Filter
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children

 29,00
The overall aim of the research presented in this dissertation is to gain more insight in the environmental values (EV) of children. EV are, across disciplines, regarded as an essential precondition of environmental behavior. A better understanding of what explains variation in EV and what they can tell us about the environmental behavior of children – the future’s decision-makers – makes an important contribution to the evaluation and design of environmental education initiatives.

Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
  • (1) EV and personality
  • (2) gender differences in EV
  • (3) do schools matter for EV?
  • (4) do eco-schools matter for EV?
  • (5) a cross-national perspective on EV
  • (6) cross-cultural differences in EV.


Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.

Placeholder Image
Quick View

Valuing the Invaluable. Effects of individual, school and cultural factors on the environmental values of children

 29,00
The overall aim of the research presented in this dissertation is to gain more insight in the environmental values (EV) of children. EV are, across disciplines, regarded as an essential precondition of environmental behavior. A better understanding of what explains variation in EV and what they can tell us about the environmental behavior of children – the future’s decision-makers – makes an important contribution to the evaluation and design of environmental education initiatives.

Essential to the overall design of the research in this dissertation is that is doesn’t consider EV as just individual traits (as is often done in environmental education research); the social and natural context in which children live are also incorporated. By doing so, the dissertation borrows from an approach of environmental sociology; trough also including methodologies from environmental psychology when it comes to measuring EV, the dissertation spans three disciplines and in that aims to achieve a more holistic perspective on the subject. The six studies that are presented in the dissertation each have their own specific focus:
  • (1) EV and personality
  • (2) gender differences in EV
  • (3) do schools matter for EV?
  • (4) do eco-schools matter for EV?
  • (5) a cross-national perspective on EV
  • (6) cross-cultural differences in EV.


Jelle Boeve-de Pauw is a reseacher at the University of Antwerp’s Institute for Education and Information Sciences (research unit EduBROn). He has a master’s degree in biology, is trained as a nature and wildlife guide, and worked as science exhibition developer, educator and communicator before joining the EduBROn research unit. He promoted to Doctor in Educational Sciences with the research published in this book.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)

 27,90

Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.

Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.

Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
  • Hoe realiseer ik duurzame tewerkstelling voor kansengroepen?
  • Hoe implementeer ik een cultuur van competentiemanagement?
  • Hoe stel ik een POP – Persoonlijk OntwikkelingsPlan op met medewerkers uit de kansengroepen?
  • Hoe kan ik waarderend werken met kansengroepen?
  • Hoe leid ik werkleiders op tot professionele coaches?
  • Hoe verander ik ongewenst gedrag?


  • Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.

    Doelgroep
    HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.

    Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.

    Quick View

    Competentiemanagement met kansengroepen (met cd-rom)

     27,90

    Competentiemanagement is een beproefd concept dat zijn nut al uitgebreid heeft bewezen. Het werd echter nog maar weinig toegepast op organisaties die met kansengroepen werken. Toch kan het juist hier vele voordelen bieden, zowel voor de werkgever als de werknemer.

    Enerzijds streven ook medewerkers uit kansengroepen uiteraard een goed gevoel op de werkvloer na. Anderzijds kunnen organisaties die met kansengroepen werken, competentiemanagement strategisch inschakelen om hun visie te bereiken en meer rendement te halen.

    Dit boek biedt een volledig uitgewerkt stappenplan met opdrachten en werkinstrumenten. De auteurs gaan in op concrete vragen als:
  • Hoe realiseer ik duurzame tewerkstelling voor kansengroepen?
  • Hoe implementeer ik een cultuur van competentiemanagement?
  • Hoe stel ik een POP – Persoonlijk OntwikkelingsPlan op met medewerkers uit de kansengroepen?
  • Hoe kan ik waarderend werken met kansengroepen?
  • Hoe leid ik werkleiders op tot professionele coaches?
  • Hoe verander ik ongewenst gedrag?


  • Alles wordt gestaafd met tal van praktijkverhalen, voorbeelden en tips.

    Doelgroep
    HR-verantwoordelijken, leidinggevenden en stafmedewerkers die competentiemanagement willen invoeren of optimaliseren, werkleiders en jobcoaches die medewerkers uit de kansengroepen coachen in hun job.

    Inge Laperre en Mieke Audenaert zijn respectievelijk opleidingsverantwoordelijke en procesbegeleider/trainer voor de sector sociale werkplaatsen bij het SST – Samenwerkingsverband Sociale Tewerkstelling in Gent.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stadOpgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad

     27,70
    Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.

    In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.

    De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.

    Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
    Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.

