Wanneer woorden tekortschieten.Creatief op zoek naar het doorleefde levensverhaal
Het levensverhaal van eenieder is uniek, met ups en downs, met tekortschieten
vreugde en verdriet. Oudere volwassenen denken graag na over alle
levenservaring die ze hebben opgedaan.
De auteur geeft in dit boek een aantal inzichten over hoe men met
passie kan leven en hoe men creativiteit kan brengen in het eigen leven
en levensverhaal. Ook toont de auteur hoe begeleiders/coaches op
zoek kunnen gaan naar het doorleefde levensverhaal van individuele
mensen of mensen in groep, waarbij ze niet alleen expert zijn, maar
ook vertrouwenspersoon en begeleider. Hierbij is het belangrijk om de
oudere volwassene centraal te stellen en te werken vanuit zijn sterktes,
mogelijkheden, talenten, dromen en competenties. Er wordt niet enkel
ingezet op het verleden en het heden. Ook de toekomst komt aan bod.
Hoe kan het leven er over vijf of tien jaar uitzien?
Dit boek is bedoeld voor iedereen die op een creatieve manier zijn
levensverhaal naar boven wil brengen. Het is ook bedoeld voor begeleiders/
coaches die ondersteuning bieden om het levensverhaal van
oudere volwassenen in beeld te brengen.
Els Messelis is maatschappelijk werker, gerontoloog en auteur. Werken met en voor senioren is haar passie. Ze is (mede)auteur van diverse boeken en artikels rond ouder worden. Via haar website www.levensverhalenlab.be kunnen workshops aangevraagd worden rond het werken met levensverhalen.
Wanneer woorden tekortschieten.Creatief op zoek naar het doorleefde levensverhaal
Het levensverhaal van eenieder is uniek, met ups en downs, met tekortschieten
vreugde en verdriet. Oudere volwassenen denken graag na over alle
levenservaring die ze hebben opgedaan.
De auteur geeft in dit boek een aantal inzichten over hoe men met
passie kan leven en hoe men creativiteit kan brengen in het eigen leven
en levensverhaal. Ook toont de auteur hoe begeleiders/coaches op
zoek kunnen gaan naar het doorleefde levensverhaal van individuele
mensen of mensen in groep, waarbij ze niet alleen expert zijn, maar
ook vertrouwenspersoon en begeleider. Hierbij is het belangrijk om de
oudere volwassene centraal te stellen en te werken vanuit zijn sterktes,
mogelijkheden, talenten, dromen en competenties. Er wordt niet enkel
ingezet op het verleden en het heden. Ook de toekomst komt aan bod.
Hoe kan het leven er over vijf of tien jaar uitzien?
Dit boek is bedoeld voor iedereen die op een creatieve manier zijn
levensverhaal naar boven wil brengen. Het is ook bedoeld voor begeleiders/
coaches die ondersteuning bieden om het levensverhaal van
oudere volwassenen in beeld te brengen.
Els Messelis is maatschappelijk werker, gerontoloog en auteur. Werken met en voor senioren is haar passie. Ze is (mede)auteur van diverse boeken en artikels rond ouder worden. Via haar website www.levensverhalenlab.be kunnen workshops aangevraagd worden rond het werken met levensverhalen.
El nuevo modelo diagnóstico para el márketing
El nuevo modelo diagnóstico para el márketing
Samen leren. Begeleidend onderwijs in kleine groepen
Paul ROEDERS is momenteel, na lange ervaring in praktijkgericht onderwijsonderzoek, hoofd van de European Academy for Learning Methods en van de daaraan verbonden stimuleringsscholen voor probleemleerlingen.
Samen leren. Begeleidend onderwijs in kleine groepen
Paul ROEDERS is momenteel, na lange ervaring in praktijkgericht onderwijsonderzoek, hoofd van de European Academy for Learning Methods en van de daaraan verbonden stimuleringsscholen voor probleemleerlingen.
With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning
Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.
This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.
Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.
The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.
Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and LuÃsa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.
