseren van tijdreeksen in de bedrijfskunde
In Deel I behandelen we de descriptieve analyse van een tijdreeks. Deel II heeft betrekking op de predictieve analyse ervan en sluit af met een uitgewerkt tijdreeks-analysevraagstuk.
Het werk kan gebruikt worden in de volgende sectoren: bedrijfskundig hoger onderwijs, bedrijfsleven en economische overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschool-niveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepas-te wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
De sterrenchef
Ondertussen schrijft souschef Anthony Griglio aan een kookboek over scampigerechten en droomt hij ooit een eigen restaurant te kunnen beginnen.
Een nabijgelegen Italiaans restaurant lijkt een dekmantel voor het witwassen van drugsgeld te zijn. De eigenaar van dit restaurant lijkt echter banden met slachthuizen en voedingsbedrijven te hebben. Daarnaast heeft hij goede contacten met culinaire gidsen.
In de kookclub die door tien mannen werd opgericht, gebeuren vreemde dingen. Elke maand kookt topchef Sergio Blumer het lievelingsgerecht van één van de leden. Een aantal leden wordt ernstig ziek en ze sterven aan een hartstilstand. Toch blijven de leden van de kookclub bijeenkomen tot er slechts vier leden overblijven.
Als een belastinginspecteur op mysterieuze wijze verdwijnt begint ook de politie zich met het reilen en zeilen van het sterrenrestaurant te bemoeien.
De sterrenchef
Ondertussen schrijft souschef Anthony Griglio aan een kookboek over scampigerechten en droomt hij ooit een eigen restaurant te kunnen beginnen.
Een nabijgelegen Italiaans restaurant lijkt een dekmantel voor het witwassen van drugsgeld te zijn. De eigenaar van dit restaurant lijkt echter banden met slachthuizen en voedingsbedrijven te hebben. Daarnaast heeft hij goede contacten met culinaire gidsen.
In de kookclub die door tien mannen werd opgericht, gebeuren vreemde dingen. Elke maand kookt topchef Sergio Blumer het lievelingsgerecht van één van de leden. Een aantal leden wordt ernstig ziek en ze sterven aan een hartstilstand. Toch blijven de leden van de kookclub bijeenkomen tot er slechts vier leden overblijven.
Als een belastinginspecteur op mysterieuze wijze verdwijnt begint ook de politie zich met het reilen en zeilen van het sterrenrestaurant te bemoeien.
Onroerende leasing: boekhoudkundige verwerking en impact op de jaarrekening
Onroerende leasing kan mét btw of zonder btw. De onroerende leasing kan geactiveerd worden of via de resultatenrekening verwerkt worden. Het onderscheid tussen operationele en financiële leasing wordt vanuit de praktijk toegelicht. De boekingen bij aanvang, tijdens het gebruik van het bedrijfsmiddel en bij het einde van het contract worden toegelicht en uitgewerkt met praktische voorbeelden.
Dit handboek is dan ook een praktisch werkinstrument voor ieder die met onroerende leasing te maken heeft.
Nicolas Mertens behaalde intussen twee masters in de toegepaste economie aan de UGent, corporate finance en accountancy. Hij specialiseerde zich in de financiële, fiscale en boekhoudkundige aspecten van onroerende leasing. De waardering van ondernemingen en hun overname behoort tot zijn interessesfeer. Hij specialiseert verder via een opleiding aan de Vlerick Management School.
Onroerende leasing: boekhoudkundige verwerking en impact op de jaarrekening
Onroerende leasing kan mét btw of zonder btw. De onroerende leasing kan geactiveerd worden of via de resultatenrekening verwerkt worden. Het onderscheid tussen operationele en financiële leasing wordt vanuit de praktijk toegelicht. De boekingen bij aanvang, tijdens het gebruik van het bedrijfsmiddel en bij het einde van het contract worden toegelicht en uitgewerkt met praktische voorbeelden.
Dit handboek is dan ook een praktisch werkinstrument voor ieder die met onroerende leasing te maken heeft.
Nicolas Mertens behaalde intussen twee masters in de toegepaste economie aan de UGent, corporate finance en accountancy. Hij specialiseerde zich in de financiële, fiscale en boekhoudkundige aspecten van onroerende leasing. De waardering van ondernemingen en hun overname behoort tot zijn interessesfeer. Hij specialiseert verder via een opleiding aan de Vlerick Management School.
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
RIDP2021 Vol.92 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first issue:
Artificial intelligence (AI) is impacting our everyday lives in a myriad of ways. The use of algorithms, AI agents and big data techniques also creates unprecedented opportunities for the prevention, investigation, detection or prosecution of criminal offences and the efficiency of the criminal justice system. Equally, however, the rapid increase of AI and big data in criminal justice raises a plethora of criminological, ethical, legal and technological questions and concerns, eg about enhanced surveillance and control in a pre-crime society and the risk of bias or even manipulation in (automated) decision-making. In view of the stakes involved, the need for regulation of AI and its alignment with human rights, democracy and the rule of law standards has been amply recognised, both globally and regionally. The lawfulness, social acceptance and overall legitimacy of AI, big data and automated decision-making in criminal justice will depend on a range of factors, including (algorithmic) transparency, trustworthiness, non-discrimination, accountability, responsibility, effective over-sight, data protection, due process, fair trial, access to justice, effective redress and remedy. Addressing these issues and raising awareness on AI systems’ capabilities and limitations within criminal justice is needed to be better prepared for the future that is now upon us.
This special issue on ‘Artificial intelligence, big data and automated decision-making in criminal justice’ comprises topical and innovative papers on the above issues, centred around AI and big data in predictive detection and policing, liability issues and jurisdictional challenges prompted by crimes involving AI, and AI-assisted and automated actuarial justice or adjudication of criminal cases.
On the second Issue:
To be published
Ondernemingsrecht – 2e herziene druk
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, het bestuur, uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast wordt ook gekeken naar specifieke onderwerpen zoals corporate governance, het structuurregime, geschillenregeling, het recht van enquête, de herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en de financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om te laten zien hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Dr. mr. Remco van der Kuijp is notaris. Hij houdt zich met name bezig met ondernemingsrecht (o.a. bedrijfsopvolging), familierecht en estate-planning. Daarnaast treedt hij regelmatig op als docent en spreker o.a. bij de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA).
Ondernemingsrecht – 2e herziene druk
De auteur gaat dieper in op aandelen en kapitaal, het bestuur, uitvoerende en niet uitvoerende bestuurders, de raad van commissarissen en de algemene vergadering van aandeelhouders. Daarnaast wordt ook gekeken naar specifieke onderwerpen zoals corporate governance, het structuurregime, geschillenregeling, het recht van enquête, de herstructurering en sanering van vennootschappen, statutenwijziging, omzetting, ontbinding, vereffening en de financiële verslaggeving. Ten slotte worden de wijzigingen besproken inzake de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen 2021.
Dit boek biedt een handleiding voor iedereen die met het ondernemingsrecht in aanraking komt. De nadruk ligt dan ook op de praktijk, zonder daarbij de theorie uit het oog te verliezen. Waar mogelijk worden voorbeelden gegeven uit de economische actualiteit of uitspraken van rechters gebruikt om te laten zien hoe een wettekst praktisch gezien werkt.
Dr. mr. Remco van der Kuijp is notaris. Hij houdt zich met name bezig met ondernemingsrecht (o.a. bedrijfsopvolging), familierecht en estate-planning. Daarnaast treedt hij regelmatig op als docent en spreker o.a. bij de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA).
Legal aspects of the video-game industry
With seven specific chapters, this book tries to provide a first answer to the most important legal questions that might arise in the lifecycle of a video-game company. These insights are intended to be applicable irrespective of your jurisdiction, illustrated by real-life situations and easy to read for individuals without a legal background.
The promotors and authors of this book have the following backgrounds:
Younes Sebbarh is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
Gilles Leyssen is a corporate lawyer at EY Law and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Camille Degrave is a corporate lawyer at Crowell & Moring and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Sarah De Wulf is an IT-lawyer at Stibbe and is specialised in e-commerce, e-communications law, data protection, digitization, new technologies as well as the intellectual property aspects of the aforementioned specialisations.
Michaël De Vroey is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in all contentious and non-contentious aspects of intellectual property law, including trademarks, copyrights, designs, patents, trade secrets and related issues.
Margo Allaerts is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in the full spectrum of intellectual property rights (trademarks, copyright, designs, patents, designs, customs seizures), digital media and commercial dispute resolution.
Malik Baba is a dispute resolution lawyer at Stibbe and is specialised in domestic and cross-border litigation as well as in arbitration, with expertise in various areas of law such as obligations and torts, contracts, distribution, banking, insolvency and security.
Maxime Nuyts is a corporate finance lawyer at Ashurst and is specialised in Belgian and cross-border transactional finance, debt restructuring and debt capital markets.
Joëlle Simons is a tax manager at EY and is specialised in customer tax transparency for financial institutions, as well as US withholding tax.
Arnaud Flamand is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
This book is not intended to delve deeply into the details of every complex legal issue that may possibly arise. Always seek professional legal advice if you encounter legal issues.
Enjoy!
Legal aspects of the video-game industry
With seven specific chapters, this book tries to provide a first answer to the most important legal questions that might arise in the lifecycle of a video-game company. These insights are intended to be applicable irrespective of your jurisdiction, illustrated by real-life situations and easy to read for individuals without a legal background.
The promotors and authors of this book have the following backgrounds:
Younes Sebbarh is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
Gilles Leyssen is a corporate lawyer at EY Law and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Camille Degrave is a corporate lawyer at Crowell & Moring and is specialised in restructurings and private mergers and acquisitions for both international and national clients, as well as funding rounds for start- and scale-ups.
Sarah De Wulf is an IT-lawyer at Stibbe and is specialised in e-commerce, e-communications law, data protection, digitization, new technologies as well as the intellectual property aspects of the aforementioned specialisations.
Michaël De Vroey is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in all contentious and non-contentious aspects of intellectual property law, including trademarks, copyrights, designs, patents, trade secrets and related issues.
Margo Allaerts is an intellectual property lawyer at Baker McKenzie and is specialised in the full spectrum of intellectual property rights (trademarks, copyright, designs, patents, designs, customs seizures), digital media and commercial dispute resolution.
Malik Baba is a dispute resolution lawyer at Stibbe and is specialised in domestic and cross-border litigation as well as in arbitration, with expertise in various areas of law such as obligations and torts, contracts, distribution, banking, insolvency and security.
Maxime Nuyts is a corporate finance lawyer at Ashurst and is specialised in Belgian and cross-border transactional finance, debt restructuring and debt capital markets.
Joëlle Simons is a tax manager at EY and is specialised in customer tax transparency for financial institutions, as well as US withholding tax.
Arnaud Flamand is a corporate lawyer at Baker McKenzie and is specialised in security offerings, listings and other capital market transactions (including ongoing reporting obligations of listed companies), as well as public and private mergers and acquisitions.
This book is not intended to delve deeply into the details of every complex legal issue that may possibly arise. Always seek professional legal advice if you encounter legal issues.
Enjoy!
RIDP2020Vol91/iss2-Criminal justice and corporate business
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
Antonio Gullo is Secretary General of the Italian AIDP National Group and Member of the AIDP Scientific Committee; Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome.
RIDP2020Vol91/iss2-Criminal justice and corporate business
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
Antonio Gullo is Secretary General of the Italian AIDP National Group and Member of the AIDP Scientific Committee; Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste druk, studentenuitgave in 1 volume
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Belgisch belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste druk, studentenuitgave in 1 volume
De tekst is evenwichtig voorzien van referenties. De verwijzingen in voetnoot zijn zoveel mogelijk beperkt gehouden tot verwijzingen naar de rechtspraak, zowel naar basisarresten die de draagwijdte van de besproken rechtsregelen fundamenteel beïnvloeden als naar rechtspraak ter illustratie en ter verduidelijking van de behandelde materie. Referenties naar de doctrine worden in de regel opgenomen in de literatuurselecties die elk hoofdstuk of een onderdeel ervan voorafgaan.
In het boek wordt vrij getrouw de structuur van de verschillende fiscale wetboeken gevolgd. De bedoeling is immers om de lezer ook vertrouwd te maken met het gebruik van deze wetboeken zodat hij steeds zijn weg kan terugvinden in het snel evoluerende belastingrecht.
De stof is bijgehouden tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Prof. Dr. Jos J. Couturier (†) is emeritus gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Prof. Dr. Bruno Peeters is gewoon hoogleraar aan de faculteit rechten van de Universiteit Antwerpen.
Een vlekkeloos hondenleven (2e). Wetenschappelijke benadering van hondengedrag en welzijn
Vele hondeneigenaars houden nog te vaak vast aan verouderde visies over hondengedrag, -training en -opvoeding. Ze weten niet dat honden emoties hebben en hoe ze juist moeten communiceren met hun hond. Als we op een respectvolle en veilige manier met honden willen samenleven en/of werken, is het nodig om verouderde theorieën, zoals het gebruik van aversieve technieken en het dominantie-roedelconcept, achter ons te laten.
Dit boek biedt een inzicht in de emoties en de wereld van onze honden. Het bespreekt onder meer de volgende onderwerpen: de evolutie en domesticatie van onze hond, de (on)zin van het dominantiemodel, welzijn, stress en emoties, zintuiglijke waarneming bij de hond, sociaal gedrag en communicatie en de behoeften van honden. De informatie in dit boek is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en geldt voor de gemiddelde, emotioneel stabiele hond.
Enkel door je hond te begrijpen en rekening te houden met zijn behoeften, is het mogelijk om er gepast en veilig mee om te gaan. Zo krijg je een goede relatie en een gelukkige hond!
Een boek voor elke hondeneigenaar en -professional.

ILSE REDIERS is dierenarts en gedragsdeskundige. Ze kreeg de Scientia Cordequeprijs voor haar eindwerk over het effect van castratie op het gedrag van honden en katten en volgde een postgraduaat toegepast diergedrag. Ze is bestuurslid van VDWE (Vlaamse gedragsdierenartsen), lid van ESVCE (Europese gedragsdierenartsen) en lid van VDG (Vereniging voor Diergedragsprofessionals). Ze volgde ook meer dan 200 wetenschappelijke bijscholingen, congressen en workshops over diergedrag en -welzijn.
In haar praktijk BEHIVET behandelt ze honden en katten met gedragsproblemen en organiseert ze puppyklasjes. Daarnaast is ze leerkracht Diervakken en geeft ze diverse lezingen en opleidingen omtrent diergedrag, welzijn, gezondheid en ziekten bij hond en kat.
Voor meer informatie over BehiVet en interessante artikels over gedrag en welzijn: behivet.be.
Ter herinnering aan Zina (†), die me bijna 15 jaar heel veel liefde en vriendschap heeft geschonken en die altijd mijn prinsesje zal blijven.
Een vlekkeloos hondenleven (2e). Wetenschappelijke benadering van hondengedrag en welzijn
Vele hondeneigenaars houden nog te vaak vast aan verouderde visies over hondengedrag, -training en -opvoeding. Ze weten niet dat honden emoties hebben en hoe ze juist moeten communiceren met hun hond. Als we op een respectvolle en veilige manier met honden willen samenleven en/of werken, is het nodig om verouderde theorieën, zoals het gebruik van aversieve technieken en het dominantie-roedelconcept, achter ons te laten.
Dit boek biedt een inzicht in de emoties en de wereld van onze honden. Het bespreekt onder meer de volgende onderwerpen: de evolutie en domesticatie van onze hond, de (on)zin van het dominantiemodel, welzijn, stress en emoties, zintuiglijke waarneming bij de hond, sociaal gedrag en communicatie en de behoeften van honden. De informatie in dit boek is gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten en geldt voor de gemiddelde, emotioneel stabiele hond.
Enkel door je hond te begrijpen en rekening te houden met zijn behoeften, is het mogelijk om er gepast en veilig mee om te gaan. Zo krijg je een goede relatie en een gelukkige hond!
Een boek voor elke hondeneigenaar en -professional.

ILSE REDIERS is dierenarts en gedragsdeskundige. Ze kreeg de Scientia Cordequeprijs voor haar eindwerk over het effect van castratie op het gedrag van honden en katten en volgde een postgraduaat toegepast diergedrag. Ze is bestuurslid van VDWE (Vlaamse gedragsdierenartsen), lid van ESVCE (Europese gedragsdierenartsen) en lid van VDG (Vereniging voor Diergedragsprofessionals). Ze volgde ook meer dan 200 wetenschappelijke bijscholingen, congressen en workshops over diergedrag en -welzijn.
In haar praktijk BEHIVET behandelt ze honden en katten met gedragsproblemen en organiseert ze puppyklasjes. Daarnaast is ze leerkracht Diervakken en geeft ze diverse lezingen en opleidingen omtrent diergedrag, welzijn, gezondheid en ziekten bij hond en kat.
Voor meer informatie over BehiVet en interessante artikels over gedrag en welzijn: behivet.be.
Ter herinnering aan Zina (†), die me bijna 15 jaar heel veel liefde en vriendschap heeft geschonken en die altijd mijn prinsesje zal blijven.
Leren, een betekenisvol bouwproces
Leren staat tegenwoordig in het teken van een leven lang leren. Wat betekent een leven lang leren voor de eindtermen van het middelbaar en hoger onderwijs? Inhoudelijke kennis en specifieke vaardigheden hebben in de praktijk vaak een beperkte houdbaarheidsdatum. Leren gaat niet alleen over het oplossen van concrete problemen, de ontwikkeling van de hard skills. Leren gaat ook over de ontwikkeling van een breed probleemoplossend vermogen, de soft skills. Welke competenties heeft een leerling nodig om ook na zijn schoolloopbaan te blijven leren? Wat is de bijdrage die onderwijsprofessionals kunnen leveren aan de ontwikkeling van dit vermogen?
Leren wordt in dit boek beschouwd als een betekenisvol bouwproces waar de leerling de eigenaar van is en de eindverantwoordelijkheid voor draagt. Het onderwijs heeft de taak leerlingen en studenten te begeleiden bij het steeds beter nemen van de regie over dit leerproces. Het boek geeft een heldere uiteenzetting over de inhoud van het concept regie, welke competenties ermee gemoeid zijn en hoe deze verder ontwikkeld kunnen worden. De competenties zijn nodig om de opgedane kennis en vaardigheden echt eigen te maken, door te ontwikkelen en adequaat in te zetten nu en in de toekomst.
André Baars is afgestudeerd in de onderwijspsychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (RU), waar hij sinds 1997 ook werkzaam is als onderwijspsycholoog. Hij begeleidt studenten in hun studievoortgang, adviseert studieadviseurs en docenten en ondersteunt opleidingen bij de ontwikkeling van begeleiding voor hun studenten. Naast zijn werkzaamheden aan de RU geeft hij lezingen, workshops en cursussen aan leerlingen, ouders, docenten en andere professionals in het middelbaar en hoger onderwijs. André Baars is coördinator van de professionaliseringscursussen voor de Landelijke Vereniging van Studieadviseurs (LVSA). Voor meer informatie zie andrebaars.com.
Leren, een betekenisvol bouwproces
Leren staat tegenwoordig in het teken van een leven lang leren. Wat betekent een leven lang leren voor de eindtermen van het middelbaar en hoger onderwijs? Inhoudelijke kennis en specifieke vaardigheden hebben in de praktijk vaak een beperkte houdbaarheidsdatum. Leren gaat niet alleen over het oplossen van concrete problemen, de ontwikkeling van de hard skills. Leren gaat ook over de ontwikkeling van een breed probleemoplossend vermogen, de soft skills. Welke competenties heeft een leerling nodig om ook na zijn schoolloopbaan te blijven leren? Wat is de bijdrage die onderwijsprofessionals kunnen leveren aan de ontwikkeling van dit vermogen?
Leren wordt in dit boek beschouwd als een betekenisvol bouwproces waar de leerling de eigenaar van is en de eindverantwoordelijkheid voor draagt. Het onderwijs heeft de taak leerlingen en studenten te begeleiden bij het steeds beter nemen van de regie over dit leerproces. Het boek geeft een heldere uiteenzetting over de inhoud van het concept regie, welke competenties ermee gemoeid zijn en hoe deze verder ontwikkeld kunnen worden. De competenties zijn nodig om de opgedane kennis en vaardigheden echt eigen te maken, door te ontwikkelen en adequaat in te zetten nu en in de toekomst.
André Baars is afgestudeerd in de onderwijspsychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (RU), waar hij sinds 1997 ook werkzaam is als onderwijspsycholoog. Hij begeleidt studenten in hun studievoortgang, adviseert studieadviseurs en docenten en ondersteunt opleidingen bij de ontwikkeling van begeleiding voor hun studenten. Naast zijn werkzaamheden aan de RU geeft hij lezingen, workshops en cursussen aan leerlingen, ouders, docenten en andere professionals in het middelbaar en hoger onderwijs. André Baars is coördinator van de professionaliseringscursussen voor de Landelijke Vereniging van Studieadviseurs (LVSA). Voor meer informatie zie andrebaars.com.
Levenskracht, zelfzorg en persoonlijk meesterschap. 10 strategieën om je levenskwaliteit duurzaam te verbeteren
De kwaliteit van je leven duurzaam verbeteren kan door goed voor je hele zelf te zorgen. Dit boek laat 10 elkaar aanvullende strategieën aan bod komen die de lichamelijke, mentale, relationele en spirituele dimensie van jezelf aanspreken. Vanuit die strategieën wordt er een waaier van 100 kleine, haalbare acties voorgesteld, waaruit je kan kiezen en die elk een groot verschil kunnen maken.
Hoe ga je daarmee aan de slag? Hoe kom je in actie? Dat kan maar door leiding te geven aan jezelf. Dit persoonlijk meesterschap vraagt om toewijding, mildheid en inzicht. Net zoals zelfzorg is ook persoonlijk meesterschap een directe bron van levenskracht. Het is die levenskracht die ons ertoe aanzet om telkens weer in te zetten op de kwaliteit van ons leven.
Sven De Weerdt is als doctor in de psychologie gepassioneerd door bewustwording en bewustzijn. Hij is docent aan de UHasselt, faciliteert leiderschapsontwikkeling aan het UZ Leuven, is zelfstandig begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen in de sfeer van zelfzorg, persoonlijk leiderschap en samenwerking. Hij is ook meditatieleraar en auteur van de boeken Cocreatief leiderschap ( samen m et Y ves L arock, G arant), Dansen met de wereld (ASP), Ontdek jezelf (Witsand) en De Dans (BoekBoek).
br/> Voor meer info: Dansen met de Wereld
Levenskracht, zelfzorg en persoonlijk meesterschap. 10 strategieën om je levenskwaliteit duurzaam te verbeteren
De kwaliteit van je leven duurzaam verbeteren kan door goed voor je hele zelf te zorgen. Dit boek laat 10 elkaar aanvullende strategieën aan bod komen die de lichamelijke, mentale, relationele en spirituele dimensie van jezelf aanspreken. Vanuit die strategieën wordt er een waaier van 100 kleine, haalbare acties voorgesteld, waaruit je kan kiezen en die elk een groot verschil kunnen maken.
Hoe ga je daarmee aan de slag? Hoe kom je in actie? Dat kan maar door leiding te geven aan jezelf. Dit persoonlijk meesterschap vraagt om toewijding, mildheid en inzicht. Net zoals zelfzorg is ook persoonlijk meesterschap een directe bron van levenskracht. Het is die levenskracht die ons ertoe aanzet om telkens weer in te zetten op de kwaliteit van ons leven.
Sven De Weerdt is als doctor in de psychologie gepassioneerd door bewustwording en bewustzijn. Hij is docent aan de UHasselt, faciliteert leiderschapsontwikkeling aan het UZ Leuven, is zelfstandig begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen in de sfeer van zelfzorg, persoonlijk leiderschap en samenwerking. Hij is ook meditatieleraar en auteur van de boeken Cocreatief leiderschap ( samen m et Y ves L arock, G arant), Dansen met de wereld (ASP), Ontdek jezelf (Witsand) en De Dans (BoekBoek).
br/> Voor meer info: Dansen met de Wereld
Oscar en het avontuur in de speelgoedkist
Dit is een therapeutisch verhaal en tevens een werkboek voor kinderen met Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS). De bijhorende handleiding voor een theoretische achtergrond en meer uitleg over de oefeningen in het verhaal is beschikbaar via een downloadcode op de website van Garant.
Een recensie in vakblad Vroeg
https://www.vakbladvroeg.nl/avontuurlijke-verhaallijn-welkome-ondersteuning-voor-kinderen-met-ptss/
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 35 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België (www.traumacentrum.be) en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de Filmstudies. Ze is scenariste en schrijfster.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Oscar en het avontuur in de speelgoedkist
Dit is een therapeutisch verhaal en tevens een werkboek voor kinderen met Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS). De bijhorende handleiding voor een theoretische achtergrond en meer uitleg over de oefeningen in het verhaal is beschikbaar via een downloadcode op de website van Garant.
Een recensie in vakblad Vroeg
https://www.vakbladvroeg.nl/avontuurlijke-verhaallijn-welkome-ondersteuning-voor-kinderen-met-ptss/
Doris D’Hooghe is psychotraumatoloog/integratief kindertherapeut en EMDR Practitioner. Ze startte haar carrière als psychiatrisch verpleegkundige en heeft meer dan 35 jaar ervaring als psychotherapeut en kindertherapeut. Ze is oprichter van Traumacentrum België (www.traumacentrum.be) en werkt al 30 jaar in een private praktijk waar ze aan de slag gaat met complexe traumatisering bij zowel kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen.
Frauke Heyde studeerde journalistiek en behaalde een Master in de Filmstudies. Ze is scenariste en schrijfster.
Chris Vosters illustreert kinderboeken en geeft les in het Deeltijds Kunstonderwijs.
Leveringen met installatie of montage – Werk in (on)roerende staat. Een praktijkgerichte analyse
De aparte regeling inzake leveringen met installatie of montage voorkomt administratieve verplichtingen indien er onderdelen vanuit verschillende lidstaten worden vervoerd ten behoeve van een levering met installatie of montage in een andere lidstaat.
De analyse om tot een juiste kwalificatie te komen kan worden verricht volgens een logisch stappenplan:
Bij prestaties waarbij goederen en installatiediensten worden geleverd, moet allereerst worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere prestaties (stap 1). Als sprake is van één prestatie, is vervolgens de vraag of sprake is van een levering of een dienst (stap 2). Tot slot is de vraag wat voor soort levering of dienst is geleverd of verricht (stap 3).
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Leveringen met installatie of montage – Werk in (on)roerende staat. Een praktijkgerichte analyse
De aparte regeling inzake leveringen met installatie of montage voorkomt administratieve verplichtingen indien er onderdelen vanuit verschillende lidstaten worden vervoerd ten behoeve van een levering met installatie of montage in een andere lidstaat.
De analyse om tot een juiste kwalificatie te komen kan worden verricht volgens een logisch stappenplan:
Bij prestaties waarbij goederen en installatiediensten worden geleverd, moet allereerst worden vastgesteld of sprake is van één of meerdere prestaties (stap 1). Als sprake is van één prestatie, is vervolgens de vraag of sprake is van een levering of een dienst (stap 2). Tot slot is de vraag wat voor soort levering of dienst is geleverd of verricht (stap 3).
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Themanr Kleio jrg. 50 nr. 3/4 ( juni-okt 2021) In de spits – Onbekend onbemind – Publieke stemmen
Als tweede onderdeel voorzien we een rubriek 'onbekend, onbemind'. Al geruime tijd worden er in de schoolvakken Latijn en Grieks teksten gelezen die niet tot de typische schoolcanon behoren. Toch is er nog veel dat onbekend en dus onbemind blijft. Het kan gaan om een klassieke dan wel postklassieke tekst, een literaire dan wel een docu-mentaire tekst die docenten en vooral ook hun leerlingen kan aanspreken. De auteur presenteert, vertaalt en situeert de tekst (literair-)historisch en geeft aan waarom hij/zij de tekst van zijn/haar keuze aan docenten en leerlingen wil aanbevelen.
