Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
Howardreizen – De rol van de gevangenis in Europa 4de editie
De methode van Howard was eenvoudig: hij reisde in een ijltempo rond en klopte voor een bezoek aan bij de gevangenissen die op zijn weg lagen. Hij observeerde de situatie in de gevangenis, nam notities en vertrok naar een nieuwe gevangenis. En dit telkens opnieuw, vele jaren aan een stuk met een bijna manische verbetenheid.
Tom Vander Beken inspireerde zich op John Howard voor zijn tocht door Europa. Anders dan Howard wil hij daarbij niet zozeer te weten komen hoe het er in gevangenissen in verschillende delen van Europa aan toegaat, maar wil hij inzicht krijgen in de rol en functies die gevangenissen vandaag vervullen.
Dit boek vertelt over zijn bezoeken aan Engeland, Noorwegen, Frankrijk, Nederland, Italië en Azerbeidzjan en reflecteert over wat hij heeft gezien, gehoord en gelezen.
“In de rugzak van Vander Beken zit een pak wetenschappelijke bagage en een bijzonder vlotte pen. Het resultaat is een bijzonder goed geschreven boek met tal van wetenswaardigheden over de gevangenis. De aanpak van Vander Beken doet denken aan Geert Maks In Europa, een reisverslag waarbij de auteur je meeneemt van plaats A naar plaats B, van heden naar verleden, van een kijk op de dingen naar een inzicht in de dingen. Vander Beken schrijft in de ik-vorm, stelt vragen luidop en geeft openlijk uiting aan zijn reflecties. Reizen als methode. ‘Ik heb bijgeleerd door te lezen, te kijken, te luisteren, te praten en te schrijven.’ Meer moet dat niet zijn. Erg aanbevolen.”
(Dirk Leestmans, Juristenkrant)
“Vooral de combinatie van bevindingen uit de literatuur met eigen observaties biedt een unieke meerwaarde en maakt het boek interessant voor een breed en gespecialiseerd publiek. Ik heb dit boek ontzettend graag gelezen, niet in het minst omdat het in een zeer aangenaam vertellende stijl geschreven is, maar ook omdat elk hoofdstuk zijn pointe heeft. Vander Bekens typerende ontwapenende stijl slaat duidelijk aan.”
(Kristel Beyens, Fatik)
Tom Vander Beken is hoogleraar aan de vakgroep criminologie, strafrecht en sociaal recht van de Universiteit Gent en directeur van het Institute for International Research on Criminal Policy (IRCP).
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).
E-commerce en btw. De toekomst van retail en distance selling in een platformeconomie
De samenleving en de wereld om ons heen worden steeds meer gedomineerd door elektronische marktplaatsen en platformen. De consument wordt prosument, hij verkoopt ook bijkomstig goederen of verstrekt diensten. De opkomst van de deeleconomie opent bovendien ook nieuwe commerciële mogelijkheden.
De verkoop op afstand is (internationaal) aan een opmars bezig en het aantal toepassingen blijft groeien. Het traditionele onderscheid tussen B2C en B2B vervaagt, iedereen gaat aan iedereen verkopen. Door de deeleconomie ontstaan nieuwe kanalen C2C maar zelfs C2B. De digitale marktplaatsen, platformen en veilingen laten iedereen toe aan iedereen te verkopen.
Doordat webshops al dan niet over een voorraad kunnen beschikken, ontstaat vaak ook een logistieke uitdaging. De verzending of het vervoer maakt een belangrijk (kosten)aspect uit van de verkoop via webshops. Daarnaast zal het soms nodig zijn zich in bepaalde lidstaten te identificeren voor btw-doeleinden. Ook de retourzendingen vormen een uitdaging.
Dit boek handelt over de nieuwe uitdagingen en werking van retail en e-commerce en het fiscale gunstregime voor bepaalde vormen van leveringen van goederen of diensten via een digitaal platform.
