Geen voorraad

Trauma in de frontlijn
€ 19,00
Slachtoffers, hulpverleners, ontwikkelingshelpers, journalisten,… vinden mekaar
op plaatsen waar hevige confrontaties plaatshebben: oorlogen, rampen, ongevallen
en demonstraties. Sommigen staan de slachtoffers bij, anderen leiden de
hulp, de journalisten maken hun verslag en de therapeuten beginnen aan de
lange weg om de slachtoffers te helpen ‘vergeten’ wat er gebeurde. Nadien keert
iedereen weer terug tot de dagelijkse ratrace. Maar wie helpt de hulpverleners, de
journalisten? In beroepen waar het stoer staat om zonder verpinken de gruwelijkste
dingen te doorstaan, is er geen plaats voor medeleven of flauwdoenerij. Welk effect
heeft een oorlog op reporters die zich week na week in gevarenzones begeven?
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Geen voorraad

Trauma in de frontlijn
€ 19,00
Slachtoffers, hulpverleners, ontwikkelingshelpers, journalisten,… vinden mekaar
op plaatsen waar hevige confrontaties plaatshebben: oorlogen, rampen, ongevallen
en demonstraties. Sommigen staan de slachtoffers bij, anderen leiden de
hulp, de journalisten maken hun verslag en de therapeuten beginnen aan de
lange weg om de slachtoffers te helpen ‘vergeten’ wat er gebeurde. Nadien keert
iedereen weer terug tot de dagelijkse ratrace. Maar wie helpt de hulpverleners, de
journalisten? In beroepen waar het stoer staat om zonder verpinken de gruwelijkste
dingen te doorstaan, is er geen plaats voor medeleven of flauwdoenerij. Welk effect
heeft een oorlog op reporters die zich week na week in gevarenzones begeven?
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Hoe kijkt een cameraman aan tegen de trieste rij van weekendongevallen die hij voor een zender gaat filmen? Hoe kunnen journalisten zich het best gedragen in interviews met slachtoffers? Hoe kun je voorkomen dat slachtoffers nog meer beschadigd worden? Wat met de brandweer- en politiemensen die met gruwelijke taferelen worden geconfronteerd? Hoe bescherm je jezelf als hulpverlener?
Trauma in de frontlijn laat een heel ander, maar wel veel realistischer beeld zien van deze supermannen en -vrouwen. Wat bestaat er momenteel aan hulp en in hoever wordt ze voor die bepaalde beroepsgroepen ook efficiënt toegepast? Wat kan er nog verbeteren en hoe kan men zichzelf en zijn collega’s beschermen tegen zware en blijvende schade? En wat met de ethische kant van de zaak: hoe omgaan met slachtoffers?
Denise Van den Broeck is freelance journalist en schrijft vooral over maatschappelijke thema’s. Zij is de Belgische coördinator van het Dart Center for Journalism and Trauma, een wereldwijde organisatie die journalisten helpt die gewerkt hebben in dramatische omstandigheden.
Ik leer beter leren. Verbetering van studievaardigheden – Handleiding
€ 15,50
Efficiënt leren vereist bepaalde vaardigheden. De praktijk leert dat de
meeste leerlingen van het voortgezet onderwijs deze studievaardigheden
onvoldoende bezitten. Vanuit die vaststelling is dit boek geschreven. Het
is een hulpmiddel voor iedereen die gericht met jongeren aan de slag wil
op het gebied van studievaardigheden. De hier ontwikkelde methodieken
zijn tegelijk toegespitst op leerlingen met leermoeilijkheden of met een
ontwikkelingsstoornis, zoals autisme. Immers, vooral deze leerlingen hebben
behoefte aan een gestructureerde methode, waarin zij stapsgewijs
de vaardigheden kunnen aanleren. Deze methodes kunnen zowel klassikaal
als individueel gehanteerd worden.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
Ik leer beter leren. Verbetering van studievaardigheden – Handleiding
€ 15,50
Efficiënt leren vereist bepaalde vaardigheden. De praktijk leert dat de
meeste leerlingen van het voortgezet onderwijs deze studievaardigheden
onvoldoende bezitten. Vanuit die vaststelling is dit boek geschreven. Het
is een hulpmiddel voor iedereen die gericht met jongeren aan de slag wil
op het gebied van studievaardigheden. De hier ontwikkelde methodieken
zijn tegelijk toegespitst op leerlingen met leermoeilijkheden of met een
ontwikkelingsstoornis, zoals autisme. Immers, vooral deze leerlingen hebben
behoefte aan een gestructureerde methode, waarin zij stapsgewijs
de vaardigheden kunnen aanleren. Deze methodes kunnen zowel klassikaal
als individueel gehanteerd worden.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
De Handleiding staat uitgebreid stil bij de manier waarop elke docent de methodieken kan toepassen in specifieke situaties.