Een derde luik vormt de rubriek 'publieke stemmen'. Hoe kijken prominente deelne-mers aan het cultureel-maatschappelijk debat vandaag tegen de klassieken – als discipline en als schoolvak – aan? Waarin kunnen volgens hen in deze vroege eenentwintigste eeuw nog de zin en waarde van een 'klassieke' of 'gymnasiale' opvoeding zijn gelegen? Op welke manier zou het oudetalenonderwijs zich moeten transformeren om vandaag nog relevant te zijn – in de maatschappij, op school? Of moeten we ons als classici neerleggen bij het feit dat Latijn en Grieks traag maar zeker tot een academisch specialisme voor de happy few, tot een nieuw Sanskriet verschrompelen?
Door de overvloed aan bijdragen komt er volgend jaar overigens een vervolgdubbel-nummer, met nog eens bijdragen van vijftien auteurs die we hier niet konden plaatsen. Ons feest is dus nog niet ten eind.
Toon Van Houdt
Themanr Kleio jrg. 50 nr. 3/4 ( juni-okt 2021) In de spits – Onbekend onbemind – Publieke stemmen
Als tweede onderdeel voorzien we een rubriek 'onbekend, onbemind'. Al geruime tijd worden er in de schoolvakken Latijn en Grieks teksten gelezen die niet tot de typische schoolcanon behoren. Toch is er nog veel dat onbekend en dus onbemind blijft. Het kan gaan om een klassieke dan wel postklassieke tekst, een literaire dan wel een docu-mentaire tekst die docenten en vooral ook hun leerlingen kan aanspreken. De auteur presenteert, vertaalt en situeert de tekst (literair-)historisch en geeft aan waarom hij/zij de tekst van zijn/haar keuze aan docenten en leerlingen wil aanbevelen.
Een derde luik vormt de rubriek 'publieke stemmen'. Hoe kijken prominente deelne-mers aan het cultureel-maatschappelijk debat vandaag tegen de klassieken – als discipline en als schoolvak – aan? Waarin kunnen volgens hen in deze vroege eenentwintigste eeuw nog de zin en waarde van een 'klassieke' of 'gymnasiale' opvoeding zijn gelegen? Op welke manier zou het oudetalenonderwijs zich moeten transformeren om vandaag nog relevant te zijn – in de maatschappij, op school? Of moeten we ons als classici neerleggen bij het feit dat Latijn en Grieks traag maar zeker tot een academisch specialisme voor de happy few, tot een nieuw Sanskriet verschrompelen?
Door de overvloed aan bijdragen komt er volgend jaar overigens een vervolgdubbel-nummer, met nog eens bijdragen van vijftien auteurs die we hier niet konden plaatsen. Ons feest is dus nog niet ten eind.
Toon Van Houdt
Bijgeloof
Bijgeloof of volksgeloof gevoed door angst en chronische onstabiliteit lijkt doorheen de eeuwen de mens tot irrationele en wrede handelingen te hebben aangezet.
De wreedheid van de lijfstraffen en executies doorheen de eeuwen heen kunnen wellicht verklaard worden door de noodzaak aan stabiliteit. De beul maakte deel uit van het rechtssysteem. Folteringen en publieke executies werkten afschrikkend. Maar tegelijk was het volksvermaak. De mens lijkt in staat tot de meest gruwelijke daden en lijkt hiervan te genieten. Er is een soort vreemde groepsdynamiek.
Overbevolking leidde in bepaalde periodes tot werkloosheid, honger en een algemene stijging van de criminaliteit. Sociale spanningen werden op natuurlijke wijze opgelost door de genadeloze pest, in andere tijden door het voeren van heksenprocessen of het vervolgen van ketters.
Bijgeloof blijkt doorheen de eeuwen deel uit te maken van het economisch stelsel, naast politieke en religieuze motieven. Sommige perioden in de geschiedenis zoals bijvoorbeeld de heksenvervolgingen kunnen gezien worden als een massaal verschijnsel van verstandsverbijstering. Kan dit verklaard worden?
Is de mens van nature uit bloeddorstig en wreed of wordt dit gevoed door angst voor een hogere macht of kracht?
Stefan Ruysschaert is econoom en fiscalist. Zijn interesse gaat daarnaast naar de interactie van economie met fiscaliteit, geschiedenis, filosofie, psychologie, politiek, religie, sociologie en antropologie.
Bijgeloof
Bijgeloof of volksgeloof gevoed door angst en chronische onstabiliteit lijkt doorheen de eeuwen de mens tot irrationele en wrede handelingen te hebben aangezet.
De wreedheid van de lijfstraffen en executies doorheen de eeuwen heen kunnen wellicht verklaard worden door de noodzaak aan stabiliteit. De beul maakte deel uit van het rechtssysteem. Folteringen en publieke executies werkten afschrikkend. Maar tegelijk was het volksvermaak. De mens lijkt in staat tot de meest gruwelijke daden en lijkt hiervan te genieten. Er is een soort vreemde groepsdynamiek.
Overbevolking leidde in bepaalde periodes tot werkloosheid, honger en een algemene stijging van de criminaliteit. Sociale spanningen werden op natuurlijke wijze opgelost door de genadeloze pest, in andere tijden door het voeren van heksenprocessen of het vervolgen van ketters.
Bijgeloof blijkt doorheen de eeuwen deel uit te maken van het economisch stelsel, naast politieke en religieuze motieven. Sommige perioden in de geschiedenis zoals bijvoorbeeld de heksenvervolgingen kunnen gezien worden als een massaal verschijnsel van verstandsverbijstering. Kan dit verklaard worden?
Is de mens van nature uit bloeddorstig en wreed of wordt dit gevoed door angst voor een hogere macht of kracht?
Stefan Ruysschaert is econoom en fiscalist. Zijn interesse gaat daarnaast naar de interactie van economie met fiscaliteit, geschiedenis, filosofie, psychologie, politiek, religie, sociologie en antropologie.
Tom test-R – Handleiding
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R – Handleiding
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R-Set: Handleiding (met downloadcode + Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Tom test-R-Set: Handleiding (met downloadcode + Werkboek(testplaten) (in opbergkoffer)
De test meet de drie stadia waarlangs ToM zich ontwikkelt: (1) voorlopers van ToM (doen-alsof, emotieherkenning en het onderkennen van verschil tussen fysisch en mentaal); (2) eerste manifestaties van ToM (first order belief en false belief) en (3) hoogste niveau van ToM (second order belief).
Met behulp van een gestructureerd interview, dat bestaat uit 14 items, wordt informatie verzameld over de mate waarin kinderen van 4 tot en met 12 jaar beschikken over sociaal begrip, sociaal inzicht en sociale sensitiviteit. De afname van dit interview duurt gemiddeld twintig minuten.
Het instrument is met name bedoeld voor de doelgroep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Pim Steerneman, doctor in de psychologie, was tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van Rubicon Jeugdzorg in Horn. Nu is hij voorzitter van de Raad van Bestuur van Sevagram in Heerlen.
Cor Meesters, doctor in de psychologie, is verbonden aan het Departement Medische, klinische en experimentele psychologie van de Universiteit Maastricht.
Aanraking in tijden van huidhonger Met beklijvende verhalen van en voor jong en oud
Door COVID-19 beseffen en erkennen velen plots dat aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen was en is; dit niet alleen voor mensen die er kwaliteitsvolle familiale en vriendschapsrelaties op na houden.
Maar uiteraard was huidhonger ook eerder al een reëel gegeven. Daarom ontstond het concept voor dit boek reeds in januari 2020, dus enkele maanden voor het begin van de pandemie.
De auteur reikt in dit boek vele tips tot inspiratie aan om met huidhonger om te gaan. Vervolgens hoopt ze dat de lezer kracht en troost put uit de talloze beklijvende en veerkrachtige verhalen van jong én oud; van professionals en niet-professionals.
“Deze pandemie geeft ons de tijd om te reflecteren over onze maatschappij. Het biedt ons kansen om intimiteit meer toegankelijk te maken. Indien we daarin slagen, zullen we de mens in ons zorgsysteem gelukkiger maken, daar ben ik van overtuigd. In dit boek ontdekken we wat de waarde van intimiteit is, en hoe we die grondstof beter kunnen inzetten in onze maatschappij. Want de grote verbeteringen in geluk zullen we vinden in wat we onderweg vergeten waren. Laat dat net de vraag zijn die dit zeer waardevolle boek beantwoordt: hoe kunnen we de waarde van intimiteit in al onze contacten herstellen?”
(Wim Slabbinck, auteur van het voorwoord)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker & (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan Odisee Advanced Education in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeksen begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksualiteit en huidhonger op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Aanraking in tijden van huidhonger Met beklijvende verhalen van en voor jong en oud
Door COVID-19 beseffen en erkennen velen plots dat aanraking geen fijne surplus maar een essentieel verlangen was en is; dit niet alleen voor mensen die er kwaliteitsvolle familiale en vriendschapsrelaties op na houden.
Maar uiteraard was huidhonger ook eerder al een reëel gegeven. Daarom ontstond het concept voor dit boek reeds in januari 2020, dus enkele maanden voor het begin van de pandemie.
De auteur reikt in dit boek vele tips tot inspiratie aan om met huidhonger om te gaan. Vervolgens hoopt ze dat de lezer kracht en troost put uit de talloze beklijvende en veerkrachtige verhalen van jong én oud; van professionals en niet-professionals.
“Deze pandemie geeft ons de tijd om te reflecteren over onze maatschappij. Het biedt ons kansen om intimiteit meer toegankelijk te maken. Indien we daarin slagen, zullen we de mens in ons zorgsysteem gelukkiger maken, daar ben ik van overtuigd. In dit boek ontdekken we wat de waarde van intimiteit is, en hoe we die grondstof beter kunnen inzetten in onze maatschappij. Want de grote verbeteringen in geluk zullen we vinden in wat we onderweg vergeten waren. Laat dat net de vraag zijn die dit zeer waardevolle boek beantwoordt: hoe kunnen we de waarde van intimiteit in al onze contacten herstellen?”
(Wim Slabbinck, auteur van het voorwoord)
Els Messelis is gerontoloog, maatschappelijk werker & (co-)auteur van meerdere boeken rond ouder worden. Ze is als docent verbonden aan Odisee Advanced Education in Brussel. Daarnaast is ze zaakvoerder van Lachesis, een onderzoeksen begeleidingskantoor van en voor 50-plussers met zetel in Gent. Haar expertisedomeinen zijn: intimiteit, seksualiteit en huidhonger op latere leeftijd; (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de ouderenzorg; voorbereiding op pensioen en creatief aan de slag met levensverhalen.
Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)
Lieselot De Taeye doctoreerde in 2018 aan de VUB op een proefschrift over documentaire non-fictieliteratuur in de lange jaren zestig. Na een jaar aan UC Berkeley gewerkt te hebben, is ze nu verbonden aan de UGent, waar ze een driejarig postdoctoraal onderzoeksproject uitvoert over het bovennatuurlijke in literatuur over Congo.
Tegen het verzinnen. Documentair proza in de Nederlandstalige literatuur van de lange jaren zestig (Reeks Academisch Literair, nr. 14)
Lieselot De Taeye doctoreerde in 2018 aan de VUB op een proefschrift over documentaire non-fictieliteratuur in de lange jaren zestig. Na een jaar aan UC Berkeley gewerkt te hebben, is ze nu verbonden aan de UGent, waar ze een driejarig postdoctoraal onderzoeksproject uitvoert over het bovennatuurlijke in literatuur over Congo.
Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandeling van deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat de behandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Wietske de Jong is fysiotherapeute en heeft ADHD. Met alle positieve kenmerken van ADHD motiveert ze haar cliënten om het beste uit zichzelf te halen.
Ans Ettema-Essler begeleidt in haar praktijk volwassenen met ADD, ADHD en ASS. Haar werk als coach heeft haar geleerd om in de begeleiding te letten op de kleine dingen die van groot belang kunnen zijn. Hierover heeft ze een aantal boeken geschreven.
Niet iedereen is hetzelfde. Een andere kijk op fysiotherapie en kinesitherapie aan patiënten met AD(H)D en ASS
Dit boek gaat in op de verschillende trajectmogelijkheden die de behandeling van deze groep patiënten enorm zou kunnen verbeteren, zodat de behandeling wordt volgehouden en de lichamelijke klachten verdwijnen.
Wietske de Jong is fysiotherapeute en heeft ADHD. Met alle positieve kenmerken van ADHD motiveert ze haar cliënten om het beste uit zichzelf te halen.
Ans Ettema-Essler begeleidt in haar praktijk volwassenen met ADD, ADHD en ASS. Haar werk als coach heeft haar geleerd om in de begeleiding te letten op de kleine dingen die van groot belang kunnen zijn. Hierover heeft ze een aantal boeken geschreven.
Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie
Dr. John Ekkerink studeerde psycho-gerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als GZ-psycholoog was hij ruim 35 jaar werkzaam bij de Waalboog in Nijmegen, waar verpleeghuis Joachim en Anna deel van uitmaakt. In 1994 promoveerde hij op een studie naar het beloop van dementie bij ouderen in het verpleeghuis. De verhalen van mensen over hun leven met dementie inspireerden hem tot het schrijven van dit boek, om mensen met dementie een stem te geven.
Leven op de dag – Een mozaïek van de belevingswereld van mensen met dementie
Dr. John Ekkerink studeerde psycho-gerontologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Als GZ-psycholoog was hij ruim 35 jaar werkzaam bij de Waalboog in Nijmegen, waar verpleeghuis Joachim en Anna deel van uitmaakt. In 1994 promoveerde hij op een studie naar het beloop van dementie bij ouderen in het verpleeghuis. De verhalen van mensen over hun leven met dementie inspireerden hem tot het schrijven van dit boek, om mensen met dementie een stem te geven.
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying island States which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in a manner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includes other potential legal personalities available to the people of the State based on the right to self-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and Political Rights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition, the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particular those pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
Dr. Anemoon Soete obtained her PhD at Ghent University in 2020.
The international legal personality of island States permanently submerged due to climate change effects
This monograph discusses the consequences for the legal personality of the low-lying island States which will become submerged due to sea level rise. The issue is approached in a manner which goes beyond the binary statehood or no statehood analysis and includes other potential legal personalities available to the people of the State based on the right to self-determination as found in common article 1 of the International Covenant on Civil and Political Rights and the International Covenant on Economic, Social and Cultural Rights. In addition, the consequences of changes to the legal personality of a State are reviewed, in particular those pertaining to the rights and duties a State holds in its maritime zones.
You can also order this book as an e-book by sending an e-mail to bruno.scheers@maklu.be
Dr. Anemoon Soete obtained her PhD at Ghent University in 2020.
‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoewel dit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie” vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar de oorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.) door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies of betekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globalisering inhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globalisering beoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat en voor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed of slecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel een middenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)
Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.
In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?
In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.
Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.
In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoewel dit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?
Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.
Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie” vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar de oorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.) door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies of betekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globalisering inhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globalisering beoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat en voor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed of slecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel een middenpositie mogelijk?
Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Parametrische en non-parametrische verschilanalyses
Statistische voorkennis is niet vereist, vermits noodzakelijke statistische topics eerst besproken worden, alvorens met de verschilanalyse begonnen wordt.
De uitgewerkte voorbeelden maken de behandelde materie zeer duidelijk en voor statistische berekeningen wordt er een beroep gedaan op het softwareprogramma Excel.
Het werk is bedoeld voor de volgende sectoren: hoger onderwijs, bedrijfsleven en overheidsdiensten.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-CA, State approved university, 1994), master in accountancy, master in financieel management van ondernemingen, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch- als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
Hilde Custers is licentiate Kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Ze bezit een aggregaatsdiploma voor het hoger secundair onderwijs en het hoger technisch onderwijs.
Ruim 35 jaar werkt ze als zelfstandig kinesitherapeut (fysiotherapeut) in haar groepspraktijk in Koersel-Beringen. Altijd gaat haar interesse uit naar de mens achter de lichamelijke klacht. Ze specialiseerde zich in de behandeling van baby’s en kinderen met motorische en psychomotorische problemen. Ze begeleidt jongeren en volwassenen met pijn- en spanningsklachten. Mede door hun enthousiasme is dit boek tot stand gekomen.
Als ervaringsdeskundige geeft ze ook lezingen en trainingen over het omgaan met hoogsensitiviteit.
Hoogsensitiviteit ombuigen.12 stappen naar veerkrachtige fijngevoeligheid
In het boek begeleiden tekeningen de tekst, want uit de praktijk blijkt dat mensen door tekeningen meer inzicht krijgen in hun problematiek. De auteur gebruikt ze dan ook als uitgangspunt voor de begeleiding van mensen die haar hulp vragen.
Via een aantal uitgeschreven oefeningen kun je onmiddellijk zelf aan de slag.
Hilde Custers is licentiate Kinesitherapie en revalidatiewetenschappen. Ze bezit een aggregaatsdiploma voor het hoger secundair onderwijs en het hoger technisch onderwijs.
Ruim 35 jaar werkt ze als zelfstandig kinesitherapeut (fysiotherapeut) in haar groepspraktijk in Koersel-Beringen. Altijd gaat haar interesse uit naar de mens achter de lichamelijke klacht. Ze specialiseerde zich in de behandeling van baby’s en kinderen met motorische en psychomotorische problemen. Ze begeleidt jongeren en volwassenen met pijn- en spanningsklachten. Mede door hun enthousiasme is dit boek tot stand gekomen.
Als ervaringsdeskundige geeft ze ook lezingen en trainingen over het omgaan met hoogsensitiviteit.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basis en vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering in Nederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers, schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoering geboeid is.
Mr. Ramona Batta is gerechtsdeurwaarder te Maastricht. “De geboeide bewindvoerder” is het resultaat van haar ruime ervaring en inzichten als juridisch adviseur, bewindvoerder, advocaat, en ondernemer.
De geboeide bewindvoerder 3de, volledig herziene uitgave
Dit boek is een handleiding geschreven vanuit de wettelijke basis en vertaald naar de dagelijkse praktijk van bewindvoering in Nederland. Het is bedoeld voor de professionals, mantelzorgers, schuldhulpverleners, studenten en iedereen die door bewindvoering geboeid is.
Mr. Ramona Batta is gerechtsdeurwaarder te Maastricht. “De geboeide bewindvoerder” is het resultaat van haar ruime ervaring en inzichten als juridisch adviseur, bewindvoerder, advocaat, en ondernemer.
Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgen voor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel ouders als siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht dat ze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen, zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden, bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt, wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan worden met de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandeling van siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfde als unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken we van het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven. Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Zeynep Zümer Batur, Eef Cornelissen, Pascal Debruyne, David De Coninck, Kathleen Emmery, Bo Fagardo, Katja Fournier, Dirk Geldof, Bart Henssen, Yu-Chin Her, Johan Lambrecht, Gianni Loosveldt, Koen Matthijs, Patrick Meurs, Dimitri Mortelmans, Tinneke Moyson, Philippe Noens, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Inge Tency, Salvatore Tomaselli, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Benedikte Van den Bruel, Sjaak van der Geest, Simonne Vandewaerde, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Sofie Van Rumst, Jorik Vergauwen en Claire Wiewauters.
Broer of zus, de match van je leven. Fairness in siblingrelaties. (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 7)
De siblingrelatie mag meer in beeld komen, vinden wij. Siblings inspireren elkaar, zorgen voor elkaar en delen vaak zorgtaken. Fairness is daarbij het sleutelwoord. Zowel ouders als siblings streven naar een faire relatie en zoeken steeds weer naar een evenwicht dat ze als fair aanvoelen.
In dit boek tonen we hoe beleid en hulpverlening de siblingrelatie beter kunnen ondersteunen, zeker als het wat moeilijker gaat. Als siblings uit huis geplaatst worden, bijvoorbeeld, waarom kan dat niet vaker samen? Als je broer of zus aan suïcide denkt, wie zorgt er dan voor jou? Wat als je een erfelijke ziekte hebt en je alleen gered kan worden met de hulp van een sibling? En hoe zit dat precies met de ongelijke behandeling van siblings door hun ouders, nog steeds een groot taboe. Is ongelijk altijd hetzelfde als unfair?
Het zijn maar enkele voorbeelden van thema’s die siblings raken. Telkens vertrekken we van het perspectief van broers en zussen zelf, verwikkeld in de match van hun leven. Kathleen Emmery en Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de hogeschool Odisee. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit.
Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Zeynep Zümer Batur, Eef Cornelissen, Pascal Debruyne, David De Coninck, Kathleen Emmery, Bo Fagardo, Katja Fournier, Dirk Geldof, Bart Henssen, Yu-Chin Her, Johan Lambrecht, Gianni Loosveldt, Koen Matthijs, Patrick Meurs, Dimitri Mortelmans, Tinneke Moyson, Philippe Noens, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Inge Tency, Salvatore Tomaselli, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Benedikte Van den Bruel, Sjaak van der Geest, Simonne Vandewaerde, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Sofie Van Rumst, Jorik Vergauwen en Claire Wiewauters.
Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt bijna 30 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de nood aan een helder en praktisch bruikbaar handboek om probleemgedrag aan te pakken bij kinderen en jongeren met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Autisme en probleemgedrag. Naar een betere afstemming tussen kinderen met autisme en hun niet-autistische omgeving
Geen kind met autisme kiest ervoor om probleemgedrag te stellen. Probleemgedrag is slechts de zichtbare buitenkant van de emotionele ontregeling die kinderen met autisme overvalt wanneer zintuiglijke prikkels, verwarrende informatie of beangstigende ervaringen hun verwerkingsmogelijkheden overstijgen. Sommige kinderen vallen dan anderen of zichzelf aan of vernielen huisraad. Anderen geraken in paniek, hyperventileren, ontwikkelen een depressie of lopen vast in dwangmatig gedrag.
Dit ontregelde gedrag weegt op gezinnen en verzwaart het werk van leerkrachten en begeleiders. In de eerste plaats bedreigt het echter de ontwikkeling en het welzijn van het kind zelf. Wie enkel dit probleemgedrag aanpakt, vergist zich echter van vijand. Probleemgedrag is vooral een signaal dat de leef- en leeromgeving onvoldoende afgestemd is op de noden en gevoeligheden van het kind met autisme. Vanuit een goed inzicht in hoe kinderen met autisme prikkels en informatie verwerken, kan elk van hun probleemgedragingen begrepen worden als een volstrekt logische reactie op een slecht afgestemde situatie. Kinderen met autisme hebben steeds goede redenen om probleemgedrag te stellen. Ons probleem is dat wij hun redenen niet altijd begrijpen. Daar wil dit boek iets aan doen.
Het eerste deel van dit boek wil het inzicht in probleemgedrag vergroten: wat is probleemgedrag, welke impact heeft dit op kind en omgeving, en welke factoren en mechanismen zorgen ervoor dat probleemgedrag ontstaat en blijft voortbestaan?
Het tweede deel reikt bruikbare handvatten aan om probleemgedrag van kinderen en jongeren met autisme op een systematische wijze in kaart te brengen en aan te pakken. De aanpak richt zich steeds op de hele gezins-, klas- of leefgroepdynamiek en niet enkel op wat het kind met autisme zegt of doet.
In het derde deel komen belangrijke basispatronen zoals angst, stress, dwang, verzet of agressie aan bod en wordt de onderliggende dynamiek toegelicht.
Wilfried Peeters is psycholoog en werkt bijna 30 jaar in de autismehulpverlening, waarvan het grootste deel in het expertisecentrum autisme van het UZ Leuven. Door de jaren heen gaf hij talloze vormingen aan hulpverleners en merkte hij de nood aan een helder en praktisch bruikbaar handboek om probleemgedrag aan te pakken bij kinderen en jongeren met autisme. Hij publiceerde hierover verscheidene artikels in wetenschappelijke tijdschriften. Momenteel werkt hij voor een mobiel kinderpsychiatrisch team van het UPC KU Leuven (yuneco combi) en is hij als lector verbonden aan de bachelor-na-bacheloropleiding autisme van de AP-hogeschool in Antwerpen.
Lugubere ‘wiskunde’ Over schedels, moorden en WOII
Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.
Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.
Dirk Huylebrouck gaf les in Congo, Burundi, Portugal, aan de University of Maryland Global Campus en aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schreef al zes boeken: Afrika+ Wiskunde; De Codes van da Vinci, Bach, pi en Co; België + wiskunde; Wiskunst; De Columns van Professor Pi; en, met Emma Grootveld en Rinus Roelofs, de eerste Nederlandse vertaling van de Divina Proportione van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Lugubere ‘wiskunde’ Over schedels, moorden en WOII
Elk van de hoofdstukken is, op aanpassingen en uitbreidingen na, gebaseerd op een artikel dat voorheen verscheen in het wetenschapsblad EOS. Ze zijn dus al uitgetest op hun toegankelijkheid voor het ruime publiek. Ze kunnen een inspiratiebron zijn voor hen die de wiskunde willen illustreren met maatschappelijke voorbeelden, met inbegrip van de meest lugubere.
Het voorwoord is van Raf Scheers, Algemeen Hoofdredacteur EOS Wetenschappen.
Dirk Huylebrouck gaf les in Congo, Burundi, Portugal, aan de University of Maryland Global Campus en aan de Faculteit Architectuur van de KU Leuven. Hij schreef al zes boeken: Afrika+ Wiskunde; De Codes van da Vinci, Bach, pi en Co; België + wiskunde; Wiskunst; De Columns van Professor Pi; en, met Emma Grootveld en Rinus Roelofs, de eerste Nederlandse vertaling van de Divina Proportione van Luca Pacioli en Leonardo da Vinci.
Brandveiligheid thuis
Vragen, vragen en nog eens vragen. Men weet ondertussen wel dat rookmelders ‘bij wet’ verplicht zijn, maar hoe dit dan precies geïntegreerd moet worden in een woning of hoe men deze brandveiliger kan maken, weet men meestal niet of onvoldoende. Wat te doen als er effectief brand uitbreekt, blijkt al helemaal een probleem.
Ik besloot om de kennis en expertise die ik heb opgedaan als brandweerman, brandpreventieadviseur en instructeur te bundelen in een boek. Dit boek is een leidraad voor iedereen die brandveilig door het leven wil gaan. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat het aantal woningbranden en het aantal doden door brand drastisch dalen. Want deze cijfers zijn dramatisch. Gemiddeld sterft er elke 6 dagen iemand door een woningbrand in ons land. Het belang van brandveiligheid in en om je woning of je appartement mag dus niet onderschat worden. 100% brandveiligheid bestaat niet, maar je kan je er wel 100% voor inzetten. Brand kan bij mij en bij jou nu, morgen, overmorgen of hopelijk niet ontstaan. Ik neem je graag mee in mijn verhaal van brandveiligheid bij je thuis zodat we samen kunnen zorgen voor een brandveilige leefwereld. Alleen samen kunnen we zorgen dat België brandveilig wordt!
Full color boek - geïllustreerd met foto's.
Tim Renders, Brandpreventieadviseur -Zelfstandige lesgever opleidingen brandveiligheid op maat vertrekkende van de specifieke behoefte van uw bedrijf
Brandveiligheid thuis
Vragen, vragen en nog eens vragen. Men weet ondertussen wel dat rookmelders ‘bij wet’ verplicht zijn, maar hoe dit dan precies geïntegreerd moet worden in een woning of hoe men deze brandveiliger kan maken, weet men meestal niet of onvoldoende. Wat te doen als er effectief brand uitbreekt, blijkt al helemaal een probleem.
