Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk

 22,60

Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider, dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebied het gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich de voorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over de lerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwde inzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door die kennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiek van de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparte professionals.

Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering. De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd door uitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden van aspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat het boek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteund kunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.



Geert Kelchtermans studeerde Pedagogische Wetenschappen en Filosofie en is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, waar hij het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding leidt.

Eline Vanassche is pedagoog en als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding van de KU Leuven. Zij bereidt een doctoraatsproefschrift voor over de professionaliteit van de lerarenopleider.

Ann Deketelaere studeerde Pedagogische Wetenschappen en behaalde een doctoraat in de Biomedische Wetenschappen met een proefschrift over portfolio’s als hulpmiddel bij het leren tijdens de stages in de opleiding Geneeskunde. Zij werkt aan de KU Leuven als onderwijsondersteuner bij de Faculteit Geneeskunde, als praktijklector in de Specifieke Lerarenopleiding Gedragswetenschappen en als wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoekseenheid Onderwijskunde.

Quick View

Lessen uit LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk

 22,60

Beter leraren kunnen opleiden door het onderzoeken van je eigen praktijk als lerarenopleider, dat is de inzet van dit boek. Het is ook de inzet van LOEP: Lerarenopleiders Onderzoeken hun Eigen Praktijk. Met de LOEP-benadering introduceren we in het Nederlandse taalgebied het gedachtegoed van de “Self-Study of Teacher Education Practices”-beweging, die zich de voorbije twee decennia prominent ontwikkelde in het internationale onderzoek over de lerarenopleiding. In de LOEP-benadering gaan lerarenopleiders op zoek naar onderbouwde inzichten in hun eigen praktijk, met de bedoeling die praktijk te verbeteren. Door die kennis ook publiek te maken, dragen ze bouwstenen aan voor een gefundeerde didactiek van de lerarenopleiding. Leraren opleiden is immers een vak apart, dat vraagt om aparte professionals.

Het boek gaat van start met de onderwijskundige uitgangspunten en principes van de LOEPbenadering. De systematische, theoretische introductie wordt meteen geconcretiseerd door uitvoerige voorbeelden van LOEP-onderzoek, die te maken hebben met het begeleiden van aspirant-leerkrachten in hun praktijkopleiding (stages, portfolio, reflectie). Ten slotte gaat het boek in op de vraag hoe lerarenopleiders (methodologisch en theoretisch) ondersteund kunnen worden bij het realiseren van hun LOEP-projecten.



Geert Kelchtermans studeerde Pedagogische Wetenschappen en Filosofie en is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, waar hij het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding leidt.

Eline Vanassche is pedagoog en als Aspirant van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek verbonden aan het Centrum voor Onderwijsbeleid, -vernieuwing en Lerarenopleiding van de KU Leuven. Zij bereidt een doctoraatsproefschrift voor over de professionaliteit van de lerarenopleider.

Ann Deketelaere studeerde Pedagogische Wetenschappen en behaalde een doctoraat in de Biomedische Wetenschappen met een proefschrift over portfolio’s als hulpmiddel bij het leren tijdens de stages in de opleiding Geneeskunde. Zij werkt aan de KU Leuven als onderwijsondersteuner bij de Faculteit Geneeskunde, als praktijklector in de Specifieke Lerarenopleiding Gedragswetenschappen en als wetenschappelijk medewerker aan de Onderzoekseenheid Onderwijskunde.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Grenzen aan verandering. Wel (of niet) moeten, kunnen, willen, mogen veranderen

 33,80

Verandering is van een accidenteel en tijdelijk fenomeen verworden tot een permanent en structureel gegeven. Verandering is voor organisaties zelfs existentieel geworden. Toch blijft verandering voor velen een duister en angstaanjagend fenomeen. Ook managers weten vaak niet wat het fenomeen juist inhoudt en hoe zij er het best mee omgaan opdat het constructief zou zijn.