With a different glance. Dynamic assessment of functioning of children oriented at development & inclusive learning
Current functional assessment is too much deficiency oriented and tends to ''blame'' the child. If schools have to become ''inclusive schools for all'', as is laid down in the UN Convention on the Rights of People with disabilities, then the assessment & coaching system needs a thorough reform.
This book wants to propose some alternatives: next to finding out about a child''s functional difficulties, assessment methods also need to look at a child''s learning potential, responsiveness to teaching, and learning context (teachers, parents). The objective of assessment should be to adequately plan and monitor a challenging educational intervention, allowing the child to be maximally included.
Models of ''good practice'' have been collected within the context of the European Comenius DAFFODIL project.
The book wants to make school psychologists and other assessors of special needs, aware of the need and possibility to look at children with a different glance: in a more inclusion-oriented and development-oriented way.
Jo Lebeer is associate professor of disability studies at the University of Antwerp, Belgium. Adelinda Candeias and LuÃsa Grácio are professors of educational psychology at the University of Evora, Portugal.
Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam
Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’
Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.
Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.
Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.
Citymarketing in Amsterdam. Een organisatieantropologische studie van het publiek-private samenwerkingsverband op citymarketinggebied in Amsterdam
Citymarketing is een complex proces dat pas recentelijk is opgekomen en dat zowel in de praktijk als in de (academische) literatuur nog een onontgonnen terrein is. Het wordt hier omschreven als ‘een complex beleidsproces bestaande uit verschillende, met elkaar samenhangende activiteiten gericht op het behouden en aantrekken van specifieke doelgroepen waarbij verscheidene stakeholders met uiteenlopende belangen betrokken zijn.’
Citymarketing is ontstaan als reactie op de toenemende onderlinge concurrentie tussen steden. Ook Amsterdam ziet zich geconfronteerd met een stijgende concurrentie en een onder druk staande concurrentiepositie en startte daarom in 2003 met citymarketing.
Dit proefschrift verhaalt over hoe de samenwerking tussen publieke en private partijen in Amsterdam op citymarketinggebied tot stand komt en zich ontwikkelt. Het blikt terug op het verloop van het Amsterdamse citymarketingproces en schetst een vaak ontluisterend beeld: ruzies en trage besluitvorming kenmerkten de samenwerking op citymarketinggebied de afgelopen acht jaar.
Angelique Lombarts heeft haar eigen bedrijf AloAconsultancy. Daarnaast is zij lector city marketing en leisure management aan de hogeschool Inholland. Zij onderzoekt en adviseert gemeenten over de aantrekkelijkheid van hun stad.
Ongehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen
Dit boek, waarin psychiatrische en antropologische inzichten met elkaar worden verweven, is bedoeld voor psychiaters, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, psychologen, maatschappelijk werkers en andere werkers in de zorg voor psychotische patiënten. Daarnaast is het boek geschreven voor een ieder die zich bij (allochtone) chronisch psychotische patiënten betrokken voelt, zoals familieleden, patiënten en wetenschappelijk geïnteresseerden.
Lisette Oliemeulen (1971) is antropologe en sinds 1998 als onderzoeker werkzaam in de GGz en verslavingszorg. Momenteel werkt zij als senior onderzoeker voor het IVO, Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving.
Ferdinand Harm Thung (1955-2005) werkte vanaf 1993 als psychiater en vanaf 1994 tevens als systeemtherapeut voor GGz instellingen, met als bijzonder aandachtsgebied etnische minderheden. Hij publiceerde meerdere artikelen over dit onderwerp. Hij was mede-oprichter van de sectie Transculturele Psychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.
Ongehoord. Aansluitingsproblemen bij de behandeling van psychotische patiënten uit verschillende etnische groepen
Dit boek, waarin psychiatrische en antropologische inzichten met elkaar worden verweven, is bedoeld voor psychiaters, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen, psychologen, maatschappelijk werkers en andere werkers in de zorg voor psychotische patiënten. Daarnaast is het boek geschreven voor een ieder die zich bij (allochtone) chronisch psychotische patiënten betrokken voelt, zoals familieleden, patiënten en wetenschappelijk geïnteresseerden.
Lisette Oliemeulen (1971) is antropologe en sinds 1998 als onderzoeker werkzaam in de GGz en verslavingszorg. Momenteel werkt zij als senior onderzoeker voor het IVO, Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving.