Ik besloot om de kennis en expertise die ik heb opgedaan als brandweerman, brandpreventieadviseur en instructeur te bundelen in een boek. Dit boek is een leidraad voor iedereen die brandveilig door het leven wil gaan. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat het aantal woningbranden en het aantal doden door brand drastisch dalen. Want deze cijfers zijn dramatisch. Gemiddeld sterft er elke 6 dagen iemand door een woningbrand in ons land. Het belang van brandveiligheid in en om je woning of je appartement mag dus niet onderschat worden. 100% brandveiligheid bestaat niet, maar je kan je er wel 100% voor inzetten. Brand kan bij mij en bij jou nu, morgen, overmorgen of hopelijk niet ontstaan. Ik neem je graag mee in mijn verhaal van brandveiligheid bij je thuis zodat we samen kunnen zorgen voor een brandveilige leefwereld. Alleen samen kunnen we zorgen dat België brandveilig wordt!
Full color boek - geïllustreerd met foto's.
Tim Renders, Brandpreventieadviseur -Zelfstandige lesgever opleidingen brandveiligheid op maat vertrekkende van de specifieke behoefte van uw bedrijf
Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten
Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox
Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk
Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo
Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten
Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten
Ruimte & Maatschappij. Vlaams-Nederlands tijdschrift voor ruimtelijke vraagstukken – Jrg. 12 nr. 3
Pleidooi voor een doordacht ruimtelijk woningrenovatiebeleid als onderdeel van de post-COVID economische relance 1
Michael Ryckewaert, & Lieve Vanderstraeten
Artikels
Verzet de wissel: de internationale trein als duurzame bijdrage aan de bereikbaarheid van stedelijke agglomeraties 6
Tim Zwanikken, Linde Jehee, Barth Donners & Frank Witlox
Hoe hoogwaardige gebiedsontwikkeling slaagt. Ervaringen in reconstructie van stationsomgevingen 28
Terry van Dijk
Verbeter de wereld, begin bij je mobiscore? Collectieve versus individuele verantwoordelijkheid in de ruimtelijke planning 41
Eva Van Eenoo
Essay
De veeleisende stad: over de moeizame relatie tussen gezinnen en stedelijk wonen 64
Lia Karsten
Eenzame vreemdelingen in een ontrafeld land. Het verlangen blijft 70
Ton Notten
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
Belgisch Belastingrecht in hoofdlijnen, 26ste uitgave – hardcover
Achteraan in het boek is een waardevol trefwoordenregister opgenomen. De lezer krijgt een zo geactualiseerd mogelijk beeld van de krachtlijnen van het Belgisch belastingrecht. De structuur van de verschillende fiscale wetboeken wordt gevolgd, wat de praktische bruikbaarheid optimaliseert. Als praktisch referentiewerk hoort dit werk op het bureau van elke fiscalist, accountant, bedrijfsrevisor, fiscale advocaat en notaris.
De materie is bijgewerkt tot het Belgisch Staatsblad van 1 januari 2021.
Jos J. Couturier (†)
Gewoon hoogleraar em. Universiteit Antwerpen
Bruno Peeters
Gewoon hoogleraar Universiteit Antwerpen
met medewerking van:
Sylvie De Raedt
Research manager Universiteit Antwerpen
Gastprofessor Universiteit Gent
Rik Smet
Gastprofessor Universiteit Antwerpen
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / IP-only
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
Lineair programmeren in de bedrijfskunde
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-Ca,State approved university, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
Jacques Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde , financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Lineair programmeren in de bedrijfskunde
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten die onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfkundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport-Ca,State approved university, 1994), master in financieel management van ondernemingen, master in accountancy, gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise en gegradueerde in de boekhouding.
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
Jacques Van Der Elst doceerde zowel op academisch als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde , financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.
Behoud van EU vereist realiteitszin – Beschouwingen en analyses met suggesties voor onderwijs en debat
Daarvoor is het noodzakelijk op de hoogte te zijn van de activiteiten die de EU tot een succes maken. Het gaat hierbij vooral om de interne markt en om de euro. De schaduwkanten worden niet weggemoffeld, zoals het profijt dat de maffia heeft van de Europese landbouwsubsidies en de niet ingeloste belofte van welvaartsstijging voor iedereen.
Vervolgens wordt het Europees beleid omtrent klimaatverandering besproken, uitmondend in de Green Deal, nu een beetje op de achtergrond zo lijkt het, maar na de coronapandemie zeker niet meer. Aan de inspanningen van de EU om de lidstaten te ondersteunen bij het bestrijden van deze pandemie is een volgend hoofdstuk gewijd. Onder meer door vaccinontwikkeling in een hogere versnelling te brengen.
Dit boek is een bron van inspiratie voor iedereen met interesse in de relatie tussen de EU en de lidstaten. Voor primair, voortgezet en hoger onderwijs biedt het een uitgelezen kans tot verdieping te komen bij het vormgeven aan Europese en Internationale Oriëntatie (EIO). Het aansprekende, concreet uitgewerkte project waarmee dit boek afsluit, biedt daarvoor alle mogelijkheden. In de bijbehorende online bijlage staan concrete opdrachten en suggesties bij de hoofdstukken die regelmatig worden aangevuld, ideaal voor onderwijs en debatbijeenkomsten.
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + IP
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
On the second issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
RIDP2020 Vol.91 / Subscription – Revue Internationale de Droit Penal / 2 Issues + Password
On the first Issue:
In his Encyclical Letter on Care for our Common Home (Laudato Si’), Pope Francis stated that air pollution, deficient waste management, climate change, desertification of soils, deterioration of water quality and loss of biodiversity are some of the main manifestations of the environmental crisis produced by a scheme of technocratic power, characterized by a deviant anthropocentrism. In fact, the growing awareness of the need to protect the environment has been decisive for the recognition of the human right to a healthy environment, the legislative development of legal tools for environmental protection and the conclusion of international agreements on this matter. Criminal law has been part of this regulatory evolution on the assumption that, although it is not able to solve such complex problems alone, nonetheless it should not fail to address the violation of the essential legal interests at stake.
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
On the second Issue:
This issue puts together the proceedings of the AIDP XX International Congress of Penal Law ‘Criminal Justice and Corporate Business’ held on 13th-16th November 2019, organised by the Italian National Group in collaboration with Luiss Guido Carli University. The Congress was the opportunity for over six hundred representatives of the AIDP national groups from all over the world to convene in Rome, Italy – a place that was last home to this meeting crucial for the life of the Association fifty years ago – to finalise the work of the International Colloquia.
As the title explains, the 2019 International Congress has focused on the relationship between criminal justice and corporate business, reflecting the work of the AIDP over the past five years on individual liability for business involvement in international crimes, food regulation and criminal law, the interplay between administrative and criminal enforcement, the prosecution of corporations for violations of international law and related jurisdictional issues.
The volume is divided into thematic sections and collects the major contributions to the XX International Congress, dealing with issues concerning corruption, financial markets and the role of criminal law; economic crime and the role of new technologies; corporate liability, business integrity and human rights protection; new perspectives related to the criminal justice and corporate business landscape. It also contains the resolutions adopted across the four International Colloquia preceding the XX international Congress.
The articles published in this issue testify to the lively and cross-cutting debate that took place during the numerous plenary and parallel sessions of the Congress and that involved representatives of academia, institutions, governments, the judiciary, and the corporate community.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Paola Severino is Vice President of the AIDP and President of the Italian AIDP National Group; Professor of Criminal Law and Vice President, Luiss University, Rome.
John A. E. Vervaele is President of the AIDP; Professor of economic and European criminal law, Utrecht Law School/ The Netherlands; Professor of European criminal law, College of Europe, Bruges/Belgium.
If you'd like to subscribe to this publication from abroad please send an email to: info@maklu.be/info@maklu.nl
Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de wereldoorlogen in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was, heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
Leven en dood op zee. De Duitse U-bootoorlogen – Inclusief het geheime ‘Handboek van de U-bootkapitein’
Waarom? Hoe werd deze moordende strijd gevoerd? Welke tactieken wendde men aan en hoe evolueerden deze naarmate de oorlogen vorderden? Hoe bracht men schepen tot zinken? Welke types U-boten vertrokken op patrouille? Hoe zag de werving en de opleiding van de U-bootbemanningen eruit? Kon men nog ontsnappen uit een gezonken U-boot? Hoe werden dieptebommen ingezet? Wie was de jager en wie was de prooi? Hoe leefden de U-bootbemanningen en hoe kwamen ze om?
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de wereldoorlogen in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was, heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)
In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!
Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.
Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.
Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!
In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?
In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.
Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijs hoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!
Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge, kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.
De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.
Carolien Frijns, hoofdredacteur
School- en klaspraktijk (SKP) Jrg. 62 nr.1 (2021)
In Goesting daagt Elisabeth Isabelle ons uit om op zoek te gaan naar onze eerste taal. Met drie meisjes van negen jaar zoekt ze naar hun innerlijke landschappen, hun wereld, hun verbeeldingskracht. Een ding is duidelijk: het borrelt er van de goesting!
Hoe motiveer je leerlingen om in het Frans een verhaal op te bouwen? In het artikel Hoezo, een verhaal? Interactief verhalen verzinnen tijdens de Franse les maken Karen Reekmans, Ellen Van den Berghe en Annelies Wangen je wegwijs in Teaching Proficiency through Reading and Storytelling (TPRS) en muzisch taalonderwijs.
Vreemde talen leren, daarmee kun je het best maar zo vroeg mogelijk beginnen, toch? Marieke Vanbuel, Hannelore Hooft en Goedele Vandommele gidsen ons in hun artikel Is vroeger écht beter? Een reviewstudie over wat werkt in vreemdetalenonderwijs in het basisonderwijs door het laatste wetenschappelijke onderzoek.
Hoe het komt dat zesjarigen Engelstalige woorden uitroepen, die vraag ligt aan de basis van het onderzoek van Eline Zenner en Laura Rosseel. In hun artikel Verenglishing, go! Ga jij de battle aan? doen ze hun onderzoeksresultaten uit de doeken. Exciting!
In BEELDig neemt Sarah Jácome-Alvarez de proef op de som: hoe ziet de klas eruit in de 21ste eeuw? En wat betekent onderwijs eigenlijk?
In het artikel Begrijpend lezen, hot in de media, nu nog in de taalmethodes doet Siel Vienne uit de doeken hoe sterk begrijpend leesonderwijs eruitziet volgens recente onderzoeken en in welke mate ingrediënten van effectief leesonderwijs terug te vinden zijn in taalmethodes.
Iris Vansteelandt en Hilde Van Keer delen in hun artikel Leraren die leesmotivatie promoten: continue professionalisering voor motiverend leesonderwijs hoe je het leesvuur bij kinderen kunt ontsteken én warm houden. Op naar een gouden leesticket voor alle leerlingen!
Themaverkenning bij jonge kinderen, hoe pak je dat aan? En hoe kun je zorgen voor een sterke taalontwikkeling? In Hoge betrokkenheid creëren bij jonge, kwetsbare kinderen geven Lien De Coninck, Hannelore De Greve, Jo Van de Weghe en Jan Van de Wiele concrete tips. Na dit artikel kun je meteen aan de slag met het sprokkelen van interessante insteken voor jouw klas.
De laatste tijd heeft het onderwijs heel wat veerkracht getoond. We sluiten dit nummer af met een Ofwa? van Lore Baeyens, Fien Degrande en Nele Decroos waarin ze de kracht van een Leuvens netwerk én het platform Begeleiders zonder grenzen toelichten. Wat hen drijft? Snel schakelen en samenwerken voor gelijke onderwijskansen voor alle kinderen.
Carolien Frijns, hoofdredacteur
Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 124
'Op lichtvoetige wijze verknoopt de roman kleine en grote geschiedenis om te laten zien hoezeer lot, toeval en noodlot op beide niveaus sturend zijn. De kleine geschiedenis is in dit geval die van Josip en Andrej. In hun eenvoudige bestaan vinden zij elkaar in hun zucht naar meer opwinding. Ondanks hun leeftijdsverschil raken ze bevriend.
De ontwikkelingen in hun verweven levens, tegen de achtergrond van het door desintegratie en burgeroorlog geteisterde Joegoslavië, suggereren dat kleine en grote geschiedenis altijd weer in elkaar schuiven. Dat beide hoofdpersonages elkaar chanteren, tekent de bizarre, verstarde maatschappelijke verhoudingen onder het communisme. Vanuit een ironisch perspectief schetst de roman het bankroet van de Joegoslavische eenheid en het politieke bestel.'
Tijdschrift Lexicon van Literaire Werken. Afl. 124
'Op lichtvoetige wijze verknoopt de roman kleine en grote geschiedenis om te laten zien hoezeer lot, toeval en noodlot op beide niveaus sturend zijn. De kleine geschiedenis is in dit geval die van Josip en Andrej. In hun eenvoudige bestaan vinden zij elkaar in hun zucht naar meer opwinding. Ondanks hun leeftijdsverschil raken ze bevriend.
De ontwikkelingen in hun verweven levens, tegen de achtergrond van het door desintegratie en burgeroorlog geteisterde Joegoslavië, suggereren dat kleine en grote geschiedenis altijd weer in elkaar schuiven. Dat beide hoofdpersonages elkaar chanteren, tekent de bizarre, verstarde maatschappelijke verhoudingen onder het communisme. Vanuit een ironisch perspectief schetst de roman het bankroet van de Joegoslavische eenheid en het politieke bestel.'
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 4: Procedure btw
In een eerste deel worden de bewijsmiddelen inzake btw bestudeerd. In een tweede deel worden de controlemaatregelen besproken.
In deel 3 wordt de verjaring inzake btw geanalyseerd.
Ten slotte wordt in deel 4 het geding behandeld.
Hierbij wordt voornamelijk de administratieve commentaar ter zake weergegeven.
Daarnaast wordt de procedure voor de dienst voorafgaandelijke beslissingen weergegeven en de procedure voor de bemiddelingsdienst.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Boksen met jongeren Een nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelen Reeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
-- Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166). --
Renhard Haudenhuyse is als onderzoeker verbonden een de Vrije Universiteit Brussel, meer bepaald de onderzoeksgroepen Sport & Society en Voicing At-risk Youth. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke betekenis en waarde van sport met aandacht voor groepen en precaire en kwetsbare situaties. Mieke Matthyssen is verbonden een de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar ze voor de Huoshen Stichting onderzoek doet naar psychofysiek werken met jongeren. Daarnaast werkt ze op de vakgroep Talen en Culturen van de Universiteit Gent rond gezondheids- en gelukstrategieên in China. Jan Naert is orthopedagoog en onderzoeker bij de vakgroep Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar continuïteit in de jeugdhulpverlening, met specifieke aandacht voor de stem van jongeneren in kwetsbare situaties. Daarnaast is hij als vrijwilliger actief in het jeugdwelzijnswerk en voorziet hij trainingen in onder meer coaching, crisishantering en leefwereldgericht werken.
Boksen met jongeren Een nieuwe kijk op pedagogisch en didactisch handelen Reeks: Psychofysiek werken met jongeren, nr. 2
Om de lezer een concreet idee te geven over hoe een sportpedagogische methodiek eruit kan zien, beschrijven we een boksproject dat plaatsvond in een gesloten jeugdvoorziening. Het project beoogde de bevordering van het integratieperspectief van jongeren. We laten hierbij uitgebreid de jongeren en de begeleiders zelf aan het woord, en koppelen onze bevindingen aan internationale wetenschappelijke literatuur.
Het boek biedt ook een uitgewerkte sportspelmethodiek voor het pedagogisch boksen aan, waarmee de lezer zelf aan de slag kan gaan. Voor de meer ervaren bokstrainer kan dit hoofdstuk nieuwe inzichten bieden om de bestaande lessen te verrijken. Vanuit een beleids- en organisatorisch perspectief geven we bijkomend enkele concrete aandachtspunten voor het opzetten van bokspedagogische projecten.
We sluiten het boek af met een pleidooi om bokspedagogische projecten, en bij uitbreiding andere (vecht-)sporten, meer ingang te doen laten vinden binnen het onderwijs, het jeugdwerk en de jeugdhulp.
-- Dit is het tweede deel in de reeks Psychofysiek werken met jongeren. Eerder verscheen in deze reeks van dezelfde auteurs: Een nieuwe kijk op lichaamsgericht werken met jongeren (9789044136166). --
Renhard Haudenhuyse is als onderzoeker verbonden een de Vrije Universiteit Brussel, meer bepaald de onderzoeksgroepen Sport & Society en Voicing At-risk Youth. Zijn onderzoek focust op de maatschappelijke betekenis en waarde van sport met aandacht voor groepen en precaire en kwetsbare situaties. Mieke Matthyssen is verbonden een de vakgroep Orthopedagogiek van de Universiteit Gent waar ze voor de Huoshen Stichting onderzoek doet naar psychofysiek werken met jongeren. Daarnaast werkt ze op de vakgroep Talen en Culturen van de Universiteit Gent rond gezondheids- en gelukstrategieên in China. Jan Naert is orthopedagoog en onderzoeker bij de vakgroep Orthopedagogiek aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar continuïteit in de jeugdhulpverlening, met specifieke aandacht voor de stem van jongeneren in kwetsbare situaties. Daarnaast is hij als vrijwilliger actief in het jeugdwelzijnswerk en voorziet hij trainingen in onder meer coaching, crisishantering en leefwereldgericht werken.
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Waarom niet lezen? Themanr. Filosofie & Praktijk jg 41 nr. 4 (2020)
Vervolgens breekt Patrick Delaere een lans voor het lezen van “een schrijver van buitencategorie proza, die meer literaire prijzen won dan welke andere auteur ook, en die samen met William Faulkner de ruggengraat vormde van de 20ste-eeuwse Amerikaanse literatuur, volgens collega-schrijver Philip Roth.” Daar komt nog als extra reden bij dat veel mensen onder de veertig de romancier en hoogleraar Saul Bellow – want om hem gaat het hier – vandaag de dag niet meer kennen. Zijn werk, aldus Delaere, lijkt nu al op het kerkhof van vergeten boeken te zijn beland. En dus spreekt hij in “Saul Bellows romaneske waarheid” de hoop uit dat literatuurminnaars het tij voor dit dreigende verlies snel zullen doen keren, waarbij hij tevens aannemelijk wil maken dat ook filosofen reden hebben zich dat mogelijke verlies aan te trekken.
In zijn bijdrage “Zwart en wit in het licht van de rede, over Kant en racisme” richt Herman van Erp zich op het betoog van de Nigeriaanse filosoof Emmanuel Eze, waarin deze stelt dat Kants begrip van rationaliteit, evenals dat van Habermas, racistisch is. Daarbij valt het zeker niet te ontkennen dat tot in het recente verleden antropologische theorieën het begrip rationaliteit vaak op racistische wijze hebben gebruikt, alsof niet-Westerse volkeren minder rationeel zouden zijn. Daarbij gaat Van Erp tevens in op de Kameroense filosoof Achille Mbembe en diens aansprekende cultuurfilosofische analyse van wat als ‘zwarte rede’ getypeerd kan worden. Het debat over racisme roept vandaag de dag heftige emoties op, juist vanwege het toenemende ‘identiteits-denken’ (zie daarvoor het voorafgaand themanummer van F&P). Standpunten en individuen botsen en je kunt je afvragen of het niet mogelijk is dat de deelnemers aan het debat “de botsing van hun kritiek met enige humor kunnen bezien en begrip voor elkaars standpunten kunnen opbrengen?”
Je zou kunnen zeggen dat dat laatste – humor en begrip – de uitkomst is, in elk geval ten dele, van de volgende bijdrage, “Twee voetnoten, over discriminatie en racisme bij David Hume” door Ton Vink. Vanwege een racistische voetnoot in een van de essays van David Hume besloot de universiteit van Edinburgh onlangs diens naam van een naar hem vernoemd universiteitsgebouw te schrappen. Het gebouw moest nu maar vernoemd worden naar de locatie ervan: 40 George Square. Helaas ontdekte een derdejaarsstudent dat de nieuwe naamgever, George Brown, een 18de-eeuwse soldaat was, wiens familie enkele van de grootste suikerplantages op Jamaica exploiteerde, met meer dan 1.000 slaven. Men is in gesprek met elkaar! Dat doet overigens niets af aan de vraag of Hume zich in het essay dat aanleiding tot deze commotie is, eigenlijk wel steeds aan zijn eigen kennistheoretische uitgangspunten heeft gehouden.
In zijn “Minima Philosophica: Optimisme of mooipraterij over natuur in het tijdperk van de mens?” onderzoekt Jozef Keulartz de vraag of, en zo ja tot op welke hoogte, het optimisme over de veronderstelde sterke vergroting van de biodiversiteit door de moderne mens gerechtvaardigd is. Worden we daar echt blij van?
Vervolgens bespreekt Kees Hellingman Hoe de evolutie onze kijk op de wereld verdiept geschreven door Mark van Vugt. Na informatie over een prijsvraag van de Vereniging van Ethici in Nederland besluit een korte rubriek Signalementen dit nummer van F&P.
Btw-eetjes Deel 17
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes Deel 17
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Sensoa Vlaggensysteem voor volwassenen (7e)- Bespreekbaar maken van seksueel (grensoverschrijdend) gedrag
Het concept is een een onderbouwde en herziene versie van het Vlaggensysteem voor begeleiders die werken met kinderen en jongeren (Frans & Franck, 2010, 2014). In de versie voor volwassenen nemen we de professional die zorgt voor het welzijn van volwassenen als focus. Nog sterker dan bij kinderen en jongeren echter zal de betrokken volwassene zelf ook eigen inschattingen maken, eigen handelingen bewust sturen en afwegen.
De methodiek is bedoeld om als professional te gebruiken op 3 niveaus, namelijk:
• op niveau van de cliënt, als agogisch instrument voor het werken met cliënten, in het bespreekbaar maken van seksueel gedrag waarbij ze betrokken (kunnen) zijn;
• op niveau van het team en de professional kan men de methodiek gebruiken om te reflecteren op hoe men bepaalde situaties kan inschatten, hoe men ermee kan omgaan, en welke competenties daarvoor nodig zijn bij professionals;
• op niveau van de organisatie kan men proactief of reactief werken aan een beter beleid, aan de hand van reflectie op incidenten, tekorten, evoluties enzovoort.
Situatiekaarten, oefeningen en instrumenten zijn te vinden op www.vlaggensysteem.be.
Erika Frans (°1957) is sociaal agoog en gezondheidspsycholoog en werkt sinds een dertigtal jaar bij Sensoa en CGSO Trefpunt als opleider, coördinator, beleidsmedewerker en expert. Thema’s als seksuele vorming, seksuele ontwikkeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag maken de kern uit van haar activiteiten als professional. In 2008 ontwikkelde ze samen met collega’s het Sensoa Vlaggensysteem als methodiek om seksueel grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar te maken, en de vele positieve reacties inspireerden ons tot het verder in praktijk brengen van deze methodiek voor volwassenen.
Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
Onrust en samenleven in Europa Over rechtvaardigheid, duurzaamheid en participatie
In het deel over rechtvaardigheid gaat de auteur in op gelijke kansen, minimale welvaart voor iedereen, de verdeling van inkomens en vermogen, werk en zekerheid (dit laatste zowel op sociaal, economisch als financieel vlak). Onder het thema duurzaamheid worden behandeld: een leefbaar milieu, de energieproblematiek, grondstoffen en afval, klimaatverandering, vrede en veiligheid. Ten slotte handelt het deel over participatie over het behoren tot gemeenschappen, een geïntegreerde maatschappij, een democratie voor de 21ste eeuw, de rechtstaat en sociaaleconomische betrokkenheid.
Het werk is geschreven voor de geïnteresseerde en geïnformeerde burger, zonder dat deze een specialist hoeft te zijn. Het wil de zaken tegelijk bevattelijk en met de nodige diepgang weergeven. Met allerhande ideeën en voorstellen wil het vooral aanzetten tot verder denken en handelen. De doelgroep is het groeiend aantal burgers dat begaan is met deze maatschappelijke thema’s en zich hierin verder wil verdiepen. Het voordeel van dit werk is dat het niet enkel ingaat op één bepaald aspect, maar door de behandeling van de drie hoofdthema’s een globale visie wil bieden, waarin de onderlinge samenhang van interactie van de deelterreinen recht wordt gedaan.
Werner Van laer is econoom en theoloog. Hij werkt voor het aartsbisdom Mechelen-Brussel, maar dit werk is geschreven in persoonlijke naam. Zijn masterthesis ‘L.J. Cardinal Suenens. Mémoires du le Concile Vatican II, édités et annotés’ werd in 2014 uitgebracht als boek bij uitgeverij Peeters in Leuven. In 2019 publiceerde hij ‘Een regenboog van vernieuwing. Pleidooi voor kerkhervorming’ bij uitgeverij Garant, Antwerpen-Apeldoorn.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Ontwarring en ordening van de draad (hc). Verbindend werken met cliënten met probleemgedrag
Dit is het derde boek over ‘de draad’. Het is een praktijkboek, geworteld in de twee eerste boeken. Van een metafoor werd ‘de draad’ een model en een methode om cliënten te bespreken en gepaste ingangen te zoeken. Het boek wil helpen om een interpretatie voor het gedrag van een cliënt te vinden die hem recht doet. Orthopedagogen, psychologen en begeleiders kunnen het gebruiken in hun handelingsplanning, bij de bespreking van cliënten, in het zoeken naar antwoorden bij moeilijk gedrag en in vastlopende situaties.
Dit boek biedt enerzijds ‘ontwarring’ als handleiding bij de methode ‘de draad’ om het verbindende verhaal van de cliënt en zijn begeleider, ouder of leerkracht te helpen schrijven. Het wil anderzijds ‘ordening’ aanreiken met concrete handvatten om anders met (probleem)gedrag van cliënten om te gaan.
Gerrit Vignero werkt als orthopedagoog in het MPC Terbank in Heverlee. Zijn doelgroep bestaat uit kinderen en jongeren met een matig tot ernstig verstandelijke handicap. Hij is geschoold in de methode Heijkoop en lid van de regiegroep SEN-SEO. Hij geeft vorming rond de draad, geeft les aan de opleiding orthopedagogie van het CVO Heverlee en hij begeleidt casusbesprekingen aan de hand van de methode ‘de draad’.
Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Natiestaat contra Republiek De ‘verloren schat’ van het republikeinse universalisme
Bruno De Wever, Universiteit Gent
“In Natiestaat contra Republiek herontdekt Stefaan Marteel een belangrijk maar vergeten alternatief voor het nationalisme: het republikeinse universalisme. Klassieke republikeinen zetten zich af tegen het Hobbesiaanse idee van de soevereine, ondeelbare staat en pleitten in plaats daarvan voor een federatie van republieken – een model dat de inspiratie vormde voor de Verenigde Staten van Amerika. Nu het rechts-nationalisme aan een opmars bezig is in Europa en de VS is dit boek actueler dan ooit.”
Annelien de Dijn, Universiteit Utrecht
“Op het ogenblik dat we zowat overal in Europa te kampen hebben met krachten die ons tot een nationalistische terugplooi aanzetten, houdt Stefaan Marteel een pleidooi voor de rehabilitatie van het republikeinse universalisme. Deskundig, overtuigend en inspirerend.”
Vincent Scheltiens, Universiteit Antwerpen
Sinds enkele decennia voeren democratische nationalisten en liberale universalisten debatten over soevereiniteit, identiteit, en de vraag naar de (on)aangepastheid van het natiestaatmodel aan de geglobaliseerde economie en cultuur – een tegenstelling die echter vooralsnog weinig productief is gebleken. Dit essay wil het debat vooruithelpen door terug te koppelen naar de ontstaansperiode van de moderne democratie. Daarbij wordt de opkomst van de natiestaat herbekeken in een brede politieke en intellectuele context, en worden de ideologische drijfveren achter het introduceren van het nationalisme in het politiek discours blootgelegd.
