Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart

 60,70

‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.

Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.



Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.

Quick View

Alles is water. 2000 jaar Europese riviervaart

 60,70

‘Les rivières sont des chemins qui marchent et qui portent où l’on veut aller’, schreef de Franse filosoof en wiskundige Pascal. Zijn Britse tijdgenoot, ‘the water poet’ John Taylor beschreef ze als the ‘cherishing veines of the body of every Countrey, Kingdome, and Nation’. Het zijn slechts enkele citaten die het aanzienlijk belang weergeven dat internationale rivieren en het gebruik ervan voor transportdoeleinden in de politieke en economische geschiedenis van Europa hebben gespeeld en tot op de dag van heden nog steeds spelen.

Dit boek analyseert deze geschiedenis over een periode van ruim 2000 jaar, van de tijd van de Romeinen tot op heden. Het beschrijft de eeuwenlange strijd tussen steden en staten om de heerschappij over de rivieren, met de meer dan 200 jaar durende sluiting van de Schelde als triest culminatiepunt en de ommekeer met het Scheldedecreet in 1792, in het zog van de Franse Revolutie, met afkondiging van vrije scheepvaart voor alle ingezetenen van oeverstaten. Het sindsdien in de internationale orde erkend beginsel van de belangengemeenschap van oeverstaten, heeft niet belet dat de strijd om het vrij gebruik van rivieren ononderbroken is verder gegaan. Sinds vijftig jaar zijn ook de Europese Instellingen zich in deze strijd gaan mengen en hebben zij er een nieuwe dimensie aan gegeven.



Marc De Decker studeerde rechten en maritieme wetenschappen. Sinds ruim dertig jaar is hij als advocaat en voorzitter van de Federatie van de Belgisch Binnenvaart nauw betrokken met de ontwikkelingen in de scheepvaart. Tevens is hij docent aan de UGent, waar hij de cursus European International River Law doceert. Hij schreef verschillende boeken en bijdragen over de riviervaart en ontving voor zijn boek over Europees Internationaal Rivierenrecht in 2015 de prijs van de Stichting François Génicot. Het huidige werk is het resultaat van vele jaren opzoekingswerk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Nachtegaal en de Kraai. Een optimale stem binnen ieders bereik

 35,90

Wie de stem intens gebruikt, ervaart hoe sterk en hoe fijn ze de mondelinge communicatie kan regelen en beïnvloeden. Dat vraagt veel vaardigheden die in dit boek stapsgewijs aan bod komen: van het fijne horen van verschillen, over stemzorg en stemtechniek naar aandacht voor en afstemming op de omgeving.

Of de stem binnen het beroep wordt gebruikt of erbuiten, altijd vraagt dit de nodige aandacht en inzet. Hierbij speelt motivatie een sleutelrol. Deze motivatie kan de lezer putten uit de brede achtergrond over het hoe en waarom van goed stemgebruik. Wie meteen aan de slag wil, krijgt aanzetten om alles in de praktijk om te zetten. Daarnaast biedt elke topic de mogelijkheid om nog dieper en breder over stem na te denken.

Het boek richt zich in de eerste plaats tot de stemgebruikers zelf (politici, leerkrachten, tolken, gidsen, vertellers, sportlui, pleiters, verkopers, …). Anderzijds doet het appel op de verantwoordelijkheid van de brede omgeving: de werkgever, de beleidsvoerder, de architect, de loopbaanplanner, de coach, de logopedist, de beroepsvereniging, de regisseur, de bewegingswetenschapper, de stemergonoom … Hoe breder het draagvlak voor de uitbouw van goed stemgebruik of de oplossing van stemproblemen, des te meer sprekers van allerlei pluimage het beste uit hun stem kunnen halen, van Nachtegaal tot Kraai.

Op de bijbehorende audio-cd staan fragmenten die helpen om alles in te oefenen.


Wivine Decoster is docent aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en de Specifieke Lerarenopleiding Gezondheidswetenschappen van de KU Leuven.

Felix de Jong is foniater in de afdeling Neus-, Keel- en Oorziekten, Gelaat- en Halschirurgie van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven en het Universitair Medisch Centrum St. Radboud van Nijmegen. Ook hij doceert aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven. Samen coördineren ze het Expertisecentrum Stem binnen de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven.