De auteur gaat na hoe om het even welke organisatie kan omgaan met, zowel gewilde als opgelegde, verandering, ook in een situatie van ingrijpende verandering, zoals bij crisis. Een belangrijke vraag is of er geen grenzen zijn aan verandering en wat verantwoord ondernemen, of bedrijfsethiek, leert over de aanpak en technische middelen bij verandering. Het gaat om een ethische reflectie, die leert dat verandering gekaderd moet worden in een visie van respect voor alle betrokkenen. Het boek loodst de lezer door een spiegelpaleis vol reflecties over wat we menen verantwoord en onverantwoord te zijn bij veranderingen in organisaties. Het einde van de tocht is meer inzicht en meer zelfvertrouwen om verandering met de nodige omzichtigheid en wijsheid tegemoet te treden, zodat ze oplevert wat ervan wordt verhoopt.



Herman Siebens, doctor in de onderwijskunde, is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Hij is ook voorzitter van het netwerk van Vlaamse hotelscholen en ondervoorzitter van het Europese netwerk. Daarnaast is hij ook ondervoorzitter van SOK – Schooloverstijgend Kwaliteitsnetwerk. Hij heeft ettelijke publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. De auteur heeft heel wat ervaring met verandermanagement in secundair onderwijs en in social-profitorganisaties.

Quick View

Grenzen aan verandering. Wel (of niet) moeten, kunnen, willen, mogen veranderen

 33,80

Verandering is van een accidenteel en tijdelijk fenomeen verworden tot een permanent en structureel gegeven. Verandering is voor organisaties zelfs existentieel geworden. Toch blijft verandering voor velen een duister en angstaanjagend fenomeen. Ook managers weten vaak niet wat het fenomeen juist inhoudt en hoe zij er het best mee omgaan opdat het constructief zou zijn.

De auteur gaat na hoe om het even welke organisatie kan omgaan met, zowel gewilde als opgelegde, verandering, ook in een situatie van ingrijpende verandering, zoals bij crisis. Een belangrijke vraag is of er geen grenzen zijn aan verandering en wat verantwoord ondernemen, of bedrijfsethiek, leert over de aanpak en technische middelen bij verandering. Het gaat om een ethische reflectie, die leert dat verandering gekaderd moet worden in een visie van respect voor alle betrokkenen. Het boek loodst de lezer door een spiegelpaleis vol reflecties over wat we menen verantwoord en onverantwoord te zijn bij veranderingen in organisaties. Het einde van de tocht is meer inzicht en meer zelfvertrouwen om verandering met de nodige omzichtigheid en wijsheid tegemoet te treden, zodat ze oplevert wat ervan wordt verhoopt.



Herman Siebens, doctor in de onderwijskunde, is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Hij is ook voorzitter van het netwerk van Vlaamse hotelscholen en ondervoorzitter van het Europese netwerk. Daarnaast is hij ook ondervoorzitter van SOK – Schooloverstijgend Kwaliteitsnetwerk. Hij heeft ettelijke publicaties over beroeps- en bedrijfsethiek op zijn naam. De auteur heeft heel wat ervaring met verandermanagement in secundair onderwijs en in social-profitorganisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Biopolitiek en postfordisme

 28,90
De voorbije decennia is de organisatie van arbeid grondig veranderd. Kennis, taal en zorg staan tegenwoordig centraal en flexibiliteit, innovatie, netwerken, klantgerichtheid en dienstverlening zijn de nieuwe kernwoorden.

De overvloed aan informatie en communicatie vergt nieuwe vaardigheden en competenties, waaruit een nieuwe vorm van subjectiviteit is gegroeid.

De auteur verbindt het postfordisme met het fenomeen van biopolitiek – de manier waarop in toenemende mate ons leven beheerst wordt. Hij laat zich inspireren door een groep Italiaanse filosofen, die in het spoor van Marx, Foucault en Deleuze een materialistische visie op biopolitiek ontwikkelen. Naast de dreiging die van deze hedendaagse levensvorm uitgaat, belicht het boek ook de kansen die erdoor gecreëerd worden. Het verlangen van de nieuwe werkende klasse bevat immers het potentieel om een radicale democratie op gang te brengen.

Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de K.U.Leuven.

