Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wanneer woorden tekortschieten.Creatief op zoek naar het doorleefde levensverhaal

 19,90

Het levensverhaal van eenieder is uniek, met ups en downs, met tekortschieten vreugde en verdriet. Oudere volwassenen denken graag na over alle levenservaring die ze hebben opgedaan.
De auteur geeft in dit boek een aantal inzichten over hoe men met passie kan leven en hoe men creativiteit kan brengen in het eigen leven en levensverhaal. Ook toont de auteur hoe begeleiders/coaches op zoek kunnen gaan naar het doorleefde levensverhaal van individuele mensen of mensen in groep, waarbij ze niet alleen expert zijn, maar ook vertrouwenspersoon en begeleider. Hierbij is het belangrijk om de oudere volwassene centraal te stellen en te werken vanuit zijn sterktes, mogelijkheden, talenten, dromen en competenties. Er wordt niet enkel ingezet op het verleden en het heden. Ook de toekomst komt aan bod. Hoe kan het leven er over vijf of tien jaar uitzien?
Dit boek is bedoeld voor iedereen die op een creatieve manier zijn levensverhaal naar boven wil brengen. Het is ook bedoeld voor begeleiders/ coaches die ondersteuning bieden om het levensverhaal van oudere volwassenen in beeld te brengen.



Els Messelis is maatschappelijk werker, gerontoloog en auteur. Werken met en voor senioren is haar passie. Ze is (mede)auteur van diverse boeken en artikels rond ouder worden. Via haar website www.levensverhalenlab.be kunnen workshops aangevraagd worden rond het werken met levensverhalen.

Quick View

Wanneer woorden tekortschieten.Creatief op zoek naar het doorleefde levensverhaal

 19,90

Het levensverhaal van eenieder is uniek, met ups en downs, met tekortschieten vreugde en verdriet. Oudere volwassenen denken graag na over alle levenservaring die ze hebben opgedaan.
De auteur geeft in dit boek een aantal inzichten over hoe men met passie kan leven en hoe men creativiteit kan brengen in het eigen leven en levensverhaal. Ook toont de auteur hoe begeleiders/coaches op zoek kunnen gaan naar het doorleefde levensverhaal van individuele mensen of mensen in groep, waarbij ze niet alleen expert zijn, maar ook vertrouwenspersoon en begeleider. Hierbij is het belangrijk om de oudere volwassene centraal te stellen en te werken vanuit zijn sterktes, mogelijkheden, talenten, dromen en competenties. Er wordt niet enkel ingezet op het verleden en het heden. Ook de toekomst komt aan bod. Hoe kan het leven er over vijf of tien jaar uitzien?
Dit boek is bedoeld voor iedereen die op een creatieve manier zijn levensverhaal naar boven wil brengen. Het is ook bedoeld voor begeleiders/ coaches die ondersteuning bieden om het levensverhaal van oudere volwassenen in beeld te brengen.



Els Messelis is maatschappelijk werker, gerontoloog en auteur. Werken met en voor senioren is haar passie. Ze is (mede)auteur van diverse boeken en artikels rond ouder worden. Via haar website www.levensverhalenlab.be kunnen workshops aangevraagd worden rond het werken met levensverhalen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

El nuevo modelo diagnóstico para el márketing

 16,50
Exista una tentadora teoría de márketing que nace de la idea de la existencia de un "consumidor global". Si suponemos que tal consumidor global existe, el comportamiento de los propios consumidores en los diversos puntos de la geografía mundial sería uniforme y no habría, por tanto, necesidad alguna de llevar a cabo investigación de mercado en España - o en cualquier otro lugar, en este sentido; así pues a quienes se dedican al márketing tan sólo les restaría "globalizar" la información de su propio mercado. La realidad, sin embargo, es menos simple y que los consumidores no siguen unas pautas de comportamiento uniforme en los diversos lugares del mundo, por el mero motivo de que pertenecen a diferentes culturas. Por elle se hace necesario un modelo intercultural que permita el diagnóstico de las motivaciones dentro de cada cultura en particular. En esto libro se exponen los rasgos que conforman el modelo psicológico común con el que Censydiam analiza e interpreta las distintas realidades existentes.

Quick View

El nuevo modelo diagnóstico para el márketing

 16,50
Exista una tentadora teoría de márketing que nace de la idea de la existencia de un "consumidor global". Si suponemos que tal consumidor global existe, el comportamiento de los propios consumidores en los diversos puntos de la geografía mundial sería uniforme y no habría, por tanto, necesidad alguna de llevar a cabo investigación de mercado en España - o en cualquier otro lugar, en este sentido; así pues a quienes se dedican al márketing tan sólo les restaría "globalizar" la información de su propio mercado. La realidad, sin embargo, es menos simple y que los consumidores no siguen unas pautas de comportamiento uniforme en los diversos lugares del mundo, por el mero motivo de que pertenecen a diferentes culturas. Por elle se hace necesario un modelo intercultural que permita el diagnóstico de las motivaciones dentro de cada cultura en particular. En esto libro se exponen los rasgos que conforman el modelo psicológico común con el que Censydiam analiza e interpreta las distintas realidades existentes.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Samen leren. Begeleidend onderwijs in kleine groepen

 16,00
Het onderwijs staat voortdurend onder druk : zorgverbreding, schaalvergroting, minder geld, meer probleemleerlingen. Door de overheid geïnitieerde innovaties bieden voor deze problemen binnen de school geen oplossingen. In dit op praktijkervaring en pedagogische analyse gebaseerde boek wordt een visie op onderwijs als begeleiding van leerlingen op weg naar creatief, cooperatief en zelfstandig functioneren uitgewerkt. Als implementatiewerkboek biedt het leerkrachten en (bege)leiders in het onderwijs methoden om binnen de klas en de school problemen aan te pakken en de onderwijseffectiviteit te vergroten door meer en actiever inzet van (mede-)leerlingen. De kern van deze methoden ligt in het intensiefwerken door leerlingen in kleine groepen. De verschillende voorwaarden voor een effectieve implementatie van deze werkvormen worden uitvoerig in het boek behandeld, onder andere door middel van gerichte opdrachten aan het einde van de hoofdstukken.

Paul ROEDERS is momenteel, na lange ervaring in praktijkgericht onderwijsonderzoek, hoofd van de European Academy for Learning Methods en van de daaraan verbonden stimuleringsscholen voor probleemleerlingen.

Quick View

Samen leren. Begeleidend onderwijs in kleine groepen

 16,00
Het onderwijs staat voortdurend onder druk : zorgverbreding, schaalvergroting, minder geld, meer probleemleerlingen. Door de overheid geïnitieerde innovaties bieden voor deze problemen binnen de school geen oplossingen. In dit op praktijkervaring en pedagogische analyse gebaseerde boek wordt een visie op onderwijs als begeleiding van leerlingen op weg naar creatief, cooperatief en zelfstandig functioneren uitgewerkt. Als implementatiewerkboek biedt het leerkrachten en (bege)leiders in het onderwijs methoden om binnen de klas en de school problemen aan te pakken en de onderwijseffectiviteit te vergroten door meer en actiever inzet van (mede-)leerlingen. De kern van deze methoden ligt in het intensiefwerken door leerlingen in kleine groepen. De verschillende voorwaarden voor een effectieve implementatie van deze werkvormen worden uitvoerig in het boek behandeld, onder andere door middel van gerichte opdrachten aan het einde van de hoofdstukken.

