Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering

 16,50

Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.

Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een kader dat helpt om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist. Het is bedoeld voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering naar waarde wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking, interventie of dienstverlening is.

Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding. Hiervoor worden tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook te weten hoe je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg over de verzameling, analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de evaluatie wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de theorie komen op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden. Dit is een boek om meer en beter te evalueren.



Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ - Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant vzw.

Quick View

Een kei in evalueren. Werkboek evalueren in de gezondheidsbevordering

 16,50

Evalueren is géén passief gebeuren, het doel is om je project of samenwerking een nieuwe impuls te geven. Actie dus. Dit handboek zet je op een toegankelijke manier op weg.

Evaluatieproces van A tot Z
Het boek doet het evaluatieproces van A tot Z uit de doeken en biedt een kader dat helpt om het overzicht te houden op alle beslissingen die een evaluatie vereist. Het is bedoeld voor iedereen die zijn inspanningen op het vlak van gezondheidsbevordering naar waarde wil schatten. Of dat nu een project, actie, product, samenwerking, interventie of dienstverlening is.

Toegankelijk
Een kwaliteitsvolle evaluatie start met een gefundeerde voorbereiding. Hiervoor worden tools zoals de evaluatiematrix en het RE-AIM-model aangereikt. Je komt ook te weten hoe je meetinstrumenten opstelt. De uitvoering van de evaluatie bevat uitleg over de verzameling, analyse en interpretatie van de gegevens. Maar ook het resultaat van de evaluatie wordt niet vergeten. Hoe gaan we hier nu mee voort? Alle onderdelen van de theorie komen op een toegankelijke manier aan bod met concrete voorbeelden. Dit is een boek om meer en beter te evalueren.



Saidja Steenhuyzen is stafmedewerker wetenschappelijke ondersteuning bij VIGeZ - Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie en Ziektepreventie, met zetel in Brussel.
Veerle Stevens was stafmedewerker bij VIGeZ. Zij is nu adjunct-directeur bij CGG Passant vzw.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Tegenpolen. Filosoferen tussen uiterstenTegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten

 15,40

Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.



Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.

Tegenpolen. Filosoferen tussen uiterstenTegenpolen. Filosoferen tussen uitersten
Quick View

Tegenpolen. Filosoferen tussen uitersten

 15,40

Filosofisch denken is bij uitstek conceptueel denken. Het gaat om begrippen en hoe je die gebruikt. Dit boek wil de filoso- fie verhelderen aan de hand van filosofische begrippen in de vorm van tegenpolen. Begrippen die op de ene of de andere manier met elkaar contrasteren. Elk van de begrippenparen karakteriseert een aspect van de werkelijkheid, en met elkaar spannen ze een ruimte op waarin er kan worden nagedacht over hoe de wereld in elkaar steekt en welke rol mensen daarin spelen.



Pim Lemmens studeerde filosofie aan de universiteit van Utrecht. Hij geeft filosofische cursussen en workshops.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tien keer beter! 4 – Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 7)

 15,90

In dit boek staan voorbeelden van betere onderwijspraktijk. De kern van dit boek wordt gevormd door de hoofdstukken waarin tien studenten van de opleiding tot Master Special Educational Needs ‘hun verhaal’ vertellen. Verhalen die aantonen dat beter onderwijs groeit in de praktijk. “Bij actieonderzoek doen leerkrachten onderzoek naar de problemen en vraagstukken van hun eigen onderwijspraktijk en ontwerpen hier oplossingen voor. Niemand kent immers zijn klaslokaal beter dan de leerkracht die er elke dag in werkt.” (Cornelissen, 2009). Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen.

Omdat onderwijs en opleiden voor onderwijs altijd beter kan, wordt in dit boek ook gerapporteerd over de constructie van een vragenlijst die in kaart brengt wat studenten leren van het doen van praktijkgericht onderzoek. Hiertoe zijn de alumni 2011 van de Master SEN bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg benaderd. Een onderzoek dat een stevige basis legt voor de IPPOD. De vragenlijst die meer kijk moet bieden op de impact en het proces van praktijkgericht onderzoek. Uit een eerste peiling komen al kansen naar voren om nog meer bij te dragen aan een reflectief-onderzoekende houding bij onderwijsprofessionals. Een houding die ten grondslag ligt aan een duurzame verbetering van het onderwijs.

