“Laat mijn kop met rust!” Een project over straatwijs opvoeden
‘Straatwijs Opvoeden’ is een project dat kennis bezorgt aan de lokale netwerken opvoedingsondersteuning, zodat ze beter tegemoet kunnen komen aan de vraag van de zwakste groepen in de samenleving. Hiervoor verzamelden straathoekwerkers ervaringen van gezinnen in armoedesituaties, resulterend in zogenaamde straatverhalen. De straatverhalen weerspiegelen vooral ervaringen van succes en falen, onvermogen en krachten, engagement maar ook machteloosheid en onbegrip vanuit de hulp- en dienstverlening. Deze straatverhalen, als bronnen van levenswijsheid, worden in deze publicatie uitvoerig geanalyseerd en beschreven. Het zorgvuldig organiseren van een dialoog met ouders uit gezinnen in armoedesituaties levert inzichten op over de verwevenheid van hun leven met structurele moeilijkheden, waarbij ondersteuning bij de opvoeding niet altijd als ondersteunend wordt ervaren.
‘Straatwijs Opvoeden’ is echter veel meer dan dat. Op basis van de straatverhalen werd het perspectief van lokale actoren in de hulp- en dienstverlening in Oostende en Aalst geëxploreerd. Dit levert vooral inzichten op over de grenzen van de ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen. Het toont dat er discrepanties zijn in de manier waarop opvoedingsondersteuning door welzijnsdiensten wordt aangeboden en de manier waarop deze ondersteuning door de ouders wordt ervaren. Tegelijk zien we lokale actoren ondergronds gaan in de zoektocht naar gedeeld engagement ten aanzien van deze gezinnen, die in complexe situaties hun kinderen opvoeden.
Een aantal ‘critical friends’ leveren diverse kritische bijdragen over deze bevindingen én formuleren nieuwe vragen en uitdagingen voor het beleid en de praktijk van opvoedingsondersteuning.
In een notendop levert ‘Straatwijs Opvoeden’ een inspirerende kijk op de manier
waarop op lokaal niveau aan opvoedingsondersteuning vorm gegeven kan worden.
Griet Roets is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor
Wetenschappelijk Onder zoek (FWO) verbonden aan de vakgroep
Sociale Agogiek, Universiteit Gent.
Joost Bonte is coördinator van Straathoekwerk Oost- en West- Vlaanderen, en is sinds de opstart van Integrale Jeugdhulp lid van de stuurgroep in West-Vlaanderen.
Dirk Dermaut en John Decoene zijn verantwoordelijken van het team Vlaamse Coördinatoren Opvoedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
Valerie Dhondt en Frank Myny zijn Vlaamse Coördinatoren Op - voedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
“Laat mijn kop met rust!” Een project over straatwijs opvoeden
‘Straatwijs Opvoeden’ is een project dat kennis bezorgt aan de lokale netwerken opvoedingsondersteuning, zodat ze beter tegemoet kunnen komen aan de vraag van de zwakste groepen in de samenleving. Hiervoor verzamelden straathoekwerkers ervaringen van gezinnen in armoedesituaties, resulterend in zogenaamde straatverhalen. De straatverhalen weerspiegelen vooral ervaringen van succes en falen, onvermogen en krachten, engagement maar ook machteloosheid en onbegrip vanuit de hulp- en dienstverlening. Deze straatverhalen, als bronnen van levenswijsheid, worden in deze publicatie uitvoerig geanalyseerd en beschreven. Het zorgvuldig organiseren van een dialoog met ouders uit gezinnen in armoedesituaties levert inzichten op over de verwevenheid van hun leven met structurele moeilijkheden, waarbij ondersteuning bij de opvoeding niet altijd als ondersteunend wordt ervaren.
‘Straatwijs Opvoeden’ is echter veel meer dan dat. Op basis van de straatverhalen werd het perspectief van lokale actoren in de hulp- en dienstverlening in Oostende en Aalst geëxploreerd. Dit levert vooral inzichten op over de grenzen van de ondersteuningsmogelijkheden voor gezinnen. Het toont dat er discrepanties zijn in de manier waarop opvoedingsondersteuning door welzijnsdiensten wordt aangeboden en de manier waarop deze ondersteuning door de ouders wordt ervaren. Tegelijk zien we lokale actoren ondergronds gaan in de zoektocht naar gedeeld engagement ten aanzien van deze gezinnen, die in complexe situaties hun kinderen opvoeden.
Een aantal ‘critical friends’ leveren diverse kritische bijdragen over deze bevindingen én formuleren nieuwe vragen en uitdagingen voor het beleid en de praktijk van opvoedingsondersteuning.
In een notendop levert ‘Straatwijs Opvoeden’ een inspirerende kijk op de manier
waarop op lokaal niveau aan opvoedingsondersteuning vorm gegeven kan worden.
Griet Roets is als postdoctoraal onderzoeker van het Fonds voor
Wetenschappelijk Onder zoek (FWO) verbonden aan de vakgroep
Sociale Agogiek, Universiteit Gent.
Joost Bonte is coördinator van Straathoekwerk Oost- en West- Vlaanderen, en is sinds de opstart van Integrale Jeugdhulp lid van de stuurgroep in West-Vlaanderen.
Dirk Dermaut en John Decoene zijn verantwoordelijken van het team Vlaamse Coördinatoren Opvoedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
Valerie Dhondt en Frank Myny zijn Vlaamse Coördinatoren Op - voedingsondersteuning in respectievelijk Oost- en West-Vlaanderen van het Agentschap Jongerenwelzijn bij de Vlaamse overheid.
Denken over opvoeden. Inleiding in de pedagogiek
Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd
Denken over opvoeden. Inleiding in de pedagogiek
Hans Van Crombrugge is docent en stafmedewerker aan het Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen in Brussel.nd

