Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

Bart Volders is advocaat te Brussel.

Quick View

Belgisch internationaal privaatrecht (2de herziene uitgave) (Reeks Maklu Wetteksten België)

 55,00
Het internationaal privaatrecht (“IPR”) kent sinds enkele jaren een ongeziene bloei: de Belgische wetgever heeft in 2004 een eigen Wetboek internationaal privaatrecht (“WIPR”) uitgevaardigd, vanuit Europa volgt er een haast onafgebroken stroom aan nieuwe IPR-verordeningen en ook wat het verdragsrechtelijke luik betreft, wordt de rechtspracticus geconfronteerd met een groeiend arsenaal aan nieuwe bronnen.

Sommige van deze nieuwe rechtsinstrumenten voegen zich toe aan de bestaande Belgische IPR-bronnen. Andere instrumenten nemen zonder meer de plaats in van de huidige IPR-regelgeving. Telkens is vereist dat op een eenvoudige (en snelle) wijze kan worden uitgemaakt welke rechtsbron in een welbepaald geval toepassing vindt.

Om de rechtsbeoefenaar hierbij te helpen, brengt dit boek een selectie van IPR-bronnen die voor de Belgische rechtsorde van belang zijn (of hopelijk eerstdaags worden), op een overzichtelijke wijze samen. De wijze waarop het boek de verschillende rechtsinstrumenten ordent, geeft meteen hun functie aan: internationale bevoegdheidstoewijzing, grensoverschrijdende gerechtelijke of ambtelijke samenwerking, conflictenrecht en erkenning en tenuitvoerlegging.

Om de rechtspracticus snel wegwijs maken in de internationale geschillenbeslechting, werden voor de meeste IPR-rechtsbronnen een aantal rechtsgeleerde referenties geselecteerd. De stof werd bijgewerkt tot 1 augustus 2011.

Liselot Samyn is assistente internationaal privaatrecht aan de Rechtsfaculteit van de Universiteit Antwerpen.

Bart Volders is advocaat te Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Terreurbestrijding in België en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie

 43,20
Uit het woord vooraf door Prof. Dr. Gert Vermeulen.

Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.

De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht – de Belgische militaire inlichtingendienst – zet met dit boek een zeer evenwichtige en geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk onderzoeksterrein.

Op basis van uitsluitend niet-confidentiële informatie en bronnen, en dus zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als binnen de EU.

De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd, met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisico’s, verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)- bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten worden beschouwd.

Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-) bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en 3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat de lezer keuzes opgedrongen krijgt.

Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit gratuit of ongenuanceerd is.

Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd (maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet (Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).

De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur, politiek-wetenschappelijke literatuur, do

Quick View

Terreurbestrijding in België en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie

 43,20
Uit het woord vooraf door Prof. Dr. Gert Vermeulen.

Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.

De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht – de Belgische militaire inlichtingendienst – zet met dit boek een zeer evenwichtige en geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk onderzoeksterrein.

Op basis van uitsluitend niet-confidentiële informatie en bronnen, en dus zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als binnen de EU.

De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd, met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisico’s, verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)- bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten worden beschouwd.

Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-) bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en 3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat de lezer keuzes opgedrongen krijgt.

Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit gratuit of ongenuanceerd is.

Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd (maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coördinatieorgaan voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet (Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).

De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur, politiek-wetenschappelijke literatuur, do

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het wegmaken van nalatenschappen (Reeks Politie Praktijk Boeken)

 31,50
Het wegmaken van nalatenschappen is geen afzonderlijke incriminatie in het Strafwetboek, maar een verzamelnaam voor misdrijven zoals diefstal, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid in geschrifte en gebruik. Deze misdrijven worden gepleegd – meestal door erfgenamen – met het doel activa te vervreemden uit het vermogen van een erflater.

Vaak worden deze misdrijven niet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangifte van een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart

Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerende eigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbonden zijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.

Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Het wegmaken van nalatenschappen (Reeks Politie Praktijk Boeken)

 31,50
Het wegmaken van nalatenschappen is geen afzonderlijke incriminatie in het Strafwetboek, maar een verzamelnaam voor misdrijven zoals diefstal, misbruik van vertrouwen, oplichting, valsheid in geschrifte en gebruik. Deze misdrijven worden gepleegd – meestal door erfgenamen – met het doel activa te vervreemden uit het vermogen van een erflater.

Vaak worden deze misdrijven niet vervolgd wegens verschoning van verwantschap. Hoewel het “wegmaken van nalatenschap” geen klachtmisdrijf is, zal na een klacht of een aangifte van een benadeelde erfgenaam toch een onderzoek worden opgestart

Dit boek spitst zich toe op het onderzoek met betrekking tot het wegmaken van financiële roerende eigendommen, zoals gelden, waardepapieren en andere financiële instrumenten, die verbonden zijn aan de nalatenschap. Verder worden in het kort enkele samenhangende misdrijven besproken.

Geert Delrue is als Gerechtelijk Commissaris werkzaam bij de Federale Gerechtelijke Politie te Kortrijk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×