De zes hamerslagen van de westerse rationaliteit. Van speculatief denken tot baanbrekende wetenschap
Dit boek schetst het unieke parcours van de westerse rationaliteit. Waarom heeft het zich hier kunnen voordoen en waarom niet eerder of later in andere, soms verder ontwikkelde culturen? Hoe kon het gebeuren dat ruim zesentwintig eeuwen geleden in Griekenland, in een tijdspanne van nauwelijks honderd jaar en in een gemeenschap van slechts enkele duizenden zielen, zowel de dialectische filosofie, de formele logica als de deductieve wiskunde werden geboren? Bovendien gebeurde dit zonder ambitie op enig praktisch nut maar louter voor het intellectuele genoegen van het inzicht. Gedurende meer dan twee millennia zal dit esoterische gedachtegoed, met zijn dualistische opdeling van het bestaan in een minderwaardige zintuiglijke wereld en de verheven oorden van de geest, bewaard blijven in een aangepaste of geïntegreerde versie. Om dan, door allerlei omstandigheden plots bevrijd van het metafysische en dogmatische kader, door de combinatie van waarnemen en denken, van inductie en deductie, een vruchtbare wetenschappelijke methode te ontwikkelen, die in nauwelijks drie eeuwen de beschaving drastisch zou veranderen, om ten slotte uit te monden in de schokgolven van de industrialisatie en de informatica. Een fascinerende geschiedenis met kritische contingente momenten die ook een ander verloop had kunnen kennen. Dit verhaal gaat dus over de precaire samenhang van geschiedenis, filosofie en wetenschap en de impact ervan op onze huidige samenleving.
Indien het zo is dat kennis ingebed is in een maatschappij en indien het zo
is dat maatschappijen in hun ontwikkeling niet door ‘zuivere’ wetmatigheden
gedicteerd worden, dan is het duidelijk dat contingentie een sleutelbegrip
wordt: het is zo gegaan maar het had evengoed iets helemaal anders kunnen
zijn. “Wat zou er gebeurd zijn indien …?” is de kenmerkende vraag in dit verband.
(Uit het voorwoord van Jean Paul van Bendegem)
Rik Verhulst was leraar en docent wiskunde aan het H. Pius X Instituut en later lector wiskunde aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. In zijn cursus integreerde hij geschiedenis van wiskunde, wetenschap en filosofisch denken. Zijn interesse voor de samenhang van deze domeinen komt in dit boek tot uiting. Hij is ook de auteur van ‘In de ban van wiskunde. Het cultuurverschijnsel mathematica in beschaving, kunst, natuur en leven’ (Garant, 2006; 2008).
De zes hamerslagen van de westerse rationaliteit. Van speculatief denken tot baanbrekende wetenschap
Dit boek schetst het unieke parcours van de westerse rationaliteit. Waarom heeft het zich hier kunnen voordoen en waarom niet eerder of later in andere, soms verder ontwikkelde culturen? Hoe kon het gebeuren dat ruim zesentwintig eeuwen geleden in Griekenland, in een tijdspanne van nauwelijks honderd jaar en in een gemeenschap van slechts enkele duizenden zielen, zowel de dialectische filosofie, de formele logica als de deductieve wiskunde werden geboren? Bovendien gebeurde dit zonder ambitie op enig praktisch nut maar louter voor het intellectuele genoegen van het inzicht. Gedurende meer dan twee millennia zal dit esoterische gedachtegoed, met zijn dualistische opdeling van het bestaan in een minderwaardige zintuiglijke wereld en de verheven oorden van de geest, bewaard blijven in een aangepaste of geïntegreerde versie. Om dan, door allerlei omstandigheden plots bevrijd van het metafysische en dogmatische kader, door de combinatie van waarnemen en denken, van inductie en deductie, een vruchtbare wetenschappelijke methode te ontwikkelen, die in nauwelijks drie eeuwen de beschaving drastisch zou veranderen, om ten slotte uit te monden in de schokgolven van de industrialisatie en de informatica. Een fascinerende geschiedenis met kritische contingente momenten die ook een ander verloop had kunnen kennen. Dit verhaal gaat dus over de precaire samenhang van geschiedenis, filosofie en wetenschap en de impact ervan op onze huidige samenleving.