Quick View

De Nachtegaal en de Kraai. Een optimale stem binnen ieders bereik

 35,90

Wie de stem intens gebruikt, ervaart hoe sterk en hoe fijn ze de mondelinge communicatie kan regelen en beïnvloeden. Dat vraagt veel vaardigheden die in dit boek stapsgewijs aan bod komen: van het fijne horen van verschillen, over stemzorg en stemtechniek naar aandacht voor en afstemming op de omgeving.

Of de stem binnen het beroep wordt gebruikt of erbuiten, altijd vraagt dit de nodige aandacht en inzet. Hierbij speelt motivatie een sleutelrol. Deze motivatie kan de lezer putten uit de brede achtergrond over het hoe en waarom van goed stemgebruik. Wie meteen aan de slag wil, krijgt aanzetten om alles in de praktijk om te zetten. Daarnaast biedt elke topic de mogelijkheid om nog dieper en breder over stem na te denken.

Het boek richt zich in de eerste plaats tot de stemgebruikers zelf (politici, leerkrachten, tolken, gidsen, vertellers, sportlui, pleiters, verkopers, …). Anderzijds doet het appel op de verantwoordelijkheid van de brede omgeving: de werkgever, de beleidsvoerder, de architect, de loopbaanplanner, de coach, de logopedist, de beroepsvereniging, de regisseur, de bewegingswetenschapper, de stemergonoom … Hoe breder het draagvlak voor de uitbouw van goed stemgebruik of de oplossing van stemproblemen, des te meer sprekers van allerlei pluimage het beste uit hun stem kunnen halen, van Nachtegaal tot Kraai.

Op de bijbehorende audio-cd staan fragmenten die helpen om alles in te oefenen.


Wivine Decoster is docent aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen en de Specifieke Lerarenopleiding Gezondheidswetenschappen van de KU Leuven.

Felix de Jong is foniater in de afdeling Neus-, Keel- en Oorziekten, Gelaat- en Halschirurgie van de Universitaire Ziekenhuizen Leuven en het Universitair Medisch Centrum St. Radboud van Nijmegen. Ook hij doceert aan de opleiding Logopedische en Audiologische Wetenschappen van de KU Leuven. Samen coördineren ze het Expertisecentrum Stem binnen de faculteit Geneeskunde van de KU Leuven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger

 30,40

De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren.

De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.

Deze publicatie doet verslag van een actie- en literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap 3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek debat over de rol van sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor studenten op hogescholen en universiteiten, en voor burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap voor de publieke zaak.

Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Maurice Specht studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en is gepromoveerd op een studie naar burgerparticipatie in drie Europese steden.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de Stad. Meer informatie over het lectoraat: www.inholland.nl/dynamiekvandestad

Quick View

Sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. Van de brave naar de eigenwijze burger

 30,40

De ontwikkelingen rond sociaal ondernemerschap zijn de laatste jaren heel snel gegaan. Volgens Bornstein en Davis (2010) zijn we inmiddels toe aan sociaal ondernemerschap 3.0. Aanvankelijk ging de aandacht vooral uit naar sociaal ondernemers als vernieuwende denkers en doeners met een grote maatschappelijke impact (1.0). Vervolgens werd de focus verlegd van de oprichters naar het excellent organiseren van sociaal ondernemerschap (2.0). Bij het huidige social entrepeneurship 3.0 gaat het om burgers die zijn toegerust om als changemakers te denken en handelen. Zij werken krachtig samen met anderen om maatschappelijke veranderingen te realiseren.

De manieren waarop ondernemende burgers werken aan maatschappelijke kwesties en maatschappelijke verandering, worden in dit essayistische boek vanuit uiteenlopende invalshoeken belicht. Theorie en praktijk van sociaal ondernemerschap worden in samenhang geanalyseerd. De praktijk is in Rotterdam onderzocht, de thuisbasis van het lectoraat Dynamiek van de Stad dat het onderzoek deed. Uit het onderzoek blijkt dat actieve Rotterdammers in alledaagse praktijken op eigen initiatief en risico de stad beter willen maken. Sommigen zijn daarbij – soms tegen wil en dank – ‘sociaal ondernemer’ geworden.

Deze publicatie doet verslag van een actie- en literatuuronderzoek naar sociaal ondernemerschap 3.0. Het biedt aanknopingspunten voor een publiek debat over de rol van sociaal ondernemerschap in de participatiesamenleving. De bundel is bedoeld voor professionals in beleid en beroepspraktijk, voor studenten op hogescholen en universiteiten, en voor burgers die geïnteresseerd zijn in ondernemerschap voor de publieke zaak.