Het boek bevat ten slotte de nieuwe regels inzake btw die van toepassing zullen zijn in 2021 op e-commerce in een B2C-omgeving. De werking van de MOSS en OSS komt hierbij aan bod.
Stefan Ruysschaert is adviseur bij de FOD Financiën. Hij is auteur van talrijke bijdragen op fiscaal vlak in toonaangevende tijdschriften en boeken. Hij is o.a. redactielid van Fiscalnet en het Tijdschrift Huur. Hij is professor aan de faculteit Economie van de UGent, vakgroep Accountancy, bedrijfsfinanciering en fiscaliteit waar hij het vak btw doceert en is gastdocent bij de Fiscale Hogeschool (Odisee).

Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie,ICCI 2017-1
Onderhavig boek behandelt de toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie. Op
22 oktober 2014 namen het Europees Parlement en de Raad richtlijn 2014/95/EU met betrekking
tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde
ondernemingen en groepen aan. De omzetting gebeurde met de wet van 3 september 2017. Een verklaring
van niet-financiële informatie (NFI) moet worden opgesteld door een organisatie van openbaar belang
die meer dan 500 werknemers tewerkstelt en meer dan 17.000.000 EUR balanstotaal of een omzet van
meer dan 34.000.000 EUR heeft.
De commissaris gaat na of deze verklaring daadwerkelijk is opgemaakt en opgenomen in het jaarverslag
of in een afzonderlijk verslag en of de niet-financiële informatie al dan niet in overeenstemming is met de
jaarrekening.
De Global Reporting Initiative (GRI) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) vormen
de belangrijkste internationale standaardsetters qua NFI-rapportering. De NFI-rapportering is een
belangrijk instrument van communicatie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat ook aan
bod komt in de visie van de financiële analisten als NFI-gebruikers. Onderhavig boek sluit af met de
Awards for Best Belgian Sustainability Reports die sinds 1998 door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren
worden georganiseerd.
Le présent ouvrage traite du futur du reporting concernant l’information non financière. Le Parlement européen
et le Conseil ont adopté, en date du 22 octobre 2014, la directive 2014/95/UE en ce qui concerne la publication
d’informations non financières et d’informations relatives à la diversité par certaines grandes entreprises et
certains groupes. La transposition ne fut faite qu’avec la loi du 3 septembre 2017. Une déclaration d’information
non financière (INF) devra être établie par une entité d’intérêt public qui occupe plus de 500 salariés et a un
bilan total de plus de 17.000.000 d’euros ou réalise un chiffre d’affaires de plus de 34.000.000 d’euros.
Le commissaire vérifie si celle-ci a effectivement été établie et reprise dans le rapport de gestion ou dans un
rapport distinct et si les informations non financières concordent ou non avec les comptes annuels.
La Global Reporting Initiative (GRI) et l’International Integrated Reporting Council (IIRC) constituent
les principaux organismes normatifs internationaux de reporting INF. Ce reporting INF est un instrument
important de communication en matière de responsabilité sociétale des entreprises, lequel est également
abordé dans la vision des analystes financiers comme utilisateurs INF. Le présent ouvrage se conclut par les
Awards for Best Belgian Sustainability Reports qui sont organisés par l’Institut des Réviseurs d’Entreprises
depuis 1998.

Toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie,ICCI 2017-1
Onderhavig boek behandelt de toekomst van de rapportering over niet-financiële informatie. Op
22 oktober 2014 namen het Europees Parlement en de Raad richtlijn 2014/95/EU met betrekking
tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde
ondernemingen en groepen aan. De omzetting gebeurde met de wet van 3 september 2017. Een verklaring
van niet-financiële informatie (NFI) moet worden opgesteld door een organisatie van openbaar belang
die meer dan 500 werknemers tewerkstelt en meer dan 17.000.000 EUR balanstotaal of een omzet van
meer dan 34.000.000 EUR heeft.