In het bijhorende Werkboek staat oefenmateriaal voor de leerlingen.
Inke Brugman, orthopedagoog, is oprichter-directeur van Spectrum Brabant, Centrum voor zorg en onderwijs gevestigd in Veldhoven. Lenneke Bazen is studiecoördinator bij Spectrum Brabant. Zij begeleidt leerlingen met ontwikkelingsproblematiek, zoals ASS en ADHD.
Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie. Hoeksteen of struikelblok in psychoanalytische psychotherapie (Reeks psychoanalytisch Actueel, nr. 8)
€ 17,00
Empathie is etymologisch afkomstig van het Griekse ‘en’ en ‘patheia’ en betekent aangedaan zijn door
wat er in een ander gebeurt. Het is een complex concept, zowel verwant met als verschillend van andere
psychoanalytische concepten zoals identificatie, concordante tegenoverdracht, attunement, containment,
sharing, rapport, steun.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Empathie verwijst naar het vermogen zich in de plaats te stellen van de ander, empathie is meeleven met en voelen wat de ander voelt.
Empathie is een fenomenologisch en een psychotherapeutisch concept maar het blijft de vraag of empathie verzoenbaar is met analytische neutraliteit. Vaak in het begin van hun carrière gaan psychotherapeuten er ten onrechte vanuit dat empathie de garantie betekent voor therapeutisch succes en dat dit de noodzakelijke en voldoende voorwaarde vormt voor het welslagen van een therapie.
Empathie is in de eerste plaats een intermenselijke vaardigheid die zich in de loop van het leven progressief ontwikkelt.
In de cognitieve psychologie is vooral het ontwikkelingstraject van de empathie tijdens de lagere schoolperiode beschreven, in de psychodynamische psychologie komen eerder de voorlopers van de empathie-ontwikkeling èn de conflicten rondom empathie in de adolescentie aan bod. Ook uit het psychotherapieonderzoek komt empathie naar voor als een belangrijke variabele.
Op basis van meta-analyses van outcome-onderzoek blijken specifieke behandelvormen en technieken slechts maximaal vijftien procent van de outcome variantie te verklaren. Zij liggen hiermee in een nek-aan-nek race met de placebo-effecten ‘verwachting, hoop en geloof in verandering’. Veertig procent is toe te schrijven aan factoren buiten de therapie zoals spontaan herstel, toevallige factoren in het leven van de cliënt en sociale ondersteuning. De overige dertig procent tenslotte is toe te schrijven aan ‘gemeenschappelijke factoren’, dit zijn relatiefactoren die in de meeste therapieën een rol spelen, zoals: empathie, betrokkenheid, aanvaarding van de cliënt, eigenschappen van cliënt en therapeut en van de therapeutische alliantie.
Empirisch onderzoek van de jaren 1950 tot nu heeft aangetoond dat empathie tussen zeven en tien procent van de outcome variantie verklaart: minstens evenveel en waarschijnlijk meer dan het percentage dat verklaard wordt door specifieke interventies.
In het boek wordt de betekenis van het concept ‘empathie’ voor de psychotherapie genuanceerd belicht.