Erik Sterk studeerde bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en is verbonden aan het lectoraat Dynamiek van de Stad.
Maurice Specht studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en is gepromoveerd op een studie naar burgerparticipatie in drie Europese steden.
Guido Walraven studeerde geschiedenis en internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en is lector Dynamiek van de Stad. Meer informatie over het lectoraat: www.inholland.nl/dynamiekvandestad

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen

 20,50

Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.

  • Waarom uit huis?
  • Hoe besluit je wat het goede moment is?
  • Voor welke huisvesting kies je?
  • Welke factoren spelen een rol bij die keuze?
  • Hoe bereid je je kind voor op de verhuizing?
  • Hoe weet je of je kind zich daar goed bij voelt?
  • Hoe stel je je de samenwerking met professionals voor?


  • Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.

    De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.

    Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.


    Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    "De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
    Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)

    Quick View

    Toch is het een goede keus geweest. Ervaringen van ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen

     20,50

    Het ''uit huis gaan'' van een kind is voor ouders vaak een ingrijpend gebeuren, maar het is meestal een logische stap in ieders leven. Voor ouders van een kind met een ernstige meervoudige beperking is dit echter een ingewikkeld proces dat vele vragen oproept.

  • Waarom uit huis?
  • Hoe besluit je wat het goede moment is?
  • Voor welke huisvesting kies je?
  • Welke factoren spelen een rol bij die keuze?
  • Hoe bereid je je kind voor op de verhuizing?
  • Hoe weet je of je kind zich daar goed bij voelt?
  • Hoe stel je je de samenwerking met professionals voor?


  • Voor dit boek werden zeven ouderparen, van wie het kind met een ernstige meervoudige beperking net het huis is uit gegaan, uitgebreid geïnterviewd over dit proces van thuis naar uit huis.

    De verhalen geven een concreet beeld van hun ervaringen, vanaf de periode dat ze wisten dat er ‘iets’ met hun kind aan de hand was tot aan het moment van de verhuizing. Het hele scala aan zorgen voor een kind met een ernstige meervoudige beperking komt aan bod, en ook de mooie en de minder leuke momenten.

    Ouders vinden verschillende dingen belangrijk in de zorg voor hun kind en in de samenwerking met professionals. Verwachtingen zijn verschillend, ervaringen persoonlijk. Duidelijk is dat deze ouders gewoon willen wat alle ouders willen: dat hun kind gelukkig wordt.


    Carla Vlaskamp is hoogleraar orthopedagogiek, met bijzondere aandacht voor kinderen met ernstige meervoudige beperkingen, aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    Jorien Luijkx is docent en promovenda aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    "De ervaringen van de gezinnen zijn ontroerend mooi weergegeven."
    Zin in Zorg (jrg. 14, nr. 4, blz. 16)

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Eigenheid met respect. Reflecties over het katholiek onderwijs in Antwerpen.

     32,00

    Dit boek bestudeert binnen de stad Antwerpen de eigenheid van de katholieke scholen. Deze studie past in het zogenaamde AWEL-project, opgezet door het begeleidingskorps van het bisdom Antwerpen. Er bleek een behoefte te bestaan aan een discussietekst die de problematiek systematisch kon kaderen en die via voorstellen een dynamiek van overleg op gang zou kunnen brengen. Het eerste deel is een informatief dossier over de situatie in de stad Antwerpen. Er is gekozen voor een systeemaanpak waarbij het onderwijs in de stad Antwerpen – en bij afleiding ook het katholiek onderwijs aldaar – wordt bekeken als een open systeem. Die systeemaanpak vertaalt zich in een benadering op diverse echelons. De situaties op die echelons dienen als subsystemen, die complementair zijn om de problematiek in zijn volledigheid te vatten.