Het centrale betoog luidt dat het duurzaam succes van het 19de-eeuwse natiestaatmodel, en van de politiek van het nationalisme, alleen begrepen kan worden als keerzijde van de teloorgang van het (neo)klassieke republicanisme – een denkstroming over vrijheid, soevereiniteit en burgerschap die haar oorsprong in de renaissance vond en aan de basis lag van de revolutionaire gebeurtenissen op het einde van de 18de eeuw. Het essay geeft zo een aanzet tot de herontdekking van dit gedachtegoed, en onderkent hierin de belofte van een hernieuwd politiek engagement voor transnationalisme en universalisme.
Stefaan Marteel (1977) studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en behaalde in 2009 zijn doctoraat aan het Europees Universitair Instituut in Firenze. Hij gaf les aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is de auteur van The Intellectual Origins of the Belgian Revolution: Political Thought and Disunity in the Kingdom of the Netherlands (Palgrave 2018). Natiestaat contra Republiek is zijn eerste publieksboek .
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Engaged Learning in Europe-IDC Impact Series No. 1
To enhance the knowledge and understanding of what constitutes a successful and sustainable Engaged Learning programme an in-depth view is provided into practices from six institutional contexts from six countries throughout Europe. Highlighted is the diversity and flexibility to be found within Engaged Learning initiatives. However, the one constant is each initiative’s commitment to a concept where reciprocity between the students, universities, and communities, is prioritised. While the examples themselves differ in their structure and intended outcomes, this diversity is a benefit of Engaged Learning and further cements the varied nature across the disciplines and Europe.
IDC Impact Series No. 1
Dr. Courtney Marsh is a senior researcher at Ghent University and a member of the IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Dr. Lindsey Anderson is the Impact and Partnership Development Manager – Communities, Innovation Impact and Business at University of Exeter.
Dr. Noël Klima is the coordinator of Ghent University’s interdisciplinary consortium with a focus on societal impact IDC Crime, Criminology & Criminal Policy.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk
In Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk worden tweeëntwintig denkinstrumenten beschreven die helpen bij het leidinggeven op school. Voorbeelden zijn het werkoverleg (socratisch gesprek), de multitool (creatief denken), de passer (omtrekkende beweging) en het beeldgesprek (leiding geven op afstand). Alle instrumenten zijn ontleend aan de filosofie. Filosofen beschikken immers over een rijk denkrepertoire, waar leidinggevenden uitstekend gebruik van kunnen maken.
De gereedschappen zijn gerelateerd aan vijf thema’s: zijn, denken, doen (ethiek), taal en de mens. Deze wijsgerige thema’s sluiten aan bij onderwerpen waar leidinggevenden veel mee te maken hebben. De instrumenten zijn praktisch toepasbaar en kunnen worden benut bij onderwerpen als moreel leiderschap, het denken over vrijheid van handelen, het voeren van complexe gesprekken, de maakbaarheid van een team, diversiteit aan denkpatronen en zelfreflectie.
Dit boek beschrijft bovendien vijf typen denkers (leiders): de analytische denker, de creatieve denker, de humane denker, de wezensdenker en de holistische denker. Welk type denker past het meeste bij jou? En hoe kun je hier gebruik van maken? Dit boek biedt handreikingen aan jou als leider om te ontdekken welk type denkgereedschap het beste bij jou past. Welk instrument heeft jouw voorkeur in een specifieke situatie? De gereedschappen zijn gekoppeld aan (combinaties van) de typeringen.
In dit boek zijn interviews verwerkt die gehouden werden met tweeëntwintig prominente leiders in het onderwijs en van organisaties die functioneren in een educatieve setting. Er staan in dit boek tips van onder andere Hugo de Jonge, Henk Oosterling en Erik van ’t Zelfde; stuk voor stuk experts in het leidinggeven in het onderwijsveld. Hun good practices met bepaalde gereedschappen worden beschreven. Dat zorgt ervoor dat dit boek een praktisch karakter heeft; je kunt meteen met de teksten in de praktijk aan de slag.
Denkinstrumenten voor leidinggevenden in het onderwijs. Onderwijsbegeerte in de praktijk levert een bijdrage aan het professioneel reflecteren en handelen van leidinggevenden, van basisscholen tot universiteiten.
Om Stephan Covey aan te halen: dit boek kan ervoor zorgen dat je je zaag scherp houdt.
Jan de Bas (1964) is docent filosofie en oprichter en eigenaar van het cursusbureau Filosofiegroep Rotterdam. Hij publiceerde Kan een bloemkool denken? Lessen in filosoferen (2016). Ed Verhage (1971) werkt als zelfstandig interim-directeur in het basisonderwijs en als adviseur aan leidinggevenden en bestuurders. Hij is oprichter en eigenaar van Sqope, een bureau voor training en advies in het onderwijs.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
Cultuur en btw – 3e herziene editie
Ook de exploitatie van culturele centra, al dan niet in de vorm van een autonoom gemeentebedrijf, komt aan bod. Hierbij is ook de subsidieproblematiek relevant vanuit de btw-aftrek.
Ook de organisatie van evenementen komt ruim aan bod. Welk btw-tarief is van toepassing bij de verkoop van tickets?
Wat is de btw-regeling bij de terbeschikkingstelling van een zaal door de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak? En wat bij de terbeschikkingstelling van een zaal voor het tentoonstellen van kunstwerken? En wat bij de organisatie van een beurs, een tentoonstelling of een dergelijke manifestatie?
Vaak zijn culturele instellingen vrijgesteld van btw. Zij zijn dan btw-belastingplichtigen zonder recht op aftrek. In een aantal gevallen zijn het echter gemengde btw-belastingplichtigen omwille van de belaste handelingen die ze stellen. Culturele activiteiten die niet vrijgesteld zijn, geven het statuut van gewone btw-belastingplichtige met recht op aftrek.
In dit boek komt het btw-statuut van zowel de kunstenaar zelf aan bod als dat van de culturele instellingen.
Stefan Ruysschaert is werkzaam bij de FOD Financiën als Adviseur. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en aan de Fiscale Hogeschool.
De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
De Ontwarde draad. Intervisiespel over de emotionele ontwikkeling – clipbox en spelbord
- Gerrit Vignero -
Van een wild idee naar ‘Ontwarde draad’
Het intervisiespel ‘Ontwarde draad’ is ontstaan vanuit de drive om de kennis rond sociaal-emotionele ontwikkeling en de methodiek van de draad van Gerrit Vignero te verspreiden. In de ondersteuning van kinderen, jongeren en volwassen cliënten merken we dat de aangereikte tools en handvatten steun bieden in de dagelijkse praktijk.
Het intervisiespel is bedoeld om een team te coachen om de draad te ontwarren en te ordenen. Op die manier komt men tot een verbindend verhaal over het kind of de volwassen cliënt.
Er wordt ingezoomd op de eerste drie draden: de begeleider trekt de draad, de hechte draad en de lus in de draad. Via het spel krijgt men zicht op het hechtingstraject en de verbinding tussen het kind of de volwassen cliënt met zijn zorgfiguren.
Het intervisiespel is ontwikkeld door Katrijn Van Acker en Edda Janssens met een stevige draad naar Gerrit Vignero.
KATRIJN VAN ACKER studeerde in 1999 af als licentiaat in de pedagogische wetenschappen aan Universiteit Gent. Professioneel is zij al jaren vertrouwd met kinderen en jongeren die het moeilijk hebben op vlak van gedrag en/of emoties. Vanuit hun emotionele ontwikkeling en de groei in verbinding met anderen schrijft ze draadverhalen in onderwijs. Regelmatig geeft ze vanuit haar expertise vormingen en gaat ze met schoolteams aan de slag wanneer moeilijk gedrag een knoopje in de draad wordt…
EDDA JANSSENS is bachelor in de orthopedagogie en creatief agoog. Ze heeft reeds meer dan 20 jaar ervaring met het thema sociaal-emotionele ontwikkeling bij volwassenen met een beperking in de residentiële en mobiele ondersteuning. Ze werkt op de diagnosedienst van vzw Tordale als deskundige in de draad van Gerrit Vignero en coacht ortho’s en begeleiders in de draad. Als freelancer richtte ze edda. TRIGGERT op en ondersteunt ze ouders tijdens Koffie met een Verhaal. Enkele jaren geleden bracht ze samen met een gezin het kinderboek Pette uit.
Wil je meer weten over dit intervisiespel of over de methodiek van de draad? Ben je op zoek naar een vorming op maat voor jouw organisatie? Neem contact met:
katrijnvanacker.draadverhalen@gmail.com
edda@eddatriggert.be
gerritvignero@gmail.com
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk (5e uitgave)
mr.dr. Jolande uit Beijerse is universitair hoofddocent straf- en strafprocesrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is tevens rechter-plaatsvervanger bij het team jeugd van de rechtbank Rotterdam.
Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Handboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In een twintigtal lessen worden sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend om zo de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt te laten toenemen. De training kan individueel of groepsgewijs gevolgd worden.
In deze handleiding voor de begeleider staan per les de doelen, de benodigde materialen en aandachtspunten van de communicatie met de jongere uitgewerkt.
Bij dit handboek hoort een Werkboek, waarin elk van de lessen geoefend en besproken worden.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Op weg naar stage en werk – Werkboek Sociale en communicatieve vaardigheden op de werkvloer
In dit werkboek worden in een twintigtal lessen sociale en communicatieve vaardigheden die nodig zijn op de werkvloer besproken en geoefend. Hierdoor zullen de kansen op een succesvol verloop van een stage of toetreding tot de arbeidsmarkt toenemen.
Bij dit werkboek hoort een Handleiding, met per les de uitwerking van de doelen, de benodigde materialen en de aandachtspunten van de communicatie met de jongere.
Drs. Anja Bouman is werkzaam als schoolpsycholoog in het Voortgezet Speciaal Onderwijs gericht op jongeren met specifieke onderwijs- en ondersteuningsbehoeften ten gevolge van gedragsproblemen en/of psychiatrische stoornissen.
Lian Schuijt is werkzaam als logopediste. Zij diagnosticeert en behandelt spraak-, taal- en communicatieproblemen, met name bij mensen met een Autisme Spectrum Stoornis.
Kostensoorten en btw
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Kostensoorten en btw
In dit boek worden de soorten kosten dan ook geanalyseerd vanuit het standpunt van de aftrek van de voorbelasting. De btw op inkomende handelingen is immers maar aftrekbaar onder bepaalde voorwaarden. De analyse beperkt zich niet tot de methodiek maar geeft ook rekenvoorbeelden.
Centraal staan de begrippen “economische activiteit”, kosten die hiermee een “rechtstreeks en onmiddellijk verband vertonen”, “gemengde kosten” en “algemene kosten”.
Aan de hand van een analyse van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de rulingpraktijk worden deze begrippen omschreven en het recht op aftrek ook met voorbeelden geïllustreerd.
Daarna worden de bijzondere financieringsbronnen (lidgelden, inbrengen, sponsoring, …) geanalyseerd bij gemengde btw-belastingplichtigen (vaak vzw’s) en hun invloed op het recht op aftrek.
Bijzondere aandacht gaat ook naar de subsidies. In welke mate moet of kan er met subsidies rekening gehouden worden in het kader van de berekening van het recht op aftrek van de btw?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3
Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.
Een rookprobleem? Wat nu?
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
Een rookprobleem? Wat nu?
Hij gaat ervan uit dat er voor ieder van ons unieke, doeltreffende oplossingen voor diens welbepaalde problemen aangereikt kunnen worden.
Een rookprobleem? Wat nu? beschrijft specifieke en handige technieken voor het begeleiden van tabakgebruikers. Alle begeleiders zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, bewegingstherapeuten, tabakologen, psychologen, psychotherapeuten en artsen treffen in dit boek volop efficiënte toepassingsmogelijkheden aan.
Dit boek helpt je op een heldere manier op weg om een cliënt met een tabakprobleem te begeleiden. Het toont zowel begeleiders als cliënten hoe een gezonde, bevredigende toekomst voor te stellen en dit, met vallen en opstaan, te bereiken door te stoppen met roken.
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut met een jarenlange ervaring in het begeleiden van tabakgebruikers.
Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider-supervisor (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge en Antwerpen.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
RIDP2020Vol91/iss1-The criminal law protection of our common home
This volume brings together major contributions to the 7th AIDP Symposium for Young Penalists (Rome, 11-12 November 2019), organised by the AIDP Young Penalists Committee in collaboration with the Italian AIDP National Group and Luiss University, Rome. The conclusions of the Symposium were presented during the XXth International Congress of Penal Law in the session dedicated to ‘Corporate Criminal Law and Environmental Protection’.
Manuel Espinoza de los Monteros de la Parra is partner at Worth Street Group and former President of the AIDP Young Penalists Committee.
Antonio Gullo is Full Professor of Criminal Law at Luiss University, Rome and Secretary General of the Italian AIDP National Group.
Francesco Mazzacuva is Researcher in Criminal Law at the University of Parma and President of the AIDP Young Penalists Committee.
Wanneer jouw wiegje een wolk wordt
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Wanneer jouw wiegje een wolk wordt
Dit invulboekje geeft zowel mama als papa de kans om hun gevoelens neer te schrijven en elkaars gevoelens te herkennen. Bovendien biedt het boekje extra informatie over ondersteunende organisaties, leestips en advies voor grote broer of zus. Er is ruimte om herinneringen van jullie sterrenkindje op te nemen, zodat dit boek een kostbare herinnering ondersteunt.
Laat 'Wanneer jouw wiegje een wolk wordt' jullie helpen om van jullie wolkje een mooie herinnering te maken.
Axana Bael is naast masterstudente aan de UGent een pas afgestudeerde vroedvrouw. Met deze passie ging ze aan de slag, en ontwierp ze dit boek vanuit haar onnoemelijke liefde voor kersverse ouders van een sterrenkindje. Ondanks het feit dat haar diploma nog niet lang aan de muur hangt, heeft ze al heel wat beginnende ervaring zowel in binnenland áls in buitenland! Haar droom is om in de toekomst aan de slag te gaan als vroedvrouw in de eerste lijn.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Caleidoscopia. Spelen met diversiteit – Spelkaarten + Toelichting (7e herziene druk)
Het doel van dit kaartspel is om de invloed van diversiteit zichtbaar en bespreekbaar te maken en spelenderwijs te leren omgaan met verschillen en overeenkomsten tussen mensen. Hierbij kan gedacht worden aan verschillen en overeenkomsten in levensfase, gender en sekse, etniciteit, religie, (beroeps)socialisatie, talent en beperking, seksuele identiteit en sociale klasse, die samen de acht dimensies van diversiteit op de Caleidoscopiakaarten uitdrukken.
Dit spel is ontwikkeld op grond van bijna vijftien jaar ervaring. Het legt een verbinding tussen diversiteitstheorieën, het analysemodel 'kruispuntdenken' en ervaringen in het omgaan met diversiteit. Inspiratiebronnen, methodische uitgangspunten en diversiteitskwaliteiten worden beschreven. In het boek zijn tevens vijftig spelvormen met de diversiteitskaarten opgenomen. Het boek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit en het spel zelf zijn bedacht, ontwikkeld en geproduceerd door het Netwerk Caleidoscopia, dat bestaat uit vijf vrouwen. Zij zijn werkzaam en actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
Het caleidoscopia-spel op bol.com.
Twie Tjoa , Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormen samen het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Ze zijn werkzaam en actief onder meer in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in migranten- en ouderenorganisaties.
#HetGevoelGeadopteerd
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector, waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
#HetGevoelGeadopteerd
Dit boek, dat heel open en onbevooroordeeld 8 getuigenissen en verhalen van geadopteerden brengt, zonder eenzijdige morele boodschappen rond adoptie, wil daartoe een waardevolle bijdrage zijn.
San-Ho Correwyn is gewezen voorzitter van vzw Triobla, gewezen mede-oprichter van Geadopteerd.be, gewezen bestuurslid van BAK (BelgianAdopteesfromKorea) en reeds geruime tijd geëngageerd in de behartiging van de belangen van geadopteerden.
Pia Dejonckheere is sociaal werker. Ze was meer dan 30 jaar werkzaam in de adoptiesector, waaronder het grootste gedeelte bij vzw Triobla. Daar had ze als adoptiecoach een blog waarin ze verhalen van geadopteerden neerschreef. Een aantal ervan worden hier opnieuw gepubliceerd.
Btw-eetjes deel 16
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 16
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
De kracht, niet de klacht. Visies op jeugd, jeugdbeleid en jeugdwerk
De kracht… niet de klacht: zaniken over jonge mensen en de manier waarop overheden en media ermee omgaan, sluipt te gemakkelijk binnen. De werkelijkheid blijkt veel positiever. Generaties jonge mensen lukken er steeds opnieuw in om de boel draaiend te houden – ook al reproduceren ze veel euvels van hun opvoeders. Een argwanende grondhouding is per definitie contraproductief; ze pleegt roofbouw op de goede naam van jonge mensen, fnuikt hun enthousiasme en herleidt hen tot oneigenlijke kneusjes.
Niets beter dan het Vlaamse jeugdwerk om dit optimisme grondig te illustreren. Als een van de meest hoopvolle fenomenen in onze vaak hinkende Vlaamse samenleving, speelt het een hoofdrol in deze publicatie. Het jeugdwerk overleeft voorlopig con brio vele (acute) bedreigingen en tart met nutteloze speelsheid en speelse nuttigheid (cf. D. Wildemeersch) de soms beknepen ernst van grote mensen.
De lezer mag zich verwachten aan een breed perspectief, een ruim referentiekader met aandacht voor tal van dimensies en kenmerken van jonge mensen en hun omgevingen. Daarbij krijgen de verhouding tussen overheden en jeugd en vooral het jeugdwerk prioritaire aandacht.
Guy Redig studeerde orthopedagogiek en agogiek (VUB), promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen (KU Nijmegen). Hij werkt als docent en zelfstandig consulent, onderzoekt, begeleidt en publiceert over sociale, culturele & jeugd(werk)thema’s en overheidsbeleid.
Integratie van medische hypnose in psychotherapie
José Klaassen-Kersten is Europees gecertificeerd therapeut in psychotherapie, gedrags-, EMDR, en schematherapeut en supervisor. Zij heeft veel ervaring met de psychologische behandeling van oncologie, basis en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in een klinische setting, waar zij jaren werkzaam is geweest en daarnaast in haar privé praktijk. José is hypnosedeskundige in psychotherapie en medische setting. Zij heeft veel scholing verzorgd over de integratie van medische hypnose. Vanuit haar persoonlijke leven met enkele diepgaande life events heeft José een drive zich in te blijven zetten voor de cliënt en de medemens. Zij zoekt steeds naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij de ander en diens innerlijk te komen om van daaruit een klacht of probleem hanteerbaar te maken.
Integratie van medische hypnose in psychotherapie
José Klaassen-Kersten is Europees gecertificeerd therapeut in psychotherapie, gedrags-, EMDR, en schematherapeut en supervisor. Zij heeft veel ervaring met de psychologische behandeling van oncologie, basis en gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg in een klinische setting, waar zij jaren werkzaam is geweest en daarnaast in haar privé praktijk. José is hypnosedeskundige in psychotherapie en medische setting. Zij heeft veel scholing verzorgd over de integratie van medische hypnose. Vanuit haar persoonlijke leven met enkele diepgaande life events heeft José een drive zich in te blijven zetten voor de cliënt en de medemens. Zij zoekt steeds naar mogelijkheden om zo dicht mogelijk bij de ander en diens innerlijk te komen om van daaruit een klacht of probleem hanteerbaar te maken.
Nihongo 2 – Japanse taal en cultuur voor beginners
Deze basiscursus Japans bestaat uit twee delen: Nihongo 1 en Nihongo 2. Elk deel bestaat uit tien hoofdstukken en is volledig in rōmaji (Japans getranscribeerd in ons alfabet) geschreven om het leerproces te versnellen. Dit is deel 2 van de cursus. Je kunt de cursus gebruiken als voorbereiding op lessen Japans of een reis naar Japan, al dan niet samen met Kana en Kanji: snelleermethodes om de drie Japanse schriften te leren, cursussen die ook bij Garant zijn uitgegeven.
Nihongo kan zowel voor zelfstudie als in klasverband gebruikt worden. In elk hoofdstuk wordt ook een rubriekje over de Japanse cultuur opgenomen. Via een QR-code of een weblink kun je audiofragmenten beluisteren bestaande uit dialogen, commando’s en vragen, die werden ingesproken door native speakers Japans.
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, voormalig professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerde en het audiomateriaal heeft opgenomen.
Nihongo 2 – Japanse taal en cultuur voor beginners
Deze basiscursus Japans bestaat uit twee delen: Nihongo 1 en Nihongo 2. Elk deel bestaat uit tien hoofdstukken en is volledig in rōmaji (Japans getranscribeerd in ons alfabet) geschreven om het leerproces te versnellen. Dit is deel 2 van de cursus. Je kunt de cursus gebruiken als voorbereiding op lessen Japans of een reis naar Japan, al dan niet samen met Kana en Kanji: snelleermethodes om de drie Japanse schriften te leren, cursussen die ook bij Garant zijn uitgegeven.
Nihongo kan zowel voor zelfstudie als in klasverband gebruikt worden. In elk hoofdstuk wordt ook een rubriekje over de Japanse cultuur opgenomen. Via een QR-code of een weblink kun je audiofragmenten beluisteren bestaande uit dialogen, commando’s en vragen, die werden ingesproken door native speakers Japans.
Sarah Van Camp studeerde in 1991 af als japanoloog aan de KU Leuven en heeft de afgelopen 25 jaar in verschillende scholen en bedrijven lessen Japans gegeven aan beginners. Momenteel werkt ze als vertaler en taaldocent in Antwerpen. Voor deze cursus kreeg ze de steun van Goh Kawai, voormalig professor aan de Center for Language Learning van Hokkaido University en werkte ze nauw samen met professor Akiko Tashiro van datzelfde instituut, die samen met haar doctoraatsstudenten Yoshimi Hidaka en Rei Kataoka de cursus redigeerde en het audiomateriaal heeft opgenomen.
Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor – Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises
Het eerste hoofdstuk betreft het huwelijksvermogensrecht en het vennootschapsrecht en met name de vraag hoe de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht het onbillijk gebruik van het vennootschapsrecht neutraliseren.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de voorbereiding van de erfopvolging in het licht van de continuïteit van de familiale onderneming, in het bijzonder de mogelijkheid tot de sluiting van erfovereenkomsten.
Het derde hoofdstuk behandelt de Pandwet. Naast het pandrecht bevat deze wet ook bepalingen inzake het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
Het overzicht van het nieuwe burgerlijk recht voor de bedrijfsrevisoren eindigt met het vierde hoofdstuk over Boek 8 (‘Bewijs’) van het nieuw Burgerlijk Wetboek dat op 1 november 2020 in werking is getreden.
Le présent ouvrage traite de l’impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises.
Le premier chapitre concerne le droit des régimes matrimoniaux et le droit des sociétés, notamment la question de savoir comment les amendements au droit des régimes matrimoniaux neutralisent l’utilisation abusive du droit des sociétés.
Dans le deuxième chapitre la préparation de la succession au regard de la continuité de l’entreprise familiale est abordée, en particulier la possibilité de conclure des pactes successoraux.
Le troisième chapitre traite de la loi sur le gage. Au-delà du droit de gage, cette loi contient également des dispositions en matière de la réserve de propriété et du droit de rétention.
Ce tour d’horizon du nouveau droit civil pour les réviseurs d’entreprises se termine par le quatrième chapitre sur le Livre 8 (« Preuve ») du nouveau Code civil qui est entré en vigueur le 1er novembre 2020.
Impact van de wijzigingen in het burgerlijk recht op het beroep van bedrijfsrevisor – Impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises
Het eerste hoofdstuk betreft het huwelijksvermogensrecht en het vennootschapsrecht en met name de vraag hoe de wijzigingen van het huwelijksvermogensrecht het onbillijk gebruik van het vennootschapsrecht neutraliseren.
In het tweede hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de voorbereiding van de erfopvolging in het licht van de continuïteit van de familiale onderneming, in het bijzonder de mogelijkheid tot de sluiting van erfovereenkomsten.
Het derde hoofdstuk behandelt de Pandwet. Naast het pandrecht bevat deze wet ook bepalingen inzake het eigendomsvoorbehoud en het retentierecht.
Het overzicht van het nieuwe burgerlijk recht voor de bedrijfsrevisoren eindigt met het vierde hoofdstuk over Boek 8 (‘Bewijs’) van het nieuw Burgerlijk Wetboek dat op 1 november 2020 in werking is getreden.
Le présent ouvrage traite de l’impact des modifications du droit civil sur la profession de réviseur d’entreprises.
Le premier chapitre concerne le droit des régimes matrimoniaux et le droit des sociétés, notamment la question de savoir comment les amendements au droit des régimes matrimoniaux neutralisent l’utilisation abusive du droit des sociétés.
Dans le deuxième chapitre la préparation de la succession au regard de la continuité de l’entreprise familiale est abordée, en particulier la possibilité de conclure des pactes successoraux.
Le troisième chapitre traite de la loi sur le gage. Au-delà du droit de gage, cette loi contient également des dispositions en matière de la réserve de propriété et du droit de rétention.
Ce tour d’horizon du nouveau droit civil pour les réviseurs d’entreprises se termine par le quatrième chapitre sur le Livre 8 (« Preuve ») du nouveau Code civil qui est entré en vigueur le 1er novembre 2020.
Wetboek van economisch recht
Ondernemers en handelaars, bankiers, kredietverstrekkers, consumenten, magistraten, rechters-commissarissen, curatoren, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten, notarissen, boekhouders en fiscalisten, accountants, bedrijfsrevisoren en andere economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Wetboek van economisch recht
Ondernemers en handelaars, bankiers, kredietverstrekkers, consumenten, magistraten, rechters-commissarissen, curatoren, bedrijfsjuristen, rechtspractici, studenten, notarissen, boekhouders en fiscalisten, accountants, bedrijfsrevisoren en andere economische beroepen beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Platformeconomie. Deeleconomie, occasionele diensten tussen burgers en liefdadigheid: wanneer is er btw verschuldigd?
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige, dient men een btw-nummer aan te vragen en btw-aangiften in te dienen?
In dit boek wordt de beschikbare informatie inzake de btw-aspecten van de platformeconomie samengebracht en becommentarieerd.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vak-groep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Platformeconomie. Deeleconomie, occasionele diensten tussen burgers en liefdadigheid: wanneer is er btw verschuldigd?
Wanneer wordt men btw-belastingplichtige, dient men een btw-nummer aan te vragen en btw-aangiften in te dienen?
In dit boek wordt de beschikbare informatie inzake de btw-aspecten van de platformeconomie samengebracht en becommentarieerd.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Taxwin en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vak-groep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Welzijn op het werk
Preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, rechtspractici, arbeidsartsen, interne en externe diensten, sociaal inspecteurs en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Welzijn op het werk
Preventieadviseurs, werkgevers, werknemers, rechtspractici, arbeidsartsen, interne en externe diensten, sociaal inspecteurs en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuw in ontwikkeling komt. Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van alle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze.
Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
‘De in dit boek beschreven interventie biedt structuur en duidelijke stappen voor vaktherapeuten die werken met kinderen en jongeren met affectregulatieproblemen.’
Renate Geuzinge
Affectregulerende Vaktherapie – Basisboek Vaktherapeutische behandeling voor kinderen van 4 tot 12 jaar
De interventie beschrijft zowel de inzet van het vaktherapeutisch middel, als de mentaliseren-bevorderende therapeuthouding. Samen vormen zij de basis voor de interactieve regulatie, waarmee het gestagneerde affectregulatieproces opnieuw in ontwikkeling komt. Waar enerzijds de theorie verduidelijkt wordt, biedt anderzijds de gefaseerde uitwerking van de interventietechnieken en aanpak in sessies een praktisch kader. Ook is een concrete benadering uitgewerkt voor het betrekken van de context rond de cliënt.