Op weg naar de invoering van Passend onderwijs worden termen als ‘onderwijszorg’ en ‘zorgleerling’ in de beleidsstukken steeds meer vervangen door ‘onderwijsondersteuning’ en ‘leerling met extra ondersteuningsbehoefte’. Ook begrippen als schoolondersteuningsprofiel, de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband, ondersteuningsvoorzieningen, ondersteuningsplan, ondersteuningsmiddelen, basisondersteuning (was basiszorg) en speciale ondersteuning (was zware zorg) doen hun intrede. Het medisch model maakt steeds meer plaats voor het burgerschapsdenken. Het zijn die inzichten die in de opleiding tot Master SEN groeien. Ook in die zin biedt dit boek tekenen van ontwikkeling in een tijdsgewricht van merkbare maatschappelijke veranderingen. Het wijst erop dat Fontys OSO daar klaar voor is.

Joost Kentson (voorzitter de Onderwijscoöperatie) over de Master SEN: “Als je investeert in scholing dan gaat daarmee de kwaliteit van de mensen omhoog. Dat is een één-op-één-relatie. De invulling van je werk wordt daarmee anders.”


Quick View

Tien keer beter! 4 – Verbeteren van onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 7)

 15,90

In dit boek staan voorbeelden van betere onderwijspraktijk. De kern van dit boek wordt gevormd door de hoofdstukken waarin tien studenten van de opleiding tot Master Special Educational Needs ‘hun verhaal’ vertellen. Verhalen die aantonen dat beter onderwijs groeit in de praktijk. “Bij actieonderzoek doen leerkrachten onderzoek naar de problemen en vraagstukken van hun eigen onderwijspraktijk en ontwerpen hier oplossingen voor. Niemand kent immers zijn klaslokaal beter dan de leerkracht die er elke dag in werkt.” (Cornelissen, 2009). Met de invoering van de bachelor-masterstructuur heeft het praktijkgericht onderzoek aan Nederlandse hogescholen een grote vlucht genomen.

Omdat onderwijs en opleiden voor onderwijs altijd beter kan, wordt in dit boek ook gerapporteerd over de constructie van een vragenlijst die in kaart brengt wat studenten leren van het doen van praktijkgericht onderzoek. Hiertoe zijn de alumni 2011 van de Master SEN bij Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg benaderd. Een onderzoek dat een stevige basis legt voor de IPPOD. De vragenlijst die meer kijk moet bieden op de impact en het proces van praktijkgericht onderzoek. Uit een eerste peiling komen al kansen naar voren om nog meer bij te dragen aan een reflectief-onderzoekende houding bij onderwijsprofessionals. Een houding die ten grondslag ligt aan een duurzame verbetering van het onderwijs.

Op weg naar de invoering van Passend onderwijs worden termen als ‘onderwijszorg’ en ‘zorgleerling’ in de beleidsstukken steeds meer vervangen door ‘onderwijsondersteuning’ en ‘leerling met extra ondersteuningsbehoefte’. Ook begrippen als schoolondersteuningsprofiel, de ondersteuningsstructuur van het samenwerkingsverband, ondersteuningsvoorzieningen, ondersteuningsplan, ondersteuningsmiddelen, basisondersteuning (was basiszorg) en speciale ondersteuning (was zware zorg) doen hun intrede. Het medisch model maakt steeds meer plaats voor het burgerschapsdenken. Het zijn die inzichten die in de opleiding tot Master SEN groeien. Ook in die zin biedt dit boek tekenen van ontwikkeling in een tijdsgewricht van merkbare maatschappelijke veranderingen. Het wijst erop dat Fontys OSO daar klaar voor is.

Joost Kentson (voorzitter de Onderwijscoöperatie) over de Master SEN: “Als je investeert in scholing dan gaat daarmee de kwaliteit van de mensen omhoog. Dat is een één-op-één-relatie. De invulling van je werk wordt daarmee anders.”