Er gaat veel aandacht naar het belang van empathie in psychoanalytische psychotherapie. Het geheel wordt geïllustreerd met klinische gevallen. Ook de neurobiologische aspecten en de ontwikkelingsgeschiedenis van empathie worden beschreven.
In een apart hoofdstuk wordt de centrale rol van empathie in de experiëntiële psychotherapie belicht. Aan dit boek hebben gerenommeerde en internationaal bekende psychoanalytici en psychotherapeuten meegewerkt.
Marc Hebbrecht (psychiater en psychoanalyticus) en Ingrid Demuynck (psychologe en psychoanalytica) zijn bestuursleden van de Vlaamse Vereniging voor Psychoanalytische Psychotherapie.
Met bijdragen van Stefano Bolognini, Ingrid Demuynck, Marc Hebbrecht, Mark Kinet, Patrick Meurs, Greet Vanaerschot, Michèle Van Lysebeth-Ledent en Ton van Strien.
Zie ook www.psychoanalytischactueel.eu.
Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)
€ 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
- Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
- Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)
€ 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
- Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
- Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.
Kennis & Denken & Leren
€ 29,90
Kan men leren denken? In de klas vergaren leerlingen kennis en werken ze aan de verfijning van hun vaardigheden en competenties. De belangrijkste schakel tussen het verzamelen van de kennis en de toepassing hiervan is het denken.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
Kennis & Denken & Leren
€ 29,90
Kan men leren denken? In de klas vergaren leerlingen kennis en werken ze aan de verfijning van hun vaardigheden en competenties. De belangrijkste schakel tussen het verzamelen van de kennis en de toepassing hiervan is het denken.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
In dit boek wordt een aanzet gegeven tot het bevorderen van leren denken via het ontwikkelen van metacognitieve kennis. Stapsgewijs brengt de auteur de functie van leren in kaart en verschaft ze inzicht in de lerende mens door de functie en de mogelijkheden tot leren te achterhalen. Ze geeft ook een overzicht van de uitgangspunten van de verschillende opvattingen over het lesgeven.
Vanuit de ontwikkeling van de cognitieve leerpsychologie en opvattingen over vernieuwend lesgeven worden praktijkgerichte antwoorden gegeven op de vraag hoe men leren denken kan bevorderen. Wanneer leerlingen bewust het eigen leren en denken kunnen gebruiken, overzien en verbeteren, dan zijn ze in staat product en proces te relateren door middel van metacognitieve kennis. Tot slot besteedt de auteur aandacht aan manieren om het gebruik van denkvaardigheden aan te leren.
Dit boek is geschikt voor (aanstaande) leraren en begeleiders. Maar ook lerarenopleiders, onderwijskundigen en psychologen die met leerlingen werken, zullen er nuttige informatie in vinden. Tot slot richt het zich tot iedereen die geïnteresseerd is in hoe kennis wordt verworven.
Joke van Velzen, onderwijspsychologe, is onderzoeksdocent en coördineert het onderzoeksgedeelte van de masteropleiding aan de Educatieve Hogeschool van Amsterdam. Voordien doceerde zij aan de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, en aan de lerarenopleiding van de Universiteit Nijmegen.
De canon. Wat elke Nederlander weten moet
€ 26,80
De kennis van de vaderlandse geschiedenis is gebrekkig bij de Nederlanders, zo blijkt uit
een groots opgezette peiling. Ruim duizend mensen maakten voor het onderzoek een test,
gebaseerd op de historische canon voor het basisonderwijs. Slechts 17 procent van de ondervraagden
wisten dat Nederland pas in de 19e eeuw een koninkrijk werd en ongeveer de helft
kon niet vertellen welke eeuw bekend staat als de Gouden Eeuw.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
De canon. Wat elke Nederlander weten moet
€ 26,80
De kennis van de vaderlandse geschiedenis is gebrekkig bij de Nederlanders, zo blijkt uit
een groots opgezette peiling. Ruim duizend mensen maakten voor het onderzoek een test,
gebaseerd op de historische canon voor het basisonderwijs. Slechts 17 procent van de ondervraagden
wisten dat Nederland pas in de 19e eeuw een koninkrijk werd en ongeveer de helft
kon niet vertellen welke eeuw bekend staat als de Gouden Eeuw.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
Waar schort het bij uw kennis of waar zou u meer over willen weten? Een item uitkiezen hoeft eigenlijk niet, want de regering liet een speciale canoncommissie een lijst van 50 onderwerpen vastleggen waarvan elke Nederlander op de hoogte moet zijn: van de hunebedden over Koning Willem I tot de Gasbel. De Nederlandse historische en culturele canon zag het licht.
