Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Pipa vindt een weg. Voor kinderen die denken dat ze alleen zijn

 19,70

Pipa kan niet bij zijn mama hond wonen. Hij vindt een plekje bij de grote berenfamilie. Daar is het vreemd, alles is anders, maar Pipa houdt stand. Hij smult gretig van het lekkere eten. Hij verzamelt de vele spulletjes die hij vindt, ook als die niet van hem zijn. Maar hij blijft zijn mama missen. Hij is een slim hondje en gaat veel fantaseren over haar, maar hij is eigenlijk heel verdrietig en vindt uiteindelijk troost bij een muis, die ook denkt dat ze alleen op de wereld is. Pipa leert dat zijn tranen worden gedroogd niet voor altijd, maar altijd weer.

Bij dit voorleesboek is een leidraad geschreven over hoe je met kinderen die niet wonen in hun gezin van oorsprong, woorden kan geven aan hun gevoel, hun zoekproces en hun gedrag. Ook wat je op een creatieve manier kan gaan doen met deze kinderen. Want kinderen zijn creatief en zoeken op hun eigen manier een oplossing voor wat moeilijk is in hun leven.

De bij dit boek behorende leidraad is beschikbaar via www.dl.garant-uitgevers.eu
Inloggen kan met de persoonlijke downloadcode uit het boek.

We willen een hart onder de riem steken voor alle ouders waar ook ter wereld die de zorg opnemen voor kinderen overal ter wereld. “It takes a village to raise a child …” Mensen die ervoor kiezen om voor kinderen te zorgen die niet in hun nest geboren zijn, voelen dag-in dag-uit wat dit betekent …



Lies Ledegen werkte jarenlang in het freinetonderwijs als leerkracht en volgde een herscholing integratieve kindertherapie. Ze werkt sinds 2003 in haar thuispraktijk Kroost. In haar praktijk begeleidt ze kinderen tussen 4 en 12 jaar en hun ouders (www.kroost.be).

Lies Jacobs is bachelor in de readaptatiewetenschappen en ervaringsdeskundige als pleegmoeder. Ze werkt als creatief begeleidster in vzw Albe en volgde opleidingen beeldende en digitale vormgeving en illustrator i.o.

Quick View

Pipa vindt een weg. Voor kinderen die denken dat ze alleen zijn

 19,70

Pipa kan niet bij zijn mama hond wonen. Hij vindt een plekje bij de grote berenfamilie. Daar is het vreemd, alles is anders, maar Pipa houdt stand. Hij smult gretig van het lekkere eten. Hij verzamelt de vele spulletjes die hij vindt, ook als die niet van hem zijn. Maar hij blijft zijn mama missen. Hij is een slim hondje en gaat veel fantaseren over haar, maar hij is eigenlijk heel verdrietig en vindt uiteindelijk troost bij een muis, die ook denkt dat ze alleen op de wereld is. Pipa leert dat zijn tranen worden gedroogd niet voor altijd, maar altijd weer.

Bij dit voorleesboek is een leidraad geschreven over hoe je met kinderen die niet wonen in hun gezin van oorsprong, woorden kan geven aan hun gevoel, hun zoekproces en hun gedrag. Ook wat je op een creatieve manier kan gaan doen met deze kinderen. Want kinderen zijn creatief en zoeken op hun eigen manier een oplossing voor wat moeilijk is in hun leven.

De bij dit boek behorende leidraad is beschikbaar via www.dl.garant-uitgevers.eu
Inloggen kan met de persoonlijke downloadcode uit het boek.

We willen een hart onder de riem steken voor alle ouders waar ook ter wereld die de zorg opnemen voor kinderen overal ter wereld. “It takes a village to raise a child …” Mensen die ervoor kiezen om voor kinderen te zorgen die niet in hun nest geboren zijn, voelen dag-in dag-uit wat dit betekent …



Lies Ledegen werkte jarenlang in het freinetonderwijs als leerkracht en volgde een herscholing integratieve kindertherapie. Ze werkt sinds 2003 in haar thuispraktijk Kroost. In haar praktijk begeleidt ze kinderen tussen 4 en 12 jaar en hun ouders (www.kroost.be).

Lies Jacobs is bachelor in de readaptatiewetenschappen en ervaringsdeskundige als pleegmoeder. Ze werkt als creatief begeleidster in vzw Albe en volgde opleidingen beeldende en digitale vormgeving en illustrator i.o.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding

 32,90

Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.

Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).

Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.

In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
  • Hoe ziet een goede (loopbaan)dialoog er uit?
  • Waarom vinden docenten het vaak moeilijk met hun studenten over hun loopbaan te praten?
  • Welke situaties bevorderen een dialoog?


  • Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.

    Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.