    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stadOpgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad
    Quick View

    Opgroeien in Rotterdam. Tegendraads onderzoek in een grote stad

     27,70
    Opgroeien in Rotterdam is een spannende aangelegenheid, het doen van tegendraads onderzoek ernaar evenzeer. Dat is de rode draad door deze bundel. Het is eerder gezegd en geschreven: Rotterdam is een in meerdere opzichten bijzondere stad. Een stad die niet alleen vergrijst maar ook vergroent en een stad die vaak bovenaan de verkeerde lijstjes staat. Praktijkgericht onderzoek zoals we dat in Rotterdam opvatten, wil de kansen die er zijn benutten, de bedreigingen ombuigen tot mogelijkheden en vooral daar interveniëren waar positieve krachten kunnen worden gemobiliseerd.

    In deze benadering wordt onderzoek, zoals lector en hoogleraar Ton Notten – voor wie deze bundel ter gelegenheid van zijn afscheid is opgesteld - zo beeldend verwoordt, niet verricht vanuit een balcony attitude maar vanuit een betrokkenheid op de praktijk van opvoeding, vorming, onderwijs en welzijn om zo bij te dragen aan de verbetering daarvan. Veel instellingen en organisaties in Rotterdam hebben de afgelopen jaren gebruik gemaakt van de expertise die praktijkonderzoekers van de kenniskring Opgroeien in de Stad, nu kenniscentrum Talentontwikkeling, van de Hogeschool Rotterdam in huis hebben. Deze bundel laat zien hoe veelzijdig deze expertise is en hoe deze is ingezet om onderzoek te verrichten.

    De bundel is ingedeeld in vier delen. Deel I is gewijd aan het ‘decor’ van wat er in de drie delen daarna volgt. Wat zich in wijken afspeelt en in sectoren als het welzijnswerk en het onderwijs krijgt reliëf en diepte door het te plaatsen tegen de achtergrond van bredere ontwikkelingen. Deel II staat in het teken van onderzoek op wijkniveau. Deel III heeft als object het welzijnswerk in brede zin. In deel IV staat het onderwijs centraal, waaronder de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.

    Joop Berding is onderzoeksleider bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling en hogeschooldocent bij onder andere de masteropleiding Pedagogiek van de Hogeschool Rotterdam.
    Toby Witte is lector Maatschappelijke Zorg bij het Kenniscentrum Talent ontwikkeling van de Hogeschool Rotterdam.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Placeholder Image
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Begeleiding van slechtziende kleuters in de gewone school (SEN-Publicaties, nr. 7)

     26,00

    Vele blinde en slechtziende kleuters gaan naar een gewone kleuterschool. Toch is het niet altijd evident om deze kinderen op een gepaste manier te begeleiden. Vanuit deze vaststelling werd door de medewerkers van Centrum Ganspoel een werkboek met praktische adviezen samengesteld.

    Concreet is dit boek opgebouwd uit 3 onderdelen:
  • Informatie over visuele stoornissen en hun gevolgen.
  • Informatie over wat een visuele beperking betekent voor kleuters en hun ontwikkeling.
  • Informatie en tips rond een aangepaste begeleiding voor slechtziende kleuters.


  • Hoewel dit boek geschreven werd met de doelgroep van slechtziende kleuters in het achterhoofd, zijn de informatie en de adviezen niet enkel bruikbaar voor het personeel in kleuterscholen. Ook professionelen die slechtziende kleuters begeleiden in buitenschoolse opvang of vrijetijdsinitiatieven, CLB-medewerkers, GON-begeleiders of kinderverzorgsters in een kinderdagverblijf kunnen uit dit boek heel wat nuttige tips halen.

    Leo Delaet is klinisch kinderpsycholoog. Hij is verantwoordelijk voor de dienst thuisbegeleiding van Centrum Ganspoel. Hij is in Ganspoel betrokken bij de werking van de dienst geïntegreerd onderwijs voor kleuters met een visuele beperking.

    SEN is erkend en gesubsidieerd door het VAPH en coördineert en stimuleert de ontwikkeling en de verspreiding van expertise inzake preventie, diagnose en behandeling van mensen met een handicap. SEN brengt professionelen met elkaar in contact zodat ze hun expertise verder kunnen ontwikkelen of delen en uitwisselen met anderen.
    Meer informatie over SEN op www.senvzw.be.

    Placeholder Image
    Quick View

    Begeleiding van slechtziende kleuters in de gewone school (SEN-Publicaties, nr. 7)

     26,00

    Vele blinde en slechtziende kleuters gaan naar een gewone kleuterschool. Toch is het niet altijd evident om deze kinderen op een gepaste manier te begeleiden. Vanuit deze vaststelling werd door de medewerkers van Centrum Ganspoel een werkboek met praktische adviezen samengesteld.

    Concreet is dit boek opgebouwd uit 3 onderdelen:
  • Informatie over visuele stoornissen en hun gevolgen.
  • Informatie over wat een visuele beperking betekent voor kleuters en hun ontwikkeling.
  • Informatie en tips rond een aangepaste begeleiding voor slechtziende kleuters.