Met dit boek loopt de lezer moeiteloos en met plezier door het rijke Nederlandse heden en verleden. Over elk onderwerp wordt verteld wat er over te weten valt. Bovendien is het boek rijk geïllustreerd.
Maar deze Canon is meer dan zomaar een onderwerpenlijst. De regering heeft het zelf over ‘vensters op de geschiedenis’. Door deze vensters kijken hoeft geen opdracht te zijn, maar is een mooie kans om alles weer in zijn groter geheel te zien. Wie zijn verleden kent, begrijpt immers meer van het heden met al zijn eigenaardigheden. Bovendien schept het een band tussen mensen. Een gezamenlijke taal, een gezamenlijke geschiedenis en een door iedereen erkend gezag zijn de drie elementen die van een groep mensen een volk of een natie maken.
Voor wie in Nederland geboren is, mag de kennis van het verleden tot verplichte kost worden verklaard. Maar ook voor nieuwkomers is het op de hoogte zijn van de achtergronden van de culturele gemeenschap waar zij binnentreden, van groot belang, evenals het leren van de taal.
Bovendien wordt deze canon ook opgenomen in de kerndoelen van het primair (bovenbouw) en het voortgezet onderwijs (onderbouw). Dat betekent dat alle leerlingen van acht tot veertien jaar zich kennis moeten verwerven van de vijftig vensters.
Theo Koops doceert Maatschappijleer aan de Lerarenopleiding van Hogeschool INHOLLAND in Amsterdam.
Jan Willem Bultje was achtereenvolgens leerkracht, uitgever voor Teleac/NOT en Open Universiteit, programmamaker voor radio en tv en auteur van non-fictie boeken voor jeugd en volwassenen.
Henk Frijters doceert Geschiedenis en Filosofie aan het Emmaüscollege in Rotterdam.
De logica van vraaggericht leren
€ 36,00
Drie jaar werkte lector Ton Bruining met de kenniskring van het lectoraat
Competentiegericht en vraaggestuurd leren aan de ontwikkeling van vraaggestuurde
leerarrangementen. Daarbij werd de dialoog gevoerd en de samenwerking
gezocht met docenten van Avans Hogeschool, met partners uit het werkveld, met
Universiteiten en met onderwijsinnovatiecentra.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
De logica van vraaggericht leren
€ 36,00
Drie jaar werkte lector Ton Bruining met de kenniskring van het lectoraat
Competentiegericht en vraaggestuurd leren aan de ontwikkeling van vraaggestuurde
leerarrangementen. Daarbij werd de dialoog gevoerd en de samenwerking
gezocht met docenten van Avans Hogeschool, met partners uit het werkveld, met
Universiteiten en met onderwijsinnovatiecentra.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
In een tijdsgewricht waarin er op vragen als: Wat is goed onderwijs? Welke inhouden zijn belangrijk? Welke rol spelen de vragen van lerenden? Wat moet de relatie lerende - leraar zijn? geen eenduidige antwoorden lijken te bestaan, is het lectoraat op een zoektocht gegaan. Een van de uitkomsten van die zoektocht is de gedachte dat het er in het onderwijs om gaat de lerenden in staat te stellen steeds slimmere vragen te stellen. Die lerenden kunnen kinderen, hbo-studenten, beroepsbeoefenaren of beroepsopleiders zijn.