    Quick View

    Wiens verhaal telt? Naar een narratieve en dialogische loopbaanbegeleiding

     32,90

    Veel mensen ervaren een tekort aan richting en identiteit. Zij snakken naar informatie over hoe ze hun (levens)loopbaan het beste kunnen vormgeven. Maar ze weten vervolgens niet wat te doen met deze informatie omdat ze geen verhaal hebben over hun eigen leven dat verleden, heden en toekomst op een zinvolle wijze met elkaar verbindt.

    Tegelijkertijd wordt allerwege van hen verwacht dat ze een dergelijk verhaal wel paraat hebben. Zelfsturing is het parool, zowel in het onderwijs (‘eigen verantwoordelijkheid’), op de arbeidsmarkt (‘employability’) als in de samenleving (‘burgerschap’).

    Het verhaal dat zelfsturing mogelijk maakt, ontstaat echter niet vanzelf. Het wordt gaandeweg geschreven in een dialoog die zich niet alleen afspeelt tussen maar ook binnen mensen.

    In deze bundel gaan 22 auteurs vanuit diverse gezichtspunten in op vragen als:
  • Hoe ziet een goede (loopbaan)dialoog er uit?
  • Waarom vinden docenten het vaak moeilijk met hun studenten over hun loopbaan te praten?
  • Welke situaties bevorderen een dialoog?


  • Behalve kritische analyses van de bestaande praktijk bieden de auteurs ook methodische handreikingen voor het voeren van goede (loopbaan)dialogen. Het boek geeft de laatste stand van zaken wat betreft de theorie over, het onderzoek naar en de praktijk van moderne loopbaanbegeleiding.

    Frans Meijers is lector Pedagogiek van de Beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool en directeur van Meijers Onderzoek & Advies.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Het raadsel autisme. Psychoanalytische psychotherapie? (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 17)

     20,50

    Autisme en psychoanalytische psychotherapie: het is allerminst een evidente combinatie.

    Redenen waarom je autisme ver weg zou houden van vroegere - en soms ook actuele -psychoanalyse hebben alles te maken met achterhaalde ideeën over ijskastmoeders die autisme veroorzaken en met autisten die via psychoanalyse van hun autisme genezen zouden kunnen worden. Het negeren van recentere psychoanalytische inzichten met betrekking tot autisme is terug te voeren tot het grote misverstand dat de psychoanalytische theorievorming en praktijk in dit domein zijn blijven stilstaan na Bettelheim. Tevens gaat men er vaak van uit dat de psychoanalyse niets meer zou kunnen betekenen voor mensen met autisme sinds we weten dat autisme als ontwikkelingsstoornis een biologische basis heeft.

    Ondanks dit ‘weten’ blijft autisme in zijn diverse vormen een groot raadsel en een complexe opgave binnen de huidige hulpverlening. De behandeling ervan vereist zonder twijfel een multidisciplinaire aanpak. Naast een grondige diagnostiek zijn de begeleiding van ouders, schoolse en pedagogische ondersteuning van kinderen met autisme, van hun gezinnen en leerkrachten van essentieel belang.

    Ook wanneer een problematiek biologisch gegrond is, dient er te worden nagedacht over beleving en betekenisgeving. De klinische praktijk moet de mogelijkheden van relatie en communicatie verder in kaart brengen. Het autistisch syndroom beïnvloedt fundamenteel de wijze van in de wereld staan, met andere woorden de wijze om zichzelf en de anderen (niet?) te beleven, een ‘zelfbeeld’ (niet?) te hebben, ervaringen (niet?) op te zoeken, te vrezen, te vermijden. Hoe de zelfen lichaamsbeleving van de personen met autisme begrijpen en helpen ontwikkelen ? Hoe hun primitieve angsten beter verstaan en helpen dragen ?

    Bij kinderen en jongeren met autisme kan een aanvullende inbreng van psychoanalytische therapie een zinvolle bijdrage zijn om te proberen hen één of enkele stappen dichter te brengen bij de wereld van menselijke relaties en communicatie.

    Ook bij psychoanalytische therapeuten zijn velen nog weinig vertrouwd met deze thematiek, terwijl zij er in hun praktijk meer en meer mee worden geconfronteerd.

    Dit boek wil ‘van binnenuit’, door en voor psychoanalytische psychotherapeuten, een inkijk bieden in denk- en werkwijzen van psychoanalytische psychotherapeuten, onder wie de vermaarde Anne Alvarez.

    Met bijdragen van Anne Alvarez, Britta Blomberg, Jos De Backer, Filip De Volder, Ilse Theys, Ludi Van Bouwel en Jan Van Camp.

    Quick View

    Het raadsel autisme. Psychoanalytische psychotherapie? (Reeks Psychoanalytisch Actueel, nr. 17)

     20,50

    Autisme en psychoanalytische psychotherapie: het is allerminst een evidente combinatie.