Casuïstiek van alle vaktherapeutische disciplines (beeldend, dans, drama, muziek, pm(k)t en spel) illustreert de behandelwijze.
Het boek kan een bijdrage zijn aan het vinden van een gezamenlijke taal in het behandelen van cliënten met affectregulatieproblematiek, en sluit aan bij de transdiagnostische visie op affectregulatie.
De auteurs zijn ervaren vaktherapeuten, werkzaam in ggz-instellingen of in een eigen zelfstandige praktijk. De interventie Affectregulerende Vaktherapie is het resultaat van jarenlange praktijkervaring; vaktherapeuten van alle disciplines hebben meegedacht en beschreven wat werkt in de behandeling van cliënten met affectregulatieproblemen.
‘De in dit boek beschreven interventie biedt structuur en duidelijke stappen voor vaktherapeuten die werken met kinderen en jongeren met affectregulatieproblemen.’
Renate Geuzinge
Dieren in de hulpverlening. Narratief ontwerp van een een hulpverleningscontext met dieren in de hoofdrol.
Met een narratieve benadering verkennen we de elementen van een hulpverleningscontext die van cruciaal belang blijken om de integriteit van de cliënten – en de dieren waarmee wordt gewerkt – te vrijwaren, maar vooral om hulpverleningsdoelstellingen te behalen.
De lezer wordt meegenomen in kleurrijke voorbeelden, beelden , narratieven en verhalen uit de praktijk. (‘narratief’ en ‘verhaal’ zijn synoniemen)
Katrien Kintaert concentreert zich sinds 1998 op het professioneel inzetten van dieren in de hulpverlening. Niet enkel de onderliggende therapeutische mechanismen, maar ook de biotoop waarin het begeleiden via dieren zich afspeelt, werd gedurende vele jaren verkend en uitgebouwd. Ze werkte een ecocentrisch model uit dat zowel voor de dieren, de cliënten alsook voor de omgeving wordt geïmplementeerd. Het resultaat is een soevereine biotoop waarin doelstellingen van en voor cliënten voorop staan.
Naast de creatie van een 2-jarige opleiding (2004 tot heden) in dit vakgebied, publiceerde ze in 2012 ‘Begeleidend werken met assistentie van dieren. Een inleiding’.
Dieren in de hulpverlening. Narratief ontwerp van een een hulpverleningscontext met dieren in de hoofdrol.
Met een narratieve benadering verkennen we de elementen van een hulpverleningscontext die van cruciaal belang blijken om de integriteit van de cliënten – en de dieren waarmee wordt gewerkt – te vrijwaren, maar vooral om hulpverleningsdoelstellingen te behalen.
De lezer wordt meegenomen in kleurrijke voorbeelden, beelden , narratieven en verhalen uit de praktijk. (‘narratief’ en ‘verhaal’ zijn synoniemen)
Katrien Kintaert concentreert zich sinds 1998 op het professioneel inzetten van dieren in de hulpverlening. Niet enkel de onderliggende therapeutische mechanismen, maar ook de biotoop waarin het begeleiden via dieren zich afspeelt, werd gedurende vele jaren verkend en uitgebouwd. Ze werkte een ecocentrisch model uit dat zowel voor de dieren, de cliënten alsook voor de omgeving wordt geïmplementeerd. Het resultaat is een soevereine biotoop waarin doelstellingen van en voor cliënten voorop staan.
Naast de creatie van een 2-jarige opleiding (2004 tot heden) in dit vakgebied, publiceerde ze in 2012 ‘Begeleidend werken met assistentie van dieren. Een inleiding’.
Organisatiekunde
Kwaliteitsvolle organisaties zijn altijd organisaties op mensenmaat. Om dat te bereiken is veel nodig: een waardegedreven visie met inspirerende doelen, een waarderend leiderschap voor en met mensen, een dialoog tussen mens en organisatie, aandacht voor talenten en relaties. Sterke organisaties zijn centra van menselijke verbondenheid. Ze creëren ruimte waarin mensen in het realiseren van de doelen van de organisatie de eigen talenten ten volle kunnen ontplooien. Ze verbinden dus de aspiraties van mensen met de droom van de organisatie.
Vanuit een waarderende benadering verduidelijkt dit handboek de dimensies en processen die een organisatie voor mensen kwaliteitsvol maken. Het boek helpt studenten en professionals om een integraal inzicht te verwerven in dergelijke organisatie. Tegelijk biedt het een basis voor deskundig handelen in een organisatorische context.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Organisatiekunde
Kwaliteitsvolle organisaties zijn altijd organisaties op mensenmaat. Om dat te bereiken is veel nodig: een waardegedreven visie met inspirerende doelen, een waarderend leiderschap voor en met mensen, een dialoog tussen mens en organisatie, aandacht voor talenten en relaties. Sterke organisaties zijn centra van menselijke verbondenheid. Ze creëren ruimte waarin mensen in het realiseren van de doelen van de organisatie de eigen talenten ten volle kunnen ontplooien. Ze verbinden dus de aspiraties van mensen met de droom van de organisatie.
Vanuit een waarderende benadering verduidelijkt dit handboek de dimensies en processen die een organisatie voor mensen kwaliteitsvol maken. Het boek helpt studenten en professionals om een integraal inzicht te verwerven in dergelijke organisatie. Tegelijk biedt het een basis voor deskundig handelen in een organisatorische context.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Ouderenbeleid. Ouderen en samenleving waarderend verbinden.
Dit boek wil een handreiking zijn aan diverse spelers in het ouderenbeleid. Vooreerst voor nieuwe beleidsmakers, bijvoorbeeld schepenen van ouderenzaken, die zich willen oriënteren op het brede domein van het ouderenbeleid om dan zelf op het eigen niveau een constructief ouderenbeleid mee mogelijk te maken. Het richt zich ook tot ambtenaren en professionals die bijvoorbeeld als seniorenconsulent of ouderencoach, hopelijk samen met de ouderen, het beleid concreet vorm willen geven. Het boek is zeker ook bedoeld voor ouder wordende mensen die actief burgerschap (willen) waarmaken en die zich daarvoor op lokaal of op een ander niveau engageren.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Ouderenbeleid. Ouderen en samenleving waarderend verbinden.
Dit boek wil een handreiking zijn aan diverse spelers in het ouderenbeleid. Vooreerst voor nieuwe beleidsmakers, bijvoorbeeld schepenen van ouderenzaken, die zich willen oriënteren op het brede domein van het ouderenbeleid om dan zelf op het eigen niveau een constructief ouderenbeleid mee mogelijk te maken. Het richt zich ook tot ambtenaren en professionals die bijvoorbeeld als seniorenconsulent of ouderencoach, hopelijk samen met de ouderen, het beleid concreet vorm willen geven. Het boek is zeker ook bedoeld voor ouder wordende mensen die actief burgerschap (willen) waarmaken en die zich daarvoor op lokaal of op een ander niveau engageren.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, filosofie en familiale en seksuologische wetenschappen. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en in het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Gedurfde vragen. De antwoorden die je nog niet eerder kreeg over autisme
In ‘Gedurfde vragen: de antwoorden die je nog niet eerder kreeg over autisme’ beantwoordt Sam Peeters meer dan 50 van deze vragen: rond autisme, rust en onrust, opgroeien en gezinsleven, het dagelijks leven met autisme, op school, samen leven en genieten, vrije tijd en uitgaan, aan het werk en de toekomst.
Hij doet dat vanuit eigen ervaringen en kennis, met respect, eerlijk en vooral met nuance. Soms zijn het kritische, praktische, positieve of filosofische vragen. Vaak zijn het ook ongewone, harde, bizarre, ongepaste of gedurfde vragen. Meer dan genoeg stof dus om over na te denken, herkenning te vinden en zelf mee aan de slag te gaan.
Sam leeft samen met zijn vrouw Roos en hun kat. Hij is maatschappelijk assistent en schrijft al 12 jaar de succesvolle blog Tistje.com. Hij publiceert regelmatig in tijdschriften over autisme en engageert zich volop als ervaringswerker bij verschillende belangenverenigingen.
Gedurfde vragen. De antwoorden die je nog niet eerder kreeg over autisme
In ‘Gedurfde vragen: de antwoorden die je nog niet eerder kreeg over autisme’ beantwoordt Sam Peeters meer dan 50 van deze vragen: rond autisme, rust en onrust, opgroeien en gezinsleven, het dagelijks leven met autisme, op school, samen leven en genieten, vrije tijd en uitgaan, aan het werk en de toekomst.
Hij doet dat vanuit eigen ervaringen en kennis, met respect, eerlijk en vooral met nuance. Soms zijn het kritische, praktische, positieve of filosofische vragen. Vaak zijn het ook ongewone, harde, bizarre, ongepaste of gedurfde vragen. Meer dan genoeg stof dus om over na te denken, herkenning te vinden en zelf mee aan de slag te gaan.
Sam leeft samen met zijn vrouw Roos en hun kat. Hij is maatschappelijk assistent en schrijft al 12 jaar de succesvolle blog Tistje.com. Hij publiceert regelmatig in tijdschriften over autisme en engageert zich volop als ervaringswerker bij verschillende belangenverenigingen.
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
In the shadow of Vesalius
Also authentic letters, written by Vesalius to his friends Benedetto Varchi and Ottavio Landi, are presented and translated for the first time, and are thoroughly discussed, shedding new light on crucial periods of Vesalius’ life, such as his leave from academic Padua, exchanged for imperial service to Charles V, or his contribution to the treatment of Philips II’s son, crown prince Carlos in Spain. Anatomical novelties, discovered by Vesalius’ friends and contemporaries, are equally broadly exposed, like Canani’s input in human arm musculature or Valverde’s ‘corrections’ of Vesalius’ ‘Epitome’. Valverde’s publication became one of the greatest ‘bestsellers’ treating anatomy during the 16th and 17th century, thereby spreading the ‘Vesalian Revolution’ all over Europe. But also the relationship between Vesalius and his Paduan room mate John Kay or Caius is scrutinised, as are a number of family descendants of Vesalius.
It is newly acknowledged in this book that Vesalius influenced artists in anatomical models and drawings, as well as his influence on veterinary medicine. In short, this book offers an inspiring new account of Vesalius’ extraordinary long-term influence on anatomy, science and art in general.
In the shadow of Vesalius
Also authentic letters, written by Vesalius to his friends Benedetto Varchi and Ottavio Landi, are presented and translated for the first time, and are thoroughly discussed, shedding new light on crucial periods of Vesalius’ life, such as his leave from academic Padua, exchanged for imperial service to Charles V, or his contribution to the treatment of Philips II’s son, crown prince Carlos in Spain. Anatomical novelties, discovered by Vesalius’ friends and contemporaries, are equally broadly exposed, like Canani’s input in human arm musculature or Valverde’s ‘corrections’ of Vesalius’ ‘Epitome’. Valverde’s publication became one of the greatest ‘bestsellers’ treating anatomy during the 16th and 17th century, thereby spreading the ‘Vesalian Revolution’ all over Europe. But also the relationship between Vesalius and his Paduan room mate John Kay or Caius is scrutinised, as are a number of family descendants of Vesalius.
It is newly acknowledged in this book that Vesalius influenced artists in anatomical models and drawings, as well as his influence on veterinary medicine. In short, this book offers an inspiring new account of Vesalius’ extraordinary long-term influence on anatomy, science and art in general.
Autisme in veelvoud
Leni van Goidsenhoven is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen (Wijsbegeerte) en de KU Leuven (Culturele Studies). Momenteel focust ze op het belang van ervaringsverhalen van mensen met een beperking binnen wetenschappelijk onderzoek. Ze is ook auteur van de catalogus Middle Gate Geel ’13 Curator Jan Hoet (2013).
Autisme in veelvoud
Leni van Goidsenhoven is verbonden aan de Universiteit van Antwerpen (Wijsbegeerte) en de KU Leuven (Culturele Studies). Momenteel focust ze op het belang van ervaringsverhalen van mensen met een beperking binnen wetenschappelijk onderzoek. Ze is ook auteur van de catalogus Middle Gate Geel ’13 Curator Jan Hoet (2013).
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten (Gandaius Meesterlijk 9)
Met dit boek vult Isabo Goormans een lacune in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de praktijk. Op basis van een rigoureuze literatuurstudie, een analyse van meer dan 40 uur videobeelden van politieverhoren met drie psychopathische moordverdachten en een bevraging van speurders, gaat ze op zoek naar een wetenschappelijk ondersteund model dat speurders moet toelaten om enerzijds trekken van psychopathie bij verdachten beter te detecteren en vervolgens hun verhoorstrategie daarop aan te passen.
“Isabo Goormans heeft met haar uitstekend onderzoek niet alleen het detectie-instrument voor psychopathie verfijnd, maar geeft ook duidelijke aanwijzingen voor speurders die met psychopate verdachten geconfronteerd worden tijdens een verhoor.”
Prof. Dr. Jelle Janssens (promotor), oktober 2020.
Meeluisteren met het verhoor van psychopate verdachten (Gandaius Meesterlijk 9)
Met dit boek vult Isabo Goormans een lacune in zowel de wetenschappelijke literatuur als in de praktijk. Op basis van een rigoureuze literatuurstudie, een analyse van meer dan 40 uur videobeelden van politieverhoren met drie psychopathische moordverdachten en een bevraging van speurders, gaat ze op zoek naar een wetenschappelijk ondersteund model dat speurders moet toelaten om enerzijds trekken van psychopathie bij verdachten beter te detecteren en vervolgens hun verhoorstrategie daarop aan te passen.
“Isabo Goormans heeft met haar uitstekend onderzoek niet alleen het detectie-instrument voor psychopathie verfijnd, maar geeft ook duidelijke aanwijzingen voor speurders die met psychopate verdachten geconfronteerd worden tijdens een verhoor.”
Prof. Dr. Jelle Janssens (promotor), oktober 2020.
Wardje Wijsneus, slim en intens
Het boek begint met wat achtergrondinformatie en nuttige tips, daarna leren we Wardje Wijsneus kennen. Het verhaal neemt ons mee met Wardje naar school waar hij te maken krijgt met een aantal sociaal-emotionele uitdagingen. ‘Tante Tania’ biedt daarbij duiding en tips om samen met kinderen naar oplossingen te zoeken voor Wardje’s uitdagingen. Zo leren ze bijvoorbeeld met stress om te gaan en successen te vieren.
Dit voorleesboek op kindermaat is een aanrader voor (groot)ouders, opvoeders en leerkrachten van jonge, hoogbegaafde kinderen. Het interactief verhaal biedt een kader om samen met hoogbegaafde kinderen te verkennen hoe de ervaringen van Wardje zich verhouden tot hun eigen ervaringen op school.
Wardje Wijsneus, slim en intens
Het boek begint met wat achtergrondinformatie en nuttige tips, daarna leren we Wardje Wijsneus kennen. Het verhaal neemt ons mee met Wardje naar school waar hij te maken krijgt met een aantal sociaal-emotionele uitdagingen. ‘Tante Tania’ biedt daarbij duiding en tips om samen met kinderen naar oplossingen te zoeken voor Wardje’s uitdagingen. Zo leren ze bijvoorbeeld met stress om te gaan en successen te vieren.
Dit voorleesboek op kindermaat is een aanrader voor (groot)ouders, opvoeders en leerkrachten van jonge, hoogbegaafde kinderen. Het interactief verhaal biedt een kader om samen met hoogbegaafde kinderen te verkennen hoe de ervaringen van Wardje zich verhouden tot hun eigen ervaringen op school.
Alternativas al sistema de justicia criminal latinoamericano – RIDP libri 4
This book collects the selected papers, reflecting perspectives from Brazil, Uruguay, Peru, Mexico, Argentina and Spain.
Alternativas al sistema de justicia criminal latinoamericano – RIDP libri 4
This book collects the selected papers, reflecting perspectives from Brazil, Uruguay, Peru, Mexico, Argentina and Spain.
Resoluciones de los congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926-2019) RIDP libri 3
Jose Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP, Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y Director del Instituto Vasco de Criminología (España).
Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España).
Miren Odriozola Gurrutxaga es Secretaria del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Resoluciones de los congresos de la Asociación Internacional de Derecho Penal (1926-2019) RIDP libri 3
Jose Luis de la Cuesta es Presidente honorario de la AIDP, Catedrático de Derecho Penal de la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y Director del Instituto Vasco de Criminología (España).
Isidoro Blanco Cordero es miembro del Comité de la Revue y Catedrático de la Universidad de Alicante (España).
Miren Odriozola Gurrutxaga es Secretaria del Comité Científico de la AIDP, Profesora Adjunta de Derecho Penal en la Universidad del País Vasco (UPV/EHU) y miembro del Instituto Vasco de Criminología.
Résolutions des congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 2
Jose Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP, Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et Directeur de l’Institut Basque de Criminologie (Espagne).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est Secrétaire du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Résolutions des congrès de l’Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 2
Jose Luis de la Cuesta est Président honoraire de l’AIDP, Professeur de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et Directeur de l’Institut Basque de Criminologie (Espagne).
Isidoro Blanco Cordero est membre du Comité de la Revue et professeur à l’Université d’Alicante (Espagne).
Miren Odriozola Gurrutxaga est Secrétaire du Comité Scientifique de l’AIDP, Professeur Adjoint de Droit Pénal à l’Université du Pays Basque (UPV/EHU) et membre de l’Institut Basque de Criminologie.
Resolutions of the congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 1
Jose Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP, Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and Director of the Basque Institute of Criminology (Spain).
Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain).
Miren Odriozola Gurrutxaga is the Secretary of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
Resolutions of the congresses of the Association Internationale de Droit Pénal (1926-2019) RIDP libri 1
Jose Luis de la Cuesta is Honorary President of the AIDP, Professor of Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and Director of the Basque Institute of Criminology (Spain).
Isidoro Blanco Cordero is a member of the Committee of Reviewers of the RIDP and professor at the University of Alicante (Spain).
Miren Odriozola Gurrutxaga is the Secretary of the Scientific Committee of the AIDP, Lecturer in Criminal Law at the University of the Basque Country (UPV/EHU) and member of the Basque Institute of Criminology.
BABO – Geweld in het gezin bespreekbaar maken met jonge kinderen (UCLL)
Babo is een methodiek om met jonge kinderen (3-8 jaar) in gesprek te gaan over het gezin, kinderen weerbaarder te maken (preventie) en geweld in het gezin bespreekbaar te maken (interventie). Babo geeft je de mogelijkheid om ook de allerkleinsten aan het woord te laten, individueel, in groep of samen met het gezin.
De methodiek van Babo is ontwikkeld voor alle professionals die beroepsmatig met jonge kinderen in aanraking komen (leerkrachten, hulp- en zorgverleners). Centraal in de methodiek staat de figuur ‘Babo’. Hij nodigt jonge kinderen uit om stil te staan bij het leven in een gezin en geweld in het gezin bespreekbaar te maken. Aan de hand van tekeningen, doe-opdrachten, een handpop en verhalen met Babo in de hoofdrol, vertellen jonge kinderen over de afspraken en gewoonten in hun gezin, over fjne en moeilijke gezinssituaties en over hun ervaren emoties. Babo oefent met jonge kinderen in het kunnen aangeven van grenzen en opkomen voor zichzelf in het gezin. Bovendien reikt Babo je concrete tools aan om zorgwekkende gezinssituaties en intrafamiliaal geweld vroegtijdig te detecteren en te bespreken met kinderen en ouders. Met de aangereikte werkvormen kan je een aanbod op maat uitwerken en integreren in de dagelijkse werking met jonge kinderen.
Dorien Wuyts is ontwikkelingspsychologe (PhD) en traumatherapeute (EMDR) voor kinderen en hun gezin en lector binnen de opleiding Sociale Readaptatiewetenschappen.
Anneleen Roelandts is orthopedagoge met expertise in moeilijk hanteerbaar gedrag bij jonge kinderen en lector binnen de opleiding Banaba Buitengewoon Onderwijs.
Dorien Wuyts en Anneleen Roelandts zijn beide expert intrafamiliaal geweld binnen de onderzoeksgroep Resilient People UCLL en leiden professionals op in het praten en werken met jonge kinderen en hun gezin rond intrafamiliaal geweld.
Met een voorwoord van Anja Van Looveren, kinderpsychologe Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen.
BABO – Geweld in het gezin bespreekbaar maken met jonge kinderen (UCLL)
Babo is een methodiek om met jonge kinderen (3-8 jaar) in gesprek te gaan over het gezin, kinderen weerbaarder te maken (preventie) en geweld in het gezin bespreekbaar te maken (interventie). Babo geeft je de mogelijkheid om ook de allerkleinsten aan het woord te laten, individueel, in groep of samen met het gezin.
De methodiek van Babo is ontwikkeld voor alle professionals die beroepsmatig met jonge kinderen in aanraking komen (leerkrachten, hulp- en zorgverleners). Centraal in de methodiek staat de figuur ‘Babo’. Hij nodigt jonge kinderen uit om stil te staan bij het leven in een gezin en geweld in het gezin bespreekbaar te maken. Aan de hand van tekeningen, doe-opdrachten, een handpop en verhalen met Babo in de hoofdrol, vertellen jonge kinderen over de afspraken en gewoonten in hun gezin, over fjne en moeilijke gezinssituaties en over hun ervaren emoties. Babo oefent met jonge kinderen in het kunnen aangeven van grenzen en opkomen voor zichzelf in het gezin. Bovendien reikt Babo je concrete tools aan om zorgwekkende gezinssituaties en intrafamiliaal geweld vroegtijdig te detecteren en te bespreken met kinderen en ouders. Met de aangereikte werkvormen kan je een aanbod op maat uitwerken en integreren in de dagelijkse werking met jonge kinderen.
Dorien Wuyts is ontwikkelingspsychologe (PhD) en traumatherapeute (EMDR) voor kinderen en hun gezin en lector binnen de opleiding Sociale Readaptatiewetenschappen.
Anneleen Roelandts is orthopedagoge met expertise in moeilijk hanteerbaar gedrag bij jonge kinderen en lector binnen de opleiding Banaba Buitengewoon Onderwijs.
Dorien Wuyts en Anneleen Roelandts zijn beide expert intrafamiliaal geweld binnen de onderzoeksgroep Resilient People UCLL en leiden professionals op in het praten en werken met jonge kinderen en hun gezin rond intrafamiliaal geweld.
Met een voorwoord van Anja Van Looveren, kinderpsychologe Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen.
Nieuwe leestekenwijzer Compact
De Nieuwe leestekenwijzer Compact is de compacte versie van de Nieuwe leestekenwijzer, maar nog steeds compleet. Het is het eerste boek dat zo uitgebreid ingaat op alles wat met leestekens en andere tekens te maken heeft.
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen, Nieuwe leestekenwijzer en Duidelijke taal.
Nieuwe leestekenwijzer Compact
De Nieuwe leestekenwijzer Compact is de compacte versie van de Nieuwe leestekenwijzer, maar nog steeds compleet. Het is het eerste boek dat zo uitgebreid ingaat op alles wat met leestekens en andere tekens te maken heeft.
Dit praktijkboek is bedoeld voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, tekstschrijvers, journalisten, vertalers, grafisch ontwerpers enz. Het zal ook bij diverse opleidingen zijn nut kunnen bewijzen.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Stijlwijzer, Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen, Nieuwe leestekenwijzer en Duidelijke taal.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers. Handboek en kaartenset.
Over het handboek:
Dit is een handboek over oplossingsgerichte psychotherapie volgens het Brugs model in zijn specifieke toepassing bij cliënten met chronische aandoeningen en bij de ondersteuning van mantelzorgers. De focus wordt gelegd op oplossingen waarbij de cliënten zelf de doelstellingen bepalen.
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Deze methode is bedoeld voor zowel therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers. Handboek en kaartenset.
Over het handboek:
Dit is een handboek over oplossingsgerichte psychotherapie volgens het Brugs model in zijn specifieke toepassing bij cliënten met chronische aandoeningen en bij de ondersteuning van mantelzorgers. De focus wordt gelegd op oplossingen waarbij de cliënten zelf de doelstellingen bepalen.
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Deze methode is bedoeld voor zowel therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Le système des drapeaux de Sensoa
« Le système des drapeaux nous aide à évaluer une situation lorsque nous la discutons en équipe et décidons ensemble quel comportement autoriser. »
« Le système des drapeaux nous aide à créer des processus d’apprentissage pour les jeunes et à examiner nos discours en tant qu’éducatrices et éducateurs et en tant qu’organisation. »
« En tant qu’équipe, grâce au système des drapeaux, nous prêtons davantage attention aux comportements non-problématiques et à la manière de soutenir les jeunes dans leur développement sexuel. »
Le système des drapeaux est destiné aux éducatrices, éducateurs et aux professionnel ·le·s qui travaillent avec des enfants de 0 à 18 ans ; par exemple dans les soins, l’éducation, le travail social, le sport, etc. Il est utilisé pour discuter entre collègues, avec la direction d’une organisation, les parents, et d’autres personnes qui s’occupent des enfants et des jeunes de comportements sexuels (problématiques) qui les concernent. On peut aussi l’utiliser directement avec les enfants et les jeunes, pour discuter des comportements sexuels qui sont autorisés et de ceux qui sont problématiques, et pourquoi.
Le système des drapeaux utilise six critères pour déterminer quel comportement sexuel est problématique ou non. À partir de ces six critères et d’une liste normative (tableau du développement sexuel de l’enfant), on attribue une couleur au comportement. Il existe quatre drapeaux allant du comportement pas du tout problématique à celui qui l’est totalement. Une réponse pédagogique correspond à chacun des drapeaux.
Des dessins et cas concrets aident les éducatrices et éducateurs ainsi que toute personne utilisant l’outil à évaluer et discuter d’un comportement sexuel (problématique) entre enfants et jeunes ou les concernant.
Le système des drapeaux de Sensoa
« Le système des drapeaux nous aide à évaluer une situation lorsque nous la discutons en équipe et décidons ensemble quel comportement autoriser. »
« Le système des drapeaux nous aide à créer des processus d’apprentissage pour les jeunes et à examiner nos discours en tant qu’éducatrices et éducateurs et en tant qu’organisation. »
« En tant qu’équipe, grâce au système des drapeaux, nous prêtons davantage attention aux comportements non-problématiques et à la manière de soutenir les jeunes dans leur développement sexuel. »
Le système des drapeaux est destiné aux éducatrices, éducateurs et aux professionnel ·le·s qui travaillent avec des enfants de 0 à 18 ans ; par exemple dans les soins, l’éducation, le travail social, le sport, etc. Il est utilisé pour discuter entre collègues, avec la direction d’une organisation, les parents, et d’autres personnes qui s’occupent des enfants et des jeunes de comportements sexuels (problématiques) qui les concernent. On peut aussi l’utiliser directement avec les enfants et les jeunes, pour discuter des comportements sexuels qui sont autorisés et de ceux qui sont problématiques, et pourquoi.
Le système des drapeaux utilise six critères pour déterminer quel comportement sexuel est problématique ou non. À partir de ces six critères et d’une liste normative (tableau du développement sexuel de l’enfant), on attribue une couleur au comportement. Il existe quatre drapeaux allant du comportement pas du tout problématique à celui qui l’est totalement. Une réponse pédagogique correspond à chacun des drapeaux.
Des dessins et cas concrets aident les éducatrices et éducateurs ainsi que toute personne utilisant l’outil à évaluer et discuter d’un comportement sexuel (problématique) entre enfants et jeunes ou les concernant.