Vraaggerichtheid is iets anders dan een u-vraagt-wij-draaien-benadering of een zoek-het-zelf-maar-uit-benadering. Vraaggerichtheid betekent niet dat de kennis verkwanseld moet worden, dat resultaten er niet toe doen en dat de leraar als joker wordt ingezet. Vraaggerichtheid is ook iets anders als ik-weet-wat-goed-voorje- is en ik-zal-je-leren-om-de-goede-vragen-te-stellen. Naast de neoliberale logica van het kiezen en de belerende logica van het onderrichten, staat de zorgzame logica van het vraaggericht leren.
De logica van het vraaggericht leren vertrekt vanuit de gemeenschap. Ze neemt niet het individu als uitgangspunt, niet de lerende en niet de leraar. Ze grijpt niet aan in een leertheorie. Ze begint niet bij de inhoud of bij een didactisch stappenplan. Het interesseert de logica van het vraaggericht leren wel, maar het is niet haar beginpunt. De logica van het vraaggericht leren begint bij de vraag: Wat hebben we hier nodig?
In deze bundel zijn de resultaten te vinden van drie jaar nadenken, gesprekken voeren met belanghebbenden, samenwerken en onderzoek doen met als brandpunt de ontwikkeling van vraaggerichte leerarrangementen. Met deze bundel beoogt het lectoraat een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van duurzame leerpraktijken die passen bij de 21e eeuw, die gebaseerd zijn op kennis over onderwijs en leren, die ruimte geven aan de leraar als kenniswerker in de frontlinie van het onderwijs, en die gericht zijn op vragen die er in de toekomst toe doen.
Ton Bruining is als senior adviseur werkzaam voor KPC Groep. Van 2004 tot en met 2007 was hij als lector verbonden aan de pabo van Avans Hogeschool te Breda.
Over 1 en ander. Verantwoorde gespreks- en vergadertechnieken
€ 17,90
Steeds meer mensen vergaderen steeds meer. Sommige mensen vergaderen zelfs het grootste
deel van de werkdag. Allerlei wettelijke verplichtingen inzake overleg tussen werknemers en
werkgevers dragen hiertoe bij. Maar we hechten ook gewoon meer belang aan goed overleg.
Zelfs in die mate dat goed beleid en management niet meer los te koppelen zijn van een
goede communicatie met alle betrokkenen. Toch hebben weinig mensen een gedegen opleiding
gekregen over communicatie- en vergadertechnieken. Alle goede bedoelingen ten spijt is
vergaderen soms een frustrerende en inefficiënte bezigheid.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Over 1 en ander. Verantwoorde gespreks- en vergadertechnieken
€ 17,90
Steeds meer mensen vergaderen steeds meer. Sommige mensen vergaderen zelfs het grootste
deel van de werkdag. Allerlei wettelijke verplichtingen inzake overleg tussen werknemers en
werkgevers dragen hiertoe bij. Maar we hechten ook gewoon meer belang aan goed overleg.
Zelfs in die mate dat goed beleid en management niet meer los te koppelen zijn van een
goede communicatie met alle betrokkenen. Toch hebben weinig mensen een gedegen opleiding
gekregen over communicatie- en vergadertechnieken. Alle goede bedoelingen ten spijt is
vergaderen soms een frustrerende en inefficiënte bezigheid.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Dit boek is een praktijkgids in vergadertechnieken en -vaardigheden. Met overzichtelijke schema’s en duidelijke lijstjes (handig te gebruiken in vormingssessies) wordt de lezer wegwijs gemaakt in wat speelt in goed en slecht vergaderen. Ook de vergaderethiek wordt in acht genomen. Een efficiënte vergadering slaagt wanneer de behoeften van alle betrokkenen bevredigd worden. Vergaderen hoeft dus zeker geen slagveld te zijn waarin verschillende partijen hun gelijk proberen te halen. Het eerste deel onderzoekt de basiselementen van elke vergadering: communicatie, inbegrepen groepsprocessen én conflicten. In het tweede deel wordt het vergaderen zelf onder de loep genomen: Wat is een vergadering juist? Wat zijn de procedures en de rol en takenpakketten van de verschillende spelers? In het derde deel komt het ethische aspect aan bod.
Het boek richt zich tot iedereen die zijn vergadervaardigheid wil aanscherpen.
Herman Siebens is directeur van het Koninklijk Technisch Atheneum in Wemmel. Eerder publiceerde hij over zakenethiek, participatie en aanverwante onderwerpen.
Vrouwelijk palet vol dromen. Female palette full of dreams (incl. DVD Ulu)
€ 29,00
Vijftien vrouwen, twaalf verschillende nationaliteiten. Wat bindt hen? Op het eerste gezicht enkel het feit dat ze op dit moment allemaal in Brugge wonen. Maar misschien ook meer? Vijftien vrouwen gaan samen op zoek naar hun innerlijke sterkte en brengen dit tot uiting in een palet van verhalen en beelden, soms harde realiteit en fantasie. Bestaat er zoiets als de ‘universele vrouw’, over de grenzen van culturen en talen heen? En kan je kracht putten uit verschillen? Het resultaat is het boek Vrouwelijk Palet vol dromen, en de film Ulu. Ulu laat de psychologische zoektocht zien die elke vrouw doormaakt en tekent zo de contouren van de archetypische vrouw, vooral via de kracht van fantasie en de symboliek van rituelen. In Vrouwelijk palet vol dromen maakt de lezer kennis met de individuele vrouwen achter Ulu: hun verhaal, hun droom.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Vrouwelijk palet vol dromen. Female palette full of dreams (incl. DVD Ulu)
€ 29,00
Vijftien vrouwen, twaalf verschillende nationaliteiten. Wat bindt hen? Op het eerste gezicht enkel het feit dat ze op dit moment allemaal in Brugge wonen. Maar misschien ook meer? Vijftien vrouwen gaan samen op zoek naar hun innerlijke sterkte en brengen dit tot uiting in een palet van verhalen en beelden, soms harde realiteit en fantasie. Bestaat er zoiets als de ‘universele vrouw’, over de grenzen van culturen en talen heen? En kan je kracht putten uit verschillen? Het resultaat is het boek Vrouwelijk Palet vol dromen, en de film Ulu. Ulu laat de psychologische zoektocht zien die elke vrouw doormaakt en tekent zo de contouren van de archetypische vrouw, vooral via de kracht van fantasie en de symboliek van rituelen. In Vrouwelijk palet vol dromen maakt de lezer kennis met de individuele vrouwen achter Ulu: hun verhaal, hun droom.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Film en boek bieden inspiratie aan iedereen, man of vrouw, die veerkracht kan putten uit het verhaal van een ander. Ze maken ook duidelijk dat diversiteit een rijkdom is en een zaak van iedereen.
De teksten zijn in het Nederlands, het Engels en de moedertaal van iedere vrouw.
Aan de realisatie van dit boek werkten heel wat mensen mee. Eerst en vooral de 15 vrouwen die hun verhaal schreven. Alle verhalen zijn ontstaan in de schoot van het filmproject Ulu, een sociaal-artistiek project van vzw Brugge Plus en de Diversiteitsdienst van de stad Brugge, met steun van de Vlaamse Overheid.
Bij het boek hoort de DVD van de film 'ULU' van Fleur Boonman.