  • Hoewel dit boek geschreven werd met de doelgroep van slechtziende kleuters in het achterhoofd, zijn de informatie en de adviezen niet enkel bruikbaar voor het personeel in kleuterscholen. Ook professionelen die slechtziende kleuters begeleiden in buitenschoolse opvang of vrijetijdsinitiatieven, CLB-medewerkers, GON-begeleiders of kinderverzorgsters in een kinderdagverblijf kunnen uit dit boek heel wat nuttige tips halen.

    Leo Delaet is klinisch kinderpsycholoog. Hij is verantwoordelijk voor de dienst thuisbegeleiding van Centrum Ganspoel. Hij is in Ganspoel betrokken bij de werking van de dienst geïntegreerd onderwijs voor kleuters met een visuele beperking.

    SEN is erkend en gesubsidieerd door het VAPH en coördineert en stimuleert de ontwikkeling en de verspreiding van expertise inzake preventie, diagnose en behandeling van mensen met een handicap. SEN brengt professionelen met elkaar in contact zodat ze hun expertise verder kunnen ontwikkelen of delen en uitwisselen met anderen.
    Meer informatie over SEN op www.senvzw.be.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Macroeconomics and beyond. Essays in honour of Wim Meeusen

     39,90
    De macro-economische wetenschap – en tot op zekere hoogte de hele economische wetenschap – is in een staat van beroering. Economen worden in het defensief gedrongen door kritiek vanuit brede lagen van de maatschappij. Velen zijn van oordeel dat macro-economen niet over de kennis beschikken om de complexe werking van de moderne economieën te doorgronden. Daarenboven zijn economen het blijvend oneens over welk beleid moet worden gevoerd. Het lijdt geen twijfel dat die kritiek veel waarheid bevat, en economen erkennen zelf dat het tijd is voor verandering. Maar het zou niettemin dwaas zijn om alle (macro-)economisch onderzoek af te doen als nutteloos en futiel. Economen hebben wel degelijk interessante dingen te zeggen over de wereld waarin we leven.

    Macroeconomics and Beyond is geschreven om eer te betuigen aan macro-econoom Wim Meeusen, ter gelegenheid van zijn emeritaat aan de Universiteit Antwerpen. Het bevat een verzameling van twintig essays die tekenend zijn voor de grote variëteit aan benaderingen en thema’s bestudeerd door moderne economen. Het boek bestaat uit zes delen: macro-economische theorie; macro-econometrische analyse; internationale economie en Europese integratie; migratie en ontwikkeling; economisch gedrag; en methodologie. Sommige essays bevatten kritische reflecties over de huidige toestand van de macro-economische wetenschap; in andere bijdragen worden economische modellen en technieken toegepast om inzicht te krijgen in specifieke macro-economische problemen; en er zijn ook een aantal papers die voorbij de grens van de macro-economie gaan. De auteurs – een mengeling van gevestigde en jonge onderzoekers – komen uit een brede waaier van Europese en niet-Europese landen.

    Guido Erreygers is gewoon hoogleraar economie en voorzitter van het Departement Algemene Economie aan de Universiteit Antwerpen.

    Mieke Vermeire is administratief coördinator van de Erasmus Mundus Master Course Degree in Economics of Globalisation and European Integration aan de Universiteit Antwerpen.

    Quick View

    Macroeconomics and beyond. Essays in honour of Wim Meeusen

     39,90
    De macro-economische wetenschap – en tot op zekere hoogte de hele economische wetenschap – is in een staat van beroering. Economen worden in het defensief gedrongen door kritiek vanuit brede lagen van de maatschappij. Velen zijn van oordeel dat macro-economen niet over de kennis beschikken om de complexe werking van de moderne economieën te doorgronden. Daarenboven zijn economen het blijvend oneens over welk beleid moet worden gevoerd. Het lijdt geen twijfel dat die kritiek veel waarheid bevat, en economen erkennen zelf dat het tijd is voor verandering. Maar het zou niettemin dwaas zijn om alle (macro-)economisch onderzoek af te doen als nutteloos en futiel. Economen hebben wel degelijk interessante dingen te zeggen over de wereld waarin we leven.

    Macroeconomics and Beyond is geschreven om eer te betuigen aan macro-econoom Wim Meeusen, ter gelegenheid van zijn emeritaat aan de Universiteit Antwerpen. Het bevat een verzameling van twintig essays die tekenend zijn voor de grote variëteit aan benaderingen en thema’s bestudeerd door moderne economen. Het boek bestaat uit zes delen: macro-economische theorie; macro-econometrische analyse; internationale economie en Europese integratie; migratie en ontwikkeling; economisch gedrag; en methodologie. Sommige essays bevatten kritische reflecties over de huidige toestand van de macro-economische wetenschap; in andere bijdragen worden economische modellen en technieken toegepast om inzicht te krijgen in specifieke macro-economische problemen; en er zijn ook een aantal papers die voorbij de grens van de macro-economie gaan. De auteurs – een mengeling van gevestigde en jonge onderzoekers – komen uit een brede waaier van Europese en niet-Europese landen.