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)

 19,90
In dit boek beschrijven tien studenten hoe zij tijdens hun opleiding tot Master Special Educational Needs ‘de kunst van het waarnemen’ hebben beoefend. Als betrokken en ervaren onderwijsprofessionals zijn zij door deze studie zich ervan bewust geworden dat ogenschijnlijk onbewuste waarnemingen de basis vormen voor hun onderwijs. Hoogleraar Dijksterhuis (2007) noemt dat ‘het slimme onbewuste’. Het praktijkonderzoek dat de studenten uitvoerden heeft hen bewust gemaakt dat veel al goed gaat, maar ook dat er zoiets als ‘de leerkrachtenval’ bestaat: we reageren op negatief gedrag, maar niet wanneer het juist goed gaat.
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.

Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.

Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.

Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.

Quick View

Tien keer beter! 2 Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, nr. 5)

 19,90
In dit boek beschrijven tien studenten hoe zij tijdens hun opleiding tot Master Special Educational Needs ‘de kunst van het waarnemen’ hebben beoefend. Als betrokken en ervaren onderwijsprofessionals zijn zij door deze studie zich ervan bewust geworden dat ogenschijnlijk onbewuste waarnemingen de basis vormen voor hun onderwijs. Hoogleraar Dijksterhuis (2007) noemt dat ‘het slimme onbewuste’. Het praktijkonderzoek dat de studenten uitvoerden heeft hen bewust gemaakt dat veel al goed gaat, maar ook dat er zoiets als ‘de leerkrachtenval’ bestaat: we reageren op negatief gedrag, maar niet wanneer het juist goed gaat.
Wie dit allemaal weet, kan ook de stap zetten van ‘onbewust waarnemen’ naar ‘bewust interpreteren’. En daarmee staat de deur naar voortdurende onderwijsverbetering en –vernieuwing open.

Elke onderwijssituatie is uniek. Het heeft een eigen identiteit en functioneert relatief autonoom. Dit laatste vooral in interactie met de omgeving.
Onderwijsverbetering en onderwijsvernieuwing vragen om verbindingen met de wereld buiten de eigen setting, buiten de eigen school, de eigen klas, de eigen les. Daarmee blijven leraren niet alleen uitvoerders van wat anderen bedacht hebben, maar worden ook onderzoekers van hun eigen leren en het leren van kinderen. (Kok, 2008). Het is een voortdurende speurtocht naar kennis over wat werkt en niet werkt in het onderwijs.

Staatssecretaris Dijksma schrijft ook voor dit tweede boek Tien keer beter! het voorwoord. Zij onderkent daarmee de basis die nodig is om passend onderwijs vorm te geven: leraren die weten wat werkt, om ‘leerlingen optimaal uit de verf te laten komen’.

Dijksma: Het is dus allemaal een kwestie van kennis. Van zelfkennis, vakinhoudelijke kennis, didactische kennis en kennis over speciale onderwijsbehoeften. Maar goede leraren, ook masters SEN, drijven niet op kennis alleen. Zij varen ook op empathie en de drive om kinderen iets bij te brengen. Wie hun ouders ook zijn. Waar ze ook vandaan komen. En of ze nu lijden aan een stoornis of niet. Want talent zit overal, als je het maar wil zien.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care

 16,90
This book wishes to contribute to the development of Interprofessional Education (IPE) in health and social care programmes in higher education institutions where IPE is not yet deployed, and in institutions where IPE is present but where it is not underpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has been produced within a project of EIPEN, the European Interprofessional Education Network, with financial support from the European Erasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevant policy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, tools and resources. He points out possible pitfalls and informs the reader about directions to be taken for effective quality assurance in IPE.

Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.

Quick View

Exploring quality assurance for interprofessional education in health and social care

 16,90
This book wishes to contribute to the development of Interprofessional Education (IPE) in health and social care programmes in higher education institutions where IPE is not yet deployed, and in institutions where IPE is present but where it is not underpinned by mechanisms of quality assurance (QA). It has been produced within a project of EIPEN, the European Interprofessional Education Network, with financial support from the European Erasmus Lifelong Learning programme. The author depicts relevant policy issues and QA mechanisms, but also existing initiatives, tools and resources. He points out possible pitfalls and informs the reader about directions to be taken for effective quality assurance in IPE.

Andre Vyt is lecturer at Arteveldehogeschool University College, and teaches also in the Faculty of Medicine and Health Sciences at Ghent University (Belgium). Since several years he coordinates a learning trajectory on interprofessional collaboration in health care, with staff members from different institutions. The author also has built up expertise in quality management in education and health care.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Tien keer beter! Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 2)

 19,90
Je bent nooit uitgeleerd: Dat geldt ook voor (student-)leraren. Om goed te onderwijzen is het noodzakelijk geregeld de eigen lespraktijk aan een onderzoek te ontwerpen. Maar hoe doe je dat dan?

In dit boek worden tien zulke onderzoeken voorgesteld. De auteurs bevragen een bepaalde afgebakende activiteit uit hun onderwijspraktijk: Wat werkt er wel? Wat werkt er niet? Wat kan er beter? Wat moet er niet of geheel anders gebeuren? De onderzoeken zijn gericht op het verbeteren van de eigen werkpraktijk in de klas, de remedial teaching, op afdelingsniveau en op schoolniveau. Het geheel is geïllustreerd met cartoons. Een inspirerende bundel voor wakkere onderwijsmensen.

Met inleidende teksten van Sharon Dijksma, staatssecreataris, en René Verhulst, voorzitter van de WEC-raad.

Andy van de Berg en de coauteurs volgden de opleiding M SEN – Master Special Educational Needs bij Fontys-OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.

Het boek is ontstaan uit een project dat begeleid werd door Anita Blonk, Rob Boerman en Karel Smeets.

Quick View

Tien keer beter! Leraren verbeteren hun onderwijspraktijk door onderzoek (Reeks Praktijk in Onderzoek, deel 2)

 19,90
Je bent nooit uitgeleerd: Dat geldt ook voor (student-)leraren. Om goed te onderwijzen is het noodzakelijk geregeld de eigen lespraktijk aan een onderzoek te ontwerpen. Maar hoe doe je dat dan?

In dit boek worden tien zulke onderzoeken voorgesteld. De auteurs bevragen een bepaalde afgebakende activiteit uit hun onderwijspraktijk: Wat werkt er wel? Wat werkt er niet? Wat kan er beter? Wat moet er niet of geheel anders gebeuren? De onderzoeken zijn gericht op het verbeteren van de eigen werkpraktijk in de klas, de remedial teaching, op afdelingsniveau en op schoolniveau. Het geheel is geïllustreerd met cartoons. Een inspirerende bundel voor wakkere onderwijsmensen.

Met inleidende teksten van Sharon Dijksma, staatssecreataris, en René Verhulst, voorzitter van de WEC-raad.

Andy van de Berg en de coauteurs volgden de opleiding M SEN – Master Special Educational Needs bij Fontys-OSO – Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg in Tilburg.

Het boek is ontstaan uit een project dat begeleid werd door Anita Blonk, Rob Boerman en Karel Smeets.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Handleiding en scoreformulieren (1E DRUK)

 60,00

In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).

Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijkt deze leemtes te kunnen opvullen.



Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist, wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen, Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent Orthopedagogiek, Faculteit Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie, Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen (Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).

Placeholder Image
Quick View

Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing (RTNA) – Handleiding en scoreformulieren (1E DRUK)

 60,00

In de logopedische en klinisch linguïstische praktijk heeft men behoefte aan een volledige testbatterij voor het onderzoek van alle taalaspecten. In het Nederlands taalgebied zijn reeds enkele waardevolle tests voorhanden om problemen op vlak van semantiek, morfologie en syntaxis te onderkennen. Het aanbod om pragmatische vaardigheden en meer specifiek de narratieve vaardigheid te evalueren, is eerder beperkt. Nochtans is het essentieel pragmatiek nauwkeurig te onderzoeken vanwege de relatie met de alledaagse communicatie en in het kader van differentiële diagnostiek tussen bepaalde vormen van ontwikkelingsstoornissen (Russell, 2007).