Beginnende directeurs basisonderwijs. Een follow-up onderzoek
€ 32,90
Een directeur heeft op school een belangrijke functie
en is onmisbaar. Dat zegt het gezond verstand, maar dat
blijkt ook uit veel onderzoek. Recent wordt er veel
aandacht besteed aan de vraag wat het betekent directeur
te worden. In verschillende landen wordt er boeiend
onderzoek opgezet over de professionele ontwikkeling
van beginnende directeurs. In deze publicatie wordt
een onderzoek beschreven bij beginnende directeurs
Basisonderwijs die gedurende twee schooljaren werden
gevolg door middel van interviews. Dit leidde tot de
beschrijving van hun professionele ontwikkeling aan
de hand van een aantal thema’s. Daarin wordt o.a.
nagegaan hoe beginnende directeurs omgaan met de vele
dagelijkse en diverse taken, hoe ze hun team motiveren,
hoe ze problemen en conflicten aanpakken en oplossen,
hoe ze in hun school vernieuwingen realiseren, hoe
ze proberen beleidsbeslissingen te integreren in het
dagelijks werk op school en hoe ze persoonlijk en in
overleg met collega’s reflecteren over hun professionele
ontwikkeling als schoolleider.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Beginnende directeurs basisonderwijs. Een follow-up onderzoek
€ 32,90
Een directeur heeft op school een belangrijke functie
en is onmisbaar. Dat zegt het gezond verstand, maar dat
blijkt ook uit veel onderzoek. Recent wordt er veel
aandacht besteed aan de vraag wat het betekent directeur
te worden. In verschillende landen wordt er boeiend
onderzoek opgezet over de professionele ontwikkeling
van beginnende directeurs. In deze publicatie wordt
een onderzoek beschreven bij beginnende directeurs
Basisonderwijs die gedurende twee schooljaren werden
gevolg door middel van interviews. Dit leidde tot de
beschrijving van hun professionele ontwikkeling aan
de hand van een aantal thema’s. Daarin wordt o.a.
nagegaan hoe beginnende directeurs omgaan met de vele
dagelijkse en diverse taken, hoe ze hun team motiveren,
hoe ze problemen en conflicten aanpakken en oplossen,
hoe ze in hun school vernieuwingen realiseren, hoe
ze proberen beleidsbeslissingen te integreren in het
dagelijks werk op school en hoe ze persoonlijk en in
overleg met collega’s reflecteren over hun professionele
ontwikkeling als schoolleider.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Beginnende, maar ook ervaren directeurs, pedagogische begeleiders en inspecteurs zullen ongetwijfeld veel van de beschreven situaties herkennen. Het boek biedt aan beleidsverantwoordelijken een aantal inzichten over de wijze waarop schoolleiders tegenwoordig, vaak met vallen en opstaan, moeten leren werken aan de realisatie van beleidsvoorstellen.
Het boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van buitenlands onderzoek en van een vragenlijstonderzoek bij Vlaamse beginnende directeurs Basisonderwijs. Het tweede hoofdstuk beschrijft uitvoerig de wijze waarop het onderzoek werd uitgevoerd en hoe de interviews verwerkt werden. Het centrale derde hoofdstuk biedt een uitvoerige beschrijving van de professionele ontwikkeling van beginnende directeurs basisonderwijs aan de hand van 11 thema’s.
Roland Vandenberghe is emeritus hoogleraar van de KU Leuven. Hij was hoofd van het Centrum voor Onderwijsbeleid en -vernieuwing aan de faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen.
Buitengewoon gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (S.O.B.-Katernen, nr. 7)
€ 14,90
Vlaanderen kent een sterk netwerk van gespecialiseerde scholen voor buitengewoon
onderwijs. Dit maakt een overstap naar inclusief onderwijs minder evident. Hoe
kunnen gewone scholen eenzelfde kwaliteitsvol onderwijszorg bieden aan leerlingen
met specifieke onderwijsbehoeften? Moeten die vele scholen voor buitengewoon
onderwijs verdwijnen of moet hun expertise versnipperd worden over zovele
andere scholen?
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Buitengewoon gespecialiseerd. Onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften (S.O.B.-Katernen, nr. 7)
€ 14,90
Vlaanderen kent een sterk netwerk van gespecialiseerde scholen voor buitengewoon
onderwijs. Dit maakt een overstap naar inclusief onderwijs minder evident. Hoe
kunnen gewone scholen eenzelfde kwaliteitsvol onderwijszorg bieden aan leerlingen
met specifieke onderwijsbehoeften? Moeten die vele scholen voor buitengewoon
onderwijs verdwijnen of moet hun expertise versnipperd worden over zovele
andere scholen?