Quick View

Biopolitiek en postfordisme

 28,90
De voorbije decennia is de organisatie van arbeid grondig veranderd. Kennis, taal en zorg staan tegenwoordig centraal en flexibiliteit, innovatie, netwerken, klantgerichtheid en dienstverlening zijn de nieuwe kernwoorden.

De overvloed aan informatie en communicatie vergt nieuwe vaardigheden en competenties, waaruit een nieuwe vorm van subjectiviteit is gegroeid.

De auteur verbindt het postfordisme met het fenomeen van biopolitiek – de manier waarop in toenemende mate ons leven beheerst wordt. Hij laat zich inspireren door een groep Italiaanse filosofen, die in het spoor van Marx, Foucault en Deleuze een materialistische visie op biopolitiek ontwikkelen. Naast de dreiging die van deze hedendaagse levensvorm uitgaat, belicht het boek ook de kansen die erdoor gecreëerd worden. Het verlangen van de nieuwe werkende klasse bevat immers het potentieel om een radicale democratie op gang te brengen.

Rob Devos doceert Hedendaagse politieke stromingen en Cultuurfilosofie aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de K.U.Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geopolitiek. Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?

 85,00
In de Lage Landen raakte de studie van de Geopolitiek rond 1945 in een taboesfeer. Als gevolg hiervan werd de relatie tussen geografie (territorialiteit) en buitenlands beleid nog maar amper bestudeerd. Dit boek is uniek in zijn soort; het tracht de wortels van het geopolitieke denken te traceren vanaf haar oorsprong (circa 1890) tot heden. Het boek ontrafelt de verschillende dimensies van het geopolitieke denken, welke tot op vandaag in de actuele internationale be-trekkingen doorwerken.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.

"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)

"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)

"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)

David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.

Quick View

Geopolitiek. Geografisch geweten van de buitenlandse politiek?

 85,00
In de Lage Landen raakte de studie van de Geopolitiek rond 1945 in een taboesfeer. Als gevolg hiervan werd de relatie tussen geografie (territorialiteit) en buitenlands beleid nog maar amper bestudeerd. Dit boek is uniek in zijn soort; het tracht de wortels van het geopolitieke denken te traceren vanaf haar oorsprong (circa 1890) tot heden. Het boek ontrafelt de verschillende dimensies van het geopolitieke denken, welke tot op vandaag in de actuele internationale be-trekkingen doorwerken.
Tijdens deze intellectuele queeste toont de auteur ook aan hoe verschil-lende `geo-politicologen'' door de tijd de toenmalige bewindsvoerders trachtten te adviseren, met wisselend succes.
Dit werk vormt daarmee ook een interessante visie op de geschiedenis `achter'' de internationale betrekkingen van de twintigste en vroeg-éénentwintigste eeuw. In het huidige tijdsgewricht van mondiale herschikkingen (opkomst Azië) en grondige wijzigingen inzake omgevingsfactoren (nakende mondiale energiecrisis, milieudegradatie), vormt dit werk een broodnodig naslag- en referentiewerk over de Geopolitiek.
Ideaal voor historici, geografen, politicologen, en voor mensen met een bredere interesse in de wereldpolitiek.

"Dit werk onderzoekt een grotendeels onbekende dimensie in de Internationale Betrekkingen, op een manier die de auteur tevens op grote hoogte plaatst in het internationale onderzoeksveld." – Prof. dr. Rik Coolsaet (hoogleraar Internationale Politiek, Universiteit Gent)

"Criekemans laat een indrukwekkende eruditie zien, heeft een vaste greep op de stof en lijkt een oorspronkelijk denker te zijn." – Em. Prof. dr. Alfred Van Staden (oud-directeur Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen, `Clingendael'' en hoogleraar te Leiden)

"Het is de meest gedegen studie van de theoretische positie van de geopolitiek die ik onder ogen heb gehad (en die mogelijk in de wereld bestaat)." – Prof. dr. Gertjan Dijkink (hoofddocent Politieke Geografie, Universiteit van Amsterdam)