Overheidsaansprakelijkheid
In het eerste en meest omvangrijke deel behandelt de auteur de op de fout gebaseerde overheidsaansprakelijkheid. Na een kort historisch overzicht en een analyse van de grondslag van deze aansprakelijkheid bespreekt hij in dit deel (1) de persoonlijke aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen; (2) de Staatsaansprakelijkheid voor ambtsfouten van magistraten; (3) de aansprakelijkheid van de Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen voor onrechtmatige wetgeving; (4) de overheidsaansprakelijkheid wegens schending van het Europese Unierecht; (5) de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel wegens onwettigheid en (6) de buitencontractuele aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In het tweede deel komt de foutloze overheidsaansprakelijkheid aan bod, waarin achtereenvolgens wordt stilgestaan bij (1) het beginsel van de gelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten; (2) de evenwichtsleer of de theorie van de bovenmatige burenhinder en (3) tot slot de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een herstelvergoeding voor buitengewone schade.
Prof. dr. em. Aloïs Van Oevelen behaalde in 1975 aan de KU Leuven met grote onderscheiding zijn diploma van licentiaat in de rechten. In 1984 promoveerde hij aan de Universiteit Antwerpen met grootste onderscheiding tot doctor in de rechten met een proefschrift over “De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht”, dat in 1985 bekroond werd met de Prijs van het Belgisch Instituut voor Bestuurswetenschappen en in 1988 met de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Tussen 1984 en 2017 was de auteur achtereenvolgens docent (1984-1988), hoofddocent (1988-1992), hoogleraar (1992-1997) en gewoon hoogleraar (1997-2017) aan de Universiteit Antwerpen. Hij oefende er verschillende beleidsfuncties uit, waaronder die van academisch secretaris en decaan van de Faculteit Rechten, voorzitter van de examencommissie van de masteropleiding in de rechten, lid van de academieraad en van de raad van bestuur van de Universiteit Antwerpen en onderzoeksleider van de onderzoeksgroep “Rechtshandhaving”. Hij is de (co)promotor van negen doctoraatsproefschriften.
Hij is de (co)auteur van dertien boeken, de editor van negentien boeken en de auteur van meer dan driehonderd bijdragen in tijdschriften, boeken en verzamelwerken.
Sinds 1 september 1998 is hij hoofdredacteur van het Rechtskundig Weekblad. Sinds 1 november 2017 is hij voorzitter van de jury van de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Overheidsaansprakelijkheid
In het eerste en meest omvangrijke deel behandelt de auteur de op de fout gebaseerde overheidsaansprakelijkheid. Na een kort historisch overzicht en een analyse van de grondslag van deze aansprakelijkheid bespreekt hij in dit deel (1) de persoonlijke aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen; (2) de Staatsaansprakelijkheid voor ambtsfouten van magistraten; (3) de aansprakelijkheid van de Staat, de Gewesten en de Gemeenschappen voor onrechtmatige wetgeving; (4) de overheidsaansprakelijkheid wegens schending van het Europese Unierecht; (5) de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een schadevergoeding tot herstel wegens onwettigheid en (6) de buitencontractuele aansprakelijkheid van de wegbeheerder. In het tweede deel komt de foutloze overheidsaansprakelijkheid aan bod, waarin achtereenvolgens wordt stilgestaan bij (1) het beginsel van de gelijkheid van de burgers ten aanzien van de openbare lasten; (2) de evenwichtsleer of de theorie van de bovenmatige burenhinder en (3) tot slot de bevoegdheid van de Raad van State tot toekenning van een herstelvergoeding voor buitengewone schade.
Prof. dr. em. Aloïs Van Oevelen behaalde in 1975 aan de KU Leuven met grote onderscheiding zijn diploma van licentiaat in de rechten. In 1984 promoveerde hij aan de Universiteit Antwerpen met grootste onderscheiding tot doctor in de rechten met een proefschrift over “De overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de rechterlijke macht”, dat in 1985 bekroond werd met de Prijs van het Belgisch Instituut voor Bestuurswetenschappen en in 1988 met de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Tussen 1984 en 2017 was de auteur achtereenvolgens docent (1984-1988), hoofddocent (1988-1992), hoogleraar (1992-1997) en gewoon hoogleraar (1997-2017) aan de Universiteit Antwerpen. Hij oefende er verschillende beleidsfuncties uit, waaronder die van academisch secretaris en decaan van de Faculteit Rechten, voorzitter van de examencommissie van de masteropleiding in de rechten, lid van de academieraad en van de raad van bestuur van de Universiteit Antwerpen en onderzoeksleider van de onderzoeksgroep “Rechtshandhaving”. Hij is de (co)promotor van negen doctoraatsproefschriften.
Hij is de (co)auteur van dertien boeken, de editor van negentien boeken en de auteur van meer dan driehonderd bijdragen in tijdschriften, boeken en verzamelwerken.
Sinds 1 september 1998 is hij hoofdredacteur van het Rechtskundig Weekblad. Sinds 1 november 2017 is hij voorzitter van de jury van de Fernand Collin-Prijs voor Recht.
Het Woord in beeld en taal – De contextualisatie van het christelijk geloof
Over contextualisatie is veel geschreven, maar zelden wordt het zo grondig en systematisch uitgewerkt en geïllustreerd als in dit boek. Wie het ter hand neemt, moet er even voor gaan zitten, maar dan krijg je ook wat: een grondig overzicht waarin theorieën en praktijkvoorbeelden uit allerlei disciplines aan elkaar zijn verbonden tot een veelkleurig en inspirerend geheel. Echt een handboek.
– Stefan Paas, hoogleraar missiologie en interculturele theologie, Vrije Universiteit Amsterdam; hoogleraar missiologie, Theologische Universiteit Kampen.
.
Vanuit een cultureel-antropologische én missiologische benadering maakt de auteur van dit boek een diepgaande contextuele analyse van Bijbelse teksten en afbeeldingen van grote schilders, van Jan van Eyck tot Anselm Kiefer. Hij weet dit materiaal in een cultureel diverse en steeds veranderende context een frisse betekenis te geven. Deze culturele analyse opent de mogelijkheid van een gelijkwaardige dialoog met ruimte voor diversiteit en gezamenlijke spiritualiteit, niet alleen tussen christenen onderling, maar ook tussen christenen en gelovigen van andere religies. Een rijk boek met een lovenswaardige ambitie..
.
– Aat Brand, cultureel antropoloog met speciale aandacht voor religie.
.
Pieter Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven.
Het Woord in beeld en taal – De contextualisatie van het christelijk geloof
Over contextualisatie is veel geschreven, maar zelden wordt het zo grondig en systematisch uitgewerkt en geïllustreerd als in dit boek. Wie het ter hand neemt, moet er even voor gaan zitten, maar dan krijg je ook wat: een grondig overzicht waarin theorieën en praktijkvoorbeelden uit allerlei disciplines aan elkaar zijn verbonden tot een veelkleurig en inspirerend geheel. Echt een handboek.
– Stefan Paas, hoogleraar missiologie en interculturele theologie, Vrije Universiteit Amsterdam; hoogleraar missiologie, Theologische Universiteit Kampen.
.
Vanuit een cultureel-antropologische én missiologische benadering maakt de auteur van dit boek een diepgaande contextuele analyse van Bijbelse teksten en afbeeldingen van grote schilders, van Jan van Eyck tot Anselm Kiefer. Hij weet dit materiaal in een cultureel diverse en steeds veranderende context een frisse betekenis te geven. Deze culturele analyse opent de mogelijkheid van een gelijkwaardige dialoog met ruimte voor diversiteit en gezamenlijke spiritualiteit, niet alleen tussen christenen onderling, maar ook tussen christenen en gelovigen van andere religies. Een rijk boek met een lovenswaardige ambitie..
.
– Aat Brand, cultureel antropoloog met speciale aandacht voor religie.
.
Pieter Boersema is hoogleraar godsdienstwetenschappen en missiologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven.
From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets -IRCP 57
This book focuses on illicit drug transactions through drug marketplaces on the dark web, also called cryptomarkets. The dark web is an encrypted, small part of the internet not searchable by regular search engines.
These drug cryptomarkets offer an unprecedented opportunity to study a drug market and to monitor new trends in drug supply and demand. International research has provided some general insights into the profile, experiences and motivations of drug cryptomarket vendors and buyers. This research has however indicated that national differences exist regarding the different variables that relate to cryptomarket use and prevalence.
Therefore, in 2019, the Belgian Science Policy Office (BELSPO) commissioned and financed CRYPTODRUG shedding a first, yet necessary, light on illicit drug trade on cryptomarkets from a Belgian perspective. From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets discusses these CRYPTODRUG results. The book does not only focus on the profile of Belgian vendors selling illicit drugs on drug cryptomarkets, but also provides a first insight into the experiences and motivations of Belgian cryptomarket buyers.
Charlotte Colman is assistant professor of Drug Policy and Criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP)
Antoon Bronselaer is assistant professor of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
Marie-Sophie Devresse is a professor of Criminology at UClouvain and member of the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P)
Geert Slabbekoorn was a researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University during the CRYPTODRUG project
Sacha Piron was a researcher at the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P), UCLouvain, during the CRYPTODRUG project
Yoram Timmerman is a doctoral researcher of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets -IRCP 57
This book focuses on illicit drug transactions through drug marketplaces on the dark web, also called cryptomarkets. The dark web is an encrypted, small part of the internet not searchable by regular search engines.
These drug cryptomarkets offer an unprecedented opportunity to study a drug market and to monitor new trends in drug supply and demand. International research has provided some general insights into the profile, experiences and motivations of drug cryptomarket vendors and buyers. This research has however indicated that national differences exist regarding the different variables that relate to cryptomarket use and prevalence.
Therefore, in 2019, the Belgian Science Policy Office (BELSPO) commissioned and financed CRYPTODRUG shedding a first, yet necessary, light on illicit drug trade on cryptomarkets from a Belgian perspective. From the alley to the web. Belgian involvement on drug cryptomarkets discusses these CRYPTODRUG results. The book does not only focus on the profile of Belgian vendors selling illicit drugs on drug cryptomarkets, but also provides a first insight into the experiences and motivations of Belgian cryptomarket buyers.
Charlotte Colman is assistant professor of Drug Policy and Criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP)
Antoon Bronselaer is assistant professor of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
Marie-Sophie Devresse is a professor of Criminology at UClouvain and member of the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P)
Geert Slabbekoorn was a researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University during the CRYPTODRUG project
Sacha Piron was a researcher at the Interdiciplinary Research Centre on Deviance and Penality (CRID&P), UCLouvain, during the CRYPTODRUG project
Yoram Timmerman is a doctoral researcher of Computer Science Engineering at Ghent University and member of the research group Database, Document and Content Management (DDCM)
Grondbeginselen van de btw – Deel 3: Analyse van de invoer en uitvoer
In deel 1 wordt de invoer van goederen grondig geanalyseerd.
In deel 2 wordt de (vrijstelling) bij uitvoer van goederen geanalyseerd.
Ten slotte worden een aantal casussen inzake invoer, uitvoer, opschortende regelingen, internationaal vervoer en hiermee samenhangende diensten behandeld waarbij de btw-verplichtingen worden besproken.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 3: Analyse van de invoer en uitvoer
In deel 1 wordt de invoer van goederen grondig geanalyseerd.
In deel 2 wordt de (vrijstelling) bij uitvoer van goederen geanalyseerd.
Ten slotte worden een aantal casussen inzake invoer, uitvoer, opschortende regelingen, internationaal vervoer en hiermee samenhangende diensten behandeld waarbij de btw-verplichtingen worden besproken.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 2: Analyse van de intracommunautaire handelsstromen
In deel 1 wordt het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen geanalyseerd.
In deel 2 komt het intracommunautair driehoeksverkeer en intracommunautaire handelingen door een btw-eenheid aan bod.
Deel 3 bespreekt de transportdiensten en aanverwante diensten.
Deel 4 ten slotte analyseert het factureren van materieel werk (waaronder maakloonwerk) en expertise.
Telkens worden de lokalisatiecriteria bepaald en wordt aangeduid wie de schuldenaar van de btw is. Ook de btw-verplichtingen komen aan bod en meer bepaald de verwerking in de btw-aangifte.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Grondbeginselen van de btw – Deel 2: Analyse van de intracommunautaire handelsstromen
In deel 1 wordt het btw-stelsel van het B2B intracommunautair handelsverkeer van goederen geanalyseerd.
In deel 2 komt het intracommunautair driehoeksverkeer en intracommunautaire handelingen door een btw-eenheid aan bod.
Deel 3 bespreekt de transportdiensten en aanverwante diensten.
Deel 4 ten slotte analyseert het factureren van materieel werk (waaronder maakloonwerk) en expertise.
Telkens worden de lokalisatiecriteria bepaald en wordt aangeduid wie de schuldenaar van de btw is. Ook de btw-verplichtingen komen aan bod en meer bepaald de verwerking in de btw-aangifte.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert het vak btw aan de faculteit Economische Wetenschappen van de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee). Kenmerkend voor zijn boeken en artikelen is de heldere analyse van de btw-vraagstukken.
Opdrachtenkaarten – Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Opdrachtenkaarten – Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Het boek is bedoeld zowel voor therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan. De opdrachtkaarten zijn als set apart verkrijgbaar.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Oplossingsgericht werken bij neurologische en chronische aandoeningen en hun mantelzorgers
De zoektocht naar een perspectief voor patiënten met chronische aandoeningen en hun mantelzorgers was de aanzet om een specifieke therapeutische methodiek uit te werken. Centraal hierbij staan de oplossingsgerichte opdrachten. Ze werden zorgvuldig geselecteerd en verfijnd op basis van de behaalde resultaten. De opdrachten worden ondersteund door bijpassende opdrachtkaarten die specifiek werden uitgewerkt om als pasklare referentie te functioneren. De kaarten werden in een handig formaat gegoten, zodat de cliënt ze altijd bij zich kan hebben.
Het boek is bedoeld zowel voor therapeuten als cliënten die ermee aan de slag willen gaan. De opdrachtkaarten zijn als set apart verkrijgbaar.
Caroline Volckaert is oplossingsgericht psychotherapeut en werkt al 15 jaar met mensen met een chronische aandoening.
Behaviorally Informed Interviewing
Tom WILLEMS is a senior investigator of fraud and corruption cases. After having served 10 years in the Anti-Corruption and Internal Affairs departments of the Belgian Federal Police, he has been an investigator in the European Anti-Fraud Office of the European Union (OLAF) for over 15 years. He has conducted criminal and administrative fraud and corruption investigations in various fields and in cooperation with a vast array of national and international law enforcement and inspection services. He has been teaching and lecturing on interviewing techniques throughout his career, both to national and international organisations. He is a member of the International Investigative Interviewing Research Group and lecturer at the International Anti-Corruption Academy in Vienna.
When ordering this title from abroad please send us an email (info@maklu.be/info@maklu.nl) with your address-details.
Behaviorally Informed Interviewing
Tom WILLEMS is a senior investigator of fraud and corruption cases. After having served 10 years in the Anti-Corruption and Internal Affairs departments of the Belgian Federal Police, he has been an investigator in the European Anti-Fraud Office of the European Union (OLAF) for over 15 years. He has conducted criminal and administrative fraud and corruption investigations in various fields and in cooperation with a vast array of national and international law enforcement and inspection services. He has been teaching and lecturing on interviewing techniques throughout his career, both to national and international organisations. He is a member of the International Investigative Interviewing Research Group and lecturer at the International Anti-Corruption Academy in Vienna.
When ordering this title from abroad please send us an email (info@maklu.be/info@maklu.nl) with your address-details.
Antwerpen, Romeinse stad?
Met bijdragen van Jan M.F. Van Reeth, Guido Cuyt, Alfred Michiels en Toon van Hal.
Jan M.F. Van Reeth is classicus en oriëntalist. Hij is onder meer voorzitter van het Nederlands Klassiek Verbond en doceert over godsdienstgeschiedenis van het Nabije Oosten. Hij publiceerde bij Garant het boek Kalam over Arabische theologie.
Antwerpen, Romeinse stad?
Met bijdragen van Jan M.F. Van Reeth, Guido Cuyt, Alfred Michiels en Toon van Hal.
Jan M.F. Van Reeth is classicus en oriëntalist. Hij is onder meer voorzitter van het Nederlands Klassiek Verbond en doceert over godsdienstgeschiedenis van het Nabije Oosten. Hij publiceerde bij Garant het boek Kalam over Arabische theologie.
Leven met een chronische aandoening. Patiënten aan het woord
An Debaene liet zestien personen aan het woord die getuigden over hun ziekte. Daarmee hoopte zij die overeenkomsten en parallellen te vinden. Met dit boek wil zij de persoon met een chronische aandoening erkenning geven, personen met verschillende chronische aandoeningen dichter bij elkaar brengen en de samenleving wijzen op de verschillende aspecten die het welbevinden en de levenskwaliteit van de chronisch zieke mee bepalen. Wat ervaren zij hetzelfde, wat bindt hen en hoe zouden zij een steun kunnen betekenen voor elkaar? Maar ook, wat kunnen anderen, niet chronisch zieken en zorgverleners ‘mee-dragen’ en doen.
An Debaene is licentiaat in de communicatiewetenschappen (KULeuven) en contextueel therapeut (Leren over Leven). Zij lijdt aan een chronische aandoening en is daardoor ervaringsdeskundige. Dit boek steunt op haar wetenschappelijk onderzoek aan het Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Antwerpen, onder leiding van prof. dr. Hilde Bastiaens en dr. Luc Debaene.
Leven met een chronische aandoening. Patiënten aan het woord
An Debaene liet zestien personen aan het woord die getuigden over hun ziekte. Daarmee hoopte zij die overeenkomsten en parallellen te vinden. Met dit boek wil zij de persoon met een chronische aandoening erkenning geven, personen met verschillende chronische aandoeningen dichter bij elkaar brengen en de samenleving wijzen op de verschillende aspecten die het welbevinden en de levenskwaliteit van de chronisch zieke mee bepalen. Wat ervaren zij hetzelfde, wat bindt hen en hoe zouden zij een steun kunnen betekenen voor elkaar? Maar ook, wat kunnen anderen, niet chronisch zieken en zorgverleners ‘mee-dragen’ en doen.
An Debaene is licentiaat in de communicatiewetenschappen (KULeuven) en contextueel therapeut (Leren over Leven). Zij lijdt aan een chronische aandoening en is daardoor ervaringsdeskundige. Dit boek steunt op haar wetenschappelijk onderzoek aan het Centrum voor Huisartsgeneeskunde van de Universiteit Antwerpen, onder leiding van prof. dr. Hilde Bastiaens en dr. Luc Debaene.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk (5e)
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, de exhibitieplicht, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht en de descente worden behandeld. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht.
De auteurs zijn allen werkzaam bij Houthoff.
Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk (5e)
Bijzondere aandacht gaat uit naar de stelplicht, de gemotiveerde betwisting, de regels van bewijslastverdeling waaronder bewijsverlichtingsmogelijkheden, de vereisten voor een bewijsaanbod en de bewijswaardering door de rechter. Ook de informatieplichten, de exhibitieplicht, bewijs door geschriften en het (voorlopige) getuigenverhoor, deskundigenbericht en de descente worden behandeld. Tot slot komt het bewijsrecht in een aantal bijzondere procedures aan bod, alsmede grensoverschrijdende bewijsverkrijging en internationaal bewijsrecht.
De auteurs zijn allen werkzaam bij Houthoff.
Onroerende leasing als financieringstechniek
In dit boek worden de btw-lease en de sale-and-lease-back geanalyseerd vanuit economisch perspectief. Hoe financiert men best een investering in vastgoed (kantoren, handelsruimte, …)? Wat bij investeringen door openbare besturen? Beantwoordt een sale-and-lease-back aan de voorwaarden om van een btw-lease met recht op aftrek van de voorbelasting te genieten?
Aan de hand van een overzicht van de rechtsleer, rechtspraak en administratieve standpunten worden de voorwaarden waaraan een btw-lease dient te voldoen in detail geanalyseerd.
Ook de alternatieven voor onroerende btw-leases en in het bijzonder het optioneel verhuren mét btw komen aan bod.
Ten slotte worden de resultaten van een internationale studie besproken inzake de determinanten van de hoogte van huurprijzen bij verhuur van kantoorgebouwen.
Nicolas Mertens is master in de toegepaste economische wetenschappen. Zijn interesse en specialiteit liggen in het domein van de bedrijfsfinanciering. De vastgoedsector en de projectfinanciering behoren tot zijn bijzondere interessesfeer.
Onroerende leasing als financieringstechniek
In dit boek worden de btw-lease en de sale-and-lease-back geanalyseerd vanuit economisch perspectief. Hoe financiert men best een investering in vastgoed (kantoren, handelsruimte, …)? Wat bij investeringen door openbare besturen? Beantwoordt een sale-and-lease-back aan de voorwaarden om van een btw-lease met recht op aftrek van de voorbelasting te genieten?
Aan de hand van een overzicht van de rechtsleer, rechtspraak en administratieve standpunten worden de voorwaarden waaraan een btw-lease dient te voldoen in detail geanalyseerd.
Ook de alternatieven voor onroerende btw-leases en in het bijzonder het optioneel verhuren mét btw komen aan bod.
Ten slotte worden de resultaten van een internationale studie besproken inzake de determinanten van de hoogte van huurprijzen bij verhuur van kantoorgebouwen.
Nicolas Mertens is master in de toegepaste economische wetenschappen. Zijn interesse en specialiteit liggen in het domein van de bedrijfsfinanciering. De vastgoedsector en de projectfinanciering behoren tot zijn bijzondere interessesfeer.
ToM training. Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties
In 2009 is de opvolger van de ToM test -de ToM test –R- verschenen en dit betekende een aanscherping van de mogelijkheid om op een gedifferentieerde wijze Theory Of Mind (ToM) te meten. De ToM test-R maakt een sterkte-zwakteanalyse van het ToM-profiel en dit vormt de basis voor het programma van de ToM-training Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties.
De ToM-training is te gebruiken bij kinderen en jeugdigen met sociaal immatuur gedrag en uitvallen of vertragingen in sociale cognities en ToM, in het bijzonder de doelgroep autismespectrumstoornissen (ASS).
Het boek biedt een complete training met bijlagen, direct bruikbaar voor hulpverleners en leerkrachten (in opleiding).
Dr. Pim Steerneman is als bestuursvoorzitter verbonden aan Sevagram Zuid Limburg.
ToM training. Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties
In 2009 is de opvolger van de ToM test -de ToM test –R- verschenen en dit betekende een aanscherping van de mogelijkheid om op een gedifferentieerde wijze Theory Of Mind (ToM) te meten. De ToM test-R maakt een sterkte-zwakteanalyse van het ToM-profiel en dit vormt de basis voor het programma van de ToM-training Leren denken over denken en leren begrijpen van emoties.
De ToM-training is te gebruiken bij kinderen en jeugdigen met sociaal immatuur gedrag en uitvallen of vertragingen in sociale cognities en ToM, in het bijzonder de doelgroep autismespectrumstoornissen (ASS).
Het boek biedt een complete training met bijlagen, direct bruikbaar voor hulpverleners en leerkrachten (in opleiding).
Dr. Pim Steerneman is als bestuursvoorzitter verbonden aan Sevagram Zuid Limburg.
Kom, we gaan een haai melken. Een verhaal over wat we kunnen leren van familieleden met dementie
Op een dag heeft Ward een heel moeilijke opdracht voor school en niemand kan hem helpen.
Of toch wel? Samen gaan ze op pad in Oma’s wereld en ontdekken ze dat Oma nog veel meer weet dan Ward had kunnen denken.
Dit is een boek over positief omgaan met personen met dementie, over hoe de persoon te aanvaarden zoals hij of zij nu is en opnieuw dingen te ontdekken die je kunt doen om samen zinvolle, liefhebbende en verrijkende momenten te beleven.
Neem ook een kijkje op de weblink om hierover meer te ontdekken.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validationwerker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon en Zorgcentrum Heilig Hart in Grimbergen. Ze schreef eerder Angèle heeft u nodig!, een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Kom, we gaan een haai melken. Een verhaal over wat we kunnen leren van familieleden met dementie
Op een dag heeft Ward een heel moeilijke opdracht voor school en niemand kan hem helpen.
Of toch wel? Samen gaan ze op pad in Oma’s wereld en ontdekken ze dat Oma nog veel meer weet dan Ward had kunnen denken.
Dit is een boek over positief omgaan met personen met dementie, over hoe de persoon te aanvaarden zoals hij of zij nu is en opnieuw dingen te ontdekken die je kunt doen om samen zinvolle, liefhebbende en verrijkende momenten te beleven.
Neem ook een kijkje op de weblink om hierover meer te ontdekken.
Amber ten Brink heeft een diploma Vrije Grafiek van de Academie van Antwerpen. Daarnaast heeft ze getuigschriften van de opleiding voor zorgkundige, Referentiepersoon Dementie en gecertificeerd Validationwerker. Op dit moment werkt ze als activiteitenbegeleider in het Woon en Zorgcentrum Heilig Hart in Grimbergen. Ze schreef eerder Angèle heeft u nodig!, een educatief bordspel over omgaan met personen met dementie (Creare Depuydt en partners, 2018) en het prentenboek Touwtje springen met Oma (Garant, 2014).
Comm~unity. From a place to live to a shared neighbourhood
Comm~unity. From a place to live to a shared neighbourhood
De tijd hangt uit zijn naad. Hamlet en de psychoanalyse (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 13)
Met bijdragen van Jan Frans van Dijkhuizen, Annelies van Hees, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Marc De Kesel, Jos de Kroon, Peter Verstraten, Bart Vieveen.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuur wetenschap aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film. Sjef Houppermans is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur; hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
De tijd hangt uit zijn naad. Hamlet en de psychoanalyse (Reeks Psychoanalyse en Cultuur, nr. 13)
Met bijdragen van Jan Frans van Dijkhuizen, Annelies van Hees, Yasco Horsman, Sjef Houppermans, Marc De Kesel, Jos de Kroon, Peter Verstraten, Bart Vieveen.
Peter Verstraten is voorzitter van de opleiding Film- en Literatuur wetenschap aan de Universiteit Leiden. Zijn meest recente studie is Humour and Irony in Dutch Post-war Fiction Film. Sjef Houppermans is voorzitter van de Stichting Psychoanalyse en Cultuur; hij is als onderzoeker verbonden aan de Universiteit Leiden.
Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Ontregeling en vermoeden. Ironie en de moderne Nederlandse roman (Academisch literair, nr 13)
In een wereld waarin iedere absolute zekerheid ontbreekt, lijkt de zoektocht naar houvast op het springen van de ene ijsschots naar de andere. De reactie op deze menselijke situatie kan spreken uit de notie ironie die ondermijnt wat als zekerheid gepresenteerd wordt en juist daardoor nieuwe perspectieven mogelijk maakt.
Deze eigenschap van de ironie kan optimaal ingezet worden in de literatuur, die op zichzelf al relativering inhoudt vanwege haar eigenschap andere werelden te verbeelden. Iedere roman presenteert immers een eigen wereld die de reële wereld in een ander licht plaatst.
Interpreteren van al die diverse werelden in woorden is allereerst gericht op de tekst en zijn context. Daarbij past het de lezer zijn onvermijdelijke subjectiviteit onder ogen te zien en zich bij het leesproces niet te laten afleiden door zijn eigen oordelen en vooroordelen.
Vanuit deze invalshoek worden, na een uiteenzetting van het gehanteerde ironiebegrip en van de benutte theorie, drie cruciale romans uit de Nederlandse literatuur geïnterpreteerd. In Max Havelaar van Multatuli wordt de ironie gebruikt om bepaalde personages en situaties te ondergraven. Bint van Bordewijk confronteert via de ironie de lezer met het probleem of uit de tekst al dan niet de wenselijkheid van strenge tucht spreekt. Mystiek lichaam van Kellendonk brengt de ironie met haar kritische relativering in het hart van de thematiek. Bij dit alles geldt dat de ironie als zodanig weliswaar relativeert, maar niet bagatelliseert.