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Het Vlaams Verbond voor Katholiek Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) buigt zich over deze vraag sinds begin der jaren negentig van vorige eeuw. Via studiewerk, visieontwikkeling en samenwerkingsprojecten tussen gewoon en buitengewoon onderwijs heeft zij het debat niet geschuwd en zelfs via nascholingsprojecten de aangesloten scholen kansen geboden om zich voor te bereiden op een meer inclusief onderwijs.
Kerngedachte hierbij is: een onderwijscontinuüm uitbouwen, waardoor er voor elke leerling kwaliteitsvol onderwijs op maat kan geboden worden. Samenwerking tussen scholen staat garant voor een kwaliteitsvol aanbod en creëert kansen voor een vergroting van expertise en competenties in elke school.
Dit boek biedt een duidelijke kijk op die visie en bespreekt de verschillende kenmerken die noodzakelijk zijn om kwaliteitsvol onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften te realiseren.
Het is een boek dat de scholen een spiegel wil voorhouden en een helder werkkader en werkinstrumenten aanreiken om hun kwaliteit tastbaar te maken. De gespecialiseerde scholen vinden er een stevige leidraad om zich te profileren binnen het onderwijsveld. Gewone scholen kunnen ‘in die spiegel’ zien aan welke aspecten zij kunnen werken om ook aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften een kwaliteitsvol onderwijs aan te bieden.
Via een aan dit boek gekoppelde website bieden wij concrete steekkaarten en documentatiemateriaal om in de school aan de slag te gaan. Met deze combinatie van boek en website staan scholen niet meer alleen om hun weg te vinden in het wijzigende onderwijslandschap. Zij zijn gewapend voor de toekomst.
Karel Casaer is orthopedagoog en secretaris generaal van het VVKBuO. Naast de uitwerking van verschillende hoofdstukken leidde hij de eindredactie van het verzamelde werk van velen. De intense samenwerking van de stafmedewerkers en vele scholen van het Katholiek Verbond voor Buitengewoon Onderwijs (VVKBuO) staan borg voor een degelijke inhoud en praktijkgerichte documentatie.
Europe Asia Dialogue on business spirituality (European SPES Cahiers, nr. 2)
€ 19,80
Values, purposes and functions of European and
Asian businesses are topics of vital importance today.
European SPES Cahier n.° 2 contains selected papers
of the annual conference of the European SPES Forum
Europe-Asia Dialogue on Business, Ethics & Spirituality,
held in 2006 in Budapest, Hungary. Scholars
and practitioners from England, Norway, Sweden and
Hungary as well as from India, Indonesia, Japan and
the USA share their views on European and Asian
ways of doing business.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.
Europe Asia Dialogue on business spirituality (European SPES Cahiers, nr. 2)
€ 19,80
Values, purposes and functions of European and
Asian businesses are topics of vital importance today.
European SPES Cahier n.° 2 contains selected papers
of the annual conference of the European SPES Forum
Europe-Asia Dialogue on Business, Ethics & Spirituality,
held in 2006 in Budapest, Hungary. Scholars
and practitioners from England, Norway, Sweden and
Hungary as well as from India, Indonesia, Japan and
the USA share their views on European and Asian
ways of doing business.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.
What are the basic differences between the ethical orientation of European and Asian businesses? How can European and Asian traditions of spirituality contribute to transforming contemporary management theory and praxis? Which new leadership roles emerge for spiritual growth and reflection in the workplace in Europe and Asia?
The European SPES Forum believes that Europe and Asia can be inspired by each other, especially if they return to and apply creatively their own spiritual foundations.
Laszlo Zsolnai is professor and director of the Business Ethics Centre at the Corvinus University of Budapest. He is chairman of the Business Ethics Interfaculty Group of the Community of European Management Schools (CEMS). He is co-founder of the European SPES Forum.