David Criekemans (°1974) is doctor in de Politieke en Sociale Wetenschappen. Met dit werk over de intellectuele geschiedenis van de Geopolitiek (1890-heden) en haar verhouding tot de Internationale Betrekkingen promoveerde hij in 2005 aan de Universiteit Antwerpen. Vandaag doceert hij aan de Universiteit Antwerpen, aan de Katholieke Universiteit Brussel en aan het International Centre for Geopolitical Studies (I.C.G.S.) te Genève (Zwitserland). Sinds 2007 doceert hij tevens aan de Koninklijke Militaire School in Brussel.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Stilte en onrust

 43,00

De alledaagse leefwereld. Dingen die we zien en horen. De hedendaagse mens wordt opgeslokt door de consumptiecultuur van de markteconomie en verkeert haast permanent in een virtuele werkelijkheid. Individualisme. De liefdesrelatie als meest basale vorm van gemeenschap is hierdoor op de helling gekomen. Welke therapeutische perspectieven kunnen we verbinden aan de gestelde diagnose? We zijn aangewezen op een mentaliteitsverandering, die wordt bepaald door het ‘morele kapitaal’ waarmee een gemeenschap kan voortbestaan.

De auteur opereert binnen de traditie die Montaigne en Kierkegaard introduceren en waaiert voortdurend uit door geregeld zijn rol als dienende gastheer voor die van zoekende filosoof te verruilen. Hij laat tijdslijnen door elkaar lopen. Toch is sprake van intrinsieke ordening: ideeënimprovisaties worden weerspiegeld in een afwisseling tussen levende herinneringen en abstracte argumenten. Zo krijgt de alledaagsheid een filosofische lading. Kleine verhalen en anekdotes zijn nodig om grote verhalen een persoonlijk karakter te geven. Aldus ontstaat een collage, waarin niets is gelogen, maar alles is verzonnen. Een waargebeurde, fictieve levensgeschiedenis op grond van herinneringen, een portret waarin verslag wordt gedaan van een gedreven zoektocht naar zinvolheid. De lezer is genoodzaakt zich te laten meevoeren over hoofd- en zijwegen, bemodderde bospaden, drassige velden, gevaarlijke bochten, grillige slingerpaden, solide bruggen en wankele bruggetjes.


Etienne L.G.E. Kuypers studeerde wijsbegeerte, wijsgerige en historische pedagogiek en theologie in Utrecht, Leuven en Heerlen/Nijmegen. Hij promoveerde bij prof. mag. dr. Edward Schillebeeckx en prof. dr. Ton Beekman, doceerde wijsbegeerte, pedagogiek en psychologie aan verscheidene instituten en was onderzoeksprojectleider aan een schoolbegeleidingsdienst. Inmiddels is hij sinds vele jaren werkzaam als vrij publicist en zelfstandig onderzoeker

Quick View

Stilte en onrust

 43,00

De alledaagse leefwereld. Dingen die we zien en horen. De hedendaagse mens wordt opgeslokt door de consumptiecultuur van de markteconomie en verkeert haast permanent in een virtuele werkelijkheid. Individualisme. De liefdesrelatie als meest basale vorm van gemeenschap is hierdoor op de helling gekomen. Welke therapeutische perspectieven kunnen we verbinden aan de gestelde diagnose? We zijn aangewezen op een mentaliteitsverandering, die wordt bepaald door het ‘morele kapitaal’ waarmee een gemeenschap kan voortbestaan.

De auteur opereert binnen de traditie die Montaigne en Kierkegaard introduceren en waaiert voortdurend uit door geregeld zijn rol als dienende gastheer voor die van zoekende filosoof te verruilen. Hij laat tijdslijnen door elkaar lopen. Toch is sprake van intrinsieke ordening: ideeënimprovisaties worden weerspiegeld in een afwisseling tussen levende herinneringen en abstracte argumenten. Zo krijgt de alledaagsheid een filosofische lading. Kleine verhalen en anekdotes zijn nodig om grote verhalen een persoonlijk karakter te geven. Aldus ontstaat een collage, waarin niets is gelogen, maar alles is verzonnen. Een waargebeurde, fictieve levensgeschiedenis op grond van herinneringen, een portret waarin verslag wordt gedaan van een gedreven zoektocht naar zinvolheid. De lezer is genoodzaakt zich te laten meevoeren over hoofd- en zijwegen, bemodderde bospaden, drassige velden, gevaarlijke bochten, grillige slingerpaden, solide bruggen en wankele bruggetjes.