Indien het zo is dat kennis ingebed is in een maatschappij en indien het zo
is dat maatschappijen in hun ontwikkeling niet door ‘zuivere’ wetmatigheden
gedicteerd worden, dan is het duidelijk dat contingentie een sleutelbegrip
wordt: het is zo gegaan maar het had evengoed iets helemaal anders kunnen
zijn. “Wat zou er gebeurd zijn indien …?” is de kenmerkende vraag in dit verband.
(Uit het voorwoord van Jean Paul van Bendegem)
Rik Verhulst was leraar en docent wiskunde aan het H. Pius X Instituut en later lector wiskunde aan de lerarenopleiding van de Karel de Grote Hogeschool in Antwerpen. In zijn cursus integreerde hij geschiedenis van wiskunde, wetenschap en filosofisch denken. Zijn interesse voor de samenhang van deze domeinen komt in dit boek tot uiting. Hij is ook de auteur van ‘In de ban van wiskunde. Het cultuurverschijnsel mathematica in beschaving, kunst, natuur en leven’ (Garant, 2006; 2008).
Gezondheidszorg: meer dan geneeskunde
Montaigne zei ooit: “Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij.” Geert Messiaen voltooit met dit boek zijn trilogie.
Gezondheid is de grootste schat in een mensenleven. Vanuit zijn dagelijkse ervaring, bekommernis en zijn streven naar een echte, hechte solidariteit besteedt Geert Messiaen bijzondere aandacht aan de gezondheidszorg in tal van aspecten. Zijn ideeën zijn grondig doordacht en zijn voorstellen verdienen alle aandacht.Dit boek zet de lijn voort van Gezondheid is geen koopwaar ( 2009; ook in het Frans) en Uitdagingen van de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012), die duidelijk maken dat gezondheid het leven van het leven is. In woord en daad beklemtoont en verdedigt Messiaen met vaste overtuiging het sociaal zekerheidssysteem in België, ook in het Europa van morgen, dit soms wars van bepaalde tekorten.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de
Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Gezondheidszorg: meer dan geneeskunde
Montaigne zei ooit: “Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij.” Geert Messiaen voltooit met dit boek zijn trilogie.
Gezondheid is de grootste schat in een mensenleven. Vanuit zijn dagelijkse ervaring, bekommernis en zijn streven naar een echte, hechte solidariteit besteedt Geert Messiaen bijzondere aandacht aan de gezondheidszorg in tal van aspecten. Zijn ideeën zijn grondig doordacht en zijn voorstellen verdienen alle aandacht.Dit boek zet de lijn voort van Gezondheid is geen koopwaar ( 2009; ook in het Frans) en Uitdagingen van de ziekenfondsen in de eenentwintigste eeuw (2012), die duidelijk maken dat gezondheid het leven van het leven is. In woord en daad beklemtoont en verdedigt Messiaen met vaste overtuiging het sociaal zekerheidssysteem in België, ook in het Europa van morgen, dit soms wars van bepaalde tekorten.
Geert Messiaen is secretaris-generaal van de
Landsbond van Liberale Mutualiteiten.
Zie ook www.geert-messiaen.be.
Langdurige psychoanalytische behandelingen. Leidraad
Wat zijn Langdurige Psychoanalytische Behandelingen? Wat houden ze in en wie past ze toe? Voor wie zijn ze bedoeld? Wat zijn hun mogelijkheden en beperkingen? Dit zijn vragen die in deze Leidraad beantwoord worden. Het is een handreiking voor behandelaars die LPB toepassen, maar is eveneens nuttig voor behandelaars die andere psychotherapeutische methoden toepassen. Iedereen die geïnteresseerd is in het psychoanalytische gedachtegoed en de toepassingen ervan zal hier iets van zijn gading in vinden.