    Het eerste niveau bevat de landelijke overheid, die een grootstedelijk beleid al dan niet kan faciliteren. Dan is er het niveau van de lokale overheid van de stad Antwerpen, die coördinerend kan optreden. Vervolgens is er het beheersniveau van het katholiek onderwijs in de stad, met repercussies op de samenwerkingsverbanden tussen scholen. Een ander niveau is dat van het curriculum. Welke aanpassingen zijn er wenselijk aan het curriculum om aan de grotestadsproblematiek tegemoet te komen? Het volgende en belangrijkste niveau is dat van de concrete school en klas. Daarin komen voorstellen van differentiatie, talenbeleid, ouderwerking, lerarenvisies en groepsvorming in school en klas aan bod. Het resultaat is een reeks voorstellen, die niet allemaal nieuw zijn, maar die wel in samenhang en volgens prioriteit worden gepresenteerd. Sommige van die voorstellen vragen juridische wijzigingen, onder meer het pleidooi voor modulair beroepsgericht onderwijs en aangepaste samenwerkingsvormen binnen een grote stad. Alle voorstellen worden geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, die door de pedagogische begeleiding werden verzameld.



    Roger Standaert begon zijn loopbaan als lector aan de lerarenopleiding na zijn studies pedagogische wetenschappen. Vanaf 1976 tot 1989 was hij hoofdcoördinator voor het Vernieuwd Secundair Onderwijs in het katholiek onderwijs. In 1989 promoveerde hij aan de KU Leuven op een comparatief proefschrift over het onderwijsbeleid in een aantal landen. In 1991 werd hij bij het Vlaamse Ministerie van Onderwijs benoemd tot eerste directeur van de nieuw opgerichte Dienst voor Onderwijsontwikkeling (later Curriculum). In 1997 werd hij voorzitter van het Consortium of Institutes for Development and Research in Education in Europe (CIDREE). Vanaf 1998 doceerde hij vergelijkende pedagogiek aan de universiteit Gent. Hij schreef een aantal boeken waaronder ‘Vergelijken van Onderwijssystemen’ en ‘Globalisering van het onderwijs in contexten’ en hij publiceerde talrijke artikelen in binnenlandse en buitenlandse tijdschriften, voornamelijk in verband met lokale autonomie en onderwijsbeleid. Sinds 2012 beëindigde hij zijn professionele loopbaan, maar blijft hij actief in diverse plaatselijke en internationale onderwijsorganisaties.

    Quick View

    Eigenheid met respect. Reflecties over het katholiek onderwijs in Antwerpen.

     32,00

    Dit boek bestudeert binnen de stad Antwerpen de eigenheid van de katholieke scholen. Deze studie past in het zogenaamde AWEL-project, opgezet door het begeleidingskorps van het bisdom Antwerpen. Er bleek een behoefte te bestaan aan een discussietekst die de problematiek systematisch kon kaderen en die via voorstellen een dynamiek van overleg op gang zou kunnen brengen. Het eerste deel is een informatief dossier over de situatie in de stad Antwerpen. Er is gekozen voor een systeemaanpak waarbij het onderwijs in de stad Antwerpen – en bij afleiding ook het katholiek onderwijs aldaar – wordt bekeken als een open systeem. Die systeemaanpak vertaalt zich in een benadering op diverse echelons. De situaties op die echelons dienen als subsystemen, die complementair zijn om de problematiek in zijn volledigheid te vatten.

    Het eerste niveau bevat de landelijke overheid, die een grootstedelijk beleid al dan niet kan faciliteren. Dan is er het niveau van de lokale overheid van de stad Antwerpen, die coördinerend kan optreden. Vervolgens is er het beheersniveau van het katholiek onderwijs in de stad, met repercussies op de samenwerkingsverbanden tussen scholen. Een ander niveau is dat van het curriculum. Welke aanpassingen zijn er wenselijk aan het curriculum om aan de grotestadsproblematiek tegemoet te komen? Het volgende en belangrijkste niveau is dat van de concrete school en klas. Daarin komen voorstellen van differentiatie, talenbeleid, ouderwerking, lerarenvisies en groepsvorming in school en klas aan bod. Het resultaat is een reeks voorstellen, die niet allemaal nieuw zijn, maar die wel in samenhang en volgens prioriteit worden gepresenteerd. Sommige van die voorstellen vragen juridische wijzigingen, onder meer het pleidooi voor modulair beroepsgericht onderwijs en aangepaste samenwerkingsvormen binnen een grote stad. Alle voorstellen worden geïllustreerd met praktijkvoorbeelden, die door de pedagogische begeleiding werden verzameld.