Etienne L.G.E. Kuypers studeerde wijsbegeerte, wijsgerige en historische pedagogiek en theologie in Utrecht, Leuven en Heerlen/Nijmegen. Hij promoveerde bij prof. mag. dr. Edward Schillebeeckx en prof. dr. Ton Beekman, doceerde wijsbegeerte, pedagogiek en psychologie aan verscheidene instituten en was onderzoeksprojectleider aan een schoolbegeleidingsdienst. Inmiddels is hij sinds vele jaren werkzaam als vrij publicist en zelfstandig onderzoeker

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Onderwijs op de universiteit. Verkennende studie naar de professionalisering en loopbaanperspectieven van universitair onderwijspersoneel

 16,90

Dit boek beschrijft de kwaliteitseisen die worden gesteld aan het universitaire onderwijspersoneel en zijn loopbaanmogelijkheden.

De auteur start met een verkenning van de actuele ontwikkelingen in Nederland. Dan volgt een beschrijving van de internationale beleidsbijdragen van onder meer de OECD en de Europese Commissie over de kwaliteitsverbetering van het universitair onderwijs. Daarna komt de inbreng van de wetenschap aan bod, waarvan de studies van de Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching in de Verenigde Staten een belangrijk deel uitmaken. Ook de ontwikkelingen in het universitair onderwijs in het Verenigd Koninkrijk en Australië worden beschreven. Verder komt een tiental HO-experts aan het woord, die hun mening geven over de positie en de kwaliteit van het onderwijs aan de universiteiten.

In het tweede deel van dit boek worden vijf ‘good practices’ – Maastricht, Utrecht, Rotterdam, Londen en Lund – beschreven, met een blik op de samenhang tussen strategisch beleid en kwaliteits- en personeelsbeleid.

In het derde deel ten slotte wordt een innovatieagenda geformuleerd aan het adres van bestuur, docenten en studenten om aan de kwaliteit van het universitair onderwijs een krachtige impuls te geven.

Hubert W.A.M. Coonen studeerde Onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde aan de Universiteit Leiden. Hij is ruim 30 jaar werkzaam in het hoger onderwijs. Hij werkte als adviseur hoger onderwijs bij de KPC-Groep in ’s Hertogenbosch, was algemeen directeur van de Educatieve Faculteit van de Hogeschool Utrecht, hoogleraar en decaan aan de Faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente en hoogleraar aan de Open Universiteit in Heerlen. Hij was ook kroonlid en vicevoorzitter van de Onderwijsraad en voorzitter van het Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs. Nu is hij hoogleraar aan de Teachers Academy (TA) van Maastricht University. De TA is nauw verbonden met TIER, het Top Institute for Evidence based Education Research.

Quick View

Onderwijs op de universiteit. Verkennende studie naar de professionalisering en loopbaanperspectieven van universitair onderwijspersoneel

 16,90

Dit boek beschrijft de kwaliteitseisen die worden gesteld aan het universitaire onderwijspersoneel en zijn loopbaanmogelijkheden.

De auteur start met een verkenning van de actuele ontwikkelingen in Nederland. Dan volgt een beschrijving van de internationale beleidsbijdragen van onder meer de OECD en de Europese Commissie over de kwaliteitsverbetering van het universitair onderwijs. Daarna komt de inbreng van de wetenschap aan bod, waarvan de studies van de Carnegie Foundation for the Advancement of Teaching in de Verenigde Staten een belangrijk deel uitmaken. Ook de ontwikkelingen in het universitair onderwijs in het Verenigd Koninkrijk en Australië worden beschreven. Verder komt een tiental HO-experts aan het woord, die hun mening geven over de positie en de kwaliteit van het onderwijs aan de universiteiten.