    Guido Erreygers is gewoon hoogleraar economie en voorzitter van het Departement Algemene Economie aan de Universiteit Antwerpen.

    Mieke Vermeire is administratief coördinator van de Erasmus Mundus Master Course Degree in Economics of Globalisation and European Integration aan de Universiteit Antwerpen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    De onderwijsbubbelDe onderwijsbubbel
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    De onderwijsbubbel

     31,90
    In de jaren negentig besloot de Nederlandse overheid dat scholen autonoom moesten worden. De scholen kregen een zak met geld gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en de hoeveelheid verstrekte diploma''s. Onderwijsinstellingen mochten voortaan zelf bepalen waaraan zij dat geld uitgaven. Door deze perverse prikkels - kwantiteit boven kwaliteit - werden vooral de scholen voor beroepsonderwijs almaar groter terwijl het niveau van zowel docenten als studenten zienderogen daalde. Simpele onderkomens van scholen werden met de miljoenen die voor onderwijs bedoeld waren, omgebouwd tot ware oefenobjecten voor architecten. Het adagium "hoe mooier het gebouw, hoe armer het onderwijs" was en is nog steeds veelgehoord. Bestuurders beloonden zichzelf met enorme salarissen en emolumenten die pasten bij hun "positie". De docenten werden gemarginaliseerd en gedeprofessionaliseerd en vervangen door onbevoegden omdat "kennis niet meer belangrijk" werd geacht. Bestuurders bepaalden voortaan wat docenten in de klas moesten doen, beter gezegd, niet meer mochten doen. Studenten en scholieren werden "klanten" en "deelnemers" die geld opbrengen.

    Vooral in het beroepsonderwijs ging het regelmatig mis. De ene onderwijsinstelling verstrekte vrij gemakkelijk diploma''s om daarmee meer overheidsgeld te verkrijgen terwijl de andere fraudeerde met instroomcijfers. Ondertussen daalde Nederland ieder jaar op internationale onderwijskwaliteitslijsten en door het lagere niveau bleek zo langzamerhand bijna iedereen in staat hoger onderwijs te volgen. Beter Onderwijs Nederland (BON), opgericht in 2006, bond de strijd aan met deze belastinggeldverspillers en vooral "onderwijsvernielers"; niet alleen om de problemen vast te stellen maar vooral om met oplossingen te komen. Dit boek is een bloemlezing van ervaringen, beschouwingen en anekdotes van docenten, ouders, studenten en leerlingen. Het is een huiveringwekkende weergave van de onderwijswerkelijkheid en tegelijkertijd een oproep om de handen uit de mouwen te steken. Daarom eindigt het boek met een verkorte weergave van het Deltaplan onderwijs dat BON in 2011 aan de minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt aanbood. In dit Deltaplan signaleert en analyseert BON de problemen en komt zij met verbetervoorstellen voor de besturing en (financiële) inrichting van het Nederlandse onderwijs.

    De onderwijsbubbelDe onderwijsbubbel
    Quick View

    De onderwijsbubbel

     31,90
    In de jaren negentig besloot de Nederlandse overheid dat scholen autonoom moesten worden. De scholen kregen een zak met geld gebaseerd op het aantal ingeschreven studenten en de hoeveelheid verstrekte diploma''s. Onderwijsinstellingen mochten voortaan zelf bepalen waaraan zij dat geld uitgaven. Door deze perverse prikkels - kwantiteit boven kwaliteit - werden vooral de scholen voor beroepsonderwijs almaar groter terwijl het niveau van zowel docenten als studenten zienderogen daalde. Simpele onderkomens van scholen werden met de miljoenen die voor onderwijs bedoeld waren, omgebouwd tot ware oefenobjecten voor architecten. Het adagium "hoe mooier het gebouw, hoe armer het onderwijs" was en is nog steeds veelgehoord. Bestuurders beloonden zichzelf met enorme salarissen en emolumenten die pasten bij hun "positie". De docenten werden gemarginaliseerd en gedeprofessionaliseerd en vervangen door onbevoegden omdat "kennis niet meer belangrijk" werd geacht. Bestuurders bepaalden voortaan wat docenten in de klas moesten doen, beter gezegd, niet meer mochten doen. Studenten en scholieren werden "klanten" en "deelnemers" die geld opbrengen.

    Vooral in het beroepsonderwijs ging het regelmatig mis. De ene onderwijsinstelling verstrekte vrij gemakkelijk diploma''s om daarmee meer overheidsgeld te verkrijgen terwijl de andere fraudeerde met instroomcijfers. Ondertussen daalde Nederland ieder jaar op internationale onderwijskwaliteitslijsten en door het lagere niveau bleek zo langzamerhand bijna iedereen in staat hoger onderwijs te volgen. Beter Onderwijs Nederland (BON), opgericht in 2006, bond de strijd aan met deze belastinggeldverspillers en vooral "onderwijsvernielers"; niet alleen om de problemen vast te stellen maar vooral om met oplossingen te komen. Dit boek is een bloemlezing van ervaringen, beschouwingen en anekdotes van docenten, ouders, studenten en leerlingen. Het is een huiveringwekkende weergave van de onderwijswerkelijkheid en tegelijkertijd een oproep om de handen uit de mouwen te steken. Daarom eindigt het boek met een verkorte weergave van het Deltaplan onderwijs dat BON in 2011 aan de minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt aanbood. In dit Deltaplan signaleert en analyseert BON de problemen en komt zij met verbetervoorstellen voor de besturing en (financiële) inrichting van het Nederlandse onderwijs.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Authenticity and community. Essays in honor of Herman P. Meininger

     24,90
    In the late twentieth century people with disabilities continue to be segregated in many ways from full participation in society, if no longer in physical space then at least in social and cultural space. There is wide agreement that this is something that needs change, and that people ought to be enabled to participate in their communities. In pursuing such change, however, it is important to recognize difference. People need opportunities to participate in ways that enable them to live authentic lives as persons with disabilities. Hence the two key-terms in the title of this collection of essays: community and authenticity.

    Dr. Herman P. Meininger has made important contributions to the ethical reflection in the field of disability and disability studies in the last two decades, in which he has pursued this line of argument. To honor his work in this field this volume brings together a collection of essays by a number of international well-known scholars.

    Quick View

    Authenticity and community. Essays in honor of Herman P. Meininger

     24,90
    In the late twentieth century people with disabilities continue to be segregated in many ways from full participation in society, if no longer in physical space then at least in social and cultural space. There is wide agreement that this is something that needs change, and that people ought to be enabled to participate in their communities. In pursuing such change, however, it is important to recognize difference. People need opportunities to participate in ways that enable them to live authentic lives as persons with disabilities. Hence the two key-terms in the title of this collection of essays: community and authenticity.

    Dr. Herman P. Meininger has made important contributions to the ethical reflection in the field of disability and disability studies in the last two decades, in which he has pursued this line of argument. To honor his work in this field this volume brings together a collection of essays by a number of international well-known scholars.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Bagatellen. Over kunst, levenskunst en maatschappij

     16,00
    De bagatellen in deze bundel zijn colums, ingezonden brieven en fragmenten uit boeken die de auteur schreef om zich te mengen in het publieke geestelijke debat. Deze bagatellen tonen een andere kant van de auteur, maar ook weer niet, want ze vloeien organisch voort uit zijn onderzoek en theorieontwikkeling naar vaktherapie. Hij beschouwt de kunsten, ook al lijken ze binnen het maatschappelijke en economoische geweld slechts kleinigheidjes, als de weg naar de vrijheid.

    De muziekfilosoof, kritisch socioloog en componist Theodor W. Adorno schreef kleine stukjes met als titels Dissonanzen, Quasi una fantasia, Impromptus en Moments musicaux. Tussen het werk van Adorno en het werk van Smeijsters bestaan overeenkomsten, maar ook verschillen. Adorno gaf het primaat aan het object, terwijl voor Smeijsters de beleving van het subject absolute voorrang heeft. Maar een belangrijke overeenkomst is het ontdekken en beschrijven van analogieën. Adorno ontleedde muzikale vorm als maatschappelijk proces, Smeijsters ontleedt de muzikale vorm als psychisch proces. Adorno veronderstelde dat de maatschappelijke en economische dwang tot in de vezels van het individu doordringt, dat in de waan leeft zichzelf te zijn. Smeijsters veronderstelt dat het individu zich op eigen kracht kan bevrijden van de innerlijke dwangmatige wil en de afgedwongen maatschappelijke en economische wil en zo autonomie kan bereiken.

    Henk Smeijsters was tot voor kort lector van de kenniskring KenVaK – Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ Hogeschool en Stenden Hogeschool, hoofdopleider van de Master of Arts Therapies Zuyd en lid van het landelijk Forum voor Praktijkgericht Onderzoek.

    Quick View

    Bagatellen. Over kunst, levenskunst en maatschappij

     16,00
    De bagatellen in deze bundel zijn colums, ingezonden brieven en fragmenten uit boeken die de auteur schreef om zich te mengen in het publieke geestelijke debat. Deze bagatellen tonen een andere kant van de auteur, maar ook weer niet, want ze vloeien organisch voort uit zijn onderzoek en theorieontwikkeling naar vaktherapie. Hij beschouwt de kunsten, ook al lijken ze binnen het maatschappelijke en economoische geweld slechts kleinigheidjes, als de weg naar de vrijheid.