    Redenen waarom je autisme ver weg zou houden van vroegere - en soms ook actuele -psychoanalyse hebben alles te maken met achterhaalde ideeën over ijskastmoeders die autisme veroorzaken en met autisten die via psychoanalyse van hun autisme genezen zouden kunnen worden. Het negeren van recentere psychoanalytische inzichten met betrekking tot autisme is terug te voeren tot het grote misverstand dat de psychoanalytische theorievorming en praktijk in dit domein zijn blijven stilstaan na Bettelheim. Tevens gaat men er vaak van uit dat de psychoanalyse niets meer zou kunnen betekenen voor mensen met autisme sinds we weten dat autisme als ontwikkelingsstoornis een biologische basis heeft.

    Ondanks dit ‘weten’ blijft autisme in zijn diverse vormen een groot raadsel en een complexe opgave binnen de huidige hulpverlening. De behandeling ervan vereist zonder twijfel een multidisciplinaire aanpak. Naast een grondige diagnostiek zijn de begeleiding van ouders, schoolse en pedagogische ondersteuning van kinderen met autisme, van hun gezinnen en leerkrachten van essentieel belang.

    Ook wanneer een problematiek biologisch gegrond is, dient er te worden nagedacht over beleving en betekenisgeving. De klinische praktijk moet de mogelijkheden van relatie en communicatie verder in kaart brengen. Het autistisch syndroom beïnvloedt fundamenteel de wijze van in de wereld staan, met andere woorden de wijze om zichzelf en de anderen (niet?) te beleven, een ‘zelfbeeld’ (niet?) te hebben, ervaringen (niet?) op te zoeken, te vrezen, te vermijden. Hoe de zelfen lichaamsbeleving van de personen met autisme begrijpen en helpen ontwikkelen ? Hoe hun primitieve angsten beter verstaan en helpen dragen ?

    Bij kinderen en jongeren met autisme kan een aanvullende inbreng van psychoanalytische therapie een zinvolle bijdrage zijn om te proberen hen één of enkele stappen dichter te brengen bij de wereld van menselijke relaties en communicatie.

    Ook bij psychoanalytische therapeuten zijn velen nog weinig vertrouwd met deze thematiek, terwijl zij er in hun praktijk meer en meer mee worden geconfronteerd.

    Dit boek wil ‘van binnenuit’, door en voor psychoanalytische psychotherapeuten, een inkijk bieden in denk- en werkwijzen van psychoanalytische psychotherapeuten, onder wie de vermaarde Anne Alvarez.

    Met bijdragen van Anne Alvarez, Britta Blomberg, Jos De Backer, Filip De Volder, Ilse Theys, Ludi Van Bouwel en Jan Van Camp.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Wenselijke preventie stap voor stap

     14,40
    Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden, maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen welke preventie wenselijk is.

    Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.

    Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.

    Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.

    Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).

    Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.

    Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

    Quick View

    Wenselijke preventie stap voor stap

     14,40
    Met preventie kan je niks mis doen. Want – zo hoor je vaak – voorkomen is beter dan genezen. En toch kan preventie ook de mist in gaan. Preventie kan onnodige verplichtingen opleggen of vrijheden afnemen. Preventie kan een negatieve impact hebben op onze leefkwaliteit. Preventie mag dus geen nattevingerwerk worden, maar moet gewikt en gewogen worden. Dat doen de auteurs in dit boek door uit te tekenen welke preventie wenselijk is.

    Ze kiezen voor preventie die problemen zo vroeg mogelijk bij de wortel aanpakt en de keuzemogelijkheden van mensen eerder vergroot dan inperkt. Wenselijke preventie combineert persoonsgerichte met structuurgerichte acties en betrekt ook de doelgroep zelf actief, democratisch en participatief in elke fase van het proces.

    Dit boek legt uit hoe je die wenselijke preventie stap voor stap realiseert. Een stappenplan voor preventieprojecten op alle mogelijke gebieden: van gezondheid tot het voorkomen van ongevallen, van spijbelpreventie tot vandalismebestrijding, van drugpreventie tot het voorkomen van pesten op school.

    Peter Goris is doctor in de criminologische wetenschappen. Hij is als stafmedewerker preventie verbonden aan het Pluralistisch Overleg Welzijnswerk, een intersectoraal steunpunt voor zorg en sociale politiek. Hij is tevens eindredacteur van het tijdschrift Alert.

    Dieter Burssens is maatschappelijk assistent en licentiaat in de criminologische wetenschappen. Hij is stafmedewerker op het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk en is als onderzoeker verbonden aan het Leuvens Instituut voor Criminologie van de Katholieke Universiteit Leuven, waar hij werkt op het Jeugdonderzoeksplatform (JOP).