Prof.dr. F. de Jonghe is emeritus hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam, psychiater en psychoanalyticus. Hij is werkzaam in eigen praktijk en als supervisor psychotherapie verbonden aan Arkin en AMC. Eveneens is hij lid van het Arkin-onderzoeksteam.
Dr. M.H.M. de Wolf is klinisch psycholoog en psychoanalyticus. Hij is lid van de raad van bestuur van het NPI en hoofdopleider psychotherapie van de Stichting PDO Amsterdam.
Dr. J. Zevalkink is psychologe en antropologe. Ze is hoofd van de afdeling Onderzoek en Kwaliteitszorg van het NPI en docente ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Dr. S.C.M. de Maat is GZ-psychologe, en psychotherapeute en psychoanalytica in opleiding. Ze werkt als stafmedewerkster op de afdeling Volwassenen van het NPI.
Dr. P.J. Draijer is klinisch psychologe, psychotherapeute en psychoanalytica. Ze werkt als universitair hoofddocent bij de Vakgroep Psychiatrie van de Vrije Universiteit Amsterdam en als praktijkopleider klinische psychologie en psychotherapie. Tevens werkt ze als supervisor psychotherapie en als behandelaar bij GGZ In- Geest, het NPI en in eigen praktijk.
A.C. van Reekum is psychiater en psychoanalytica in opleiding. Ze is directeur-psychiater en plaatsvervangend opleider bij Altrecht en eveneens werkzaam in eigen praktijk.
Dr. H.L. Van is psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut en werkzaam als opleider psychiatrie bij Arkin Amsterdam.
Langdurige psychoanalytische behandelingen. Leidraad
Wat zijn Langdurige Psychoanalytische Behandelingen? Wat houden ze in en wie past ze toe? Voor wie zijn ze bedoeld? Wat zijn hun mogelijkheden en beperkingen? Dit zijn vragen die in deze Leidraad beantwoord worden. Het is een handreiking voor behandelaars die LPB toepassen, maar is eveneens nuttig voor behandelaars die andere psychotherapeutische methoden toepassen. Iedereen die geïnteresseerd is in het psychoanalytische gedachtegoed en de toepassingen ervan zal hier iets van zijn gading in vinden.
Prof.dr. F. de Jonghe is emeritus hoogleraar psychiatrie aan de Universiteit van Amsterdam, psychiater en psychoanalyticus. Hij is werkzaam in eigen praktijk en als supervisor psychotherapie verbonden aan Arkin en AMC. Eveneens is hij lid van het Arkin-onderzoeksteam.
Dr. M.H.M. de Wolf is klinisch psycholoog en psychoanalyticus. Hij is lid van de raad van bestuur van het NPI en hoofdopleider psychotherapie van de Stichting PDO Amsterdam.
Dr. J. Zevalkink is psychologe en antropologe. Ze is hoofd van de afdeling Onderzoek en Kwaliteitszorg van het NPI en docente ontwikkelingspsychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Dr. S.C.M. de Maat is GZ-psychologe, en psychotherapeute en psychoanalytica in opleiding. Ze werkt als stafmedewerkster op de afdeling Volwassenen van het NPI.
Dr. P.J. Draijer is klinisch psychologe, psychotherapeute en psychoanalytica. Ze werkt als universitair hoofddocent bij de Vakgroep Psychiatrie van de Vrije Universiteit Amsterdam en als praktijkopleider klinische psychologie en psychotherapie. Tevens werkt ze als supervisor psychotherapie en als behandelaar bij GGZ In- Geest, het NPI en in eigen praktijk.
A.C. van Reekum is psychiater en psychoanalytica in opleiding. Ze is directeur-psychiater en plaatsvervangend opleider bij Altrecht en eveneens werkzaam in eigen praktijk.
Dr. H.L. Van is psychiater en psychoanalytisch psychotherapeut en werkzaam als opleider psychiatrie bij Arkin Amsterdam.
De gezonde Nederlander
Dit boek biedt voor elke dag van het jaar een menu. Zo is er meteen een antwoord op de vraag: wat eten we vandaag? Dat bespaart veel moeite. Zelfs boodschappen doen wordt hiermee gemakkelijker. Elk menu zorgt voor afwisseling, zelfs met een knipoog naar friet. Iedereen die op een haalbare, geleidelijke, blijvende manier wil afvallen, vindt in dit boek de helpende bondgenoot die efficiënt werkt.
Chris Kerfs is één van de meest geraadpleegde diëtisten. Zij heeft een jarenlange ervaring met mensen die last hadden van gewichtsproblemen.
De gezonde Nederlander
Dit boek biedt voor elke dag van het jaar een menu. Zo is er meteen een antwoord op de vraag: wat eten we vandaag? Dat bespaart veel moeite. Zelfs boodschappen doen wordt hiermee gemakkelijker. Elk menu zorgt voor afwisseling, zelfs met een knipoog naar friet. Iedereen die op een haalbare, geleidelijke, blijvende manier wil afvallen, vindt in dit boek de helpende bondgenoot die efficiënt werkt.
Chris Kerfs is één van de meest geraadpleegde diëtisten. Zij heeft een jarenlange ervaring met mensen die last hadden van gewichtsproblemen.
Manger belge, manger sain. Un menu pour chaque jour de l’année
Et pourtant, il n''est pas impossible de perdre des kilos et de garder son nouveau poids. Seulement, il faut le faire autrement. En préparant vos repas de manière différente, c''est-à-dire avec moins (ou sans) graisse à cuire. L''utilisation de trop de graisse n''est qu''une mauvaise habitude que nous pouvons facilement désapprendre. Des repas sans graisse vous donneront un corps sans graisse.
Ce livre vous propose un menu pour chaque jour de l''année. Ainsi, vous ne devrez plus vous poser la question ''Qu''est-ce que je vais manger ce soir?''. Cela vous épargnera beaucoup d''énergie et mêmes vos courses seront plus facile à faire. Les menus sont variés et proposent même des frites.
Toute personne qui souhaite perdre des kilos de façon réaliste et progressive et qui souhaite garder son nouveau poids, découvrira dans ce livre un allié efficace.
Chris Kerfs est une des diététiciennes les plus reconnues en Belgiques. Elle a plusieurs années d'expérience avec des personnes qui ont des problèmes de poids.
Manger belge, manger sain. Un menu pour chaque jour de l’année
Et pourtant, il n''est pas impossible de perdre des kilos et de garder son nouveau poids. Seulement, il faut le faire autrement. En préparant vos repas de manière différente, c''est-à-dire avec moins (ou sans) graisse à cuire. L''utilisation de trop de graisse n''est qu''une mauvaise habitude que nous pouvons facilement désapprendre. Des repas sans graisse vous donneront un corps sans graisse.
Ce livre vous propose un menu pour chaque jour de l''année. Ainsi, vous ne devrez plus vous poser la question ''Qu''est-ce que je vais manger ce soir?''. Cela vous épargnera beaucoup d''énergie et mêmes vos courses seront plus facile à faire. Les menus sont variés et proposent même des frites.
Toute personne qui souhaite perdre des kilos de façon réaliste et progressive et qui souhaite garder son nouveau poids, découvrira dans ce livre un allié efficace.
Chris Kerfs est une des diététiciennes les plus reconnues en Belgiques. Elle a plusieurs années d'expérience avec des personnes qui ont des problèmes de poids.
Inrichten van een school: binnen en buiten
Carl MEDAER was projectleider Methodenschool bij het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs. André DE FRE is er projectmedewerker.
Inrichten van een school: binnen en buiten
Carl MEDAER was projectleider Methodenschool bij het Vlaamse Gemeenschapsonderwijs. André DE FRE is er projectmedewerker.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Tussen samen en apart
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek "tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten: "
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Spiegelbeeld. Begeleiding van kinderen met problemen – Een blik op mezelf
De opbouw van de werkboeken bestaat uit middelen die ingaan op bepaalde thema''s die belangrijk zijn binnen de voornoemde probleemterreinen. In de werkboeken worden ideeën gegeven die gebruikt kunnen worden zoals beschreven staat. Maar bij ieder kind zullen er andere middelen nodig zijn om de werkboeken werkbaar te maken. Het is dus een knip- en plakboek waar er vanuit de begeleider zelf ook nieuwe ideeën zullen en kunnen komen. De handleiding biedt aan begeleiders een achtergrond bij de werkboeken en geeft een aantal alternatieve middelen als blijkt dat het vooropgestelde niet voldoende werkt.
Het gebruik van de werkboeken:
De twee werkboeken zijn op een gelijkvormige manier uitgewerkt. Vandaar dat ook het gebruik ervan éénvormig is. De werkboeken bestaan uit losse bladen die per hoofdstuk aan het kind worden gegeven en in een mapje gestoken. Aan het einde van de begeleiding wordt het boekje meegegeven indien het kind dit wenst. Er wordt voor ieder werkboekje een volgorde van hoofdstukken voorzien waarbij we ervan uit gaan te starten met de meest veilige subthema''s. Maar het spreekt voor zich dat in iedere specifieke situatie de volgorde van de hoofdstukjes kan worden aangepast.
Voor wie is het bestemd?
We gaan ervan uit dat de werkboeken gebruikt worden bij kinderen waar vanuit een grondige analyse gebleken is dat er nood is om rond één of meerdere thema''s individueel te werken.
Kinderen met een zwak zelfbeeld en een beperkt ik -besef komen in aanmerking voor het werken met het boek "een blik op mezelf".
Kinderen verweven in een echtscheidingsproblematiek hebben er vaak nood aan om hun gedachten en gevoelens over dit thema op een rijtje te kunnen zetten, hiervoor kan het Werkboek .''tussen samen en apart" een hulpmiddel zijn.
Zoals hierboven beschreven, werden de werkboeken vanuit een dagcentrumwerking binnen de bijzondere jeugdbijstand ontwikkeld. Dit betekent niet dat de werkboeken zich beperken tot het doelpubliek van een dagcentrum binnen deze sector. Andere hulpverleningsvormen die werken met kinderen waarbij zelfbeeld, weerbaarheid en echtscheiding veel voorkomende problemen zijn, kunnen even goed gebruik maken van de werkboeken.
Leeftijd:
Daar deze werkboeken ontwikkeld werden vanuit de praktijkervaringen van dagcentrum de Schans richten de werkboeken zich naar kinderen tussen 6 en 12 jaar. Kinderen die ouder zijn dan 12 jaar maar zich, wat ontwikkelingsniveau betreft, binnen voornoemde leeftijdscategorie bevinden, kunnen ook gebruik maken van deze werkboeken.
De twee werkboeken: een kort overzicht
WERKBOEK "EEN BLIK OP MEZELF":
In dit boekje is de opbouw van de hoofdstukjes belangrijk. Vanuit onze ervaringen komen we tot de conclusie dat er best gestart wordt met de minst bedreigende hoofdstukjes. Dit om het kind allereerst vertrouwd te maken met het middel en eventueel met de begeleider. De hoofdstukjes die dieper ingaan op de persoonlijkheid en de gevoelswereld van het kind kunnen dan later aan bod komen.
Er werd een opdeling in hoofdstukjes meegegeven die voorgaande redenering volgt, maar het spreekt voor zich dat iedere individuele situatie een persoonlijke indeling vergt.
De onderwerpen zijn zo gekozen dat verschillende deeldomeinen van de leefwereld van het kind aan bod kunnen komen. We gaan specifiek in op een aantalomgevingsaspecten:
Deze werkboeken zijn het resultaat van vele jaren werk. Ze hebben vorm gekregen doorheen het experimenteren en werken met verschillende werkmiddelen, door verschillende begeleiders en met verschillende kinderen. In die zin hebben alle vroegere en huidige dagcentrumwerkers een positieve bijdrage geleverd aan deze concretisatie.
De werkboeken zijn concreet uitgewerkt door de teamleden die op dit moment werkzaam zijn in de Schans. Zij hebben alle informatie verzameld en verwerkt en geconcretiseerd tot dit resultaat. Dit was geen sinecure en een werk van lange adem. Nieuwe ideeën en ervaringen dienden te worden opgenomen naast de vroegere werkmiddelen.
Volgende medewerkers hebben deze werkboeken uitgewerkt.
Eric Janssen:
Eric Janssen is afgestudeerd als maatschappelijk assistent in 1986 en medeoprichter van de dagcentra de Schans en de Schommel in Turnhout sinds 1989. Hij is tewerkgesteld als verantwoordelijke van beide dagcentra. In het dagcentrum staat hij onder meer in voor de formele ouderwerking (waarin oudercursussen over opvoedingsterreinen worden aangeboden), supervisie en ondersteuning in begeleidingen. Hij volgde verschillende modules van de voortgezette opleiding maatschappelijk assistent, korte specifieke vorming i.v.m. hulpverlening aan kinderen en ouders, en een specifieke vorming rond leiding geven.
Kuypers Martine:
Martine Kuypers studeerde in 1996 af als maatschappelijk assistent. Vanaf 1996 is ze werkzaam in de Schans. Binnen de werking is ze actief binnen de groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is verantwoordelijk voor de kinderparticipatie binnen de werking en had een belangrijk aandeel in de concrete uitwerking van de middelen in de werkboeken. Ze volgde specifieke vorming rond contextuele hulpverlening, ouderschap na echtscheiding, kinderontwikkeling en psychopathologie.
Schenck Lieve:
Lieve Schenck is van opleiding psychologe en sinds 1994 werkzaam in de Schans. Ze is als begeleidster actief in de verschillende pijlers: groepsbegeleiding, gezinsbegeleiding en individuele begeleiding. Ze is binnen de werking van het dagcentrum verantwoordelijk voor de individuele begeleiding en zoekt regelmatig nieuwe werkmiddelen en materialen. Ze volgde bijscholing rond autisme, ADHD, kinderontwikkeling en psychopathologie. Zij geeft tevens assertiviteitstraining aan jongeren vanuit CAW de Kempen.
Tinne Van der Veken:
Tinne Van der Veken is afgestudeerd als maatschappelijk assistent. Ze werkt vanaf 1996 in de Schans. Sinds 2002 is ze ook werkzaam in de Schommel. Ze is verantwoordelijk voor het gezinskamp van beide dagcentra en de pijlers groepsbegeleiding en studiebegeleiding in de Schans. Ze is ook actief in de werkgroep rond videohometraining. Zowel gezinsbegeleiding en individuele begeleiding behoren tot haar takenpakket. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening.
Nancy Anthonissens:<
Nancy Anthonissens is afgestudeerd als gegradueerde in de orthopedagogie en psychotherapeute vanuit gestalt en psychosynthese. Ze is vanaf 1997 tewerkgesteld in de Schans. In het dagcentrum is zij verantwoordelijk voor de vorming en intervisie van het team. Ze volgde bijscholing rond contextuele hulpverlening, samengestelde gezinnen, kinderontwikkeling en psychopathologie.