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Handboek voor het samen opleiden. Opleiden in de school als parallel proces
Dit handboek gaat over dit leren. Meer bepaald over het leren van de student, zijn professionalisering tot docent en de rol die de school daarbij kan spelen.
Die rol is tweeërlei. Enerzijds kan de school de student helpen door een stimulerende leeromgeving te bieden, een goede coaching en reflectie, en een goede samenwerking met de opleiding. Anderzijds kan een school ook heel wat leren van haar studenten. De vakcoach ontwikkelt zich al begeleidend, de school ontwikkelt zich omdat ze beter moet weten wat voor onderwijs (dus wat voor leraren) ze wil. Kortom, er is sprake van parallelle processen.
Het eerste deel van dit boek gaat over het beleid en alle begrippen die daarbij een rol spelen. Over wat leren is, over de fasen van het leraarschap, over hoe een school nieuwe docenten kan behouden. Het is ook de theoretische onderbouwing voor het vervolg. Een ander deel gaat over de organisatie: Wat is er nodig? Wat betekent het om een leerwerkplek te bieden aan studenten? Wat voor mensen zijn daarbij nodig? Waarin moeten ze competent zijn?
Maar het grootste deel gaat over de praktijk: Hoe organiseer je? Wat moet je doen? Hoe? Welke instrumenten zijn er om te coachen? Hoe kan je intervisie organiseren? Deze publicatie is een werkinstrument voor de manager, stagecoördinator, opleider, vakdocent…
Frans Adriaenssen maakt deel uit van de werkgroep Opleiden in de School te Zwolle en is lid van de directie van de Thorbecke Scholengemeenschap aldaar.
Theo Veldhuis is leraar aan de Christelijke Scholengemeenschap te Beilen. Het boek is ontstaan uit een project van de School of Education van de Hogeschool Windesheim, het CVO Noord-Oost-Nederland en het Platform SchoolWerk Zwolle.

Meer welzijn op het werk. Een eigen kijk
Concreet komen aan bod: het bedrijfsintern overleg inzake het welzijn op het werk en de rol van de syndicale organisaties hierin, de toekomst van de interne en de externe preventiediensten, het belang van een betere monitoring op landelijk vlak, de behoefte aan een ontvetting van het huidige reglementaire kader, de mogelijke regionalisering van de arbeidsgeneeskunde in het perspectief van de komende schaarste aan bedrijfsartsen, de opleiding van zowel preventieadviseurs als toekomstige kaderleden, de specifieke welzijnsproblematiek in de kleinere en middelgrote ondernemingen, het heroriënteren van de inspectiediensten.
Marc Heselmans is voormalig directeur-generaal van de Algemene Directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk en emeritus-hoogleraar aan de KULeuven. Jan Van Peteghem is directeur van de Afdeling Risicobeheersing van het IDEWE – Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en hoogleraar aan de KULeuven.

Meer welzijn op het werk. Een eigen kijk
Concreet komen aan bod: het bedrijfsintern overleg inzake het welzijn op het werk en de rol van de syndicale organisaties hierin, de toekomst van de interne en de externe preventiediensten, het belang van een betere monitoring op landelijk vlak, de behoefte aan een ontvetting van het huidige reglementaire kader, de mogelijke regionalisering van de arbeidsgeneeskunde in het perspectief van de komende schaarste aan bedrijfsartsen, de opleiding van zowel preventieadviseurs als toekomstige kaderleden, de specifieke welzijnsproblematiek in de kleinere en middelgrote ondernemingen, het heroriënteren van de inspectiediensten.
Marc Heselmans is voormalig directeur-generaal van de Algemene Directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk en emeritus-hoogleraar aan de KULeuven. Jan Van Peteghem is directeur van de Afdeling Risicobeheersing van het IDEWE – Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk en hoogleraar aan de KULeuven.

Organiseren in een veranderende wereld. Naar een dynamisch organisatieontwikkelings- en kwaliteitsmanagementsysteem
Dat is het ideaalplaatje, maar voor het zover is, dient de manager een aantal belangrijke vragen beantwoord te hebben. Dit boek geeft de lezer de nodige handvatten bij de beantwoording van deze vragen en maakt de koppeling naar de normen van ISO 9000/2000.
Zowel bij de inrichting van de organisatie als de toepassing van ISO 9000/2000 gaan de auteurs uit van de moderne, Europese ‘principle based’ benadering en niet van de Angelsaksische ‘rule based’ benadering, die ook in Nederland in sommige kringen nog steeds opgeld doet.
Een boek met een gedegen theoretische basis en een praktische uitwerking naar de praktijk.
Jaap-Jan Brouwer (1957) studeerde medicijnen en rechten in Groningen. Hij is managing partner van CinC Management Consultants. Daarnaast schrijft hij boeken over diverse onderwerpen op het terrein van management en organisatie, zoals Angelsaksen versus Rijnlanders. Overeenkomsten en verschillen tussen Amerikaans en Europees denken. Als adviseur beweegt hij zich op een breed terrein, variërend van overheden, profit organisaties en organisaties in de onderwijs en zorgsector.
Harry van Leeuwen (1955) heeft een brede bedrijfmatige ervaring op verschillende niveaus in profit en nonorganisaties, variërend van luchtvaart gerelateerd, maar ook petrochemische industrie, ingenieursbureaus, civiele aannemerij, industriële dienstverlening, milieumanagement en safety management, naast zorgorganisaties als de verstandelijk gehandicaptenzorg. De afgelopen 15 jaar heeft hij zich bewogen in de wereld van certificatie en accreditatie met de daarbij behorende adviestrajecten en trainingen. In die periode hebben zich bovenstaande denkbeelden over kwaliteitsmanagement zich ontwikkeld als antwoord op de vraag van kleine en grote ondernemers waarom men nog met ISO verder zou gaan.

Organiseren in een veranderende wereld. Naar een dynamisch organisatieontwikkelings- en kwaliteitsmanagementsysteem
Dat is het ideaalplaatje, maar voor het zover is, dient de manager een aantal belangrijke vragen beantwoord te hebben. Dit boek geeft de lezer de nodige handvatten bij de beantwoording van deze vragen en maakt de koppeling naar de normen van ISO 9000/2000.
Zowel bij de inrichting van de organisatie als de toepassing van ISO 9000/2000 gaan de auteurs uit van de moderne, Europese ‘principle based’ benadering en niet van de Angelsaksische ‘rule based’ benadering, die ook in Nederland in sommige kringen nog steeds opgeld doet.
Een boek met een gedegen theoretische basis en een praktische uitwerking naar de praktijk.
Jaap-Jan Brouwer (1957) studeerde medicijnen en rechten in Groningen. Hij is managing partner van CinC Management Consultants. Daarnaast schrijft hij boeken over diverse onderwerpen op het terrein van management en organisatie, zoals Angelsaksen versus Rijnlanders. Overeenkomsten en verschillen tussen Amerikaans en Europees denken. Als adviseur beweegt hij zich op een breed terrein, variërend van overheden, profit organisaties en organisaties in de onderwijs en zorgsector.
Harry van Leeuwen (1955) heeft een brede bedrijfmatige ervaring op verschillende niveaus in profit en nonorganisaties, variërend van luchtvaart gerelateerd, maar ook petrochemische industrie, ingenieursbureaus, civiele aannemerij, industriële dienstverlening, milieumanagement en safety management, naast zorgorganisaties als de verstandelijk gehandicaptenzorg. De afgelopen 15 jaar heeft hij zich bewogen in de wereld van certificatie en accreditatie met de daarbij behorende adviestrajecten en trainingen. In die periode hebben zich bovenstaande denkbeelden over kwaliteitsmanagement zich ontwikkeld als antwoord op de vraag van kleine en grote ondernemers waarom men nog met ISO verder zou gaan.