Ferdinand Harm Thung (1955-2005) werkte vanaf 1993 als psychiater en vanaf 1994 tevens als systeemtherapeut voor GGz instellingen, met als bijzonder aandachtsgebied etnische minderheden. Hij publiceerde meerdere artikelen over dit onderwerp. Hij was mede-oprichter van de sectie Transculturele Psychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie.
Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding
Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Het blijft mensenwerk. Succesvolle praktijkinterventies op zeer zwakke scholen in het primair onderwijs. Over effectieve verbeteracties vanuit het perspectief van de schoolleiding
Voor de publicatie ‘Het blijft mensenwerk’ heeft de PO-Raad gekeken naar de praktijk van zeer zwakke scholen. Wat hebben schoolleiders en leraren gedaan om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en op welke manier hebben schoolbesturen hen hierbij gestimuleerd en ondersteund? Het traject van kwaliteitsverbetering heeft vele gezichten, maar ook herkenbare patronen. Het gaat vooral om een combinatie van onderwijsinhoudelijke elementen gericht op de kwaliteit van het onderwijsleerproces, en menselijke aspecten als herstel van vertrouwen en zelfvertrouwen. Het blijft tenslotte mensenwerk. Dat betekent dat alle betrokkenen hun eigen krachten optimaal kunnen inzetten bij hun opdracht: goed onderwijs voor elk kind.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs. Binnen het programma ‘Goed worden en goed blijven’ biedt de PO-Raad informatie en ondersteuning aan schoolbesturen en directies. De PO-Raad staat ze bij om de kwaliteit van het onderwijs van zwakke en zeer zwakke scholen zo snel mogelijk te verbeteren en om te voorkomen dat scholen zwak of zeer zwak worden.
Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Vroegsignalering voor schoolbesturen. Een handleiding
De brochure richt zich op het primair onderwijs: voor de hele sector is het van belang dat het schoolbestuur zich laat informeren over de stand van zaken op de scholen. De uitwerking van de brochure laat echter vooral voorbeelden voor het regulier basisonderwijs zien. Voor een deel geldt dit ook voor het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs. Bij deze groep scholen zijn echter ook andere aspecten relevant.
Deze publicatie is in twee delen opgebouwd. In het eerste deel wordt een antwoord gegeven op de vraag welke informatie een schoolbestuur nodig heeft om tijdig te kunnen signaleren. Het tweede deel besteedt aandacht aan voorbeelden uit het veld en geeft informatie over instrumenten voor vroegsignalering die beschikbaar zijn.
De PO-Raad, gevestigd in Utrecht, is de Nederlandse sectororganisatie voor het primair onderwijs. De vereniging behartigt de gemeenschappelijke belangen van de schoolbesturen in het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs.
Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
Een nieuwe beweging. Psychomotorische therapie bij kinderen en jongeren
In bijdragen van telkens slechts enkele bladzijden zetten 36 psychomotorische therapeuten hun ervaringen uiteen. Zo geeft het boek een weids overzicht van het werkveld van de psychomotorische therapeut bij de behandeling van kinderen en jongeren. De getuigenissen tonen aan dat er heel wat kwaliteit en ideeën in de praktijk aanwezig zijn. Duidelijk is ook dat psychomotorische therapie niet een statisch gegeven is, maar voortdurend evolueert. Bestaande technieken en methodieken worden geïncorporeerd in de therapie en nieuwe horizonten worden verkend.
Mede door de aanvulling met referenties, post- en e-mailadressen is deze publicatie zowel aangewezen voor wie in de sector werkt of wil werken, als voor wie hulp zoekt bij een psychomotorische therapiebegeleiding.
De redacteuren en auteurs zijn psychomotorisch therapeut. Johan Simons doceert aan de KULeuven en is verbonden aan het U.Z. Gasthuisberg in Leuven. Lieve Rutten werkt op de Afdeling De Kade van het UPC KULeuven, Campus Kortenberg. Valère Vanderheyden en Barbare Verscheure zijn verbonden aan het UPC KULeuven, Afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie van Gasthuisberg.