In het tweede deel van dit boek worden vijf ‘good practices’ – Maastricht, Utrecht, Rotterdam, Londen en Lund – beschreven, met een blik op de samenhang tussen strategisch beleid en kwaliteits- en personeelsbeleid.

In het derde deel ten slotte wordt een innovatieagenda geformuleerd aan het adres van bestuur, docenten en studenten om aan de kwaliteit van het universitair onderwijs een krachtige impuls te geven.

Hubert W.A.M. Coonen studeerde Onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde aan de Universiteit Leiden. Hij is ruim 30 jaar werkzaam in het hoger onderwijs. Hij werkte als adviseur hoger onderwijs bij de KPC-Groep in ’s Hertogenbosch, was algemeen directeur van de Educatieve Faculteit van de Hogeschool Utrecht, hoogleraar en decaan aan de Faculteit Gedragswetenschappen van de Universiteit Twente en hoogleraar aan de Open Universiteit in Heerlen. Hij was ook kroonlid en vicevoorzitter van de Onderwijsraad en voorzitter van het Landelijk Platform Beroepen in het Onderwijs. Nu is hij hoogleraar aan de Teachers Academy (TA) van Maastricht University. De TA is nauw verbonden met TIER, het Top Institute for Evidence based Education Research.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterieNaar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie

 21,00
Omtrent de traditionele eschatologische thema’s heerst vandaag in catechese en pastoraal een ooverdovende stilte. Dat is op eminente wijze het geval met de problematiek van de hel. Welke predikant waagt het nog over dat onderwerp, al is het een fundamenteel gegeven in het Nieuwe Testament, ook maar met één woord te reppen? Ook theologen, zelfs kerkelijke gezagsdragers, houden zich op de vlakte en hullen zich in wolken van vaagheid en omzeilend taalgebruik.

De huidige problematisering van de hel is het gevolg van de invloed van de Verlichting met haar optimistisch mens- en toekomstbeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat de moeilijkheden, die eigenlijk inherent zijn aan het dogma van de hel, en bijgevolg vanaf het begin van het christendom aanwezig, in de moderne tijd aanzienlijk werden aangescherpt en steeds meer gelovigen tot scepticisme werden aangezet.

De auteur gaat geen enkele van die moeilijkheden uit de weg en slaagt erin de antinomieën waarmee het dogma van de hel belast is, tot een zowel voor de orthodoxie als voor het verstand en het gevoel bevredigende oplossing te brengen.

Valeer Neckebrouck, antropoloog en theoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns- Amerika.

Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterieNaar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie
Quick View

Naar de hel met de hel. Essay over een groot mysterie

 21,00
Omtrent de traditionele eschatologische thema’s heerst vandaag in catechese en pastoraal een ooverdovende stilte. Dat is op eminente wijze het geval met de problematiek van de hel. Welke predikant waagt het nog over dat onderwerp, al is het een fundamenteel gegeven in het Nieuwe Testament, ook maar met één woord te reppen? Ook theologen, zelfs kerkelijke gezagsdragers, houden zich op de vlakte en hullen zich in wolken van vaagheid en omzeilend taalgebruik.

De huidige problematisering van de hel is het gevolg van de invloed van de Verlichting met haar optimistisch mens- en toekomstbeeld. Zij heeft ervoor gezorgd dat de moeilijkheden, die eigenlijk inherent zijn aan het dogma van de hel, en bijgevolg vanaf het begin van het christendom aanwezig, in de moderne tijd aanzienlijk werden aangescherpt en steeds meer gelovigen tot scepticisme werden aangezet.

De auteur gaat geen enkele van die moeilijkheden uit de weg en slaagt erin de antinomieën waarmee het dogma van de hel belast is, tot een zowel voor de orthodoxie als voor het verstand en het gevoel bevredigende oplossing te brengen.