Naast het tekort aan genormeerde instrumenten voor narratieve vaardigheden, merken we dat er nog geen test beschikbaar is die de woordvinding analyseert. Woordvinding verwijst naar de snelheid waarmee een woord kan worden opgeroepen uit het lexicon. De woordenschattests die momenteel gehanteerd worden in de klinische praktijk, laten niet toe uitspraken te doen over woordvinding daar er geen tijdslimiet wordt vastgelegd. Tot slot is er nog geen test die kinderen spontaan zinnen laat uiten en waarbij men rekening dient te houden met de voorkennis van de luisteraar. De Renfrew Taalschalen Nederlandse Aanpassing lijkt deze leemtes te kunnen opvullen.



Kino Jansonius, klinisch psycholinguïst en logopedist, wetenschappelijk medewerker ACLC (Amsterdam Centre for Language and Communication), Algemene Taalwetenschappen, Faculteit Geesteswetenschappen, Universiteit van Amsterdam.
Mieke Ketelaars, orthopedagoog, universitair docent Orthopedagogiek, Faculteit Sociale Wetenschappen, Rijksuniversiteit Leiden.
Marja Borgers, linguïst, zelfstandig werkend adviseur voor taalonderwijs en taalstoornissen, www.taalweb.nl.
Ellen Van Den Heuvel, master Logopedische en Audiologische Wetenschappen, doctorandus KU Leuven, Departement Neurowetenschappen, ExpORL.
Hilde Roeyers, opleidingshoofd Logopedie-Audiologie, Katholieke Hogeschool VIVES, campus Brugge.
Eric Manders, deeltijds docent KU Leuven (Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en Thomas More Antwerpen (Departement Logopedie en Audiologie).
Inge Zink, deeltijds hoogleraar KU Leuven (programmadirecteur Logopedische en Audiologische Wetenschappen) en logopedist UZ Leuven (taaldiagnostiek MUCLA).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hun goed recht. Passend onderwijs voor leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 5)

 20,00
‘Hun goed recht’ beschrijft op welke wijze het onderwijs aan leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ‘passend’ gemaakt kan worden.

Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).

De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.

Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.

Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!

Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.

Quick View

Hun goed recht. Passend onderwijs voor leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (Reeks Ervaringsdeskundigen & Professionals, nr. 5)

 20,00
‘Hun goed recht’ beschrijft op welke wijze het onderwijs aan leerlingen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen ‘passend’ gemaakt kan worden.

Ieder kind, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen heeft ‘recht op onderwijs’! Toen dat recht in Nederland in 2003 na het wegvallen van de ‘ondergrens’ uit de indicatiecriteria feitelijk ontstond, stond het onderwijs voor de enorme opdracht om ‘passend onderwijs’ voor kinderen met zeer ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen te ontwikkelen (z.e.v.m.b.).

De Emiliusschool in Son en Breugel is die uitdagende opdracht vanaf 2003 aangegaan. Voor de leerlingen met z.e.v.m.b. is binnen de school nu een compleet curriculum beschikbaar. Niet gebaseerd op, maar aanvullend aan de kerndoelen die binnen het speciaal onderwijs al gehanteerd worden.
Ook werd een nieuw sjabloon Onderwijs – Zorgplan ontwikkeld: nóg nadrukkelijker en gedetailleerder dan voor de leerlingen met meervoudige beperkingen al het geval is, staan hierin de kindkenmerken, structurele begeleidingskenmerken, ondersteuningsbehoeften (pervasive support) en handelingsplanning centraal.

Er zijn nu twee onderwijsvaklokalen voor multisensorische activering van ieder ongeveer 100m2, inclusief een blacklightruimte van zo’n 15 m2. Het motorisch therapielokaal werd omgetoverd tot een ‘bewegingservaringsruimte’. Daarmee zijn de mogelijkheden gerealiseerd om aan alle ontwikkelde leerlijnen binnen een ontwikkelingsgerichte schoolomgeving te kunnen werken.

Dit is een boek over de diepe overtuiging dat naar school gaan een recht is en dat passend onderwijs beschikbaar moet komen voor ieder kind in Nederland, ongeacht de ernst en aard van de beperkingen.
En dat is ‘hun goed recht’!