Kees de Graaf heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de RU Leiden en is in 2018 gepromoveerd aan de KU Leuven met de studie Ontregeling en vermoeden, Ironie en de moderne Nederlandse roman, waarop dit boek gebaseerd is. Behalve artikelen over ironie heeft hij ook geschreven over Vestdijk, Debussy, Musil en Rorty.
Ontregeling en vermoeden. Ironie en de moderne Nederlandse roman (Academisch literair, nr 13)
In een wereld waarin iedere absolute zekerheid ontbreekt, lijkt de zoektocht naar houvast op het springen van de ene ijsschots naar de andere. De reactie op deze menselijke situatie kan spreken uit de notie ironie die ondermijnt wat als zekerheid gepresenteerd wordt en juist daardoor nieuwe perspectieven mogelijk maakt.
Deze eigenschap van de ironie kan optimaal ingezet worden in de literatuur, die op zichzelf al relativering inhoudt vanwege haar eigenschap andere werelden te verbeelden. Iedere roman presenteert immers een eigen wereld die de reële wereld in een ander licht plaatst.
Interpreteren van al die diverse werelden in woorden is allereerst gericht op de tekst en zijn context. Daarbij past het de lezer zijn onvermijdelijke subjectiviteit onder ogen te zien en zich bij het leesproces niet te laten afleiden door zijn eigen oordelen en vooroordelen.
Vanuit deze invalshoek worden, na een uiteenzetting van het gehanteerde ironiebegrip en van de benutte theorie, drie cruciale romans uit de Nederlandse literatuur geïnterpreteerd. In Max Havelaar van Multatuli wordt de ironie gebruikt om bepaalde personages en situaties te ondergraven. Bint van Bordewijk confronteert via de ironie de lezer met het probleem of uit de tekst al dan niet de wenselijkheid van strenge tucht spreekt. Mystiek lichaam van Kellendonk brengt de ironie met haar kritische relativering in het hart van de thematiek. Bij dit alles geldt dat de ironie als zodanig weliswaar relativeert, maar niet bagatelliseert.
Kees de Graaf heeft Nederlandse taal en letterkunde gestudeerd aan de RU Leiden en is in 2018 gepromoveerd aan de KU Leuven met de studie Ontregeling en vermoeden, Ironie en de moderne Nederlandse roman, waarop dit boek gebaseerd is. Behalve artikelen over ironie heeft hij ook geschreven over Vestdijk, Debussy, Musil en Rorty.
Rekeningrijden. Een goed idee?
Dit boek legt uit waar het idee van rekeningrijden vandaan komt, wie het promoot en hoe het op de beleidsagenda kwam. Een kritische analyse toont aan dat zowel voor- als tegenstanders zinvolle en minder zinvolle argumenten gebruiken. Door een brede waaier aan standpunten en wetenschappelijke kennisvelden aan bod te laten komen, biedt het boek een welkome aanvulling op de bestaande literatuur over dit onderwerp.
Thomas Vanoutrive is verbonden aan de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling en het Urban Studies Institute aan de Universiteit Antwerpen, waar hij verschillende vakken doceert in de opleiding Stedenbouw en Ruimtelijke Planning. Hij behaalde een dubbeldoctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en de Geografie, en in zijn onderzoek analyseert hij ruimtelijk en transportbeleid. Naast artikels in internationale vaktijdschriften, publiceert hij ook voor een ruimer publiek. Zo schreef hij eerder samen met prof. Kobe Boussauw het boek 'Het mobielste land ter wereld'.
Rekeningrijden. Een goed idee?
Dit boek legt uit waar het idee van rekeningrijden vandaan komt, wie het promoot en hoe het op de beleidsagenda kwam. Een kritische analyse toont aan dat zowel voor- als tegenstanders zinvolle en minder zinvolle argumenten gebruiken. Door een brede waaier aan standpunten en wetenschappelijke kennisvelden aan bod te laten komen, biedt het boek een welkome aanvulling op de bestaande literatuur over dit onderwerp.
Thomas Vanoutrive is verbonden aan de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling en het Urban Studies Institute aan de Universiteit Antwerpen, waar hij verschillende vakken doceert in de opleiding Stedenbouw en Ruimtelijke Planning. Hij behaalde een dubbeldoctoraat in de Toegepaste Economische Wetenschappen en de Geografie, en in zijn onderzoek analyseert hij ruimtelijk en transportbeleid. Naast artikels in internationale vaktijdschriften, publiceert hij ook voor een ruimer publiek. Zo schreef hij eerder samen met prof. Kobe Boussauw het boek 'Het mobielste land ter wereld'.
Blindness and Occupation in a Chinese city
The focus of the book is people with visual impairments’ occupations in the urban landscape of Kunming. Occupation is meant to be multidimensional, including what people do and how they embody the urban space, leading into its creative use with its social, economic, political, and spiritual implications.
The book concentrates on the most obvious occupation of blind massage in Kunming, but also fortune teller are distinct occupations of blind people. Thus, the book opens to local knowledge in urban settings in contemporary China.
Blindness and Occupation in a Chinese city
The focus of the book is people with visual impairments’ occupations in the urban landscape of Kunming. Occupation is meant to be multidimensional, including what people do and how they embody the urban space, leading into its creative use with its social, economic, political, and spiritual implications.
The book concentrates on the most obvious occupation of blind massage in Kunming, but also fortune teller are distinct occupations of blind people. Thus, the book opens to local knowledge in urban settings in contemporary China.
Btw-eetjes deel 15
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 15
Het gaat om praktische vragen waarmee elke accountant, belastingconsulent of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waarop men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor u snel vindt wat u zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Hogeschool Gent en de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Gemeentelijke Administratieve Sancties (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Gemeentelijke Administratieve Sancties (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Outsiderliteratuur. “Waanzinnige” auteurs in het Nederlands- en Frantalige discours na 1960. (Academisch literair, nr. 12)
In Outsiderliteratuur biedt Arnout De Cleene een analyse van de manier waarop recensenten, wetenschappers, bloemlezers en auteurs over outsiderliteratuur spreken in de tweede helft van de twintigste en aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Dat gebeurt vanuit een discoursanalytisch perspectief. Daarvoor wordt het werk van de Franse filosoof Michel Foucault kritisch bekeken en nadien ingezet om verschillende casussen uit het Nederlands- en Franstalige gebied te onderzoeken. Bloemlezingen van gestoorde teksten of écrits bruts, literatuur geschreven door gedoemde dichters of fous littéraires, en auteurs als Jan Arends, J.M.H. Berckmans, Sophie Podolski en Simon Vinkenoog komen aan bod. Op die manier belicht deze studie de plaats die de waanzinnige auteur inneemt in het literaire spreken en krijgt de lezer een antwoord op de vraag hoe waanzin en literatuur ten opzichte van elkaar functioneren.
Arnout De Cleene studeerde cultuur- en literatuurwetenschappen. Hij cureert tentoonstellingen en publiceert over een brede waaier aan literaire, artistieke en culturele onderwerpen.
Outsiderliteratuur. “Waanzinnige” auteurs in het Nederlands- en Frantalige discours na 1960. (Academisch literair, nr. 12)
In Outsiderliteratuur biedt Arnout De Cleene een analyse van de manier waarop recensenten, wetenschappers, bloemlezers en auteurs over outsiderliteratuur spreken in de tweede helft van de twintigste en aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Dat gebeurt vanuit een discoursanalytisch perspectief. Daarvoor wordt het werk van de Franse filosoof Michel Foucault kritisch bekeken en nadien ingezet om verschillende casussen uit het Nederlands- en Franstalige gebied te onderzoeken. Bloemlezingen van gestoorde teksten of écrits bruts, literatuur geschreven door gedoemde dichters of fous littéraires, en auteurs als Jan Arends, J.M.H. Berckmans, Sophie Podolski en Simon Vinkenoog komen aan bod. Op die manier belicht deze studie de plaats die de waanzinnige auteur inneemt in het literaire spreken en krijgt de lezer een antwoord op de vraag hoe waanzin en literatuur ten opzichte van elkaar functioneren.
Arnout De Cleene studeerde cultuur- en literatuurwetenschappen. Hij cureert tentoonstellingen en publiceert over een brede waaier aan literaire, artistieke en culturele onderwerpen.
Lineair programmeren voor het management
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport - CA, State approved university), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS) en gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL).
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch – als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Lineair programmeren voor het management
Daardoor kan iedereen bedrijfskundige vraagstukken oplossen waarbij hulpmiddelen van een onderneming op de meest optimale manier moeten worden toegewezen. Voor meer complexe vraagstukken wordt er gebruik gemaakt van Oplosser in Excel. Deze tool wordt uitgebreid toegelicht en toegepast.
Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken: de eerste drie hoofdstukken bevatten onderwerpen uit de algebra die vereist zijn om het lineair programmeren te kunnen begrijpen. Het lineair programmeren zelf komt aan bod in het vierde hoofdstuk. In het laatste hoofdstuk wordt de toepassing van het lineair programmeren met Excel op bedrijfskundige vraagstukken uitvoerig gedemonstreerd.
In de bijlagen zijn vraagstukken opgenomen om de opgedane kennis te toetsen.
dr. Jacques Van Der Elst is doctor in business administration (Newport - CA, State approved university), master in accountancy (VLEKHO), master in financieel management van ondernemingen (VLEKHO), gediplomeerde in de boekhoudkundige expertise (LETHAS) en gegradueerde in de boekhouding (Hogere Handelsleergangen SINT-GABRIEL).
Hij bekleedde meerdere financiële directiefuncties in grote ondernemingen en was als accountant gerechtsdeskundige bij diverse Rechtbanken van Koophandel.
J. Van Der Elst doceerde zowel op academisch – als hogeschoolniveau en gaf vakken zoals statistiek, financiële wiskunde, financieel management, financiële analyse, beleggingsleer, bedrijfseconomie en cost accounting.
De auteur was ook lid van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten (IAB). Meer dan 20 jaar is hij bij het IAB jurylid geweest van de eindexamencommissies.
Zijn vele publicaties situeren zich in de domeinen van de toegepaste wiskunde, het financieel management, de bedrijfseconomie en de accountancy.
Private veiligheid (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat, naast de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, ook een aantal Wetten en Koninklijke Besluiten die van belang zijn voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten, de vergunningen, veiligheidsadvies, de bevoegdheden, specifieke activiteitendomeinen, bewakingscamera’s, alarmsystemen, drones, … Studenten, rechtspractici, ondernemingen, interne bewakingsdiensten, beoefenaars van bewakingsactiviteiten, gemeenschapswachten, privédetectives, politie, magistraten en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Private veiligheid (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat, naast de Wet tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, ook een aantal Wetten en Koninklijke Besluiten die van belang zijn voor de uitoefening van bewakingsactiviteiten, de vergunningen, veiligheidsadvies, de bevoegdheden, specifieke activiteitendomeinen, bewakingscamera’s, alarmsystemen, drones, … Studenten, rechtspractici, ondernemingen, interne bewakingsdiensten, beoefenaars van bewakingsactiviteiten, gemeenschapswachten, privédetectives, politie, magistraten en overheden beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Sociaal Strafwetboek (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van het Sociaal Strafwetboek. De preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van inbreuken op sociale wetgeving, en de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude, komen aan bod. Studenten, rechtspractici, werkgevers, werknemers, preventieadviseurs, sociaal inspecteurs, politie, magistraten, overheden en administraties beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Sociaal Strafwetboek (Bronnenboek)
Dit Bronnenboek bevat de gecoördineerde versie van het Sociaal Strafwetboek. De preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van inbreuken op sociale wetgeving, en de strijd tegen illegale arbeid en sociale fraude, komen aan bod. Studenten, rechtspractici, werkgevers, werknemers, preventieadviseurs, sociaal inspecteurs, politie, magistraten, overheden en administraties beschikken met dit zakwetboekje over een accurate, zeer recente en voordelige tekstuitgave.
Bijgewerkt tot 1 mei 2020.
Een elektronische verzameling van de uitvoeringsbesluiten is beschikbaar bij onze partner www.lexington.be.
Leerzame krimpregio’s. Ruimte & Maatschappij – Jg.11, nr.3 (april 2020)
Ziedaar meteen de uitdagingen aan het hoger en middelbaar beroepsonderwijs. Sinds bijna twintig jaar hebben die instellingen tevens onderzoeks- en innovatiegerichte functies. Uiteraard ook de regionale opleidingencentra en hogescholen. Die werken veelal nauw samen met educatieve, zorg- en andere instellingen in en om kleine steden en dorpen.
Negen auteurs bieden in dit themanummer Leerzame krimpregio’s behalve historische en sociaal-ecologische perspectieven ook concrete voorbeelden van praktijkgericht onderzoek. Werk in uitvoering dus bij krachtige leerkringen, met digitale technologie, bij kansen zien en die benutten, onder andere met en voor laaggeletterden, en bij steun aan zelforganisatie op het platteland.
Leerzame krimpregio’s. Ruimte & Maatschappij – Jg.11, nr.3 (april 2020)
Ziedaar meteen de uitdagingen aan het hoger en middelbaar beroepsonderwijs. Sinds bijna twintig jaar hebben die instellingen tevens onderzoeks- en innovatiegerichte functies. Uiteraard ook de regionale opleidingencentra en hogescholen. Die werken veelal nauw samen met educatieve, zorg- en andere instellingen in en om kleine steden en dorpen.
Negen auteurs bieden in dit themanummer Leerzame krimpregio’s behalve historische en sociaal-ecologische perspectieven ook concrete voorbeelden van praktijkgericht onderzoek. Werk in uitvoering dus bij krachtige leerkringen, met digitale technologie, bij kansen zien en die benutten, onder andere met en voor laaggeletterden, en bij steun aan zelforganisatie op het platteland.
Wetboek Belgische nationaliteit met uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 15 april 2020.
Wetboek Belgische nationaliteit met uitvoeringsbesluiten en omzendbrieven (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 15 april 2020.
Invordering van fiscale en niet-fiscale schulden (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 april 2020.
Invordering van fiscale en niet-fiscale schulden (Bronnenboek)
Bijgewerkt tot 1 april 2020.
Behaviour detection. Evaluatie van het Belgisch opleidingsaanbod (Gandaius Meesterlijk 8)
De opleidingen vertonen diverse gelijkenissen, maar ook opmerkelijke verschillen, en worden elk gekenmerkt door eigen sterktes en zwaktes. Vergelijking ervan laat toe om oplossingen te suggereren voor opduikende praktijkproblemen.
“Bo De Clercq levert met haar uitstekend onderzoek een unieke inkijk in de toekomst en valkuilen van behaviour detection.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
Behaviour detection. Evaluatie van het Belgisch opleidingsaanbod (Gandaius Meesterlijk 8)
De opleidingen vertonen diverse gelijkenissen, maar ook opmerkelijke verschillen, en worden elk gekenmerkt door eigen sterktes en zwaktes. Vergelijking ervan laat toe om oplossingen te suggereren voor opduikende praktijkproblemen.
“Bo De Clercq levert met haar uitstekend onderzoek een unieke inkijk in de toekomst en valkuilen van behaviour detection.”
Prof. Dr. Gert Vermeulen
In quarantaine. Zelfregulatie bij psychische gevolgen van COVID-19
Ann Bergmans is als oplossingsgericht, cognitief systeemtherapeut verbonden aan groepspraktijk De Bouwsteen in Lommel. Ze volgde een opleiding aan het Korzybski instituut te Antwerpen en Brugge. Zij behaalde ook een certificaat tot hartcoherentie coach en EMDR-therapeut. Zij is ook auteur van het boek Oplossingsgericht bouwen aan relaties (Garant, 2019).
In quarantaine. Zelfregulatie bij psychische gevolgen van COVID-19
Ann Bergmans is als oplossingsgericht, cognitief systeemtherapeut verbonden aan groepspraktijk De Bouwsteen in Lommel. Ze volgde een opleiding aan het Korzybski instituut te Antwerpen en Brugge. Zij behaalde ook een certificaat tot hartcoherentie coach en EMDR-therapeut. Zij is ook auteur van het boek Oplossingsgericht bouwen aan relaties (Garant, 2019).
Het misantropisme van het rechtsdenken.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor de westerse samenleving. Eerder publiceerde hij Te weinig democratie? (Kritiek, 1987), Wereld. Over objectivisme, subjectivisme en naïviteit (Garant, 2005), en Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap (Garant, 2008).
Het misantropisme van het rechtsdenken.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor de westerse samenleving. Eerder publiceerde hij Te weinig democratie? (Kritiek, 1987), Wereld. Over objectivisme, subjectivisme en naïviteit (Garant, 2005), en Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap (Garant, 2008).
Adolf Hitlers nationaalsocialisme. Van ideologie tot massamoord
In aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog zou dit geheel van volksnationalistische en racistische opvattingen een bepalende rol spelen. En hoewel heel wat gebeurtenissen uit de grote wereldbrand tot het collectief geheugen behoren, is de kennis van het nationaalsocialisme in de eenentwintigste eeuw grotendeels vervaagd. Het nazisme omvatte immers nog veel meer dan de volkerenmoord op de Joden of het voeren van oorlog om meer Lebensraum voor het Duitse volk te veroveren. Binnen deze wereldbeschouwing had Adolf Hitler een duidelijke mening over alle aspecten van en problemen in de samenleving. Vele van deze pijnpunten zijn ook nu nog brandend actueel. De oplossingen die de nazi’s formuleerden tijdens het interbellum steken geregeld opnieuw de kop op. En wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen.
Bovendien levert de studie van het nationaalsocialisme een onverwachte bonus op. Het wordt immers duidelijk hoe een land, dat na de Grote Oorlog op sterven na dood was, in enkele jaren tijd opnieuw tot een militaire supermacht kon opgebouwd worden. En dat verhaal is allesbehalve populair bij een aantal overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog.
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
Adolf Hitlers nationaalsocialisme. Van ideologie tot massamoord
In aanloop naar en tijdens de Tweede Wereldoorlog zou dit geheel van volksnationalistische en racistische opvattingen een bepalende rol spelen. En hoewel heel wat gebeurtenissen uit de grote wereldbrand tot het collectief geheugen behoren, is de kennis van het nationaalsocialisme in de eenentwintigste eeuw grotendeels vervaagd. Het nazisme omvatte immers nog veel meer dan de volkerenmoord op de Joden of het voeren van oorlog om meer Lebensraum voor het Duitse volk te veroveren. Binnen deze wereldbeschouwing had Adolf Hitler een duidelijke mening over alle aspecten van en problemen in de samenleving. Vele van deze pijnpunten zijn ook nu nog brandend actueel. De oplossingen die de nazi’s formuleerden tijdens het interbellum steken geregeld opnieuw de kop op. En wie de geschiedenis niet kent, is gedoemd om ze te herhalen.
Bovendien levert de studie van het nationaalsocialisme een onverwachte bonus op. Het wordt immers duidelijk hoe een land, dat na de Grote Oorlog op sterven na dood was, in enkele jaren tijd opnieuw tot een militaire supermacht kon opgebouwd worden. En dat verhaal is allesbehalve populair bij een aantal overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog.
Luc Vanhixe werd gevormd aan de Koninklijke Militaire School in Brussel. Gedurende zijn hele loopbaan als officier was hij geboeid door militaire geschiedenis in het algemeen en de Tweede Wereldoorlog in het bijzonder. Zodra hij met pensioen was heeft hij zich voltijds aan deze passie gewijd. Als auteur maakt hij er een erezaak van om de platgetreden paden te verlaten en historische feiten die lang vergeten zijn of niet in de klassieke geschiedschrijving opgenomen werden, opnieuw een plaats te geven.
Strategic market position of the European Crime Prevention Network
Whilst the EUCPN proves a well-equipped, versatile and multipurpose network in the EU crime prevention area, consolidation and further boosting are due. Key suggestions are to enhance outputs and visibility, to intensify existing partnerships, to broaden target and beneficiary audiences, including at local levels, to implement practice-oriented, multi-language and multimedia approaches, and to focus on the implementation, monitoring, coordination and evaluation of crime prevention policies or strategies, including through cooperation with academia.
Gert Vermeulen is senior full professor of international and European criminal law at Ghent University and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Wim Hardyns is assistant professor of criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Lieven Pauwels is associate professor of criminology at Ghent University, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Jonas Dieussaert is researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
Strategic market position of the European Crime Prevention Network
Whilst the EUCPN proves a well-equipped, versatile and multipurpose network in the EU crime prevention area, consolidation and further boosting are due. Key suggestions are to enhance outputs and visibility, to intensify existing partnerships, to broaden target and beneficiary audiences, including at local levels, to implement practice-oriented, multi-language and multimedia approaches, and to focus on the implementation, monitoring, coordination and evaluation of crime prevention policies or strategies, including through cooperation with academia.
Gert Vermeulen is senior full professor of international and European criminal law at Ghent University and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Wim Hardyns is assistant professor of criminology at Ghent University and member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) and the Knowledge and Research Platform Privacy, Information Exchange, Law Enforcement and Surveillance (PIXLES).
Lieven Pauwels is associate professor of criminology at Ghent University, and director of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Jonas Dieussaert is researcher at the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP), Ghent University.
Verhuur van kamers en vakantieverblijven.
Dit boek bespreekt op praktische wijze de verhuur van kamers en vakantieverblijven en legt ook uit wanneer er wél btw kan (moet) aangerekend worden. Btw aanrekenen (6 %) opent immers correlatief recht op aftrek voor de investerings- en exploitatieuitgaven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Verhuur van kamers en vakantieverblijven.
Dit boek bespreekt op praktische wijze de verhuur van kamers en vakantieverblijven en legt ook uit wanneer er wél btw kan (moet) aangerekend worden. Btw aanrekenen (6 %) opent immers correlatief recht op aftrek voor de investerings- en exploitatieuitgaven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Stopzetting. Regularisaties inzake btw in het kader van stopzetting of overdracht van de zaak.
In het kader van een stopzetting of overlating van de zaak moeten in de praktijk onttrekkingen en herzieningen worden verricht. Hoe en wanneer welke correctie moet worden verricht, wordt met voorbeelden geïllustreerd.
Wat bij een faillissement? Wie moet welke btw-verplichtingen voldoen? Is er een termijn waarbinnen een btw-controle in het kader van stopzetting moet gebeuren? Wanneer worden tegoeden uitbetaald? Heeft de belastingplichtige die stopzet recht op een intrest op zijn nog niet teruggegeven tegoed?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Stopzetting. Regularisaties inzake btw in het kader van stopzetting of overdracht van de zaak.
In het kader van een stopzetting of overlating van de zaak moeten in de praktijk onttrekkingen en herzieningen worden verricht. Hoe en wanneer welke correctie moet worden verricht, wordt met voorbeelden geïllustreerd.
Wat bij een faillissement? Wie moet welke btw-verplichtingen voldoen? Is er een termijn waarbinnen een btw-controle in het kader van stopzetting moet gebeuren? Wanneer worden tegoeden uitbetaald? Heeft de belastingplichtige die stopzet recht op een intrest op zijn nog niet teruggegeven tegoed?
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Recht op toegang tot inrichtingen van cultuur, sport of vermaak.
De bijlage III van de richtlijn 2006/112/CE van 28 november 2006 beoogt het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen. De bepaling vermeld onder rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 is uitgebreider voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % dan de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EU, en zij beoogt het recht op toegang en gebruik van inrichtingen voor cultuur en vermaak, naast het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen.
Dit boek bevat een overzicht van gevallen waarin het verlaagd btw-tarief kan, maar ook van de gevallen waar het niet kan.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Recht op toegang tot inrichtingen van cultuur, sport of vermaak.
De bijlage III van de richtlijn 2006/112/CE van 28 november 2006 beoogt het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen. De bepaling vermeld onder rubriek XXVIII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 is uitgebreider voor de toepassing van het verlaagd tarief van 6 % dan de bijlage III van de richtlijn 2006/112/EU, en zij beoogt het recht op toegang en gebruik van inrichtingen voor cultuur en vermaak, naast het recht op toegang en gebruik van sportinrichtingen.
Dit boek bevat een overzicht van gevallen waarin het verlaagd btw-tarief kan, maar ook van de gevallen waar het niet kan.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Counter-terrorism & criminal law
Stéphanie De Coensel holds a master’s degree in law (2016) and a PhD in law (2020). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) affiliated to the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law since 2016 and was awarded a scholarship by the Special Research Fund of Ghent University. This publication is the result of her research, carried out within the IRCP.
Counter-terrorism & criminal law
Stéphanie De Coensel holds a master’s degree in law (2016) and a PhD in law (2020). She has been a member of the Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP) affiliated to the Department of Criminology, Criminal Law and Social Law since 2016 and was awarded a scholarship by the Special Research Fund of Ghent University. This publication is the result of her research, carried out within the IRCP.
De btw-tarieven.
Vaak twijfelt men in de praktijk wat het btw-tarief is voor de levering van een bepaald goed of bepaalde dienst. Dit is vooral in B2C-relaties relevant maar zelfs in B2B-relaties gaat het over een voorfinancieringsaspect.
Naast de (verlaagde) btw-tarieven en hun toepassingsvoorwaarden in de onroerende sector bevat dit boek een overzicht van alle toepasselijke btw-tarieven voor goederen en diensten in België.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
De btw-tarieven.
Vaak twijfelt men in de praktijk wat het btw-tarief is voor de levering van een bepaald goed of bepaalde dienst. Dit is vooral in B2C-relaties relevant maar zelfs in B2B-relaties gaat het over een voorfinancieringsaspect.
Naast de (verlaagde) btw-tarieven en hun toepassingsvoorwaarden in de onroerende sector bevat dit boek een overzicht van alle toepasselijke btw-tarieven voor goederen en diensten in België.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Reisbureaus en btw
Dit boek bundelt de beschikbare informatie op didactische wijze en geeft ook toelichting bij de nieuwe circulaire 2020/C/44 van 23 maart 2020.
Het boek bevat vele uitgewerkte voorbeelden die de regeling illustreren alsmede alle relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult bvba. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen zijn één van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Reisbureaus en btw
Dit boek bundelt de beschikbare informatie op didactische wijze en geeft ook toelichting bij de nieuwe circulaire 2020/C/44 van 23 maart 2020.
Het boek bevat vele uitgewerkte voorbeelden die de regeling illustreren alsmede alle relevante rechtspraak van het Europees Hof van Justitie.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult bvba. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen zijn één van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit, waar hij het vak btw doceert.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Challenges of comparative criminological research. ( GERN Research Paper Series nr. 6)
With the inauguration of this Research Paper Series, the GERN intends to monitor and disseminate cutting-edge studies into European security issues, reflecting the result of doctoral research in the framework of the GERN. The series provides an excellent platform from which to survey key emergent topics in the field. With this series, the editors and authors are contributing to a better understanding of contemporary questions, presenting recent research results and scientific reflection, by devising new approaches and by re-evaluating the heritage of social sciences in this domain. It implies openness concerning other disciplines and to the normative questions arising from the constructions of deviance and crime, the commission of criminal acts, its consequences and its development, as well as the application of deviance categories and the social or formal reaction to it by actors in the criminal justice system and beyond.
This edited publication is the sixth volume of the GERN Research Paper Series stemming from the annual doctoral summer school that took place in Ljubljana (Slovenia) in 2018 and was co-organized by the GERN and the Faculty of Criminal Justice and Security, University of Maribor (Slovenia). The selected theme for this Summer School was “Challenges of Comparative Criminological Research”.
Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het M.I.S.C.-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het M.I.S.C.-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Btw-eetjes deel 14
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Btw-eetjes deel 14
Het gaat om praktische vragen waarmee elke boekhouder, accountant of advocaat in zijn fiscale praktijk vroeg of laat geconfronteerd wordt. Het gaat daarbij soms om schijnbaar eenvoudige vragen maar waar men toch vaak het antwoord schuldig blijkt te zijn of twijfelt.
Deze Btw-eetjes werden zoals in de vorige delen op een bondige en aantrekkelijke wijze weergegeven, waardoor men snel vindt wat men zoekt.