Valeer Neckebrouck, antropoloog en theoloog, is emeritus hoogleraar aan de KU Leuven en hij doceerde aan de Universiteit van Tilburg en de Universidad Intercontinental van Mexico-stad. Hij deed jarenlang etnografisch onderzoek in Afrika en Latijns- Amerika.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Lire et saisir. Exercices du bon lecteur

 24,90
Lire et saisir richt zich in de eerste plaats tot diegenen die de basis Frans onder de knie hebben en zich verder willen trainen in begrijpend lezen. Aan de hand van meerkeuzevragen toetst de lezer of hij de tekst perfect begrepen heeft. De vijftig oefenteksten zijn van literaire, journalistieke of politieke aard en zijn gerangschikt naar stijgende moeilijkheidsgraad. Ook de lengte van de leesteksten wordt langer: daar waar het eerste deel nog korte losse teksten biedt, wordt er in het tweede en derde deel naar romans verwezen. Dankzij een handige sleutel is dit oefenboek uitermate geschikt als didactisch middel voor de leerkracht Frans, voor de autodidactische student en voor al wie graag zijn leesvaardigheid in de taal van Molière verder wil ontwikkelen.

Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.

Placeholder Image
Quick View

Lire et saisir. Exercices du bon lecteur

 24,90
Lire et saisir richt zich in de eerste plaats tot diegenen die de basis Frans onder de knie hebben en zich verder willen trainen in begrijpend lezen. Aan de hand van meerkeuzevragen toetst de lezer of hij de tekst perfect begrepen heeft. De vijftig oefenteksten zijn van literaire, journalistieke of politieke aard en zijn gerangschikt naar stijgende moeilijkheidsgraad. Ook de lengte van de leesteksten wordt langer: daar waar het eerste deel nog korte losse teksten biedt, wordt er in het tweede en derde deel naar romans verwezen. Dankzij een handige sleutel is dit oefenboek uitermate geschikt als didactisch middel voor de leerkracht Frans, voor de autodidactische student en voor al wie graag zijn leesvaardigheid in de taal van Molière verder wil ontwikkelen.

Filip Verroens gaf les in het secundair onderwijs en is als onderzoeker Franse taalkunde verbonden aan de onderzoeksgroep Contragram van de Universiteit Gent.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Animal phobias and psychosomatic disordersAnimal phobias and psychosomatic disorders
Quick View

Animal phobias and psychosomatic disorders

 38,50
Animal phobias are intense fears of relatively harmless animals like spiders, mice, or cats. The cause of these phobias is largely unknown. In this book, the various animal phobias are systematically ordered and an explanatory theory is provided for each. The central proposition is that animal phobias are caused by problems in interpersonal functioning. In other words, they reflect the phobic person’s inability to deal with particular kinds of interpersonal relationships. The greater the shortcoming, the stronger the fear.

The background of this new approach to animal fears is the Theory of Faculties, a psychological theory which was developed to explain phobias and related disorders. The name of this theory refers to the abilities (“faculties”) which people need to deal with the external world and with themselves. According to this theory, each part of the external world is controlled by a specific ability. The controlling abilities are ordered in hierarchies extending from the somatic basis to the affective and cognitive level. Each hierarchy therefore spans different levels of consciousness. The theory gives insight into the organization and function of behavior, cognitions and affects (emotions) and the relationships among them. Phobias are seen as the result of a disruption of such hierarchies due to the phobic person’s inabilities. This book treats the Theory of Faculties in relation to animal phobias.

In addition to explaining the origin of animal phobias, the Theory of Faculties may shed light on the psychological background of certain psychosomatic disorders, such as fear of swallowing, anorexia nervosa, bulimia, asthma, incontinence, spastic colon, nymphomania and impotence. Psychosomatic disorders are from this perspective the result of dysfunctions at the basis of a hierarchy of abilities. The hypothetical basis of each disorder is discussed.

This book is intended for readers who are interested in the structure and origin of psychopathology. It is of particular interest to professionals in the fields of clinical psychology and psychiatry.