De commissaris gaat na of deze verklaring daadwerkelijk is opgemaakt en opgenomen in het jaarverslag
of in een afzonderlijk verslag en of de niet-financiële informatie al dan niet in overeenstemming is met de
jaarrekening.
De Global Reporting Initiative (GRI) en de International Integrated Reporting Council (IIRC) vormen
de belangrijkste internationale standaardsetters qua NFI-rapportering. De NFI-rapportering is een
belangrijk instrument van communicatie inzake maatschappelijk verantwoord ondernemen, dat ook aan
bod komt in de visie van de financiële analisten als NFI-gebruikers. Onderhavig boek sluit af met de
Awards for Best Belgian Sustainability Reports die sinds 1998 door het Instituut van de Bedrijfsrevisoren
worden georganiseerd.
Le présent ouvrage traite du futur du reporting concernant l’information non financière. Le Parlement européen
et le Conseil ont adopté, en date du 22 octobre 2014, la directive 2014/95/UE en ce qui concerne la publication
d’informations non financières et d’informations relatives à la diversité par certaines grandes entreprises et
certains groupes. La transposition ne fut faite qu’avec la loi du 3 septembre 2017. Une déclaration d’information
non financière (INF) devra être établie par une entité d’intérêt public qui occupe plus de 500 salariés et a un
bilan total de plus de 17.000.000 d’euros ou réalise un chiffre d’affaires de plus de 34.000.000 d’euros.
Le commissaire vérifie si celle-ci a effectivement été établie et reprise dans le rapport de gestion ou dans un
rapport distinct et si les informations non financières concordent ou non avec les comptes annuels.
La Global Reporting Initiative (GRI) et l’International Integrated Reporting Council (IIRC) constituent
les principaux organismes normatifs internationaux de reporting INF. Ce reporting INF est un instrument
important de communication en matière de responsabilité sociétale des entreprises, lequel est également
abordé dans la vision des analystes financiers comme utilisateurs INF. Le présent ouvrage se conclut par les
Awards for Best Belgian Sustainability Reports qui sont organisés par l’Institut des Réviseurs d’Entreprises
depuis 1998.
Management
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Management
Arthur Waterbley is licentiaat economische wetenschappen en speciaal licentiaat accountancy en fiscaal recht. Hij is ruim 25 jaar verbonden als docent aan de Hogeschool Gent, campus Mercator. Eerder publiceerde hij bij Maklu de handboeken Management, Kostenbeleid en Budgettering.
Labelling migrants who sell sex. A case study of Brazilians in Spain and Portugal
Through a case study of Brazilian migrants in Spain and Portugal, this book delves
into the motivations of both receiving/developed and sending/developing countries
which shape their construction of the labels of migrants working in the sex
industry and their application. It considers issues such as the varying definitions
of these labels in national legislation and policies, the effect of the manipulation of
labels on trafficking statistics, the problems faced by migrants who sell sex outside
of the trafficking context and the treatment given to those labelled as (potential)
victims of trafficking before and after reaching their country of destination.
Julie Lima de Pérez earned a master’s degree in European Interdisciplinary Studies
from the College of Europe (Natolin) in 2010. She moved to Belgium the following
year to pursue a doctoral degree in Criminological Sciences at Ghent University.
Labelling migrants who sell sex. A case study of Brazilians in Spain and Portugal
Through a case study of Brazilian migrants in Spain and Portugal, this book delves
into the motivations of both receiving/developed and sending/developing countries
which shape their construction of the labels of migrants working in the sex
industry and their application. It considers issues such as the varying definitions
of these labels in national legislation and policies, the effect of the manipulation of
labels on trafficking statistics, the problems faced by migrants who sell sex outside
of the trafficking context and the treatment given to those labelled as (potential)
victims of trafficking before and after reaching their country of destination.
Julie Lima de Pérez earned a master’s degree in European Interdisciplinary Studies
from the College of Europe (Natolin) in 2010. She moved to Belgium the following
year to pursue a doctoral degree in Criminological Sciences at Ghent University.