Het antwoord op de vraag wordt telkens bondig en klaar geformuleerd zonder aan inhoudelijke kwaliteit en volledigheid in te boeten.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten (UGent). Hij is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert. Hij is ook gastdocent aan de Fiscale Hogeschool (Odisee).
Facturering van diensten
Hoe moet de factuur opgesteld worden en welke zijn de verplichte vermeldingen? In welke taal? Wanneer moet er geen factuur worden uitgereikt? Wanneer is er steeds een factuur nodig, zelfs al verricht men diensten aan een particulier? Wat is de relatie tussen de factuur en de geregistreerde kassa? Uitgaand factuurboek of dagboek van ontvangsten? Wat met vouchers?
Welke zijn de factureringsregels bij grensoverschrijdende diensten? Wat is “gevestigd” zijn, wat is een “vaste inrichting” hebben in het kader van het factureringsproces? Wat moet er op de factuur staan opdat de btw aftrekbaar is bij de medecontractant?
Kortom een praktisch werkinstrument voor elke accountant of belastingconsulent.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen en de diensten is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Facturering van diensten
Hoe moet de factuur opgesteld worden en welke zijn de verplichte vermeldingen? In welke taal? Wanneer moet er geen factuur worden uitgereikt? Wanneer is er steeds een factuur nodig, zelfs al verricht men diensten aan een particulier? Wat is de relatie tussen de factuur en de geregistreerde kassa? Uitgaand factuurboek of dagboek van ontvangsten? Wat met vouchers?
Welke zijn de factureringsregels bij grensoverschrijdende diensten? Wat is “gevestigd” zijn, wat is een “vaste inrichting” hebben in het kader van het factureringsproces? Wat moet er op de factuur staan opdat de btw aftrekbaar is bij de medecontractant?
Kortom een praktisch werkinstrument voor elke accountant of belastingconsulent.
Luc Heylens is belastingconsulent ITAA en zaakvoerder van LH VAT Consult BVBA. Hij startte zijn loopbaan bij de Administratie om vervolgens te adviseren vanuit consultancybedrijven. Hij is tevens een gewaardeerd docent op tal van opleidingen/seminaries omtrent de btw-materie. Voorts is hij auteur en medeauteur van diverse werken inzake btw. De btw-toepassingen bij internationale handelingen en de diensten is een van zijn stokpaardjes.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Bijzondere btw-topics voor vzw’s en openbare besturen
Het boek bestaat, naast een algemene inleiding over het recht op aftrek van de voorbelasting, uit 25 zorgvuldig gekozen topics die relevant zijn voor vzw’s en/of openbare besturen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake opeisbaarheid toegepast op handelingen door vzw’s en openbare besturen. Ook de nieuwe regeling inzake de verhuur van zalen met al dan niet bijkomende diensten wordt besproken.
Ten slotte worden ook de regels inzake de invulling van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting meegegeven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën en docent aan de UGent en Fiscale Hogeschool (Odisee). Hij is auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur (T.Huur). De fiscaliteit van de vzw’s en openbare besturen behoort tot zijn bijzondere interessesfeer.
Bijzondere btw-topics voor vzw’s en openbare besturen
Het boek bestaat, naast een algemene inleiding over het recht op aftrek van de voorbelasting, uit 25 zorgvuldig gekozen topics die relevant zijn voor vzw’s en/of openbare besturen.
Het boek bevat ook de nieuwe regels inzake opeisbaarheid toegepast op handelingen door vzw’s en openbare besturen. Ook de nieuwe regeling inzake de verhuur van zalen met al dan niet bijkomende diensten wordt besproken.
Ten slotte worden ook de regels inzake de invulling van de btw-aangifte, de intracommunautaire listing en de klantenlisting meegegeven.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën en docent aan de UGent en Fiscale Hogeschool (Odisee). Hij is auteur van talrijke boeken en bijdragen in gezaghebbende tijdschriften. Hij is o.a. lid van de redactieraad van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur (T.Huur). De fiscaliteit van de vzw’s en openbare besturen behoort tot zijn bijzondere interessesfeer.
Horeca en btw
Uiteraard vormt de bespreking van de verplichting tot het al dan niet houden van een geregistreerd kassaregister en black box een belangrijk deel van het boek. Wie moet een GKS houden, en vooral: wie niet? That’s the question!
De praktijkvragen komen aan bod. Hoe zit het met de 25.000-regel en de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, de forfaitaire regeling en de geregistreerde kassa? Moeten vzw’s een geregistreerde kassa houden? En wat bij het organiseren van evenementen? Wat zijn de toepasselijke btw-tarieven?
Daarnaast komen echter ook een aantal klassieke topics aan bod die in de horeca van belang kunnen zijn, zoals de verhuur van zalen (al dan niet met eten of drinken), de organisatie van seminaries, …
Niet alleen de klassieke horecazaken komen ter sprake, maar ook de kantines van sportclubs, de cafetaria van musea of andere culturele verenigingen, de cafetaria van ziekenhuizen, openbare besturen, …
Ten slotte bespreken de auteurs ook een aantal topics waar vaak getwijfeld wordt hoe de regeling juist in elkaar zit. Het gaat dan om de problematiek van de aankoopbons (vouchers), de regeling voor businessseats en loges, …
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de UGent, HoGent en Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Horeca en btw
Uiteraard vormt de bespreking van de verplichting tot het al dan niet houden van een geregistreerd kassaregister en black box een belangrijk deel van het boek. Wie moet een GKS houden, en vooral: wie niet? That’s the question!
De praktijkvragen komen aan bod. Hoe zit het met de 25.000-regel en de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen, de forfaitaire regeling en de geregistreerde kassa? Moeten vzw’s een geregistreerde kassa houden? En wat bij het organiseren van evenementen? Wat zijn de toepasselijke btw-tarieven?
Daarnaast komen echter ook een aantal klassieke topics aan bod die in de horeca van belang kunnen zijn, zoals de verhuur van zalen (al dan niet met eten of drinken), de organisatie van seminaries, …
Niet alleen de klassieke horecazaken komen ter sprake, maar ook de kantines van sportclubs, de cafetaria van musea of andere culturele verenigingen, de cafetaria van ziekenhuizen, openbare besturen, …
Ten slotte bespreken de auteurs ook een aantal topics waar vaak getwijfeld wordt hoe de regeling juist in elkaar zit. Het gaat dan om de problematiek van de aankoopbons (vouchers), de regeling voor businessseats en loges, …
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de Federale Overheidsdienst Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is tevens deeltijds professor aan de UGent, HoGent en Fiscale Hogeschool (Odisee).
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Bijzondere btw-regelingen
Traditioneel bedoelt men met bijzondere regelingen de forfaitaire regeling, de regeling voor kleine ondernemingen en de landbouwregeling. Behalve de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen hebben deze voor de praktijk aan belang ingeboet.
Maar er bestaan ook bijzondere regelingen voor de margeregeling, de reisbureaus, de advocaten-medewerkers en stagiairs, in de sector van handelaars en dienstverrichters aan motorvoertuigen, de e-commerce, enz. Maar ook voor zij die occasioneel een event organiseren, occasioneel personenvervoer in België verrichten of andere occasionele prestaties verrichten.
Ten slotte zijn er aparte regels voor exploitanten van foodtrucks, voor de deeleconomie en voor de occasionele prestaties van burgers aan andere burgers.
Het boek bevat dus bijzondere btw-regelingen in ruime zin waarbij de relevantie voor de praktijk centraal staat.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op f iscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsf inanciering en f iscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Bijzondere btw-regelingen
Traditioneel bedoelt men met bijzondere regelingen de forfaitaire regeling, de regeling voor kleine ondernemingen en de landbouwregeling. Behalve de vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen hebben deze voor de praktijk aan belang ingeboet.
Maar er bestaan ook bijzondere regelingen voor de margeregeling, de reisbureaus, de advocaten-medewerkers en stagiairs, in de sector van handelaars en dienstverrichters aan motorvoertuigen, de e-commerce, enz. Maar ook voor zij die occasioneel een event organiseren, occasioneel personenvervoer in België verrichten of andere occasionele prestaties verrichten.
Ten slotte zijn er aparte regels voor exploitanten van foodtrucks, voor de deeleconomie en voor de occasionele prestaties van burgers aan andere burgers.
Het boek bevat dus bijzondere btw-regelingen in ruime zin waarbij de relevantie voor de praktijk centraal staat.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op f iscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. auteur van het boek “Zaken doen met het buitenland. Intracommunautaire handel, uitvoer-invoer en driehoeksverkeer” uitgegeven bij Maklu Uitgevers. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsf inanciering en f iscaliteit waar hij het vak btw doceert.
Blijven staan ondanks de storm – Toolbox. Handleiding voor hulpverleners.
In deze box voor hulpverleners zitten tools om met deze ouders en gezinnen te werken vanuit het gedachtegoed dat eerder beschreven werd in het boek ‘Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding’ (Garant, 2018). De box bevat heldere gesprekskaarten en een handleiding hoe en wanneer de kaarten te gebruiken. In klare taal biedt de auteur handvatten aan hulpverleners om met ouders en jongeren in gesprek te gaan. De gesprekskaarten kunnen gebruikt worden ter ondersteuning voor psycho-educatie of als concrete handvatten en oefeningen. Ook bevat de box een aantal inspiratiekaarten met bekende en/of passende uitspraken.
De box is er voor elke hulpverlener die stevig wil blijven staan wanneer de storm waar ouders in een hoogconflictscheiding middenin zitten, de praktijk komt binnenwaaien.
Deze box bevat:
- handleiding
- 25 psycho-educatieve gesprekskaarten
- 16 inspiratiekaarten
- online oefeningen
Vanessa Maesis oprichtster van Alianza, een project van CGG PassAnt vzw, waar ze de voorbije 12 jaar actief was. Ze is klinisch psycholoog en systeemtherapeut. Vandaag werkt ze in een privépraktijk en geeft vormingen en opleidingen rond het thema ‘Conflictueus ouderschap na scheiding’. Samen met Christel Cornelis schreef ze het boek Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding (Garant, 2018). Ze heeft ruim 15 jaar ervaring in het therapeutisch werken met ouders en kinderen in scheiding.
Blijven staan ondanks de storm – Toolbox. Handleiding voor hulpverleners.
In deze box voor hulpverleners zitten tools om met deze ouders en gezinnen te werken vanuit het gedachtegoed dat eerder beschreven werd in het boek ‘Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding’ (Garant, 2018). De box bevat heldere gesprekskaarten en een handleiding hoe en wanneer de kaarten te gebruiken. In klare taal biedt de auteur handvatten aan hulpverleners om met ouders en jongeren in gesprek te gaan. De gesprekskaarten kunnen gebruikt worden ter ondersteuning voor psycho-educatie of als concrete handvatten en oefeningen. Ook bevat de box een aantal inspiratiekaarten met bekende en/of passende uitspraken.
De box is er voor elke hulpverlener die stevig wil blijven staan wanneer de storm waar ouders in een hoogconflictscheiding middenin zitten, de praktijk komt binnenwaaien.
Deze box bevat:
- handleiding
- 25 psycho-educatieve gesprekskaarten
- 16 inspiratiekaarten
- online oefeningen
Vanessa Maesis oprichtster van Alianza, een project van CGG PassAnt vzw, waar ze de voorbije 12 jaar actief was. Ze is klinisch psycholoog en systeemtherapeut. Vandaag werkt ze in een privépraktijk en geeft vormingen en opleidingen rond het thema ‘Conflictueus ouderschap na scheiding’. Samen met Christel Cornelis schreef ze het boek Blijven staan ondanks de storm. Handvatten voor ouders in een hoogconflictscheiding (Garant, 2018). Ze heeft ruim 15 jaar ervaring in het therapeutisch werken met ouders en kinderen in scheiding.
In verband met gezinnen (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 6)
Kathleen Emmery, Joris Van Puyenbroeck & Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de Odisee hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit. Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Pascal Debruyne, Joris Dewispelaere, Kathleen Emmery, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Imane Kostet, Gianni Loosveldt, Dirk Luyten, Patrick Meurs, Evelyn Morreel, Tanja Nuelant, Kristien Nys, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Inge Verhaegen, Lut Verstappen & Claire Wiewauters.
In verband met gezinnen (Reeks: Gezinnen, Relaties en Opvoeding, nr. 6)
Kathleen Emmery, Joris Van Puyenbroeck & Gianni Loosveldt (red.) zijn verbonden aan het Kenniscentrum Gezinswetenschappen van de Odisee hogeschool. Naar aanleiding van de Internationale Dag van het Gezin brengt het kenniscentrum jaarlijks een publicatie uit. Met bijdragen van Elisabeth Adriaens, Pascal Debruyne, Joris Dewispelaere, Kathleen Emmery, Dirk Geldof, Mieke Groeninck, Imane Kostet, Gianni Loosveldt, Dirk Luyten, Patrick Meurs, Evelyn Morreel, Tanja Nuelant, Kristien Nys, Alexandre Reynders, Adelheid Rigo, Johan Stuy, Miet Timmers, Kaat Van Acker, Hans Van Crombrugge, Karla Van Leeuwen, Joris Van Puyenbroeck, Inge Verhaegen, Lut Verstappen & Claire Wiewauters.
Een slaapprobleem, wat nu?
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut. Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge.
Een slaapprobleem, wat nu?
Erwin De Bisscop is een erkend oplossingsgericht cognitief systeemtherapeut. Hij werkt al meer dan 30 jaar in de P.A.A.Z. AZ Sint-Jan Brugge-Oostende AV en is directielid en erkend opleider (oplossingsgerichte cognitieve systeemtherapie en coaching) aan het Korzybski-instituut in Brugge.
Van plek naar gedeelde Wij~K. Stadsontwikkeling in dialoog met haar diverse bewoners
Van plek naar gedeelde Wij~K. Stadsontwikkeling in dialoog met haar diverse bewoners
Een gelukkig brein door gezonde buikhersenen. De impact van voeding, ontspanning en beweging op ons geluk en welbevinden
Ingrid Joos genoot een opleiding in complementaire gezondheidszorg aan de Europese Academie in Gent. Na een moeilijke periode besloot ze als ervaringsdeskundige Intermezzo op te richten (www.intermezzo-consult.be), een praktijk die je helpt om je brein en darmen gezond te houden door voeding, ontspanning en beweging.
Een gelukkig brein door gezonde buikhersenen. De impact van voeding, ontspanning en beweging op ons geluk en welbevinden
Ingrid Joos genoot een opleiding in complementaire gezondheidszorg aan de Europese Academie in Gent. Na een moeilijke periode besloot ze als ervaringsdeskundige Intermezzo op te richten (www.intermezzo-consult.be), een praktijk die je helpt om je brein en darmen gezond te houden door voeding, ontspanning en beweging.
Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Weerloos en zonder waarde. Moderne slavernij in al haar vormen.
Waarover gaat het als we termen als slavernij, mensenhandel en mensensmokkel in de mond nemen en wie is daarbij betrokken? Slavernij bestaat in zeer diverse vormen, zowel met kinderen als volwassenen, waarvan dwangarbeid en seksuele uitbuiting de omvangrijkste zijn. Een uitvoerige beschrijving van alle dimensies van moderne slavernij biedt inzicht in een tamelijk onbekende wereld. We nemen ook de oorzaken onder de loep en schetsen de gevolgen van en voor de samenleving. Er gebeurt al heel wat om moderne slavernij aan te pakken. Daarom is een overzicht van wat er nodig is en wat er nog moet en kan gebeuren verhelderend om een hoopvol perspectief aan te reiken, niet enkel voor beleidsmakers maar ook voor de burger als consument.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, familiale en seksuologische wetenschappen en filosofie. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
Weerloos en zonder waarde. Moderne slavernij in al haar vormen.
Waarover gaat het als we termen als slavernij, mensenhandel en mensensmokkel in de mond nemen en wie is daarbij betrokken? Slavernij bestaat in zeer diverse vormen, zowel met kinderen als volwassenen, waarvan dwangarbeid en seksuele uitbuiting de omvangrijkste zijn. Een uitvoerige beschrijving van alle dimensies van moderne slavernij biedt inzicht in een tamelijk onbekende wereld. We nemen ook de oorzaken onder de loep en schetsen de gevolgen van en voor de samenleving. Er gebeurt al heel wat om moderne slavernij aan te pakken. Daarom is een overzicht van wat er nodig is en wat er nog moet en kan gebeuren verhelderend om een hoopvol perspectief aan te reiken, niet enkel voor beleidsmakers maar ook voor de burger als consument.
Guido Cuyvers studeerde aan de KU Leuven criminologie, familiale en seksuologische wetenschappen en filosofie. Na een loopbaan in het hoger onderwijs als docent, onderzoeker en departementshoofd, engageert hij zich in het middenveld, bij het ouderenbeleid en het onderzoek naar de positie van ouderen in de samenleving. Als auteur publiceert hij uitvoerig over allerlei maatschappelijke thema’s.
De hechte draad tussen ouder en kind – Beter begrijpen van (probleem)gedrag van een kind thuis, op school en daarbuiten
Dit boek richt zich naar: ouders, grootouders, kinderverzorgsters, medewerkers van kind en gezin, artsen, kleuterleidsters, leerkrachten, naschoolse begeleiders, leiders in de jeugdbeweging, docenten, opvoeders en begeleiders, studenten in orthopedagogie en andere sociale richtingen.
Gerrit Vignero werkt sinds 1986 als orthopedagoog in het MPC terbank. Hij ontwikkelt en geeft vorming over het model ‘de draad’.
De hechte draad tussen ouder en kind – Beter begrijpen van (probleem)gedrag van een kind thuis, op school en daarbuiten
Dit boek richt zich naar: ouders, grootouders, kinderverzorgsters, medewerkers van kind en gezin, artsen, kleuterleidsters, leerkrachten, naschoolse begeleiders, leiders in de jeugdbeweging, docenten, opvoeders en begeleiders, studenten in orthopedagogie en andere sociale richtingen.
Gerrit Vignero werkt sinds 1986 als orthopedagoog in het MPC terbank. Hij ontwikkelt en geeft vorming over het model ‘de draad’.
Duidelijke taal – De hoofdzaken van begrijpelijk schrijven. Leer- en oefenboek
Deze en nog veel meer onderwerpen komen in dit boek aan bod. Het gaat om de hoofdzaken, met veel voorbeelden en oefeningen met een voorstel tot verbetering.
Duidelijke taal is een handig boek voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, journalisten, ambtenaren, vertalers, secretaressen, grafische ontwerpers enz.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen en Nieuwe Leestekenwijzer.
Duidelijke taal – De hoofdzaken van begrijpelijk schrijven. Leer- en oefenboek
Deze en nog veel meer onderwerpen komen in dit boek aan bod. Het gaat om de hoofdzaken, met veel voorbeelden en oefeningen met een voorstel tot verbetering.
Duidelijke taal is een handig boek voor iedereen die zich met teksten bezighoudt: redacteuren, journalisten, ambtenaren, vertalers, secretaressen, grafische ontwerpers enz.
Peter van der Horst, docent Nederlands en zelfstandig tekstadviseur, heeft vele cursussen, artikelen en boeken geschreven, waaronder Redactiewijzer, De Taalgids, Begrijpelijk schrijven voor iedereen en Nieuwe Leestekenwijzer.
The fundamentals of international commercial arbitration, 2nd revised edition
• the characteristics of international commercial arbitration
• the advantages and perceived disadvantages of international commercial arbitration
• the pros and cons of ad hoc and institutional arbitration
• the laws applicable in international commercial arbitration
• the essentials of the arbitration agreement and arbitrability
• the establishment and composition of the arbitral tribunal
• the duty of disclosure and the challenge of arbitrators
• the end of the arbitrators’ mandate and their replacement
• the organisation of the arbitration proceedings
• the powers, duties and liability of arbitrators
• the jurisdiction of the arbitral tribunal
• the course of the arbitration proceedings, from the request for arbitration to the award
• the form and content of the award
• the recognition, enforcement and annulment of the award
Everything is presented practically and analytically, drawing among others on case law and the experience of the author. Where indicated national arbitration acts as well as standing arbitration rules are compared and differences highlighted.
For those who want to get acquainted with international commercial arbitration or seek guidance with regard to a specific question that may arise in the course of an international commercial arbitration this book provides a convenient reference work.
Professor Dr Niek Peters is partner in the Amsterdam office of Simmons & Simmons LLP and professor of international commercial arbitration at the University of Groningen, the Netherlands. He is an expert in the field of cross-border litigation and (international) arbitration, both investment and commercial. He has been counsel and arbitrator, having acted as chair, sole-arbitrator and co-arbitrator, in numerous domestic and international arbitrations, governed by various procedural and substantive laws, relating to diverse legal issues and sectors. In addition, he has acted as counsel in court proceedings relating to arbitration, including proceedings with regard to the enforcement and annulment of arbitral awards.
The fundamentals of international commercial arbitration, 2nd revised edition
• the characteristics of international commercial arbitration
• the advantages and perceived disadvantages of international commercial arbitration
• the pros and cons of ad hoc and institutional arbitration
• the laws applicable in international commercial arbitration
• the essentials of the arbitration agreement and arbitrability
• the establishment and composition of the arbitral tribunal
• the duty of disclosure and the challenge of arbitrators
• the end of the arbitrators’ mandate and their replacement
• the organisation of the arbitration proceedings
• the powers, duties and liability of arbitrators
• the jurisdiction of the arbitral tribunal
• the course of the arbitration proceedings, from the request for arbitration to the award
• the form and content of the award
• the recognition, enforcement and annulment of the award
Everything is presented practically and analytically, drawing among others on case law and the experience of the author. Where indicated national arbitration acts as well as standing arbitration rules are compared and differences highlighted.
For those who want to get acquainted with international commercial arbitration or seek guidance with regard to a specific question that may arise in the course of an international commercial arbitration this book provides a convenient reference work.
Professor Dr Niek Peters is partner in the Amsterdam office of Simmons & Simmons LLP and professor of international commercial arbitration at the University of Groningen, the Netherlands. He is an expert in the field of cross-border litigation and (international) arbitration, both investment and commercial. He has been counsel and arbitrator, having acted as chair, sole-arbitrator and co-arbitrator, in numerous domestic and international arbitrations, governed by various procedural and substantive laws, relating to diverse legal issues and sectors. In addition, he has acted as counsel in court proceedings relating to arbitration, including proceedings with regard to the enforcement and annulment of arbitral awards.
Werk in onroerende staat. Bijzondere toepassingsgevallen
Werk in onroerende staat als dienst mag ook niet verward worden met de verkoop (levering) van nieuwe gebouwen. Zeker in het geval een oud gebouw wordt verkocht om afgebroken te worden en er ook een aannemingscontract wordt afgesloten, dient nagegaan te worden of het niet gaat om een verkoop op plan.
Het boek behandelt ten slotte de btw-regeling van bijzondere gevallen zoals de tuinaanleg, het vellen van bomen en het snoeien, sauna’s, liften, verwarmingsketels, stookolietanks, saneringswerken, …
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is plaatsvervangend lid van de stagecommissie van het BIBF.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMOvennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Werk in onroerende staat. Bijzondere toepassingsgevallen
Werk in onroerende staat als dienst mag ook niet verward worden met de verkoop (levering) van nieuwe gebouwen. Zeker in het geval een oud gebouw wordt verkocht om afgebroken te worden en er ook een aannemingscontract wordt afgesloten, dient nagegaan te worden of het niet gaat om een verkoop op plan.
Het boek behandelt ten slotte de btw-regeling van bijzondere gevallen zoals de tuinaanleg, het vellen van bomen en het snoeien, sauna’s, liften, verwarmingsketels, stookolietanks, saneringswerken, …
Stefan Ruysschaert is econoom (UGent) en actuaris (VUB). Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is plaatsvervangend lid van de stagecommissie van het BIBF.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMOvennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Het DBFM-contract, onroerende leasing en sales-and-lease-back
De btw op het project is via onroerende leasing bovendien bij de leasinggever wat een lagere vergoeding impliceert voor de terbeschikkingstelling van de gebouwen. Ook de leasingnemer kan de btw recupereren in de mate dat hij het statuut heeft van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Hier is de voorwaarde inzake een winstverdelingsoogmerk (bv. voor een AGB) cruciaal. Onroerende leasing kan bovendien in een aantal gevallen tegen een lager btw-tarief (bv. onderwijsgebouwen, in het kader van sociaal beleid, …).
Sale-and-lease-back ten slotte biedt als financiele verrichting ook heel wat cashflowvoordelen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Het DBFM-contract, onroerende leasing en sales-and-lease-back
De btw op het project is via onroerende leasing bovendien bij de leasinggever wat een lagere vergoeding impliceert voor de terbeschikkingstelling van de gebouwen. Ook de leasingnemer kan de btw recupereren in de mate dat hij het statuut heeft van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Hier is de voorwaarde inzake een winstverdelingsoogmerk (bv. voor een AGB) cruciaal. Onroerende leasing kan bovendien in een aantal gevallen tegen een lager btw-tarief (bv. onderwijsgebouwen, in het kader van sociaal beleid, …).
Sale-and-lease-back ten slotte biedt als financiele verrichting ook heel wat cashflowvoordelen.
Stefan Ruysschaert heeft een economische vooropleiding genoten. Hij is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is docent btw en auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Jan Velaers is Gewoon Hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen en assessor in de Raad van State, afdeling Wetgeving.
Wetboek Staatsrecht, 9e herziene uitgave
Jan Velaers is Gewoon Hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen en assessor in de Raad van State, afdeling Wetgeving.
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
De verhoging van de drempel tot 25.000 euro, excl. btw, opent nieuwe perspectieven. Zelfstandigen in bijberoep kunnen een veel hogere omzet realiseren. Gemengde btw-belastingplichtigen kunnen voor hun niet vrijgestelde handelingen opteren voor de vrijstellingsregeling en hun btw-verplichtingen op die manier minimaliseren.
Het boek bespreekt de voorwaarden om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten en illustreert dit aan de hand van talrijke voorbeelden.
Ook de verplichtingen in het kader van het intracommunautair verwerven van goederen of bij grensoverschrijdende diensten komt aan bod.
Ten slotte worden ook de overblijvende verplichtingen (facturering, bijzondere btw-aangifte, tabel van bedrijfsmiddelen, horeca en de geregistreerde kassa, …) inzake btw praktijkgericht uiteengezet.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
De vrijstellingsregeling voor kleine ondernemingen
De verhoging van de drempel tot 25.000 euro, excl. btw, opent nieuwe perspectieven. Zelfstandigen in bijberoep kunnen een veel hogere omzet realiseren. Gemengde btw-belastingplichtigen kunnen voor hun niet vrijgestelde handelingen opteren voor de vrijstellingsregeling en hun btw-verplichtingen op die manier minimaliseren.
Het boek bespreekt de voorwaarden om van de vrijstellingsregeling te kunnen genieten en illustreert dit aan de hand van talrijke voorbeelden.
Ook de verplichtingen in het kader van het intracommunautair verwerven van goederen of bij grensoverschrijdende diensten komt aan bod.
Ten slotte worden ook de overblijvende verplichtingen (facturering, bijzondere btw-aangifte, tabel van bedrijfsmiddelen, horeca en de geregistreerde kassa, …) inzake btw praktijkgericht uiteengezet.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij doceert btw aan de UGent en is gastdocent aan de Fiscale Hogeschool.
Véronique De Vulder is master in de handels- en financiële wetenschappen, optie accountancy, en zaakvoerder van Interaccounts bv. Haar activiteiten situeren zich in de totale begeleiding van KMO-vennootschappen, zowel op boekhoudkundig en fiscaal vlak als op het vlak van de interne organisatie, overdracht en waardering.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs en milieuprofessionals aan de Universiteit Antwerpen en de PXL Hasselt en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij o.a. Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basisartikels en analyses.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opl