D. A. Fuldauer is a psychologist and psychotherapist. He was long affiliated with the Department of Clinical Psychology at the University of Amsterdam, The Netherlands.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Quick View

De poëtische taal van de adolescent. Over de schoonheid van het anders-zijn

 24,90
Dit boek behandelt de adolescentie in de kunst. Adolescentie in fictie wordt benaderd als een complex taalspel. In deze studie vertelt de auteur op hoogst oorspronkelijke wijze, met behulp van een methodiek genaamd Art Based Learning, hoe we door het bestuderen van kunst heel veel kunnen leren over de schoonheid, het ‘anders-zijn’ van de adolescent. De poëtische kant, het afwijkende karakter van de adolescent, staat daarbij centraal; niet als probleem, maar als verworvenheid. Uitgebreid wordt ingegaan op de fictieve biografie Orlando: Virginia Woolfs icoon van de eeuwige adolescent. Orlando leeft 400 jaar en transformeert van man naar vrouw. Zij/hij is een estheet, een minnaar, een mysticus, een rebel, een nomade, een queer, een performer. De relatie wordt steeds gelegd met de hedendaagse kunst en cultuur: van een film als Dear Wendy tot de muziek van Kurt Cobain. De prikkelende multidisciplinaire aanpak maakt het boek geschikt voor alle studenten/docenten in de humaniora: kunst, pedagogiek zowel als filosofie. Het is verder bedoeld voor iedere geïnteresseerde in het esthetisch spel dat adolescentie heet.

Jeroen Lutters (1959) is cultuurhistoricus en als onderzoeker verbonden aan het Kenniscentrum Educatie van de Hogeschool Utrecht. Hij doceert regelmatig aan verschillende kunstacademies in Nederland. Hij is voorzitter van het bestuur van het Bernard Lievegoed College for Liberal Arts (voorheen Vrije Hogeschool).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen

 121,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.

Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.

Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.

De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Handleiding – Bijlagen

 121,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Deze map bevat de Handleiding en de Bijlagen bij de volledige methode van Spellingmakker en is bestemd voor de leerkrachten van het eerste leerjaar / groep 3. In de Handleiding kan de leerkracht voor elk van de 100 lessen de lesdoelen en het verloop van de lesgang terugvinden. Bij de lesdoelen wordt een onderscheid gemaakt tussen algemene en specifieke lesdoelen.

Elke lesgang bevat een auditieve en een schrijfcomponent. In de auditieve component wordt de klank of klankgroep eerst afzonderlijk gepresenteerd, vervolgens in klankreeksen en in woorden.

Daarna wordt overgegaan tot de schrijfcomponent, waarbij de leerlingen de aangeleerde klank of klankengroep leren schrijven. Dit gebeurt aan de hand van bordplaten en letterkaartjes die het verloop van de schrijfbeweging illustreren. In de Bijlagen vindt de leerkracht hiervoor het nodige ondersteunend materiaal.

De Handleiding bevat ook talrijke lessuggesties, die zowel tijdens de auditieve als de schrijfcomponent het lesverloop kunnen verlevendigen. Ook de oplossingen van de oefenblaadjes zijn in de Handleiding opgenomen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar

 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.

Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Placeholder Image
Quick View

Spellingmakker – Werkboek 2 – 1ste leerjaar

 11,00
Spellingmakker is een vernieuwende spellingmethode voor de basisschool. Uniek is dat het een twee-in-éénmethode is: schrift en spelling worden geïntegreerd aangeleerd. Via analyse en synthese (‘hakken en plakken’) komen de leerlingen tot spellen.

Bij het aanbieden van de schrijfl etters werd bij het bepalen van de lettervolgorde rekening gehouden met de psychomotorische ontwikkeling van kinderen: eenvoudige lettertekens worden eerst aangeboden, de schrijfmotorisch moeilijkere lettertekens komen later aan bod.

Spellingmakker ontwikkelt een verticale leerlijn Spelling met een pakket voor elk leerjaar/elke groep: van het eerste leerjaar/groep 3 tot en met het zesde leerjaar/groep 8.

Dit is het tweede Werkboek van drie, bestemd voor de leerlingen van het eerste leerjaar/groep 3.

Vanaf 5 exemplaren betaalt u slechts € 7,- per werkboek 2.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×