    Bie Melis is maatschappelijk assistente en licentiate in de criminologische wetenschappen. Zij werkt als docente aan de Karel de Grote Hogeschool, Departement Sociaal-Agogisch Werk. Zij voert daar onderwijs- en onderzoeksopdrachten uit in het kader van preventie.

    Nicole Vettenburg is doctor in de criminologische wetenschappen. Zij is als docente verbonden aan de Vakgroep Sociale Agogiek van de Universiteit Gent, waar zij onder meer het vak ‘sociaal werk en algemene preventie’ geeft. Samen vormen zij het Team Preventie Ontwikkeling dat theorie en praktijk rond preventie verder wil ontwikkelen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Goden, helden en de massa. Hedendaagse tragedie

     19,90
    Wat hebben popidool Britney Spears, een excentrieke filosoof, studentikoze cantussen en de Griekse tragedie met elkaar te maken? Op het eerste gezicht vrij weinig. Toch blijkt dat er steeds eenzelfde spanning onderhuids aanwezig is in alle voorbeelden: de spanning tussen de menigte en de enkeling.

    Zonder de massa fans en de overvloedige media-aandacht was Britney Spears’ carrière immers beperkt gebleven tot het zingen in parochiezaaltjes. Voor de menigte lijkt het leven van een excentrieke filosoof iets wereldvreemds, terwijl de excentriekeling net de massa schuwt. Studentencantussen zijn een bizar fenomeen van een dronken, rumoerige horde met een strikt gezag en discipline van de senior, voorzitter. In de Griekse tragedie werd dan weer voor het eerst het concept van een podium uitgeprobeerd, waarop een acteur zijn rol moet spelen tegenover het publiek.

    Zowel René Girard als Friedrich Nietzsche bieden een leessleutel aan die al deze fenomenen verbindt. Uit hun lectuur blijkt dat het Dionysische geweld van de massa hét lang bewaarde geheim van onze menselijke cultuur is: iedere cultuur, ook de onze, moet zich uiteindelijk rekenschap geven van een fundamenteel geweld waarop ze gevestigd is. Bovendien zijn beide denkers ervan overtuigd dat in de Griekse tragedie een eerste poging wordt ondernomen om dit geweld te laten zien, onder meer door de enkeling tegenover het koor, d.i. de massa te plaatsen.

    De auteur ontlokt een virtuele polemiek tussen Girard en Nietzsche over de waarheid omtrent de tragedie en biedt zo een originele kijk op de maatschappij, waarbij de puzzelstukken van religie, cultuur, enkeling en alledaagse menigte in elkaar passen.

    Stijn Demaré, filosoof en bachelor godsdienstwetenschappen, is godsdienstleraar aan het Instituut voor Verpleegkunde Ic Dien in Roeselare.

    Quick View

    Goden, helden en de massa. Hedendaagse tragedie

     19,90
    Wat hebben popidool Britney Spears, een excentrieke filosoof, studentikoze cantussen en de Griekse tragedie met elkaar te maken? Op het eerste gezicht vrij weinig. Toch blijkt dat er steeds eenzelfde spanning onderhuids aanwezig is in alle voorbeelden: de spanning tussen de menigte en de enkeling.

    Zonder de massa fans en de overvloedige media-aandacht was Britney Spears’ carrière immers beperkt gebleven tot het zingen in parochiezaaltjes. Voor de menigte lijkt het leven van een excentrieke filosoof iets wereldvreemds, terwijl de excentriekeling net de massa schuwt. Studentencantussen zijn een bizar fenomeen van een dronken, rumoerige horde met een strikt gezag en discipline van de senior, voorzitter. In de Griekse tragedie werd dan weer voor het eerst het concept van een podium uitgeprobeerd, waarop een acteur zijn rol moet spelen tegenover het publiek.

    Zowel René Girard als Friedrich Nietzsche bieden een leessleutel aan die al deze fenomenen verbindt. Uit hun lectuur blijkt dat het Dionysische geweld van de massa hét lang bewaarde geheim van onze menselijke cultuur is: iedere cultuur, ook de onze, moet zich uiteindelijk rekenschap geven van een fundamenteel geweld waarop ze gevestigd is. Bovendien zijn beide denkers ervan overtuigd dat in de Griekse tragedie een eerste poging wordt ondernomen om dit geweld te laten zien, onder meer door de enkeling tegenover het koor, d.i. de massa te plaatsen.

    De auteur ontlokt een virtuele polemiek tussen Girard en Nietzsche over de waarheid omtrent de tragedie en biedt zo een originele kijk op de maatschappij, waarbij de puzzelstukken van religie, cultuur, enkeling en alledaagse menigte in elkaar passen.

    Stijn Demaré, filosoof en bachelor godsdienstwetenschappen, is godsdienstleraar aan het Instituut voor Verpleegkunde Ic Dien in Roeselare.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
      ×