Cor van Hoof is als adjunct-directeur en John van Dijen is als bestuurder/directeur verbonden aan de Emiliusschool in Son en Breugel. De Emiliusschool is een school voor speciaal onderwijs (cluster 3) voor kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

In-clues. Clues to inclusive and cognitive education (met DVD)

 16,00
This booklet with DVD, brings together the most important works of the INCLUES Network – a European Network around the theme of inclusive and cognitive education.

Inclusive education means that no child is excluded from a mainstream school on the ground of being an exception or having special educational needs. In inclusive education, children learn and live together. It is not limited to children with a label of “disability” but also extends to children, often with a poor socio-economic background, deprived of proper educational support, who tend to be at risk of educational failure. Many of these children have a poor development of learning skills and basic cognitive functions. Therefore the “cognitive” goal of the IN-CLUES Network is to promote ways to reinforce basic learning prerequisites – while at the same time being well aware that this in itself needs an affective climate fostering acceptance of difference, feelings of competence and learning challenges. Also teachers have special educational needs: the need to change their minds and to be able to deal with so large differences.

Realizing inclusive & cognitive education involves work on many levels: families, schools, counsellors, teachers, teacher trainers, assessing psychologists, and policy and decision makers. Despite the discourse on inclusion as a human right to belong, despite laws and fi nancial stimuli in some countries, there was (and still is) a lot of hesitation, practical ignorance or many times resistance against inclusive education. Teachers lack a proper preparation and sometimes do not know what to do. Systems of in-service counselling and training are lacking. Assessment methods are obsolete. Proper content is lacking: how to work with a concrete child, with particular difficulties and challenges, in a group with widely varying learning differences. Yet, in all European countries, whether well-established or in a beginning phase, there are examples of good practice.

This booklet contains recommendations on what the conditions are for a good implementation of inclusive education; what are essential aspects of an inclusive teacher training and what are the conditions of a good programme which activates basic learning prerequisites of children.

The accompanying DVD contains a wealth of materials: videos and presentations of examples of good practice of inclusive and cognitive education from several countries, papers and presentations, about such widely varying subjects as behaviour management, mathematics education, parent counselling, dynamic assessment and cognitive activation, teacher training and implementation of inclusive education.

Quick View

In-clues. Clues to inclusive and cognitive education (met DVD)

 16,00
This booklet with DVD, brings together the most important works of the INCLUES Network – a European Network around the theme of inclusive and cognitive education.

Inclusive education means that no child is excluded from a mainstream school on the ground of being an exception or having special educational needs. In inclusive education, children learn and live together. It is not limited to children with a label of “disability” but also extends to children, often with a poor socio-economic background, deprived of proper educational support, who tend to be at risk of educational failure. Many of these children have a poor development of learning skills and basic cognitive functions. Therefore the “cognitive” goal of the IN-CLUES Network is to promote ways to reinforce basic learning prerequisites – while at the same time being well aware that this in itself needs an affective climate fostering acceptance of difference, feelings of competence and learning challenges. Also teachers have special educational needs: the need to change their minds and to be able to deal with so large differences.

Realizing inclusive & cognitive education involves work on many levels: families, schools, counsellors, teachers, teacher trainers, assessing psychologists, and policy and decision makers. Despite the discourse on inclusion as a human right to belong, despite laws and fi nancial stimuli in some countries, there was (and still is) a lot of hesitation, practical ignorance or many times resistance against inclusive education. Teachers lack a proper preparation and sometimes do not know what to do. Systems of in-service counselling and training are lacking. Assessment methods are obsolete. Proper content is lacking: how to work with a concrete child, with particular difficulties and challenges, in a group with widely varying learning differences. Yet, in all European countries, whether well-established or in a beginning phase, there are examples of good practice.

This booklet contains recommendations on what the conditions are for a good implementation of inclusive education; what are essential aspects of an inclusive teacher training and what are the conditions of a good programme which activates basic learning prerequisites of children.

The accompanying DVD contains a wealth of materials: videos and presentations of examples of good practice of inclusive and cognitive education from several countries, papers and presentations, about such widely varying subjects as behaviour management, mathematics education, parent counselling, dynamic assessment and cognitive activation, teacher training and implementation of inclusive education.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×