    De muziekfilosoof, kritisch socioloog en componist Theodor W. Adorno schreef kleine stukjes met als titels Dissonanzen, Quasi una fantasia, Impromptus en Moments musicaux. Tussen het werk van Adorno en het werk van Smeijsters bestaan overeenkomsten, maar ook verschillen. Adorno gaf het primaat aan het object, terwijl voor Smeijsters de beleving van het subject absolute voorrang heeft. Maar een belangrijke overeenkomst is het ontdekken en beschrijven van analogieën. Adorno ontleedde muzikale vorm als maatschappelijk proces, Smeijsters ontleedt de muzikale vorm als psychisch proces. Adorno veronderstelde dat de maatschappelijke en economische dwang tot in de vezels van het individu doordringt, dat in de waan leeft zichzelf te zijn. Smeijsters veronderstelt dat het individu zich op eigen kracht kan bevrijden van de innerlijke dwangmatige wil en de afgedwongen maatschappelijke en economische wil en zo autonomie kan bereiken.

    Henk Smeijsters was tot voor kort lector van de kenniskring KenVaK – Kennisontwikkeling Vaktherapieën van de Hogeschool Zuyd, Hogeschool Utrecht, ArtEZ Hogeschool en Stenden Hogeschool, hoofdopleider van de Master of Arts Therapies Zuyd en lid van het landelijk Forum voor Praktijkgericht Onderzoek.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Wind in het grijze woudWind in het grijze woud
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Wind in het grijze woud

     15,40
    Alle leven wordt voortdurend gevormd, van het begin tot aan het eind van ons bestaan. Er valt veel te leren gedurende een leven. Hoe doet het brein dat eigenlijk? Twee pijlers spelen hierbij een belangrijke rol: de genetische erfenis van de voorouders en de omgeving waarin we ons bevinden.

    Aan de hand van speelse, sprookjesachtige vertellingen wordt op een heldere, inzichtelijke wijze positie ingenomen in de aanhoudende controverse ‘we zijn ons brein’ (Dick Swaab) versus ‘we zijn meer dan ons brein’ (Herman van Praag).

    Vanuit diverse invalshoeken wordt de invloed van de omgeving op de hersenen beschreven, in het jargon beter bekend als ‘omgevingsdeterminisme’. Onder meer de invloed van de omgeving op spraak, taal, hechting, beschadigde of vertraagde hersenen en het ervaringsafhankelijke gen komt aan bod.
    <br<Dit essay is een aanrader voor iedereen die een mateloze interesse, nieuwsgierigheid en fascinatie vertoont voor het brein.

    Dirk J. Bakker is emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gepensioneerd medewerker van het voormalige Pedologisch Instituut in Duivendrecht, afdeling research.

    Wind in het grijze woudWind in het grijze woud
    Quick View

    Wind in het grijze woud

     15,40
    Alle leven wordt voortdurend gevormd, van het begin tot aan het eind van ons bestaan. Er valt veel te leren gedurende een leven. Hoe doet het brein dat eigenlijk? Twee pijlers spelen hierbij een belangrijke rol: de genetische erfenis van de voorouders en de omgeving waarin we ons bevinden.

    Aan de hand van speelse, sprookjesachtige vertellingen wordt op een heldere, inzichtelijke wijze positie ingenomen in de aanhoudende controverse ‘we zijn ons brein’ (Dick Swaab) versus ‘we zijn meer dan ons brein’ (Herman van Praag).

    Vanuit diverse invalshoeken wordt de invloed van de omgeving op de hersenen beschreven, in het jargon beter bekend als ‘omgevingsdeterminisme’. Onder meer de invloed van de omgeving op spraak, taal, hechting, beschadigde of vertraagde hersenen en het ervaringsafhankelijke gen komt aan bod.
    <br<Dit essay is een aanrader voor iedereen die een mateloze interesse, nieuwsgierigheid en fascinatie vertoont voor het brein.

    Dirk J. Bakker is emeritus-hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gepensioneerd medewerker van het voormalige Pedologisch Instituut in Duivendrecht, afdeling research.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Voorbij een enge ethiek

     21,00
    Voorbij een enge ethiek is een pleidooi voor een moraliteit die zich niet beperkt tot wat we aan elkaar verplicht zijn en die het leven niet louter inperkt. Moraliteit houdt volgens de auteur ook in dat je het leven kan omhelzen en loslaten.

    Hij argumenteert dat naast de plicht tot welzijnsbevordering en elementair respect ook de deugden van levenslust en onthechting deel uitmaken van de morele houding. Wie deze bredere opvatting over moraliteit aanvaardt, wordt vanzelf een sterkere minnaar van het moreel goede en het moreel juiste.

    Xavier Vanmechelen is doctor in de wijsbegeerte. Hij is onderzoeker aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, K.U.Leuven.

    Quick View

    Voorbij een enge ethiek

     21,00
    Voorbij een enge ethiek is een pleidooi voor een moraliteit die zich niet beperkt tot wat we aan elkaar verplicht zijn en die het leven niet louter inperkt. Moraliteit houdt volgens de auteur ook in dat je het leven kan omhelzen en loslaten.

    Hij argumenteert dat naast de plicht tot welzijnsbevordering en elementair respect ook de deugden van levenslust en onthechting deel uitmaken van de morele houding. Wie deze bredere opvatting over moraliteit aanvaardt, wordt vanzelf een sterkere minnaar van het moreel goede en het moreel juiste.

    Xavier Vanmechelen is doctor in de wijsbegeerte. Hij is onderzoeker aan het Centrum voor Ethiek, Sociale en Politieke Filosofie van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, K.U.Leuven.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Evolutie, cultuur en betekenis

     20,00
    Charles Darwin leverde één van de meest indrukwekkende wetenschappelijke prestaties uit de geschiedenis. Dankzij de evolutietheorie weten we dat alle leven op aarde gevormd is door natuurlijke processen en deel uitmaakt van het ecosysteem op onze planeet. Dat geldt ook voor de mens. Ook onze soort is het resultaat van evolutie door natuurlijke selectie.

    Dit boek geeft aan hoe evolutionair denken een basis kan vormen voor diepgaande filosofische en theologische reflectie over de menselijke soort. Verschillende auteurs, gaande van Daniel Dennett over Paul Ricoeur tot Philip Hefner, worden daartoe voorgesteld. Door de kritische bespreking van hun werk wordt getoond hoe we vanuit evolutionair perspectief dieper inzicht krijgen in de meest bijzondere eigenschap van de menselijke soort: het vermogen tot het scheppen van cultuur.

    Wat kan de evolutietheorie ons leren over het belang van cultuur voor de mens, over de verhouding tussen mens en cultuur en over wat er op het spel staat bij het doorgeven van cultuur aan volgende generaties?
    Hoe kunnen hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie ons helpen om vragen over zingeving, over de rol van religies en over de verhouding tussen wetenschap en religie te belichten?
    Wat hebben evolutie, cultuur en betekenis met elkaar te maken?

    De lezer krijgt met dit boek een inleiding in een verrijkende manier van kijken naar de mens: een kijk vanuit evolutionair perspectief.

    Tom Uytterhoeven doceert RZL en Rooms-katholieke Godsdienst in de bacheloropleiding Leraar Lager Onderwijs van Lessius Mechelen, Campus De Vest. Hij werkte voordien meer dan tien jaar als leraar in het lager onderwijs en is sinds 2011 Master in de Gespecialiseerde Studies in de Godgeleerdheid en de Godsdienstwetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de dialoog tussen religie en wetenschap en de invloed die evolutietheorische inzichten hebben op de manier waarop we naar cultuur kijken.

    Quick View

    Evolutie, cultuur en betekenis

     20,00
    Charles Darwin leverde één van de meest indrukwekkende wetenschappelijke prestaties uit de geschiedenis. Dankzij de evolutietheorie weten we dat alle leven op aarde gevormd is door natuurlijke processen en deel uitmaakt van het ecosysteem op onze planeet. Dat geldt ook voor de mens. Ook onze soort is het resultaat van evolutie door natuurlijke selectie.

    Dit boek geeft aan hoe evolutionair denken een basis kan vormen voor diepgaande filosofische en theologische reflectie over de menselijke soort. Verschillende auteurs, gaande van Daniel Dennett over Paul Ricoeur tot Philip Hefner, worden daartoe voorgesteld. Door de kritische bespreking van hun werk wordt getoond hoe we vanuit evolutionair perspectief dieper inzicht krijgen in de meest bijzondere eigenschap van de menselijke soort: het vermogen tot het scheppen van cultuur.

    Wat kan de evolutietheorie ons leren over het belang van cultuur voor de mens, over de verhouding tussen mens en cultuur en over wat er op het spel staat bij het doorgeven van cultuur aan volgende generaties?
    Hoe kunnen hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie ons helpen om vragen over zingeving, over de rol van religies en over de verhouding tussen wetenschap en religie te belichten?
    Wat hebben evolutie, cultuur en betekenis met elkaar te maken?

    De lezer krijgt met dit boek een inleiding in een verrijkende manier van kijken naar de mens: een kijk vanuit evolutionair perspectief.

    Tom Uytterhoeven doceert RZL en Rooms-katholieke Godsdienst in de bacheloropleiding Leraar Lager Onderwijs van Lessius Mechelen, Campus De Vest. Hij werkte voordien meer dan tien jaar als leraar in het lager onderwijs en is sinds 2011 Master in de Gespecialiseerde Studies in de Godgeleerdheid en de Godsdienstwetenschappen. Hij houdt zich vooral bezig met de dialoog tussen religie en wetenschap en de invloed die evolutietheorische inzichten hebben op de manier waarop we naar cultuur kijken.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    Quick View
    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

    Een woonmodel in transitie. Toekomstverkenning van het Vlaams wonen

     24,90
    De auteurs toetsen het Vlaamse woonmodel aan recente veranderingen en verwachtingen. Ze kijken naar demografische ontwikkelingen, sociaal-culturele veranderingen en woonwensen. Daaruit besluiten ze dat het Vlaamse woonmodel in transitie is: alleen al de vaststaande demografische trends (vergrijzing en de gevolgen van de migratie voor het stedelijk wonen) maken dat de niet-stedelijke gezinswoning niet langer de voornaamste hoeksteen van het wonen in Vlaanderen is.

    Ze toetsen de nieuwe woonvragen die uit die transitie voortkomen aan de ruimtelijke mogelijkheden om aan nieuwe woonvormen een plaats te bieden. Het leidt tot de conclusie dat er heel wat vrijheidsgraden overblijven om het antwoord te formuleren. Er kunnen dus keuzes gemaakt worden.

    Het boek verkent de randvoorwaarden voor toekomstige woonontwikkelingen als die keuzes geleid worden door enkele cruciale principes van duurzame ontwikkeling. De afstemming tussen de toekomstige woningvraag en het aanbod zal grotendeels via de markt tot stand komen. Welke factoren spelen er en hoe zullen die de prijzen in de toekomst beïnvloeden? Een belangrijke vraag daarbij is hoe de betaalbaarheid zal evolueren: zal de kloof tussen huurders en eigenaars nog verder uitdiepen? Dit roept onmiddellijk ook de vraag op naar wat de overheid nog kan en zal doen op de woningmarkt. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over welke correcties nodig en nuttig zijn om ervoor te zorgen dat goed wonen voor iedereen betaalbaar is.

    Michael Ryckewaert, Pascal De Decker, Sien Winters, Brecht Vandekerckhove, Frank Vastmans, Marja Elsinga & Kristof Heylen zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte & Wonen, een door de Vlaamse regering erkend steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek, met participanten uit diverse universiteiten, onderzoekscentra, hogescholen.

    Quick View

    Een woonmodel in transitie. Toekomstverkenning van het Vlaams wonen

     24,90
    De auteurs toetsen het Vlaamse woonmodel aan recente veranderingen en verwachtingen. Ze kijken naar demografische ontwikkelingen, sociaal-culturele veranderingen en woonwensen. Daaruit besluiten ze dat het Vlaamse woonmodel in transitie is: alleen al de vaststaande demografische trends (vergrijzing en de gevolgen van de migratie voor het stedelijk wonen) maken dat de niet-stedelijke gezinswoning niet langer de voornaamste hoeksteen van het wonen in Vlaanderen is.

    Ze toetsen de nieuwe woonvragen die uit die transitie voortkomen aan de ruimtelijke mogelijkheden om aan nieuwe woonvormen een plaats te bieden. Het leidt tot de conclusie dat er heel wat vrijheidsgraden overblijven om het antwoord te formuleren. Er kunnen dus keuzes gemaakt worden.

    Het boek verkent de randvoorwaarden voor toekomstige woonontwikkelingen als die keuzes geleid worden door enkele cruciale principes van duurzame ontwikkeling. De afstemming tussen de toekomstige woningvraag en het aanbod zal grotendeels via de markt tot stand komen. Welke factoren spelen er en hoe zullen die de prijzen in de toekomst beïnvloeden? Een belangrijke vraag daarbij is hoe de betaalbaarheid zal evolueren: zal de kloof tussen huurders en eigenaars nog verder uitdiepen? Dit roept onmiddellijk ook de vraag op naar wat de overheid nog kan en zal doen op de woningmarkt. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden over welke correcties nodig en nuttig zijn om ervoor te zorgen dat goed wonen voor iedereen betaalbaar is.

    Michael Ryckewaert, Pascal De Decker, Sien Winters, Brecht Vandekerckhove, Frank Vastmans, Marja Elsinga & Kristof Heylen zijn verbonden aan het Steunpunt Ruimte & Wonen, een door de Vlaamse regering erkend steunpunt voor beleidsrelevant onderzoek, met participanten uit diverse universiteiten, onderzoekscentra, hogescholen.

    Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
      0
      Uw winkelwagen
      Uw winkelwagen is leegVerder winkelen