    Roger Standaert begon zijn loopbaan als lector aan de lerarenopleiding na zijn studies pedagogische wetenschappen. Vanaf 1976 tot 1989 was hij hoofdcoördinator voor het Vernieuwd Secundair Onderwijs in het katholiek onderwijs. In 1989 promoveerde hij aan de KU Leuven op een comparatief proefschrift over het onderwijsbeleid in een aantal landen. In 1991 werd hij bij het Vlaamse Ministerie van Onderwijs benoemd tot eerste directeur van de nieuw opgerichte Dienst voor Onderwijsontwikkeling (later Curriculum). In 1997 werd hij voorzitter van het Consortium of Institutes for Development and Research in Education in Europe (CIDREE). Vanaf 1998 doceerde hij vergelijkende pedagogiek aan de universiteit Gent. Hij schreef een aantal boeken waaronder ‘Vergelijken van Onderwijssystemen’ en ‘Globalisering van het onderwijs in contexten’ en hij publiceerde talrijke artikelen in binnenlandse en buitenlandse tijdschriften, voornamelijk in verband met lokale autonomie en onderwijsbeleid. Sinds 2012 beëindigde hij zijn professionele loopbaan, maar blijft hij actief in diverse plaatselijke en internationale onderwijsorganisaties.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten

     44,90
    Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.

    We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.

    Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.

    Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.

    Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.

    Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.

    Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.

    Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.

    Quick View

    Goederen- en personenvervoer. Vooruitzichten en breekpunten

     44,90
    Verkeer, vervoer en mobiliteit zijn alledaagse begrippen geworden. Allen hebben we er meestal dagelijks mee te maken. We hebben het nodig om ons te verplaatsen van en naar de universiteit of het werk, naar de winkel of de bioscoop. Eveneens hebben de ondernemingen behoefte aan het transporteren van hun goederen. Tussen tien en twintig procent van de economische inspanningen en tijdbesteding van een land heeft op een of andere manier met vervoer te maken.

    We worden echter ook regelmatig geconfronteerd met de problemen van het verkeer zoals files, luchtvervuiling, ongevallen en dergelijke meer. Er zijn dus grote uitdagingen in de verkeers- en vervoerssector om deze negatieve externe effecten te kunnen beheersen.

    Hiervoor is het nodig de interacties tussen de verschillende aspecten van het verkeer goed te kennen. Een multidisciplinaire aanpak is hierbij noodzakelijk. Vaak wordt de verkeersproblematiek eenzijdig benaderd. Nieuwe wegen of hogere brandstofprijzen zullen de problemen niet oplossen. Een integrale aanpak, waar zowel civiele, aandrijftechnische als wetgevende, psychologische en socio-economische aspecten in vervat zitten, is een absolute vereiste.

    Het eerste deel van het boek spitst zich toe op het personenvervoer vanuit een verkeerskundig standpunt. In het tweede deel komt het goederentransport en logistiek management aan bod.

    Door het boek worden aspecten die naar voren zijn gekomen tijdens de leerstoel Willy Calewaert (academiejaar 2003-2004) alsook de onderzoeksresultaten van beide auteurs verweven.

    Dit boek omvat zowel het personenvervoer als het goederenvervoer en geeft aan welke de nieuwe tendensen in deze domeinen zijn.

    Prof. dr. ir. Joeri Van Mierlo doceert Verkeerskunde en Milieuvriendelijke voertuigen aan de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoeksspecialisatie bij de vakgroep Elektrotechniek en Energietechniek in de faculteit Ingenieurwetenschappen ligt in het domein van batterij, hybride en brandstofcelelektrischevoertuigen. Hij ontwikkeldezowelsimulatiemodellen voor voertuigaandrijvingen als voor verkeers- en emissieberekeningen. Hij was en is betrokken bij tal van nationale en internationale onderzoeksprojecten, zowel beleidsondersteunende projecten met betrekking tot duurzame mobiliteit als technologische ontwikkeling van componenten voor innovatieve voertuigaandrijvingen.

    Prof. dr. Cathy Macharis is verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel, Faculteit Economische, Sociale en Politieke wetenschappen, Managementschool Solvay. Zij doceert Transport en Logistiek management, Duurzame mobiliteit en Operationeel management. Zij maakt gebruik van geavanceerde technieken in operationeel onderzoek om oplossingen te verschaffen voor de praktische logistieke problemen waarmee zowel managers als beleidsverantwoordelijken worden geconfronteerd. Zij was en is betrokken bij talrijke nationale en Europese onderzoeksprojecten over locatie-analyse, intermodaaltransport, het bevorderen van verkeersveiligheid via telematicatoepassingen, enz.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen