Filter
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Dyslexie 2.0. Update van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (Studies over Taalonderwijs, nr. 8)

 25,60

Voor het diagnosticeren en behandelen van dyslexie wordt een protocol gevolgd dat in 2006 is ingesteld. Sinds die tijd zijn er veel nieuwe inzichten ten aanzien van de onderkenning en behandeling van dyslexie opgedaan. Bovendien is er in het klinisch veld ruime ervaring verkregen met het werken aan de hand van het genoemde protocol. De positieve en negatieve effecten beginnen zich af te tekenen, zodat het protocol op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en ervaringen vanuit de praktijk tegen het licht kan worden gehouden in het perspectief van optimalisering.
In dit boek staat daarom de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, het protocol toe is aan een update. Met andere woorden: moet er een versie 2.0 komen van het protocol voor diagnose en behandeling van dyslexie? In dit boek wordt deze vraag ingeleid door allereerst de inhoud van het huidige protocol samen te vatten en vervolgens nieuwe wetenschappelijke inzichten omtrent de etiologie, het diagnosticeren en behandelen van dyslexie en ervaringsgegevens vanuit de praktijk te belichten. Van daaruit worden de contouren van een follow-up versie van het protocol geschetst.



Ludo Verhoeven is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en directeur van het Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Peter de Jong is hoogleraar Onderwijsleerprocessen en Onderwijsleerproblemen aan de Universiteit van Amsterdam.
Frank Wijnen is hoogleraar Psycholinguïstiek aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Quick View

Dyslexie 2.0. Update van het Protocol Dyslexie Diagnostiek en Behandeling (Studies over Taalonderwijs, nr. 8)

 25,60

Voor het diagnosticeren en behandelen van dyslexie wordt een protocol gevolgd dat in 2006 is ingesteld. Sinds die tijd zijn er veel nieuwe inzichten ten aanzien van de onderkenning en behandeling van dyslexie opgedaan. Bovendien is er in het klinisch veld ruime ervaring verkregen met het werken aan de hand van het genoemde protocol. De positieve en negatieve effecten beginnen zich af te tekenen, zodat het protocol op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten en ervaringen vanuit de praktijk tegen het licht kan worden gehouden in het perspectief van optimalisering.
In dit boek staat daarom de vraag centraal of, en zo ja op welke wijze, het protocol toe is aan een update. Met andere woorden: moet er een versie 2.0 komen van het protocol voor diagnose en behandeling van dyslexie? In dit boek wordt deze vraag ingeleid door allereerst de inhoud van het huidige protocol samen te vatten en vervolgens nieuwe wetenschappelijke inzichten omtrent de etiologie, het diagnosticeren en behandelen van dyslexie en ervaringsgegevens vanuit de praktijk te belichten. Van daaruit worden de contouren van een follow-up versie van het protocol geschetst.



Ludo Verhoeven is hoogleraar Pedagogische Wetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen en directeur van het Expertisecentrum Nederlands in Nijmegen.
Peter de Jong is hoogleraar Onderwijsleerprocessen en Onderwijsleerproblemen aan de Universiteit van Amsterdam.
Frank Wijnen is hoogleraar Psycholinguïstiek aan de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Utrecht.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Geel revisited. After centuries of mental rehabilitation (met DVD)

 29,00
Het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel staat bekend om zijn geïntegreerde psychiatrische zorg. Mensen met psychiatrische problemen wordt hulp geboden, zonder dat ze het contact met de maatschappij hoeven te verliezen. Integendeel, een uniek systeem van pleegouderschap zorgt ervoor dat zij intussen deelnemen aan het dagdagelijkse leven in een stad en niet meer dan strikt noodzakelijk in een uitzonderingspositie belanden. Deze benadering staat in schril contrast met andere vormen van psychiatrische zorg. De ‘kwestie Geel’ wekte dan ook wereldwijd interesse en zelfs controverse op.
Geel revisited biedt een uniek portret van de instelling, haar 700 jaar oude geschiedenis, haar hulpverleners en haar patiënten. 25 jaar geleden maakte antropoloog Eugeen Roosens een indringende studie van OPZ Geel. Vandaag keert hij terug en observeert opnieuw, nu samen met Lieve Vandewalle, huidig manager van het rehabilitatieprogramma. Wat is er de afgelopen 25 jaar veranderd, waarin schuilt het blijvende succes? Het boek begint met een excursie naar de begindagen van de psychiatrische zorg in Geel en volgt de expansie en evolutie tot vandaag. Een tweede hoofdstuk beschrijft de recente ontwikkelingen en de strategieën voor de toekomst. Door de integratie van zorg in de samenleving deint het OPZ immers mee op veranderingen in de maatschappij en het sociale weefsel. Constante koerswijziging is daarom noodzakelijk. Een derde hoofdstuk laat de lezer binnenkijken in de dagelijkse organisatie van het OPZ. Hoe worden pleeggezinnen geselecteerd en hoe wordt bepaald welke patiënt waar een thuis vindt? Welke afspraken, rechten en plichten moeten worden nagevolgd en wat is het draaiboek wanneer er wat dreigt fout te lopen?
Het zwaartepunt van het boek ligt echter in de twee laatste hoofdstukken. In 19 portretten wordt een realistisch en gedocumenteerd beeld geschetst van het leven in een pleeggezin vandaag. De lezer maakt kennis met de patiënten en hun pleegfamilie, elk met hun uniek verhaal. Tot slot worden hun bevindingen samengebracht tot wat men het profiel van de Geeltraditie zou kunnen noemen.
Dit boek richt zich tot iedereen die op een andere manier over psychiatrische zorg wil denken.

Twenty-five years after his first publication on this topic, anthropologist Roosens and Van de Walle, manager of the rehabilitation unit, ‘revisited’ Geel.The book starts with a historical overview and zooms in on the famous “Gheel Question”. Subsequently, it dwells on the changes that have occurred in the system over the last 25 years and explains how the psychiatric foster care programme is run on a day-to-day basis.

What sets the book apart is that it draws a well-documented, realistic and graphic picture of life in a foster family at the onset of the 21st century. According to Dr Sacks, the cases presented “provide a definitive rebuttal of the notion of mental illness as a remorselessly advancing and deteriorating condition and shows how, if there can be an effective integration into family and community life (and, behind this, a safety net of hospital care, professionals, and medication where warranted), even those who would seem to be incurably afflicted can, potentially, live full, dignified, loved and secure lives.”

Last but not least, throughout the book psychiatric foster care is situated within the larger framework of community care. Basically, the book tries to establish the past and future potential of psychiatric foster care as a form of balanced community care and aims at highlighting the value of fostering for the mentally ill with enduring psychiatric disabilities.


Eugeen Roosens is emeritus hoogleraar in de antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain. Hij was gasthoogleraar in de Verenigde Staten, Canada en Japan. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam. Lieve Van de Walle, linguïste, doctoreerde aan de Universiteit Antwerpen. Zij is manager van het Rehabilitatieprogramma in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.

If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.

Quick View

Geel revisited. After centuries of mental rehabilitation (met DVD)

 29,00
Het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel staat bekend om zijn geïntegreerde psychiatrische zorg. Mensen met psychiatrische problemen wordt hulp geboden, zonder dat ze het contact met de maatschappij hoeven te verliezen. Integendeel, een uniek systeem van pleegouderschap zorgt ervoor dat zij intussen deelnemen aan het dagdagelijkse leven in een stad en niet meer dan strikt noodzakelijk in een uitzonderingspositie belanden. Deze benadering staat in schril contrast met andere vormen van psychiatrische zorg. De ‘kwestie Geel’ wekte dan ook wereldwijd interesse en zelfs controverse op.
Geel revisited biedt een uniek portret van de instelling, haar 700 jaar oude geschiedenis, haar hulpverleners en haar patiënten. 25 jaar geleden maakte antropoloog Eugeen Roosens een indringende studie van OPZ Geel. Vandaag keert hij terug en observeert opnieuw, nu samen met Lieve Vandewalle, huidig manager van het rehabilitatieprogramma. Wat is er de afgelopen 25 jaar veranderd, waarin schuilt het blijvende succes? Het boek begint met een excursie naar de begindagen van de psychiatrische zorg in Geel en volgt de expansie en evolutie tot vandaag. Een tweede hoofdstuk beschrijft de recente ontwikkelingen en de strategieën voor de toekomst. Door de integratie van zorg in de samenleving deint het OPZ immers mee op veranderingen in de maatschappij en het sociale weefsel. Constante koerswijziging is daarom noodzakelijk. Een derde hoofdstuk laat de lezer binnenkijken in de dagelijkse organisatie van het OPZ. Hoe worden pleeggezinnen geselecteerd en hoe wordt bepaald welke patiënt waar een thuis vindt? Welke afspraken, rechten en plichten moeten worden nagevolgd en wat is het draaiboek wanneer er wat dreigt fout te lopen?
Het zwaartepunt van het boek ligt echter in de twee laatste hoofdstukken. In 19 portretten wordt een realistisch en gedocumenteerd beeld geschetst van het leven in een pleeggezin vandaag. De lezer maakt kennis met de patiënten en hun pleegfamilie, elk met hun uniek verhaal. Tot slot worden hun bevindingen samengebracht tot wat men het profiel van de Geeltraditie zou kunnen noemen.
Dit boek richt zich tot iedereen die op een andere manier over psychiatrische zorg wil denken.

Twenty-five years after his first publication on this topic, anthropologist Roosens and Van de Walle, manager of the rehabilitation unit, ‘revisited’ Geel.The book starts with a historical overview and zooms in on the famous “Gheel Question”. Subsequently, it dwells on the changes that have occurred in the system over the last 25 years and explains how the psychiatric foster care programme is run on a day-to-day basis.

What sets the book apart is that it draws a well-documented, realistic and graphic picture of life in a foster family at the onset of the 21st century. According to Dr Sacks, the cases presented “provide a definitive rebuttal of the notion of mental illness as a remorselessly advancing and deteriorating condition and shows how, if there can be an effective integration into family and community life (and, behind this, a safety net of hospital care, professionals, and medication where warranted), even those who would seem to be incurably afflicted can, potentially, live full, dignified, loved and secure lives.”

Last but not least, throughout the book psychiatric foster care is situated within the larger framework of community care. Basically, the book tries to establish the past and future potential of psychiatric foster care as a form of balanced community care and aims at highlighting the value of fostering for the mentally ill with enduring psychiatric disabilities.


Eugeen Roosens is emeritus hoogleraar in de antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven en de Université Catholique de Louvain. Hij was gasthoogleraar in de Verenigde Staten, Canada en Japan. Hij heeft talrijke publicaties op zijn naam. Lieve Van de Walle, linguïste, doctoreerde aan de Universiteit Antwerpen. Zij is manager van het Rehabilitatieprogramma in het Openbaar Psychiatrisch Zorgcentrum in Geel.

If you want to order this title from abroad (outside of Belgium/The Netherlands) please send an email to info@maklu.be/info@maklu.nl with your address-details.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap

 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten, de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een continuïteit bestaan.

Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.

Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.

In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.

Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.

Quick View

Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap

 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten, de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een continuïteit bestaan.

Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.

Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.

In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.

Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Wel en wee van familiebedrijven

 16,80
Familiebedrijven zijn de motor van onze economische ontwikkeling. Ze zijn het fundament van onze welvaart. Met hun rol als krachtcentrale van honderduizenden banen zijn ze dan ook beslist niet meer weg te denken uit ons zo kleurrijke bedrijvenlandschap.

Dat familiebedrijven een fenomeen op zich zijn, heeft te maken met hun fascinerend karakter. Op een aantal fronten zijn familiebedrijven namelijk uniek. Niet op de laatste plaats door de drie netwerken waarmee ze te maken hebben: de familie, het bedrijf en het eigendom. Alhoewel ieder subsysteem weliswaar zelfstandig opereert, overlappen en beinvloeden ze elkaar, waardoor diverse belangen door elkaar heen kunnnen gaan lopen.

Omdat familiebedrijven zo''n afwijkende bedrijfsdynamiek hebben, is het voor werknemers en potentiele werknemers van belang kennis te nemen van de vele bewonderenswaardigheden van familiebedrijven. Al is het maar om kleine en/of grote gebeurtenissen in de juiste context te kunnen plaatsen.
Ook voor de directeur/eigenaren van familiebedrijven en hun aanverwante familieleden is dit boek een must, omdat het als spiegel fungeert. Een spiegel om de familiale werkelijkheid met grote oplettendheid, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid te aanschouwen.
De vele bedrijfsadviseurs tot slot hebben er eveneens baat bij op de hoogte te zijn van het wel en wee van familiebedrijven. Dit om nog beter maatwerk te kunnen leveren en de implementatie daarvan te kunnen vergemakkelijken.

Drs Ursela van Stekelenburg werkt als zelfstandig strateeg, marketeer en communicatiedeskundige en kan bogen op jarenlange ervaring bij verschillende werkgevers in diverse branches. Daarnaast is zij werkzaam als onafhankelijk coach en geregistreerd mediator. Haar zowel generalistische als specialistische knowhow heeft ze samengebracht in haar bedrijf CleverWise Consultancy. Tevens richt ze zich met haar promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit op het people management binnen familiebedrijven.

Quick View

Wel en wee van familiebedrijven

 16,80
Familiebedrijven zijn de motor van onze economische ontwikkeling. Ze zijn het fundament van onze welvaart. Met hun rol als krachtcentrale van honderduizenden banen zijn ze dan ook beslist niet meer weg te denken uit ons zo kleurrijke bedrijvenlandschap.

Dat familiebedrijven een fenomeen op zich zijn, heeft te maken met hun fascinerend karakter. Op een aantal fronten zijn familiebedrijven namelijk uniek. Niet op de laatste plaats door de drie netwerken waarmee ze te maken hebben: de familie, het bedrijf en het eigendom. Alhoewel ieder subsysteem weliswaar zelfstandig opereert, overlappen en beinvloeden ze elkaar, waardoor diverse belangen door elkaar heen kunnnen gaan lopen.

Omdat familiebedrijven zo''n afwijkende bedrijfsdynamiek hebben, is het voor werknemers en potentiele werknemers van belang kennis te nemen van de vele bewonderenswaardigheden van familiebedrijven. Al is het maar om kleine en/of grote gebeurtenissen in de juiste context te kunnen plaatsen.
Ook voor de directeur/eigenaren van familiebedrijven en hun aanverwante familieleden is dit boek een must, omdat het als spiegel fungeert. Een spiegel om de familiale werkelijkheid met grote oplettendheid, nauwkeurigheid en zorgvuldigheid te aanschouwen.
De vele bedrijfsadviseurs tot slot hebben er eveneens baat bij op de hoogte te zijn van het wel en wee van familiebedrijven. Dit om nog beter maatwerk te kunnen leveren en de implementatie daarvan te kunnen vergemakkelijken.

Drs Ursela van Stekelenburg werkt als zelfstandig strateeg, marketeer en communicatiedeskundige en kan bogen op jarenlange ervaring bij verschillende werkgevers in diverse branches. Daarnaast is zij werkzaam als onafhankelijk coach en geregistreerd mediator. Haar zowel generalistische als specialistische knowhow heeft ze samengebracht in haar bedrijf CleverWise Consultancy. Tevens richt ze zich met haar promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit op het people management binnen familiebedrijven.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×