Paul ROEDERS is momenteel, na lange ervaring in praktijkgericht onderwijsonderzoek, hoofd van de European Academy for Learning Methods en van de daaraan verbonden stimuleringsscholen voor probleemleerlingen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning

 34,00
Despite international developments towards inclusion, many children are excluded and deprived of adequate education, because of an impairment and or functional difficulties: there is not enough support, teachers lack knowledge how to include different children, and assessment reports are rarely suitable for inclusive teaching.

Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.

This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.

Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.

The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.


Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.

Quick View

With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning

 34,00
Despite international developments towards inclusion, many children are excluded and deprived of adequate education, because of an impairment and or functional difficulties: there is not enough support, teachers lack knowledge how to include different children, and assessment reports are rarely suitable for inclusive teaching.

Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.

This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.

Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.

The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.


Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and Luísa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam

 29,00
Hedendaagse stedelijke beleidsprocessen komen niet alleen meer tot stand door wethouders en ambtenaren. Beleidsbepaling en -uitvoering krijgen in steeds grotere mate te maken met inmenging van derden: het bedrijfsleven, het sociale middenveld en soms ook de lokale bevolking. Citymarketing is zo’n beleidsveld waar zich dit voordoet.

Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’

Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.

Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.

Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.

Quick View

Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam

 29,00
Hedendaagse stedelijke beleidsprocessen komen niet alleen meer tot stand door wethouders en ambtenaren. Beleidsbepaling en -uitvoering krijgen in steeds grotere mate te maken met inmenging van derden: het bedrijfsleven, het sociale middenveld en soms ook de lokale bevolking. Citymarketing is zo’n beleidsveld waar zich dit voordoet.

Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’

Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.

Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.

Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Ongehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepenOngehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ongehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen

 38,00
Ongehoord geeft een beeld van de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg voor chronisch psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen. Het is gebaseerd op interviews met patiënten van Nederlandse, Hindoestaans Surinaamse en Turkse afkomst, hun familieleden en behandelaars. Oliemeulen en Thung onderzochten hoe de geïnterviewden dachten over de psychose en de behandeling. De rijke verhalen die ze vertelden werden in verband gebracht met hun culturele achtergrond, leefwereld en opvattingen over de aandoening. De resultaten laten zien dat de concrete levensproblemen van patiënten een veel belangrijkere rol spelen in hun verhalen dan hun ziekte. De bevindingen sluiten aan bij recente internationale studies, die het belang van levensomstandigheden bij het ontstaan van psychose hebben aangetoond. Toch is de behandeling in Nederland doorgaans gericht op het bestrijden van psychotische symptomen, met weinig aandacht voor de sociale context van de patiënt. De auteurs pleiten voor een minder éénzijdige aanpak, waarin beter naar de patiënten en hun naasten wordt geluisterd.

Dit boek, waarin psychiatrische en antropologische inzichten met elkaar worden verweven, is bedoeld voor psychiaters, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, psychologen, maatschappelijk werkers en andere werkers in de zorg voor psychotische patiënten. Daarnaast is het boek geschreven voor een ieder die zich bij (allochtone) chronisch psychotische patiënten betrokken voelt, zoals familieleden, patiënten en wetenschappelijk geïnteresseerden.

Lisette Oliemeulen (1971) is antropologe en sinds 1998 als onderzoeker werkzaam in de GGz en verslavingszorg. Momenteel werkt zij als senior onderzoeker voor het IVO, Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving.

Ferdinand Harm Thung (1955-2005) werkte vanaf 1993 als psychiater en vanaf 1994 tevens als systeemtherapeut voor GGz instellingen, met als bijzonder aandachtsgebied etnische minderheden. Hij publiceerde meerdere artikelen over dit onderwerp. Hij was mede-oprichter van de sectie Transculturele Psychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Ongehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepenOngehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen
Quick View

Ongehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen

 38,00
Ongehoord geeft een beeld van de Nederlandse geestelijke gezondheidszorg voor chronisch psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen. Het is gebaseerd op interviews met patiënten van Nederlandse, Hindoestaans Surinaamse en Turkse afkomst, hun familieleden en behandelaars. Oliemeulen en Thung onderzochten hoe de geïnterviewden dachten over de psychose en de behandeling. De rijke verhalen die ze vertelden werden in verband gebracht met hun culturele achtergrond, leefwereld en opvattingen over de aandoening. De resultaten laten zien dat de concrete levensproblemen van patiënten een veel belangrijkere rol spelen in hun verhalen dan hun ziekte. De bevindingen sluiten aan bij recente internationale studies, die het belang van levensomstandigheden bij het ontstaan van psychose hebben aangetoond. Toch is de behandeling in Nederland doorgaans gericht op het bestrijden van psychotische symptomen, met weinig aandacht voor de sociale context van de patiënt. De auteurs pleiten voor een minder éénzijdige aanpak, waarin beter naar de patiënten en hun naasten wordt geluisterd.

Dit boek, waarin psychiatrische en antropologische inzichten met elkaar worden verweven, is bedoeld voor psychiaters, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, psychologen, maatschappelijk werkers en andere werkers in de zorg voor psychotische patiënten. Daarnaast is het boek geschreven voor een ieder die zich bij (allochtone) chronisch psychotische patiënten betrokken voelt, zoals familieleden, patiënten en wetenschappelijk geïnteresseerden.

Lisette Oliemeulen (1971) is antropologe en sinds 1998 als onderzoeker werkzaam in de GGz en verslavingszorg. Momenteel werkt zij als senior onderzoeker voor het IVO, Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving.

Ferdinand Harm Thung (1955-2005) werkte vanaf 1993 als psychiater en vanaf 1994 tevens als systeemtherapeut voor GGz instellingen, met als bijzonder aandachtsgebied etnische minderheden. Hij publiceerde meerdere artikelen over dit onderwerp. Hij was mede-oprichter van de sectie Transculturele Psychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding

door
 11,00
Goede resultaten voor alle leerlingen. Dat is waar een schoolbestuur voor staat en eindverantwoordelijk voor is. Het primair onderwijs legt immers het fundament voor de vervolgopleiding van kinderen en voor hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Wanneer schoolbesturen niet voldoende op de kwaliteit van hun scholen letten, is de kans groot dat scholen afglijden. De kwaliteit van het onderwijs kan dan onder een aanvaardbaar niveau komen. We noemen ze zwak of zelfs zeer zwak.

Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.

De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.

Quick View

Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding

door
 11,00
Goede resultaten voor alle leerlingen. Dat is waar een schoolbestuur voor staat en eindverantwoordelijk voor is. Het primair onderwijs legt immers het fundament voor de vervolgopleiding van kinderen en voor hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Wanneer schoolbesturen niet voldoende op de kwaliteit van hun scholen letten, is de kans groot dat scholen afglijden. De kwaliteit van het onderwijs kan dan onder een aanvaardbaar niveau komen. We noemen ze zwak of zelfs zeer zwak.

Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.

De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding

door
 14,00
Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.

De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.

Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.

De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

Quick View

Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding

door
 14,00
Elk zelfbewust schoolbestuur heeft de kwaliteit van het onderwijs hoog in het vaandel. De schoolbesturen laten zich daarom regelmatig informeren over de stand van zaken op hun scholen. Niemand, ook de school zelf niet, wil overvallen worden door een inspectieoordeel ‘zwak’ of ‘zeer zwak’. In deze publicatie besteedt de PO-Raad aandacht aan het tijdig signaleren van risico’s in de ontwikkeling van een school.

De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.

Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.

De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren

 13,90
Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.

In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.

Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.

De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.

Quick View

Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren

 13,90
Psychomotorische therapie is gericht op psychische, psychosociale en/of psychosomatische problemen. Ze richt zich bij de behandeling tot de gehele persoonlijkheid en wil de persoonlijkheid in harmonie brengen met zichzelf en de omgeving.

In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.

Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.

De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen